dinsdag 11 december 2018

Herman Tjeenk Willink

Groter denken, kleiner doen : een oproep
Prometheus 2018, 120 pagina's € 15,--

Wikipedia: Herman Tjeenk Willink (194

Tekst op website uitgever
Het gaat goed met Nederland. De economie groeit, de werkloosheid daalt, de financiën lijken op orde. Gaat het (dus) ook goed met onze democratische rechtsstaat? Bij Herman Tjeenk Willink, voormalig voorzitter van de Eerste Kamer en oud-vicepresident van de Raad van State, rijst steeds vaker de angstige vraag: hoe stevig zijn onze instituties als het er echt om gaat spannen? Hoe ‘Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig’ zijn wij, burgers, als medeburgers buiten de maatschappelijke orde worden verklaard? Wat blijft er van de democratische rechtsstaat over als feiten en waarden het afleggen tegen beelden en sentimenten? In de afgelopen veertig jaar heeft Herman Tjeenk Willink zich in al zijn functies ontpopt als een onvermoeibaar verdediger van de democratische rechtsstaat en geharnast tegenstander van de overheid als bedrijf. De ontwikkelingen van de laatste jaren en zijn vele gesprekken, vooral met professionals op de werkvloer, rechters en betrokken burgers, hebben hem ertoe verleid zijn gedachten opnieuw tegen het licht te houden. Groter denken, kleiner doen is een even noodzakelijk als verrassend antwoord op de problemen en uitdagingen van onze tijd.

Fragment uit II.1 het belang van het publieke debat
Willen we de democratische rechtsorde overeind houden, dan is een publieke herwaardering van de rol van de onafhankelijke journalistiek nodig. Haar vermogen informatie te wegen, verbanden bloot te leggen en aandacht te schenken aan de ontwikkelingen achter de incidenten. Haar opdracht, met feiten onderbouwd, gezagsdragers tegen te spreken en de andere werkelijkheid een kans te geven. Haar doel burgers in staat te stellen zelf een eigen oordeel te vormen.

Burgers in een democratische rechtsorde zijn medeverantwoordelijk voor de instandhouding en ontwikkeling van die onafhankelijke journalistiek. Het is ook een misverstand te menen dat burgers gene belangstelling hebben voor verhalen over nieuwe inzichten en wel over het schandaal van de dag; geen belangstelling voor sociale dilemma's waarmee burgers worstelen en wel voor het laatste politieke incident. Is dat misverstand ook niet een gevolg van journalistieke gemakzucht?
  Politici moeten erkennen dat onafhankelijke journalistiek niet uitsluitend aan de markt kan worden overgelaten. Dat geldt niet alleen voor de onderzoeksjournalistiek, maar bijvoorbeeld ook voor de journalistieke taak van de publieke omroep. Dat geldt niet alleen, maar vooral ook regionaal en plaatselijk.
  Zo zou ook meer aandacht mogelijk worden voor de vele debatten die wel degelijk worden gevoerd, maar nu de publiciteit niet halen. Debatten tussen betrokken burgers, in beroepsgroepen en tussen deskundigen over nieuwe ontwikkelingen voor bestaande maatschappelijke problemen. Ze worden vaan van onderop ontwikkeld; in de zorg, in de landbouw, in het onderwijs, in de sociale zekerheid. Ze representeren een andere werkelijkheid en doorbreken ingesleten patronen. Bestaande posities en belangen zullen zich vaak tegen deze vernieuwingen van onderop verzetten. Ook daarom verdienen zij meer publieke aandacht. In een democratische rechtsorde is aandacht voor 'de andere werkelijkheid' essentieel. (pagina 38-39)

Uit een artikel over dit boek
De gevolgen zien we dagelijks zegt hij. 'Uitvoerders die bezuinigingen, reorganisaties, verandering van taken, verhuizingen en digitalisering hebben doorstaan, voelen zich in de steek gelaten. Als de Belastingdienst een vertrekregeling aankondigt, maken daar zesduizend mensen gebruik van. Dat zegt iets over het gebrek aan arbeidsvreugde.'
  Volgens Tjeenk Willink hebben we te maken met een 'sluipende crisis' die niet met organisatorische maatregelen - een reorganisatie hier, een betere manager daar - kan worden verholpen, als is die suggestie vaak wel gewekt. 'Het is een politieke crisis die de politiek niet op eigen kracht kan oplossen. De politiek weet niet meer wat de eigen functie is. Politiek is vooral besturen en financieel beheer geworden. En als de vertegenwoordigende democratie hapert, komt het op de maatschappelijke democratie, de burgersamenleving aan.'
  Publieke diensten zijn over een breed politiek front te lang verwaarloosd. 'Ondanks alle verschillen waren politieke partijen het decennia lang altijd over één ding eens: maximaal haalbare bezuinigingen op het openbaar bestuur, terwijl er steeds meer taken bij kwamen.'
  Ik hoor dat we sterke politici nodig hebben met moreel leiderschap. Ik weet niet eens wat daar precies mee wordt bedoeld. Ik weet wel dat leiderschap niet voldoende is om de betonrot aan te pakken.'  (Tjeenk Willink: 'We zijn de publieke zaak structureel aan het uithollen', FD 11 december 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 6 december 2018

Ad Verbrugge, Govert Buijs & Jelle van Baardwijk

Het goede leven en de vrije markt : een cultuurfilosofische analyse
Lemniscaat 2018, 452 pagina's  - € 29,95

Wikipedia: Ad Verbrugge (1967)

Tekst op website uitgever
De vrije markt is overal: ze verspreidt zich over de hele wereld en haar rol in ons persoonlijke leven is groter dan ooit. Allerlei goederen en diensten zijn toegankelijk geworden voor steeds meer mensen en het mondiale welvaartsniveau was nooit eerder zo hoog. Toch dringt zich de laatste jaren ook de vraag op naar de schaduwkanten van de globaliserende markt. Wat gebeurt er met een samenleving als allerlei maatschappelijke sectoren steeds meer in termen van de markt worden uitgelegd? Wat doet het met de kwaliteit van onze relaties als mensen zichzelf en elkaar als homo economicus opvatten en zij zichzelf gaan begrijpen als producerende, consumerende en concurrerende individuen? Bovendien, kunnen we ons op de lange termijn wel een dergelijke economische bedrijvigheid veroorloven, bijvoorbeeld ten opzichte van de natuur? En welke rol speelt de moderne techniek in dit verband?

Fragment uit

Lees ook Tijd van onbehagen : filosofische essays over een cultuur op drift (uit 2004) en Staat van verwarring : het offer van liefde (2013) van Ad Verbrugge.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 3 december 2018

Fabian Scheidler

Het einde van de megamachine : een korte geschiedenis van ene falende beschaving
Lemniscaat 2018, 424 pagina'  - € 24,-95-

Oorspronkelijke titel: Das Ende der Megamaschine. Geschichte einer scheiternden Zivilisation (2015)

Wikipedia: Fabian Scheidler (1968)

Tekst op website uitgever
De toekomst van de aarde is in gevaar: 5.000 jaar aan menselijke beschaving heeft geleid tot een vernietiging van menselijke samenlevingen en van ecosystemen. Een wereldcrisis staat op het punt van uitbreken. Wie wil begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen, en wat we eraan kunnen doen, is bij Fabian Scheidler aan het goede adres.

Scheidler ontmantelt de westerse vooruitgangsmythologieën en laat zien hoe de alomtegenwoordige focus op kapitaalvermeerdering de menselijke toekomst in gevaar heeft gebracht. Tegen de achtergrond van de klimaatchaos, afnemende hulpbronnen, financiële instorting en massale armoede is de tijd gekomen voor ingrijpende veranderingen van onze beschaving: door ons te verzetten tegen de onderdrukking van het systeem, door zelforganisatie en door échte democratie, lukt het ons misschien de megamachine te stoppen voordat het te laat is.
De combinatie van economische, culturele en ecologische perspectieven maakt van Het einde van de megamachine een uniek boek. Het verduidelijkt de wereld om ons heen, maakt ons boos en zet ons aan tot actie.

Korte beschrijving
Los van ideologie bestaat steeds meer consensus over de onhoudbaarheid van ons economisch systeem gezien de druk op milieu en mensenrechten. Dit boek neemt kritisch stelling en schetst een inktzwart beeld over de opkomst van de westerse beschaving, die stelselmatig de hele wereld heeft veranderd in een soort megamachine. Deze megamachine wordt in stand gehouden door bezit, krediet en schulden en een onterecht vooruitgangsdenken dat de mensheid al vijfduizend jaar in zijn ban houdt. De historische ontwikkelingen en verbanden worden meeslepend geschetst, maar de nuance ontbreekt. De lezer wordt eerder murw geslagen door de onvermijdelijkheid van dit voortrazende systeem dan gemotiveerd tot andere gedachten. Het laatste hoofdstuk probeert oplossingen aan te reiken, die enigszins obligaat liggen op het vlak van duurzaamheid, collectiviteit en kleinschaligheid. Uit het voorbeeld van het eeuwenoude waterbeheer op de Balinese rijstvelden moet de lezer wat moed putten. De voorgaande hoofdstukken lijken echter weinig reden tot hoop te bieden. Met kleine zwart-witillustraties, eindnoten, een chronologisch overzicht en literatuuropgave..

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 28 november 2018

Bruno Latour 2

Waar kunnen we landen? : politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime
Octavo 2018,132  pagina's - € 19,50

Oorspronkelijke titel: Où atterrir? Comment s'orienter en politique (2017)

Wikipedia: Bruno Latour (1947)

Tekst op website uitgever
We begrijpen niets van de politiek van de laatste decennia als we het vraagstuk van het klimaat niet centraal stellen, dat is de prikkelende hypothese van filosoof Bruno Latour. De klimaatkwestie behoort tot de kern van de geopolitiek en is rechtstreeks verbonden met ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Dit blijkt uit de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Parijse klimaatakkoord, de toename van migratiestromen door oorlogen en klimaatmutatie en de Brexit. Het is alsof een groot deel van de elites het ideaal van een gedeelde wereld heeft opgegeven.

Om weerstand te bieden aan deze situatie moeten we een gemeenschappelijke oriëntatie vinden. Daarvoor is een kaart nodig met de posities van het nieuwe politieke landschap. Bruno Latour geeft een overtuigende aanzet tot het tekenen van zo’n kaart en besluit met een pleidooi voor het Europa waarin hij zou willen landen. Kunnen we politiek herdefiniëren als wat ons terugvoert naar de aarde?

Bruno Latour is een Franse filosoof en antropoloog. Tot zijn bekendste boeken behoren Laboratory Life (met Steve Woolgar; 1979), Nous n’avons jamais été modernes (1991) en Face à Gaïa (2015; Oog in oog met Gaia, 2017). Bruno Latour is als emeritus hoogleraar verbonden aan het medialab en het programma politieke kunsten van Sciences Po in Parijs.

Fragment uit

Citaat uit een interview
"Het probleem is dat de kennis over het klimaat berust bij de wetenschap", legt Latour uit. "De meeste mensen herkennen de verandering niet. Ze zeggen: er gebeuren rare dingen in mijn tuin. Maar verder is het leven goed." Volgens Latour missen we dan ook de psychologische gesteldheid om de feiten tot ons door te laten dringen. We moeten veranderen, maar dóen het niet - ziedaar het probleem. Van die onwil te veranderen is Donald Trump hét symbool geworden. ()

"Het is geen kwestie van 'waarheid'", reageert Latour onmiddellijk, het woord waarheid met zijn handen voorziend van aanhalingstekens. "Die demonstranten voelen zich verraden. En daarin hebben ze gelijk. Het is hetzelfde met de populistische bewegingen in Nederland, in Duitsland of in Italië, Overal! Aan die mensen is het idee verkocht dat ze eindeloos kunnen doorconsumeren. Dat leek ook lange tijd zo, vooral door de beschikbaarheid van olie. Al die tijd is hun verteld dat ze het gevoel ergens bij te horen beter konden verruilen voor de belofte van oneindige ontwikkeling. En nu krijgen ze ineens te horen dat het voorbij is. The fiesta has finished. Alleen zijn ze nooit gewaarschuwd. Dan is het volkomen logisch dat je zegt: als je ons die beloofde globalisering niet geeft, bescherm dan tenminste de identiteit die we daarvoor hebben opgegeven." Korte stilte, "Al is die identiteit natuurlijk ook een droom." Trouw: 'Het is zinloos níet te praten over Heimat' (27 november 2018)

Recensie: Hoe klimaatwetenschap en politiek verweven zijn (NRC 15 november 2018)

Lees ook: Oog in oog met Gaia : acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime (uit 2017)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 22 november 2018

Annette Kukh, Dirk Holemans en Pieter Van den Broeck

Op grond van samenwerking : over commons, huisvesting, ruimte en landbouw
EPO 2018, 424 pagina's € 26,50

Tekst op website uitgever
Bijdragen van diverse Vlaamse experten inzake commons, vertrekkend vanuit het INDIGO-project. Dit boek richt zich tot een brede groep van praktijkmensen die op zoek zijn naar nieuwe, meer solidaire manieren om grond te beheren.

Fragment uit

Recensie: Boekrecensie - Commons als politiek-realistische utopie (Walter Lotens) (21 november 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Paul Hawken

Drawdown : het meest veelomvattende plan ooit om klimaatontwrichting te keren
Maurits Groen 2018, 256 pagina's € 25,--

Oorspronkelijke titel: Drawdown: The most comprehensive plan ever proposed to reverse global warming / edited by Paul Hawken (2017)

Wikipedia: Paul Hawken (1946) en zijn website Drawdown

Tekst op website uitgever
Nu het probleem van klimaatontwrichting, ruim tien jaar na Al Gore’s 'An Inconvenient Truth', steeds nadrukkelijker en in bredere kring begint in te dalen, dreigt de stemming eromheen er niet positiever op te worden. De omvang van het probleem en de noodzakelijke aanpak dreigt velen te verlammen.

Het geweldige van 'Drawdown' is dat voor dit boek een krachtige internationale coalitie van eminente onderzoekers, professionals en wetenschappers een verzameling van 100 realistische en stoutmoedige oplossingen tegen klimaatverandering identificeerde, en deze grondig doorrekende op benodigde investeringen, het te verwachten financiële rendement, en - uiteraard - op hun klimaateffect. Het resultaat is ronduit 'A Hopeful Truth'. Als we de gepresenteerde oplossingen op mondiale schaal toepassen, dan kunnen we de opwarming van de aarde niet alleen afremmen, maar zelfs een keerpunt bereiken, waarbij de broeikasgas-concentraties in de atmosfeer na een piek zelfs aan een daling beginnen.

Fragment uit

Terug naar  

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 21 november 2018

Marilynne Robinson

Wat doen wij hier? : over geweten, geloof, geluk en wat het betekent om te leven
Arbeiderspers 2018, 320 pagina's € 22,99

Oorspronkelijke titel: What are we doing here? : essays (2018)

Wikipedia: Marilynne Robinson (1943)

Tekst op website uitgever
In een roerige tijd waarin we volgens Marilynne Robinson tussen links en rechts heen en weer worden gesleurd in een draaikolk, vraagt ze zich af wat het betekent om mens te zijn.

Dankzij haar kennis van theologie, geschiedenis en literatuur brengt zij een verloren verleden in verband met het heden, en schenkt zij aandacht aan grote levensvragen als: waarom bestaan wij, hoe moeten wij leven? In prachtig proza pleit ze voor het omarmen van de ideeën van grote denkers, en reflecteert ze op het hedendaagse politieke klimaat en op geweten, geloof, geluk, liefde, schoonheid en wat het betekent om te leven.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels


Dominique Moïsi 2

Triomf van de angst : de geopolitiek van series
Ten Have 2018, 160 pagina's € 22,50

Oorspronkelijke titel: La géopolitique des séries. Ou le triomphe de la peur (2016)

Wikipedia: Dominique Moïsi (1946)

Tekst op website uitgever 
Dominique Moïsi, de laureaat van de Spinozalens 2018, duidt op originele wijze de tijdgeest aan de hand van series als Homeland en Game of Thrones.

'Vertel me welke serie je kijkt, en ik zeg je wie je bent.' We leven in het gouden tijdperk van tv-series, maar waarom zijn series als Game of Thrones, Homeland en Downton Abbey eigenlijk zo mateloos populair? Vooraanstaand politiek filosoof Dominique Moïsi stelt dat series ons inzicht geven in de geopolitieke verhoudingen en de dominante emoties in de wereld van vandaag de dag - en misschien zelfs van die van morgen.

Wat zien scriptschrijvers van tv-series als zij naar de hedendaagse maatschappij kijken? Voornamelijk angst: angst voor dictatuur en barbarij in Game of Thrones; voor terrorisme of het niet kennen van de identiteit van de vijand in Homeland; angst voor het verdwijnen van de bestaande orde in Downton Abbey; angst voor het verval van de democratie in House of Cards; en voor Rusland in Occupied.

Moïsi laat in dit boek zien hoe deze series resoneren met de stemmingen die wij allemaal voelen, maar die slechts zelden duidelijk gearticuleerd worden.

Triomf van de angst is te zien als de opvolger van Moïsi’s bestseller De geopolitiek van emotie, waarin hij de rol van emoties beschrijft bij internationale conflicten. Angst staat volgens hem centraal in Europa en de Verenigde Staten: angst voor de ander, voor verlies van identiteit.

Fragment uit 1. Het tijdperk van de series
In series met een geopolitiek thema staat de natiestaat nog steeds centraal, zoals die in 1648 bij de Vrede van Westfalen als overwinnaar tevoorschijn kwam uit de dertigjarige oorlog. Een staat die controle uitoefent over een grondgebied met duidelijk vastgestelde grenzen, een vaste bevolking en een regering die in staat is internationale betrekkingen te onderhouden met andere staten. Dit veronderstelt natuurlijk dat de staat het monopolie heeft op het inzetten van een gewapende macht binnen zijn grenzen. Een van de belangrijkste problemen is dat de begrippen staat en natie elkaar miet dekken. Hoeveel etnische minderheden worden er niet geregeerd door staten waar ze nooit bij hebben willen horen? Denk alleen maar aan de Koerden in het Midden-Oosten. De vijandschap die kan bestaan tussen naties en staten is een van de kernpunten in de moderne internationale betrekkingen. Hierdoor ontstaan er afscheidingsbewegingen met een tribaal, etnisch of religieus karakter. In deze context is het bijna onvermijdelijk dat staten waarvan de grenzen ten tijde van de kolonisatie te kunstmatig zijn getrokken falende staten worden, niet bij machte de interne machtsorde te handhaven en hun buitengrenzen te beveiligen.
  Boven staten en naties, grenzen en instituties, dient de rol van individuen te worden benadrukt. Zij maken het verschil, in de geschiedenis in het algemeen zowel als in internationale betrekkingen in het bijzonder. Televisieseries waarin de rol van personen centraal staat, doen de geschiedenis geen geweld aan, maar zorgen er integendeel voor dat ze inzichtelijker worden. Hoe zou je de Franse hegemonie in Europa vanaf de zeventiende eeuw kunnen uitleggen zonder figuren te noemen als kardinaal De Richelieu (1585-1642) en vanzelfsprekend Napoleon Bonaparte (1769-1821)? Hoe zou je de opkomst van Duitsland, voortkomend uit die van Pruisen, in de tweede helft van de negentiende eeuw kunnen analyseren zonder te verwijzen naar Otto von Bismarck (1815-1898)? In de geschiedenis van de twintigste eeuw, die nog dicht bij ons staat, kunnen we tragisch genoeg niet om de dictators Adolf Hitler, Josef Stalin en Mao Zedong heen, evenmin als, op een positievere manier, om Michael Gorbatsjov, die een belangrijke rol speelde in het beëindigen van de Koude Oorlog. Natuurlijk is het van belang om rekening te houden met structurele tendensen en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de grote Franse historicus Fernand Braudel deed (1902-1985), maar wie de beslissende rol van individuen ontkent, mist simpelweg het meest wezenlijke. De Eerste Wereldoorlog had voorkomen kunnen worden als er staatslieden aan het roer hadden gestaan die deze naam waardig waren. Achteraf bezien, de vergelijking is niet van mij, maar van de Engelse historicus A.J.P. Taylor, krijg je de indruk van een gigantisch treinongeluk, waarbij iedere machinist zijn locomotief op volle snelheid liet doorrijden, zonder zich af te vragen wat de gevolgen zouden kunnen zijn van een botsing met andere treinen. Hebben we vandaag de dag niet collectief het gevoel dat we in een vliegtuig zonder piloot zitten, op een moment dat de turbulentie bijzonder heftig is? In alle televisieseries die we in dit essay analyseren, speelt in meer of mindere mate dit gevoel van controleverlies een rol. (pagina 47-48)

Citaat uit interview
Zoveel vertrouwen als Moïsi in het Europese ideaal stelt, zo weinig vertrouwen koestert hij in de huidige vorm van het instituut EU ('grijs, onpersoonlijk, bureaucratisch') en in zijn heersende politieke klasse. De Churchills zijn dun gezaaid. Het ontbreekt Europese politici aan moed om ingrijpende hervormingen door te voeren. En die zijn broodnodig, want door groeiende economische ongelijkheid staat het continent politiek steeds meer onder druk.
  In 'Triomf van de angst' bespreekt Moïsi de serie 'Borgen', over een fictieve vrouwelijke premier van Denemarken, en hij vraagt zich af: "Zouden vrouwen, omdat ze leven geven en minder gefascineerd zijn door oorlog, van nature beter geschikt zijn om op een redelijke manier macht uit te oefenen?"
  Misschien niet geheel toevallig is de vertrekkende Duitse bondskanselier Angela Merkel de Europese leider die Moïsi het meest hoog acht.
Trouw: De Churchills zijn dun gezaaid (20 november 2018)

 

Lees ook: De geopolitiek van emotie : hoe culturen van angst, vernedering en hoop de wereld veranderen (2009)

De vrijheidsillusie

De vrijheidsillusie : essays van Alicja Gescinska, Christien Brinkgreve, Ger Groot, Herman Vuijsje en anderen
Boom 2018, pagina's € 20,--


Tekst op website uitgever
Meer dan ooit lijken groepsnormen tegenwoordig onze keuzes te bepalen. Het heersende mensbeeld perst ons in een keurslijf. Via sociale media spiegelen we ons voortdurend aan elkaar. Succesvol zijn is een heilige plicht, de lat kan niet hoog genoeg worden gelegd. Intussen stapelen de nieuwe taboes zich op: vermijd politiek incorrecte termen als 'invalide' en 'allochtoon', hang vooral niet aan de grote klok dat je weleens met je kleuterdochter onder de douche staat, en zweer ongezonde leefgewoonten af want je riskeert naming and shaming.

Auteurs
De essays zijn van: Ger Groot, Alicja Gescinska, Désanne van Brederode, Christiaan Weijts, Nelleke Noordervliet, Christien Brinkgreve, Albert Jan Kruiter, James Kennedy, Herman Vuijsje, Hans Achterhuis, Max Pam, René Cuperus, Stevo Akkerman, Jos de Mul, Trudy Dehue, Welmoed Vlieger en Joep Dohmen.

De vrijheidsillusie staat onder redactie van Simon Knepper en Frank van den Bosch, beiden werkzaam bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Alle essays verschenen eerder in AMC Magazine, en zijn nu toegankelijk voor een breder publiek.

Fragment uit Hoe jezelf ontstijgen )door James Kennedy)
Zelfontplooiing als een manier om boven jezelf uit te stijgen is de laatste decennia uit het zicht geraakt, waardoor de vrijheid om jezelf te ontplooien vaak een vlak en sleets karakter heeft. De laatste jaren is er binnen het onderwijs wel meer aandacht gekomen voor deze problematiek; steeds vaker wordt er gesproken over de waarde van 'deugden'. Voormalig minister van Onderwijs Jet Bussemaker stelde zelfs dat bildung - persoonlijke vorming - 'topprioriteit' zou moeten hebben in het hoger onderwijs. 'Het is de combinatie van het ontwikkelen van je vaardigheden én je persoonlijkheid tot een veelzijdige burger', zoals de hoofdstedelijke Akademie voor de Stad het verwoordde.
  Als 'dean' van een Liberal Arts and Science College heb ik mezelf vaak afgevraagd wat het verschil is tussen bildung en 'liberal arts'.  Volgens literatuurwetenschapper Margaret Lourie heeft bildung meer betrekking op de wijze waarop een individu zichzelf verheft. Het Angelsaksische studiemodel gaat over de wijze waarop studenten door een liberal arts-curriculum en door hun docenten getransformeerd en 'bevrijd' worden om verstandige en verantwoordelijke burgers te zijn. Dat maakt het geschikter om jonge mensen te vormen.
  Het probleem met bildung is echter niet alleen - zoals sommigen hebben opgemerkt - dat het historisch geworteld is in de culturele idealen van een Duits burgerdom, maar ook dat het een individualistisch project is. Het lijkt me dat onze tijd vraagt om een gezamenlijk project, waarbij je in de dialoog met anderen - soms als medestanders en soms als tegenstanders - werkt aan zelfontplooiing.
  Deze uitdaging zie je terug in de wijze waarop we het onderwijs inrichten. Onderwijspedagoog Gert Biesta meent dat we te veel denken over onderwijs als het zelf dingen leren, in plaats van geleerd te worden door anderen. Zelf leren past heel goed in de moderne noties van zelfontplooiing; alles wat je nodig hebt ligt al besloten in jezelf - het hoeft er alleen maar uit te komen. Maar een aha-erlebnis tijdens het leren komen meestal niet uit jezelf, die is vaak het resultaat van wat een ander je laat zien. Leren - en jezelf ontplooien - heeft een tegenover nodig, iemand als een leraar of een leergemeenschap die je dieper uitdaagt dan je uit jezelf zou hebben gedaan.

Om kort te gaan, ik vrees dat de huidige denkbeelden over zelfontplooiing ons minder vrij maken dan we zelf vaak denken. Wie op zichzelf wordt teruggeworpen in zijn zoektocht naar zelfontplooiing, raakt minder geïnspireerd door nieuwe inzichten en ideeën dan wie dat doet in samenspraak met anderen. En gewapend met een mentaliteit die voorschrijft dat iedereen zelf moet weten wat hij met zijn leven wil doen, kun je zelfs een gevaar vormen voor de democratie - die gebaat is bij een gemeenschappelijk debat over idealen. Als je beter weet naar welke samenleving je wilt streven, kun je ook beter weten hoe je je leven wilt inrichten om daar te komen.
  Deze vorm van zelfontplooiing hoort naar mijn smaak een belangrijke vaardigheid te zijn van alle burgers, en niet alleen van liberal arts-studenten. Iedereen kan door scholing ontdekken dat zelfontplooiing niet alleen over jezelf gaat en niet alleen uit jezelf komt. Want er staat veel op het spel. Via studie doe je niet alleen leuke en interessante vaardigheden en ervaring op voor jezelf.
  Als burgers beseffen dat zelfontplooiing het resultaat is van een dialoog met de omgeving, waarin je abstracte idealen ontwikkelt en aanscherpt voordat je besluit om je leven daarnaar in te richten, kan de democratie beter functioneren en wordt de vrijheid beter beschermd dan nu helaas het geval is. (pagina 84-86)

Uit een recensie
Het is makkelijk om kritiek te hebben op a) een bundel van meerdere auteurs met b) zeer verschillende achtergronden die c) gaat over (de illusie van) vrijheid. Hte project als geheel is enorm ambitieus, de verwachtingen zijn hoog, en alleen daarom al vallen teleurstellende essays meer op - in elk geval meer dan bij ene regulier boek van één schrijver het geval zou zijn.
Daarom wil ik die kritiek ook weer nuanceren. Oprechte hulde aan de twee redacteuren die dit project met zoveel schrijvers überhaupt aangingen en afkregen. Hulde ook aan de auteurs. Er zitten echt mooie esays tussen, mijn favoerieten waren Albert Jan Kruiter, Trudy Dehue, Alicja Gescinska, Jos de Mul, Christian Weijts
Trouw: Beroep op waarde van de dialoog ontbeert tegenargumenten (21 november 2018)

Lees ook: Filosofie voor een weergaloos leven van Lammert Kamphuis (uit 2018) (hoofdstuk 3 - 26 soorten jam), De angst voor vrijheid : de vlucht in autoritarisme, destructivisme, conformisme van Erich Fromm (uit 1941) en Hoe vrij zijn wij? de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst van Raoul Martinez (uit 2017) en Vrijheid van Jonathan Franzen (uit 2010)

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 19 november 2018

Neil MacGregor

Leven met goden : 40.000 jaar volkeren, objecten en religie
Hollands diep 2018, 512 pagina's -   € 39,99

Oorspronkelijke titel: Living with the gods : on beliefs and peoples (2018)

Wikipedia: Neil MacGregor (1946)

Tekst op website uitgever
Hoe gedeelde mythen en rituelen samenlevingen hebben gevormd
Een van de meest wezenlijke aspecten van het menselijk bestaan is dat elke gemeenschap een aantal opvattingen en overtuigingen deelt: een geloof, een ideologie, een religie. Deze overtuigingen zijn een fundamenteel onderdeel van een gedeelde identiteit. Ze hebben de unieke kracht om ons te definiëren - en te verdelen - en zijn in een groot deel van de wereld in politieke zin een drijvende kracht. In onze hele geschiedenis zijn deze overtuigingen meestal, in de ruimste zin van het woord, religieus van aard geweest.

Dit boek wil geen godsdienstgeschiedenis beschrijven, en zeker geen betoog zijn vóór of tegen een bepaald geloof. Het gaat over de verhalen die onze levens vormgeven en over de verschillende manieren waarop samenlevingen hun plaats in de wereld voorstellen. In dit rijk geïllustreerde boek bespreekt MacGregor objecten, plaatsen en menselijke activiteiten over de hele wereld en door de eeuwen heen in een poging inzicht te krijgen wat een gedeeld geloof kan betekenen in het openbare leven van een gemeenschap of een natie, en hoe dat geloof invloed heeft op de relatie tussen het individu en de staat, en welke cruciale bijdrage het heeft geleverd aan wie wij zijn.

Want door te bepalen hoe we met onze goden leven, bepalen we tegelijk ook hoe we met elkaar leven.

Fragment uit

Uit een interview
Vraag: Welk verband bestaat er tussen taal en gedeelde verhalen, die u in uw boek zo benadrukt als basis van een gemeenschap?
Neil MacGregor: ‘Het vertrekpunt is dat wat we religie noemen, een verhaal is. Misschien een goddelijk gegeven verhaal, misschien een door mensen bedacht verhaal – dat weten we niet. Maar het is een verhaal van een gemeenschap door de tijd heen.’

‘De schrijfster Joan Didion zegt dat we elkaar verhalen vertellen om te overleven. Dat is waar, want alleen gemeenschappen die een verhaal hebben, kunnen het verleden en de toekomst met elkaar verbinden en het individu in een gemeenschap plaatsen. Alleen die gemeenschappen hebben weten te overleven. Dat verhaal, die vertelling, dat narratief, moet op een bepaalde manier geritualiseerd worden en tot werkelijkheid gemaakt.’

‘Het probleem bij elke taal is vertrouwdheid. We weten allemaal dat de moedertaalspreker de regels van de taal het minst goed uit kan leggen. Alleen een buitenlander kan mij uitleggen waarom en wanneer ik “I go” of “I am going” zeg. Ik heb zelf geen idee. Zo is het ook bij godsdiensten. We zijn zo vertrouwd met het christelijke narratief dat we vergeten zijn hoe krachtig dat is. Neem het ritueel van het gezamenlijk eten van het ritueel geslachte dier. Dat was het grote moment dat de gemeenschap bijeenkwam. Wanneer we het hebben over het offer van het lam, zijn we vergeten welke diepe symbolische lading dat had: de priester doodt het dier, iedereen eet het vlees en dat vormt de gemeenschap.’

‘Alleen gemeenschappen die een verhaal hebben, kunnen het verleden en de toekomst met elkaar verbinden en het individu in een gemeenschap plaatsen.’

Vrij Nederland: Alleen gemeenschappen met verhalen kunnen overleven (19 november 2018)

Lees vooral ook: Sapiens : een kleine geschiedenis van de mensheid van Yuval Noah Harari uit 2014.

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 7 november 2018

Sanne Blauw

Het best verkochte boek ooit* : hoe cijfers ons leiden, verleiden en misleiden
De Correspondent 2018, 202 pagina's -   € 18,--

Sanne Blauw (1986) op website De Correspondent en haar eigen website

Korte beschrijving
We zijn massaal gehypnotiseerd geraakt door getallen. Cijfers, scores, ranglijsten, peilingen en big data zijn veel te belangrijk geworden in ons leven. Zij geven ons houvast en zekerheid. Zij dicteren hoe de wereld er uitziet. Zelfs al je niets met cijfers hebt, heb jij tegenwoordig geen keuze meer: je komt ze weleens tegen. Moeten we cijfers niet wat minder belangrijk maken in onze gecijferde samenleving – ons ontcijferen? Met de knipoog op de pretentieuze titel worden in dit vlot geschreven boek cijfers weer op hun plek gezet. Uitgaand van interessante voorbeelden vertelt het boek hoe cijfers ons leiden, verleiden en misleiden. Hoe cijfers levens kunnen redden, maar ook verwoesten. Ook nodigt het uit om kritisch te kijken naar wat cijfers wel en ook niet zeggen. Ook om te leren inzien welke denkfouten en belangen erachter schuilen en met welke morele keuzes zij doorgespekt zijn. Met zwart-witillustraties, nuttige leestips en bronnenlijst. De auteur werkt als journaliste voor het digitale platform De Correspondent en is gepromoveerd in econometrie. Dit is haar eerste boek. Leuk geschreven en voor iedereen leerzaam leesvoer over de 'ontcijfering' van onze door getallen geobsedeerde samenleving, dat cijfers en onderzoeksresultaten leert te relativeren.

Korte beschrijving op website uitgever
Van gezondheidsweetjes tot je pensioenleeftijd, van het weerbericht tot verkiezingsuitslagen: overal bepalen cijfers hoe ons leven eruitziet. Maar cijfers zijn niet zo objectief als ze lijken.

Bedrijven misbruiken cijfers om hun product aan je te slijten, politici om lastige beslissingen te rechtvaardigen, wetenschappers om hun onderzoek kracht bij te zetten.

En wij cijferconsumenten laten ons maar al te graag misleiden als de cijfers zeggen wat we willen.

Met dit boek wil Sanne Blauw cijfers weer op hun plek zetten. Niet op een voetstuk. Niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast de woorden.

Fragment uit (het) Voorwoord - In de ban van cijfers
Toch is dit geen anticijferboek. Cijfers zijn, net als woorden, onschuldig. Het zijn de mensen achter de cijfers die fouten maken. Dit boek gaat over hen. Over hun denkfouten, hun onderbuikgevoelens, hun belangen. We komen psychologen tegen die hun racisme verpakken in cijfers, een wereldberoemd seksonderzoeker met een ronduit schimmige dataverzameling en tabaksmagnaten die cijfers misbruiken en daarmee miljoenen levens verwoesten.
  Maar het boek gaat ook over ons, cijferconsumenten. Want wij laten ons verleiden en misleiden. Sterker nog, we laten ons leiden door cijfers. Cijfers beïnvloeden wat je drinkt, wat je eet, waar je werkt, hoeveel je verdient, waar je woont, met wie je trouwt, op welke partij je stemt, of je een hypotheek krijgt, hoeveel premie je betaalt voor je verzekering. Ze beïnvloeden zelfs of je ziek wordt of geneest, of je leeft of sterft.
  Al heb je niets met cijfers, je hebt gene keuze: je hébt iets met cijfers.
  Dit boek ontcijfert de wereld van getallen, zodat iederéén het juiste gebruik van cijfers kan onderscheiden van het misbruik. En zodat we ons kunnen afvragen: welke rol willen we dat cijfers spelen in ons leven?
  Het is tijd om cijfers op hun plek te zetten. Niet op een voetstuk, niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast woorden.
  Voordat we daar zijn, moeten we terug naar het begin. Hoe begon onze obsessie met cijfers? Om die vraag te beantwoorden, stel ik je voor aan de beroemdste verpleegster uit de geschiedenis: Florence Nightingale. (pagina 16-17)


Lees vooral ook: Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt (2018)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 4 november 2018

Paul Verhaeghe 5

Intimiteit
De Bezige bij 2018, 336 pagina's € 23,99

Wikipedia: Paul Verhaeghe (1955)

Tekst op website uitgever
Een intieme liefdesverhouding maakt een mens gelukkig, maar waarom is het zo moeilijk om die te vinden, laat staan in stand te houden? Veelgehoorde verklaringen wijzen in de richting van individualisering, misbruik, mondige vrouwen en besmuikte mannen. In die boek biedt Paul Verhaeghe een andere kijk: de belangrijkste intieme relatie is die met ons eigen lichaam. Zonder een goede afstemming op je eigen lijf is een intieme relatie met iemand anders bijna onmogelijk.


Aan de hand van vele voorbeelden uit de praktijk onderzoekt Verhaeghe actuele kwesties en vragen rondom intimiteit: hoe dachten en denken we over de kloof tussen lichaam en geest? Is die splitsing niet achterhaald? Hoe zien we ons eigen lichaam nu het internet de plaats van de kerk ingenomen heeft? Welke rol speelt opvoeding in de verhouding tot je eigen lichaam? Wat is de invloed van traumatische ervaringen zoals geweld en seksueel misbruik? Zijn we überhaupt in staat om samen te vallen met onszelf? En: hoe kunnen we een duurzame intieme relatie opbouwen met iemand anders?

Voorpublicatie: Paul Verhaeghe: "Een leven dat volledig in teken van concurrentie staat, kan geen goed leven zijn" (30 oktober 2018 DeWereldMorgen.be)

Artikel: We zijn verleerd naar ons lichaam te luisteren (Brainwash oktober 2018)

Fragment uit 5. Genot, zei u?
Pleonexia

Gokverslaving, smartphoneverslaving, internetverslaving, shopverslaving - het zijn varianten op hetzelfde opwindingsgenot waarbij de natuurlijke begrenzing via ontlading ontbreekt. We gaan ermee door, met als gevolg een eindeloze herhaling van dezelfde handelingen - het genot ligt altijd één muisklik verder. Het gevolg is dat we steeds meer blootgesteld worden aan reclamebeelden, die we steeds minder als reclame herkennen, maar die ons wel aanzetten tot consumeren.

  In het begin van dit hoofdstuk had ik het over de originele kijk van Aristoteles op genot. In hetzelfde boek, de Ethica Nicomachea, wijdt hij een hoofdstuk aan rechtvaardigheid, met daarin een begrip waar onze tijd best wat meer aandacht voor kan hebben: pleonexia, het steeds méér willen hebben. Voor Aristoteles is dit een ronduit gevaarlijke eigenschap van de mens, omdat het een maatschappij vol onrust oplevert en uiteindelijk tot conflict en oorlog leidt. Ik kan de studie van de Ethica Nicomachea warm aanbevelen. Aristoteles' intelligente analyse is een verademing in een tijdperk waarin politiek en markt synoniem geworden zijn en communicatie via tweets verloopt. 
  Een belangrijke vaststelling is dat hij pleonexia niet beperkt tot bezit van geld en goederen. Mocht het probleem zich daartoe beperken, dan zou de oplossing zich daarop kunnen concentreren, en zou een billijke herverdeling van bezit, bijvoorbeeld via belastingen, volstaan. Dat is volgens hem niet het geval, want naast bezit richt pleonexia zich ook op roem en veiligheid; ook daarvan willen we steeds meer. (pagina 160-161)

Lees (vooral) ook Paul Verhaeghe. Liefde in tijden van eenzaamheid : over drift en verlangen(2009), Het einde van de psychotherapie  (2011) en Identiteit (2012) en Autoriteit (uit 2015) en De ogen van de ander van Christien Brinkgreve (uit 2009)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 28 oktober 2018

Lammert Kamphuis

Filosofie voor een weergaloos leven 
De Bezige bij 2018, 236 pagina's  - € 17,99

Website Lammert Kamphuis (1983)

Korte beschrijving
Lammert Kamphuis probeert aan te geven waar de filosofie en de grote denkers je kunnen helpen bij de manier waarop je in het leven staat en naar de werkelijkheid kijkt. Het boek is in drie delen opgesplitst. Het eerste deel gaat over je relatie met de werkelijkheid. Deel twee gaat over je relatie met anderen en deel drie gaat over de relatie met jezelf. Filosofische oefeningen moeten ons helderder doen denken. Als wij helderder kunnen denken, kunnen wij ook beter weerstand bieden aan wat er op ons afkomt. Het boek geeft tal van aanknopingspunten aan de moderne mens, die zich door keuzestress, de prestatiemaatschappij en de cijfertjesmanagers gemangeld weet. Het boek sluit af met een thematische literatuuropgave.

Fragment uit 3. 24 soorten jam
Vrij zijn / ze wil alleen maar vrij zijn / liefde komt ooit / Ze wil alleen maar / vrij zijn / onbezorgd en vrij zijn / Liefde / liefde komt ooit / ze wil nu alleen maar vrij zijn.
Marco Borsato zong in 1995 dit op het eerste oog onschuldige refrein. Maar bij nadere bestudering komt hier een cruciale vooronderstelling in mee. Er wordt impliciet beweerd dat liefde en vrijheid elkaar uitsluiten; zolang je vrij wil zijn is er geen ruimte voor liefde en zolang er liefde in het spel is, moet je je vrijheid opgeven.
  De Britse filosoof Isaiah Berlin (1909-1997) zou beweren dat dit refrein naadloos aansluit bij hoe wij tegenwoordig het begrip 'vrijheid' invullen: vrijheid als onafhankelijkheid. Zolang je je niet hoeft te committeren ben je vrij. Vrijheid is dat deel van je leven waar anderen niets over te zeggen hebben. Dit geldt in de liefde, op het werk of in relaties met anderen. Berlin definieert dit idee als volgt: 'Met vrij-zijn in deze zin bedoel ik dat anderen zich niet in mijn zaken mengen. Hoe ruimer het gebied van deze niet-inmenging, des te groter mijn vrijheid. Deze vrijheid behoud je dus door je zo lang mogelijk nergens aan te verbinden, want dan heeft niemand iets over je te zeggen. (pagina 41-42)

 

Wanneer er te veel opties zijn, kunnen we dus niet goed meer kiezen. Als alle supermarktdirecteuren dit onderzoek als leidraad namen voor hun beleid, zouden de supermarkten in Nederland heel wat overzichtelijker worden. Maar hoewel we moeilijker tot een keuze komen als er meer opties zijn, verkiezen we toch het meeste aantal keuzemogelijkheden. Daarom wordt het kraampje met 24 soorten jam drukker bezocht dan het kraampje met slechts 6 soorten.
  Op de meeste gebieden in ons leven hebben we tegenwoordig meer keuzes dan onze voorouders. Dit geldt voor onze opleiding, loopbaan, liefdesleven of woonplaats, al dan niet met een gezin. We hebben en willen veel keuzeopties, maar precies die hoeveelheid aan opties geeft onrust en zorgt ervoor dat we niet kunnen kiezen. het lijkt dat we iets willen wat we niet aankunnen.
  Maar als al die opties het ons zo moeilijk maken, waarom willen we ze dan toch? Omdat kennelijk het aantal keuzemogelijkheden ons gevoel van vrijheid vergroot. Hoe meer te kiezen je hebt, hoe vrijer je je voelt. Sterker nog, het openhouden van opties staat tegenwoordig gelijk aan vrijheid. Zolang we niet kiezen, leggen we ons niet vast en daarmee wordt onze vrijheid vergroot. (pagina 44-45)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 11 oktober 2018

Alex Brenninkmeijer

Moreel leiderschap
Amsterdam University Press 2018, 220 pagina's  - € 19,99

Publicatie van dit boek is uitgesteld; wordt wellicht door een andere uitgever uitgebracht.

Wikipedia: Alex Brenninkmeijer (1951)

Tekst op website uitgever
De roep om moreel leiderschap is actueel. President Trump won de verkiezingen als een alfamannetje en hij  laat  zich  van  dag  tot  dag  gelden.  Maar  ook  in  Rusland, China, Turkije, Polen en Hongarije zien we sterke  leiders  hun  positie  vestigen.  Onafhankelijke  media worden kapotgemaakt of gemanipuleerd, en de democratie wordt uitgehold.
Het  economische  verdienmodel  van  het  neolibera­lisme  stuurt  op  marktmacht  zoals  van  Amazon.  De  digitale wereld wordt beheerst door machtige partij­ en zoals Apple, Google en Facebook, die – vaak achter de schermen – tot vrijwel alles in staat blijken.
Is sterk leiderschap succesvol en is er geen alternatief?
Veel mensen zijn op zoek naar dat alternatief, gebaseerd  op waarden als eerlijkheid, oprechtheid, gematigdheid en redelijkheid. Maar hoe pas je moreel leiderschap – in het grote en in het kleine – toe en hoe ga je om met macht die anderen over je uitoefenen?
In   Moreel  leiderschap  ontrafelt  Alex  Brenninkmeijer  – op basis van zijn ervaringen als rechter, Nationale ombudsman en lid van de Europese Rekenkamer, en op  grond  van  zijn  inzichten  als  hoogleraar  –  hoe  moreel leiderschap als tegenovergestelde van macht kan werken. Hij doet aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden verslag van zijn zoektocht naar de werking van  moreel  leiderschap.  Een vorm van  leiderschap  die iedereen kan ontwikkelen.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Julien Benda

Het verraad van de intellectuelen
Amsterdam University Press 2018, 272 pagina's  € 19,99

Bevat een (lange) inleiding van Thijs Kleinpaste.

Oorspronkelijke titel: La trahison des clercs (1927)

Wikipedia: Julien Benda (1867-1956)

Tekst op website uitgever
Onze wereld wordt kleiner. Mensen trekken zich terug in  hun  eigen  informatiebubbel  en  communiceren  voornamelijk met geestverwanten op sociale media.
Het wantrouwen tegen politici, rechters, wetenschappers, journalisten en iedereen van buiten neemt toe.
Uitspraken van de Amerikaanse president over ‘fake news’, ‘alternative facts’ en ‘post­truth’ wakkeren de trend verder aan.
In dit klimaat lijkt het beroemde boek La Trahison des clercs  (1927) rechtstreeks aan ons geadresseerd. De auteur,  Julien  Benda,  reageerde  met  name  op  de  opkomst van fascistische en nationaalsocialistische denkbeelden in de samenleving. Menno ter Braak en E.  du  Perron,  beiden  lid  van  het  in  1936  opgerichte  Comité van Waakzaamheid, waren groot fan van La Trahison  des  clercs   en  overwogen  een  vertaling  in  het Nederlands, die er echter nooit kwam.
Tot nu, want het weergaloze essay van Benda heeft niets  aan  actualiteitswaarde  ingeboet.  Zijn  oproep  aan  intellectuelen  om  zich  verre  te  houden  van  kliekjesgeest, materiële belangen en politiek machis­mo, vormt een onmisbaar tegengif tegen gevaarlijke krachten van onze tijd. De moderne ‘klerken’ (onder wie  wetenschappers,  schrijvers  en  andere  opinie­makers) zouden zich, aldus Benda, uitsluitend moeten engageren met het Recht, de Waarheid en de Rede, universele begrippen die vernietigd dreigen te worden door  postmodern  relativisme  en  anti­verlichtings­denken.
In Nederland is het ‘verraad der klerken’ in de loop der jaren een begrip geworden. De publicatie van de eerste Nederlandse vertaling van La Trahison des clercs zal een belangrijke  bijdrage leveren  aan  het zinderende debat zoals dat nu gevoerd wordt op scholen, in de media en in de politiek.

Fragment uit III - De klerken. Het verraad van de klerken
1 De intellectuelen nemen de politieke driften over
Allereerst nemen de intellectuelen de politieke driften over. Niemand zal ontkennen dat tegenwoordig in heel Europa de overgrote meerderheid van de schrijvers en de kunstenaars, en een flink deel van de wetenschappers, filosofen en 'bedienaren van God', meezingen in het koor van rassenhaat en politieke kliekvorming, en al helemaal niemand zal ontkennen dat ze de passie voor de natie hebben overgenomen. Om te bewijzen dat niet alle intellectuelen tot onze tijd hebben gewacht voor ze deze driften met hart en ziel gingen omarmen, hoef ik waarschijnlijk maar de namen te noemen van Dante, Petrarca, D'Aubigné, van zomaar een apologeet van de Cabochiens of zomaar een prediker van de Heilige Liga, maar al bij al bleven deze marktpleinintellectuelen vroeger de uitzondering, in elk geval onder de grote namen, en als ik naast de eerder genoemde meesters ook nog verwijs naar de falanx gevormd door Thomas van Aquino, Roger Bacon, Galileï, Rabelais, Montaigne, Descartes, Racine, Pascal, Leibniz, Kepler, Huygens, Newton of Voltaire, Buffon en Montesquieu, om er maar een paar te noemen, kan ik volgens mij gerust herhalen dat het geheel van denkers doorgaans niets van politieke driften moest weten en net als Goethe zei: 'Politiek is een zaak voor diplomaten en militairen.' Het kwam ook wel voor dat ze wel gewag maakten van politieke driften (zoals Voltaire), maar dan op een kritische toon en zonder de drift als zodanig over te nemen; sterker nog, je zou kunnen zeggen dat zelfs de denkers die de drift werkelijk een warm hart toedroegen, zoals Rousseau, De Maistre, Chateubriand, Lamartine en Michelet, zo gericht waren op de algemene aspecten van het gevoel, zo veel aandacht hadden voor de abstracte benadering ervan en zo veel afkeer voelden voor het korte-termijndenken, dat de term drift nauwelijks op zijn plaats is. Voor de tegenwoordige tijd hoef ik Mommsen, Treitschke, Ostwald, Brunetière, Barrès, Lemaître, Péguy, Maurras, D'Annunzio en Kipling maar te noemen en iedereen is het erover eens dat de hedendaagse intellectueel de politieke driften beoefent met alles erop en eraan; hij snakt naar actie en direct resultaat, geeft enkel om het doel, haalt zijn neus op voor argumenten en is onbeheerst, haatdragend en stijfkoppig. De hedendaagse klerk laat de leek niet langer in zijn eentje naar het marktplein gaan; hij vindt dat hij zelf ook een burgerziel heeft gekregen en wil daar volop gebruik van maken, hij is trots op zijn nieuwe ziel; zijn literatuur loopt over van de minachting voor iedereen die zich afzondert voor de kunst of de wetenschap en zich afzijdig houdt van de gevoelens die leven in de stad. Geef hem de keuze tussen Michelangelo, die Leonardo de les leest omdat hij zo onbewogen blijft onder de Florentijnse rampspoed, en de meester van Het Laatste Avondmaal zelf, die antwoordt dat hij inderdaad volledig in beslag wordt genomen door zijn bestudering van de schoonheid, en hij zal zich verwoed achter die eerste scharen. Het is lang geleden dat Plato opmerkte dat er ketens nodig zijn om een filosoof te dwingen zich te bekommeren om de staat. Ziehier de moderne klerk: hij hoort op jacht te zijn naar eeuwige zaken, maar denkt dat het eervoller is je druk te maken om de stad. - Het is even logisch als duidelijk dat de gevoelens van de leek er veel sterker op worden als de klerk zijn driften gaat delen. Zoals gezegd verdwijnt allereerst het prikkelende schouwspel van een mensensoort die zijn belangen buiten de praktische wereld plaatst, maar bovendien geeft de intellectueel de politieke driften met zijn steun een aantal troeven in handen: die van zijn gevoeligheid als kunstenaar is, die van zijn overredingskracht als hij een denker is en in beide gevallen die van zijn moreel prestige.  (pagina 80-82)

Terug naar Overzicht alle titels


dinsdag 9 oktober 2018

Jan Kuitenbrouwer

Datadictatuur : hoe de mens het internet de baas blijft
Prometheus 2018, 128 pagina's - € 12,50  (reeks Nieuw licht)

Wikipedia: Jan Kuitenbrouwer (1955)

Korte beschrijving
In de filosofische pamfletreeks 'Nieuw licht' – een initiatief van filosofen Coen Simon en Frank Meester – wordt hedendaagse denkers een vraag voorgelegd over een klassiek geworden tekst. In dit deel onderzoekt Jan Kuitenbrouwer desgevraagd hoe actueel het ideaal van een 'machtsvrije publieke ruimte' van de Duitse filosoof Jürgen Habermas anno nu is. Velen hoopten dat met de komst van het internet dit ideaal werkelijkheid zou worden. Helaas, nergens staat de redelijkheid meer onder druk dan heden ten dage online. Het gebrek aan regels voor privacy, veiligheid en openbare orde dat het internet kenmerkt, wordt ondertussen maatstaf voor de analoge wereld. Hoog tijd voor een beschavingsoffensief! Vandaar de ondertitel: 'Hoe de mens het internet de baas blijft'. Sobere uitvoering: geen kleurendruk, geen illustraties. Inhoud: naast de centrale vraag (vier bladzijden) en het originele fragment (dertien pagina's) het pamflet zelf (89 bladzijden). Scherp essay over een actueel onderwerp; voor een redelijke lezerskring. Pocketuitgave; normale druk.

Tekst op website uitgever
Een vereiste voor een gezonde democratie is een ‘machtsvrije publieke ruimte’, schreef de Duitse filosoof Jürgen Habermas, een neutraal en open forum voor discussie en debat. Met de komst van het internet leek dit ideaal van Habermas in vervulling te gaan: cyberspace was van iedereen en van niemand, geen autoriteit, geen commercie.

Maar helaas: het publieke karakter van internet is schijn, cyberspace is gekoloniseerd door duistere politieke en financiële belangen, die ons ongemerkt manipuleren.
Geïmponeerd door de technologische krachttoeren van Silicon Valley hebben wij het publieke karakter van het internet verkwanseld en het grootste economische machtsblok in de geschiedenis vrij spel gegeven. Internet is een jungle, waar niemand onze veiligheid garandeert of burgerrechten beschermt. En intussen wordt het gebrek aan regels, privacy en openbare orde in de digitale wereld een maatstaf voor de analoge. ‘Making the world a better place,’ noemt Google dat.

Jan Kuitenbrouwer draait het om: let’s make the web a better place. Met Datadictatuur keert hij terug naar het onderwerp van zijn eerste boek, 35 jaar geleden, de digitale revolutie, en maakt de balans op. Tijd voor een beschavingsoffensief in de digitale wereld.

Voorpublicatie: Als we het internet vrij laten, neemt het ons gevangen (NRC Handelsblad, 5 oktober 2018)

Fragment uit 14. Een mislukt succes
Als wij de datadictatuur onder controle willen krijgen, zal het in de VS moeten gebeuren. De politieke stemming draait daar nu langzaam die kant op, en de techsector maakt zich op voor een krachtmeting. Hun zakken zijn diep en voor onweerstaanbare honoraria huren zij oud-politici om in Brussel en Washington de lobby te versterken (zie Uber en Neelie Kroes). De big spenders op het gebied van lobbyisme waren vanouds telecom, energie en de militaire industrie, inmiddels werden zij ingehaald door Big Tech. Google, Amazon, Faceboon en Apple gaven in 2017 gezamenlijk meer dan 50 miljoen dollar uit aan het souffleren van de Amerikaanse politiek. Google kreeg in 2017 een boete van 2,4 miljard euro van de Europese Mededingingsautoriteit voor machtsmisbruik ten faveure van zijn eigen webshops, en onlangs nog een van een soortgelijk bedrag voor misbruik van het Android-systeem. Een gevoelige tik op de vingers, zou je denken, maar Alfabet heeft ruim 80 miljard euro in kas en op het hoofdkwartier in Mountain View Californië schijnen zulke vonnissen begroet te worden met de woorden: 'We've won!'

De reputatie-inspanningen worden vergroot. Ineens maken de techbedrijven mooie gebaren om te bewijzen dat zij wel degelijk publiek dienstbaar zijn. Uber begon project 'Movement', om hun waardevolle mobiliteitsdata te delen met plaatselijke overheden  ten behoeve van het verkeersbeleid, Facebook huurt tienduizenden factcheckers om desinformatie te bestrijden, op dit moment in veertien nationale markten. Geheel volgens de tweetongenstrategie van Facebook gaat de lobby tegen de Honest Ads Act gewoon door.
  Jeff Bezos van Amazon, de rijkste man ter wereld, is nu eigenaar van de Washington Post. Wat zou er gebeuren als die krant ging pleiten voor het aanpakken van het techkartel? Of iets te veel aandacht besteedt aan feodale arbeidsomstandigheden in Amazon-pakhuizen, de non-compete contracten waarmee zij ook gewone orderpickers en heftruckchauffeurs verbieden om voor de 'concurrent' te werken, of de manier waarop zij de succesnummers van hun kleine kraamhouders inpikken? En misschien heeft Facebook zin om de New York Times te kopen? En Google? CNN misschien? Dan is het game over. (pagina 93-95)


Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 2 oktober 2018

Zygmunt Bauman & Thomas Leoncini

De vloeibare generatie : over veranderingen in het derde millennium
Klement 2018, 95 pagina's -  € 15,99

Korte beschrijving
Verslagen van discussies tussen de filosoof Bauman en de journalist Leoncini over cultuuruitingen van deze tijd zoals die te constateren zijn bij jongere en oudere mensen. Zij kunnen veel van elkaar leren omdat de jongeren in hun denken onder andere worden gestimuleerd door het internet. De ouderen kunnen wijze lessen geven en hebben niet als hoofddoel het najagen van consumentenvraatzucht. De gesprekken gaan over hipsters, plastische chirurgie, tatoeages, pesten en het wegvallen van taboes. De sociale werkelijkheid wordt bestudeerd, geanalyseerd en gediagnosticeerd, maar er worden geen toekomstscenario's aangedragen. Voor ieder die geïnteresseerd is in cultuuruitingen van deze tijd reikt dit boek overwegingen aan die de moeite waard zijn.

Fragment uit (het) Voorwoord - De mens zonder verbindingen (door Marli Huijer)
Bij het eerste boek dat ik van Bauman las, was ik meteen verkocht. Van iemand die met zoveel passie, scherpte en engagement schreef over de problemen van onze tijd, wilde ik meer lezen. Dat was in 2001, bij de verschijning van Liquid modernity - vertaald als Vloeibare moderniteit. Buaman vertelt in dit boek over de overgang van de zware naar de lichte moderniteit. In de zware moderniteit zijn kapitaal en arbeid immobiel. Dat is anders in de lichte moderniteit: de grote fabrieken, zware schepen en zware machines maken plaats voor lichte materialen en lichte technologieën. Die maken het mogelijk lichtgewicht te reizen en hyperbeweeglijk te zijn. We kunnen nu neerstrijken en vertrekken waar en wanneer we maar willen. In de lichte moderniteit wordt langzaam maar zeker alles vloeibaar: het werk, de woonplaats, de liefde. Zelfs de identiteit is niet langer verankerd in een vast lokaliteit.
  Ook gemeenschappen zijn vloeibaar geworden in de lichte moderniteit. Bauman gebruikt er het begrip 'lichte gemeenschappen' of 'garderobe-gemeenschappen' voor. Stelt u zich voor dat u een avondje uit gaat. U trekt uw mooie jurk of pak aan en betreedt het theater. Bij de garderobe geeft u uw jas af. Vanaf dat moment deelt u in de lichte gemeenschap die geniet van de toneelvoorstelling. U kijkt samen, u lacht samen en u applaudisseert samen. Wanneer u terugkeert naar huis, valt de gemeenschap uiteen. Even hoorde u bij elkaar, maar eenmaal buiten is er van de gemeenschappelijkheid niets over.
  Lichte technologieën als smartphones en laptops faciliteren het bestaan van lichte gemeenschappen en doen de duurzame gemeenschappen verdwijnen. Het voordeel daarvan  is dat je als een vlinder door het leven kunt fladderen; het nadeel is dat het gebrek aan vastigheid het sociale leven ontmantelt, het bestaan voor iedereen onzeker maakt en de eenzaamheid vergroot. (pagina 18-19)

Terug naar Overzicht alle titels

Timothy Snyder 2

De weg naar onvrijheid : Rusland, Europa, Amerika
Ambo Anthos 2018, 375 pagina's  € 29,99

Oorspronkelijke titel: The road to unfreedom : Russia, Europa, America (2018)

Wikipedia: Timothy Snyder (1969)

Tekst op website uitgever
Timothy Snyder schetst in De weg naar onvrijheid de contouren van een nieuwe wereldorde.

Na de val van de Muur kwam de Koude Oorlog in 1990 definitief ten einde. Over de hele linie werd er geloofd dat de liberale democratie wereldwijd zou zegevieren. Dat bleek echter misplaatst te zijn. Met de ontwikkeling van een politiek systeem waarin fascistische ideeën gebruikt worden om de macht van de rijken te bestendigen heeft Vladimir Poetin het autoritarisme in Rusland teruggebracht. De opkomst van het populisme, de Brexit en de verkiezing van Donald Trump hebben de kwetsbaarheid van de westerse samenleving en de wankele fundamenten van de democratie genadeloos blootgelegd.

In De weg naar onvrijheid onderzoekt Snyder de bedreigingen voor onze democratie en analyseert hij de oorzaken ervan. Hij laat zien hoe we de kernwaarden van onze manier van leven beter kunnen begrijpen en hij biedt verheldering in deze tijd van grote onzekerheid.

Fragment uit 1. Individualisme of totalitarisme (2011)De politiek van onvermijdelijkheid is het idee dat er geen ideeën zijn. Mensen die erin geloven, ontkennen dat ideeën belangrijk zijn, wat slechts bewijst dat ze in de greep van eenkrachtig idee zijn. Hte cliché van onvermijdelijkheidspolitiek is dat 'er geen alternatieven zijn'. Wie dit accepteert, ontkent de individuele verantwoordelijkheid om geschiedenis te zien en te veranderen. Het leven wordt een slaapwandeling naar een graf op naam op een reeds aangekochte plek.
  Eeuwigheid rijst uit onvermijdelijkheid op als een geest uit een lijk. De kapitalistische versie van de politiek van onvermijdelijkheid, de markt als substituut voor politiek, brengt een economische ongelijkheid voort die het geloof in vooruitgang ondermijnt. Terwijl de mobiliteit tot stilstand komt, wijkt onvermijdelijkheid voor eeuwigheid en democratie voor oligarchie. Een oligarch die een verhaal over een onschuldig verleden vertelt, vaak met behulp van fascistische ideeën, biedt valse bescherming aan mensen met echt leed. Het geloof dat technologie de vrijheid dient, maakt de weg vrij voor deze vertoning.
  Wanneer afleiding concentratie vervangt, lost de toekomst op in de frustraties van het heden en wordt eeuwigheid dagelijks leven. De oligarch komt de echte politiek binnen vanuit ene fictieve wereld, en heerst door mythes in het leven te roepen en crisis uit te lokken. Een zo'n persoon, Vladimir Poetin, vergezelde in de jaren 2010 een andere, Donald Trump, van fictie naar macht. (pagina 23-24)



Lees ook: Over tirannie : twintig lessen uit de twintigste eeuw (uit 2017)


Terug naar Overzicht alle titels

maandag 24 september 2018

Ton van Haperen

Het bezwaar van de leraar : hoe slecht beleid de Nederlandse school vernielt
Amsterdam University Press 2018, 210 pagina's € 14,99

Website Ton van Haperen (1959)

Korte beschrijving
De positie van de leraar is een hoogst actueel thema. Deze beschrijving sluit goed aan bij de discussies en demonstraties over werkdruk, salaris en de toekomst van het onderwijs. Ton van Haperen is al jaren docent Economie op een school voor voortgezet onderwijs. Hij kent het onderwijs van binnenuit. Met een kritische pen beschrijft hij regelmatig in columns en artikelen zijn bezorgdheid over het huidige onderwijs. Er is volgens hem veel mis. In dit boek, dat soms de indruk geeft van een pamflet of een lange column, neemt hij alle ruimte om zijn zorgen te beschrijven. Hij gaat consequent voor kwaliteit en het goed uitoefenen van het vak, met daarbij veel waardering en respect voor de leraar. Het gaat niet goed in het onderwijs: het niveau daalt, de klassen zijn overvol, de maatschappelijke waardering is minimaal en het ontbreekt aan een degelijke visie. Voor de lezer allemaal heel herkenbaar. De schrijver geeft veel oorzaken aan, zoals: een ondoorzichtig beleid en bestuur, de kwaliteit van de opleiding, de invoering van passend onderwijs en een uit de hand gelopen wereld van toetsen, cijfers en examens. Door al die ontwikkelingen is de kwaliteit van het lesgeven en de leraar onder druk komen te staan.

Tekst op website uitgever
De druk op docenten wordt almaar groter, door onrealistische eisen van leerlingen, ouders, schooldirecties en de overheid. Intussen neemt de kwaliteit van het onderwijs af. In Het bezwaar van de leraar beschrijft leraar, lerarenopleider en publicist Ton van Haperen het Nederlandse onderwijs van binnenuit. Hij laat zien dat er nog steeds een groeiende kloof bestaat tussen bestuur en leraren, waardoor de beleidsresultaten tegengesteld zijn aan de doelstellingen. Van Haperen schrijft in dit vlammende betoog dat dit makkelijk anders kan. Na het parlementair onderzoek onder leiding van Jeroen Dijsselbloem in 2008 leek het erop dat er meer zou worden ingezet op de professionalisering en ondersteuning van docenten. Het verwijt aan de politiek was dat zij onderwijsvernieuwingen had doorgedrukt, zonder naar docenten, leerlingen en ouders te luisteren. Van Haperen laat zien dat Dijsselbloems roep om herstelbeleid verloren dreigt te gaan. Onderwijsinstellingen zijn log en inefficiënt, en leraren tonen steeds minder werkplezier. Onze kinderen scoren weliswaar goed op toetsen, maar van beklijving van kennis is amper sprake. In 2007 werd het vorige boek van Van Haperen, 'De ondergang van de leraar', door de Volkskrant uitgeroepen tot een van de beste boeken van het jaar. Ruim tien jaar later trekt de bevlogen leraar wéér aan de bel. 'Van Haperens betoog is overtuigend

Fragment uit (de) Epiloog
De afbrokkeling van de middelbare school lijkt op de teloorgang van het Nederlands voetbal. Dat doet het ook al even niet goed. Zo gauw een speler het balletje drie keer hoog kan houden vertrekt hij naar het buitenland. In Nederland wil een speler die iets kan niet voetballen. Ook Ajax heeft daar last van. Ooit de beste ploeg van de wereld. Jaren aan een stuk. Johan Cruijff, zelfs in de jaren zeventig de beste speler van de wereld, zei: 'Zo kan het niet langer.' Zijn oplossing: Ajax moet weer gewoon een voetbalclub zijn. Niet een beursgenoteerde naamloze vennootschap. Hij mobiliseert oud-voetballers en de revolutie is een feit.
De zakenjongens en advocaten gaan eruit. De praktijkjongens komen erin. De technisch directeur, de zakelijke leiding, het dagelijks management, allemaal oud-voetballers. En nee, niet alles loopt op rolletjes. Maar de club bereikt in 2017 wel weer eens een Europa Cup finale, verkoopt spelers alleen als ze heel vele geld opleveren; daardoor heft de club 100 miljoen op de bankrekening staan en kan het kopen wie het wil. Het is een lange weg, en vooruitgang gaat met vallen en opstaan, maar er is voor het eerst licht aan het einde van de tunnel. Het perspectief is beter dan ooit. Perspectief, licht aan het einde van de tunnel, precies dat is waar de middelbare school naar snakt.
  Ik hoop het nog te mogen meemaken. De praktijkrevolutie in het voortgezet onderwijs. Alle koningen, edelen, jonkvrouwen, luchtfietsers, organisatiegoeroes, managementdromers eruit. En de praktijkmensen aan het roer. Een school is een school. Geen maatschappelijke onderneming. De beste leraar is de baas. Als eerste onder gelijken.
  De Cruijffiaanse revolutie heeft maar één doel. De beginselen van goed bestuur terugbrengen. Een nieuw werkbaar en effectief evenwicht tussen vrijheid, regels en zelfbinding. Leraren hebben vrijheid en autonomie in hun lesontwerpen, toetsing, materiaalkeuze en professionele ontwikkeling. Ze hebben daar ook tijd voor. En ruimte voor eigen beslissingen, die bij hun passen. Maar er zijn ook regels die zeggen: je bent wel bevoegd, je hebt het vak dat je doceert bestudeerd, je bent aanspreekbaar op de kwaliteit van en de ontwikkeling in je werk. Bovendien, er zijn wat zaken die we hier wel en niet doen. Je meldt je niet ziek als je correctiewerk hebt. Je leerlingen krijgen hun resultaten snel terug en je rekent niet af, je praat met ze over hoe ze zich kunnen verbeteren. We beginnen niet een kwartier na de zoemer met de les. Win-lose-gedrag van leraren vereist regulering op schoolniveau. En ouders, leerlingen en leraren voelen zich gebonden aan de school. Vanuit die binding zijn zij bereid offers te brengen, zich goed te gedragen. Dus nee, we gaan niet donderdag al op wintersport om de files voor te zijn, want dan zitten de kinderen op school en wat daar gebeurt is belangrijk. Voor hun en onze toekomst. En precies om die reden werkt de leraar uit zichzelf buiten zijn lessen extra met onderpresteerders. Om ze op een hoger niveau te krijgen. Waardoor ze alsnog slagen voor het examen. De schoolleider bedankt hen daarvoor. In het openbaar. Door het uit te spreken.
  Goed bestuur is niet ingewikkeld. En toch schittert het door afwezigheid. Door ineffectieve sturing presteert de middelbare school onder. Elke succeservaring ontbreekt. De enige die het succes kan terugbrengen, is de leraar. Daar komt alles samen. Leren, toetsen, resultaten, beleid en plezier. Onderwijs gebeurt in de klas, niet op kantoor. Zo denken ze er in het buitenland ook over. (pagina 188-190)

Lees ondermeer: Onderwijsheid : terug naar waar het echt om gaat van Kees Boele (uit 2015)
Artikel over dit boek: Wij ontberen een informatiefilter. Dat filter heeft een naam: wijsheid. (april 2015)


Terug naar Overzicht alle titels