maandag 31 december 2018

Ilja Leonard Pfeijffer

Grand hotel Europa
De Arbeiderspers 2018, 546 pagina's € 24,99

Wikipedia: Ilja Leonard Pfeijffer (1968)

Korte beschrijving
De ik-figuur, een schrijver genaamd Ilja Leonard Pfeijffer, strijkt neer in een oud hotel ergens op ons continent. Daar probeert hij af te komen van het verdriet om zijn verbroken relatie met de Italiaanse kunsthistorica Clio. Het oude hotel met zijn soms nog oudere bewoners brengt hem echter tot overdenkingen over de rol van Europa in de moderne wereld en dat dan vooral afgezet tegenover het door hem verafschuwde massatoerisme. Zo waaiert deze lijvige roman in meerdere richtingen uiteen: in het verleden een liefde (en zijn speurtocht met Clio naar een verloren gewaand schilderij van Caravaggio) en de leidende rol die Europa vroeger in de grote ontwikkelingen van de kunst speelde, maar in het heden en de toekomst het verlangen van Europa om in het verleden te blijven hangen terwijl Afrikaanse bootvluchtelingen aan de deur kloppen. Waanzinnig uitgebreide, extreem ambitieuze, breedvoerige ideeënroman, waarvan het nauwelijks mogelijk is om in een kort bestek een overzicht te geven van alle thema's die de schrijver (1968) aanstipt, en die veel van de lezer vraagt maar hem ook heel veel geeft.

Tekst op website uitgever
De schrijver neemt zijn intrek in het illustere maar in verval geraakte Grand Hotel Europa om te overdenken waar het is misgegaan met Clio, op wie hij in Genua verliefd is geworden en met wie hij in Venetië is gaan wonen. Hij reconstrueert het meeslepende verhaal van liefde in tijden van massatoerisme, van hun reizen naar Malta, Palmaria, Portovenere en de Cinque Terre en hun spannende zoektocht naar het laatste schilderij van Caravaggio. Intussen vat hij een fascinatie op voor de mysteries van Grand Hotel Europa en raakt hij steeds meer betrokken bij het wedervaren van de memorabele personages die het bevolken en die uit een eleganter tijdperk lijken te stammen, terwijl de globalisering ook op die schijnbaar in de tijd gestolde plek om zich heen begint te grijpen.

Grand Hotel Europa is de grote roman van Ilja Leonard Pfeijffer over het oude continent, waar zoveel verleden is dat er voor toekomst geen plek meer is en waar het meest reële toekomstperspectief geboden wordt door de exploitatie van dat verleden in de vorm van toerisme. Het is een theatraal en lyrisch boek over de Europese identiteit, nostalgie en het einde van een tijdperk. Het is, hoe verontrustend het ook zijn mag, zijn beste boek tot nu toe.


Fragment uit

Recensie: Met ‘Grand Hotel Europa’ schreef Pfeijffer de roman van het jaar (NRC december 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 30 december 2018

Ulrich Beck

De metamorfose van de wereld 
Klement 2018, 280 pagina's € 34,95

Oorspronkelijke titel: The metamorphosis of the world (2016)

Wikipedia: Ulrich Beck (1944-2015)

Korte beschrijving
De socioloog Ulrich Beck (1944-2015) was verbonden aan de Universiteit van München en aan de School of Economics and Political Science. Hij heeft met zijn werk in toonaangevende kranten en tijdschriften gestaan, waarmee hij groot aanzien verwierf. Met 'De metamorfose van de wereld' wilde Beck een nieuw perspectief tonen op (klimaat)verandering. Tijdens het schrijven overleed hij. Voorafgaand aan het verhaal staat een inleidend deel, geschreven door Becks vrouw. In drie delen beargumenteert Beck dat we onze focus naar de goede kanten van het slechte moeten verleggen en dat we hierdoor een nieuwe houding kunnen ontwikkelen die hoognodig is om hedendaagse processen als klimaatverandering en digitalisering aan te gaan. Deel I bevat theorieën over (klimaat)verandering en metamorfose. In deel II gaat Beck in op thema's die tegenwoordig relevant zijn, zoals machtsverhoudingen en politiek. Deel III is korter en bevat de conclusie van perspectiefverlegging. Beck gebruikt veel voorbeelden en legt actuele zaken op een heldere manier uit. Dit maakt het boek toegankelijk voor een breed publiek. Met een literatuuroverzicht en register.

Tekst op website uitgever
De bekende socioloog Ulrich Beck brengt met De metamorfose van de wereld een nieuw perspectief op (klimaat-)verandering. Onze steedse complexere wereld verandert niet meer zomaar, er doen zich metamorfosen voor, radicale vormen van transformatie. Ze dwingen ons om ons denken te veranderen en niet te blijven hangen in oplossingsgericht denken. Verleggen we onze focus naar de goede kanten van het slechte, dan kunnen we de kosmopolitische houding ontwikkelen die nodig is om belangrijke uitdagingen als klimaatverandering en digitalisering aan te gaan.

Fragment uit 3. Hoe klimaatverandering de wereld zou kunnen redden
De meeste discussies over klimaatverandering verkeren tegenwoordig in een impasse. Ze zitten gevangen in het catastrofisme dat rond de horizon van het probleem draait: waar is klimaatverandering slecht voor, wat zijn de negatieve gevolgen ervan? Vanuit het perspectief van de metamorfose zouden we, aangezien de klimaatverandering de hele mensheid bedreigt, de vraag moeten omkeren en als volgt formuleren: waar is klimaatverandering goed voor (gesteld dat we die overleven?) Het momentum van de metamorfose bestaat opmerkelijk genoeg hierin dat, als je er maar vast genoeg van overtuigd bent dat klimaatverandering een fundamentele bedreiging vormt voor heel de mensheid en natuur, dit weleens een kosmopolitische ommekeer in onze huidige levenswijze wou kunnen bewerkstelligen en de wereld ten goede zou kunnen veranderen. Dat is wat ik onder emancipatorisch catastrofisme versta (zie hoofdstuk 7)
  Om misverstanden te voorkomen: ik wil hiermee niet zeggen dat we een planetaire ramp nodig hebben om als optimisten van het zuiverste water herboren te worden; ook wil ik niet het tegenbeeld schetsen en een hyperoptimisme bepleiten dat de technologische verlossing uit alle kwaden van onze eeuw van digitale innovaties verwacht (zoals sommigen doen). De kosmopolitische metamorfose van de klimaatverandering (of van globale risico's in het algemeen) draait om de coproductie van risicowaarnemingen en normatieve horizonten: de apocalyps kent geen restricties. Voor ons die in een suïcidale (kapitalistische) moderniteit leven, gaat de black box van de fundamentele politieke vragen weer open: wie spreekt er voor 'de wereld'? Wie vertegenwoordigt 'de mensheid'. De staat misschien? De Stad? Actoren van maatschappelijke organisaties? Experts? Gaia (Latour 2011)? En wie spreekt er voor zijnsgelijken?
 Het wereldwijde risico van de klimaatverandering vormt zo een soort dwingend, collectief geweten - in de zin dat onze vroegere beslissingen en vergissingen mede verantwoordelijk zijn voor de situatie waarin we ons thans bevinden; en dat zelfs de hoogste graad van institutionele organisatie die wij kunnen bereiken, alleen maar een reïficatie, een verdinglijking is die te allen tijde kan worden herroepen, een voorlopige modus van handelen die we kunnen en moeten opgeven als we onszelf erdoor in gevaar brengen. De klimaatverandering belichaamt de fouten van een heel tijdperk van voortschrijdende industrialisering en met al het geweld van de vernietigende gevolgen die eruit kunnen voortvloeien, schreeuwen deze klimaatrisico's erom erkend en gecorrigeerd te worden. Ze staan in zekere zin voor een terugkeer van het verdrongene, waarbij de zelfverzekerdheid van het natiestatelijk georganiseerd industriekapitalisme wordt ondermijnd doordat het met zijn eigen dwalingen wordt geconfronteerd, en wel in de vorm van een regelrechte bedreiging van zijn eigen bestaan. (pagina 55-56)

Terug naar Overzicht alle titels


John Bunzl & Nick Duffell


De oplossing is SimPol : een uitweg uit de vernietigende spiraal van het neoliberalisme
Lemniscaat 2018, 292 pagina's € 18,95

Oorspronkelijke titel: The SimPol solution : solving global problems could be easier than we think (2017)

Website John Bunzl (1945) en Nick Duffell (1949)

Korte beschrijving
De auteurs (eigenaar van een internationaal bedrijf en een psychotherapeut) signaleren een Negatieve Mondiale Concurrentiespiraal (NMC). Zij pleiten voor een mondiale aanpak, meer internationale samenwerking om problemen als klimaat, milieu en bewapening gezamenlijk op te lossen. Voorwaarde daarbij is dat alle landen tegelijkertijd overgaan tot gezamenlijke aanpak, Simpol (Simultaneous Policy), van meerdere vraagstukken en een nieuwe vorm van internationaal stemrecht. Dit vergt een omwenteling in ons denken als wereldburgers. Vergelijk het met het rouwproces zoals beschreven door Kübler-Ross, in vijf fasen van ontkenning tot aanvaarding. Hoe krijg je iedereen bereid tot deze omwenteling? Daarvoor zijn geen grote massa's nodig. In Engeland hebben zich al zeshonderd kandidaten gemeld. Het boek bevat eindnoten, een register en literatuurlijst.

Tekst op website uitgever
We weten het allemaal: in het bedrijfsleven gaat het uiteindelijk om maximalisatie van de winst. Milieu, mensenrechten of arbeidsomstandigheden – niets zal ooit beter worden als ons vrije-marktmodel niet ter discussie wordt gesteld. En dat model zál nooit ter discussie worden gesteld, omdat we in een mondiale economie leven waarin degene die anders wil handelen het onderspit zal delven.

Bunzl en Duffell leggen deze klemsituatie genadeloos bloot. Eigenlijk is iedereen het met elkaar eens dat het anders moet – van de CEO van Shell tot regeringsleiders. Het milieu moet gered, de mensenrechten gerespecteerd en de mensen moeten fatsoenlijk betaald krijgen. Maar hoe te beginnen? Als je de eerste stap zet zonder dat de anderen volgen, graaf je je eigen graf.

Maar nu komt het geniale plan van deze twee auteurs.

Stel je voor dat wij allemaal – burgers, politiek, bedrijfsleven – een gezamenlijke verklaring ondertekenen dat we vanaf een bepaald moment de mensen behoorlijk betalen, de natuur respecteren, de mensenrechten respecteren – op voorwaarde dat alle anderen dat vanaf datzelfde moment ook doen. Deze oplossing heet SimPol en dat staat voor Simultaneous Policy (gelijktijdig beleid): we maken een betere wereld, en dat doen we tegelijkertijd.

Naïef? Nee, briljant, werkbaar én noodzakelijk!

Fragment uit 7. Criteria voor mondiale politieke maatregelen
Het zijn niet alleen nieuwe technologieën en nieuwe manieren van denken die dergelijke veranderingen veroorzaken. Zoals we in het vorige hoofdstuk zagen, kunnen de aanwezige leefomstandigheden ook een rol spelen. In ons mondiale tijdperk zijn de zich uitbreidende crises van klimaatverandering, de financiële rampen, de schaarste van hulpbronnen, de massale economische migratie en dergelijke allemaal leefomstandigheden die ons aanzetten tot het volgende denk- en bestuursniveau. De mondiale technologieën en hun gevolgen - met inbegrip van de NMC (= Negatieve Mondiale Concurrentiespiraal) - zijn er al.
  Het is echter, zoals we al de hele tijd beweren, ons denken dat heel nodig een inhaalslag moet maken. Als Wilber gelijk heeft, dan geldt een kantelpunt van 10 procent nu waarschijnlijk ook, wil het mondiaalgerichte wereldbeeld zich snel verspreiden, dus moeten we ernaar streven dat 10 procent van ons de mondiaalgerichte manier van denken overneemt.
  Daarom bent u als lezer van belang.
  Een nieuwe manier van denken is van essentieel belang, maar zelfs dat is niet voldoende. Om de wereld te veranderen is er ook een nieuw bestuurssysteem nodig. Zolang dat er niet is, zal een nieuwe manier van denken niets kunnen uitrichten, dus hebben we ook een nieuwe mondiaalgerichte vorm van politiek bedrijven nodig - een nieuw politiek paradigma - dat krachtig genoeg is om de omslag feitelijk te bewerkstelligen. (pagina 213-214)

Lees ook: Naar één wereld : een nieuwe mondiale werkelijkheid van Kishore Mahbubani uit 2013


Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 26 december 2018

Albert Faber

De gemaakte planeet : leven in het Antropoceen
Amsterdam University Press 2018, 300 pagina's € 20,50

Informatie over Albert Faber en zijn Twitter-account 

Tekst op website uitgever
We leven in het Antropoceen, het tijdperk van de mens. De invloed van de mens op het reilen en zeilen van de aarde is groter dan ooit tevoren. In een meeslepend betoog geeft Albert Faber betekenis aan deze constatering. Hij neemt ons aan de hand van vele denkers mee van de Malediven naar de Andes, van Siberië naar de Oostvaardersplassen, van de allereerste steden tot aan onze technologische toekomst. Daarbij probeert hij antwoord te geven op vragen als: Wat houdt het Antropoceen in? En hoe kunnen wij ons in de toekomst het beste tot de planeet verhouden? Zonder in pessimisme te vervallen toont Faber ons de verworvenheden van het verleden, hij beschrijft de uitdagingen van het heden en geeft een perspectief voor de toekomst.

Het boek van Albert Faber draagt op wezenlijke wijze bij aan de discussie over het Antropoceen, niet alleen omdat het de contouren ervan op een bijzonder overzichtelijke wijze presenteert, maar ook omdat hij laat zien dat niets minder dan een ‘maximalisatie van ideeën’ nodig is. Faber betoogt dat onze tijd eerder vraagt om het vruchtbare en creatieve conflict dat bij de democratie hoort, dan om wereldwijde eensgezindheid.
— René ten Bos, denker des vaderlands en auteur van Dwalen in het Antropoceen.

'Sinds enkele jaren is de term 'Antropoceen' in zwang om aan te geven dat de mensheid de hele aarde heeft onderworpen. Een dergelijke constatering mag niet terloops worden gemaakt. Gelukkig geeft Faber uitgebreid en meeslepend betekenis aan het leven in het Antropoceen. Bijzonder aan dit boek is dat het zich niet schaart in de al veelvuldig te horen pessimistische boodschap van urgentie en doemdenkerij, maar dat het zoekt naar wegen voor nieuw elan. Met dit boek geeft Albert Faber een pleidooi voor ideeën en verbeeldingskracht en is alleen al daarom onmisbaar voor iedereen die de toekomst serieus neemt.'
— Pieter Winsemius

'Echt een prima geschreven, mooi geïllustreerd en rijk boek dat voor een heel breed publiek inzicht in het antropoceen. Het laat zowel de nuances als het onvermijdelijke ervan zien en gaat voorbij de gebruikelijke polarisaties in het dagelijkse debat over klimaat en duurzaamheid.' 
— prof. Derk Loorbach, hoogleraar socio-economische transities (Erasmus Universiteit Rotterdam), directeur DRIFT (Dutch Research Institute for Transitions)

Fragment uit


Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 21 december 2018

Olivier Pentelon

De strijd om tijd
EPO 2018, 264 pagina's € 20,--

Wordpress: Olivier Pentelon (19?)

Tekst op website uitgever
Is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Een inspirerend verhaal over hoe mannen en vrouwen morgen werk, zorg, engagement en me-time kunnen combineren.

Vroeger was tijd schaars, vandaag is het een wurggreep. Van ploetermoeders tot bumpervaders: voor steeds meer mensen is ‘druk, druk, druk’ het nieuwe normaal. Bij Olivier Pintelon begon het te knagen toen hij en zijn vrouw na de geboorte van hun zoon weer voltijds aan de slag gingen. Dan vroeg hij zich af: hoe doen andere ouders dat toch? Of hij bleef piekeren over wat de onthaalmoeder die ochtend had gevraagd: ‘Wanneer gaat mama vier vijfde werken?’ In De strijd om tijd onderzoekt hij of onze huidige werkweek nog aangepast is aan tweeverdieners. Want dat een dag maar vierentwintig uur en een week maar zeven dagen telt, daar valt weinig aan te doen. Maar is het een natuurwet dat het spitsuur van ons leven bestaat uit rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan? Pintelon sprokkelt verhalen, duikt in oude geschriften en werpt een blik over de landsgrenzen. Waarom experimenteert men in pakweg Zweden met de 30 urenweek terwijl dat idee hier taboe lijkt? Een inspirerend verhaal over hoe mannen en vrouwen morgen werk, zorg, engagement en me-time kunnen combineren

Artikel: De kortere werkweek: ‘krappe’ arbeidsmarkt geen excuus (Knack, augustus 2018)

Fragment uit Slot. Samen de tijd nemen
Maar net die tijd komen we voortdurend tekort. De voltijdse werkweek is blijven steken in de vorige eeuw. In de jaren 1950 was de taakverdeling in een gezin nog duidelijk afgetekend, anno 2018 moeten man en vrouw betaald werk combineren met huishoudelijk werk en zorgtaken. In gezinnen met (jonge) kinderen is de 'tweede shift' gemakkelijk het equivalent van een deeltijdse baan voor de man en een vier vijfde voor de vrouw. Om nog maar te zwijgen over alleenstaande ouders, zij zijn kostwinner en huismoeder (of huisvader) tegelijk, een schier onmogelijke opdracht. Deze mismatch tussen de werkweek en het tweeverdienersmodel leidt heel wat maatschappelijke kwalen. Telkens is een collectieve werktijdverkorting het voor de hand liggend medicijn.
  Om te beginnen is een kortere werkweek het geheime wapen voor man-vrouwgelijkheid. Belgische vrouwen verdienen nog altijd ruim 20 procent minder dan mannen. Een toenemend aantal onderzoeken wijst zonder verpinken de schuldigen aan: de kinderen. En daar is een verklaring voor. Uitgerekend als de carrière van de man in een stroomversnelling geraakt, kampt de vrouw met time-outs. het eerste kind is het breukmoment. Vooral deeltijds werk is een valstrik. De lagere promotiekansen van vrouwen hangen nauw samen met de deeltijdse afwezigheid op de werkvloer. Niet alleen creëert een kortere werkweek eerlijker kansen voor vrouwen door deeltijdwerk te beteugelen, de kortere werkweek moet samen met het langere vaderschapsverlof beide geslachten toelaten betaalde en onbetaalde arbeid fair te verdelen. (pagina 222-223)

Lees ookNeem de tijd : overleven in de to-go maatschappij van Koen Haegens uit 2012.

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 11 december 2018

Herman Tjeenk Willink

Groter denken, kleiner doen : een oproep
Prometheus 2018, 118 pagina's € 15,--

Wikipedia: Herman Tjeenk Willink (194

Tekst op website uitgever
Het gaat goed met Nederland. De economie groeit, de werkloosheid daalt, de financiën lijken op orde. Gaat het (dus) ook goed met onze democratische rechtsstaat? Bij Herman Tjeenk Willink, voormalig voorzitter van de Eerste Kamer en oud-vicepresident van de Raad van State, rijst steeds vaker de angstige vraag: hoe stevig zijn onze instituties als het er echt om gaat spannen? Hoe ‘Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig’ zijn wij, burgers, als medeburgers buiten de maatschappelijke orde worden verklaard? Wat blijft er van de democratische rechtsstaat over als feiten en waarden het afleggen tegen beelden en sentimenten? In de afgelopen veertig jaar heeft Herman Tjeenk Willink zich in al zijn functies ontpopt als een onvermoeibaar verdediger van de democratische rechtsstaat en geharnast tegenstander van de overheid als bedrijf. De ontwikkelingen van de laatste jaren en zijn vele gesprekken, vooral met professionals op de werkvloer, rechters en betrokken burgers, hebben hem ertoe verleid zijn gedachten opnieuw tegen het licht te houden. Groter denken, kleiner doen is een even noodzakelijk als verrassend antwoord op de problemen en uitdagingen van onze tijd.

Fragment uit II.1 het belang van het publieke debat
Willen we de democratische rechtsorde overeind houden, dan is een publieke herwaardering van de rol van de onafhankelijke journalistiek nodig. Haar vermogen informatie te wegen, verbanden bloot te leggen en aandacht te schenken aan de ontwikkelingen achter de incidenten. Haar opdracht, met feiten onderbouwd, gezagsdragers tegen te spreken en de andere werkelijkheid een kans te geven. Haar doel burgers in staat te stellen zelf een eigen oordeel te vormen.

Burgers in een democratische rechtsorde zijn medeverantwoordelijk voor de instandhouding en ontwikkeling van die onafhankelijke journalistiek. Het is ook een misverstand te menen dat burgers gene belangstelling hebben voor verhalen over nieuwe inzichten en wel over het schandaal van de dag; geen belangstelling voor sociale dilemma's waarmee burgers worstelen en wel voor het laatste politieke incident. Is dat misverstand ook niet een gevolg van journalistieke gemakzucht?
  Politici moeten erkennen dat onafhankelijke journalistiek niet uitsluitend aan de markt kan worden overgelaten. Dat geldt niet alleen voor de onderzoeksjournalistiek, maar bijvoorbeeld ook voor de journalistieke taak van de publieke omroep. Dat geldt niet alleen, maar vooral ook regionaal en plaatselijk.
  Zo zou ook meer aandacht mogelijk worden voor de vele debatten die wel degelijk worden gevoerd, maar nu de publiciteit niet halen. Debatten tussen betrokken burgers, in beroepsgroepen en tussen deskundigen over nieuwe ontwikkelingen voor bestaande maatschappelijke problemen. Ze worden vaan van onderop ontwikkeld; in de zorg, in de landbouw, in het onderwijs, in de sociale zekerheid. Ze representeren een andere werkelijkheid en doorbreken ingesleten patronen. Bestaande posities en belangen zullen zich vaak tegen deze vernieuwingen van onderop verzetten. Ook daarom verdienen zij meer publieke aandacht. In een democratische rechtsorde is aandacht voor 'de andere werkelijkheid' essentieel. (pagina 38-39)

Uit een artikel over dit boek
De gevolgen zien we dagelijks zegt hij. 'Uitvoerders die bezuinigingen, reorganisaties, verandering van taken, verhuizingen en digitalisering hebben doorstaan, voelen zich in de steek gelaten. Als de Belastingdienst een vertrekregeling aankondigt, maken daar zesduizend mensen gebruik van. Dat zegt iets over het gebrek aan arbeidsvreugde.'
  Volgens Tjeenk Willink hebben we te maken met een 'sluipende crisis' die niet met organisatorische maatregelen - een reorganisatie hier, een betere manager daar - kan worden verholpen, als is die suggestie vaak wel gewekt. 'Het is een politieke crisis die de politiek niet op eigen kracht kan oplossen. De politiek weet niet meer wat de eigen functie is. Politiek is vooral besturen en financieel beheer geworden. En als de vertegenwoordigende democratie hapert, komt het op de maatschappelijke democratie, de burgersamenleving aan.'
  Publieke diensten zijn over een breed politiek front te lang verwaarloosd. 'Ondanks alle verschillen waren politieke partijen het decennia lang altijd over één ding eens: maximaal haalbare bezuinigingen op het openbaar bestuur, terwijl er steeds meer taken bij kwamen.'
  Ik hoor dat we sterke politici nodig hebben met moreel leiderschap. Ik weet niet eens wat daar precies mee wordt bedoeld. Ik weet wel dat leiderschap niet voldoende is om de betonrot aan te pakken.'  (Tjeenk Willink: 'We zijn de publieke zaak structureel aan het uithollen', FD 11 december 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 6 december 2018

Ad Verbrugge, Govert Buijs & Jelle van Baardewijk

Het goede leven en de vrije markt : een cultuurfilosofische analyse
Lemniscaat 2018, 452 pagina's  - € 29,95

Wikipedia: Ad Verbrugge (1967)

Tekst op website uitgever
De vrije markt is overal: ze verspreidt zich over de hele wereld en haar rol in ons persoonlijke leven is groter dan ooit. Allerlei goederen en diensten zijn toegankelijk geworden voor steeds meer mensen en het mondiale welvaartsniveau was nooit eerder zo hoog. Toch dringt zich de laatste jaren ook de vraag op naar de schaduwkanten van de globaliserende markt. Wat gebeurt er met een samenleving als allerlei maatschappelijke sectoren steeds meer in termen van de markt worden uitgelegd? Wat doet het met de kwaliteit van onze relaties als mensen zichzelf en elkaar als homo economicus opvatten en zij zichzelf gaan begrijpen als producerende, consumerende en concurrerende individuen? Bovendien, kunnen we ons op de lange termijn wel een dergelijke economische bedrijvigheid veroorloven, bijvoorbeeld ten opzichte van de natuur? En welke rol speelt de moderne techniek in dit verband?

Fragment uit

Lees ook Tijd van onbehagen : filosofische essays over een cultuur op drift (uit 2004) en Staat van verwarring : het offer van liefde (2013) van Ad Verbrugge.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 3 december 2018

Fabian Scheidler

Het einde van de megamachine : een korte geschiedenis van ene falende beschaving
Lemniscaat 2018, 424 pagina'  - € 24,95

Oorspronkelijke titel: Das Ende der Megamaschine. Geschichte einer scheiternden Zivilisation (2015)

Wikipedia: Fabian Scheidler (1968)

Korte beschrijving
Los van ideologie bestaat steeds meer consensus over de onhoudbaarheid van ons economisch systeem gezien de druk op milieu en mensenrechten. Dit boek neemt kritisch stelling en schetst een inktzwart beeld over de opkomst van de westerse beschaving, die stelselmatig de hele wereld heeft veranderd in een soort megamachine. Deze megamachine wordt in stand gehouden door bezit, krediet en schulden en een onterecht vooruitgangsdenken dat de mensheid al vijfduizend jaar in zijn ban houdt. De historische ontwikkelingen en verbanden worden meeslepend geschetst, maar de nuance ontbreekt. De lezer wordt eerder murw geslagen door de onvermijdelijkheid van dit voortrazende systeem dan gemotiveerd tot andere gedachten. Het laatste hoofdstuk probeert oplossingen aan te reiken, die enigszins obligaat liggen op het vlak van duurzaamheid, collectiviteit en kleinschaligheid. Uit het voorbeeld van het eeuwenoude waterbeheer op de Balinese rijstvelden moet de lezer wat moed putten. De voorgaande hoofdstukken lijken echter weinig reden tot hoop te bieden. Met kleine zwart-witillustraties, eindnoten, een chronologisch overzicht en literatuuropgave.

Tekst op website uitgever
De toekomst van de aarde is in gevaar: 5.000 jaar aan menselijke beschaving heeft geleid tot een vernietiging van menselijke samenlevingen en van ecosystemen. Een wereldcrisis staat op het punt van uitbreken. Wie wil begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen, en wat we eraan kunnen doen, is bij Fabian Scheidler aan het goede adres.

Scheidler ontmantelt de westerse vooruitgangsmythologieën en laat zien hoe de alomtegenwoordige focus op kapitaalvermeerdering de menselijke toekomst in gevaar heeft gebracht. Tegen de achtergrond van de klimaatchaos, afnemende hulpbronnen, financiële instorting en massale armoede is de tijd gekomen voor ingrijpende veranderingen van onze beschaving: door ons te verzetten tegen de onderdrukking van het systeem, door zelforganisatie en door échte democratie, lukt het ons misschien de megamachine te stoppen voordat het te laat is.
De combinatie van economische, culturele en ecologische perspectieven maakt van Het einde van de megamachine een uniek boek. Het verduidelijkt de wereld om ons heen, maakt ons boos en zet ons aan tot actie.

Fragment uit (de) Inleiding
'Ze maken alles kapot, onbegrijpelijk,' zei onlangs een bejaarde buurvrouw tegen me nadat ze de documentaire met de onschuldig ogende titel Zand had gezien. Die toont hoe het spreekwoordelijke zand aan zee inmiddels schaars begint te worden, omdat wereldwijd stranden, rivierbeddingen en zeebodem worden afgebaggerd om in de hoogbouw van Dubai of Shenzhen te verdwijnen. 'Komt er nooit een einde aan, houden ze dan nooit eens op?' vroeg ze me.
  We zijn er op dit moment getuige van hoe een hele planeet die vier miljard jaar nodig heeft gehad voor zijn ontwikkeling, wordt opgestookt in een wereldwijde economische machinerie die massa's goederen en tegelijk massa's afval produceert, waanzinnige rijkdom en massale armoede, permanente overspanning en onnutte kracht. Een buitenaards wezen dat ons zou bezoeken, zou dit systeem volstrekt idioot vinden. En toch kent het een zekere rationaliteit. De harde kern van deze rationaliteit bestaat uit de oneindige vermeerdering van het aantal nullen op de bankrekeningen van een relatief overzichtelijk aantal mensen. Het verlengen van die getallen lijkt uiteindelijk het enig overgebleven doel van de wereldwijde megamachine te zijn. De aarde wordt voor een eindeloos groeiend aantal nullen verbrand.
  Eigenlijk weet iedereen hoe verwoestend dit systeem is, dat het ziek is en ziek maakt. Tachtig procent van alle Duitsers zou volgens enquêtes liever een ander economisch systeem zien. De tijd dat we enthousiast waren over de vooruitgang en euforisch over de markt, ligt ver achter ons. Vrijwel niemand die ik in de afgelopen tien jaar heb gesproken - of het nu conservatieve, linkse, ecologisch bewuste, jonge of oude mensen - gelooft nog in de toekomst van dit systeem wanneer men eerlijk is en zijn professionele houding even laat varen. Maar tegelijk heerst er een beklemmende radeloosheid. Het raderwerk lijkt, hoewel het duidelijk zinloos en verwoestend is, niet te stoppen. Na het fiasco van tientallen jaren van klimaatonderhandelingen die meer CO2 hebben gekost dan ze hebben bespaard, internationale conferenties over de bestrijding van de honger plus enkele hooguit oppervlakkige reparaties aan een internationale financiële markt die een gevaar vormt voor de openbare veiligheid, verwacht inmiddels niemand nog werkelijk een wereldwijde trendbreuk in het beleid van regeringen. Hoewel de kennis over de fatale gevolgen van zo doorgaan met de dag toeneemt, houden de kapiteins van de grote machine vastberaden koers in de richting van een onvermijdelijk ongeluk. (pagina 11-12)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 28 november 2018

Bruno Latour 2


Waar kunnen we landen? : politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime
Octavo 2018,132  pagina's - € 19,50

Oorspronkelijke titel: Où atterrir? Comment s'orienter en politique (2017)

Wikipedia: Bruno Latour (1947)

Tekst op website uitgever
We begrijpen niets van de politiek van de laatste decennia als we het vraagstuk van het klimaat niet centraal stellen, dat is de prikkelende hypothese van filosoof Bruno Latour. De klimaatkwestie behoort tot de kern van de geopolitiek en is rechtstreeks verbonden met ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Dit blijkt uit de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Parijse klimaatakkoord, de toename van migratiestromen door oorlogen en klimaatmutatie en de Brexit. Het is alsof een groot deel van de elites het ideaal van een gedeelde wereld heeft opgegeven.

Om weerstand te bieden aan deze situatie moeten we een gemeenschappelijke oriëntatie vinden. Daarvoor is een kaart nodig met de posities van het nieuwe politieke landschap. Bruno Latour geeft een overtuigende aanzet tot het tekenen van zo’n kaart en besluit met een pleidooi voor het Europa waarin hij zou willen landen. Kunnen we politiek herdefiniëren als wat ons terugvoert naar de aarde?

Bruno Latour is een Franse filosoof en antropoloog. Tot zijn bekendste boeken behoren Laboratory Life (met Steve Woolgar; 1979), Nous n’avons jamais été modernes (1991) en Face à Gaïa (2015; Oog in oog met Gaia  (2017). Bruno Latour is als emeritus hoogleraar verbonden aan het medialab en het programma politieke kunsten van Sciences Po in Parijs.

Fragment uit 5
Om de sleetse metafoor van de Titanic van stal te halen: de leidende klassen begrijpen dat de schipbreuk onvermijdelijk is, ze maken zich meester van de reddingsboten, en ze vragen het orkest lang genoeg slaapliedjes te blijven spelen zodat ze er in het nachtelijk duister vandoor kunnen gaan voordat de andere klassen door de overmatige slagzij worden opgeschrikt.
  Als we een veelzeggende illustratie willen, waar ditmaal niets metaforisch aan is: oliemaatschappij ExxonMobil besluit begin jaren negentig, in het volle besef van de situatie, na uitstekende wetenschappelijke artikelen te hebben gepubliceerd over de gevaren van klimaatverandering, zwaar te investeren in de verwoede winning van aardolie en tegelijk in een al even verwoede campagne die de stelling moet promoten dat er van dreigend gevaar geen sprake is.
  Die mensen - die we voortaan de obscurantistische elites moeten noemen - hebben begrepen dat ze, als ze comfortabel willen voortleven, niet langer moeten doen, zelfs niet in hun dromen, alsof ze de aarde delen met de rest van de wereld.
 Aan de hand van die hypothese kan worden verklaard hoe de mondialisering-plus de mondialisering-min is geworden.
  Terwijl we tot de jaren negentig modernisering (als we ervan profiteerden tenminste) konden associëren met begrippen als vooruitgang, emancipatie, rijkdom, comfort, luxe zelfs en, vooral, rationaliteit, is door de verwoede deregulering, de explosieve toename van ongelijkheden en de teloorgang van de solidariteit modernisering gaandeweg geassocieerd geraakt met de idee van willekeurig besluit dat nergens vandaan komt en dat in het belang van slechts enkelen is. De beste aller werelden is de slechtste geworden.
  Over de reling geleund zien de lagere klassen, nu helemaal wakker, de reddingsboten wegvaren in de verte. Het orkest blijft weliswaar Nearer, My God, to Thee spelen, maar de muziek kan het razende geschreeuw niet meer overstemmen.
  En we moeten inderdaad van razernij preken, willen we de reacties van ongeloof en onbegrip begrijpen van wie zo in de steek gelaten en verraden zijn.
  De elites hebben waarschijnlijk al vanaf de jaren tachtig of negentig aangevoeld dat het feest voorbij was en dat ze zo snel mogelijk gated communities moesten inrichten om niets meer te hoeven delen met de massa's, en vooral niet met de 'niet-blanke' massa's, die algauw overal op de planeet in beweging kwamen omdat ze van hun thuisgrond werden verjaagd. Maar we kunnen ons voorstellen dat ook de verliezers van de mondialisering gauw genoeg hebben begrepen dat als die mondialisering naar de haaien was, ook zij gated communities nodig zouden hebben.
  Uit de reacties van de ene kant volgen de reacties van de andere - terwijl beide reageren op die andere heel wat radicalere reactie, die van de Aarde, die de klappen niet langer gewoon incasseert en steeds harder terugslaat.
  Het in elkaar grijpen van zulke reacties lijkt alleen irrationeel als we vergeten dat het hierbij gaat om eenzelfde kettingreactie, waarvan de oorsprong moet worden gezocht in de reactie van de aarde op ons doen en laten. Wij zijn begonnen - wij, het Avondland, juister gezegd Europa. Er is niets aan te doen; we moeten leren leven met de consequenties van wat we hebben ontketend.
  We begrijpen niets van de ontstellende toename van ongelijkheden, of van de 'populistische golf', of van de 'migratiecrisis', als we niet begrijpen dat het gaat om drie begrijpelijke - zij het ondoeltreffende - antwoorden op de heftige reactie van een bodem tegen wat hij van de globalisering te verduren heeft gekregen.
  Tegenover het dreigende gevaar zou men dus - conform onze politieke fictie - hebben besloten het niet onder ogen te zien, maar te vluchten. Sommigen trekken zich terug in de gouden kooi van de 1% ('Veiligheid voor de superrijken boven alles!'), anderen klampen zich vast aan vaste grenzen ('Gun ons in 's hemelnaam tenminste een stabiele identiteit!'), weer anderen ten slotte, de ellendigsten van allemaal, kiezen de weg van de ballingschap.
  Welbeschouwd zijn we allemaal 'verliezers van de mondialisering'(-min) - die haar aantrekkingskracht begint te verliezen. (pagina 30-32)

Citaat uit een interview
"Het probleem is dat de kennis over het klimaat berust bij de wetenschap", legt Latour uit. "De meeste mensen herkennen de verandering niet. Ze zeggen: er gebeuren rare dingen in mijn tuin. Maar verder is het leven goed." Volgens Latour missen we dan ook de psychologische gesteldheid om de feiten tot ons door te laten dringen. We moeten veranderen, maar dóen het niet - ziedaar het probleem. Van die onwil te veranderen is Donald Trump hét symbool geworden. ()

"Het is geen kwestie van 'waarheid'", reageert Latour onmiddellijk, het woord waarheid met zijn handen voorziend van aanhalingstekens. "Die demonstranten voelen zich verraden. En daarin hebben ze gelijk. Het is hetzelfde met de populistische bewegingen in Nederland, in Duitsland of in Italië, Overal! Aan die mensen is het idee verkocht dat ze eindeloos kunnen doorconsumeren. Dat leek ook lange tijd zo, vooral door de beschikbaarheid van olie. Al die tijd is hun verteld dat ze het gevoel ergens bij te horen beter konden verruilen voor de belofte van oneindige ontwikkeling. En nu krijgen ze ineens te horen dat het voorbij is. The fiesta has finished. Alleen zijn ze nooit gewaarschuwd. Dan is het volkomen logisch dat je zegt: als je ons die beloofde globalisering niet geeft, bescherm dan tenminste de identiteit die we daarvoor hebben opgegeven." Korte stilte, "Al is die identiteit natuurlijk ook een droom." Trouw: 'Het is zinloos níet te praten over Heimat' (27 november 2018)

Recensie: Hoe klimaatwetenschap en politiek verweven zijn (NRC 15 november 2018)

Lees ook: Oog in oog met Gaia : acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime (uit 2017)

In de bundel De grote regressie : vijftien grote denkers over de geest van de tijd (uit 2017) staat ook een essay van Bruno Latour.

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 22 november 2018

Annette Kukh, Dirk Holemans en Pieter Van den Broeck

Op grond van samenwerking : over commons, huisvesting, ruimte en landbouw
EPO 2018, 424 pagina's € 26,50

Tekst op website uitgever
Bijdragen van diverse Vlaamse experten inzake commons, vertrekkend vanuit het INDIGO-project. Dit boek richt zich tot een brede groep van praktijkmensen die op zoek zijn naar nieuwe, meer solidaire manieren om grond te beheren.

Al meer dan twee eeuwen wordt grond geprivatiseerd, verkaveld en vermarkt. En al even lang zijn er schuchtere pogingen om dat proces te stoppen of om te keren. In dit boek tonen de auteurs praktijkvoorbeelden waarin mensen gezamenlijk optreden als de publieke overheid en de markt tekortschieten. De initiatieven verzachten effecten van vermarkting. Tegelijk botsen ze op het 'absolute', wettelijk verankerde recht op eigendom, of op nieuwe privatisering. Bij vragen over gedeeld eigenaarschap of gebruiksrecht beland je bij de commons: culturele en natuurlijke hulpbronnen gebruikt en beheerd door burgers. 'Op grond van samenwerking' bundelt bijdragen van diverse Vlaamse experten inzake commons

Fragment uit 1. commons als noodzaak
4.3 Hybride commons: burgers, private sector en overheid
Dat een geïdealiseerd beeld van de commons onrealistisch en ongewenst is, blijkt uit diverse bijdragen in dit boek: niet alle commons zijn 'per se goed'. Waar volgers van Ostrom nog al eens vergeten dat de historische commons ook in een bredere socio-economische en sociopolitieke context tot stand kwamen en functioneerden, blijkt hoe concrete commons hybride mengsels zijn van diverse beheersvormen. Commons in enge zin zijn essentieel voor hun nadruk op burgerinitiatief, gedeeld gebruik en beheer, en solidariteit als compleet ondergewaardeerd organisatieprincipe. Maar naast commons in enge zin, staan ook markt en staat. Polanyi tonde al aan dat in alle grote samenlevingen vóór het kapitalisme, naast uitwisseling die gebaseerd is op wederzijdsheid, ook herverdeling en marktrelaties mechanismen waren om toegang tot hulpbronnen te organiseren. Onder andere sociale wetenschappers Erik Swyngedouwm Bob Jessop en Frank Moulaert spreken van hybride governances of metagovernance.
  Misschien moeten we dus zoeken naar een triadische opvatting van de commons, als een vergeten derde en belangrijke naast privaat en publiek, naast markt en staat. Holemans gebruikt een driehoek om dat te expliciteren, waarbij de twee hoekpunten aan de basis van de driehoek staan voor de organisatievormen staat en markt, en het derde hoekpunt (boven) de commons vertegenwoordigen. Zo kan elke wijze van organisatie, die steeds hybride is, gesitueerd worden in de driehoek. Zo kan ook het klassieke debat - meer staat of meer markt, dat zich enkele begeeft op de basislijn van de driehoek - worden overstegen. Wanneer men de commons opvat als een derde pool die de neoliberale versmelting van markt en staat, privaat en publiek openbreekt, toont de commonsbeweging haar potentieel. Men zou kunnen zeggen dat hier de eerste taak van de herontdekking van de commons zit: het ongedaan maken van de neoliberale fusie tussen staat en markt. De commons moeten niet (alleen) als radicaal alternatief worden opgevat zonder of zelfs tegen de staat, en buiten of tegen de markt. Een triadische opvatting kan hier helpen: het elkaar in evenwicht houden van drie krachten kan een norm worden om commonsinitiatieven af te wegen. In die zin kunnen de commons een schakel, moment, wig of plek van mediatie vormen waar overheid en markt samenkomen. (pagina 28-29)

Recensie: Boekrecensie - Commons als politiek-realistische utopie (Walter Lotens) (21 november 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Paul Hawken

Drawdown : het meest veelomvattende plan ooit om klimaatontwrichting te keren
Maurits Groen 2018, 258 pagina's € 25,--

Oorspronkelijke titel: Drawdown: The most comprehensive plan ever proposed to reverse global warming / edited by Paul Hawken (2017)

Wikipedia: Paul Hawken (1946) en zijn website Drawdown

Tekst op website uitgever
Nu het probleem van klimaatontwrichting, ruim tien jaar na Al Gore’s 'An Inconvenient Truth', steeds nadrukkelijker en in bredere kring begint in te dalen, dreigt de stemming eromheen er niet positiever op te worden. De omvang van het probleem en de noodzakelijke aanpak dreigt velen te verlammen.

Het geweldige van 'Drawdown' is dat voor dit boek een krachtige internationale coalitie van eminente onderzoekers, professionals en wetenschappers een verzameling van 100 realistische en stoutmoedige oplossingen tegen klimaatverandering identificeerde, en deze grondig doorrekende op benodigde investeringen, het te verwachten financiële rendement, en - uiteraard - op hun klimaateffect. Het resultaat is ronduit 'A Hopeful Truth'. Als we de gepresenteerde oplossingen op mondiale schaal toepassen, dan kunnen we de opwarming van de aarde niet alleen afremmen, maar zelfs een keerpunt bereiken, waarbij de broeikasgas-concentraties in de atmosfeer na een piek zelfs aan een daling beginnen.

Fragment uit (de) Introductie
Drawdown gaat verder dan zonnepanelen en spaarlampen, om te laten zien dat de benodigde oplossingen veel diverser zijn dan alleen die op het gebied van schone energie, en dat er veel effectieve manieren zijn om iets te doen tegen de opwarming van de aarde. Drawdown illustreert hoe we onder meer enorme stappen kunnen zetten door de uitstoot te verminderen van de wat minder bekende broeikasgassen, zoals koelvloeistoffen en 'black carbon' (zwartsel); door de uitstoot van lachgas uit de landbouw te verlagen; en door methaanemissies van veestapels terug te dringen, evenals de CO2-uitstoot door ontbossing. Bovendien demonstreert Drawdown de mogelijkheid om CO2 aan de atmosfeer te onttrekken door innovatieve methodes voor landgebruik, regeneratieve landbouw en boslandbouw.
  Maar nog belangrijker is wat mij betreft dat Drawdown ook laat zien hoe we de angst, verwarring en apathie kunnen overwinnen die om klimaatverandering heen hangt, en hoe we actie kunnen ondernemen als individuen, wijken, dorpen en steden, als land, provincie, investeringsmaatschappij en non-profit organisatie. Dit boek zou de blauwdruk moeten worden voor het bouwen van een klimaatbestendige wereld. Door het hanteerbaar maken  van praktische, inzichtelijke oplossingen die al terrein winnen, laat Drawdown ons een toekomst zien waarin we de opwarming van de aarde kunnen omkeren en een betere wereld kunnen achterlaten voor nieuwe generaties. (pagina xiii).


Terug naar  

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 21 november 2018

Marilynne Robinson

Wat doen wij hier? : over geweten, geloof, geluk en wat het betekent om te leven
Arbeiderspers 2018, 320 pagina's € 22,99

Oorspronkelijke titel: What are we doing here? : essays (2018)

Wikipedia: Marilynne Robinson (1943)

Korte beschrijving
De auteur (1943) schreef in 1980 haar eerste boek en werd op slag beroemd. Pas 24 jaar later, in 2004, verscheen haar tweede boek ‘Gilead’* waarmee ze de Pulitzer-prijs won. Na nog een aantal romans is er nu ‘Wat doen wij hier?’ Een verzameling essays, overdenkingen en een aantal van haar lezingen. De schrijfster heeft een enorme kennis van theologie, geschiedenis en literatuur en is van mening dat het gebrek aan kennis op dit gebied ervoor zorgt dat onze samenleving niet meer weet wat het verschil tussen goed en kwaad is. Heden ten dage kiezen mensen bijvoorbeeld tussen links en rechts of tussen religie en humanisme. De auteur zelf is gelovig en tegelijkertijd humanist. Zij is van mening dat kennis macht is en wie zich verdiept in de geschiedenis en leert van de grote namen uit het verleden, kan een wezenlijk verschil maken voor de toekomst. Alleen kennis kan de democratie nog redden. De essays lezen niet vlot weg. Vrijwel iedere zin nodigt uit tot overdenken en maakt dat de lezer zich verder in het onderwerp wil verdiepen. Geen lichtvoetig proza maar wel zeer de moeite waard. Ook het hedendaagse politieke klimaat komt ruim aan bod en de schrijfster heeft daar geen goed woord voor over maar komt wel met suggesties voor verbetering. Kleine doelgroep.

Tekst op website uitgever
In een roerige tijd waarin we volgens Marilynne Robinson tussen links en rechts heen en weer worden gesleurd in een draaikolk, vraagt ze zich af wat het betekent om mens te zijn.

Dankzij haar kennis van theologie, geschiedenis en literatuur brengt zij een verloren verleden in verband met het heden, en schenkt zij aandacht aan grote levensvragen als: waarom bestaan wij, hoe moeten wij leven? In prachtig proza pleit ze voor het omarmen van de ideeën van grote denkers, en reflecteert ze op het hedendaagse politieke klimaat en op geweten, geloof, geluk, liefde, schoonheid en wat het betekent om te leven.

Fragment uit De Amerikaanse wetenschapper nu (lezing 2015)
Dit alles staat los van het aloude kantiaanse onderscheid: of de mensheid gezien moet worden als doel of als middel. Het argument tegen ons onderwijssysteem is dat het geen werknemers oplevert die zijn toegerust om mee te komen in de geglobaliseerde economie, de economie van de toekomst. Botter kun je het amper formuleren, de noodzaak die momenteel gevoeld wordt in sommige regio's en die overal elders goedgelovig wordt ontvangen en herhaald: dat wij onze jeugd moeten opofferen om op nationaal niveau prestatiegerichte bekwaamheden te bevorderen, zonder dat ons ooit verteld wordt wie nu eigenlijk zullen profiteren van de winsten of voordelen.Er wordt niet gesuggereerd dat de gaven die zij als individu de wereld kunnen schenken, gestimuleerd door de bereikbaarheid van kennis, nog een plek hebben of van waarde kunnen zijn in de wereld van toekomst; er wordt slechts beweerd dat wij in plaats van onderwijs beter een soort training zouden kunnen verschaffen.
  Als alle instellingen in zekere mate deze druk voelen, voelen publieke instellingen die nog langduriger en ingrijpender. Een universiteit zoals de mijne , die bijna honderdzeventig jaar geleden gesticht is, nog voordat Iowa zelfs maar maisvelden had, levert het ondubbelzinnige bewijs van het soort hoop dat achter de stichting lag en haar gedurende vele generaties ondersteunde. Vrijwel vanaf het begin speelde kunst er een belangrijke rol. Ze werd gesticht toen Emerson actief was en ongeveer in de tijd toen Tocqueville werd gepubliceerd, en men kan rustig stellen dat de universiteit het waarschijnlijk eens is met hun wereldbeeld. En zo ging het met vele of de meeste universiteiten in Amerika. Een creatieve voorbereiding op een universitaire graad, het instituut MFA (Master of Fine Arts) zoals wij dat tegenwoordig kennen, is bedacht in Iowa. Mijn eigen studieprogramma's, de Writer's Workshop, is de oudste van zijn soort op de planeet.Mensen vragen mij van tijd tot tijd, waarom Iowa in Iowa ligt. Ongetwijfeld om dezelfde reden als waarom Bloomington in Indiana ligt. Als we pragmatischer waren aangelegd, zouden we rekening houden met het feit dat als je mensen een betrekkelijk schone lei biedt, de prairie, een fonds net openbare middelen, hoe bescheiden ook, ze evenveel gaan verlangen naar het wonderschone als naar het nuttige of het noodzakelijke. (pagina 96-97)


Terug naar Overzicht alle titels


Dominique Moïsi 2

Triomf van de angst : de geopolitiek van series
Ten Have 2018, 160 pagina's € 22,50

Oorspronkelijke titel: La géopolitique des séries. Ou le triomphe de la peur (2016)

Wikipedia: Dominique Moïsi (1946)

Tekst op website uitgever 
Dominique Moïsi, de laureaat van de Spinozalens 2018, duidt op originele wijze de tijdgeest aan de hand van series als Homeland en Game of Thrones.

'Vertel me welke serie je kijkt, en ik zeg je wie je bent.' We leven in het gouden tijdperk van tv-series, maar waarom zijn series als Game of Thrones, Homeland en Downton Abbey eigenlijk zo mateloos populair? Vooraanstaand politiek filosoof Dominique Moïsi stelt dat series ons inzicht geven in de geopolitieke verhoudingen en de dominante emoties in de wereld van vandaag de dag - en misschien zelfs van die van morgen.

Wat zien scriptschrijvers van tv-series als zij naar de hedendaagse maatschappij kijken? Voornamelijk angst: angst voor dictatuur en barbarij in Game of Thrones; voor terrorisme of het niet kennen van de identiteit van de vijand in Homeland; angst voor het verdwijnen van de bestaande orde in Downton Abbey; angst voor het verval van de democratie in House of Cards; en voor Rusland in Occupied.

Moïsi laat in dit boek zien hoe deze series resoneren met de stemmingen die wij allemaal voelen, maar die slechts zelden duidelijk gearticuleerd worden.

Triomf van de angst is te zien als de opvolger van Moïsi’s bestseller De geopolitiek van emotie, waarin hij de rol van emoties beschrijft bij internationale conflicten. Angst staat volgens hem centraal in Europa en de Verenigde Staten: angst voor de ander, voor verlies van identiteit.

Fragment uit 1. Het tijdperk van de series
In series met een geopolitiek thema staat de natiestaat nog steeds centraal, zoals die in 1648 bij de Vrede van Westfalen als overwinnaar tevoorschijn kwam uit de dertigjarige oorlog. Een staat die controle uitoefent over een grondgebied met duidelijk vastgestelde grenzen, een vaste bevolking en een regering die in staat is internationale betrekkingen te onderhouden met andere staten. Dit veronderstelt natuurlijk dat de staat het monopolie heeft op het inzetten van een gewapende macht binnen zijn grenzen. Een van de belangrijkste problemen is dat de begrippen staat en natie elkaar miet dekken. Hoeveel etnische minderheden worden er niet geregeerd door staten waar ze nooit bij hebben willen horen? Denk alleen maar aan de Koerden in het Midden-Oosten. De vijandschap die kan bestaan tussen naties en staten is een van de kernpunten in de moderne internationale betrekkingen. Hierdoor ontstaan er afscheidingsbewegingen met een tribaal, etnisch of religieus karakter. In deze context is het bijna onvermijdelijk dat staten waarvan de grenzen ten tijde van de kolonisatie te kunstmatig zijn getrokken falende staten worden, niet bij machte de interne machtsorde te handhaven en hun buitengrenzen te beveiligen.
  Boven staten en naties, grenzen en instituties, dient de rol van individuen te worden benadrukt. Zij maken het verschil, in de geschiedenis in het algemeen zowel als in internationale betrekkingen in het bijzonder. Televisieseries waarin de rol van personen centraal staat, doen de geschiedenis geen geweld aan, maar zorgen er integendeel voor dat ze inzichtelijker worden. Hoe zou je de Franse hegemonie in Europa vanaf de zeventiende eeuw kunnen uitleggen zonder figuren te noemen als kardinaal De Richelieu (1585-1642) en vanzelfsprekend Napoleon Bonaparte (1769-1821)? Hoe zou je de opkomst van Duitsland, voortkomend uit die van Pruisen, in de tweede helft van de negentiende eeuw kunnen analyseren zonder te verwijzen naar Otto von Bismarck (1815-1898)? In de geschiedenis van de twintigste eeuw, die nog dicht bij ons staat, kunnen we tragisch genoeg niet om de dictators Adolf Hitler, Josef Stalin en Mao Zedong heen, evenmin als, op een positievere manier, om Michael Gorbatsjov, die een belangrijke rol speelde in het beëindigen van de Koude Oorlog. Natuurlijk is het van belang om rekening te houden met structurele tendensen en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de grote Franse historicus Fernand Braudel deed (1902-1985), maar wie de beslissende rol van individuen ontkent, mist simpelweg het meest wezenlijke. De Eerste Wereldoorlog had voorkomen kunnen worden als er staatslieden aan het roer hadden gestaan die deze naam waardig waren. Achteraf bezien, de vergelijking is niet van mij, maar van de Engelse historicus A.J.P. Taylor, krijg je de indruk van een gigantisch treinongeluk, waarbij iedere machinist zijn locomotief op volle snelheid liet doorrijden, zonder zich af te vragen wat de gevolgen zouden kunnen zijn van een botsing met andere treinen. Hebben we vandaag de dag niet collectief het gevoel dat we in een vliegtuig zonder piloot zitten, op een moment dat de turbulentie bijzonder heftig is? In alle televisieseries die we in dit essay analyseren, speelt in meer of mindere mate dit gevoel van controleverlies een rol. (pagina 47-48)

Citaat uit interview
Zoveel vertrouwen als Moïsi in het Europese ideaal stelt, zo weinig vertrouwen koestert hij in de huidige vorm van het instituut EU ('grijs, onpersoonlijk, bureaucratisch') en in zijn heersende politieke klasse. De Churchills zijn dun gezaaid. Het ontbreekt Europese politici aan moed om ingrijpende hervormingen door te voeren. En die zijn broodnodig, want door groeiende economische ongelijkheid staat het continent politiek steeds meer onder druk.
  In 'Triomf van de angst' bespreekt Moïsi de serie 'Borgen', over een fictieve vrouwelijke premier van Denemarken, en hij vraagt zich af: "Zouden vrouwen, omdat ze leven geven en minder gefascineerd zijn door oorlog, van nature beter geschikt zijn om op een redelijke manier macht uit te oefenen?"
  Misschien niet geheel toevallig is de vertrekkende Duitse bondskanselier Angela Merkel de Europese leider die Moïsi het meest hoog acht.
Trouw: De Churchills zijn dun gezaaid (20 november 2018)

 

Lees ook: De geopolitiek van emotie : hoe culturen van angst, vernedering en hoop de wereld veranderen (2009)

De vrijheidsillusie

De vrijheidsillusie : essays van Alicja Gescinska, Christien Brinkgreve, Ger Groot, Herman Vuijsje en anderen
Boom 2018, 192 pagina's € 20,--

Korte beschrijving
De titel van deze bundel met achttien essays geeft meteen de teneur weer van de verdedigde stelling: vrijheid is een illusie. Hoe vrij zijn wij en zijn we vrijer dan onze voorouders? De auteurs poneren dat het bezitten van ongebreidelde keuzemogelijkheden in werkelijkheid onze vrijheid beperkt. Om er meteen aan toe te voegen dat van alle kwalen een ongelimiteerde keuzemogelijkheid wel de minst schadelijke is. De zeventien auteurs – enkel Ger Groot schrijft twee essays – vertrekken van deze premisse: vrijheid is een illusie. De essayisten behoren tot verschillende disciplines: filosofen, historici, wetenschappers, journalisten, met namen als Alicja Gescinska, Ger Groot, Herman Vuijsje, Christiaan Weijts en Joep Dohmen. Zo'n verscheiden en boeiende achtergrond van de auteurs had aanleiding kunnen geven tot een breder en volwaardiger debat, met de nodige tegenwind, vraagtekens en controverses. Aan de lezer vervolgens om te concluderen of er na de titel 'De vrijheidsillusie' een vraagteken dan wel een uitroepingsteken dient geplaatst. Hoe dan ook stof voor een boeiend debat.

Tekst op website uitgever
Meer dan ooit lijken groepsnormen tegenwoordig onze keuzes te bepalen. Het heersende mensbeeld perst ons in een keurslijf. Via sociale media spiegelen we ons voortdurend aan elkaar. Succesvol zijn is een heilige plicht, de lat kan niet hoog genoeg worden gelegd. Intussen stapelen de nieuwe taboes zich op: vermijd politiek incorrecte termen als 'invalide' en 'allochtoon', hang vooral niet aan de grote klok dat je weleens met je kleuterdochter onder de douche staat, en zweer ongezonde leefgewoonten af want je riskeert naming and shaming.

Auteurs
De essays zijn van: Ger Groot, Alicja Gescinska, Désanne van Brederode, Christiaan Weijts, Nelleke Noordervliet, Christien Brinkgreve, Albert Jan Kruiter, James Kennedy, Herman Vuijsje, Hans Achterhuis, Max Pam, René Cuperus, Stevo Akkerman, Jos de Mul, Trudy Dehue, Welmoed Vlieger en Joep Dohmen.

De vrijheidsillusie staat onder redactie van Simon Knepper en Frank van den Bosch, beiden werkzaam bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Alle essays verschenen eerder in AMC Magazine, en zijn nu toegankelijk voor een breder publiek.

Fragment uit Hoe jezelf ontstijgen ) door James Kennedy)
Zelfontplooiing als een manier om boven jezelf uit te stijgen is de laatste decennia uit het zicht geraakt, waardoor de vrijheid om jezelf te ontplooien vaak een vlak en sleets karakter heeft. De laatste jaren is er binnen het onderwijs wel meer aandacht gekomen voor deze problematiek; steeds vaker wordt er gesproken over de waarde van 'deugden'. Voormalig minister van Onderwijs Jet Bussemaker stelde zelfs dat bildung - persoonlijke vorming - 'topprioriteit' zou moeten hebben in het hoger onderwijs. 'Het is de combinatie van het ontwikkelen van je vaardigheden én je persoonlijkheid tot een veelzijdige burger', zoals de hoofdstedelijke Akademie voor de Stad het verwoordde.
  Als 'dean' van een Liberal Arts and Science College heb ik mezelf vaak afgevraagd wat het verschil is tussen bildung en 'liberal arts'.  Volgens literatuurwetenschapper Margaret Lourie heeft bildung meer betrekking op de wijze waarop een individu zichzelf verheft. Het Angelsaksische studiemodel gaat over de wijze waarop studenten door een liberal arts-curriculum en door hun docenten getransformeerd en 'bevrijd' worden om verstandige en verantwoordelijke burgers te zijn. Dat maakt het geschikter om jonge mensen te vormen.
  Het probleem met bildung is echter niet alleen - zoals sommigen hebben opgemerkt - dat het historisch geworteld is in de culturele idealen van een Duits burgerdom, maar ook dat het een individualistisch project is. Het lijkt me dat onze tijd vraagt om een gezamenlijk project, waarbij je in de dialoog met anderen - soms als medestanders en soms als tegenstanders - werkt aan zelfontplooiing.
  Deze uitdaging zie je terug in de wijze waarop we het onderwijs inrichten. Onderwijspedagoog Gert Biesta meent dat we te veel denken over onderwijs als het zelf dingen leren, in plaats van geleerd te worden door anderen. Zelf leren past heel goed in de moderne noties van zelfontplooiing; alles wat je nodig hebt ligt al besloten in jezelf - het hoeft er alleen maar uit te komen. Maar een aha-erlebnis tijdens het leren komen meestal niet uit jezelf, die is vaak het resultaat van wat een ander je laat zien. Leren - en jezelf ontplooien - heeft een tegenover nodig, iemand als een leraar of een leergemeenschap die je dieper uitdaagt dan je uit jezelf zou hebben gedaan.

Om kort te gaan, ik vrees dat de huidige denkbeelden over zelfontplooiing ons minder vrij maken dan we zelf vaak denken. Wie op zichzelf wordt teruggeworpen in zijn zoektocht naar zelfontplooiing, raakt minder geïnspireerd door nieuwe inzichten en ideeën dan wie dat doet in samenspraak met anderen. En gewapend met een mentaliteit die voorschrijft dat iedereen zelf moet weten wat hij met zijn leven wil doen, kun je zelfs een gevaar vormen voor de democratie - die gebaat is bij een gemeenschappelijk debat over idealen. Als je beter weet naar welke samenleving je wilt streven, kun je ook beter weten hoe je je leven wilt inrichten om daar te komen.
  Deze vorm van zelfontplooiing hoort naar mijn smaak een belangrijke vaardigheid te zijn van alle burgers, en niet alleen van liberal arts-studenten. Iedereen kan door scholing ontdekken dat zelfontplooiing niet alleen over jezelf gaat en niet alleen uit jezelf komt. Want er staat veel op het spel. Via studie doe je niet alleen leuke en interessante vaardigheden en ervaring op voor jezelf.
  Als burgers beseffen dat zelfontplooiing het resultaat is van een dialoog met de omgeving, waarin je abstracte idealen ontwikkelt en aanscherpt voordat je besluit om je leven daarnaar in te richten, kan de democratie beter functioneren en wordt de vrijheid beter beschermd dan nu helaas het geval is. (pagina 84-86)

Uit een recensie
Het is makkelijk om kritiek te hebben op a) een bundel van meerdere auteurs met b) zeer verschillende achtergronden die c) gaat over (de illusie van) vrijheid. Hte project als geheel is enorm ambitieus, de verwachtingen zijn hoog, en alleen daarom al vallen teleurstellende essays meer op - in elk geval meer dan bij ene regulier boek van één schrijver het geval zou zijn.
Daarom wil ik die kritiek ook weer nuanceren. Oprechte hulde aan de twee redacteuren die dit project met zoveel schrijvers überhaupt aangingen en afkregen. Hulde ook aan de auteurs. Er zitten echt mooie esays tussen, mijn favoerieten waren Albert Jan Kruiter, Trudy Dehue, Alicja Gescinska, Jos de Mul, Christian Weijts
Trouw: Beroep op waarde van de dialoog ontbeert tegenargumenten (21 november 2018)

Lees ook: Filosofie voor een weergaloos leven van Lammert Kamphuis (uit 2018) (hoofdstuk 3 - 26 soorten jam), De angst voor vrijheid : de vlucht in autoritarisme, destructivisme, conformisme van Erich Fromm (uit 1941) en Hoe vrij zijn wij? de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst van Raoul Martinez (uit 2017) en Vrijheid van Jonathan Franzen (uit 2010)

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 19 november 2018

Neil MacGregor

Leven met goden : 40.000 jaar volkeren, objecten en religie
Hollands diep 2018, 512 pagina's -   € 39,99

Oorspronkelijke titel: Living with the gods : on beliefs and peoples (2018)

Wikipedia: Neil MacGregor (1946)

Tekst op website uitgever
Hoe gedeelde mythen en rituelen samenlevingen hebben gevormd
Een van de meest wezenlijke aspecten van het menselijk bestaan is dat elke gemeenschap een aantal opvattingen en overtuigingen deelt: een geloof, een ideologie, een religie. Deze overtuigingen zijn een fundamenteel onderdeel van een gedeelde identiteit. Ze hebben de unieke kracht om ons te definiëren - en te verdelen - en zijn in een groot deel van de wereld in politieke zin een drijvende kracht. In onze hele geschiedenis zijn deze overtuigingen meestal, in de ruimste zin van het woord, religieus van aard geweest.

Dit boek wil geen godsdienstgeschiedenis beschrijven, en zeker geen betoog zijn vóór of tegen een bepaald geloof. Het gaat over de verhalen die onze levens vormgeven en over de verschillende manieren waarop samenlevingen hun plaats in de wereld voorstellen. In dit rijk geïllustreerde boek bespreekt MacGregor objecten, plaatsen en menselijke activiteiten over de hele wereld en door de eeuwen heen in een poging inzicht te krijgen wat een gedeeld geloof kan betekenen in het openbare leven van een gemeenschap of een natie, en hoe dat geloof invloed heeft op de relatie tussen het individu en de staat, en welke cruciale bijdrage het heeft geleverd aan wie wij zijn.

Want door te bepalen hoe we met onze goden leven, bepalen we tegelijk ook hoe we met elkaar leven.

Fragment uit (de) Inleiding - Geloven en geborgen zijn
Wonen in verhalen

'We vertellen onszelf verhalen om te kunnen leven.' Dat is de befaamde openingszin van een bundel essays die Joan Didion heeft geschreven over haar belevenissen in het seculiere Amerika van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Die zin gaat niet over religie, maar er klinkt wel een dwingende behoefte in door die we allemaal hebben, een behoefte aan verhalen die ordening aanbrengen in onze herinneringen en verlangens, en vorm en betekenis geven aan ons individuele en collectieve leven.
  We beginnen met de oudst bewaarde gebleven bewijzen, uit de grotten van Europa aan het eind van de laatste ijstijd. In hoofdstuk 1 zullen we zien dat een samenleving die gelooft dat er iets is wat het eigen bestaan overstijgt, een verhaal dat verder gaat dan het leven van alledag en het individu, beter toegerust lijkt te zijn bedreigingen het hoofd te bieden en tot bloei te komen. Aan het begin van de twintigste eeuw betoogde de Franse socioloog Émile Durkheim dat zonder wat hij 'de opvatting die een samenleving over zichzelf construeert' noemde, er helemaal geen samenleving kan ontstaan. Die verhalen, de idealen die daaruit naar voren komen en de ceremonies waarin ze worden verbeeld, waren voor Durkheim de wezenlijke elementen van elk gezamenlijk beleden geloof. En in zekere zin zijn die verhalen de samenleving. Als we ze, om wat voor reden dan ook, kwijtraken of vergeten, bestaan we heel concreet als collectief niet meer.
  Een religieus systeem bevat vrijwel altijd een verhaal over hoe de wereld is geschapen, hoe de mens daarin terecht is gekomen en hoe mensen en alles wat verder nog leeft zich dienen te gedragen. Maar meestal gaan de verhalen en de daarmee samenhangende rituelen veel verder en vertellen ze leden van de groep ook hoe ze zich tegenover elkaar moeten gedragen, en, heel belangrijk, ze richten zich tevens op de toekomst, op de aspecten van de samenleving die blijven bestaan terwijl de generaties voorbijgaan. Ze brengen de levenden, de doden en de mensen die nog niet geboren zijn bijeen tot één eeuwig doorlopend verhaal dat iedereen omvat.
  De krachtigste verhalen, met het grootste dragende vermogen, zijn het werk van generaties. Ze worden herhaald, aangepast en weer doorverteld, opgenomen in het dagelijkse bestaan en raken zo sterk geïnternaliseerd dat we ons er vaak nauwelijks van bewust zijn dat we worden omgeven door verhalen over verre voorouders. Ze verschaffen ons een eigen plek in een patroon dat wel waarneembaar is, maar niet volledig begrijpelijk, en doen dat bijna zonder dat we het merken. Het is een proces dat we elke dag weer meemaken als we een heel vertrouwde cyclus doorlopen: de dagen van de week. (pagina XII-XIII).

 

Uit een interview
Vraag: Welk verband bestaat er tussen taal en gedeelde verhalen, die u in uw boek zo benadrukt als basis van een gemeenschap?
Neil MacGregor: ‘Het vertrekpunt is dat wat we religie noemen, een verhaal is. Misschien een goddelijk gegeven verhaal, misschien een door mensen bedacht verhaal – dat weten we niet. Maar het is een verhaal van een gemeenschap door de tijd heen.’

‘De schrijfster Joan Didion zegt dat we elkaar verhalen vertellen om te overleven. Dat is waar, want alleen gemeenschappen die een verhaal hebben, kunnen het verleden en de toekomst met elkaar verbinden en het individu in een gemeenschap plaatsen. Alleen die gemeenschappen hebben weten te overleven. Dat verhaal, die vertelling, dat narratief, moet op een bepaalde manier geritualiseerd worden en tot werkelijkheid gemaakt.’

‘Het probleem bij elke taal is vertrouwdheid. We weten allemaal dat de moedertaalspreker de regels van de taal het minst goed uit kan leggen. Alleen een buitenlander kan mij uitleggen waarom en wanneer ik “I go” of “I am going” zeg. Ik heb zelf geen idee. Zo is het ook bij godsdiensten. We zijn zo vertrouwd met het christelijke narratief dat we vergeten zijn hoe krachtig dat is. Neem het ritueel van het gezamenlijk eten van het ritueel geslachte dier. Dat was het grote moment dat de gemeenschap bijeenkwam. Wanneer we het hebben over het offer van het lam, zijn we vergeten welke diepe symbolische lading dat had: de priester doodt het dier, iedereen eet het vlees en dat vormt de gemeenschap.’

‘Alleen gemeenschappen die een verhaal hebben, kunnen het verleden en de toekomst met elkaar verbinden en het individu in een gemeenschap plaatsen.’

Vrij Nederland: Alleen gemeenschappen met verhalen kunnen overleven (19 november 2018)

Lees vooral ook: Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid van Yuval Noah Harari uit 2014.

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 7 november 2018

Sanne Blauw

Het best verkochte boek ooit* : hoe cijfers ons leiden, verleiden en misleiden
De Correspondent 2018, 202 pagina's -   € 18,--

Sanne Blauw (1986) op website De Correspondent en haar eigen website

Korte beschrijving
We zijn massaal gehypnotiseerd geraakt door getallen. Cijfers, scores, ranglijsten, peilingen en big data zijn veel te belangrijk geworden in ons leven. Zij geven ons houvast en zekerheid. Zij dicteren hoe de wereld er uitziet. Zelfs al je niets met cijfers hebt, heb jij tegenwoordig geen keuze meer: je komt ze weleens tegen. Moeten we cijfers niet wat minder belangrijk maken in onze gecijferde samenleving – ons ontcijferen? Met de knipoog op de pretentieuze titel worden in dit vlot geschreven boek cijfers weer op hun plek gezet. Uitgaand van interessante voorbeelden vertelt het boek hoe cijfers ons leiden, verleiden en misleiden. Hoe cijfers levens kunnen redden, maar ook verwoesten. Ook nodigt het uit om kritisch te kijken naar wat cijfers wel en ook niet zeggen. Ook om te leren inzien welke denkfouten en belangen erachter schuilen en met welke morele keuzes zij doorgespekt zijn. Met zwart-witillustraties, nuttige leestips en bronnenlijst. De auteur werkt als journaliste voor het digitale platform De Correspondent en is gepromoveerd in econometrie. Dit is haar eerste boek. Leuk geschreven en voor iedereen leerzaam leesvoer over de 'ontcijfering' van onze door getallen geobsedeerde samenleving, dat cijfers en onderzoeksresultaten leert te relativeren.

Korte beschrijving op website uitgever
Van gezondheidsweetjes tot je pensioenleeftijd, van het weerbericht tot verkiezingsuitslagen: overal bepalen cijfers hoe ons leven eruitziet. Maar cijfers zijn niet zo objectief als ze lijken.

Bedrijven misbruiken cijfers om hun product aan je te slijten, politici om lastige beslissingen te rechtvaardigen, wetenschappers om hun onderzoek kracht bij te zetten.

En wij cijferconsumenten laten ons maar al te graag misleiden als de cijfers zeggen wat we willen.

Met dit boek wil Sanne Blauw cijfers weer op hun plek zetten. Niet op een voetstuk. Niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast de woorden.

Fragment uit (het) Voorwoord - In de ban van cijfers
Toch is dit geen anticijferboek. Cijfers zijn, net als woorden, onschuldig. Het zijn de mensen achter de cijfers die fouten maken. Dit boek gaat over hen. Over hun denkfouten, hun onderbuikgevoelens, hun belangen. We komen psychologen tegen die hun racisme verpakken in cijfers, een wereldberoemd seksonderzoeker met een ronduit schimmige dataverzameling en tabaksmagnaten die cijfers misbruiken en daarmee miljoenen levens verwoesten.
  Maar het boek gaat ook over ons, cijferconsumenten. Want wij laten ons verleiden en misleiden. Sterker nog, we laten ons leiden door cijfers. Cijfers beïnvloeden wat je drinkt, wat je eet, waar je werkt, hoeveel je verdient, waar je woont, met wie je trouwt, op welke partij je stemt, of je een hypotheek krijgt, hoeveel premie je betaalt voor je verzekering. Ze beïnvloeden zelfs of je ziek wordt of geneest, of je leeft of sterft.
  Al heb je niets met cijfers, je hebt gene keuze: je hébt iets met cijfers.
  Dit boek ontcijfert de wereld van getallen, zodat iederéén het juiste gebruik van cijfers kan onderscheiden van het misbruik. En zodat we ons kunnen afvragen: welke rol willen we dat cijfers spelen in ons leven?
  Het is tijd om cijfers op hun plek te zetten. Niet op een voetstuk, niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast woorden.
  Voordat we daar zijn, moeten we terug naar het begin. Hoe begon onze obsessie met cijfers? Om die vraag te beantwoorden, stel ik je voor aan de beroemdste verpleegster uit de geschiedenis: Florence Nightingale. (pagina 16-17)


Lees vooral ook: Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt (2018)

Terug naar Overzicht alle titels