donderdag 26 juni 2014

Eddy van Tilt

De schaduw van de Verlichting : de westerse worsteling met welzijn
Pelckmans / Klement 2014, 404 pagina's - € 24,50

Korte beschrijving
Eddy Van Tilt is al een leven lang verbonden als psycholoog-begeleider aan Oikonde, een pleegzorg-instelling in Leuven voor mensen met een handicap. In dit boek plaatst hij zijn persoonlijke betrokkenheid in een breed cultuurfilosofisch kader. Grote boosdoener is het rationalisme van de Verlichting, een stroming die alleen maar oog heeft voor wat meetbaar is en maakbaar, voor wat wij kunnen hebben en beheersen. Van Tilt pleit voor een relationisme, dat oog heeft niet voor welvaart maar voor welzijn, voor empathie, voor bewogenheid en afhankelijkheid. Zijn visie is niet nieuw, hij heeft haar bijeen gelezen. Daar is niets op tegen, ware het niet dat hij een op zich waardevolle inhoud verpakt in honderden bladzijden gedreven taal vol herhalingen en zijsporen waarin ook de volhardende lezer de draad regelmatig kwijtraakt. Een literatuurlijst en een index ontbreken.

Fragment uit 1. De woelige weg naar welzijn en geluk
Wat is nu de tussentijdse moraal van dit verhaal?
 Door de cultuur systematisch buiten beeld te houden - 'omdat daar toch niks aan te doen is' of om duizend andere redenen - en door de verleidelijkheid om mentale en maatschappelijke problemen te technologiseren en zo een schijn van beheersbaarheid mee te geven, kan een dramatische vorm van kennis- en handelingsreductie ontstaan, die heel verleidelijk is, maar die de kennis en (dus) de westerse samenlevingen kwalijke slagen kan toebrengen, terwijl de reductie juist pretendeert de menselijke en maatschappelijke problemen beter te managen.

() De kracht van de moderniteit is haar grootste kop-zorg aan het worden, zo lijkt het. Voor alles leek wel een oplossing mogelijk, die we puur met ons verstand konden bedenken. Ook voor problemen van immateriële, relationele aard, die zich daar veel minder toe lenen en niet zelden pas met een exclusief rationale benadering echt problematisch worden. (pagina 83)

Fragment uit column Carel Peeters (VN 20 juni 2014)
Te veel vrijheid heeft geleid tot te veel 'mijheid', stelt de Vlaamse psycholoog Eddy Van Tilt. We moeten socialer worden, van rationalisme naar relationisme. 'Mensen kunnen alleen overleven en gelukkig worden door hun afhankelijkheid te koesteren.'

De westerse wereld, zo luidt Van Tilts klacht, is sinds de zeventiende eeuw door de invloed van Descartes in de ban van het rationalisme. Dat heeft tot veel moois geleid, geeft hij toe, maar is uit de hand gelopen, en nu zitten we met een verweesde samenleving waarin mensen langs elkaar heen leven. In de westerse cultuur werd geleefd volgens de egoïstische ideeën over de menselijke natuur van Thomas Hobbes. Het rationalisme heeft, afgezien van het wetenschappelijke wereldbeeld, geleid tot een verlangen naar totale beheersbaarheid, naar de maakbare samenleving, naar het dogma van de vooruitgang, naar het consumentisme en naar de neoliberale hebzucht. Van Tilt citeert Hans Jonas om dit samen te vatten: ‘So much power, so little wisdom.’
Mensen moeten elkaar helpen en bij elkaar schuilen om staande te blijven in deze, wat Van Tilt noemt, ‘grave new world’, Mensen moeten elkaar helpen en bij elkaar schuilen om staande te blijven in deze, wat Van Tilt noemt, ‘grave new world’.

Ook al zit er veel redelijks in, dit is niet bepaald een nieuwe diagnose van de westerse cultuur. We vinden hem in variaties bij Martha Nussbaum, Richard Sennett, Antonio Damasio, Frans de Waal, John Gray, Emmanuel Levinas, Ulrich Beck, Stephen Toulmin en Hans Achterhuis, allemaal schrijvers van wie Van Tilt ideeën gebruikt. Hij onderbouwt daarmee zijn these dat de westerse ratio moet veranderen in relatio: er moet een verandering optreden van rationalisme naar relationisme. Het ‘ego’ moet een ’socius’ worden, een sociaal wezen.

Dat moet gebeuren middels ‘een ingrijpende culturele transitie’ en een ‘herdefiniëring van de menselijke natuur’, waarbij het egoïsme van Hobbes wordt vervangen door ‘emotie en empathie, bewogenheid en betrokkenheid’. Hieruit, en niet uit egoïsme en autonomie, bestaat ‘de grondaard van het beestje’. Mensen kunnen volgens Van Tilt alleen overleven en gelukkig worden door hun ‘afhankelijkheid te koesteren’. De mens moet niet meer bij zichzelf naar binnen kijken, maar naar buiten, hij moet aan ‘outrospectie’ gaan doen. Bij deze litanie hoort ook dat Van Tilt het betreurt dat het westen ‘geen groot verhaal’ meer heeft waar mensen ‘hoop en perspectief uit kunnen puren’.

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen