woensdag 14 februari 2018

Jean-Pascal van Ypersele

In het oog van de klimaatstorm
EPO 2018, 184 pagina's -€ 19,90

Wikipedia: Jean-Pascal van Ypersele (1957)

Korte beschrijving
Dit boek bevat een dialoog tussen Thierry Libaert en de Belgische klimaatwetenschapper Jean-Pascal van Ypersele over zijn betrokkenheid bij het klimaatvraagstuk. Het is niet alleen een portret van deze klimaatpelgrim, maar geeft ook een kijkje in de keuken van de wereldorganisatie IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). De hoogleraar klimatologie, milieuwetenschapper en prominent figuur binnen het IPCC baseert zijn antwoorden op wetenschappelijke rapporten. Hij geeft een helder beeld van hoe wetenschappers hun boodschappen doorgeven aan politici en wat daar vervolgens al dan niet mee gebeurt. De tekst is redelijk helder, al vermoeit de gekozen interviewvorm. De inhoud is een bijgewerkte versie van de eerste, Franstalige editie uit 2015. Geschikt voor een breed publiek, dat worstelt met de vraag hoe de wereld zich in de toekomst moet voeden. Met noten.

Tekst op website uitgever
Zijn overgrootvader was advocaat van priester Daens en zijn nonkel kabinetschef van koning Boudewijn en koning Albert II. Zelf koos hij een heel ander pad: Jean-Pascal van Ypersele is de belangrijkste klimaatwetenschapper van België. In 2015 schopte hij het zelfs ei zo na tot grote baas van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de organisatie van de Verenigde Naties die de risico’s van de klimaatverandering evalueert.

In dit boek vertelt van Ypersele over het hoe en waarom van zijn engagement. Maar hij biedt ook een blik achter de schermen van de grote internationale conferenties waar hij al decennia kind aan huis is, strooit kwistig met anekdotes, en beantwoordt de vragen die ertoe doen, gaande van ‘Wat is nu echt de staat van het klimaat?’ tot ‘Hoe kunnen we de transitie inzetten?’.

Jean-Pascal van Ypersele staat bekend als de klimaatprofessor die er een sport van maakt zo helder en toegankelijk mogelijk te communiceren over de klimaatontwrichting. Dat bewijst hij ook in zijn eerste boek voor een breed publiek.

Fragment uit 10. De transitie versnellen
'Het inperken van de broeikasuitstoot is helemaal geen terugkeer naar het stenen tijdperk. Integendeel, het is het uitvinden van een nieuwe manier van leven, van een beter leven, door rekening te houden met wat ons milieu aankan en met de noodzaak aan onze kinderen en kleinkinderen een bewoonbare planeet na te laten. Dromen of meewerken aan die overgang naar een "koolstofarme" economie waarbij de sociale en milieuaspecten evenzeer aan bod komen als economische overwegingen, kan zeer stimulerend werken. Het is niet aan het IPCC om een voorkeur uit te spreken voor één of andere weg om de broeikasuitstoot te doen dalen. Maar ik geef u op een blaadje: het IPCC heeft de literatuur ter zake uitvoerig bestudeerd en heeft dus kennis van een waaier van initiatieven die al operationeel zijn en een rechtvaardige overgang tot stand brengen naar zo'n economie en naar een samenleving met meer eerbied voor het klimaat, het milieu en het "goede leven". De manier waarop de productie van rijkdom in cijfers wordt omgezet - het fameuze bruto binnenlands product (bbp) - is onderwerp van discussie in kringen van economen: het bbp wordt niet langer gezien als de enige relevante maatstaf om de welvaart van de bevolking te meten. Het is nu mogelijk ontwikkelingswegen te volgen of ten minste te benaderen die in het Engels 'climate resilient pathways' worden genoemd of ontwikkelingstrajecten die tegelijk veerkrachti zijn inzake de klimaatveranderingen en in stata zijn te voldoen aan de elementaire behoeftes van de - over afzienbare tijd - 10 miljard aardbewoners. Het aanleggen van die paden vereist een groot aantal instrumenten en aanvullende benaderingen zoals de bewustwording van de klimaatrisico's, het in toom houden van die risico's door de uitstootvermindering en door de aanpassing en de integratie van die ontwikkelingen in een bredere context van duurzame ontwikkeling. Het vraagt eveneens aangepaste bestuursstructuren, waarin verschillende machtsniveaus elkaar aanvullen om die transitie te ontwerpen, in praktijk te brengen en te versnellen. Zo is het bijvoorbeeld essentieel dat je meer en meer betaalt, als je de atmosfeer als een vuilnisbak beschouwt. Deze transitie is nodig om de toekomst te garanderen en om het heden te verbeteren, vooral voor de armsten.' (pagina 191-192)

Youtube - SDEWES 2017 - Prof. Jean Pascal van Ypersele: The Challenge of Climate Change: Also an Opportunity (oktober 2017)


Terug naar Overzicht alle titels




dinsdag 13 februari 2018

Hans Meek

Ecologica : waarom verkleining van de menselijke impact op de biosfeer moeilijk maar onvermijdelijk is
Eburon 2017, 285 pagina's - € 24,50

Inleiding door Hans Meek

Korte beschrijving
In prettig leesbare stijl wordt een overzicht gegeven van de wisselwerking tussen mensen en hun ecosysteem. Daarbij staat de aantasting van het ecosysteem centraal. De auteur hanteert hierbij een benadering die gebaseerd is op een biologisch-ecologische invalshoek. De laatste decennia hebben de meeste mondiale ecosystemen door abiotische factoren een kwaliteitsvermindering ondergaan. Oorzaken hiervan zijn: fysieke ingrepen in de ecologische systemen, veranderde infrastructuren, de voedselindustrie, de uitstoot van CO₂ en andere fijnstoffen en de monoculturen. Bijzonder boeiend wordt ingegaan op de economische groei versus de ecologische stabiliteit, de ecologische kringlopen en de populatie ecologie. Een apart hoofdstuk is gewijd aan fossiele energie en de mogelijke alternatieven. Gezien de volledigheid en diepgang dient de lezer wel te beschikken over enige elementaire kennis van de biologie en ecologie. In beperkte mate wordt vakjargon gebruikt. Voorzien van twee bijlagen, grafieken en een literatuuroverzicht.

Uit recensie in Trouw (vrijdag 9 februari 2018)
Meek bepleit afscheid te nemen van economische groei als heilige graal en een 'duurzaam hedonisme' in de plaats te stellen. Plezier krijgen in duurzaamheid, een levenswijze meer gericht op verbondenheid, met medemensen, dieren en planten. Er zijn allerlei bewegingen gaande die daarmee bezig zijn, ziet Meek. Zoals biologische landbouw, energieneutrale woningen, lokaal produceren, circulaire initiatieven. Maar ook minder consumeren en bevolkingsgroei afremmen is nodig, dat laatste alleen niet met staatsdwang als het aan Meek ligt. Meek wil de lezer niet lamslaan met alle cijfers en feiten over de homo sapiens. Zie het onder ogen, doe wat en heb daar plezier in, is zijn boodschap.

Fragment uit Epiloog
Alles overziend denk ik dat we er in de 21e eeuw aan zullen moeten wennen dat we als mens niet in het centrum of aan de top van de biosfeer staan. Dat de biosfeer niet om ons draait maar dat we onderdeel van de biosfeer zijn, niet anders dan en gelijkwaardig aan andere levende organismen. Dat we niet boven de ecologische wetmatigheden op aarde staan, maar daar afhankelijk van zijn en er mee in evenwicht moeten zijn. We zijn niet de kroon van de schepping of evolutie, maar een onderdeel. Een mooi en waardevol onderdeel, zeker, net als andere organismen, mits goed ingebed in het geheel.

Net zo hebben onze voorouders moeten wennen aan het idee dat de aarde niet plat is en niet in het centrum van het heelal stond. Dat de zon niet om de aarde en om ons draait maar dat de aarde en wij om de zon draaien, een kleine ster in een onmetelijk heelal. Waarbij het natuurlijk wel bijzonder is dat er leven is op aarde, leven als een organisatiesysteem om complexere structuren uit minder complexe materie te genereren tegen de natuurkundige neiging tot entropie in. Ook hebben onze voorouders moeten wennen aan het idee dat de mens niet een apart geschapen, goddelijk wezen is, maar een telg van de zoogdieren en primaten, en dat de mensensoort Homo sapiens net als alle andere levende organismen op aarde is ontstaan via evolutieprocessen. En nu moeten wij op onze beurt wennen aan het besef dat we onderdeel en afhankelijk van de biosfeer zijn. (pagina 207)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 8 februari 2018

David Graeber 2

Bullshit jobs : over zinloos werk, waarom het toeneemt en hoe we het kunnen bestrijden
Atlas Contact 2018, 416 pagina's - € 24,99

Wikipedia: David Graeber (1961)

Korte beschrijving
Bullshit jobs' gaat over zinloos werk. De auteur, hoogleraar aan de London School of Economics, verbaast zich over de hoeveelheid banen die aan niets lijken bij te dragen. Binnen het neoliberale kapitalisme zou het toch niet mogelijk moeten zijn om banen te creëren die niet waardetoevoegend zijn? Het boek gaat eerst in op de definitie van een onzinbaan. Vervolgens worden vijf soorten onzinbanen beschreven; wachters (bijvoorbeeld conciërges), bullebakken (bijvoorbeeld telemarketeers), oplapwerkers (zoals 'ducktapers' in de IT), afvinkers (denk aan alle administratieve druk in de zorg) en opzichters (bijvoorbeeld overbodige superieuren). Daarna wordt duidelijk gemaakt wat het effect van onzinbanen op de mensen is. De auteur onderzoekt welke economische en maatschappelijke krachten zorgen voor een toename van onzinbanen en hoe het komt dat mensen c.q. de samenleving geen bezwaar maken tegen de groei van nutteloze werkgelegenheid. Het laatste hoofdstuk behandelt de politieke gevolgen van onzinbanen en aan welke oplossingsrichting de auteur denkt. Het boek is prettig geschreven en bevat veel voorbeelden. Met uitgebreide eindnoten en een literatuurlijst..

Tekst op website uitgever
Dankzij de technologie kunnen we voor de werkelijke productiebehoefte ongeveer met een vijftienurige werkweek toe, en toch werken we allemaal volle dagen. Een groot deel van ons werk moet dus wel bullshit zijn, stelde antropoloog David Graeber in een online artikel. De reacties waren explosief: heel veel mensen – over de hele wereld – bleken het fenomeen te kennen. Nota bene: een bullshit job is een baan waarvan de persoon zelf weet en vindt dat het een onzinbaan is. Graeber beschrijft in dit boek het hoe en waarom van deze banen, die voortkomen uit het kapitalisme maar er eigenlijk haaks op staan (ze zijn niet productief en lijken dus meer op de werkverschaffing in het voormalige Oostblok). Een andere bron van onzinbanen is onze calvinistische overtuiging dat werkeloos zijn slecht is. De geciteerde verhalen zijn hilarisch en tragisch tegelijk, en Graebers betoog is uniek in zijn helderheid en scherpte. Voor iedereen die anders wil kijken naar werk, kapitalisme en zingeving is dit boek een must-read.

Fragment uit 5. Waar komt die woekering van onzinbanen vandaan?
Hoe is het zover gekomen? En waarom is er zo weinig aandacht aan besteed? Een reden waarom er volgens mij zo weinig bekendheid aan dit verschijnsel wordt gegeven, is dat dit precies is wat er onder ons huidige economische systeem niet hoort te gebeuren: het feit dat zoveel mensen ongelukkig zijn omdat ze worden betaald om niets uit te voeren, gaat in tegen onze gemeenschappelijke aannames over de menselijke aard, en op diezelfde manier gaat het feit dat zoveel mensen überhaupt worden betaald om niets uit te voeren, in tegen al onze aannames over de werking van de vrijemarkteconomie. Voor een groot deel van de twintigste eeuw werden in socialistische staatsregimes die volledige werkgelegenheid hoog in het vaandel hadden staan, nepbanen gecreëerd als onderdeel van het openbare beleid. Tegelijkertijd werkten hun democratische rivalen in Europa en elders in elk geval samen aan het onnodig scheppen van werk en overmatige personeelsbezetting in de publieke sector of bij de overheid, als ze niet bezig waren met werkverschaffingsprogramma's zoals de  Works Progress Administration (WPA) in de VS ten tijde van de crisis in de jaren dertig. Het was de bedoeling dat daaraan in de jaren negentig een eind zou komen, toen het Sovjetblok instortte en zich wereldwijd markthervormingen voordeden. Was de grap tijdens de Sovjet-Unie: 'wij doen alsof we werken, zij doen alsof ze ons betalen', in het nieuwe neoliberale tijdperk zou alles draaien om efficiëntie. Maar afgaande op werkgelegenheidspatronen was dit precies het tegenovergestelde van wat er gebeurde na de val van de Berlijnse Muur in 1989.
  De reden waarom het verschijnsel niemand is opgevallen, komt dus deels doordat mensen simpelweg weigerden te geloven dat het kapitalisme zulke resultaten kon produceren, zelfs als dat betekende dat ze hun eigen ervaringen of die van hun familie of vrienden daarvoor moesten verloochenen. (pagina 154-155)

Hilarisch artikel: Nearly Half of You Reading This Have Bullshit Jobs (Daily beast, 18 mei 2018)
David Graeber heeft het in zijn boek over vijf soort bullshit jobs. Hij noemt ze: flunkies, goons, duk tapers, box-ticking en taskmasters.

Artikel: Wie verricht er (on)zinnig werk? - Zinloze banen Volgens antropoloog David Graeber hebben steeds meer mensen een baan zonder maatschappelijk nut. Vinden ze dat zelf ook? (NRC, 6 februari 2018)

 

Lees ook van David Graeber: Schuld : de eerste 5000 jaar (uit 2012) of van Richard Sennett: De ambachtsman : de mens als maker (uit 2008)

Terug naar Overzicht alle titels

Sander Heijne

Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u : dertig jaar marktwerking in Nederland
De Correspondent 2018, 189 pagina's - € 18,--

Website De Correspondent: Sander Heijne (1982)

Korte beschrijving
Kritische journalistieke analyse van de maatschappelijke effecten van de vermarkting van publieke diensten in Nederland.. - SAMENVATTING: "Waarom kijkt de dokter meer naar de computer dan naar jou? Waarom is de kinderopvang zo duur? Waarom is je post weer niet aangekomen? En waarom ligt bij de eerste sneeuwbui het hele spoor plat? Het antwoord: mislukte marktwerking. Dat ontdekte Sander Heijne (1982) na zeven jaar journalistiek onderzoek voor de Volkskrant en De Correspondent. Hij schreef talloze verhalen over het spoor, de post, de zorg en andere publieke diensten, en over de problemen die ontstonden toen die aan de markt werden overgelaten. Sander sprak honderden mensen op de werkvloer: van dokters en verpleegkundigen tot verzekeraars, van conducteurs en machinisten tot spoorbazen, en van postbodes en vakbondsleiders tot beleidsmakers. Het resultaat is een boek dat iedere Nederlander aangaat."

Tekst op website uitgever
Waarom kijkt de dokter meer naar de computer dan naar jou? Waarom is de kinderopvang zo duur? Waarom is je post weer niet aangekomen? En waarom ligt bij de eerste sneeuwbui het hele spoor plat?

Het antwoord: mislukte marktwerking.

Dat ontdekte Sander Heijne (1982) na zeven jaar journalistiek onderzoek voor de Volkskrant en De Correspondent. Hij schreef talloze verhalen over het spoor, de post, de zorg en andere publieke diensten, en over de problemen die ontstonden toen die aan de markt werden overgelaten.

Sander sprak honderden mensen op de werkvloer: van dokters en verpleegkundigen tot verzekeraars, van conducteurs en machinisten tot spoorbazen, en van postbodes en vakbondsleiders tot beleidsmakers.

Voorpublicatie op De Correspondent: Waarom een sneeuwbui het hele spoor platlegt. Dertig jaar marktwerking in Nederland (5 februari 2018)

Fragment uit 2. Hoe de marktwaan ons betoverde
Opvallend genoeg waren verregaande privatiseringen in belangrijke publieke sectoren als de zorg, de energievoorziening of het spoor in de jaren tachtig nog ondenkbaar. Wie het overheidsplan uit 1989 leest over een nieuw aan te leggen netwerk van hogesnelheidstreinen naar Frankrijk en Duitsland, kan zich amper voorstellen dat Nederland de hogesnelheidslijn naar België tien jaar later met een openbare aanbesteding in de markt zou zetten. In dit plan wordt namelijk gesproken over een gezamenlijke exploitatie van de Nederlandse Spoorwegen en de Belgische, Duitse en Frans spoorwegen - de staatsspoorwegen dus.
  Voor deze huiver is een goede verklaring. De eerste vermarkting van publieke diensten in Amerika en Groot-Brittannië leidde ook tot veel problemen. De politiek van Thatcher leidde in Groot-Brittannië zelfs tot een hevige opleving van de klassenstrijd. Ook in Nederland zagen televisiekijkers hoe duizenden woedende Britse kompels in 1984 bij het plaatsje Orgreave slag leverden met vijfduizend politieagenten, in de hoop de verliesgevende staatsmijnen open te houden en het gehate kabinet Thatcher ten val te brengen. Bij de geprivatiseerde Britse spoorwegen gingen - als eerder gezegd niet geheel onbegrijpelijk - duizenden banen verloren. Intussen stegen de prijzen van treinkaartjes razendsnel. Ook dat nieuws bereikte Nederland.
  Thatcher en haar economische adviseurs bleken kortom niet in staat voldoende nieuwe banen te scheppen om de verloren werkgelegenheid te compenseren. Britse werknemers betaalden de prijs voor de economische hervormingen van Thatcher. Tijdens haar regeerperiode van 1979 tot 1990 verdubbelde de werkloosheid.
  De zegeningen van Reaganomics - de Amerikaanse interpretatie van het ideaal van de vrije markt - waren voor de gemiddelde Amerikaan in de jaren tachtig eveneens twijfelachtig. De werkloosheid daalde onder het bewind van Reagan weliswaar, maar de privatiseringen in het Amerikaanse zorgsysteem leidden tot een forse stijging van de zorgkosten. Opeens was een groeiend aantal Amerikaanse burgers niet langer in staat de kosten  van medische behandelingen te betalen.
  Intussen verlaagde Reagan het toptarief van de inkomstenbelasting van 70 naar 28 procent. Zo kon Reagan de geschiedenis ingaan als de eerste president sinds de Tweede Wereldoorlog die de kloof tussen arm en rijk weer vergrootte in Amerika.
  In Nederland wekten dergelijke verhalen over de vermarkting van zulke belangrijke publieke sectoren verbijstering op. Hoewel Lubbers al in de eerste helft van zijn lange regeerperiode delen van de post, de hoogovens en de staatsbank had verkocht, ging het privatiseren van cruciale sectoren als het spoor of de zorg burgers en bestuurders te ver. Het harde economische beleid in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten stond namelijk haaks op onze christen- en sociaaldemocratische tradities, waarin solidariteit werd nagestreefd. Deze afschuw beperkte zich niet tot de linkse partijen. Ook bij veel conservatieve politici liepen de rillingen over de rug bij het zien van de enorme veldslagen tussen linkse demonstranten en de politie in het Verenigd Koninkrijk.
  In Nederland was tegen het einde van de jaren tachtig ook geen noodzaak om het economisch-politieke beleid volledig overhoop te halen: in het polderoverleg stelden de bonden geen onredelijke eisen, na een recessie aan het begin van het decennium groeide de economie en de werkloosheid daalde. Wilden de predikers van het marktevangelie dus meer publieke sectoren privatiseren, dan hadden ze een wonder nodig.

Dat wonder voltrok zich op 9 november 1989. (pagina 49-51)

Recensie in NRC: Het fiasco van de vrije markt (15 maart 2018)

 

Lees o.a. ook:
Ons land kan menselijker : naar een economie die de samenleving verbetert van Henk van Tuinen (uit 2013) of
De terugkeer van het algemeen belang : privatiseringsverdriet en de toekomst van Nederland van Roel Kuiper uit 2014 of
De brievenbus van Mevrouw De Vries : gekmakende post van onze (semi)overheid van Stephan Steinmertz (uit 2013) of
de bundel Het alternatief voor de zorg : humaniteit boven bureaucratie (uit 2015) of
Postkapitalisme : een gids voor de toekomst van Paul Mason (uit 2016)

Terug naar Overzicht alle titels 

maandag 5 februari 2018

Joost van der Net

Aan de Europese natie 
Klement 2017, 184 pagina's - € 19,99

Website Thomas More

Korte beschrijving
De historicus en filosoof dr. Joost van der Net (directeur van de Stichting Thomas More) roept met dit doorwrochte en in klare taal geschreven werk op tot een renaissance van de Europese droom. Aan de hand van historische, culturele, politieke en economische analyses leidt hij de lezer langs het gedachtegoed van wijsgeren, religieuzen, machthebbers en politici door de ontwikkeling van Europa vanaf de oudheid tot het heden. Hij beziet met scherpe blik ontwikkelingen als de Brexit, het presidentschap van Trump en de opkomst van het populisme. Hij weet die in een historisch kader te plaatsen, waardoor de lezer uitgedaagd wordt om zich met hem te verdiepen in verleden, heden en toekomst van een verenigd Europa. Van der Net heeft vooral een hoopvol boek geschreven, een tegengeluid tegen de somberheid die over het Europa van nu lijkt te hangen. Hij heeft dat op een zeer lezenswaardige manier gedaan, waardoor dit boek een aanrader is voor iedereen die Europa een warm hart toedraagt. Voorzien van talrijke voetnoten met onder meer literatuurverwijzingen.

Fragment uit VI. Van Amerika naar Europa: de omarming van omvattende leisure voor iedereen
Een wenkend perspectief
Het door John Maynard Keynes geschetste vergezicht is dwingend: binnenkort is het niet meer nodig en ook niet meer mogelijk om aan iedereen betaald, voltijds werk te bieden. Een heerlijke nieuwe wereld lijkt te wenken - ten minste: als we afstand weten te doen van een economisch bestel waarin het maken van winst ten koste van anderen nog altijd als legitiem wordt gezien. Hoe wij de politieke economie van ons geliefde Europa zouden kunnen zuiveren van ieder winststreven zal ik aan de orde stellen in een volgend boek. Het zal gewijd zijn aan de vraag hoe wij onze overwegend door heerschappij en commercie gekenmerkte nutsorde kunnen omvormen naar een orde waarin nut vooral gestalte krijgt als commercie en zorg.
  Voor nu sluit ik af met de constatering dat we met steeds minder menselijke inspanning er binnen afzienbare tijd voor kunnen zorgen dat iedere mens op deze planeet fatsoenlijk wonen, eten, goed leven kan. Speciaal binnen ons welvarende Europa is daarbij perspectief onontkoombaar voor werkelijk iedereen, van een leven dat overwegend in leisure wordt doorgebracht, slechts onderbroken door verwaarloosbaar weinig uren negotie. Terdege realiseer ik me dat dit een perspectief is dat velen moet beangstigen, omdat in onze bestaande politieke economie loon en vermogen nog altijd op de grond van volstrekt verouderde, overwegend uit heerschappelijke tijden stammende criteria worden verdeeld. In een duister, maar helaas niet ondenkbaar toekomstscenario zouden we er niet in slagen om van deze verouderde criteria af te stappen. In dat geval zou de verloren gewaande hel van de antieke tijd kunnen terugkeren, met aan de andere kant enkele excessief rijke lieden en aan de andere kant een massa verpauperde knechten.
De Verenigde Staten lijken reeds deze kant op te glijden. Persoonlijk heb ik er alle vertrouwen in dat we in Europa met vereende krachten zullen weten te verhinderen dat dit zwarte scenario bij ons werkelijkheid wordt.
 Laten we ervan uitgaan dat alle Europeanen in de op ons continent te realiseren inclusieve natie in de nabije toekomst zullen opbloeien als mensen die in hun spel onbekommerd en vrij met elkaar verkeren en zich graag nuttig maken door liefdevol voor hun naasten te zorgen.
  Op weg daarnaar toe zullen we, om een laatste maal Keynes aan te halen,
iedereen eren, die ons kan leren om op deugdzame en goede wijze de dag te plukken: de verrukkelijke lieden die in staat zijn om onbekommerd te genieten - de lelies van het veld die niet werken en niet spinnen.  (pagina 183-184)

Hij verwijst in bovenstaand stuk naar historicus Johan Huizinga en zijn boek Homo Ludens (uit 1938)

Lees ook: Hoeveel is genoeg? : geld en het verlangen naar een goed leven van Robert en Edward Skidelsky (uit 2013)

Terug naar Overzicht alle titels