dinsdag 26 januari 2016

Paul Frissen 2


Het geheim van de laatste staat : kritiek van de transparantie
Boom 2016, 272 pagina's - € 22,50

Wikipedia: Paul Frissen (1955)

Korte beschrijving
De moderne burger eist transparantie van de staat, opdat het overheidsbeleid democratisch kan worden gecontroleerd. Tegelijkertijd wenst de burger bescherming van de eigen geheimen (privacy). Deze spanning tussen geheimhouding en openheid staat centraal in dit boek van de bestuurskundige Frissen. Hij stelt de politiek-filosofische vraag naar de betekenis van staatsgeheimen in het functioneren van de staat en de betekenis van die geheimen voor de vrijheid van de burger: juist om de burger en diens recht op geheimen te beschermen, heeft de staat geheimen en geheimhouding nodig. Het betoog is gebaseerd op – en veronderstelt tot op zekere hoogte kennis van – klassieke en moderne politiek-filosofische inzichten. Ter ondersteuning van het betoog wordt ook gerefereerd aan literaire werken, in het bijzonder Dave Eggers' 'De cirkel'. Daarnaast heeft Frissen gesprekken gevoerd met 'geheimhouders': medewerkers van en toezichthouders op de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Tekst op website uitgever
In dit spraakmakende boek formuleert Paul Frissen een fundamentele kritiek op het verlangen naar transparantie. Het geheim van de laatste staat is bedoeld voor iedereen die voorbij het transparantiedenken wil reflecteren op wat de staat nodig heeft om onze vrijheid te beschermen.

De vrijheid van de burger berust op zijn fundamentele recht op geheimen. Van de staat verwacht de burger transparantie. Om de vrijheid van de burger te beschermen heeft echter ook de staat geheimen nodig. Over deze politiek-filosofische paradox gaat Het geheim van de laatste staat. Paul Frissen formuleert een cultuurkritische beschouwing van het verlangen naar transparantie dat teruggaat tot de klassieke oudheid en in de moderniteit zijn hoogtepunt vindt. In scherpe analyses laat hij zien hoe afschuwwekkend de totale transparantie is.

Voor een ‘kleine antropologie van het staatsgeheim’ heeft de auteur gesprekken gevoerd met (voormalige) medewerkers van geheime diensten en andere betrokkenen uit het domein van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Geheimen en geheimhouding blijken onmisbaar voor de burger én voor de staat. Als de macht van de staat wordt bedreigd door duistere krachten in het verborgene is ook de vrijheid van de burger in gevaar. De staat moet zich kunnen wapenen tegen bedreiging van rechtstaat en democratie.

‘Paul Frissen laat overtuigend zien dat in de verhouding tussen overheid en burger een precaire balans vereist is tussen geheimhouding en transparantie, om een optimaal gevoel van veiligheid bij burgers te creëren. Zijn boek nodigt uit tot nadenken over de vraag waar de grenzen liggen voor de eisen van transparantie aan de zijde van zowel de staat als zijn onderdanen.’ – Bob de Graaff, hoogleraar inlichtingen en veiligheid aan de Nederlandse Defensie Academie en de Universiteit Utrecht

Fragment uit Het geheim van de laatste staat:
‘De spion is cultuurhistorisch een ambigu personage: soms een functionaris die een schimmig metier uitoefent gebaseerd op verraad, soms een laatste – of misschien beter: eerste – bastion tegen ondermijning van de democratische rechtsorde, soms een held uit de film noir. De regenjas symboliseert zowel dat heldendom als zijn tragiek: buiten de film mag hij nooit in de openbaarheid treden, hoe heldhaftig de operatie ook is. De cultuur van geheimhouding is voor een geheime dienst functioneel, maar kan altijd ontaarden in een cultus van geheimzinnigheid.

Daarin zien we een opmerkelijke overeenkomst met de zucht naar transparantie. Deze kan net zo pervers en gevaarlijk zijn als een ongebreidelde snuffeldrang – ‘stofzuigen’ – van geheime diensten. Het verlangen naar transparantie heeft eveneens totalitaire kanten.’

Fragment uit 6. De zucht naar transparantieTransparantiezucht is een kenmerk van van de postmoderne mediasamenleving. Het lijkt alsof iedereen object én subject tegelijk is van intelligence. Iedereen spioneert en wordt bespioneerd. Daarachter gaat vaak een wereldbeeld schuil waarin transparantie de poort is naar een betere wereld. Transparantie maakt immers machtsongelijkheid zichtbaar en zal uiteindelijk laten verdwijnen. In de betere wereld is de staat echter zelden een laatste staat, die wordt begrensd door rechtstatelijkheid en democratie.In de betere wereld van welke utopie dan ook is de staat totaal geworden, hij is overal. Hij weet immers dat de betere wereld altijd botst met het subversieve verlangen naar vrijheid. Dystopische romans zijn de treffende literaire verbeelding van die totalitaire onvermijdelijkheid. De totale staat kan geen laatste staat zijn.
  De Assanges en Snowdons van deze wereld lijken in hun transparantiezucht maar al te zeer op de machthebbers die ze willen bestrijden door hun recht op geheimen niet alleen te betwisten, maar ook effectief te ondermijnen. Echter:

 Im Zeitalter der globalen Kommunikation ist jedes Geheimnis im Gefahr, Geheimnis der Regierungen, Geheimnis der Banken, Geheimnis des Forschers, Geheimnis der Privatperson, Geheimnis der Geheimdienste. Aber die Menge oder Masse der geheimen Dinge vermehr sich zugleich in unvorstellbaren Ausmaß.


Boeken met Wim Brands
Op zondag 24 januari 2016 sprak Paul Frissen met Wim Brands over dit boek (40 minuten)

Lees ook: De fatale staat : over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek (2013)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen