zaterdag 18 maart 2017

Alicja Gescinska 2

Allmensch : van middelmaat tot meesterschap
Academia Press 2016, 39 pagina's -  € 7,99

Wikipedia: Alicja Gescinska (1981)

Korte beschrijving
Als eerste in een nieuwe Vlaamse reeks boekjes over literatuur en filosofie in zakformaat, verschijnt een essay van de jonge filosofe Alicja Gescinska, die ook bekend werd door haar roman 'Een soort van liefde' (2016). Het begrip 'Allmensch' is afkomstig uit het denken van de Duitse filosoof Max Scheler en verdient volgens Gescinska een nieuw leven. Bedoeld wordt 'een mens die zijn essentiële vermogens om goed te doen maximaliseert en dus de spanning tussen wat is en wat zou moeten zijn minimaliseert'. Voor zichzelf en voor de wereld. De Allmensch kijkt niet voldaan terug, maar vooruit onder het mom van wat blueslegende B.B. King omschreef als 'You can always do better', het adagium 'plus est en vous' van de jezuïeten en het Hebreeuwse begrip timshel (vrijheid, verantwoordelijkheid, bestemming van de mens). Een in heldere taal geschreven, betekenisvol pleidooi dat ieder weldenkend mens zou moeten aanspreken en aansporen het beste uit zichzelf te halen ten gunste van de samenleving. Pocketuitgave; normale druk.

Fragment uit Lof der ontevredenheid
Het zou geen kwaad kunnen als men ontwaakte met die vijf woorden in het hoofd. You can always do better. In die woorden klinkt niet enkel de belofte van mogelijke beterschap, maar ook een veroordeling van dat wat is. Dat wat is, volstaat niet. Daarom mogen we niet te snel op onze lauweren rusten. We moeten meer ontevreden zijn, over de wereld en onszelf.
  Dat is natuurlijk onaangenaam. Niemand is graag ontevreden. Ontevredenheid gaat meestal gepaard met een gevoel van ergernis en wijst op een toestand van gebrek. Maar terwijl ontevredenheid onaangenaam is, is tevredenheid vaak ongepast. Hoe kun je tevreden zijn over de toestand van de wereld, wanneer er in die wereld zoveel ellende bestaat? Omdat perfectie onbereikbaar is, moet je ernaar blijven streven, zo meende King, en op zijn zachtst gezegd is de wereld verre van perfect. Uit het gebrek ontstaat de morele plicht om goed te doen, om de nood te lenigen en het lijden te verzachten. Er wordt een moreel appel op ons gedaan, niet zozeer omdat wij zo goed zijn, maar omdat de wereld zo slecht is. (pagina 7)

Die ontevredenheid over het bestaan zouden we moeten ombuigen in een kracht om de wereld te verbeteren en niet laten uitmonden in verzuring en verbitterdheid waar niemand baat bij heeft. Wie daarin slaagt, heeft een extra motivatie om een zinvol leven te leiden.

Zo iemand beschikt  ook over meer zelfkennis. Het is geen schande, maar juist verstandig om toe te geven dat we allemaal eigenlijk maar gebrekkige, veelal middelmatige wezens zijn. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid en zelfoverschatting impliceert daar vaak het tegendeel van. We zijn meestal niet uitzonderlijk slim of dom, geen heiligen noch duivels. We zijn vooral heel gewoon. (pagina 8-9)

Fragment uit Een voorbeeldig leven
Toch laten we ons in ons handelen idealiter inspireren door uiteenlopende voorbeeldfiguren en streven we het best diverse positieve waarden na. De Mozarts en Einsteins zijn dun gezaaid in de wereld en de homo universalis, die in vele domeinen uitmunt, is al zeker een zeldzaamheid. Maar je kunt er beter naar streven om een homo universalis te zijn en in dat streven wat tekortschieten, dan ernaar te streven om een nietsnut te zijn en daarin met verve slagen. En hoewel het ideaal van de homo universalis een wat elitair en intellectualistisch mensbeeld kan impliceren, hoeft dat voor het ideaal van de Allmensch niet het geval te zijn.

De Allmensch is immers ook - en misschien zelfs bovenal - de gemiddelde mens die de middelmaat overstijgt, en blijft streven naar wat beter kan. De zuivere idealen van de voorbeeldfiguren zijn ultiem onbereikbaar en misschien moeten we er juist daarom voortdurend naar blijven streven. Omdat het niet perfect is, zoals B.B. King ons voorhield. De gedachte dat goed nooit goed genoeg is, kan voor sommigen misschien deprimerend klinken, maar het tegendeel is waar.

Het is juist een buitengewoon hoopvolle gedachte, want ze impliceert ook de gedachte dat er meer in ons zit en dat het beter kan. Timshel. (pagina 36-37)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen