zondag 19 februari 2017

Armèn Hakhverdian & Wouter Schakel

Nepparlement? : een pleidooi voor politiek hokjesdenken?
Amsterdam University Press 2017, 184 pagina's -  € 19,95

Wikipedia: Armèn Hakhverdian (19?) en Wouter Schakel (19?)

Korte beschrijving op website uitgever
Vertegenwoordigen onze volksvertegenwoordigers wel echt het volk, of is — in de woorden van PVV-leider Geert Wilders — ons parlement een ‘nepparlement’? Geen enkele gekozen volksvertegenwoordiging ter wereld vormt een getrouwe demografische afspiegeling van het electoraat. Op heel veel punten — geslacht, leeftijd, inkomen, opleiding, etniciteit — wijken volksvertegenwoordigers af van de gemiddelde burger. Maar is dit eigenlijk wel een probleem?

Nepparlement? Een pleidooi voor politiek hokjesdenken? laat zien dat het gebrek aan afspiegeling belangrijke gevolgen heeft voor de kwaliteit van de vertegenwoordigende democratie in Nederland. Uitvoerig onderzoek onder Kamerleden, gemeenteraadsleden en burgers wijst op een politieke elite die op tal van belangrijke onderwerpen, van herverdeling tot immigratie, van Europese integratie tot misdaad, vooral hoger opgeleide, rijkere burgers vertegenwoordigt en mijlenver afstaat van andere groepen in de samenleving. De vanzelfsprekendheid waarmee een kleine sociaal-economische toplaag van de samenleving zich het ambt van volksvertegenwoordiger heeft toegeëigend, is drastisch toe aan herziening.

Fragment hoofdstuk 7. HokjesdenkenWe hebben in dit boek laten zien dat Nederlandse volksvertegenwoordigers een electoraal stuk grond braak laten liggen dat zich het beste laat omschrijven als economisch links en cultureel rechts. Deze ondervertegenwoordiging is het waarschijnlijke gevolg van de gebrekkige sociaal-economische gelijkenis tussen burgers en politici, en dan vooral Tweede Kamerleden, met name op het punt van opleidingsniveau. De opkomst van de SP in de jaren negentig en haar consolidatie in de jaren daarna heeft de oververtegenwoordiging van de voorkeuren van rijkere burgers op economische thema's niet kunnen stoppen, terwijl ondanks de opkomst van Pim Fortuyn en het deels overnemen van diens culturele agenda door andere partijen, de voorkeuren van volksvertegenwoordigers en electoraat op culturele thema's nog steeds behoorlijk uiteenlopen.
  Maar onze analyses met betrekking tot de landelijke politiek stamden uit 2006 en daarvoor. Zijn de resultaten dan niet achterhaald? Geert Wilders heeft sindsdien het stokje overgenomen van Fortuyn en in de tussentijd aanzienlijke electorale successen geboekt. Dankzij het gedogen van het kabinet Rutte-1 heeft hij zelfs directe invloed op het regeringsbeleid gehad. We hebben in hoofdstuk 2, met veel recenter enquêteonderzoek onder raadsleden, laten zien dat de aanwezigheid van lokale partijen, die gemiddeld genomen een gematigd rechts-populistisch profiel kennen en konden rekenen op de steun van meer dan een kwart van het electoraat, de ideologische aansluiting tussen kiezers en gekozen weliswaar vergroot, maar dat dit effect uiteindelijk behoorlijk beperkt is. De verwachting dat de PVV na de verkiezingen van 2017 met tien tot twintig procent van de Kamerzetels de verschillen tussen burgers en Kamerleden zal weten te overbruggen, lijkt ons dus ongegrond. (pagina 134-135)


Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen