zaterdag 17 september 2016

René Gude

Het agoramodel : de wereld is eenvoudiger dan je denkt
ISVW Uitgevers 2016, 125 pagina's - € 12,50

Wikipedia: René Gude (1957-2015)

Korte beschrijving
Toen de ‘Filosoof des Vaderlands’ René Gude in 2015 overleed, werkte hij nog altijd aan wat zijn hoofdwerk had moeten worden: 'Het agoramodel'. Aangezien hij uiteindelijk zelf niet meer in staat was om het te voltooien, hebben Florian Jacobs, Erno Eskens en Peter Henk Steenhuis de taak op zich genomen om Gudes model verder uit te werken op basis van bestaande teksten en vooral op basis van gesprekken met Gude zelf. Het agoramodel biedt niet alleen een eenvoudig overzicht van ons sociale bestaan, maar bovenal een visie op de samenleving. Gude deelt ons sociale leven in een aantal ‘levenssferen’ in: privé, privaat, publiek en politiek, welke min of meer corresponderen met ‘trainingssferen’: religie, sport, kunst en filosofie. Dit boek laat op informele wijze, door middel van een gespreksvorm, Gude zelf aan het woord over zijn model, dat het collectief nieuw elan wil geven boven individualisme en dat zingeving en Bildung (met name in het onderwijs) opnieuw op de agenda wil zetten. Publieksfilosofie op zijn best: leesbaar en tot (zelf)reflectie aanzettend. En boeiend tot de laatste letter.

Tekst op website uitgever
De wereld is complex, maar zit toch eenvoudiger in elkaar dan je denkt. Want welke weg je ook neemt in het leven, je belandt toch altijd weer in dezelfde soorten gebouwen. We leven in privéhuizen, werken in private gebouwen, organiseren onszelf rond publieke gebouwen en besturen de samenleving vanuit politieke gebouwen. Om het leven in deze vier levenssferen goed te laten verlopen, trainen we ons in vier trainingsgebouwen: de tempel, de sportschool, het museum en de academie.


Fragment uit 1.; Hoe het leven ingewikkeld werd
Vraag: Als individu zijn we te beperkt om de problemen op te lossen, zeg je. Maar meerdere individuen samen lukt het wel.
Gude: Ja, dat denk ik. Het probleem is namelijk dat we de vier trainingsprogramma's die we hebben - religie, sport, kunst en filosofie - te individualistisch inzetten. Dat leidt tot de Wet van Schnabel: met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. In plaats van deze programma's of technieken te gebruiken voor het permanent revitaliseren van de collectieven die we vormen - onze gezinnen, bedrijven, verenigingen en politieke eenheden - hebben we ze gereduceerd tot individuele fitnessprogramma's. Daarmee doen we deze trainingsprogramma's tekort.
  We hebben halverwege de vorige eeuw radicaal gebroken met het fenomeen 'collectiefvorming'. De ontsporing van rechtse en linkse totalitaire collectieven heeft ertoe geleid dat we collectiefvorming tot nader orde hebben opgeschort. In de tweede helft van de 20e eeuw is de aandacht geleidelijk van 'solidair' naar 'solitair' opgeschoven. Vanaf 1980 kwamen vrijheid en individuele ontplooiing in plaats van de idealen gelijkheid en broederschap. Sindsdien zijn zingeving aan collectieven en collectief zingeven van de baan.
  In onze cultuur draait het inmiddels al dertig jaar om competitieve individuen die 'er zin in moeten hebben'. De heersende opvatting is dat een goede samenleving niet meer is dan een samenklontering van zoveel mogelijk excellerende individuen. Het probleem daarmee is, dat bij een zo individualistisch mensbeeld iedereen de taal voor gemeenschappelijke doelen, belangen en verantwoordelijkheden verleert. Problemen worden dan gereduceerd tot particuliere doelen, belangen en verantwoordelijkheden.

Vraag: Dus dat individualisme moeten we afzwakken?
Gude: Wat we nodig hebben is wat de Duitsers een Lagebesprechung noemen. Dat is een fundamenteel gesprek over wat het betekent om mens te zijn. Zo'n gesprek is een beetje theoretisch. Het moet gevolgd worden door een Arbeitsgespräch, waarin het gaat over de vraag wat we in de praktijk gaan doen. Individualisme zal dan een zeer minimalistische strategie blijken om een maatschappij te vormen. We moeten ook aan de slag met de samenstellende delen.
  Tegelijk moeten we het individu ook niet direct bij het vuilnis zetten. Laten we in onze gesprekken eerst kijken wat we al hebben, wat de moeite waard is, wat we willen behouden. Daar gaat het mij om. We hoeven niet alles opnieuw te bedenken. Ludwig Wittgenstein heeft dat mooi gezegd: 'Niets nieuws, alleen herordening van wat allang bekend is'. (pagina 32-34)

Fragment uit 2. Over de quadruplexiteit van ons bestaan

Vraag: Wat is vooruitgang in dit geval?
Gude: Vooruitgang is het vervangen van een gewoonte door een betere. (pagina 44)

Lees ook: .... En denken : Bildung voor leraren (uit 2012) (samengesteld door Gerard van Stralen en René Gude)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen