donderdag 30 november 2017

Jan Rotmans 3

Omwenteling : van organisaties, mensen en samenleving
De Arbeiderspers 2017, 160 pagina's - € 14,95

Website van Jan Rotmans (1961)

Korte beschrijving
De auteur beschrijft langdurige verandering (transitie) op drie niveaus. Op het maatschappelijke niveau constateert hij toenemende polarisatie, economische crises die elkaar opvolgen, een arbeidsmarkt met steeds minder zekerheid en ecologische problemen die toenemen. Tegelijkertijd zie we een tegenbeweging waarin burgers elkaar vinden met nieuwe initiatieven en met behulp van nieuwe technologie. Daar ligt de kiem voor transitie naar een meer solidaire maatschappij. Bedrijven en organisaties krijgen ook te maken met deze transitie, met name op technologische gebied, nieuwe verdienmodellen en een veranderende arbeidsmarkt. Zij kunnen zich aanpassen of zelfs het voortouw nemen, maar dat vraagt ook interne transitie naar meer zelfsturing of zelforganisatie. Op individueel niveau kan men ook spreken van transities. Dat vraagt wendbaarheid en persoonlijk leiderschap. Op alle niveaus geeft de auteur verandersleutels: aanknopingspunten om transities in gang te zetten en te houden. Het is een vlot leesbaar en inspirerend boek voor iedereen die verandering zoekt en wil bijdragen.

Tekst op website uitgever 
Onze samenleving en economie zijn fundamenteel aan het veranderen – we bevinden ons in een revolutionair tijdperk met grote maatschappelijke verschuivingen die chaos en instabiliteit veroorzaken. Hoe kunnen bedrijven en organisaties hierop inspelen? Wat betekent dat voor ons persoonlijke leven?
Jan Rotmans maakt de verbinding tussen hoofd, hart en handen met aansprekende verhalen van mensen die een persoonlijke transitie durfden aan te gaan in onze snel veranderende wereld, van een zorgondernemer tot een bankier, van een ambtenaar tot een politica, van een schoolleider tot een student.

Fragment uit 1. Maatschappelijke omwenteling
Over een goede afloop blijf ik optimistisch. We hebben tijd nodig, maar we leren van elke crisis. Na elke crisis kantelt een deel van de mensen en de systemen. Alles valt of staat met hoe we met de omwenteling omgaan. Hoe we disrupties gaan gebruiken en hoe wij ons daaromheen gaan organiseren. In beginsel bieden deze disrupties een unieke kans, om onze maatschappelijke systemen, zoals het financiële stelsel en de energievoorziening, decentraler, transparanter en democratischer te maken. Die kans hadden we ook toen internet opkwam, maar het internet is in handen gevallen van grote bedrijven als Google, Facebook, Apple en Amazon die een soort monopoliepositie hebben verworven op het gebied van data. Dat heeft ons eerder afhankelijker dan vrijer gemaakt, en onze systemen eerder minder dan meer democratisch. We kunnen veel leren van wat er met het internet gebeurde. Nu dreigt bijvoorbeeld de blockchain in handen te vallen van grote instituties en bedrijven, terwijl juist blockchain een uniek uitgangspunt biedt om middelen en kansen eerlijk te verdelen. Wij moeten voorkomen dat snel instappende consortia van grote bedrijven weer een machtspositie opbouwen die kan ontaarden in een monopolie. Hierbij speelt de overheid een belangrijke rol: als burgers een op maat gemaakte blockchainverzekering afsluiten, moet de overheid risicogroepen beschermen, anders moeten die vele meer gaan betalen.
  Mijn optimisme over een geslaagde omwenteling baseer ik op drie onderliggende transitiepatronen. het eerste patroon is dat technologische disruptie en maatschappelijke disruptie elkaar kunnen versterken. Anders gesteld: disruptieve innovaties kunnen disruptieve mensen helpen om zich nog beter en slimmer te organiseren. Steeds meer kennis en techniek komen in handen van gemeenschappen in een snel opkomende middenklasse, die een micromacht vormt. Je ziet dat fenomeen overal ter wereld, samen vormen zij de commonsbeweging. Zij vormen het hart van de deeleconomie, zij streven naar meer autonomie door samen te werken, kennis en expertise te delen. Wederkerigheid is hierbij het uitgangspunt, je haalt iets en brengt iets van de commons. Tal van digitale deelplatforms functioneren uitstekend en draaien daadwerkelijk om delen en samenwerken en niet om winstmaximalisatie. Democratische start-ups worden dat ook wel genoemd, als tegenhanger van de hyperkapitalistische Ubers en Airbnb's. je kunt de deeleconomie dus niet afrekenen op dergelijke bedrijven die slechts gericht zijn op winstmaximalisatie. (pagina 42-43)

Youtube - Omwenteling met Jan Rotmans

 

Lees ook van Jan Rotmans: In het oog van de orkaan : Nederland in transitie (2012) en  Verandering van tijdperk : Nederland kantelt (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 29 november 2017

George Monbiot

Uit de puinhopen : een nieuwe politiek in een tijd van crisis
Lemniscaat 2018, 207 pagina's - € 18,95

Oorspronkelijke titel: Out of the wreckage : a new politics for an age of crisis (2017)

Wikipedia: George Monbiot (1963)

Korte beschrijving
We leven in tijden van crisis. Die tekent zich op een aantal gebieden af. De auteur beschrijft deze crisis op scherpe wijze. In de samenleving: toenemende vereenzaming en vervreemding. In de overheersende ideologie: de levering van belangrijke (semi-)collectieve diensten wordt aan de markt overgelaten. In de westerse democratieën: multinationals beïnvloeden te sterk het beleid van overheden. Het (neo)liberalisme beïnvloedt het bewustzijn van de individuele mens. Die wordt eerder een calculerende klant – ook van de overheid – dan een burger die verantwoordelijkheid wil dragen voor het maatschappelijk welzijn. De schrijver stelt hier een positief beeld tegenover. De mens is een empathisch wezen. Het gaat erom zijn vermogen tot solidariteit weer te activeren en aan te moedigen. Monbiot ziet op veel plaatsen hoopgevende initiatieven. Hij geeft ook ideeën over een mogelijke invoering van het basisinkomen en het beheer van de natuurlijke hulpbronnen op onze Aarde. Het boek roept op om de hoop op een betere wereld niet op te geven. De Engelse schrijver is een gezaghebbend geleerde (bioloog en journalist). Met literatuurverwijzingen in eindnoten en een register. Belangrijk actueel boek over hoe te werken aan een betere wereld.

Tekst op website uitgever
In een gepassioneerd betoog laat de kritische onderzoeksjournalist George Monbiot zien dat we bezig zijn er een puinhoop van te maken. We vernietigen onze leefwereld. Een alarmerende hoeveelheid planten en dieren sterft uit. De aarde warmt op, met alle gevolgen van dien. Maar ook de solidariteit staat onder druk. Ongelijkheid, haat en geweld nemen toe.

Om dit op te lossen moeten we in het klein beginnen, in de lokale politiek, bij het beheer van de publieke ruimte, bij het opbouwen van netwerken van solidariteit en gemeenschap. Opgewekt maar vastberaden laat de kritische denker zien hoe het anders kan: vanuit eenvoudige medemenselijkheid en betrokkenheid op elkaar aan een nieuwe en betere wereld werken.

Monbiot is schrijver en columnist van The Guardian en geldt als een van de meest geëngageerde Engelse denkers van deze tijd. Hij weet als geen ander zijn lezers te inspireren om in actie te komen en vooral de hoop niet te verliezen.

Tegenlicht
Op zondag 15 april 2018 stond George Monbiot en dít boek centraal tijdens de aflevering Compassie als oplossing volgens George Monbiot

Fragment uit een interview
Zijn nieuwste boek Out of the Wreckage gaat over hoe je met zulke verbondenheid een beweging bouwt. Hierin betoogt Monbiot dat we vastzitten aan het neoliberalisme omdat er geen alternatief politiek ‘verhaal’ beschikbaar was toen het begon te falen. Zijn boek moet dat alternatieve verhaal brengen. Let wel: geen nieuw verhaal, maar een extra spotlight op de successen van anderen in het creëren en mobiliseren van gemeenschapsgevoel. Hij heeft, zo blijkt, zijn hoop voor de wereld gevestigd op ‘community’, gemeenschap. Daarop zou de milieubeweging haar strategie moeten bouwen. Want, zo zegt hij, “dat gemeenschap iets goeds is, is een van de weinige dingen waar men over alle politieke lijnen heen achter kan staan”.

“Het is essentieel dat we de politieke kloof met ‘rechts’ dichten”, zegt Monbiot, die zichzelf neerzet als iemand met doorgaans sterk linkse sympathieën. Omdat de manier waarop we over voor ons belangrijke onderwerpen spreken, vervreemdend kan werken voor de mensen met wie we willen praten. “Ik weet dat ik een van de ergsten ben; ik heb waarschijnlijk een heleboel mensen vervreemd. Maar het is belangrijk om te zoeken naar een manier van praten die niet noodzakelijk op de verkeerde knoppen drukt, zodat mensen zich direct afsluiten. Het punt waarop we elkaar raken en waar mensen aan de linkerkant hun principes niet hoeven te verlaten, is gemeenschap. Een sterk gemeenschapsgevoel wordt door iedereen gezien als iets goeds.”


Artikel: George Monbiot: “Het is essentieel dat we de politieke kloof met ‘rechts’ dichten” (Down to earth, oktober 2017)

Fragment uit een recensie
That this is happening now, as opposed to 10 or 20 years ago, is a direct consequence of the disintegration of the economic policy framework that has held sway in Britain, the US, the European commission and many multilateral institutions for much of the previous 40 years. That framework is often referred to as “neoliberalism”, even if the term irritates a certain class of pundit, for whom it is some sort of swearword without any clear referent. Its disintegration is producing conflicting sympathies, as many on the left come to realise the xenophobia that can be unleashed in the absence of stable market-based rules.

For George Monbiot, neoliberalism should best be understood as a “story”, one that was conveniently on offer at precisely the moment when the previous “story” – namely Keynesianism – fell to pieces in the mid-1970s. The power of stories is overwhelming, as they are “the means by which we navigate the world. They allow us to interpret its complex and contradictory signals”. The particular story of neoliberalism “defines us as competitors, guided above all other impulses by the urge to get ahead of our fellows”.

This story may not have been all that attractive, but it provided meaning and clarity. It offered a guide on what to do and how to live. With the rise of Margaret Thatcher and Ronald Reagan, neoliberalism came to govern how policies were designed and institutions constructed. More diffusely, it came to shape how we understand ourselves, leading us to take on ever more responsibility for our own needs, economic security and wellbeing, devaluing social bonds and dependency in the process.

Artikel: Out of the Wreckage by George Monbiot review – the thrill and danger of a new left politics  (Guardian september 2017)

Voorpublicatie
Op zaterdag 14 april 2018 publiceerde De Correspondent het eerste  (licht bewerkte) eerste hoofdstuk van dit boek onder de titel: Geld maakt niet langer gelukkig. Welk verhaal komt er na het kapitalisme?

Fragment uit Een verhaal voor onze tijd
Je kunt mensen hun verhaal niet afnemen zonder ze een nieuw verhaal te geven. Het is niet voldoende om een oud verhaal aan te vechten, hoe verouderd en ongeloofwaardig dat inmiddels ook mag zijn. Verandering komt alleen als je het oude verhaal vervangt door iets nieuws. Als we het juiste verhaal ontwikkelen, en leren hoe dat te vertellen, zal dat een aanstekelijke uitwerking hebben op mensen van alle politieke voorkeuren. De verhalenvertellers regeren de wereld.
  De oude wereld, die ooit zo stabiel leek - onveranderlijk zelfs, is aan het instorten. Er breekt een nieuw tijdperk aan, dat kan heel gevaarlijk worden als we er niet goed op inspelen. Of de systemen die voortkomen uit deze breuk beter of slechter zijn dan huidige wereldorde zal afhangen van ons vermogen om een nieuw verhaal te vertellen, een verhaal dat leert van het verleden, vertelt wat onze plaats is in het heden, en een leidraad biedt voor de toekomst.

De kracht van het verhaal
Verhalen zijn middelen waarmee we ons een weg zoeken door de wereld. Ze stellen ons in staat om complexe en tegenstrijdige signalen te interpreteren. We bezitten allemaal een vertelinstinct: een aangeboren neiging om alert te zijn op verhalen over wie we zijn en waar we staan.  (pagina 9)

Artikel: Next librarians zijn de vroedvrouw van de next society (juli 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Bruno Latour

Oog in oog met Gaia : acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime
Octavo 2017, 432 pagina's - € 27,-50

Oorspronkelijke titel: Face à Gaïa: Huit conférences sur le Nouveau Régime Climatique (2015)

Wikipedia: Bruno Latour (1947)

Korte beschrijving
De Franse filosoof en wetenschapssocioloog Bruno Latour (1947) heeft een lange rij invloedrijke publicaties op zijn naam staan. Centraal thema daarin is zijn fundamentele kritiek op het moderne westerse denken dat nu al vier eeuwen ten onrechte uitgaat van een veronderstelde kloof tussen subject en object, tussen cultuur en natuur. Voer voor filosofen, zou men kunnen zeggen, ware het niet dat deze misvatting aan de basis ligt van ons huidige onvermogen om het klimaatprobleem aan te pakken. In 2013 hield Latour hierover een reeks van zes Giffordlezingen aan de Universiteit van Edinburgh. Dit boek is daar een uitvoerig uitgebreide en bewerkte versie van. Belangrijk, zeer leesbaar, breed georiënteerd en uitvoerig gedocumenteerd. Met noten en literatuuropgave.

Tekst op website uitgever
In Oog in oog met Gaia stelt de Franse filosoof en wetenschapsantropoloog Bruno Latour dat de natuur niet langer de stabiele achtergrond vormt van ons doen en laten. We zijn toegetreden tot het tijdvak van het Antropoceen. In dat tijdvak dringen de ecologische gevolgen van het menselijk handelen zich hardhandig op de voorgrond. We meenden dat er vrede heerste, maar we zijn in oorlog.
De ecologische mutatie die zich voltrekt, betitelt Latour als het Nieuwe Klimaatregime. De oude natuur wijkt voor een wezen in beweging, waarin menselijke activiteit en natuurlijke wereld talloze onverwachte verbindingen aangaan: Gaia.
Latour neemt de controversiële Gaia-hypothese van James Lovelock als uitgangspunt, en zet daarnaast rechtsfilosofie en kunst in om de politieke, religieuze en wetenschappelijke dimensies van het verouderde natuurbegrip te ontwarren. Zo legt hij in dit ongemeen rijke en verrassende boek de basis voor een hoogst noodzakelijke politisering van de ecologie – voor onze terugkeer op Aarde.

Dit boek is voortgekomen uit een cyclus van lezingen in Edinburgh. De lezingen zijn uitgebreid en volledig herschreven, met behoud van de oorspronkelijke toon en stijl. Latour koppelt denken-in-actie en humor aan een fabelachtige eruditie, maar schuwt de polemiek niet.

Bruno Latour is als hoogleraar verbonden aan Sciences Po in Parijs.

Fragment uit Tweede lezing - Niet bezielen en niet ontzielen, hoe doe je dat?
Ik overdreef dus niet toen ik zei dat de klimaatkwestie ons gek maakt. De 'berichten van het front' zijn inderdaad om van te duizelen: ze geven een beeld van de enorm complexe wetenschappelijke voorzieningen die worden gebruikt om over zulke grote tijdspannes betrouwbare metingen te verrichten, om nog te zwijgen over het verbluffende palet aan vakgebieden - paleontologie, archeologie, geochemie - die gezamenlijke modellen weten op te leveren waarmee wordt voorspeld wanneer we precies drempelwaardes overschrijden. Maar het duizelingwekkendst is het samenvoegen van de lange geschiedenis van de planeet en de korte geschiedenis van de mensen in één diagram, niet meer om zoals vroeger de onbeduidendheid van het mensdom in de onmetelijke geschiedenis van de aarde te benadrukken, maar integendeel om datzelfde mensdom ineens met een ongezien zware geologische macht te belasten. En daar blijft het niet bij: nadat de dwerg - of het wormpje - dat we dachten te zijn in een reusachtige Atlas is gemetamorfoseerd, wordt ons doodleuk meegedeeld, dat we onze ondergang tegemoet snellen als we er niets aan doen, én dat het bovendien waarschijnlijk sowieso te laat is om wat dan ook te doen.
  We kunnen toch niet anders dan radeloos worden van zulke voorheen onvoorstelbare kortsluitingen tussen het tempo van de geschiedenis en dat van de geogeschiedenis, die net zo 'full of sound and fury' is als het mensenverhaal? We hadden wel gehoord dat de geschiedenis steeds sneller gaat, maar dat die geschiedenis ook de geologische geschiedenis in een stroomversnelling kan brengen, verbijstert ons. Gevoelsmatig, intellectueel, moreel, politiek, cultureel zijn we slecht toegerust om dat nieuws te verwerken - we spreken geen kwaad over de mensheid als we dat nog eens beklemtonen. Het zou veel verstandiger en zelfs rationeler zijn om zulke berichten volledig te negeren - als dat de niet de zekerste manier was om helemáál door te slaan! (pagina 71-72)

Fragment uit een interview
Vraag: Hoe kan die instelling helpen? Wat betekent het, oog in oog met Gaia te staan?
Bruno Latour: "Je realiseren dat er niet langer een toekomst is voor de idealen van de modernisten, omdat er geen grond, geen aarde is die daarmee correspondeert. Dat kan in zekere zin een opluchting zijn. Ik twijfel niet aan de menselijke vermogen som de CO2 terug te dringen, of alle auto's die er tijdens mijn leven zijn gebouwd te vervangen. Wat me stoort is dat wij zo blind blijven voor alle irrationele kanten van het verhaal. Hoe langer we wachten, hoe meer mensen uiteindelijk getroffen zullen worden, en dan vooral in minder ontwikkelde landen.
  Het is van belang om de religieuze patronen in het denken over de toekomst te herkennen, stelt Latour, omdat wat voorheen het 'einde der tijden' heette is verworden tot de moderne utopie van een gehele getechnologiseerde wereld, waar we het met een paar zonnepanelen, dijken en een Tesla zullen redden. Het oneindig georganiseerde universum van de modernisten moet worden ingeruild voor de oneindig complexe, lokale, vergankelijke wereld.
Artikel: 'Hoop is nu een laffe uitvlucht' (NRC november 2017)

Lees ook: Per toeval filosoferen: in gesprek met Élie During van Bernard Stiegler (uit 2014)


Youtube - Bruno Latour: Why Gaia is not the Globe (juni 2016)

Terug naar Overzicht alle titels

Marte Kaan

Onderbuik : Nieuw Licht op redelijkheid
Ambo Anthos 2017, 112 pagina's - € 10,--

Website: Marte Kaan (1977)

Korte beschrijving
In de reeks 'Nieuw licht' wordt telkens een thematiek die een bekend auteur eerder aan de orde stelde in een klassieke tekst, geconfronteerd met het hedendaagse denken. In dit achtste deel werpt psychologe Kaan een nieuw licht op een passage waarin Erich Fromm schrijft over het belang van emoties in het redelijk oordelen en over redelijkheid als voorwaarde tot het vermogen lief te hebben. Kaan pleit voor 'de redelijkheid van de onderbuik': een completere, doorvoelde vorm van redelijkheid die niet alleen op ratio is gestoeld, een rede die niet gescheiden is van het intuïtieve begrip van de werkelijkheid. Vertrekkend vanuit Freud maar ook aan de hand van actuele auteurs en het zen-boeddhisme veronderstelt dit de moed om de eigen onredelijkheid in sterke overtuigingen onder ogen te zien en je ongelijk te erkennen. Die redelijkheid laat ruimte voor het onlogische en irrationele; ze is juist spiritueel, besluit Kaan in de lijn van Fromm, mét Nussbaum en tegen De Botton. Een gevoelig en goed geschreven boekje, dat afwisselt tussen autobiografische mijmeringen en existentiële beschouwingen. Pocekteditie; normale druk.

Tekst op website uitgever
Wees toch eens redelijk! Die oproep is een erfenis van het verlichtingsdenken, waarin geloof en bijgeloof plaatsmaakten voor redelijkheid. In een wereld zonder God zou de rede onze redding zijn. Maar biedt de rede nog wel soelaas als behalve God ook feiten objectiviteit in diskrediet zijn geraakt?

Schrijfster en psychologe Marte Kaan ziet tijdens haar therapeutische sessies dat redelijkheid ons meer ontglipt naarmate we sterker naar redelijkheid verlangen. Aan de hand van psychoanalyticus en filosoof Erich Fromm laat Kaan zien dat een redelijk mens vooral ook emotioneel vaardig moet zijn. Wie schijnbaar overtrokken, ongepaste en schaamtevolle gevoelens serieus neemt, leert dat de onderbuik recht van spreken heeft.

Fragment uit (de) Proloog
Het opvallende is dat het verlangen naar redelijkheid groter lijkt te worden zodra we erachter komen dat de redelijkheid ons ontglipt. Ik zie dat in extremis gebeuren in mijn werk met verslaafde cliënten: in de diepe vertwijfeling die hoort bij het moment waarop ze aan zichzelf ten onder dreigen te gaan, draait het verstand overuren. Ze weten precies hoe alles bij hen werkt en wat ze moeten doen. Het is goed dat ze weer een misstap hebben gemaakt, zo redeneren ze, dan weten ze immers precies waarom ze willen stoppen. En dat doen ze. Morgen. Dit keer echt. Overtuigd van deze gedachte, tot het moment dat zich een nieuwe gedachte aandient: dit is niet het juiste moment, ik heb het verdiend, hoeveel kwaad kan dit nou, het is beter om morgen te stoppen want X, Y of Z.
Ook de niet-verslaafden onder ons zoeken houvast in het denken, of het nu gaat om onze mentale en lichamelijke gezondheid, onze relaties of ons professionele bestaan. Deskundigen vertellen ons in bladen, boeken en blogs hoe we onszelf het best kunnen beheersen, verbeteren en controleren. De vraag is hoeveel we daarmee opschieten, immers: hoe redelijker (rationeler) we proberen te zijn, des te meer dreigt de controle ons te ontglippen.
Er bestaat een ander, completer soort redelijkheid, een gevoelde, doorleefde vorm die ontstaat uit denken én voelen: de redelijkheid van de onderbuik. Dat klinkt tegenintuïtief: de onderbuik wordt doorgaans geassocieerd met kleingeestige oordelen en opvattingen, met kort-door-de-bocht, uitsluiting, veroordeling en discriminatie. De onderbuik, dat is nieuwrechts, dat zijn Henk en Ingrid. Maar de Henken en Ingrids zijn onderbuik zonder verstand, ze laten zich door hun niet-pluisgevoel regeren en durven geen vragen meer te stellen. (pagina 17-18)


Fragment uit het zwijgen van mr. Singh

Ik stond niet alleen in mijn belangstelling voor oosterse spiritualiteit, de komst en het succes van Happinez en de Boeddha beelden bij Intratuin waren een duidelijk signaal. Mensen voelden energie, bleken aura's te ontwaren en aardstralen te registreren en vertelden zonder blikken of blozen dat ze een steen of een magneet onder hun bed hadden liggen.
  Het schijnbaar irrationele dat mij aanvankelijk aantrok ging me tegenstaan, vooral vanwege het narcistisch masochisme van zelfbenoemde yogi's en andere verlichte geesten. Ik bespeurde bij dit soort mensen vaak eerder hoog- dan ruimhartigheid, ze leken zich meer met zichzelf bezig te houden dan zich te interesseren voor de mensen en de wereld om hen heen. Spiritualiteit was cool geworden, een lifestyle.
  Rond die tijd diende zich voor mij een ogenschijnlijk betere oplossing aan: de chemische weg naar het nirwana, xtc. Wat het zo bijzonder maakte was het volledig stilvallen van het denken  en een helder en scherp (en woordeloos) bewustzijn van dat stil zijn. Het is denk ik het beste te vergelijken  met het gevoel iets vergeten te zijn. Dat klinkt nu niet per se als een aanbeveling, maar er is iets onweerstaanbaars aan om even helemaal niet meer te weten waar je bent, in tijd, plek of gedachten - ik denk aan het spelletje dat ik als kind deed waarbij ik mijn ogen dichtdeed als ik achter in de auto zat en probeerde na te gaan waar ik was en er volkomen naast zat. De nadruk ligt hierin op het woord 'even',  want zou het moment van desoriëntatie voortduren dan zou ik in paniek raken. Het (even) niets weten kan als een bevrijding voelen, en voor mij was dat de openbaring: het rekken van de vergetelheid, het helemaal niet (hoeven) weten, omdat mijn denken stillag, er hoefde niets gedacht of geweten te worden. Zonder paniek. (pagina 40-41)


Marte Kaan werpt Nieuw Licht op Liefhebben : een kunst, een kunde van Erich Fromm (uit 1962)



Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 13 november 2017

Noam Chomsky

Het einde van de Amerikaanse droom : de tien principes voor de concentratie van rijkdom en macht
Ten Have 2017, 197 pagina's - € 19,99

Oorspronkelijke titel: Requiem for the American dream : the 10 principles of concentration of wealth and & power (2017)

Wikipedia: Noam Chomsky (1928)

Korte beschrijving
Hij kent zijn gelijke niet. Bijna negentig jaar is Noam Chomsky inmiddels, maar nog steeds geselt hij Amerika (en de rest van de wereld) met zijn scherpe pen. Zo ook in dit boek waarin hij de tien principes opsomt, die hebben geleid tot de concentratie van rijkdom en macht. Achtereenvolgens: zorg voor minder democratie, vorm de ideologie, verbouw de economie, schuif de last af op anderen, doe een aanval op de solidariteit, zorg dat de wetgevers uit je hand eten, beïnvloed de verkiezingen, hou het gepeupel in het gareel, produceer instemming en marginaliseer de bevolking. Deze principes hebben ervoor gezorgd dat de Amerikaanse droom (je wordt arm geboren, je werkt hard en dan kun je een eigen huis kopen en je kinderen naar een goede school sturen) is uiteengespat. Het is een bonte collage van eigen teksten, krantenberichten, verslagen van hoorzittingen, wetsartikelen, samenvattingen van boeken enzovoort. Het boek, oorspronkelijk in 2015 verschenen als documentaire met als titel 'Requiem for the American Dream', is uitermate fraai vormgegeven.

Tekst op website uitgever
In Het einde van de Amerikaanse droom ontleedt legendarische activist en filosoof Noam Chomsky messcherp de opkomst van het neoliberalisme. Actueler dan ooit stelt Chomsky dat de American Dream in rook is opgegaan, onder andere door de ongekende inkomensongelijkheid die de hoop van de gewone Amerikaan op een betere toekomst teniet heeft gedaan. De gevolgen daarvan zijn niet alleen funest voor de Verenigde Staten, maar evengoed op globaal niveau.

Chomsky formuleert tien principes die leiden tot een ongekende concentratie van rijkdom en macht, zoals het gebruik van angst en de ondermijning van solidariteit. Zijn grondige kritiek is geënt op overheids- en bedrijfsdocumenten, maar ook op filosofen als Aristoteles, Adam Smith en Malcolm X. Het einde van de Amerikaanse droom is een indringende diagnose van een zieke Amerikaanse samenleving.


Fragment uit Principe #3 - Verbouw de economie
Uit de paragraaf: Offshoring
De zogenaamde 'vrijhandelsverdragen' hebben eigenlijk helemaal geen betrekking op vrije handel. Het handelssysteem is opnieuw opgebouwd met de heel expliciete opzet om arbeiders van over de hele wereld met elkaar te laten concurreren. Dat heeft geleid tot een teruggang in het aandeel van het nationala inkomen dat afkomstig is uit arbeid. Dit is heel duidelijk zichtbaar in de Verenigde Staten, maar het gebeurt overal ter wereld. Het komt erop neer dat een Amerikaanse arbeider concurreert met een zwaar uitgebuite arbeider in China.
  Iets wat niet losgezien kan worden daarvan is dat de ongelijkheid in China zelf enorm is toegenomen. China en de Verenigde Staten zijn in dit opzicht de extreemste voorbeeldne. Er zijn in China een heleboel arbeidsconflicten waarbij mensen tegen die ongelijkheid in het geweer komen, maar het is een keihard regime. De strijd om meer rechten voor arbeiders verloopt moeizaam, maar er gebeurt wel iets, niet alleen in China maar over de hele wereld. De waarden die de Verenigde Staten exporteren zijn de concentratie van rijkdom, belasting op arbeid, het ontnemen van rechten, uitbuiting enzovoorts. Zo gaat het toe in de echte wereld. Dat is een automatisch gevolg van het zodanig inrichten van handelssystemen dat die de rijken en bevoorrechten beschermen.
  In de industriële sector van de Verenigde Staten ligt de werkeloosheid tegenwoordig op hetzelfde niveau als tijdens de Depressie van de jaren dertig, maar er is een fundamenteel verschil - die banen komen niet meer terug, in elk geval niet onder het huidige overheidsbeleid, De banen in de maakindustrie komen pas terug als het sociale beleid verandert. Want degenen die de leiding hebben over onze samenleving, de 'meesters van de mensheid', om nogmaals Adam Smiths uitdrukking te lenen, hebben andere plannen. Ze hebben er geen belang bij om grootschalige industriële productie te laten terugkeren naar de Verenigde Staten, want ze kunnen meer winst maken door supergoedkope arbeidskrachten uit te buiten in landen zonder ook maar enig milieubeleid. (pagina 54-55)

Youtube - Professor Noam Chomsky & Filmmakers - Q&A for "Requiem for the American Dream" (4-22-16)





Lees bijvoorbeeld ook:
Koen Haegens. De grootste show op aarde : de mythe van de markteconomie (2015)
Dani Rodrik. De globaliseringsparadox : waarom mondiale vrijhandel, de natiestaat en democratie niet samengaan (2015)
Mariana Mazzucato. De ondernemende staat : waarom de markt niet zonder overheid kan (2015) of
Kate Raworth. Doughnut economics : seven ways to think like a 21st century economist (2017)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 9 november 2017

Lieve Goorden

De sprong in de techniek : nadenken over wat we doen
ISVW Uitgevers 2017, 216 pagina's -  € 17,50

ISVW: Lieve Goorden (19?)

Korte beschrijving
Wetenschap levert neutrale feiten; het is aan mensen om daar al dan niet iets mee te doen. Deze tweedeling lijkt simpel en hanteerbaar, maar is helaas volkomen uit de tijd. Want de moderne natuurwetenschap is niet alleen onvoorstelbaar complex en abstract, zij oefent rechtstreeks grote invloed uit op de vormgeving van het menselijk leven, zij is er in hoge mate mee verweven. Denk bijvoorbeeld maar aan digitalisering, aan kunstmatige intelligentie of aan het sleutelen aan erfelijk materiaal.

Lieve Goorden, als onderzoekster verbonden aan de Universiteit van Antwerpen, brengt de problematiek in kaart. Haar uitgangspunt daarbij is het denken van Heidegger en Hannah Arendt. En haar doel is 'de lezer aan te zetten tot iets waarvoor Hannah Arendt een felle oproep doet: laten we nadenken over wat we doen.' Bevat literatuurlijst.

Fragment uit IX - Techniek wordt intelligent
Artificiële intelligentie van hoog kaliber
In een open brief uiten Stephen Hawking, Bill Gates en Elon Musk hun vrees voor boosaardige kunstmatige intelligente wezens die ooit de wereld van ons zouden kunnen overnemen: 'Success in creating Artificial Intelligence would be the biggest event in human history. Unfortunately, it might also be the last.' Dat een toekomst met artificiële intelligentie allicht spannend zal worden is iets wat ook makers van sciencefictionfilms niet is ontgaan. Want over één ding zijn alle experts het eens: een artificieel intelligent systeem zal in de toekomst autonoom en vrij kunnen handelen, leren en zich aanpassen aan nieuwe situaties.
  Maar is een doembeeld met betrekking tot artificiële intelligentie wel gerechtvaardigd? Is een zwartgallig scenario sowieso onafwendbaar? Ik denk van niet. Tenminste, als het effectief onze ambitie is om ooit artificiële intelligentie van hoge kwaliteit te creëren, om een wezen te ontwerpen dat qua intelligentie een vergelijking met de mens kan doorstaan. In dat geval kan het helpen om onszelf de vraag te stellen: wat juist heeft ons in de loop der tijden tot intelligente wezens gemaakt? En wat houdt die intelligentie precies in, over welke bekwaamheden hebben we het dan? Want als we op termijn daadwerkelijk kunstmatige intelligentie in ons midden hebben - 'in de stad' -  willen introduceren, dan kan zulke reflectie nog van pas komen. Al was het maar dat we daaruit kunnen leren, hoe de grillen en de eigenzinnigheid van ene naar de natuur geboetseerd intelligent systeem, in goede maatschappelijke banen te leiden. (pagina 155-156)


Terug naar Overzicht alle titels

Jochanan Eynikel

Robot aan het stuur : over de ethiek van techniek
Lannoo Campus 2017, 152 pagina's - € 16,99

Etion: Jochanan Eynikel (1981)

Korte beschrijving
De techniek, en specifiek de digitale wereld, gaat in allerlei vormen het dagelijks leven ondersteunen en vergemakkelijken - en gevoelsmatig wellicht overheersen. De auteur, filosoof en expert mensgericht ondernemen, beschouwt vanuit filosofische hoek de mogelijkheden en ontwikkelingen van die techniek en vooral de reactie van de mens. Deze beschouwing wordt via talloze dagelijkse voorbeelden heel duidelijk verteld en stemt zeker tot nadenken. Doel is om beide partijen, de mens en de industrietechnologen, ervan te overtuigen dat een goede en verantwoorde acceptatie alleen wordt bereikt door het verenigen van makers en gebruikers. De senioren voor wie deze technologie heel goed kan aansluiten bij de kwaliteitsverbetering van het dagelijks leven, maar ook de werkenden die banenverlies vrezen door automatisering en zich moeten realiseren dat een beroep voor het leven steeds moeilijker te vinden is, komen in de beschouwingen uitgebreid aan bod. Toegankelijk geschreven en vormgegeven, met informatieve kaders, tabellen en grafieken, en enkele zwart-witfoto's. Met literatuurlijst.

Fragment uit hoofdstuk 3. Een morele analyse van disruptieve technologie
Naar artificiële morele intelligentie?
De grote uitdaging bij het simuleren van moraliteit in een computerprogramma is dat hij een belangrijke component van moreel gedrag ontbreekt, namelijk het inlevingsvermogen in anderen en de ervaring van menselijke kwetsbaarheid. Bovendien is die empathie niet neutraal. Zo zullen veel mensen zichzelf schade toebrengen om hun eigen kind te beschermen, maar veel minder om een onbekende persoon op straat te redden. Moeten robots daar rekening mee houden? Anderen argumenteren dan weer dat een robot net moreler zal zijn door neutraliteit. Zo zouden militaire robots zich niet laten leiden door wraak of andere emoties die soldaten in hoge stresssituaties tot immoreel gedrag kunnen doen overgaan.

Het probleem met emoties is dat ze ons enerzijds kunnen verblinden - zoals bij woede - maar aan de andere kant een wezenlijk onderdeel zijn van ethiek. Ethiek is meer dan rekenen of regels volgen. Als mens zullen we de regels soms bewust overtreden om erger kwaad te voorkomen. Meer nog, de wet gaat er vanuit dat een goedaardig persoon op basis van zijn geweten soms bewust bepaalde wetten zal en mag overtreden om erger te vermijden. Zo zal iemand die een volle witte lijn overschrijdt om een plots opduikend kind te ontwijken, allicht niet gestraft worden. De wet en ethiek liggen idealiter dicht bij elkaar, maar overlappen elkaar niet altijd. Een zelfrijdende wagen die altijd de wet volgt kan de gezondheid ernstig schade toebrengen. Dé grote uitdaging voor programmeurs van slimme robotica zoals zelfrijdende wagens ligt in het programmeren van iets wat eigenlijk nooit volledig te coderen valt. (pagina 100-101)

Youtube - Beyond the bloody math - Jochanan Eynikel @ Digityser from Etion (Engelstalig)



Terug naar Overzicht alle titels



Wouter van Bergen 2

De robots komen eraan! : feit en fictie over de toekomst van intelligente machines
Business Contact 2016, 175 pagina's - €19,99

Korte beschrijving
De titel geeft al aan dat we hier met een wat populaire benadering van het thema robots van doen hebben. Het gaat over de diverse industriële types maar ook over meer 'sociale' robots waar we in het maatschappelijk en persoonlijk verkeer meer mee te maken zullen krijgen, zoals zelfrijdende auto’s. Er wordt verder ingegaan op mogelijke maatschappelijke gevolgen (werkgelegenheid) en toekomstscenario’s. Een stelling neemt de auteur niet in. Alles blijft open. Het thema dat de auteur oppakt, is beslist actueel, en dat is een verdienste. De oppervlakkige en weinig visionaire uitwerking is echter onbevredigend. Het blijft allemaal op journalistiek niveau hangen. Overigens bevat het boek slechts dertien illustraties, alle in zwart-wit. Mensen die willen weten wat de technische stand van zaken op het gebied van robots is en wat er op ons afkomt, zullen hier zeker iets van hun gading vinden. De auteur is financieel-economisch journalist bij de Telegraaf. Hij schreef eerder de boeken 'Banken, bubbels en bonussen' (2010) en als co-auteur 'De kleine Piketty' (2014).

Fragment uit 3 De robot (r)evolutie
Zelfstandig kennis opdoen zoals de mens - unsupervised learning - is een van de hindernissen die nog genomen moeten worden, en niet de kleinste volgens Yan Lecun, hoofd van de afdeling die bij Facebook onderzoek doet naar kunstmatige intelligentie. Als intelligentie een taart is, dan vormen de technieken waarmee de laatste tijd veel vooruitgang is geboekt het glazuur en de kers, maar is unsupervised learning de taart zelf, vindt Lecun: 'We weten nu hoe we het glazuur en de kers moeten maken, maar de taart zelf lukt nog niet. We zullen eerst het probleem van unsupervised learning moeten oplossen voordat we ook maar kunnen nadenken over echte kunstmatige intelligentie. En wie weet welke hindernissen er daarna nog komen.'
  Toch geloven de meeste experts dat nog deze eeuw machines de mens in intelligentie zullen evenaren, waarschijnlijk gevolgd door machines die eerst een beetje en daarna veel slimmer zijn dan wij. De consequenties daarvan voor de mens zijn waarschijnlijk niet te bevatten, aangezien we per definitie te dom zijn om te voorzien wat zo'n superintelligente computer van plan zal zijn als die een IQ heeft dat tientallen keren zo hoog is als dat van de slimste mens. (pagina 47-48)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 8 november 2017

Hans Schnitzler 2

Kleine filosofie van de digitale onthouding
De Bezige bij 2017, 128 pagina's - € 12,99

Hans Schnitzler (1968) en zijn website   

Korte beschrijving
Hans Schnitzler is filosoof en schrijft essays voor landelijke bladen en schreef in 2015 het boek Het digitale proletariaat . Nu beschrijft hij wat digitale onthouding - een aantal weken leven zonder online te zijn - met je doet en hoe dat komt. Aan de hand van een aantal filosofen, onder wie Plato, McLuhan, Hannah Arendt en Susan Sontag, beschrijft hij het proces van vervreemding dat optreedt op het moment dat je de digitale wereld betreedt. Gaat dieper in op deze materie dan soortgelijke werken. Wel schetst de auteur een doemscenario ten aanzien van de digitalisering van onze wereld. De vraag is of het allemaal zo zwart-wit is, maar het zet zeker aan tot nadenken. Niet eenvoudig geschreven en vereist filosofische voorkennis. Met noten en literatuurlijst.

Korte beschrijving
 Wat gebeurt er als je offline gaat in een wereld die altijd online is? Als je je telefoon opzijlegt, wat komt er dan voor in de plaats? Heb je nog vrienden? Besta je überhaupt nog? Filosoof Hans Schnitzler gaat in gesprek met millennials die een digitale detox hebben ondergaan. Hun ervaringen schetsen een even herkenbaar als onthutsend beeld van de worstelingen van de smartphone-mens. We zijn voortdurend bereikbaar en verbonden, maar welke prijs betalen we daar eigenlijk voor? Kleine filosofie van de digitale onthouding laat van binnenuit zien wat het betekent om in een schermwereld te leven. Dit boek roept op tot bezinning over de eisen die de digitale werkelijkheid aan ons stelt.

Fragment uit Smartphone uit, Werkelijkheid aan?
Misschien moet je concluderen dat Plato's ideeënwereld naar Silicon Valley is verhuisd, daar waar de blauwdruk voor onze werkelijkheid in toenemende mate gestalte krijgt. Waar het individu bij Plato zich al denkend kon bevrijden uit de schijnwereld, ligt dat voor de gemiddelde datamens buiten bereik. De broncode voor zijn alledaagse bestaan is raadselachtig geworden, verborgen in data, zelflerende algoritmen en andere vormen van kunstmatige intelligentie die zijn verstand en zijn fantasie volledig te boven gaan. Meer dan ooit geldt: de mens is een antiek meubelstuk in een hypermodern ingerichte kamer. Een deel van het ongemak over het leven in het gedigitaliseerde ondermaanse moet, enigszins vooruitlopend op de zaken, hier bezocht worden.
  Tezelfdertijd raken geavanceerde media steeds nauwer verweven met onze leefwereld en worden ze steeds bepalender voor de wijze waarop we waarnemen, voelen, denken en voelen. De moderne techniek dringt door tot in de kleinste haarvaten van het maatschappelijk weefsel, tot op het punt dat we in cyborgs transformeren - half mens, half machine. In deze zin wordt de afstand tussen de ene (analoge) en de andere (digitale) wereld niet groter en abstracter, maar juist kleiner en intiemer. Geavanceerde toepassingen - ook wel afgekort als de NBIC-technologieën, oftewel nano-, bio-, informatie- en cognitietechnologieën - smelten steeds meer samen en zijn steeds beter in staat de menselijke natuur in kaart te brengen en na te bootsen. Dat brengt allerlei voordelen met zich mee, denk aan innovaties op het gebied van de gezondheidszorg, maar het invasieve karakter waarmee sommige techniektoepassingen de intieme leefsfeer binnendringen, roept tegelijkertijd techno-claustrofobische gevoelens op. (pagina 23-24)

Lees ook: Het digitale proletariaat van Hans Schnitzler (2015)

Het Filosofisch kwintet
Op 29 oktober 2017 werd in dit Human-tv-programma gesproken over aspecten die Hans Schnitzler aansnijdt. Hij was een van de deelnemers. Titel: Zijn wij marionetten van de datareuzen?  Ook Philipp Blom, de Duitse historicus, was aanwezig; van hem verscheen onlangs Wat op het spel staat, dat hier ook bij aansluit.

Enkele andere boeken
Andrew Keen. De digitale afgrond : hoe de huidige sociale online revolutie ons eenzamer en hulpelozer maakt (2012)
Nicholas Carr. De glazen kooi : wat automatisering met ons doet (2014)
Manfred Spitzer. Digitale dementie : hoe wij ons verstand kapotmaken (2013)
Evgeny Morozov. Om de wereld te redden, klik hier (2014)
Alex Pentland. Sociale big data : opkomst van de data-gedreven samenleving (2014)

Terug naar Overzicht alle titels