donderdag 11 oktober 2012

Henri van der Steen


Profiel Henri van der Steen

’Mijn naam is Henri en dat spijt me zeer.’ Dat was de eerste zin van een column die ik ooit schreef, en nooit publiceerde omdat mijn laptop werd gejat. De column was trouwens nog niet af. Ik verzamelde er passages uit boeken in waarin een van de personages Henri heet. Omdat ik een voorkeur heb voor naturalistische literatuur (Zola, Emants) heb ik nogal wat boeken gelezen die eind negentiende eeuw spelen, een tijdsgewricht (met veel Henri’s) dat me om de een of andere reden na aan het hart ligt. De Henri’s in die boeken zijn trouwens onveranderlijk uitvreters, slapjanussen, mooipraters, dandy’s, schurken in een jasje of charlatans. Nu is er dan eindelijk ook een andere Henri, een Lezer van Stavast!

Zonder grappen nu. Ik doe om de beste reden mee aan het project van Hans: er moet meer aandacht zijn voor het (goede) boek. In mijn wereld, de journalistiek, protesteer ik al jaren tegen de overdadige en platte aandacht die er is voor de televisie en het dedain (of is het angst?) waarmee de literatuur wordt behandeld. Ik heb op zich niets tegen televisie, integendeel: televisie is een fascinerend medium met een enorme potentie. In de praktijk is het echter vooral een stortbak voor toneelstukjes, entertainment en oppervlakkige (quasi-)journalistiek.

Wat me ook stoort is dat er voor goede boeken, waaraan door plichtsgetrouwe, ernstige mensen soms jaren is gewerkt, nauwelijks plaats is. Daarom mag ik het boek graag, desnoods op gluiperige wijze, een plekje geven in mijn stukken.

Ik ben niet voor niets journalist van roeping. Als kind van de jaren zestig en zeventig groeide ik op in een opwindende wereld die eens en voor altijd zou afrekenen met het ancien regime van stropdas dragende autoriteiten die zich een statuur hadden verworven omdat ze uit een bepaald geslacht kwamen, rijke of machtige vriendjes hadden, de juiste religie aanhingen of heel goed waren in het gezag continueren dat eerdere generaties hadden vastgelegd, zijnde ’onze’ ideale vorm van democratie. Maar toen kwamen wij, de nozems en provo’s en vrijgevochtenen, de hippies en anti-autoritairen! Vrouwen emancipeerden, we introduceerden de vrije liefde en we maakten het bon ton dat we ons gingen uiten, op de manier die we zelf kozen.

Achteraf moeten we helaas vaststellen dat veel van die idealen zijn verwaterd of achterhaald of om zeep geholpen, deels door de idealisten van toen – de autoriteiten van nu.

Enfin, bij alle ongerief en verdriet om de teloorgang van de idealen die ik had en nog steeds koester, ben ik een buitengewoon gelukkig mens: gelukkig in mijn werk (een dag niet geschreven, is een dag niet geleefd) en gelukkig in mijn sociale habitat. 
Ik heb nog wat anders: een fijn huis, vol boeken. Ik lees veel, gemiddeld een uur of vijf per dag, schat ik: fictie, non-fictie. En studieboeken. Via de onvolprezen Open Universiteit (die ik iedereen van harte kan aanbevelen) studeer ik nog Cultuurwetenschappen. Nog één tentamen en ik heb mijn propedeuse.
Mijn favoriete literaire boeken zijn ’Don Quichot’ en ’Misdaaden straf’. Ik ben een liefhebber van boeken over het menselijk tekort en de liefde en een groot fan van A.F.Th. van der Heijden, een bewonderaar van Vestdijk, Tolstoj, Dostojevski, McEwan en andere grootheden die kunnen spelen met de taal.

Sinds enkele jaren lees ik de Perpetua-reeks van Athenaeum,100 klassieke meesterwerken, bij elkaar gezocht door een jury van kenners, van wie er al eentje dood is, de grote Kees Fens. Prachtige reeks: de Cervantes, Macchiavelli, Stendhal, Goethe, Melville, Orwell, Rousseau, Canetti, Elsschot, elke maand eentje, we zijn al over de helft. Achterin elk boek schrijf ik altijd een commentaar of noteer ik favoriete passages, ook plaats en tijd dat ik het boek heb gelezen. Achterin ’Bekentenissen van Zeno’ van Italo Svevo staan mooie zinnen, zoals wanneer de ik-verteller jaloers wordt als hij bedenkt dat zijn vrouw meteen een nieuwe minnaar neemt als hij dood neervalt. Zijn vrouw relativeert dat: ’Zie je niet hoe lelijk ik ben?’ De ik-figuur: ‘Inderdaad, er zou me misschien toch wel een tijdje van ongestuurde ontbinding zijn vergund.’
Spelen met taal…

Mijn top-13 non-fictie zou er als volgt uit kunnen zien: 13. Art – Sarah Thornton, 12. Russisch dagboek – Anna Politkovskaja, 11. Joep (biografie Van den Nieuwenhuyzen) – Philip de Witt Wijnen, 10. De vrouwelijke hersenen – Louann Brizendine, 9. Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt – Douwe Draaisma, 8. Hermans (biografie W.F.) – Hans van Straten, 7. Een schreeuw om recht – Dries van Agt, 6. No logo – Naomi Klein, 5. Multatuli – Dik van der Meulen, 4. Beethoven – Edmund Morris, 3. Beethoven – Jan Crayers, 2. Hitler – Sebastian Haffner, 1. De prooi – Jeroen Smit.

Zeg maar wie ik ben…


2 opmerkingen:

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen