maandag 18 augustus 2014

Pieter Hilhorst & Jos van der Lans

Sociaal doe-het-zelven : de idealen en de politieke praktijk
Atlas Contact 2013, 187 pagina's - € 17,95

Wikipedia: Pieter Hilhorst (1966) en Jos van der Lans (1954)

Korte beschrijving
Een pleidooi voor meer ruimte voor initiatieven van burgers over een eigen aanpak van problemen, zowel persoonlijk als in hun woonomgeving. In de praktijk blijkt dat regelgeving van de overheid een praktische en soms goedkopere oplossing in de weg staat, wat schrijnende voorbeelden oplevert. Toen het boek bijna klaar was, werd Pieter Hilhorst, één van de auteurs, opvolger van de Amsterdamse wethouder Asscher. Het boek veranderde daardoor van betekenis. Daarom is het tweede deel toegevoegd waarin Hilhorst wordt ondervraagd door mede-auteur Jos van der Lans. Daaruit komen zeven motto's voort: meer wisselwerking tussen overheid en burger; de overheid moet zich niet terugtrekken uit het oogpunt van bezuiniging ('schraapzucht'), maar om burgers meer zeggenschap te geven. De overheid blijft belangrijk, want 'doe-het-zelven' is geen alternatief voor de verzorgingsstaat. Een inspirerend boek voor zowel 'doeners' als bestuurders.

Fragment uit Helpende buurmannen en kwetsbare burgers
Er zijn historici, en niet de minsten, die de eerste decennia van de vorige eeuw zien als de energiekste en enerverendste van de twintigste eeuw. Het was een periode waarin de samenleving zinderde van de verandering. De arbeidersbeweging stond op het punt om door te breken naar de macht. Er gloorde een nieuwe dageraad en velen werden erdoor aangetrokken. In alle hoeken en gaten van het land kwamen mensen bij elkaar om zich samen sterk te maken. Nieuwe sociale wetgeving stimuleerde mensen om woningbouwverenigingen op te richten die fatsoenlijke huisvesting mogelijk moesten maken. Boeren zochten elkaar op om zich onderling te verzekeren tegen het noodlot of geld bijeen te brengen om gezamenlijke investeringen te doen. Ze organiseerden zich in zuivelcoöperaties om hun producten beter aan de man te kunnen brengen. Artsen, notabelen en andere welgestelde burgers namen het initiatief om ziekenfondsen op te richten en stonden aan de wieg van gezondheidsvoorzieningen.
Het was een tijd van energieke verbindingen.

()Het bijzondere is dat ons tijdperk, de jaren nul en tien van de eenentwintigste eeuw, in menig opzicht herinneringen oproept aan die energieke periode van honderd jaar geleden. Natuurlijk, de omstandigheden zijn totaal anders, de welvaart is met sprongen vooruitgegaan, de bestaanszekerheid is op een ongekend niveau gebracht. Toch zien we opnieuw een groeiende groep burgers elkaar opzoeken om het heft in eigen hand te nemen, om initiatieven te nemen op sociaal terrein, om elkaar van dienst te zijn, om nieuwe samenwerkingsvormen tot stand te brengen.
  In onze tijd is het niet zozeer de armoede die mensen tot collectieve inspanningen aanzet, maar eerder ergernis over het tekortschieten van de bestaande instituties en overheden. Het is ergernis over de verwording van organisaties waar gedreven burgers een eeuw geleden de hand voor in elkaar sloegen. Mensen zien ziekenhuizen, verzekeringsmaatschappijen, woningcorporaties, welzijnsorganisaties en zorginstellingen al lang niet meer als iets wat ze zelf van de grond getild hebben. Die organisaties gedragen zich niet meer als zodanig. Ze manifesteren zich als modern geleide dienstverleningsbedrijven en zien burgers vooral als klanten. () De publieke sector is () verweesd. (pagina 158-159)


Youtube: TPO Talkshow: Pieter Hilhorst (35:12)



Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen