woensdag 6 augustus 2014

Ha-Joon Chang

Economie : de gebruiksaanwijzing
Nieuw Amsterdam 2014, 384 pagina's - € 24.95

Oorspronkelijke titel: Economics : the user's guide (2014)

Wikipedia: Ha-Joon Chang (1963) en zijn website

Artikel: Ha-Joon Chang: 'Economie, de gebruiksaanwijzing' (De Morgen 10 juni 2014)
Enkele citaten uit dit artikel:
Chang haalt de ene na de andere economische mythe onderuit. De geavanceerde kapitalistische economieën groeiden het felst tijdens de topjaren 1950-1970 van overheidsregulatie en hoge belastingen. De stadstaat Singapore wordt in de media voortdurend voorgesteld als een succes van de vrije markt. De economische activiteit is er echter grotendeels in handen van de overheid. Zowat alle bouwgronden zijn eigendom van de staat. 85 procent van de bouwsector is sociale woningbouw, 22 procent van de volledige productie gebeurt door overheidsbedrijven.
Groot-Brittannië en de VS zouden het pad hebben geëffend voor de vrije markt, door met groot succes het voorbeeld te geven. Chang maakt er brandhout van. 'This could not be further from the truth'. Tot 1860 werd de Britse economie volledig door de overheid gestuurd. Pas toen het land de markt volledig domineerde, verklaarde het zich voorstander van de 'open seas'. De VS was extreem protectionistisch, tot aan de Tweede Wereldoorlog waren de importtarieven hoger in de VS dan in Duitsland, Frankrijk, Japan.
Zo waren de eerste liberalen fervente anti-democraten, niet iedereen was volgens hen burgerrechten waard. Arme mensen mochten niet stemmen, want ze zouden politici verkiezen die hen – de rijken – zouden onteigenen. Chang ziet die lijn vandaag doorgetrokken in het neoliberalisme. Neoliberalen zijn niet openlijk tegen democratie, maar wel gul bereid democratie in te leveren als dat het privé-eigendom en de vrije markt bevoordeelt.
Fragment uit het Nawoord - wat nu?
Je moet bereid zijn om beweringen van economen (ja, daar ben ik er ook een van) in twijfel te trekken. Ze hebben niet het monopolie op de waarheid, ook niet als het om economische zaken gaat (laat staan wanneer het om 'alles' gaat). Om te beginnen zijn ze het vaak onderling al niet eens. Hun opvattingen kunnen op een bepaalde manier bekrompen en verkeerd zijn - net als alle andere beroepsgroepen hebben economen ook last van beroepsdeformatie. Niet-economen kunnen best een goed onderbouwd onderdeel over economische kwesties hebben als ze enige kennis hebben van de belangrijkste economische theorieën en in staat zijn onderliggende politieke, ethische en economische aannames op waarde te schatten. Soms is hun oordeel zelfs beter dan dat van economen omdat zij een grotere realiteitszin en een bredere kijk hebben. De economie is te belangrijk om aan economen over te laten.
  Ik wil nog een stap verder gaan en zeggen dat de bereidheid om beweringen van economen - en andere experts - in twijfel te trekken, een hoeksteen van de democratie zou moeten zijn. Want als je erover nadenkt, wat is dan de zin van democratie als we alleen maar naar experts hoeven te luisteren? Als we niet willen dat onze samenleving wordt bestuurd door een stel zelfbenoemde experts, moeten we allemaal iets van economie afweten en economen durven aanvechten. (pagina 353-354)

Youtube: Ha-Joon Chang on economics (21:16) (mei 2014) (7.745 views op 6-8-2014)



Terug naar Overzicht alle titels

1 opmerking:

  1. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen