woensdag 20 september 2017

Susan Neiman 2


Verzet en rede : in tijden van nepnieuws
Lemniscaat 2017, 77 pagina's - € 9,95

Oorspronkelijke titel: Resistance and reason in post-truth times (2017)

Wikipedia: Susan Neiman (1955)

Tekst op website uitgever
Wat kunnen we doen in deze tijden van post-truth politics waarin overal nepnieuws opduikt? De machtsgreep van Trump kwam niet uit de lucht vallen. Decennia van leugens in de politiek - denk aan de 'rechtvaardiging' van de oorlog in Irak - hebben het idee ondermijnd dat er universele waarden bestaan waarvoor we ons schrap zouden moeten zetten.

In dit essay stelt Susan Neiman, voortbouwend op de ideeën van Foucault en Kant, dat waarheid en rechtvaardigheid geen 'kwestie van perspectief' zijn, zoals vaak wordt beweerd, maar universele waarden om voor te strijden. Gelijke rechten voor iedereen - ongeacht ras, geslacht of seksuele geaardheid - waren nog niet zo lang geleden verre van vanzelfsprekend. Die waarden worden momenteel ernstig bedreigd. Het is gevaarlijk om de zaken op hun beloop te laten en onszelf te definiëren als slachtoffer van een onafwendbare gang van zaken.

Fragment uit het Voorwoord bij de Nederlandse editie
Denkers en activisten van links slagen er steeds meer in de dominante ideologie van onze tijd uit te dagen: het mondiale neoliberalisme, oftewel de gedachte dat vrije markten de oplossing zouden zijn voor ieder kwad. Neoliberalisme is gebasserd op het idee dat de enige echte waarden marktwaarden zijn. Aangezien heel veel rechts nationalisme een expressie is van triest en machteloos protest tegen globalisering, is deze nieuwe kritiek van cruciaal belang.
  Maar de meeste progressieven hebben geen aandacht besteed aan de manier waarop twee andere ideologieën onbewust het merkwaardige en complexe nihilisme ondersteunen dat ons tegenwoordig zo bedreigt. De ene ideologie is de postmoderne gedachte dat iedere aanspraak op waarheid of waarde kan worden gedeconstrueerd als een poging om een aanspraak op macht te verhullen. De andere is de stelling van de evolutionaire psychologie dat iedere menselijke handeling zodanig kan worden gedeconstrueerd dat de oorsprong ervan kan worden aangetoond, namelijk het doel om zoveel mogelijk kopieën van die mens zelf te reproduceren.
  Beide ideologieën zijn zozeer deel gaan uitmaken van de publieke opinie dat we ze niet meer als ideologieën ervaren, ook al weten we allemaal heel goed hoe vaak we afhankelijk zijn van waarheden en waarden die veel universeler zijn dan we in onze alledaagse opvattingen erkennen. We hebben allemaal gehandeld op basis van motieven die niets met narcisme te maken hebben. Misschien bestaan er mensen die werkelijk leven volgens de ideologieën die in deze tijd de dienst uitmaken.
  De enige persoon die ik ken die werkelijk de gedachte lijkt te belichamen dat er geen andere waarden bestaan dan marktwaarden, dat er geen verschil is tussen aanspraken op waarheid en macht, en wiens voornaamste doel is zoveel mogelijk kopieën van zichzelf te produceren, of in ieder geval van zijn naam, is Donald J. Trump. De mensen van links die deze ideeën vanzelfsprekend vinden, zouden er goed aan doen zich te realiseren wat de gevolgen ervan kunnen zijn. (pagina 10-11)

Lees ook Waarom zou je volwassen worden (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 19 september 2017

Christian Felber

Ware winst : gemene-goed-economie als wegwijzer
Jan van Arkel 2017, 208 pagina's - € 19,95

Oorspronkelijke titel: Die Gemeinwohl-Ökonomie : eine demokratische Alternative wächst (2014)

Wikipedia: Christian Felber (1972-)

Korte beschrijving
In zijn nieuwste boek presenteert de Oostenrijkse wetenschapper Christian Felber een alternatief voor de huidige kapitalistische markteconomie. Daarop is toenemende kritiek: de markteconomie draait primair om winst, maar negeert de ecologische grenzen van onze planeet en slaagt er niet in basisbehoeften te vervullen. Steeds meer mensen maken zich hierover zorgen en willen een economisch systeem dat sociaal, ecologisch, rechtvaardig en democratisch is. Ze komen dan vaak uit bij Felber. Die keert de economische wegwijzers radicaal om en reikt met zijn Gemene-Goed-Economie een doordacht alternatief economisch systeem aan dat meer in overeenstemming is met onze menselijke basiswaarden en leidt tot 'ware winst' (de boektitel). Felber beschrijft helder de benodigde concrete stappen op onder andere wettelijk, financieel en politiek vlak. Uitvoering: geen kleurendruk, illustraties ontbreken, eigentijdse typografie, formaat 23x15,5 cm met twee appendices, index, literatuurlijst en eindnoten. Goed onderbouwd kritisch boek; redelijke lezerskring.


Korte beschrijving op website uitgeverij
Wat als we de wegwijzers van het huidige economische systeem 180 graden konden draaien? Zodat niet langer winstbejag en eigenbelang de opperste doelen zijn, maar – niet meer dan logisch – onze collectieve grondwetwaarden: menselijke waardigheid, solidariteit , duurzaamheid, rechtvaardigheid en democratie? Ware Winst zou ons ten deel vallen - een samenleving met een veel eerlijkere welvaartsverdeling, waar vertrouwen, vervullende relaties, zingeving en samenwerking centraal staan.

Dat dit geen utopie is, toont Christian Felber ons in zijn boek Ware Winst. Hij ontmaskert de kapitalistische markteconomie als dodelijk voor het maatschappelijk vertrouwen en hopeloos voor een leefbare toekomst; concurrentie als killer van het (zelf)respect en achterhaalde motivator; en geld als een middel dat verward wordt met het doel.

Wat Felber uit de doeken doet is niet de zoveelste mogelijkheid om binnen de huidige economische orde het sociale of ecologische accent te versterken. Neen, hij stelt een volwaardig alternatief economisch systeem voor waarin het algemeen welzijn van de mens én zijn leefomgeving centraal staat: de Economie van het Gemene Goed. Dankzij een nieuw wettelijk kader wordt de koers van de economie teruggebracht tot haar grondwettelijke bedoeling. Felber legt haarfijn uit welke stappen hiervoor nodig zijn, en hoe deze via een drieledig politiek participatieproces op een écht democratische wijze tot stand kunnen komen. Niet alleen de financiële architectuur, maar ook het eigendomsrecht, de democratische instrumenten, het beheer van gemeenschapsgoederen en de opvattingen over werk, onderwijs en opvoeding komen aan bod. Tegelijk staat de Gemene-Goed-Economie uitdrukkelijk open voor kruisbestuiving vanuit andere benaderingen.

Een beweging van onderuit
Christian Felbers Economie van het Gemene Goed is ondertussen een wereldwijd succes. Sinds de start van de Gemene-Goed-Beweging in 2010 werden al zo´n 200 lokale ondersteuningsgroepen opgericht in een twintigtal landen. Duizenden personen en ondernemingen steunen het gedachtegoed, dat aan verschillende universiteiten en onderwijsinstellingen wordt onderwezen.
Aan de slag

Honderden ondernemingen hanteren nu al de Gemene-Goed-Balans, die een rechtstreekse maat levert voor hun bijdrage aan het gemene goed – de nieuwe indicator voor economisch succes. Als genuanceerd werkinstrument met een slim hefboommechanisme en een koppeling aan wettelijke voordelen heeft de Gemene-Goed-Balans de macht om het gedrag van ondernemingen te meten en te sturen. Daarom is het essentieel dat de Gemene-Goed-Economie als grassrootbeweging haar weg vindt tot het wettelijk kader. En daaraan kan iedereen meehelpen. Elke gemeenschap kan op een democratische manier haar eigen versie van een Gemene-Goed-Economie creëren en – in plaats van blind en tegen elke prijs de illusie van het kapitaal na te rennen – kiezen voor Ware Winst.

Fragment uit (de) Inleiding
'Er zijn heel veel alternatieven'.  (There Are Plenty Of Alternatives - TAPAS)
De 'vertegenwoordigers' van de bevolking blijven hardnekkig beweren dat er geen alternatief is. Deze uitspraak van Margaret Thatcher ('There Is No Alternative' - TINA) is nog steeds populair bij een machtige elite die veranderingen blokkeert. Maar in een democratie bestaan er altijd alternatieven. Het hoofddoel van dit boek is dan ook concreet te illustreren dat er daadwerkelijk alternatieven zijn voor het huidige economische systeem.
  De cruciale vraag is: welke richting moeten we uitgaan? Moet de economie ecologischer en duurzamer worden; een 'post-groeieconomie'? Dient ze regionaler en veerkrachtiger - crisisbestendiger - te zijn, opgebouwd rond de idee van bioregio's en transistiesteden? Moet de welvaartsstaat gesterkt worden en ongelijkheid afgebouwd, zoals in de gekende 'sociale martkteconomie'?  Zou de focus moeten verschuiven van competitie naar coöperatie in naam van een 'solidaire economie'?  Dient de prioriteit te liggen op menselijke waardigheid en moet elk individu inspraakrecht hebben om een hoger niveau van economische democratie te bereiken?
  Het antwoord van de Gemene-Goed-Economie is dat al deze waarden sterker naar voren moeten komen in vergelijking met vandaag. En de grootste gemene deel is het 'gemene goed'.  Dit begrip werd niet door ons uitgevonden, maar stamt uit een lange traditie. De Latijnse term bonum commune werd ingevoerd door Thomas van Aquino in de 13e eeuw. Sindsdien is het een rode draad in een christelijke sociale leer- en in de grondwetten van democratische staten. De Duitse grondwet stelt bijvoorbeeld: 'Eigendom brengt verantwoordelijkheid met zich mee; het gebruik ervan moet ook de welvaart van de brede bevolking dienen'.  Volgens de Italiaanse grondwet 'moet de publieke en private economische activiteit gericht zijn op het gemene goed'. Het duidelijkst is de grondwet van de Duitse deelstaat Beieren: 'Alle economische activiteit dient het gemene goed'.' Dit was zelfs al het standpunt in het oude Griekenland: Aristoteles onderscheidde de oikonomia, met geld als middel tot verhoging van de levenskwaliteit, van de onnatuurlijke chremastike, waarin de vermenigvuldiging van geld een doel op zich wordt. Cicero meende: 'Het welzijn van het volk moet de opperste wet zijn.'(pagina 10)

Youtube - What if the common good was the goal of the economy


Lees ook Doughnut economics : seven ways to think like a 21st century economist van de Engelse econome Kate Raworth.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 18 september 2017

Miriam Rasch

Zwemmen in de oceaan : berichten uit een postdigitale wereld
De Bezige bij 2017, 239 pagina's - € 19,99

Miriam Rasch (website uitgever)

Korte beschrijving
Geruisloos zijn we in minder dan tien jaar in een wereld beland waarin 'alles online is en online alles'. We leven in de technologie. Deze bundel bevat twaalf essays waarin aan de hand van literatuur en filosofie wordt gereflecteerd op de digitalisering van het leven. De auteur werkt bij het Instituut voor Netwerkcultuur van de Hogeschool van Amsterdam. Ze schrijft onder meer over de volledige transparantie in Dave Eggers dystopische roman 'The Circle' (2013), over de datahonger van het bedrijfsleven, wifi als eerste levensbehoefte en de onbeheersbare krachten achter het internet, Google en Facebook. Haar beschouwingen geven te denken zonder dat er duidelijke conclusies worden getrokken. Behalve misschien deze: net als zwemmers in de oceaan moet je in de postdigitale wereld de kracht hebben om het hoofd boven water te houden en tegelijk in staat zijn je op tijd ontspannen door de stroom te laten meevoeren. Voor alle liefhebbers van reflectie op het hedendaagse leven.

Fragment uit Zwemmen in de oceaan
5
Veel hedendaagse filosofen hebben geschreven over het nut van ascetisme bij het vinden van zelfdiscipline, in het bijzonder Peter Sloterdijk in zijn boek Je moet je leven veranderen. Als 'oefenfilosoof', zoals Marli Huijer dat noemt, ontwerpt hij een levenskunst gericht op het verbeteren van het zelf door middel van oefening en training. Ascese zou niet uitsluitend moeten leiden tot matiging maar juist in dienst staan van het vergroten van een kunde. Als voorbeeld gelden voor hem mensen die ergens heel goed in zijn, zoals professionele sporters en muzikanten. Zij zijn zo goed geworden in wat ze doen omdat ze langdurig hebben geoefend, ze zijn gedisciplineerd in het oefenen. Maar ook de discipline zelf kun je oefenen.
  Dat hoeft niet heel moeilijk te zijn. het komt neer op het veranderen van je gewoonten, zegt Sloterdijk. Elke gewoonte is te veranderen in een andere, betere gewoonte. Net zoals je jezelf kunt aanleren om uit gewoonte de trap te nemen in plaats van de lift, kun je jezelf aanleren om je uit gewoonte te concentreren, zoals Murakami dat heeft gedaan. Het bevechten van de afleiding is op allerlei manieren te oefenen. je kunt een app installeren die je internettoegang afsnijdt, je kunt je tv wegdoen, je kunt jezelf dwingen elke dag een uur te lezen zonder naar je telefoon te grijpen, je kunt je telefoon in je tas laten zitten met het geluid uit. Zo kom je tot een gematigd mediagebruik, tot je kunt zeggen: ik beoefen media-ascetisme.
  Is dat alles? Is het echt een kwestie van pure wilskracht die je uit jezelf naar boven moet halen? Bij het veranderen van drinkgewoontes werkt het toch ook niet zo gemakkelijk, dat kost vele meer moeite dan we willen toegeven. De vraag is nu juist hoe ik mijn wilskracht kan gronden in wat gebleken is een zwakke wil te zijn. (pagina 106-107)

Terug naar Overzicht alle titels


woensdag 13 september 2017

Raymond Serré


De waan van de dag : over nepnieuws enzo
Lecturium 2017, 167 pagina's € 16,95

Wikipedia: Raymond Serré (1954)

Korte beschrijving
Raymond Serré werkte 35 jaar bij het ANP, later de NOS als eindredacteur/nieuwslezer. Hij is een echte insider in medialand en deelt in dit boek zijn zorgen over hoe nieuws ontstaat bij de snelle media: radio, tv, internet. Nieuwe technieken zorgen voor een lawine aan berichten en informatie, 24/7. Steeds vaker is dit nepnieuws en de media komen ermee weg. Hij beschrijft hoe dit 'nepnieuws' tot stand komt en illustreert dit met talloze voorbeelden zoals de Brexit, de Amerikaanse presidentsverkiezingen en islamterrorisme. Hij hekelt de talkshows waar overvloedige zendtijd opgaat aan het creëren van hypes, waar andere geluiden niet zijn geaccepteerd en waar framing aan de orde van de dag is. Bijvoorbeeld als het gaat over terrorisme en islam. Meldingsdrang is belangrijker dan het presenteren van goede feiten. Hij stelt dan ook een teletekstdieet voor, want je mist niets. Een goed boek met goede voorbeelden over 'de waan van de dag' waar we met zijn allen in zitten..

Kritische analyse van de wijze waarop nieuwsberichten tot stand komen en worden opgevat door het publiek.. - Hillary Clinton zou de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten worden en Donald Trump was kansloos. Groot-Brittannië zou in de EU blijven, de brexit-aanhangers hadden geen kans. De financiële crisis zou de westerse landen waarschijnlijk jaren terugwerpen op economisch gebied, de Mexicaanse griep zou alleen al in Nederland duizenden doden kunnen veroorzaken en na de aanslag op de Twin Towers in New York begin deze eeuw zou er een groot internationaal conflict of misschien wel een wereldoorlog volgen. In alle gevallen zaten de media er naast. Raymond Serré, bijna 35 jaar lang eindredacteur en nieuwslezer bij de ­Radionieuwsdienst ANP en het NOS-journaal zat er met zijn neus bovenop. Hij probeert een verklaring te geven hoe het komt dat de media er zo vaak naast zitten en hij wil nieuwsconsumenten helpen om onderscheid te maken tussen slecht en goed 'nieuwsvoer'. De keuken van het nieuwsrestaurant gaat open en door de nieuwsconsumenten te laten zien hoe het nieuws wordt gemaakt, hoopt hij dat er voortaan verstandiger en wellicht wat minder wordt gegeten.

Fragment uit hoofdstuk 7 - De hype, het slechte nieuwsvoer
Hoe kan je nou voorkomen dat je meegaat in de waan van de dag, in de verhyping van het nieuws? Wat moet je wel of niet eten?
In de eerste plaats minder kijken. Kies een vaste tijd uit om een journaal te bekijken. Als je iedere avond naar een NOS-journaal kijkt of naar RTL-nieuws, dan mis je in principe niks. De volgorde kan wel eens arbitrair zijn, als er echt nieuws is, zit dat in deze uitzendingen. Altijd.
 Kijk op 101van Teletext, betrouwbaar als de Nederlandse Bank.
 Kijk af en toe op Nu.nl of op de NOS-site. In negen van de tien keer zal je merken dat er eigenlijk niks of heel weinig is gebeurd.
  Maar het allerbelangrijkste is je kennis bijspijkeren. Ga naar een bibliotheek en lees eens wat gezaghebbende boeken over onderwerpen die spelen of die je met veel belangstelling volgt.
Want als je kennis vergaat, dan zal je merken dat een heleboel zaken veel minder interessant of relevant zijn dan de media je willen doen geloven. Een gebrek aan kennis is de achilleshiel van het publiek. Je kunt de mensen gemakkelijk iets wijsmaken. (pagina 67-68)

Lees vooral: Nick Davies. Gebakken lucht (2010)

En o.a. deze boeken over hoe goed het met 'ons' gaat
Johan Norberg. Vooruitgang : tien redenen om naar de toekomst uit te kijken (2016)
Annegreet van Bergen. Gouden jaren : hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd (2014)
Rutger Bregman. De geschiedenis van de vooruitgang (2013)
Steven Pinker . Ons betere ik : waarom de mens steeds minder geweld gebruikt (2011)
Matt Ridley. De rationele optimist : over de ontwikkeling van de welvaart (2010)

Artikelen
De vrije mening en de Openbare Bibliotheek (oktober 2010)
Experiment - ... waarna de politicus er een ideologisch en daarmee mediageniek behapbaar sausje overheen mag gooien. (september 2013)
Tegenkracht - We hebben allemaal recht op een eerlijk en volledig verhaal. (november 2013)
Echte wijsheid en media (mei 2015)
Chris Hedges. Boos op de manier waarop dingen zijn en moed om er voor te zorgen dat ze niet blijven zoals ze zijn (augustus 2017)

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 11 september 2017

Martin Appelo

Wij - Zij : gaat de wereld aan narcisme ten onder?
Boom 2017, 260 pagina's - € 20,--

Website Martin Appelo

Korte beschrijving
De auteur heeft zich als psycholoog en therapeut onder meer gespecialiseerd in de wetenschap achter narcisme. Aan de hand van uiteenlopende gerelateerde gedragstheorieën, praktijkvoorbeelden en beschrijvingen vanuit zijn eigen ervaring laat hij de lezer kennismaken met narcisme en de vernietigende effecten op onze samenleving. Hoe ontstaat narcisme? Welke elementen omvat de narcistische cirkel? En hoe kan de mensheid leren van narcistische trekken? Deze en vele andere wetenswaardigheden worden besproken in dit boek. De gehanteerde schrijfstijl is speels en nodigt uit tot lezen. Alhoewel het taalgebruik op bepaalde momenten een hoger dan gemiddeld niveau haalt, blijft het boek leesbaar voor een brede doelgroep. De auteur is het ondanks zijn pogingen neutraal te blijven niet gelukt om het hokjesdenken te elimineren. Bijvoorbeeld: het herleiden van de redenen waarom Hitler geworden is tot wie hij was vanuit de narcisme-theorie vindt plaats op basis van ad hoc-informatie.

Fragment uit een recensie
Appelo beschrijft de kenmerken en mogelijke oorzaken van ene narcistische persoonlijkheidsstoornis en trekt - met forse stappen - de lijn door naar wat hij maatschappelijk narcisme noemt. Wat hij waarneemt stemt niet erg vrolijk: 'De wereld van de Normalen wordt steeds vaker het strijdtoneel van wat meer en meer begint te lijken op een narcistische apocalyps.' Met een korte schets van de 'wij-zij-denkers' Hitler, Stalin en Mao lijkt hij ons te waarschuwen voor de volgende gewetenloze dictator. Appelo werpt de vraag op of de wereld ten onder gaat aan narcisme. Ondanks de sombere toonzetting van het boek laat zijn antwoord ruimte voor hoop. Met dank aan de levenslessen van de onlangs overleden filosoof René Gude.

Fragment uit 3. Maatschappelijk narcisme
Misschien wel een van de meest verlichte momenten in de geschiedenis van de mensheid, is de uitvinding van de stoommachine. Hierdoor was er ineens extreem veel minder spierkracht en dus menselijke energie nodig om comfortabel in leven te blijven. Energie die in de periode vóór de stoommachine werd besteed aan handenarbeid, kon nu in hoofdzaken worden geïnvesteerd: het schrijven van politieke manifesten, het nadenken over nieuwe vormen van bestaan, samenleven en kunst, en vooral wetenschappelijke theorievorming en onderzoek naar de wetmatigheden van het bestaan en het universum. Die overschot aan energie heeft ongetwijfeld een enorme impuls aan de werking en de dominantie van de neocortex gegeven. De in het vorige hoofdstuk beschreven neiging tot narcistisch denken, inclusief de mindfuckbeweging tot het vrijpleiten van jezelf, nam daarmee vanaf de verlichting explosieve vormen aan. Hierdoor is het geloof in rede en wetenschap totaal doorgeschoten.
  De historicus Yuval Noah Harari beweert in zijn boek Sapiens dat de menselijke neocortex in de oudheid een fictieve werkelijkheid maakte waaraan hij zichzelf onderwierp. Uit angst voor (eerst) roofdieren en (later) leiders, vormden we de overtuiging dat we ons als groep moesten conformeren aan (ook zelfbedachte) goden en het gezag. Maar naarmate we ons door uitvindingen van de door wetenschap voortrazende industriële revolutie veiliger waanden, geloofden we steeds minder in de noodzaak en hadden we steeds minder de kudde nodig om te overleven. We gingen ons meer en meer op onszelf richten en haalden de fictieve werkelijkheid onderuit met de feiten van het wetenschappelijk gevormde beeld van de objectieve werkelijkheid. We raakten ervan overtuigd dat we onszelf maar hadden wijsgemaakt dat we bang moesten zijn en op elkaar aangewezen zijn. De wetenschap levert namelijk alles wat nodig is om dit idee te ontkrachten. Hulpmiddelen om je in veiligheid te stellen en de mogelijkheid om je terug te trekken in je eigen kleine wereld. Dit geeft materiaal om een nieuwe fictie te creëren; die van de eigen superioriteit. (pagina 71-72)

René Gude. Het agoramodel : de wereld is eenvoudiger dan je denkt (2016)
Jan Derksen. Het narcistisch ideaal : opvoeden in een tijd van zelfverheerlijking (2009)

Youtube - For Narcissists From a Narcissist: Martin Appelo at TEDxGroningen 


Terug naar Overzicht alle titels

Michael Ignatieff

Gewone deugden : samenhang in een verdeelde wereld
Cossee 2017, 288 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: The ordinary virtues (2017)

Wikipedia: Michael Ignatieff (1947)

Korte beschrijving
De mondialisering heeft grenzen doen vervagen en gemeenschappen tot in alle uithoeken van de aarde met elkaar in contact gebracht. Maar, zo vraagt de gekende politiek essayist en wereldburger Ignatieff zich af, heeft deze mondialisering in een nog steeds verdeelde wereld ook geresulteerd in een gedeeld normen-en-waardenstelstel? Om deze vraag te kunnen beantwoorden heeft Ignatieff niet slechts met ‘deskundigen’ gesproken, maar juist met de ‘gewone man’: van immigrantengemeenschappen in New York en arme latinowijken in Los Angeles, via de enorme krottenwijken in Rio de Janeiro en illegale townships in Zuid-Afrika, de door de kernramp in Fukushima getroffen Japanse boeren tot het door conflict diep verdeelde Bosnië en Myanmar. Het prikkelend essay laat zien dat er wellicht veel is dat deze diverse gemeenschappen verdeelt, maar dat er ook en vooral een gedeelde morele ethiek is: simpele deugden als vergevingsgezindheid, tolerantie, empathie en individuele en collectieve veerkracht zorgen voor lokale en internationale verbinding.

Tekst op website uitgever
Michael Ignatieff bezocht de Braziliaanse favela’s, de Zuid-Afrikaanse en Zimbabwaanse townships, Japanse boeren, gangs in Los Angeles en monniken in Myanmar om te onderzoeken welke morele deugden mensen over de hele wereld delen. Terwijl de globalisering de wereldbevolking economisch verbindt, rijst de vraag of ook onze waarden steeds meer overeenkomen. Zijn universele mensenrechten inmiddels een wereldwijd gedeelde moraal geworden?

Op zoek naar antwoorden bezocht Michael Ignatieff in drie jaar tijd acht landen. In zijn onderzoekend essay laat hij zien dat dagelijkse deugden als tolerantie, vergevingsgezindheid, vertrouwen en veerkracht samen een moreel kompas vormen, zowel in kosmopolitische metropolen als in achterstandswijken. Deze kernwaarden stellen het lokale belang boven het universele, en de wensen en verlangens van de eigen groep boven die van vreemden.

Ignatieff toont ons dat deugden niet theoretisch of ideologisch gefundeerd zijn. Deugden kunnen verdeeldheid zaaien, maar ook zorgen voor verbinding of verzoening, zowel op lokaal, landelijk en internationaal niveau.

Fragment uit Conclusie - Mensenrechten, mondiale ethiek en de gewone deugden
Voor Eleanor Roosevelt was de toetssteen van de historische invloed van de mensenrechten de vraag of ze als wetgeving de deugden van gewone mensen had versterkt. Zo niet, dan was die wetgeving zinloos.
  Met de vraag van Eleanor Roosevelt kunnen we onze conclusies over de kwestie die in dit boek is onderzocht toespitsen: heeft de mondialisering van de ethiek, met name de verbreiding van de mensenrechten, de gewone deugden veranderd? Heeft de nieuwe mondiale ethiek van deze tijd ertoe geleid dat mensen in het dagelijks leven toleranter zijn geworden, meer vertrouwen hebben in hun rechten en zich er bewuster van zijn?
  Het eerste wat opvalt, is hoe zelden we de vraag van Eleanor Roosevelt stellen. Mensen die de mensenrechtenrevolutie bestuderen, meten de vooruitgang sinds 1945 af aan de hand van meetbare criteria als het ratificeren van een verdrag door een staat, het naleven van mensenrechtverplichtingen door een staat, het wisselende voorkomen van mensenrechtschendingen enzovoort. Mensen die het verhaal van de mensenrechtenrevolutie vertellen als een verhaal van vooruitgang, hebben al snel aangenomen dat mensenrechten enige invloed op de gewone deugden moeten hebben gehad toen ze eenmaal een integraal onderdeel van het officiële discours van staten waren geworden. Wetenschappers op het gebied van mensenrechten zijn nog maar net begonnen serieus te meten of dat daadwerkelijk zo is. (pagina 220)

Terug naar Overzicht alle titels

Ray Bradbury

Fahrenheit 451
Lebowski 2017, 192 pagina's - € 19,-95

Vertaling van: Fahrenheit 451 (1953)

Wikipedia: Ray Bradbury (1920-2012) Fahrenheit 451  

Korte beschrijving
Deze SF-klassieker laat een toekomst zien waarin massamedia het gedrukte woord heeft verdrongen. Montag’s suïcidale vrouw Mildred is een fervente aanhangster van massamedia. Boeken worden beschouwd vol tegenstrijdige ideeën te zitten die de mens ongelukkig maken. Daarom rukken de brandweermannen in deze toekomst uit om boeken te verbranden met kerosine, en indien de eigenaar er geen afstand van wil gaan doen, ook hij of zij. Guy Montag is zo'n brandweerman, maar na een ontmoeting met de vrijdenkende zestienjarige Clarisse gaat hij twijfelen over zijn taak en de maatschappij. Het boek verbranden is niet opgedrongen vanuit een autocratische leiding, maar historisch zo gegroeid vanuit alle bevolkingslagen. Als Montag steeds meer boeken gaat redden van de vlammen en zich door de inhoud laat beïnvloeden, valt hij op bij zijn baas, commandant Beatty, die hem steeds meer verdenkt. Hoewel in 1953 geschreven is dit boek nog steeds actueel. Het laat zien dat onafhankelijk en kritisch denken een groot goed is. Staat, net als ‘1984’ van George Orwell, anno 2017 opnieuw in de belangstelling. Nieuwe vertaling door Evi Hoste.

Tekst op website uitgever
De nabije toekomst. Televisie heeft het boek verdrongen en zelf nadenken is uit den boze. Guy Montag is brandweerman; maar in plaats dat hij branden blust, moet hij ze aansteken. Zo vernietigt hij het meest illegale bezit dat je kunt hebben: boeken. De gewetensvraag van een tienermeisje en de zelfmoordpoging van zijn vrouw brengen Montags overtuiging aan het wankelen: hij begint boeken te verstoppen. Wanneer hij ontmaskerd wordt moet hij vluchten voor zijn leven.

Fragment uit een recensie in de NRC (8 september 2017)Literatuur, dat voelde Bradbury goed aan, is een soort tovertruc. Een schrijver neemt woorden die al voor hem bestonden en nog na hem zullen voortbestaan en animeert ze met zijn wezen. Nu bestaat hij buiten zichzelf - hij heeft de dood een loer gedraaid en infecteert, zelfs na zijn eigen afscheid, lezers met zijn onstoffelijke, parasitaire zelf. Wij lezers hebben langs deze weg vele vaders en moeders, ja, we délen vele vaders en moeders, en ze zijn door onzichtbare strengen aan elkaar verbonden, een hive mind die pas zal sterven wanneer de kunst tot niemand meer spreekt.
  En kijk, Ray Bradbury is dood. En kijk, Ray Bradbury leeft.

Fragment uit Eeen - De haard en de salamander
Montag kon liplezen wat Mildred in het deurgat zei. Hij probeerde niet naar haar mond te kijken, want dan zou Beatty zich misschien omdraaien en ook lezen wat daar te zien was.
  'Gekleurde mensen houden niet van Sambo, het kleine zwarte jongetje. Verbrand het. Witte mensen voelen zich niet prettig bij De hut van oom Tom. Verbranden. Heeft iemand een boek geschreven over tabak en longkanker? Huilen de rokers? Verbrand het boek. Sereniteit, Montag. Vrede, Montag. Ontwapen het slagveld. Of beter nog, in de verbrandingsoven ermee. Zijn begrafenissen droevig en paganistisch? Schaf die ook af. Vijf minuten nadat iemand dood is, is hij op weg naar de Grote Schoorsteen, de verbrandingsovens worden door het hele land bediend door helikopters. Tien minuten na zijn dood is een man een zwart stofdeeltje. Laten we niet over individuen kibbelen met in memoriams. Vergeet hen. Verbrand allen, verbrand alles. Vuur is helder en vuur is schoon.'
  Achter Mildred stierf het vuurwerk weg in de zitkamer. Tegelijkertijd was ze gestopt met praten, ene wonderlijk toeval. Montag hield zijn adem in.
  'Er woonde een meisje hiernaast.' zei hij, langzaam. 'Ze is verdwenen nu, dood, denk ik. Ik kan me haar gezicht zelfs niet meer herinneren. Mara ze was anders. Hoe - verklaar je haar? (pagina 73-74)


Andere dystopische romans? Klik hier

Terug naar Overzicht alle titels

Bas Heijne 4

Wereldverbeteraars : Gandhi, King, Mandela - hun erfenis
Prometheus 2017, 96 pagina's - € 15,99 € 15,99

Wikipedia: Bas Heijne (1960)

Tekst op website uitgever
Mahatma Gandhi. Martin Luther King. Nelson Mandela. Het zijn ontzagwekkende namen, nog altijd. Hun levens waren dramatisch - Gandhi en King werden vermoord, Mandela zat 26 jaar gevangen - maar toch staan zij bekend als overwinnaars, niet als tragische martelaars. Met hun strijd tegen ongelijkheid en racisme maakten ze de wereld niet alleen een stukje beter, maar lieten zij ook een opdracht aan de mensheid achter.

In Wereldverbeteraars onderzoekt gelauwerd essayist Bas Heijne in hoeverre hun boodschap ook voor ons nog geldig kan zijn, in een wereld die hun erfenis steeds feller lijkt te bekritiseren of zelfs te verwerpen. Wat hebben Gandhi, King en Mandela ons nog te zeggen? Tijdens hun leven en daarna werd hun vaak slapheid en naïviteit verweten, maar, zo betoogt Heijne in zijn scherpzinnige essay, is hun boodschap niet juist bij uitstek radicaal?

Bas Heijne is schrijver en essayist. Hij publiceerde romans, verhalen en lange essays, waaronder Onredelijkheid (2007), Moeten wij van elkaar houden (2011) en Onbehagen (2016). Sinds 2001 heeft hij een veelgelezen column in nrc Handelsblad. In 2017 kreeg hij de P.C. Hooftprijs.

'Bas Heijne is een schrijver met een bijzondere positie als columnist en essayist, die over een enorme verscheidenheid aan actuele onderwerpen en kwesties schrijft. Zijn werk geeft een vernieuwende impuls aan wat literatuur in maatschappelijke zin betekenen kan. [...] Vooral de vorm waarin hij dat doet is bijzonder: hij schrijft als een denker én denkt als een lezer.' UIT HET JURYRAPPORT VAN DE P.C. HOOFTPRIJS

Fragment uit 6
Het was dus in laatste instantie niet enkel een strijd voor gelijke rechten, onafhankelijkheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid - het was ook een levenshouding, een filosofie. Het was niet louter een gevecht voor een vrije plaats in de bus, zeggenschap over het eigen land, afrekenen met dagelijkse vernederingen, de vrijheid om een stem uit te brengen en te zitten en te eten waar men wilde. Dat was zeker de vonk, de inspiratie voor de moed om in opstand te komen, zich tegen de autoriteiten te keren, de 'trigger' van de strijd tegen geïnstitutionaliseerde onrechtvaardigheid. Maar het ging uiteindelijk ook om een radicale kritiek op een manier van mens-zijn, een nog altijd indrukwekkende poging om aan een al te menselijke cyclus van haat en onderdrukking te ontkomen.
  Dat zorgt ervoor dat wie zich in hun leven en werk verdiept, dat niet kan doen zonder zichzelf lastige vragen te stellen. Het is gemakkelijk om lippendienst te bewijzen aan de grootheid van deze mannen, om met hen te dwepen als bakens voor de mensheid - maar alle drie wisten ze dat het de vooroordelen van het individu waren die ten grondslag lagen aan racisme en ongelijkheid. Alle drie kenden ze die vooroordelen uit hun eigen jeugd, niet alleen in hun omgeving tegen henzelf gericht, maar ook in henzelf. Het zijn de muren binnenin die geslecht moeten wordne, aldus King. Hij zei er meteen bij dat dat het moeilijkste van alles was.
  Gandhi, King en Mandela waren wereldverbeteraars in de ware, niet-ironische betekenis van dat woord. De principes die aan hun activisme ten grondslag lagen, golden niet alleen voor hun eigen land, tijdens hun eigen strijd, in hun eigen leven, maar waren bedoeld voor de hele mensheid. Maar ieder van hen besefte dat het belangrijkste strijdperk zich in ons eigen hoofd bevindt. (pagina 40-41)

Andere 'pamflet-achtige boeken van Bas Heijne
Staat van Nederland : een pleidooi (2017)
Onbehagen : Nieuw licht op de beschaafde mens (2016)

Terug naar Overzicht alle titels