maandag 21 maart 2016

Ewald Vanvugt

Roofstaat : wat iedere Nederlander moet weten
Nijgh & Van Ditmar 2016, 856 pagina's - € 39,99

Wikipedia: Ewald Vanvugt (1943)

Korte beschrijving
In 2002 schreef publicist Ewald Vanvugt een zwartboek met negatieve aspecten van het gedrag van Nederlanders overzee (vanaf de zestiende eeuw). Het ging om zeeroof, verkrachting, brandschatting, opiumhandel, slavernij etc. Net als de Engelsen en Fransen traden Nederlanders vaak hard op. Vanvugt ergerde zich eraan dat figuren als J.P. Coen, P. Heyn en M. de Ruyter nog steeds op een voetstuk staan en onze musea veel kunstschatten uit Azië en Afrika bevatten. Bij hem geen positieve kijk op kolonialisme. In 2011 verscheen een sterk aangevulde tweede druk, op basis van nieuwe research. Nu ligt er een even dikke derde druk, waarvan de titel is ontleend aan Multatuli, met nog meer voorbeelden van wreed gedrag van Nederland overzee. Deze editie is net als de vorige bedoeld als naslagwerk, waaruit iedereen die kritisch staat tegenover het kolonialisme wel argumenten en feiten kan opdiepen. Het vertoont weinig samenhang, maar is beter verzorgd en rijker geïllustreerd dan de vorige editie. Vanvugt vindt dat zwarte kanten van ons verleden nog steeds worden verdoezeld, al is er een kentering merkbaar..

Korte beschrijving op website uitgever
Roofstaat. Wat iedere Nederlander moet weten behelst de geschiedenis van Nederland in twaalf hoofdstukken. Van de roof- en kruistochten in de middeleeuwen tot de massa-executies in voormalig Nederlandsch-Indië ruim zestig jaar geleden.Wat begon als een essay in de Playboy midden jaren tachtig is uitgegroeid tot hét standaardwerk over de gruweldaden van Nederland door de jaren heen.

- over de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)
- de West-Indische Compagnie (WIC)
- de eeuwen van kaapvaart en piraterij
- de massale mensenhandel in de Oost en de West
- Pax Neerlandica en de vele Nederlandse aanvalsoorlogen
- de staatsinkomsten uit opium in Nederlandsch-Indië
- het geroofde exotische cultuurgoed in de rijksmusea
- het opiumfortuin van het Nederlandse koningshuis

Fragment uit 5. Mensenhandel in de Oost en de West: 1683- 1745
Uit: Willem Bosman, mensenhandelaar in Afrika en Amerika

Willem Bosman, zelf handelaar, deed in zijn boek Nauwkeurige Beschryving van de Guinese Goud- Tand en Slavekust (1704) omstandig verslag van de slavenbranche. Kort voor de verkoop lieten de handelaren de gevangen mannen en vrouwen uit de gevangenis halen en op een plein uitstallen. De 'chirurgyns' bezichtigden en betastten de koopwaar 'tot het allerdeminste lid dat zij aan hun lichaam hebben'.  Wie naar schatting ouder was dan 35 jaar, aan armen of benen was verminkt of andere lichaamsgebreken vertoonde, werd afgekeurd. Ook 'die een tand kwijt is, of grijze haren of vliezen op zijn ogen heeft, en allen die met Venusziekte waren besmet en vele kwalen meer' werden als zogenaamde Gebrekkigen of Macrons afgewezen. In de boekhouding van de WIC heetten de goedgekeurde slaven pieces de India, ook piezas of stucken. Na afhandeling van de koop noteerde een WIC-bediende in een register het aantal stuks en de naam van de leverancier.
  Inmiddels was het brandijzer met het wapen van de edele WIC in het vuur gelegd. Elke goedgekeurde slaaf kreeg, net als de kisten en tonnen van de Compagnie, het logo van de onderneming ingeschroeid, meestal op de borst. Dit gebeurde, legde Bosman uit, 'opdat wij de slaven van de Engelsen, de Fransen en anderen die in dezelfde gevangenis zitten, kunnen onderscheiden, die hun eigen tekens hebben'. Ook gebeurde het merken 'opdat de handelaren onze goede slaven niet tegen andere slechte konden verruilen'. De schrijver vermoedde dat zijn onbereisde landgenoten deze handelingen 'wat wreed en half barbaars' zullen vinden. Daarom schreef hij: 'Wij dragen zoveel mogelijk zorgen dat ze niet te hard wordne gebrand, voornamelijk de vrouwlieden die toch altijd wat teerder uitvallen'. Bosmans aandacht voor het 'niet te hard brandmerken' bewijst dat hij een gevoelig man moet zijn geweest.  (pagina 302-303)

De Wereld Draait Door, donderdag 5 mei 2016
Op deze Bevrijdingsdag had Matthijs van Nieuwkerk twee gasten: Adriaan van Dis en Geert Mak. Twee heren die zich uitspraken over Europa, een continent in verwarring. Aan het eind van deze uitzending hielden beiden een warm pleidooi voor een bepaald boek dat inzicht biedt in Europa en haar problemen. Adriaan van Dis sprak uitvoerig én warm over het boek van Ewald Vanvugt. Bedoeld voor alle Nederlanders die denken dat we hier - in Nederland - zo rijk en welvarend zijn geworden door hard werken, onze 'Verlichting' et cetera. Vanvugt laat zien dat er een heel andere verklaring is: onze voorvaderen hebben tot zeer recent aan toe over de hele wereld een groot deel van onze welvaart geroofd. Een heel andere VOC-mentaliteit als ex-premier Jan-Peter Balkenende in 2006 bedoelde. Klik hier voor de website van de DWDD
Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen