donderdag 22 december 2016

Damon Young 3

De goede lezer : filosoferen over literatuur
Ten Have 2016, 206 pagina's - € 20,00

Oorspronkelijke titel: The art of reading (2016)

Wikipedia: Damon Young (1975) en zijn website

Korte beschrijving
Uitgangspunt van dit sympathieke boek over lezen is dat door de grote nadruk op schrijven en schrijverschap het lezen niet de aandacht krijgt die het verdient. Lezen wordt algemeen beschouwd als een weinig bijzondere basisvaardigheid, terwijl de betekenis van boeken staat of valt met het verantwoord gebruik dat lezers maken van hun vrijheid. Geletterd zijn is een culturele uitvinding, kunnen lezen is een gave of kunst. In hoofdstukken die gaan over zijn eigen leeservaring laat Young zien dat het goed kunnen lezen nog het best is te vergelijken met het hebben van een deugd. Net als een deugdzaam mens beheerst een goede lezer de kunst het midden te houden tussen eerbied voor een tekst en een kritische houding, tussen opmerkzaamheid en goedgelovigheid, tussen opgaan en afstand nemen. Elk hoofdstuk thematiseert op deze manier een klassieke deugd, hetzij nieuwsgierigheid, trots, geduld, matigheid of rechtvaardigheid. Het boek dat mikt op de gemiddelde lezer, is vlot en zonder overbodig jargon geschreven.

Tekst op website uitgever
Met ‘De goede lezer’ stelt de Australische filosoof Damon Young niet de auteur maar de lezer zelf centraal. Want we worden niet als lezer geboren – integendeel: lezen is een kunst die we moeten leren. Maar waarom worden dan alleen auteurs geprezen om hun schrijfkunst en is er voor de lezer nauwelijks aandacht?

In ‘De goede lezer’ onderzoekt Damon Young de kunst van het lezen, en wel aan de hand van klassieke aristotelische deugden als nieuwsgierigheid, geduld, trots en matigheid.

Young put hiervoor rijkelijk uit de wereldliteratuur. Met evenveel plezier citeert hij Virginia Woolf, Martin Heidegger en Jorge Luis Borges als de Batman-strips, Winnie the Pooh en de avonturen van Sherlock Homes.

‘Damon Young weet als geen ander de filosofen en schrijvers die hij bespreekt tot leven te wekken.’ – DE MORGEN

Fragment uit Geduld
Verveling in Buckingham Palace

Het is theetijd. Hare Majesteit koningin Elizabeth II leest een roman. Om de zoveel tijd maakt ze een aantekening in potlood. Dan wordt de stilte verscheurd. 'Och, schiet toch eens op!' zegt ze. De koningin foetert het kamermeisje niet uit (al verontschuldigt die zich toch), maar Henry James, de grootmeester van de Victoriaanse fictie.
  Hte tafereel, uit de novelle De ongewone lezer van Alan Bennett, is deels zo geestig omdat Hare Majesteit zo bezig is met James. Bennets koningin is een matriarch zonder kouwe kak, grootgebracht door haar gepriviligieerde positie maar ook haar verplichtingen. Ze is geen lezer, niet iemand die zich thuis voelt in een wereld waar woorden heersen, maar waar men zich ook stil terugtrekt. Ze gaat haar literaire avontuur alleen aan omdat een van haar corgi's een bibliobus in is gevlucht. Gegeneerd leent de Engelse koningin een inmiddels flink gedateerde roman van Ivy Compton-Burnett. Die is wat oublollig, maar het boek dat ze vervolgens pakt, The Pursuit of Love van Nancy Mitford, is precies raak. Mitford staat bekend om haar lichte, sprankelende taalgebruik. 'Grinnikend raas je het boek door', schrijft Evelyn Waugh erover, 'zonder te merken dat het zo sterk in elkaar zit.' Bovendien heeft Mitford goede aristocratische connecties. De vorstin gaat helemaal op in het boek en stilaan trekt die merkwaardige, weelderige wereld van de kunst haar uit haar publieke rol van lintenknipster. Zoals Bennett de monarchie portertteert, gevangen tussen haar roeping en de wens te verkennen, is charmant en aandoenlijke tegelijk.
  Hare Majesteits uitval naar Henry James is meer dan een blijspelvariant op de tegenstelling tussen koninklijke en burgerlijke literatuurbeleving. Hij heeft een universele betekenis. Bennetts portret werkt op de lachspieren omdat haar haast ons zo vertrouwd is: het is deels het lot van de lezer te kermen bij een omslachtige zin of een opgerekt plot. (pagina 60-61)

Citaat uit een interview
Vraag: Lezen maakt van ons geen betere mensen?
DY: Nee, helaas. Het is wel verleidelijk om zo te denken, want dan zijn er naast ons lezers al die andere mensen die niet lazen en die op Trump stemmen en die nare racisten zijn en te veel fastfood eten. Dat zijn allemaal stereotypen waardoor wij ons beter voelen.
Er is een verband tussen lezen en het vermogen van mensen om zich een beeld te vormen van wat een ander denkt. Er is een verband tussen lezen en het vermogen om emoties bij anderen te herkennen. Dit is allemaal heel suggestief, maar het gaat steeds slechts om verbanden. Het kan ook zijn dat mensen die empathischer zijn, meer lezen. Mijn vermoeden is dat het er allemaal vanaf hangt hoe je leest. We weten van genoeg erudiete, verdorven geesten. () Dan werpen mensen misschien tegen: 'Ja, dan had je ze vóór het lezen moeten zien!'
Vraag: Een van de lezersdeugden die u onderscheidt is geduld. Kunt u mij adviseren? Ik ben op pagina 499 van de 928 van 'De Toverberg' van Thomas Mann. Moet je een boek altijd uitlezen?
DY: Soms moet je volhouden, soms niet. Soms denk je: het leven is hier te kort voor. En soms kunnen bepaalde boeken horen bij een andere periode in je leven. Als een boek je niet genoeg biedt, leg het dan weg. Wie weet komt het over een aantal jaar weer op je pad, als je een tijd gedwongen bedlegerig bent omdat je een rib hebt gebroken. Dan is 'De Toverberg' perfect!
(Lezen maakt je geen beter mens in Trouw, van woensdag 21 december 2016)

Lees ook van Damon Young: Filosoferen in de tuin (2014) en  Afgeleid : filosofie voor een vrijer leven (2014)

Terug naar Overzicht alle titels


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen