maandag 2 december 2013

Een oefenende bibliotheek

Op zaterdag 30 november 2013 stonden in de 'Bossche editie' van het Brabants Dagblad meerdere artikelen onder de kop De toekomst van de bibliotheek. Als opwarmertje voor het Nieuwscafé-debat in de lokale Verkadefabriek op maandag 2 december 2013. De Bossche gemeenteraad buigt zich in 2014 over de vraag of de centrale bibliotheek moet verhuizen naar een andere locatie.

Debat
Overal in Nederland wordt over de bibliotheek gepraat. Bibliotheken staan onder druk. Denk aan teruglopende uitleningen, minder leden, dalende subsidies, internet, ontlezing. Her en der vallen bibliotheken om en worden diensten en producten soberder. Aan de andere kant wordt ook door veel bibliotheken gezocht naar andere vormen van dienstverlening. Openbare Bibliotheken zijn bij uitstek organisaties die bezig zijn met het thema Oefenen voor een andere tijd.

Stellingen
In het Brabants Dagblad stonden drie artikelen. Een algemeen artikel (Boek en bieb wankelen: oude idealen in de knel), geschreven door kunstredacteur Mieske van Eck. Zij bepleit verder in Stelling 1 (Boek hoofdzaak, rest is flauwekul) dat de bibliotheek terug keert naar haar centrale rol van uitlener van boeken en minder de nadruk legt op ontmoeting en debat. Een andere journalist van het BD - Paul Roovers - neemt in Stelling 2 (Boeken aan de kant, eerst koffie) een andere, haaks daarop staande positie in. Een moderne bibliotheek is in zijn ogen vooral een plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, (samen)werken, lezen, zich informeren, een cursus volgen enzovoorts.Oh ja, en een kopje koffie drinken.

Gesomber
Een aardige poging om het debat op te starten, maar beiden vergeten iets. Ze noemen internet en ontlezing maar er zijn andere redenen waarom het met dé Openbare Bibliotheek relatief slecht gaat. Relatief, want ondanks al het gesomber is tóch 1 op de 10 volwassen lid van de bibliotheek en komen ook veel niet leden regelmatig binnenlopen. Voor de meest uiteenlopende dingen. Maar er is wel reden voor zorg. Veel gemeentes zien zich - door van hogerhand opgelegde bezuinigingen en teruglopende inkomsten - gedwongen kritisch te kijken naar deels door hen bekostigde voorzieningen. Daar is niets mis mee. Voor de bibliotheek hoeft geen uitzonderingspositie te worden ingeruimd. Muziekscholen, Volksuniversiteiten, lokale omroepen en musea voegen allen op hun eigen manier zinvolle zaken aan de lokale gemeenschap toe en staan ook onder bezuinigingsdruk.

Een bredere analyse
Mieske van Eck en Paul Roovers komen in 'hun' stelling al snel to the point. Ze bepleiten wat een bibliotheek anno 2013 zou moeten (gaan) doen. En besteden weinig woorden aan de reden waarom de Openbare Bibliotheek (samen met de mediabranche) niet alleen vanwege mogelijke bezuinigingen onder vuur ligt. Ze hadden meer werk kunnen maken van de analyse. Hieronder een poging.

Creativiteit
Om te beginnen zou iedereen die een uitspraak doet over de toekomst van de bibliotheek moeten nadenken over creativiteit. Wat is het? Wat is het belang daarvan voor onze samenleving? En, als we het eens kunnen worden over de conclusie dat creativiteit belangrijk is (én blijft), hoe we als samenleving kunnen stimuleren dat 'we' creatiever worden dan nu.
Er zijn veel definities van creativiteit. De laatste jaren wordt steeds vaker de definitie van sir Ken Robinson aangehaald. Hij bezigt om de haverklap deze zin: I define creativity as the process of having origninal ideas, that have value. Ik definieer creativiteit als het proces waarin originele ideeën ontstaan, die waardevol zijn. Belangrijk is de toevoeging achter de komma. Niet alle originele ideeën zijn waardevol of zinvol. Denk maar even aan het 'voorstel' van Monty Python voor een Ministry of Silly Walks. Een prachtig, origineel idee: een ministerie voor rare loopjes, maar niet echt zinvol.

Een strijd
Wekelijks kom je ergens het 'verhaal' tegen dat China of India of Brazilië of binnenkort zelfs Afrika 'ons' aan het voorbij lopen zijn. Nog even en het is met ons gedaan. Honderdduizenden slimme jongeren studeren daar af, en zullen met onvoorstelbaar nieuwe dingen en diensten (gaan) komen. Het enige wat we daar tegen kunnen doen is meer jongeren hoog opleiden. Waardoor ze vanzelf creatief zullen worden en blijven. Overal in het Westen kun je politici horen die pleiten voor excellent onderwijs. Vernieuwing. Investeren.
In de praktijk gebeurd er vaak het tegendeel.

Ondanks de scepsis over politici die beweren te (gaan) investeren in het onderwijs, is wel duidelijk dat we in Nederland steeds meer hoogopgeleide mensen hebben gekregen. De aantallen zijn geëxplodeerd. Los van de constatering dat dit alleen kon omdat jaar na jaar de normen daalden, is voor iedereen die er oog voor heeft steeds duidelijker geworden dat veel hoogopgeleide jongeren over het algemeen gebrekkig algemeen ontwikkeld zijn. De meesten zijn tijdens hun opleiding redelijk ingewijd in het vak waarin ze afstuderen, maar bij de meesten is kennis van andere 'dingen' minimaal.  Dat is jammer voor die jongeren. En de samenleving.

Legostenen
Creativiteit draait in de visie van sir Ken om het proces waarin originele ideeën komen bovendrijven. Die waarde hebben. Het probleem met mensen die weliswaar hoogopgeleid zijn (in een bepaald segment, of vak) is dat er weinig verrassende gedachtes opkomen als je niet in staat bent verbindingen te leggen tussen op zich losstaande 'zaken' van buiten jouw 'domein'. De Bulgaars-Amerikaanse Maria Popova (van de website Brain pickings) bepleit dat ieder van ons probeert zo veel mogelijk legostenen te verzamelen. Figuurlijk gesproken. Probeer zo veel mogelijk 'dingen' op te pikken. 'Dingen' waar je op het eerste gezicht niets aan hebt. Sterker: aan de meeste opgedane fragmenten heb je waarschijnlijk niets in je leven. Maar. Maar... heel af en toe komt als het nodig is, zomaar (vanzelf) ogenschijnlijk uit het niets een oude legosteen bovendrijven. Die je koppelt aan 'iets' waar je mee bezig bent. Wat je moet oplossen. Wilt oplossen. Of, dat gebeurt ook wel eens, soms krijg je 'zomaar' een idee en begrijp je niet waar het vandaan komt.

Voor alle duidelijkheid. Opzoeken is prima. Niets mis mee. Je hoeft niet alles te 'weten', maar als je in je leven weinig 'zinloze' weetjes hebt opgedaan kun je weinig verbindingen maken.

Wat heeft dit met de bibliotheek te maken?
In Nederland lopen veel mensen rond die denken dat een bibliotheek vooral zinvol is voor kinderen en jongeren. Volwassenen zijn 'klaar'. Die redden zichzelf wel. Weten wat ze willen. Deels klopt dit ook wel. Maar aan de andere kant zou elke volwassene zich zelf moeten voorhouden dat het zéér zinvol is om (liefst regelmatig, structureel) kennis te nemen van nieuwe, andere, soms 'rare' legostenen. Bijna drie jaar geleden hield een Amerikaan daar een mooi pleidooi voor.

Filter bubble
Eli Pariser sprak in maart 2011 tijdens een TED-talk over zijn boek The Filter Bubble : about how personalized search might be narrowing our worldview. Hoe ieder van ons omringd wordt door een filter bubbel. Die bubbel hadden we allemaal (ook) al voor de komst van internet. Om als mens te kunnen functioneren dien je alle op je afkomende informatie te filteren. Het is onmogelijk om alle brokjes info tot je te laten doordringen. Je móet selecteren.

Kern van het verhaal van Eli Pariser is dat we allen als mens geneigd zijn om informatie die ons welgevallig is (ons bevestigd in onze kijk op de werkelijkheid) gemakkelijk 'door te laten' en alles wat onze redelijk vastliggende visie op de werkelijkheid in twijfel trekt te negeren of minder op te slaan. Menselijk. Heel menselijk. Maar wel gevaarlijk. Door de komst van internet en met name door de komst van toepassingen als Google, Facebook, Twitter en andere sociale media worden we - mits we ons daar niet bewust van zijn - meer en meer opgesloten in onze filter bubbel. Google presenteert op basis van ons zoekgedrag bepaalde 'antwoorden' en andere niet. Pariser noemt het jezelf abonneren op een krant waarin alleen artikelen staan die jouw kijk op de samenleving onderschrijven, en alle kritische stukken die ons aan het twijfel zouden kunnen brengen weglaat.

Ontplooiingsfonds
In oktober 2013 voegde de econoom Henk van Tuinen zonder het te weten een element aan dit debat toe. Tot nu is zijn boek Ons land kan menselijker : naar een economie die de samenleving verbetert in de media volstrekt genegeerd. Een mogelijke reden is dat hij zich zeer kritisch uitlaat over 'de media'. Centrale stelling is dat we in het Westen onze uitbundige levensstijl zullen moeten inbinden. De aarde trekt het niet meer; zeker niet als ze in China, India, Brazilië en binnenkort Afrika vrolijk mee gaan doen.
In dit dunne boekje trekt hij de conclusie dat we in het Westen in 'de val' zijn gelopen om steeds maar meer te gaan consumeren. Producten en diensten die feitelijk niet veel toevoegen aan een 'gelukkig leven'. Henk van Tuinen schreef de Nederlandse tegenhanger van Hoeveel is genoeg? van vader en zoon Skidelsky. Maar hij doe het op zijn manier. Zeer lezenswaardig (het is niet voor niets door De Bezige bij uitgegeven).
In tegenstelling tot de Skidelsky's en andere critici van onze huidig economisch model en samenleving komt hij met een voorstel om iets te veranderen. De oprichting van een Ontplooiingsfonds. Een onafhankelijk club. Vooral los van politiek en consumenten. Die aan personen, instellingen en organisaties geld geeft die met zinvolle plannen komen om tegenwicht te gaan bieden aan de almachtige, alom aanwezige reclame- en marketingbranche. Henk van Tuinen weet dat we in het Westen doorlopend worden bestookt met boodschappen om te blijven consumeren. Producten en diensten. Die we vaak niet nodig hebben. Een grotere auto. Een tweede huis. Een derde vakantie. Nog meer voedsel. Een 'macht' waar 500 miljard euro's in omgaat. Denk bijvoorbeeld aan een campagne om ons te overtuigen van het feit dat gewoon kraanwater net zo goed is als water uit een flesje met daarop een label (sorry: brand).

De bibliotheek als ontplooiings-machine
De oproep van sir Ken om creatief te zijn, de stenen van Maria Popova, de filter bubbel en het ontplooiingsfonds van Henk van Tuinen komen wat mij betreft samen in een Openbare Bibliotheek. Die samen met andere partners (zoals kranten, volksuniversiteiten, muziekscholen, musea) continue bezig is om haar bezoekers te verleiden kennis te nemen van 'andere' geluiden. Om eens een andere steen uit te proberen. Zich te informeren over 'dingen' die men niet kent.

Een Openbare Bibliotheek als plaats (vooral dát) waar iets gebeurt. Een workshop. Een cursus. Quiz. Tentoonstelling. Enquête. Debat. Een bibliotheek waar nog steeds veel (en uiteenlopende) boeken staan. Niet alleen de bestsellers. Kranten. Tijdschriften. Digitale databanken. Wifi gratis. Bibliothecarissen die 'iets' kunnen met de meest uiteenlopende vragen

Een plek waar je - liefst - zeven dagen per week terecht kunt. Waar koffie is. Goeie. Waar je kunt verblijven. Werken. Ontmoeten. Afspreken. Zwijgen. Praten. Lachen. Ontroerd raken. Kortom: een plek als het hart van een lokale gemeenschap. Waar iedereen binnen mag komen. Consumptie niet verplicht. Een inspirerende plek. Een bibliotheek die een verhaal vertelt. Of anderen (individuen, organisaties) een plek aanbiedt om hun verhaal te brengen.

Ik koop al mijn boeken zelf
Of:  - een eigentijdse variant - ik haal alle relevante boeken illegaal van het net. Dus waarom hebben we nog een bibliotheek nodig? Ik kan alles - tóch - binnen de muren van mijn huis halen. Of opslaan op mijn device. Waar! Helaas. Maar, deels waar!

Voor een groot deel is dit ook onzin. Iedereen die meent een bibliotheek niet nodig te hebben omdat er een boekhandel is, weet niet wat een moderne boekhandel is. Dat is - alweer helaas - een plek geworden waar nieuwe boeken gemiddeld twee maanden in de schappen staan. Is het boek dan niet 'aangeslagen' dan verdwijnt het uit de winkel en maakt plaats voor het nieuwste 'waan van de dag-boek'. Uiteraard kan elke boekhandel alles bestellen, maar iedereen die meent dat een boekhandel een plek is om je breed te oriënteren houdt zichzelf voor de gek.

Aan de andere kant heeft iedereen die op de tennisclub een usb-stick met 7 duizend illegale ebooks 'koopt' ook een probleem. Waar te beginnen? Welk boek is belangrijk, zinvol, leuk, interessant? Het is het verhaal van de supermarkt met 24 soorten jam. Dat aanbod verkoopt amper. Pas nadat de keuze is beperkt tot zes smaken trekt de vraag weer aan.

Ritme, discipline
Voor beiden (koper en downloader) geldt nog iets anders. Een waarheid als een koe, maar desalniettemin wél waar. Een boek (gekocht, geleend, legaal of niet) is geen gelezen boek. Lezen kost tijd. Helaas. Niet toevallig komt het woord discipline bovendrijven. Of ritme.
Het oude (uitleen)model van de openbare bibliotheek had een disciplinerende werking. Leden mogen per keer een x-aantal boeken lenen. Voor drie weken. Bij de Noord Oost Brabantse Bibliotheken sinds enige jaren vier weken. Daarna moet het boek teruggebracht worden of er wordt boete berekend. Dat disciplineert om meerdere redenen. Je moet het boek binnen 3 of 4 weken uitlezen; dus lees je regelmatig. Je wilt de boete ontlopen dus breng je het op tijd terug. En door dat te doen ontstaat er een ritme in je leven: om de 3 of 4 weken ga ja naar de bieb. Zoekt boeken uit. Leest kranten en tijdschriften. Bezoekt de tentoonstelling. Blijf je jezelf ontwikkelen. Mensen en gadgets helpen je daarbij. Marli Huijer spreekt er in januari 2014 over.

Met zeven duizend boeken op je e-reader hoef je nooit meer naar de bieb. Je kunt tot aan je dood vooruit. Vooruitgang! Hoera! Maar het moet wel allemaal uit je zelf komen. De discipline om de eerste duizend te gaan lezen. Allemaal waar, maar ook weer niet toevallig komt op dit moment de naam van de Belgische hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe bovendrijven. Die in 2012 een zeer kritisch boek schreef over onze neoliberale samenleving. Op de vraag van Wim Brands (van het tv-boekenprogramma) wat het grootste probleem van onze tijd is gaf hij als antwoord: eenzaamheid. We hebben circa 1,5 miljoen eenzame mensen en veel organisaties, instellingen, bedrijven en overheidsorganen zijn volop bezig dit aantal omhoog te duwen.

De ideale bibliotheek
Is nog steeds een plek. Waar mensen uit een gemeenschap naar toe kunnen gaan. Waar ze andere mensen ontmoeten. Punt.
Consumpties niet verplicht. Een plek met een breed, verrassend aanbod. Boeken. Kranten. Tijdschriften. Databanken. Tentoonstellingen. Activiteiten. Een plek waar je alleen kunt werken, studeren. Maar ook een plek waar je samen kunt werken, overleggen, vergaderen, bespreken, ontmoeten. Een plek die liefst zeven dagen in de week open is. Met goede koffie. En thee. Niet té luxe. Geen grand café waar het belangrijkste is om gezien te worden. Nee, een Openbare Bibliotheek is een plek waar je gezien wil worden omdat je daarmee het signaal afgeeft dat je aan jezelf werkt. Blijft werken. Je op zoek bent naar verrassende nieuwe legostenen. Die je misschien in je leven of baan zou kunnen gebruiken. Niet als doel op zich (dat verzamelen van zoveel mogelijk steentjes), maar omdat je WEET dat elk breed georiënteerd mens beter in zijn of haar vel zit. Prettiger leeft. Zich minder laat leiden door anderen. Kortom een plek voor burgers die weten dat onze samenleving alleen kan én zal overleven als die doorlopend in zichzelf blijven investeren. En weten dat - ondanks al het internet-hosanna-'gedoe' - lezen helpt.

De medewerkers van de bibliotheek
Zoals in het begin van dit (wederom lange) artikel al werd gezegd is de openbare bibliotheek bezig met het jaarthema van de Noord Oost Brabantse Bibliotheken: Oefenen voor een andere tijd.
We proberen van alles uit. En zijn  nog veel meer van plan.
Ondanks die constatering is er ook veel hetzelfde gebleven. Mieske van Eck refereert in haar artikel (Boek en bieb wankelen: oude idealen in de knel) aan een oud woord: volksverheffing.

Dat is terecht. Een 'moderne' bibliotheek is daar nog steeds mee bezig en mensen die in een bibliotheek werken vervullen daartoe een vijftal rollen. Die door elkaar heen lopen. We zijn om te beginnen producer (we laten 'iets' tot stand komen; denken er bewust over na), soms impresario (die een spreker of een tentoonstelling of leraar 'binnenvliegen'), regelmatig leraar (die 'iets' aan een groepje uitlegt), om de haverklap ook conciërge (die koffie zetten, een beamer aansluiten, kaartjes verkopen), maar bovenal en doorlopend zijn we verbinder.

Verbinders
Een Openbare Bibliotheek is een plek waar verbindingen gelegd worden. Tot stand komen. Tussen ideeën en mensen.Waar nieuwe dingen tot stand kunnen komen. Een plek die in een samenleving die zichzelf als creatief ziet moet blijven bestaan. Sterker: waar nog meer in zou moeten worden geïnvesteerd. Elke gemeenschap verdient er een. En niet alleen om kinderen van de basisschool te leren lezen. Of laaggeletterden digitaal vaardig te maken. Nee, elke burger van zo'n creatieve samenleving zal zich doorlopend moeten blijven ontwikkelen. Dat kan alleen, lekker met al je digitale devices in je eigen 'hol', maar een mens is en blijft een sociaal dier. Laat de openbare bibliotheek zo'n plek blijven. Wees als burgers blij dat jouw woonplaats zo'n relatief dure instelling overeind houdt. En maak er gebruik van. In de 'moderne' bieb komen beide 'stellingen' samen: boeken én koffie. Maar bovenal: verbinding. Oh ja, en - als het moet - BYOD.

(2 december 2013)
Hans van Duijnhoven

Homepage Achtergrondartikelen


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen