donderdag 21 december 2017

Antoon Vandevelde

Het geweld van geld : op zoek naar de economie van de economie
Lannoo Campus 2017, 288 pagina's  - € 19,99

Wikipedia: Antoon Vandevelde (1952)

Korte beschrijving
Een voortreffelijk overzicht van de hoofdthema's van de hedendaagse economische ethiek door auteur Antoon Vandevelde, die filosoof en econoom is. Zelfverrijking, fraude en corruptie domineren in een economisch bestel waarin het geldmotief en het streven naar eigenbelang de overhand weten te krijgen. Aan bod komen de positieve en bedenkelijke kanten van geld (eerste en tweede hoofdstuk), de moeizame en vluchtige samenwerking tussen actoren die uitsluitend handelen vanuit eigenbelang (derde hoofdstuk) en de gevende mens (vierde hoofdstuk). Daarna volgen drie hoofdstukken over de economische ethiek vanuit de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls. In het achtste en laatste hoofdstuk wordt alles samengevat en toegelicht aan de hand van een evenwichtige bespreking van het kapitalisme en het systeem van vrije markt. Erg goed geschreven, treffende casussen en altijd relevante literatuurverwijzingen. Zeer geschikt voor de algemeen geïnteresseerde lezer maar ook voor de deskundige. Een zaken- en auteursregister zijn helaas niet aanwezig.

Fragment uit 8. Is het kapitalisme legitiem?
Waarom het kapitalisme onder vuur ligt

Publieke goederen onder druk
In de eerste plaats leidt ene zuivere markteconomie spontaan tot een onderaanbod van publieke goederen, het gaat hier om goederen waarvan het gebruik door één iemand eenzelfde gebruik door anderen niet uitsluit. Hier rijzen de collectieve-actieproblemen die we in hoofdstuk 3 hebben besproken. In een gedecentraliseerd economisch systeem hoopt iedereen dat anderen de wegen, parken en pleinen zullen onderhouden, maar kiest men zelf voor de vrijbuitersoptie. Zoals ook al eerder gezegd, is een redelijk aanbod van publieke goederen van goede kwaliteit vooral van belang voor de zwaksten in de maatschappij. Wie rijk is kan een zwembad of tennisveld in zijn tuin aanleggen. Armen en middenklassen zijn aangewezen op publieke sportvoorzieningen. Belangrijker nog is de toegankelijkheid van onderwijs en gezondheidszorg van goede kwaliteit voor de armsten. We beseffen in ons land te weinig hoe uniek een onderwijssysteem is waarin geen plaats is voor dure elitescholen en -universiteiten.

De natuur onder druk
Ook de natuur is of was in grote mate een publiek goed. De spontane logica van het kapitalisme leidt tot overexploitatie van wat er nog over is aan natuurlijke rijkdommen - overbevissing van de oceanen, vernietiging van wouden, verspilling van energiebronnen - die de aarde gedurende eeuwen heeft geaccumuleerd. Een ongereguleerd kapitalisme is kortzichtig. Het privilegieert te zeer de korte boven de lange termijn en dat is beslist niet goed voor het milieu. Zoals aangegeven in hoofdstuk 6 wordt deze tendens nog versterkt door de beloningssystemen waarmee managers van grote bedrijven zichzelf bedelen. Als de beloning van de managers door de voorwaardelijke toekenning van aandelenopties afhankelijk wordt gemaakt van de stijging van de beurskoers van het betreffende bedrijf, dan wordt een motivatie ingebouwd om op uiterst korte termijn te scoren, eventueel ten koste van het milieu en van de andere stakehouders.

Het geluk onder druk
Kapitalisme zorgt voor de laagste prijs voor de consumenten, maar het zet een geweldige druk op de producenten. Alleen de meest efficiënte bedrijven zullen op termijn overleven. Problematisch hieraan is dat mensen zowel producent als consument zijn en dat - voorbij een zeker levensminimum - hun geluk en levensvervulling minder afhangen van hun consumptiemogelijkheden dan van hun vermogen om creatief dingen te kunnen maken.

Waar globalisering ervoor zorgt dat lokale producenten, die maatschappelijk worden gewaardeerd, gemarginaliseerd raken, wordt het voor mensen ook moeilijker om gelukkig te worden. (pagina 263-265)

TED - The philosophy of love (TEDx Leuven 2013)

Lees o.a. ook: Schuld : de eerste 5000 jaar van David Graeber. Schuld (2012) of De grootste show op aarde : de mythe van de markteconomie van Koen Haegens (uit 2015)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 20 december 2017

Jan Terlouw

Natuurlijk
CPNB 2018, 64 pagina's - € 3,50 in de boekenweek  (daarna €7,50)

Wikipedia: Jan Terlouw (1931)

Tekst op website uitgever
Schrijver, politicus en natuurkundige Jan Terlouw (uitgeverij De Kring) schrijft het Boekenweekessay 2018. Het thema van de 83ste Boekenweek, die van zaterdag 10 t/m zondag 18 maart 2018 plaatsvindt, is Natuur.

De CPNB is trots dat Terlouw hiervoor de pen wil oppakken. Terlouw: “Ik ben vereerd met deze bijzondere taak. De natuur, daar horen we bij, daar dragen we mede verantwoordelijkheid voor, die moet in al zijn rijkdom worden bewaard voor hen die na ons komen. Een breed toegankelijk essay kan daarbij helpen. Ik waardeer het zeer dat de CPNB de mogelijkheid daarvoor opent en ik ga proberen daar optimaal gebruik van te maken.” Onlangs werd bekendgemaakt dat Griet Op de Beeck het Boekenweekgeschenk gaat schrijven.


Jan Terlouw (1931) werkte jaren als natuurkundige, voordat hij in 1971 besloot de politiek in te gaan. Tijdens zijn rijke politieke carrière was hij ook zeer succesvol als jeugdboekenschrijver (Lemniscaat). Hij schreef onder andere de klassiekers Koning van Katoren (1971) bekroond met de Gouden Griffel, Oorlogswinter (1972) en Briefgeheim (1973) dat eveneens een Gouden Griffel won.

Samen met zijn dochter Sanne publiceerde hij sinds 2006 onder andere zes Reders & Reders-thrillers. Ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag verschenen eind 2016 twee titels over het klimaat: het jeugdboek Het hebzuchtgas en de novelle Kop uit ’t zand. Terlouw hield hierbij een hartstochtelijk pleidooi in De Wereld Draait Door, dat miljoenen keren bekeken is en door jong en oud is omarmd.
En toch is alles wat we doen natuur

Fragment uit VI
Maar de natuur is in gevaar, daar is geen twijfel over. Is dat gevaar onafwendbaar en onomkeerbaar? Nee, het is oplosbaar, of minstens nog beheersbaar, als we dat willen.
  De moeilijkheid is dat de ontwikkelingen zo adembenemend snel over ons heen zijn gerold. In een halve eeuw bleken ineens de economische en financiële structuren die in eeuwen waren gegroeid, niet meer houdbaar. Wat lange tijd uitstekend functioneerde en waarvan we dachten dat dat alleen maar beter zou worden, bleek ineens door ons toedoen te gaan haperen, af te brokkelen. Een financiële structuur die keer op keer crises veroorzaakt en die door in het geding zijnde belangen zeer moeilijk blijkt te wijzigen. Het resultaat is een samenleving die helemaal is gericht op groei van de economie, waarvoor bij iedere hapering als enig medicijn groei van de economie wordt aangedragen. Een oplossing die keer op keer een crisis veroorzaakt die vervolgens juist vanwege economische belangen heel moeilijk gewijzigd kan wordne. Een samenleving waarin vaker de vraag wordt gesteld wat iets oplevert dan wat belangrijk en rechtvaardig is. Een democratie die afbrokkelt ten bate van het grootkapitaal.
  Wat voedsel betreft zijn we verspillend. Gemiddeld gooien we per persoon per jaar aanzienlijk meer dan honderd kilo voedsel weg. Landbouw is geïndustrialiseerd en veel te grootschalig geworden. In plaats van duurzaam, ecologisch en kleinschalig. Landen die zijn achtergebleven op het gebied van wetenschap en technologie en die dus niet over de modernste wapens beschikten zoals wij, hebben we leeggeroofd. Technologie heeft voor een belangrijk deel door zijn stormachtige ontwikkeling de inrichting van onze samenleving gedicteerd.

  Duurzaam handelen is: het niet slechter achterlaten van de samenleving dan je hem hebt aangetroffen. Tot voor kort was dat geen probleem. We produceerden immers steeds meer. Steeds meer zware arbeid werd door machines overgenomen. We konden steeds betere levensreddende operaties uitvoeren, we ontwikkelden betere medicijnen. En ook een comfortabeler samenleving. Steeds meer mensen waren in staat naar verre bestemmingen te reizen en andere culturen te leren kennen, de wereld werd steeds comfortabeler en prettiger. En nu ineens, sinds minder dan honderd jaar, is dat niet meer zo. In die laatste korte periode brengt al die technologie en ons daaraan aangepaste gedrag de natuur in grote problemen en moet verbetering het afleggen tegen verslechtering.
  Deze ommekeer dringt niet snel genoeg tot ons door. We zien geen kans die foute koer te wijzigen. Niet omdat het niet mogelijk is, maar omdat we niet beseffen wat we aan het doen zijn, en dat het roer dringend om moet. En ook dat het best mogelijk is met behoud van ons welzijn, met behoud van de meest essentiële voordelen die wetenschap en technologie ons hebben gebracht, zelfs zonder veel te hoeven inleveren op ons niveau van welvaart.
  We bevoordelen grootschaligheid. Hoe meer elektriciteit een bedrijf gebruikt, des te lager het tarief. Landbouw wordt nog steeds verder geïntensiveerd. Multinationals worden met het vooruitzicht op belastingvoordelen naar Nederland gelokt. Volgens hardnekkige geruchten houden sommige ondernemers bewust, om commerciële redenen, de houdbaarheidstijd van hun producten kort. Economisch gewin zit diep ingebakken in het systeem.
  Dat wil echter helemaal niet zeggen dat het niet anders kan. Het kan wel degelijk. (pagina 57-60)


De Wereld Draait Door
Zonder enige twijfel heeft het CPNB Jan Terlouw gevraagd om het boekenweekessay te schrijven omdat hij enkele keren in de DWDD een warm pleidooi hield om als mensheid eindelijk eens  te beginnen met serieuze maatregelen om 'iets' te doen aan het klimaatprobleem. Het ging om deze afleveringen
Het pleidooi van Jan Terlouw: touwtje uit de brievenbus (30 november 2016)
Jan Terlouw : een jaar later (5 december 2017)
Jan Terlouw in de theaters (25 januari 2018)

Lees vooral ook De kanarie in de kolenmijn van Marianna Thieme & Ewald Engelen (2016) & Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw van Kate Raworth (2017). Philipp Blom verwoordt op zijn manier in Wat op het spel staat eenzelfde noodzaak om 'wakker te worden' (2017)

Of klik hier voor een overzicht van tientallen boeken waarin nagedacht wordt over een 'andere' economie & hier voor tientallen boeken over onze milieuproblemen en -opgaven.

Optreden in Veghel
Op zaterdag 17 maart geeft Jan Terlouw op verzoek van de bibliotheek een lezing in de Cultuurfabriek op de Noordkade in Veghel.
Klik hier voor meer informatie en kaartverkoop

Artikel: Jan Terlouw: 'Ik wou het eerste, maar ik denk het tweede.' (februari 2018)

Artikel: Landfall - We gaan toch niet zitten wachten tot het milieu drastische maatregelen neemt (maart 2018) over een lezing van Jan Terlouw en een cd van Laurie Anderson

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 11 december 2017

Max Tegmark

Life 3.0 : mens zijn in het tijdperk van kunstmatige intelligentie
Maven 2017, 496 pagina's - € 24,50

Oorspronkelijke uitgave: Life 3.0 : being human in the age of artificial intelligence (2017)

Wikipedia: Max Tegmark (1967)

Korte beschrijving
Diepgravende, gepassioneerde studie over de mogelijk snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (KI). De auteur, hoogleraar kosmologie aan MIT, is zeer betrokken bij organisatie en vormgeving van de wetenschappelijke discussie over KI. Hij heeft in 2014 initiatieven ontplooid om wetenschappers, technologen, filosofen en industriëlen hierbij te betrekken. In de eerste drie hoofdstukken beschrijft de auteur deze inspanningen en achtergrond van een onderzoekprogramma. Als inleiding op deze hoofdstukken opent het boek met een SF-schets waarin geavanceerde KI wereldmacht verwerft. Deze inleiding en de hoofdstukken die daarop volgen benoemt de auteur als uiterst speculatief. Tegelijkertijd onderbouwt hij zijn toekomstverkenningen met kosmologische en natuurkundige wetten en verschijnselen die zeer relevant zijn. Ethische en filosofische aspecten van KI krijgen ook aandacht. De epiloog vat de stand van zaken in 2017 bij het 'Future of Life institute' samen. Een uitgebreid notenapparaat verwijst naar boeken en internetbronnen. Met trefwoordenregister.

Max Tegmark is professor natuurkunde aan MIT en volgens Forbes een van de tien mensen die de wereld kunnen veranderen. Hij is auteur van de bestseller Our Mathematical Universe en schittert regelmatig in wetenschappelijke documentaires. Samen met onder anderen Elon Musk en Stephen Hawking zet hij zich in om de risico’s én de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie in kaart te brengen en om onze samenleving hier beter op voor te bereiden.

Tekst op website uitgever
Max Tegmark, MIT-wetenschapper en oprichter van het Future of Life Institute, geeft in Life 3.0 een toegankelijke, nuchtere en praktische beschrijving van de gevolgen van Kunstmatige Intelligentie (KI).

Hij laat zien hoe onze banen, scholen, gezondheid, rechtspraak, politiek en talloze andere gebieden ingrijpend zullen veranderen en verkent de meest essentiële vragen van onze tijd: kunnen we onze welvaart laten groeien door automatisering?

Kunnen we garanderen dat intelligente systemen doen wat wij willen zonder te crashen of gehackt te worden? Moeten we bang zijn voor een wedloop in autonome wapens? Zullen machines ons vervangen, of zal KI het leven op aarde doen bloeien als nooit tevoren?

Van superintelligentie tot zingeving, van wat bewust zijn betekent tot de toekomst van leven in het universum: Life 3.0 stelt je in staat om deel te nemen aan de belangrijkste discussie van onze tijd.

Fragment uit Het vervolg : de komende tienduizend jaar
Nazaten

Laten we nu naar een scenario kijken waarin de mens ook uitsterft, maar dat sommigen onder ons toch beter zal bevallen, omdat de KI's hier eerder als onze opvolgers dan als onze verdelgers worden beschouwd. In zijn boek Mind Children onderschrijft Hans Moravec dit standpunt: ' Wij mensen zullen een poos van hun inspanningen profiteren, maar vroeg of laat zullen ze, net als hun natuurlijke kinderen, hun eigen weg zoeken terwijl wij, hun bejaarde ouders, stilaan ons einde tegemoet gaan.'
  Ouders van een kind dat slimmer is dan zijzelf, dat van hen leert en iets tot stand brengt waarvan zij alleen maar hebben kunnen dromen, zijn waarschijnlijk blij en trots, zelfs als ze weten dat ze dat niet meer allemaal zullen meemaken. Op vergelijkbare wijzen nemen KI's het van de mens over, maar ze gunnen ons een eervol afscheid dat maakt dat wij hen als waardige nazaten beschouwen. Alle mensen krijgen een aanbiddelijk robotkind met superieure sociale vaardigheden dat van hen leert, hun normen en waarden overneemt en hen met trots en voldoening vervult. De mensen sterven gaandeweg uit via een wereldwijde éénkindpolitiek, maar worden tot het einde toe met zoveel zorg en aandacht omringd dat ze het gevoel hebben dat ze het beter hebben getroffen dan alle generaties voor hen.
  Wat zou jij daarvan vinden? We zijn immers vertrouwd met de gedachte dat wij en alle mensen die we kennen er op een dag niet meer zullen zijn, dus het enige verschil is hier dat onze nazaten anders zullen zijn dan wij, en vermoedelijk ook nog eens kundiger, nobeler en deugdzamer.
  Misschien is die wereldwijde éénkindpolitiek niet eens nodig: als de KI's een eind maken aan alle armoede en alle mensen de kans geven om een rijk en inspirerend leven te leiden, is de bijbehorende daling van het geboortecijfer misschien al genoeg om de mens te laten uitsterven, zoals hiervoor al is beschreven. Zo'n vrijwillige ondergang zou nog sneller kunnen verlopen als de door KI aangedreven technologie zowel afleiding biedt dat bijna niemand zich nog bekommert om het krijgen van kinderen. Zo zijn we in het egalitair-utopische-scenario als de Vites tegengekomen, die zo verrukt waren over hun virtuele realiteit dat ze nauwelijks nog interesse had in het gebruiken of reproduceren van hun fysieke lichaam. Ook hier zou de laatste lichting mensen het gevoel hebben dat ze tot de gelukkigste generatie aller tijden behoorde, en intenser dan ooit van het leven genieten, tot op het allerlaatst. (pagina 270-271)

Youtube - Prof. Max Tegmark - Life 3.0: Being Human in the Age of Artificial Intelligence


Lees vooral ook
: Homo Deus : een kleine geschiedenis van de toekomst van Yuval Noah Harari (uit 2017)

Fragment uit


Terug naar Overzicht alle titels




Jurriën Rood

Filosofie van de jamsessie : of Hoe we kunnen samenwerken in vrijheid
Lemniscaat 2017, 245 pagina's  - € 19,95

Wikipedia: Jurriën Rood (1955)

Korte beschrijving
Filosofische problemen zijn best goed uit te leggen. Dit boek is daar een schitterend voorbeeld van. Het probleem in kwestie is de gespannen relatie tussen individu en samenleving: het moderne individu eist alle ruimte op en de ander kan maar beter buiten blijven. Volgens de schrijver zit daar een fundamentele misvatting onder, een misvatting met betrekking tot het begrip 'vrijheid'. Hij maakt dat duidelijk aan de hand van een uitvoerige bespreking van wat er goed maar vooral ook wat er fout kan gaan bij een jamsessie, een spontane onvoorbereide vorm van muzikaal samenspel (de schrijver is niet alleen filosoof maar ook saxofonist). In het tweede deel van zijn boek gebruikt hij dat voorbeeld bij zijn analyse van het wijsgerig vrijheidsbegrip, en daarbij laat hij zien dat vrijheid pas vorm kan krijgen in het vrijwillig invoegen in een kader van regels. Een belangrijk boek, en uitermate leesbaar. Met bronvermelding en een internetsite met beeld- en geluidsfragmenten.

Korte beschrijving op website uitgever
Als amateursaxofonist heeft Jurriën Rood vijfentwintig jaar ervaring met het spelen in jamsessies, met alle bijbehorende hoogte- en dieptepunten. Als filosoof beschouwt hij de jam als een experiment van mensen die elkaar (nog) niet kennen en in vrijheid met elkaar samenwerken. Het is een prachtige metafoor voor het openbare leven en het publieke debat.

De vragen die bij de jam spelen, zijn vragen die ons allemaal aangaan. Waarom verloopt vrije samenwerking soms zo moeizaam? Hoeveel regels hebben we nodig en welke rol speelt autoriteit daarbij? En vooral: is het onze beperkte opvatting van vrijheid die ons hier in de weg zit? Wij denken vaak dat vrijheid wordt beperkt door regels, maar Jurriën Rood laat zien dat regels juist vrijheid kunnen schéppen, zowel in de muziek als in de maatschappij.

'De jam is een avontuur van vrijheid en spontane samenwerking. Soms. Het kan ook een opgebroken weg zijn van tegenwerking, disharmonie en stuurloosheid. Waar ligt dat aan?
Hé, houd even op met je gefilosofeer, ze zijn weer begonnen! Naar muziek moet je luisteren. Lekker nummer, dit. Hard ook. Een telefoon. Nee, nu niet, ik hoor je niet, ik zit bij de jam!'

Klik hier voor een website met achtergrondinformatie bij/over dit boek

Fragment
"Mensen die geconcentreerd werken, spelen of sporten denken niet over zichzelf na en zijn eenvoudig tevreden. Zij bevinden zich dan in de flow, een soort van trance. ‘We zijn het gelukkigst als we ons optimaal concentreren. Niet op onszelf, maar op ons handelen’, zo vat de Duitse filosoof Richard David Precht het verschijnsel samen in een boek met de veelzeggende titel Die Kunst, kein Egoist zu sein. De jamsessie op z’n best kan gezien worden als oefening in het bereiken van een gemeenschappelijke flow. En inderdaad draait het zowel bij de jam als bij andere vrijwillige collectiviteit steeds om dit punt: geen pure egoïst te zijn.

Muziekervaringen moeten niet onder te veel woorden bedolven worden, maar met het oog op de bruikbaarheid van het jam-model is het toch zinvol om de bijbehorende jamhouding expliciet te benoemen. Het is een houding die op veel andere terreinen voorkomt en er is dan ook een heel arsenaal aan termen voor beschikbaar: Onzelfzuchtigheid. Vertrouwen. Openstaan. Luisteren. Gunnen. Helpen. Dienstbaar zijn. Onbaatzuchtigheid. Een lijstje dat iedereen gemakkelijk zelf kan aanvullen. De grootste gemene deler is een ego-arme grondhouding. Of wat bescheidener: een houding die het ego niet zo groot opblaast dat het al het andere onzichtbaar maakt. Althans: die dat regelmatig weet te realiseren. Laten we dit de jam-modus noemen, als contrast met een ego-modus.

Komen we met deze jam-modus nu niet gewoon uit bij een idealistische beschrijving van de ‘goede mens’ in de ‘ideale maatschappij’, een utopische constructie die wel erg naïef is? Eigenlijk niet: we kunnen nuchter vaststellen dat de jamsessie niet utopisch is maar reëel, en dat ze op haar top inderdaad doorkijkjes biedt naar fraaie vormen van onvoorbereide samenwerking. Met deze belangrijke kanttekening: de jam-modus is geen exclusieve houding die alle andere uitsluit. Ernaast blijft de ego-modus gewoon bestaan en actief meespelen. Het resultaat is een heen-en-weer-gaan, waarbij de jamhouding de richting bepaalt.

Door beide modi als begrippen tegenover elkaar te stellen, doen we geen recht aan het idee dat het ego door de jam niet zozeer wordt uitgewist, als wel opgetild. In de jam zijn ego’s nog volop zichtbaar, naast onzelfzuchtigheid bestaat er nog steeds pure zelfgerichtheid. De jam-modus is in feite geen tegenstelling met, maar een opbouw op en verbetering van de ego-modus binnen situaties van samenwerking. Anders gezegd, het is in het belang van het ego, of van de individuele vrijheid, om eraan mee te doen: de muziek wordt er beter door. Het is óók welbegrepen eigenbelang om deze collectiviteit te ondersteunen. En omgekeerd is wat ik hier ego-modus heb genoemd, in feite een uitdrukking van kortzichtig eigenbelang: de muziek wordt op den duur saai, of erger. De gevolgen van zulk kortzichtig eigenbelang komen duidelijk naar voren in ons publieke leven".


Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 7 december 2017

Bob Crébas

Het land van goed naar beter : op zoek naar Blue Zone NL
Water 2017, 318 pagina's - € 19,95

Wikipedia: Bob Crébas (1951) en zijn website 

Korte beschrijving
Uitdagend werk dat nogal enthousiast wil bijdragen aan een bloeiend Nederland: op sociaal vlak, op economisch vlak en op menselijk vlak. Bob Crébas, de man achter marktplaats.nl, heeft op de sociale ladder zowat overal gestaan: bijstandstrekker, ondernemer en miljonair. Vanuit die ervaringen deelt hij zijn oplossingen voor de problemen waar de samenleving op dit moment voor staat. Geen grote theorieën, geen algemene principes; neen, Crébas doet concrete voorstellen. Op tweedehands spullen moet de btw fors omlaag, vervuilers moeten zwaarder belast worden en de arbeidswetgeving is dringend aan verandering toe. De vele voorstellen klinken realistisch, acceptabel en in een onbewaakt moment durf je je af te vragen hoe het in ’s hemelsnaam mogelijk is dat ze nog niet gerealiseerd zijn. De kritische blik ziet dat Crébas enkel de grote voordelen van zijn visie naar voren schuift en niet meteen probeert om ook de gevolgen van bepaalde keuzes in kaart te brengen. Niettemin: inspirerend en als een kwart van de voorstellen het haalt, zijn we op de goede weg. Waardevolle bijdrage aan het hedendaagse politieke debat. Met bronnen van inspiratie en noten.

Korte beschrijving op website
In ons land heeft niet iedereen het even goed. Miljoenen mensen worstelen met hun werk, inkomen, schulden, huisvesting en gezondheid. Het verschil in gezonde levensverwachting tussen arm en rijk is gemiddeld 15 jaar. Aan hun lot overgelaten burgers zijn een gewillige prooi voor nationalisten. Een fraaier perspectief bieden de Blue Zones: gebieden in de wereld waar mensen in goede gezondheid opvallend oud worden. Met de succesfactoren van de Blue Zones in het achterhoofd beschrijft dit boek hoe we iedereen een gezonde uitgangspositie kunnen geven voor een lang en gelukkig leven. Of vinden we 'goed' goed genoeg? Het Land van Goed naar Beter wil inspireren en bijdragen aan het debat over de toekomst van Nederland. Bob Crébas (1951) schrijft ongebonden en onbevangen vanuit zijn achtergrond als bijstandtrekker, werknemer, ondernemer en Marktplaats.nl miljonair. Crébas groeide op als boerenzoon in Bant, Noordoostpolder. Hij is getrouwd met Carla Wobma. Ze hebben twee zonen en zes kleinkinderen.

Bob Crébas (1951) omschrijft zichzelf op zijn website als volgt
Vanuit mijn achtergrond als werkloze bijstandtrekker, werknemer, ondernemer en marktplaats.nl miljonair schrijf ik ongebonden en onbevangen. Ik wil bijdragen aan het debat over de toekomst van ons land en een alternatief helpen formuleren tegen nationalisme. Te veel burgers vallen buiten de boot en tegen de tijdgeest in bepleit ik een zorgzame actieve overheid.

Fragment uit (de) inleiding
Een samenleving die haar burgers niet in- maar uitschakelt, blaast zichzelf op. Daar is geen terrorist voor nodig. Meer dan een miljoen Nederlanders staan buiten het arbeidsproces met een werkloosheids- of een arbeids ongeschiktheidsuitkering, anderen struinen radeloos rond op de arbeidsmarkt met een tijdelijke, vaak slechtbetaalde baan. Er is veel angst, onvrede en stress. Sommige politici beantwoorden de schreeuw om hulp, met nationalisme. Hun nadruk op het eigen kortetermijnbelang doet afbreuk aan het gemeenschappelijke, internationale langetermijnbelang.
  Historici herkennen inmiddels patronen die het ergste doen vrezen. Er groeit haat binnen de westerse samenleving nu de verschillende sociale milieus elkaar niet meer lijken te willen verstaan. Het kan alle kanten op met ons land, Europa en met de wereld. En onze inbreng doet ertoe, of je nu wilt of niet. Je kunt je handen in de zakken houden of uit de mouwen steken, je kunt gaan stemmen of niet. De uitslag en gevolgen ontrollen zich toch wel. En ook al kijk je weg, je zet er de tijd niet mee stil. De toekomst is onvermijdelijk en jij bent deelgenoot. De mensheid heeft de afgelopen eeuwen veel goeds tot stand gebracht. Blijven we vooruitgang boeken of raken we in verval?
  Een volk hoort zich het lot aan te trekken van medeburgers in een ongemakkelijke situattie. Dit is bovendien de beste remedie tegen het nationalisme en de enige manier om voldoende draagvlak te vinden voor de aanpak van wereldproblemen zoals de opwarming van de aarde. Vanuit mijn rol als uitkeringstrekker, werknemer en werkgever hoop ik een inspirerende bijdrage te leveren aan het debat over de toekomst van Nederland. Ik baseer me daarbij op artikelen in de media; het goede werk van journlisten en wetenschappers, waarbij ik zo vrij ben geweest mijn betoog bij elkaar te zappen. Dezelfde berichten doken vaak in vrijwel dezelfde woorden overal weer op, in dat geval heb ik zoveel mogelijk de originele bron opgevoerd. Dit boek is geen wetenschappelijk werkstuk en voor de leesbaarheid laat ik punten liggen. Bovendien generaliseer en provoceer ik af en toe. Of, in de ogen van sommigen: vaak! Bij elke zin passen bedenkingen, die gun ik de lezer. In dit boek wil ik vooral overbrengen dat we een ruimhartige, actieve overheid nodig hebben, opdat een goed land een beter land wordt. Dat kan door samen een gezonde leefomgeving te bouwen voor iedereen. Een samenleving die mensen niet uit-, maar inschakelt.
  Kapitalisme, communisme, socialisme, neoliberalisme, staatskapitalisme, behaagziek populisme - ik wil het klein houden. Wat heb je aan ideologie? Het draait om levensgeluk. In je huis, stad en streek. Een samenleving hoort een prettige, gezonde en veilige leefomgeving te zijn voor al haar burgers. Waarbij ieder mens ertoe doet en kan bijdragen aan het geheel. (pagina 13-15)

Youtube - Marktplaats-oprichter schrijft boek over een beter Nederland (oktober 2017)


Lees ook: Ons land kan menselijker : naar een economie die de samenleving verbetert van Henk van Tuinen (uit 2013) of Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw van Kate Raworth.

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 30 november 2017

Jan Rotmans 3

Omwenteling : van organisaties, mensen en samenleving
De Arbeiderspers 2017, 160 pagina's - € 14,95

Website van Jan Rotmans (1961)

Korte beschrijving
De auteur beschrijft langdurige verandering (transitie) op drie niveaus. Op het maatschappelijke niveau constateert hij toenemende polarisatie, economische crises die elkaar opvolgen, een arbeidsmarkt met steeds minder zekerheid en ecologische problemen die toenemen. Tegelijkertijd zie we een tegenbeweging waarin burgers elkaar vinden met nieuwe initiatieven en met behulp van nieuwe technologie. Daar ligt de kiem voor transitie naar een meer solidaire maatschappij. Bedrijven en organisaties krijgen ook te maken met deze transitie, met name op technologische gebied, nieuwe verdienmodellen en een veranderende arbeidsmarkt. Zij kunnen zich aanpassen of zelfs het voortouw nemen, maar dat vraagt ook interne transitie naar meer zelfsturing of zelforganisatie. Op individueel niveau kan men ook spreken van transities. Dat vraagt wendbaarheid en persoonlijk leiderschap. Op alle niveaus geeft de auteur verandersleutels: aanknopingspunten om transities in gang te zetten en te houden. Het is een vlot leesbaar en inspirerend boek voor iedereen die verandering zoekt en wil bijdragen.

Tekst op website uitgever 
Onze samenleving en economie zijn fundamenteel aan het veranderen – we bevinden ons in een revolutionair tijdperk met grote maatschappelijke verschuivingen die chaos en instabiliteit veroorzaken. Hoe kunnen bedrijven en organisaties hierop inspelen? Wat betekent dat voor ons persoonlijke leven?
Jan Rotmans maakt de verbinding tussen hoofd, hart en handen met aansprekende verhalen van mensen die een persoonlijke transitie durfden aan te gaan in onze snel veranderende wereld, van een zorgondernemer tot een bankier, van een ambtenaar tot een politica, van een schoolleider tot een student.

Fragment uit 1. Maatschappelijke omwenteling
Over een goede afloop blijf ik optimistisch. We hebben tijd nodig, maar we leren van elke crisis. Na elke crisis kantelt een deel van de mensen en de systemen. Alles valt of staat met hoe we met de omwenteling omgaan. Hoe we disrupties gaan gebruiken en hoe wij ons daaromheen gaan organiseren. In beginsel bieden deze disrupties een unieke kans, om onze maatschappelijke systemen, zoals het financiële stelsel en de energievoorziening, decentraler, transparanter en democratischer te maken. Die kans hadden we ook toen internet opkwam, maar het internet is in handen gevallen van grote bedrijven als Google, Facebook, Apple en Amazon die een soort monopoliepositie hebben verworven op het gebied van data. Dat heeft ons eerder afhankelijker dan vrijer gemaakt, en onze systemen eerder minder dan meer democratisch. We kunnen veel leren van wat er met het internet gebeurde. Nu dreigt bijvoorbeeld de blockchain in handen te vallen van grote instituties en bedrijven, terwijl juist blockchain een uniek uitgangspunt biedt om middelen en kansen eerlijk te verdelen. Wij moeten voorkomen dat snel instappende consortia van grote bedrijven weer een machtspositie opbouwen die kan ontaarden in een monopolie. Hierbij speelt de overheid een belangrijke rol: als burgers een op maat gemaakte blockchainverzekering afsluiten, moet de overheid risicogroepen beschermen, anders moeten die vele meer gaan betalen.
  Mijn optimisme over een geslaagde omwenteling baseer ik op drie onderliggende transitiepatronen. het eerste patroon is dat technologische disruptie en maatschappelijke disruptie elkaar kunnen versterken. Anders gesteld: disruptieve innovaties kunnen disruptieve mensen helpen om zich nog beter en slimmer te organiseren. Steeds meer kennis en techniek komen in handen van gemeenschappen in een snel opkomende middenklasse, die een micromacht vormt. Je ziet dat fenomeen overal ter wereld, samen vormen zij de commonsbeweging. Zij vormen het hart van de deeleconomie, zij streven naar meer autonomie door samen te werken, kennis en expertise te delen. Wederkerigheid is hierbij het uitgangspunt, je haalt iets en brengt iets van de commons. Tal van digitale deelplatforms functioneren uitstekend en draaien daadwerkelijk om delen en samenwerken en niet om winstmaximalisatie. Democratische start-ups worden dat ook wel genoemd, als tegenhanger van de hyperkapitalistische Ubers en Airbnb's. je kunt de deeleconomie dus niet afrekenen op dergelijke bedrijven die slechts gericht zijn op winstmaximalisatie. (pagina 42-43)

Youtube - Omwenteling met Jan Rotmans

 

Lees ook van Jan Rotmans: In het oog van de orkaan : Nederland in transitie (2012) en  Verandering van tijdperk : Nederland kantelt (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 29 november 2017

George Monbiot

Uit de puinhopen : een nieuwe politiek in een tijd van crisis
Lemniscaat 2018, 207 pagina's - € 18,95

Oorspronkelijke titel: Out of the wreckage : a new politics for an age of crisis (2017)

Wikipedia: George Monbiot (1963)

Tekst op website uitgever
In een gepassioneerd betoog laat de kritische onderzoeksjournalist George Monbiot zien dat we bezig zijn er een puinhoop van te maken. We vernietigen onze leefwereld. Een alarmerende hoeveelheid planten en dieren sterft uit. De aarde warmt op, met alle gevolgen van dien. Maar ook de solidariteit staat onder druk. Ongelijkheid, haat en geweld nemen toe.

Om dit op te lossen moeten we in het klein beginnen, in de lokale politiek, bij het beheer van de publieke ruimte, bij het opbouwen van netwerken van solidariteit en gemeenschap. Opgewekt maar vastberaden laat de kritische denker zien hoe het anders kan: vanuit eenvoudige medemenselijkheid en betrokkenheid op elkaar aan een nieuwe en betere wereld werken.

Monbiot is schrijver en columnist van The Guardian en geldt als een van de meest geëngageerde Engelse denkers van deze tijd. Hij weet als geen ander zijn lezers te inspireren om in actie te komen en vooral de hoop niet te verliezen.

Tegenlicht
Op zondag 15 april 2018 stond George Monbiot en dít boek centraal tijdens de aflevering Compassie als oplossing volgens George Monbiot

Fragment uit een interview
Zijn nieuwste boek Out of the Wreckage gaat over hoe je met zulke verbondenheid een beweging bouwt. Hierin betoogt Monbiot dat we vastzitten aan het neoliberalisme omdat er geen alternatief politiek ‘verhaal’ beschikbaar was toen het begon te falen. Zijn boek moet dat alternatieve verhaal brengen. Let wel: geen nieuw verhaal, maar een extra spotlight op de successen van anderen in het creëren en mobiliseren van gemeenschapsgevoel. Hij heeft, zo blijkt, zijn hoop voor de wereld gevestigd op ‘community’, gemeenschap. Daarop zou de milieubeweging haar strategie moeten bouwen. Want, zo zegt hij, “dat gemeenschap iets goeds is, is een van de weinige dingen waar men over alle politieke lijnen heen achter kan staan”.

“Het is essentieel dat we de politieke kloof met ‘rechts’ dichten”, zegt Monbiot, die zichzelf neerzet als iemand met doorgaans sterk linkse sympathieën. Omdat de manier waarop we over voor ons belangrijke onderwerpen spreken, vervreemdend kan werken voor de mensen met wie we willen praten. “Ik weet dat ik een van de ergsten ben; ik heb waarschijnlijk een heleboel mensen vervreemd. Maar het is belangrijk om te zoeken naar een manier van praten die niet noodzakelijk op de verkeerde knoppen drukt, zodat mensen zich direct afsluiten. Het punt waarop we elkaar raken en waar mensen aan de linkerkant hun principes niet hoeven te verlaten, is gemeenschap. Een sterk gemeenschapsgevoel wordt door iedereen gezien als iets goeds.”


Artikel: George Monbiot: “Het is essentieel dat we de politieke kloof met ‘rechts’ dichten” (Down to earth, oktober 2017)

Fragment uit een recensie
That this is happening now, as opposed to 10 or 20 years ago, is a direct consequence of the disintegration of the economic policy framework that has held sway in Britain, the US, the European commission and many multilateral institutions for much of the previous 40 years. That framework is often referred to as “neoliberalism”, even if the term irritates a certain class of pundit, for whom it is some sort of swearword without any clear referent. Its disintegration is producing conflicting sympathies, as many on the left come to realise the xenophobia that can be unleashed in the absence of stable market-based rules.

For George Monbiot, neoliberalism should best be understood as a “story”, one that was conveniently on offer at precisely the moment when the previous “story” – namely Keynesianism – fell to pieces in the mid-1970s. The power of stories is overwhelming, as they are “the means by which we navigate the world. They allow us to interpret its complex and contradictory signals”. The particular story of neoliberalism “defines us as competitors, guided above all other impulses by the urge to get ahead of our fellows”.

This story may not have been all that attractive, but it provided meaning and clarity. It offered a guide on what to do and how to live. With the rise of Margaret Thatcher and Ronald Reagan, neoliberalism came to govern how policies were designed and institutions constructed. More diffusely, it came to shape how we understand ourselves, leading us to take on ever more responsibility for our own needs, economic security and wellbeing, devaluing social bonds and dependency in the process.

Artikel: Out of the Wreckage by George Monbiot review – the thrill and danger of a new left politics  (Guardian september 2017)

Voorpublicatie
Op zaterdag 14 april 2018 publiceerde De Correspondent het eerste  (licht bewerkte) eerste hoofdstuk van dit boek onder de titel: Geld maakt niet langer gelukkig. Welk verhaal komt er na het kapitalisme?

Fragment uit Een verhaal voor onze tijd
Je kunt mensen hun verhaal niet afnemen zonder ze een nieuw verhaal te geven. Het is niet voldoende om een oud verhaal aan te vechten, hoe verouderd en ongeloofwaardig dat inmiddels ook mag zijn. Verandering komt alleen als je het oude verhaal vervangt door iets nieuws. Als we het juiste verhaal ontwikkelen, en leren hoe dat te vertellen, zal dat een aanstekelijke uitwerking hebben op mensen van alle politieke voorkeuren. De verhalenvertellers regeren de wereld.
  De oude wereld, die ooit zo stabiel leek - onveranderlijk zelfs, is aan het instorten. Er breekt een nieuw tijdperk aan, dat kan heel gevaarlijk worden als we er niet goed op inspelen. Of de systemen die voortkomen uit deze breuk beter of slechter zijn dan huidige wereldorde zal afhangen van ons vermogen om een nieuw verhaal te vertellen, een verhaal dat leert van het verleden, vertelt wat onze plaats is in het heden, en een leidraad biedt voor de toekomst.

De kracht van het verhaal
Verhalen zijn middelen waarmee we ons een weg zoeken door de wereld. Ze stellen ons in staat om complexe en tegenstrijdige signalen te interpreteren. We bezitten allemaal een vertelinstinct: een aangeboren neiging om alert te zijn op verhalen over wie we zijn en waar we staan.  (pagina 9)

Terug naar Overzicht alle titels

Bruno Latour

Oog in oog met Gaia : acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime
Octavo 2017, 432 pagina's - € 27,-50

Oorspronkelijke titel: Face à Gaïa: Huit conférences sur le Nouveau Régime Climatique (2015)

Wikipedia: Bruno Latour (1947)

Korte beschrijving
De Franse filosoof en wetenschapssocioloog Bruno Latour (1947) heeft een lange rij invloedrijke publicaties op zijn naam staan. Centraal thema daarin is zijn fundamentele kritiek op het moderne westerse denken dat nu al vier eeuwen ten onrechte uitgaat van een veronderstelde kloof tussen subject en object, tussen cultuur en natuur. Voer voor filosofen, zou men kunnen zeggen, ware het niet dat deze misvatting aan de basis ligt van ons huidige onvermogen om het klimaatprobleem aan te pakken. In 2013 hield Latour hierover een reeks van zes Giffordlezingen aan de Universiteit van Edinburgh. Dit boek is daar een uitvoerig uitgebreide en bewerkte versie van. Belangrijk, zeer leesbaar, breed georiënteerd en uitvoerig gedocumenteerd. Met noten en literatuuropgave.

Tekst op website uitgever
In Oog in oog met Gaia stelt de Franse filosoof en wetenschapsantropoloog Bruno Latour dat de natuur niet langer de stabiele achtergrond vormt van ons doen en laten. We zijn toegetreden tot het tijdvak van het Antropoceen. In dat tijdvak dringen de ecologische gevolgen van het menselijk handelen zich hardhandig op de voorgrond. We meenden dat er vrede heerste, maar we zijn in oorlog.
De ecologische mutatie die zich voltrekt, betitelt Latour als het Nieuwe Klimaatregime. De oude natuur wijkt voor een wezen in beweging, waarin menselijke activiteit en natuurlijke wereld talloze onverwachte verbindingen aangaan: Gaia.
Latour neemt de controversiële Gaia-hypothese van James Lovelock als uitgangspunt, en zet daarnaast rechtsfilosofie en kunst in om de politieke, religieuze en wetenschappelijke dimensies van het verouderde natuurbegrip te ontwarren. Zo legt hij in dit ongemeen rijke en verrassende boek de basis voor een hoogst noodzakelijke politisering van de ecologie – voor onze terugkeer op Aarde.

Dit boek is voortgekomen uit een cyclus van lezingen in Edinburgh. De lezingen zijn uitgebreid en volledig herschreven, met behoud van de oorspronkelijke toon en stijl. Latour koppelt denken-in-actie en humor aan een fabelachtige eruditie, maar schuwt de polemiek niet.

Bruno Latour is als hoogleraar verbonden aan Sciences Po in Parijs.

Fragment uit Tweede lezing - Niet bezielen en niet ontzielen, hoe doe je dat?
Ik overdreef dus niet toen ik zei dat de klimaatkwestie ons gek maakt. De 'berichten van het front' zijn inderdaad om van te duizelen: ze geven een beeld van de enorm complexe wetenschappelijke voorzieningen die worden gebruikt om over zulke grote tijdspannes betrouwbare metingen te verrichten, om nog te zwijgen over het verbluffende palet aan vakgebieden - paleontologie, archeologie, geochemie - die gezamenlijke modellen weten op te leveren waarmee wordt voorspeld wanneer we precies drempelwaardes overschrijden. Maar het duizelingwekkendst is het samenvoegen van de lange geschiedenis van de planeet en de korte geschiedenis van de mensen in één diagram, niet meer om zoals vroeger de onbeduidendheid van het mensdom in de onmetelijke geschiedenis van de aarde te benadrukken, maar integendeel om datzelfde mensdom ineens met een ongezien zware geologische macht te belasten. En daar blijft het niet bij: nadat de dwerg - of het wormpje - dat we dachten te zijn in een reusachtige Atlas is gemetamorfoseerd, wordt ons doodleuk meegedeeld, dat we onze ondergang tegemoet snellen als we er niets aan doen, én dat het bovendien waarschijnlijk sowieso te laat is om wat dan ook te doen.
  We kunnen toch niet anders dan radeloos worden van zulke voorheen onvoorstelbare kortsluitingen tussen het tempo van de geschiedenis en dat van de geogeschiedenis, die net zo 'full of sound and fury' is als het mensenverhaal? We hadden wel gehoord dat de geschiedenis steeds sneller gaat, maar dat die geschiedenis ook de geologische geschiedenis in een stroomversnelling kan brengen, verbijstert ons. Gevoelsmatig, intellectueel, moreel, politiek, cultureel zijn we slecht toegerust om dat nieuws te verwerken - we spreken geen kwaad over de mensheid als we dat nog eens beklemtonen. Het zou veel verstandiger en zelfs rationeler zijn om zulke berichten volledig te negeren - als dat de niet de zekerste manier was om helemáál door te slaan! (pagina 71-72)

Fragment uit een interview
Vraag: Hoe kan die instelling helpen? Wat betekent het, oog in oog met Gaia te staan?
Bruno Latour: "Je realiseren dat er niet langer een toekomst is voor de idealen van de modernisten, omdat er geen grond, geen aarde is die daarmee correspondeert. Dat kan in zekere zin een opluchting zijn. Ik twijfel niet aan de menselijke vermogen som de CO2 terug te dringen, of alle auto's die er tijdens mijn leven zijn gebouwd te vervangen. Wat me stoort is dat wij zo blind blijven voor alle irrationele kanten van het verhaal. Hoe langer we wachten, hoe meer mensen uiteindelijk getroffen zullen worden, en dan vooral in minder ontwikkelde landen.
  Het is van belang om de religieuze patronen in het denken over de toekomst te herkennen, stelt Latour, omdat wat voorheen het 'einde der tijden' heette is verworden tot de moderne utopie van een gehele getechnologiseerde wereld, waar we het met een paar zonnepanelen, dijken en een Tesla zullen redden. Het oneindig georganiseerde universum van de modernisten moet worden ingeruild voor de oneindig complexe, lokale, vergankelijke wereld.
Artikel: 'Hoop is nu een laffe uitvlucht' (NRC november 2017)

Lees ook: Per toeval filosoferen: in gesprek met Élie During van Bernard Stiegler (uit 2014)


Youtube - Bruno Latour: Why Gaia is not the Globe (juni 2016)

Terug naar Overzicht alle titels

Marte Kaan

Onderbuik : Nieuw Licht op redelijkheid
Ambo Anthos 2017, 112 pagina's - € 10,--

Website: Marte Kaan (1977)

Korte beschrijving
In de reeks 'Nieuw licht' wordt telkens een thematiek die een bekend auteur eerder aan de orde stelde in een klassieke tekst, geconfronteerd met het hedendaagse denken. In dit achtste deel werpt psychologe Kaan een nieuw licht op een passage waarin Erich Fromm schrijft over het belang van emoties in het redelijk oordelen en over redelijkheid als voorwaarde tot het vermogen lief te hebben. Kaan pleit voor 'de redelijkheid van de onderbuik': een completere, doorvoelde vorm van redelijkheid die niet alleen op ratio is gestoeld, een rede die niet gescheiden is van het intuïtieve begrip van de werkelijkheid. Vertrekkend vanuit Freud maar ook aan de hand van actuele auteurs en het zen-boeddhisme veronderstelt dit de moed om de eigen onredelijkheid in sterke overtuigingen onder ogen te zien en je ongelijk te erkennen. Die redelijkheid laat ruimte voor het onlogische en irrationele; ze is juist spiritueel, besluit Kaan in de lijn van Fromm, mét Nussbaum en tegen De Botton. Een gevoelig en goed geschreven boekje, dat afwisselt tussen autobiografische mijmeringen en existentiële beschouwingen. Pocekteditie; normale druk.

Tekst op website uitgever
Wees toch eens redelijk! Die oproep is een erfenis van het verlichtingsdenken, waarin geloof en bijgeloof plaatsmaakten voor redelijkheid. In een wereld zonder God zou de rede onze redding zijn. Maar biedt de rede nog wel soelaas als behalve God ook feiten objectiviteit in diskrediet zijn geraakt?

Schrijfster en psychologe Marte Kaan ziet tijdens haar therapeutische sessies dat redelijkheid ons meer ontglipt naarmate we sterker naar redelijkheid verlangen. Aan de hand van psychoanalyticus en filosoof Erich Fromm laat Kaan zien dat een redelijk mens vooral ook emotioneel vaardig moet zijn. Wie schijnbaar overtrokken, ongepaste en schaamtevolle gevoelens serieus neemt, leert dat de onderbuik recht van spreken heeft.

Fragment uit (de) Proloog
Het opvallende is dat het verlangen naar redelijkheid groter lijkt te worden zodra we erachter komen dat de redelijkheid ons ontglipt. Ik zie dat in extremis gebeuren in mijn werk met verslaafde cliënten: in de diepe vertwijfeling die hoort bij het moment waarop ze aan zichzelf ten onder dreigen te gaan, draait het verstand overuren. Ze weten precies hoe alles bij hen werkt en wat ze moeten doen. Het is goed dat ze weer een misstap hebben gemaakt, zo redeneren ze, dan weten ze immers precies waarom ze willen stoppen. En dat doen ze. Morgen. Dit keer echt. Overtuigd van deze gedachte, tot het moment dat zich een nieuwe gedachte aandient: dit is niet het juiste moment, ik heb het verdiend, hoeveel kwaad kan dit nou, het is beter om morgen te stoppen want X, Y of Z.
Ook de niet-verslaafden onder ons zoeken houvast in het denken, of het nu gaat om onze mentale en lichamelijke gezondheid, onze relaties of ons professionele bestaan. Deskundigen vertellen ons in bladen, boeken en blogs hoe we onszelf het best kunnen beheersen, verbeteren en controleren. De vraag is hoeveel we daarmee opschieten, immers: hoe redelijker (rationeler) we proberen te zijn, des te meer dreigt de controle ons te ontglippen.
Er bestaat een ander, completer soort redelijkheid, een gevoelde, doorleefde vorm die ontstaat uit denken én voelen: de redelijkheid van de onderbuik. Dat klinkt tegenintuïtief: de onderbuik wordt doorgaans geassocieerd met kleingeestige oordelen en opvattingen, met kort-door-de-bocht, uitsluiting, veroordeling en discriminatie. De onderbuik, dat is nieuwrechts, dat zijn Henk en Ingrid. Maar de Henken en Ingrids zijn onderbuik zonder verstand, ze laten zich door hun niet-pluisgevoel regeren en durven geen vragen meer te stellen. (pagina 17-18)


Fragment uit het zwijgen van mr. Singh

Ik stond niet alleen in mijn belangstelling voor oosterse spiritualiteit, de komst en het succes van Happinez en de Boeddha beelden bij Intratuin waren een duidelijk signaal. Mensen voelden energie, bleken aura's te ontwaren en aardstralen te registreren en vertelden zonder blikken of blozen dat ze een steen of een magneet onder hun bed hadden liggen.
  Het schijnbaar irrationele dat mij aanvankelijk aantrok ging me tegenstaan, vooral vanwege het narcistisch masochisme van zelfbenoemde yogi's en andere verlichte geesten. Ik bespeurde bij dit soort mensen vaak eerder hoog- dan ruimhartigheid, ze leken zich meer met zichzelf bezig te houden dan zich te interesseren voor de mensen en de wereld om hen heen. Spiritualiteit was cool geworden, een lifestyle.
  Rond die tijd diende zich voor mij een ogenschijnlijk betere oplossing aan: de chemische weg naar het nirwana, xtc. Wat het zo bijzonder maakte was het volledig stilvallen van het denken  en een helder en scherp (en woordeloos) bewustzijn van dat stil zijn. Het is denk ik het beste te vergelijken  met het gevoel iets vergeten te zijn. Dat klinkt nu niet per se als een aanbeveling, maar er is iets onweerstaanbaars aan om even helemaal niet meer te weten waar je bent, in tijd, plek of gedachten - ik denk aan het spelletje dat ik als kind deed waarbij ik mijn ogen dichtdeed als ik achter in de auto zat en probeerde na te gaan waar ik was en er volkomen naast zat. De nadruk ligt hierin op het woord 'even',  want zou het moment van desoriëntatie voortduren dan zou ik in paniek raken. Het (even) niets weten kan als een bevrijding voelen, en voor mij was dat de openbaring: het rekken van de vergetelheid, het helemaal niet (hoeven) weten, omdat mijn denken stillag, er hoefde niets gedacht of geweten te worden. Zonder paniek. (pagina 40-41)


Marte Kaan werpt Nieuw Licht op Liefhebben : een kunst, een kunde van Erich Fromm (uit 1962)



Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 13 november 2017

Noam Chomsky

Het einde van de Amerikaanse droom : de tien principes voor de concentratie van rijkdom en macht
Ten Have 2017, 197 pagina's - € 19,99

Oorspronkelijke titel: Requiem for the American dream : the 10 principles of concentration of wealth and & power (2017)

Wikipedia: Noam Chomsky (1928)

Korte beschrijving
Hij kent zijn gelijke niet. Bijna negentig jaar is Noam Chomsky inmiddels, maar nog steeds geselt hij Amerika (en de rest van de wereld) met zijn scherpe pen. Zo ook in dit boek waarin hij de tien principes opsomt, die hebben geleid tot de concentratie van rijkdom en macht. Achtereenvolgens: zorg voor minder democratie, vorm de ideologie, verbouw de economie, schuif de last af op anderen, doe een aanval op de solidariteit, zorg dat de wetgevers uit je hand eten, beïnvloed de verkiezingen, hou het gepeupel in het gareel, produceer instemming en marginaliseer de bevolking. Deze principes hebben ervoor gezorgd dat de Amerikaanse droom (je wordt arm geboren, je werkt hard en dan kun je een eigen huis kopen en je kinderen naar een goede school sturen) is uiteengespat. Het is een bonte collage van eigen teksten, krantenberichten, verslagen van hoorzittingen, wetsartikelen, samenvattingen van boeken enzovoort. Het boek, oorspronkelijk in 2015 verschenen als documentaire met als titel 'Requiem for the American Dream', is uitermate fraai vormgegeven.

Tekst op website uitgever
In Het einde van de Amerikaanse droom ontleedt legendarische activist en filosoof Noam Chomsky messcherp de opkomst van het neoliberalisme. Actueler dan ooit stelt Chomsky dat de American Dream in rook is opgegaan, onder andere door de ongekende inkomensongelijkheid die de hoop van de gewone Amerikaan op een betere toekomst teniet heeft gedaan. De gevolgen daarvan zijn niet alleen funest voor de Verenigde Staten, maar evengoed op globaal niveau.

Chomsky formuleert tien principes die leiden tot een ongekende concentratie van rijkdom en macht, zoals het gebruik van angst en de ondermijning van solidariteit. Zijn grondige kritiek is geënt op overheids- en bedrijfsdocumenten, maar ook op filosofen als Aristoteles, Adam Smith en Malcolm X. Het einde van de Amerikaanse droom is een indringende diagnose van een zieke Amerikaanse samenleving.


Fragment uit Principe #3 - Verbouw de economie
Uit de paragraaf: Offshoring
De zogenaamde 'vrijhandelsverdragen' hebben eigenlijk helemaal geen betrekking op vrije handel. Het handelssysteem is opnieuw opgebouwd met de heel expliciete opzet om arbeiders van over de hele wereld met elkaar te laten concurreren. Dat heeft geleid tot een teruggang in het aandeel van het nationala inkomen dat afkomstig is uit arbeid. Dit is heel duidelijk zichtbaar in de Verenigde Staten, maar het gebeurt overal ter wereld. Het komt erop neer dat een Amerikaanse arbeider concurreert met een zwaar uitgebuite arbeider in China.
  Iets wat niet losgezien kan worden daarvan is dat de ongelijkheid in China zelf enorm is toegenomen. China en de Verenigde Staten zijn in dit opzicht de extreemste voorbeeldne. Er zijn in China een heleboel arbeidsconflicten waarbij mensen tegen die ongelijkheid in het geweer komen, maar het is een keihard regime. De strijd om meer rechten voor arbeiders verloopt moeizaam, maar er gebeurt wel iets, niet alleen in China maar over de hele wereld. De waarden die de Verenigde Staten exporteren zijn de concentratie van rijkdom, belasting op arbeid, het ontnemen van rechten, uitbuiting enzovoorts. Zo gaat het toe in de echte wereld. Dat is een automatisch gevolg van het zodanig inrichten van handelssystemen dat die de rijken en bevoorrechten beschermen.
  In de industriële sector van de Verenigde Staten ligt de werkeloosheid tegenwoordig op hetzelfde niveau als tijdens de Depressie van de jaren dertig, maar er is een fundamenteel verschil - die banen komen niet meer terug, in elk geval niet onder het huidige overheidsbeleid, De banen in de maakindustrie komen pas terug als het sociale beleid verandert. Want degenen die de leiding hebben over onze samenleving, de 'meesters van de mensheid', om nogmaals Adam Smiths uitdrukking te lenen, hebben andere plannen. Ze hebben er geen belang bij om grootschalige industriële productie te laten terugkeren naar de Verenigde Staten, want ze kunnen meer winst maken door supergoedkope arbeidskrachten uit te buiten in landen zonder ook maar enig milieubeleid. (pagina 54-55)

Youtube - Professor Noam Chomsky & Filmmakers - Q&A for "Requiem for the American Dream" (4-22-16)





Lees bijvoorbeeld ook:
Koen Haegens. De grootste show op aarde : de mythe van de markteconomie (2015)
Dani Rodrik. De globaliseringsparadox : waarom mondiale vrijhandel, de natiestaat en democratie niet samengaan (2015)
Mariana Mazzucato. De ondernemende staat : waarom de markt niet zonder overheid kan (2015) of
Kate Raworth. Doughnut economics : seven ways to think like a 21st century economist (2017)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 9 november 2017

Lieve Goorden

De sprong in de techniek : nadenken over wat we doen
ISVW Uitgevers 2017, 216 pagina's -  € 17,50

ISVW: Lieve Goorden (19?)

Korte beschrijving
Wetenschap levert neutrale feiten; het is aan mensen om daar al dan niet iets mee te doen. Deze tweedeling lijkt simpel en hanteerbaar, maar is helaas volkomen uit de tijd. Want de moderne natuurwetenschap is niet alleen onvoorstelbaar complex en abstract, zij oefent rechtstreeks grote invloed uit op de vormgeving van het menselijk leven, zij is er in hoge mate mee verweven. Denk bijvoorbeeld maar aan digitalisering, aan kunstmatige intelligentie of aan het sleutelen aan erfelijk materiaal.

Lieve Goorden, als onderzoekster verbonden aan de Universiteit van Antwerpen, brengt de problematiek in kaart. Haar uitgangspunt daarbij is het denken van Heidegger en Hannah Arendt. En haar doel is 'de lezer aan te zetten tot iets waarvoor Hannah Arendt een felle oproep doet: laten we nadenken over wat we doen.' Bevat literatuurlijst.

Fragment uit IX - Techniek wordt intelligent
Artificiële intelligentie van hoog kaliber
In een open brief uiten Stephen Hawking, Bill Gates en Elon Musk hun vrees voor boosaardige kunstmatige intelligente wezens die ooit de wereld van ons zouden kunnen overnemen: 'Success in creating Artificial Intelligence would be the biggest event in human history. Unfortunately, it might also be the last.' Dat een toekomst met artificiële intelligentie allicht spannend zal worden is iets wat ook makers van sciencefictionfilms niet is ontgaan. Want over één ding zijn alle experts het eens: een artificieel intelligent systeem zal in de toekomst autonoom en vrij kunnen handelen, leren en zich aanpassen aan nieuwe situaties.
  Maar is een doembeeld met betrekking tot artificiële intelligentie wel gerechtvaardigd? Is een zwartgallig scenario sowieso onafwendbaar? Ik denk van niet. Tenminste, als het effectief onze ambitie is om ooit artificiële intelligentie van hoge kwaliteit te creëren, om een wezen te ontwerpen dat qua intelligentie een vergelijking met de mens kan doorstaan. In dat geval kan het helpen om onszelf de vraag te stellen: wat juist heeft ons in de loop der tijden tot intelligente wezens gemaakt? En wat houdt die intelligentie precies in, over welke bekwaamheden hebben we het dan? Want als we op termijn daadwerkelijk kunstmatige intelligentie in ons midden hebben - 'in de stad' -  willen introduceren, dan kan zulke reflectie nog van pas komen. Al was het maar dat we daaruit kunnen leren, hoe de grillen en de eigenzinnigheid van ene naar de natuur geboetseerd intelligent systeem, in goede maatschappelijke banen te leiden. (pagina 155-156)


Terug naar Overzicht alle titels

Jochanan Eynikel

Robot aan het stuur : over de ethiek van techniek
Lannoo Campus 2017, 152 pagina's - € 16,99

Etion: Jochanan Eynikel (1981)

Korte beschrijving
De techniek, en specifiek de digitale wereld, gaat in allerlei vormen het dagelijks leven ondersteunen en vergemakkelijken - en gevoelsmatig wellicht overheersen. De auteur, filosoof en expert mensgericht ondernemen, beschouwt vanuit filosofische hoek de mogelijkheden en ontwikkelingen van die techniek en vooral de reactie van de mens. Deze beschouwing wordt via talloze dagelijkse voorbeelden heel duidelijk verteld en stemt zeker tot nadenken. Doel is om beide partijen, de mens en de industrietechnologen, ervan te overtuigen dat een goede en verantwoorde acceptatie alleen wordt bereikt door het verenigen van makers en gebruikers. De senioren voor wie deze technologie heel goed kan aansluiten bij de kwaliteitsverbetering van het dagelijks leven, maar ook de werkenden die banenverlies vrezen door automatisering en zich moeten realiseren dat een beroep voor het leven steeds moeilijker te vinden is, komen in de beschouwingen uitgebreid aan bod. Toegankelijk geschreven en vormgegeven, met informatieve kaders, tabellen en grafieken, en enkele zwart-witfoto's. Met literatuurlijst.

Fragment uit hoofdstuk 3. Een morele analyse van disruptieve technologie
Naar artificiële morele intelligentie?
De grote uitdaging bij het simuleren van moraliteit in een computerprogramma is dat hij een belangrijke component van moreel gedrag ontbreekt, namelijk het inlevingsvermogen in anderen en de ervaring van menselijke kwetsbaarheid. Bovendien is die empathie niet neutraal. Zo zullen veel mensen zichzelf schade toebrengen om hun eigen kind te beschermen, maar veel minder om een onbekende persoon op straat te redden. Moeten robots daar rekening mee houden? Anderen argumenteren dan weer dat een robot net moreler zal zijn door neutraliteit. Zo zouden militaire robots zich niet laten leiden door wraak of andere emoties die soldaten in hoge stresssituaties tot immoreel gedrag kunnen doen overgaan.

Het probleem met emoties is dat ze ons enerzijds kunnen verblinden - zoals bij woede - maar aan de andere kant een wezenlijk onderdeel zijn van ethiek. Ethiek is meer dan rekenen of regels volgen. Als mens zullen we de regels soms bewust overtreden om erger kwaad te voorkomen. Meer nog, de wet gaat er vanuit dat een goedaardig persoon op basis van zijn geweten soms bewust bepaalde wetten zal en mag overtreden om erger te vermijden. Zo zal iemand die een volle witte lijn overschrijdt om een plots opduikend kind te ontwijken, allicht niet gestraft worden. De wet en ethiek liggen idealiter dicht bij elkaar, maar overlappen elkaar niet altijd. Een zelfrijdende wagen die altijd de wet volgt kan de gezondheid ernstig schade toebrengen. Dé grote uitdaging voor programmeurs van slimme robotica zoals zelfrijdende wagens ligt in het programmeren van iets wat eigenlijk nooit volledig te coderen valt. (pagina 100-101)

Youtube - Beyond the bloody math - Jochanan Eynikel @ Digityser from Etion (Engelstalig)



Terug naar Overzicht alle titels



Wouter van Bergen 2

De robots komen eraan! : feit en fictie over de toekomst van intelligente machines
Business Contact 2016, 175 pagina's - €19,99

Korte beschrijving
De titel geeft al aan dat we hier met een wat populaire benadering van het thema robots van doen hebben. Het gaat over de diverse industriële types maar ook over meer 'sociale' robots waar we in het maatschappelijk en persoonlijk verkeer meer mee te maken zullen krijgen, zoals zelfrijdende auto’s. Er wordt verder ingegaan op mogelijke maatschappelijke gevolgen (werkgelegenheid) en toekomstscenario’s. Een stelling neemt de auteur niet in. Alles blijft open. Het thema dat de auteur oppakt, is beslist actueel, en dat is een verdienste. De oppervlakkige en weinig visionaire uitwerking is echter onbevredigend. Het blijft allemaal op journalistiek niveau hangen. Overigens bevat het boek slechts dertien illustraties, alle in zwart-wit. Mensen die willen weten wat de technische stand van zaken op het gebied van robots is en wat er op ons afkomt, zullen hier zeker iets van hun gading vinden. De auteur is financieel-economisch journalist bij de Telegraaf. Hij schreef eerder de boeken 'Banken, bubbels en bonussen' (2010) en als co-auteur 'De kleine Piketty' (2014).

Fragment uit 3 De robot (r)evolutie
Zelfstandig kennis opdoen zoals de mens - unsupervised learning - is een van de hindernissen die nog genomen moeten worden, en niet de kleinste volgens Yan Lecun, hoofd van de afdeling die bij Facebook onderzoek doet naar kunstmatige intelligentie. Als intelligentie een taart is, dan vormen de technieken waarmee de laatste tijd veel vooruitgang is geboekt het glazuur en de kers, maar is unsupervised learning de taart zelf, vindt Lecun: 'We weten nu hoe we het glazuur en de kers moeten maken, maar de taart zelf lukt nog niet. We zullen eerst het probleem van unsupervised learning moeten oplossen voordat we ook maar kunnen nadenken over echte kunstmatige intelligentie. En wie weet welke hindernissen er daarna nog komen.'
  Toch geloven de meeste experts dat nog deze eeuw machines de mens in intelligentie zullen evenaren, waarschijnlijk gevolgd door machines die eerst een beetje en daarna veel slimmer zijn dan wij. De consequenties daarvan voor de mens zijn waarschijnlijk niet te bevatten, aangezien we per definitie te dom zijn om te voorzien wat zo'n superintelligente computer van plan zal zijn als die een IQ heeft dat tientallen keren zo hoog is als dat van de slimste mens. (pagina 47-48)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 8 november 2017

Hans Schnitzler 2

Kleine filosofie van de digitale onthouding
De Bezige bij 2017, 128 pagina's - € 12,99

Hans Schnitzler (1968) en zijn website   

Korte beschrijving
Hans Schnitzler is filosoof en schrijft essays voor landelijke bladen en schreef in 2015 het boek Het digitale proletariaat . Nu beschrijft hij wat digitale onthouding - een aantal weken leven zonder online te zijn - met je doet en hoe dat komt. Aan de hand van een aantal filosofen, onder wie Plato, McLuhan, Hannah Arendt en Susan Sontag, beschrijft hij het proces van vervreemding dat optreedt op het moment dat je de digitale wereld betreedt. Gaat dieper in op deze materie dan soortgelijke werken. Wel schetst de auteur een doemscenario ten aanzien van de digitalisering van onze wereld. De vraag is of het allemaal zo zwart-wit is, maar het zet zeker aan tot nadenken. Niet eenvoudig geschreven en vereist filosofische voorkennis. Met noten en literatuurlijst.

Korte beschrijving
 Wat gebeurt er als je offline gaat in een wereld die altijd online is? Als je je telefoon opzijlegt, wat komt er dan voor in de plaats? Heb je nog vrienden? Besta je überhaupt nog? Filosoof Hans Schnitzler gaat in gesprek met millennials die een digitale detox hebben ondergaan. Hun ervaringen schetsen een even herkenbaar als onthutsend beeld van de worstelingen van de smartphone-mens. We zijn voortdurend bereikbaar en verbonden, maar welke prijs betalen we daar eigenlijk voor? Kleine filosofie van de digitale onthouding laat van binnenuit zien wat het betekent om in een schermwereld te leven. Dit boek roept op tot bezinning over de eisen die de digitale werkelijkheid aan ons stelt.

Fragment uit Smartphone uit, Werkelijkheid aan?
Misschien moet je concluderen dat Plato's ideeënwereld naar Silicon Valley is verhuisd, daar waar de blauwdruk voor onze werkelijkheid in toenemende mate gestalte krijgt. Waar het individu bij Plato zich al denkend kon bevrijden uit de schijnwereld, ligt dat voor de gemiddelde datamens buiten bereik. De broncode voor zijn alledaagse bestaan is raadselachtig geworden, verborgen in data, zelflerende algoritmen en andere vormen van kunstmatige intelligentie die zijn verstand en zijn fantasie volledig te boven gaan. Meer dan ooit geldt: de mens is een antiek meubelstuk in een hypermodern ingerichte kamer. Een deel van het ongemak over het leven in het gedigitaliseerde ondermaanse moet, enigszins vooruitlopend op de zaken, hier bezocht worden.
  Tezelfdertijd raken geavanceerde media steeds nauwer verweven met onze leefwereld en worden ze steeds bepalender voor de wijze waarop we waarnemen, voelen, denken en voelen. De moderne techniek dringt door tot in de kleinste haarvaten van het maatschappelijk weefsel, tot op het punt dat we in cyborgs transformeren - half mens, half machine. In deze zin wordt de afstand tussen de ene (analoge) en de andere (digitale) wereld niet groter en abstracter, maar juist kleiner en intiemer. Geavanceerde toepassingen - ook wel afgekort als de NBIC-technologieën, oftewel nano-, bio-, informatie- en cognitietechnologieën - smelten steeds meer samen en zijn steeds beter in staat de menselijke natuur in kaart te brengen en na te bootsen. Dat brengt allerlei voordelen met zich mee, denk aan innovaties op het gebied van de gezondheidszorg, maar het invasieve karakter waarmee sommige techniektoepassingen de intieme leefsfeer binnendringen, roept tegelijkertijd techno-claustrofobische gevoelens op. (pagina 23-24)

Lees ook: Het digitale proletariaat van Hans Schnitzler (2015)

Het Filosofisch kwintet
Op 29 oktober 2017 werd in dit Human-tv-programma gesproken over aspecten die Hans Schnitzler aansnijdt. Hij was een van de deelnemers. Titel: Zijn wij marionetten van de datareuzen?  Ook Philipp Blom, de Duitse historicus, was aanwezig; van hem verscheen onlangs Wat op het spel staat, dat hier ook bij aansluit.

Enkele andere boeken
Andrew Keen. De digitale afgrond : hoe de huidige sociale online revolutie ons eenzamer en hulpelozer maakt (2012)
Nicholas Carr. De glazen kooi : wat automatisering met ons doet (2014)
Manfred Spitzer. Digitale dementie : hoe wij ons verstand kapotmaken (2013)
Evgeny Morozov. Om de wereld te redden, klik hier (2014)
Alex Pentland. Sociale big data : opkomst van de data-gedreven samenleving (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 25 oktober 2017

Philipp Blom 2

Wat op het spel staat
De Bezige bij 2017, 223 pagina's € 19,99

Oorspronkelijke titel: Was auf dem Spiel steht (2017)

Wikipedia: Philipp Blom (1970)

Korte beschrijving
De Duitse historicus en journalist analyseert de grote historische veranderingen en de invloed hiervan op de toekomst. Het is een somber toekomstscenario. We zullen waarden als democratie, tolerantie, welvaart en rechtsstaat verliezen. De mens is een onverstandige, manipuleerbare consument geworden, die zich niet druk maakt over de uitdaging van historische proporties waar we voor staan. Opwarming, digitalisering en consumentisme zijn producten van het industriële tijdperk. Steeds meer elites leven ver verwijderd van de sociale werkelijkheid. De redding van onze maatschappij en van de planeet is afhankelijk van de vraag of voldoende mensen tijdig aan een radicale verandering willen werken. Blom noemt mogelijke oplossingen, die vooral van de jongere generatie zullen moeten komen. Het pleidooi voor het redden van de planeet eindigt met de vraag: Wat staat er op het spel? Het antwoord luidt: Alles!

Tekst op website uitgever

Wat als een historica over vijftig jaar terugkijkt naar het begin van de 21ste eeuw? Zij zal versteld staan dat wij – verblind door onze dagelijkse beslommeringen en ons kortetermijnperspectief? – de twee grootste bedreigingen die homo sapiens te wachten stonden niet zagen: een wereldomvattende klimaatcrisis met alle gevolgen van dien, en de digitalisering van arbeid die leidde tot massawerkloosheid en een algeheel verlies van zin en betekenisgeving. 

In Wat er op het spel staat analyseert Philipp Blom het historische scharnierpunt waarop wij ons bevinden aan de hand van verhelderende parallellen met andere historische aardverschuivingen, zoals het einde van het Romeinse Rijk, de Verlichting en de Duitse Weimarrepubliek. Het resultaat is een vlammend betoog vol sterke beelden en scherp verwoorde inzichten, dat iedereen zou moeten lezen die zich zorgen maakt over de toekomst van wat wij voor waardevol houden: vrijheid, tolerantie, het klimaat, arbeid, democratie en mensenrechten.

Fragment uit No Future, Inc

  Waarom, zo zou onze historica zich afvragen, klampten de mensen zich in die tijd zo vast aan een economisch model dat gevaarlijk en achterhaald was, waarom zijn er geen massademonstraties en gewapende opstanden geweest om een snelle en resolute verandering teweeg te brengen? Waarom hebben ze hun eigen wetenschappers niet geloofd? In die tijd was een ommekeer misschien nog mogelijk geweest. Hebben de mensen dan niet geweten dat sinds het begin van de metingen zestien van de zeventien warmste jaren zich tussen 2000 en 2017 hebben voorgedaan? Hebben ze nooit een fabriek gezien die toen al bijna zonder menselijke arbeid uit kon? Hebben ze gewoon hun ogen niet willen geloven, of hebben ze en om een bepaalde reden geweigerd consequenties te trekken uit wat ze zagen?
  In plaats van een antwoord een sfeerbeeld: de rijke, democratische landen, de grote economische machten, de G7 of G8, de voormalige koloniale machthebbers en voormalige industriële gebieden zijn afgegleden naar een reactionair tijdperk. Hun dierbaarste gevoel is nostalgie. Ze willen geen toekomst. Toekomst is verandering, en verandering is verslechtering, betekent migratie van miljoenen mensen, klimaatverandering, ineenstortende sociale systemen, exploderende kosten, bommen in nachtclubs, milieuverontreiniging, verblekende koraalriffen, het massaal uitsterven van soorten, falende antibiotica, overbevolking, islamisering, burgeroorlog. De toekomst moest voorkomen worden. De mensen in rijke landen willen maar één ding: dat het heden nooit eindigt.
  De politiek sprak vroeger in visies, en die visies waren moorddadig. tegenwoordig hebben we realistischer aanspraken. Politiek wordt zakelijk bestuur, verwachtingsmanagement, customer service. Alleen feelgood-goeroes. Silicon Valley-types en sekteleiders hebben het nog over Utopia, over ene betere wereld die voor ons ligt en waarin de problemen van onze tijd nog maar herinneringen zijn. Voor de rest zijn de projecties van onze toekomst stuk voor stuk troosteloos tot wanhopig: Michel Houellebecq en Hollywood, Lars von Trier en langlopende wetenschappelijke studies, Cormac McCarthy en talloze computerspelletjes tonen ons anti-utopieën. Er stroomt vage paniek door onze aderen. In de rijke wereld gelooft amper iemand nog dat het zijn eigen kinderen beter zal gaan, dat hard werken beloond wordt, dat politici in het belang van hun kiezers willen of kunnen handelen, dat de mensheid een betere tijd te wachten staat. Dan maar liever geen verandering. Zo wordt het hoogste doel het handhaven van de status quo.
  Maar de veranderingen, het getijde van het nieuwe, wordt sterker. Ze verjaagt miljoenen mensen door droogte en overstromingen en drijft ze op de vlucht; in rijke landen ontneemt ze onverbiddelijk steeds meer mensen hun baan, schept onzekerheid, dijt de ons vertrouwde grootte van de wereld uit en krimpt die in, elke stap en elke kleine moeite voelt onverwacht en kunstmatig aan. Een wijdverbreid gevoel dat nog niet tot begrip gestold is, zegt ons dat we de controle aan het verliezen zijn, dat niets meer is wat het ooit was, dat we niet meer kunnen controleren en begrijpen at er op het ogenblik aan de hand is. We klampen ons dus vast aan wat we kennen, aan wat we comfortabel vinden. De toekomst is per slot van rekening toch al onzeker. (pagina 15-17)



Vanaf 30:40 komt Philipp Blom aan het woord

 


Het Filosofisch kwintet
Op 29 oktober 2017 werd in dit Human-tv-programma gesproken over aspecten die Philipp Blom aansnijdt. Hij was een van de deelnemers. Titel: Zijn wij marionetten van de datareuzen?  Ook Hans Schnitzler, de Nederlandse filosoof, was aanwezig; van hem verscheen onlangs Kleine filosofie van de digitale onthouding, dat hier ook bij aansluit.


Artikel:
Philipp Blom. Wat op het spel staat (oktober 2017)
Lees ookHet verborgen genootschap : de vergeten radicalen van de Verlichting (2010)

In de literatuurlijst staan o.a. deze boeken
Rutger Bregman. Gratis geld voor iedereen (2014)
Erik Brynjolfsson & Andrew McAfee. Het tweede machinetijdperk : hoe de digitale revolutie ons leven zal veranderen (2014)

Martin Ford. De opmars van robots : hoe technologie veel banen zal doen verdwijnen (2016)
David Graeber. Schuld : de eerste 5000 jaar (2012)
Tony Judt. Het land is moe : verhandeling over onze ontevredenheid (2010)

Paul Mason. Postkapitalisme : een gids voor de toekomst (2016)
Pankaj Mishra. Tijd van woede : een geschiedenis van het heden
 (2017)
Jan-Werner Müller. Wat is populisme? (2017)
Michael Sandel. Niet alles is te koop : de morele grenzen van marktwerking (2014)
Richard Sennett. De ambachtsman : de mens als maker (2008)
Richard Sennett. Samen : een pleidooi voor samenwerken en solidariteit (2016)
David Van Reybrouck. Tegen verkiezingen (2013)  

Paul Verhaeghe. Identiteit (2012)

Terug naar Overzicht alle titels