woensdag 27 juni 2018

Florentijn van Rootselaar

Filosofisch veldwerk: grote filosofen van nu over leven in barre tijden
Klement 2018, 127 pagina's - € 17,99

Website Filosofie Magazine: Florentijn van Rootselaar (19?)

Korte beschrijving
De titel van deze vijftien gebundelde interviews, die eerder in Filosofie Magazine en dagblad Trouw verschenen, is raak gekozen. Het betreft namelijk niet alleen veldwerk van de auteur, eindredacteur van Filosofie Magazine en jurylid van de Socrateswisselbeker, maar ook van de geïnterviewde filosofen, die stuk voor stuk komen met een nieuw perspectief of opvatting over de klimaat- en andere problemen van onze Aarde en onze tijd, zoals fake news. Dat geeft de interviews een gemene deler, hoe uiteenlopend de denkers, dertien mannen en slechts twee vrouwen, ook zijn. Onder hen Zygmunt Bauman en Martha Nussbaum (onder de noemer 'Vloeibare wereld'), Bruno Latour en Peter Sloterdijk ('Wereldcrisis'), Roger Scruton en Michael Puett ('Betoverde wereld'). Voor een lezerspubliek dat ook inziet dat we er – opvallend uit de mond van filosofen – met louter rationeel denken niet komen; we hebben ook verbeelding en verhalen nodig. Aan dit boek is een website gelinkt: www.filosofie.nl/veldwerk. Een belangwekkend boek voor iedereen die het beste voor heeft met de alleszins bedreigde Aarde en de problemen die daarmee samenhangen.

Fragment uit (het) Nawoord
Natuurlijk, we weten het al, maar het is soms alsof we lijden aan een massadissocatie. Die dreigende klimaatramp, zei Irena Bauman - dochter van Zygmunt - ooit tegen me, is te groot om te bevatten. We weten het wel, maar we laten het niet tot ons doordringen. Wat mij betreft is filosofie bijna mindfullness, intellectuele mindfullness. We zien de wereld onder ogen zoals die is.
  Maar bij dat inzicht hield het niet op. Dat is op zich niet voldoende om een nieuwe verhouding met die wereld te krijgen, laat staan dat het aanzet tot handelen. De nieuwe wereld moet ook een gezicht krijgen, verbeeld worden, tastbaar gemaakt worden - zoals Bruna Latour zei. Zolang dat niet gebeurt, kunnen we die te makkelijk naast ons neerleggen. Latour gaf de wereld een stem in zijn theater. De vraag is: wie plaatsen we voor het voetlicht van het nieuwe wereldtheater? Misschien niet alleen de mens, maar ook de aap en de dolfijn? Of de bomen en de zeeën?
  In die zoektocht naar een nieuwe verhouding met de wereld werd ik in het bijzonder aangesproken door Tu Weimings krachttoer. Hij liet zien hoe we enerzijds de Weg van de natuur moeten volgen, maar anderzijds die Weg ook moeten scheppen. Alleen zo, zei hij, kan die wereld van ons betekenisvol zijn. Ik vond daarmee bij hem een aanzet tot een antwoord op de vraag hoe we in onze individualistische tijd toch ook kunnen luisteren naar de stem van de wereld. Hoe we recht kunnen doen aan ons verlangen zelf alles te bepalen, en het volgens mij even sterke verlangen om ons aan te laten spreken door de wereld.
  Wat dat precies oplevert, is ongewis. Want de natuur spreekt niet met één stem, liet ook Latour zien. De wereld schrijft niet voor wat we moeten doen. Ook de betere luisteraars moeten uiteindelijk zelf hun koers bepalen. Maar dat ze daarbij meer dan nu kunnen varen op de wereld, moeten varen op de wereld - dat staat wel vast.

Het onderzoek naar vervreemding houdt niet op met dit boekm. Volg het en doe er zelf aan mee via www.filosofie.nl/veldwerk

Geïnterviewde filosofen
Florentijn van Rootselaar sprak de afgelopen jaren voor Filosofie Magazine met verschillende filosofen. Van sommige filosofen zijn voor dit blog enkele boeken geselecteerd. Hij sprak met:
Zygmunt Bauman, Martha Nussbaum, Alain Finkelkraut, Jacques Rancière, Michael Sandel, Susan Neiman, Hartmut Rosa, Bernard Stiegler, Bruno Latour, Peter Sloterdijk, Charles Foster, Roger Scruton, Terry Eagleton, Michael Puett en Tu Weiming.

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 12 juni 2018

Arjen van Veelen

Amerikanen lopen niet : leven in het hart van de VS
De Correspondent 2018, pagina's - € 18,--

Wikipedia: Arjen van Veelen (1980)

Korte beschrijving op website uitgever
Geen land ter wereld dat zoveel in het nieuws is als Amerika. We volgen de politiek en de media daar op de voet, en kennen Hollywood en New York uit de vele films.
Maar als Arjen van Veelen naar de vergeten stad St. Louis verhuist, schrikt hij: dit is een steenrijk derdewereldland.
Om het Amerika van nu te begrijpen, moet je in St. Louis zijn. Nergens is de kloof tussen arm en rijk, zwart en wit, stad en platteland zo groot als daar. 
In dit boek toont de meesterobservator Amerika zoals je dat zelden ziet - en brengt het verrassend dichtbij.

Fragment uit Vrienden maken in St. Louis
Op een winterse dag loop ik een dependance van de St. Louis Public Library binnen. In de hal wordt ik tegengehouden. Voor ik het weet heb ik zo'n blauw zwembadbandje om mijn arm dat steeds strakker wordt opgepompt. Bloeddrukmeting. Ze denken dat ik dakloos ben.
  De bibliotheken in deze stad trekken veel zwervers aan, heb ik gemerkt. Er is hier verwarming in de winter, verkoeling in de zomer en gratis wifi. Ze fungeren als officieuze opvang. Ik vertel dat ik een goede ziektekostenverzekering heb, maar ze geven me nog wel de uitslag mee (Iets te hoog). Als ik mijn laptop openklap tussen de echte zwervers, voel ik me alsnog een zonderling.
 In zekere zin ben ik dat ook. Ik kan in elk geval niet zeggen dat ik in St. Louis een spetterend sociaal leven heb opgebouwd. Op vrijdagmiddag ga ik af en toe naar borrels op haar werk. Ze heeft aardige collega's, maar ik spreek de taal van de microbiologie niet. Ze lijken niet bijster geïnteresseerd wat er in de stad gebeurt. Wel nodigde een sympathieke collega van mijn vrouw me eens uit uilen te kijken in het park. Een hartelijk, christelijk stel vraagt ons weleens mee om te frisbeeën in hun achtertuin. Ze zijn ook met ze naar een trivia night geweest, een soort pubquiz om geld in te zamelen. Dat is een initiatierite in St. Louis, begreep ik. (pagina 101)

Terug naar Overzicht alle titels

Ron Meyer

Grip : in gesprek over de staat van ons land
Prometheus 2018, 152 pagina's € 15,--

Wikipedia: Ron Meyer (1981)

Korte beschrijving
Ron Meyer (geboren in 1981) is sinds 2015 partijvoorzitter van de Socialistische Partij. Hij constateert veel onbegrip en onbehagen in Nederland. Een jaar lang sprak hij met mensen zoals Gerard de Korte, bisschop van het bisdom Den Bosch, Leon Verdonschot, medewerker van het blad Vrij Nederland, Jan Geert Vierkant, directeur van het Metropole Orkest, en nog vele anderen. In een aantal hoofdstukken wordt het gedachtegoed van de SP verwerkt. Centraal staat de verwording van de samenleving door het heersende neoliberalisme en de markteconomie, waardoor het egoïsme bevorderd wordt. Er worden alternatieven genoemd. De vraag is echter of bepaalde mankementen in de Nederlandse maatschappij door Meyer niet wat overdreven worden voorgesteld. Bovendien hebben veel kiezers andere voorkeuren en het socialisme, dat reeds vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw bestaat, kon ook niet alle problemen oplossen. Hoewel het boek niet al te moeilijk is, is enige voorkennis toch gewenst. Bestemd voor politiek geïnteresseerden; aanhangers van de SP, maar ook anderen.

Korte tekst op website uitgever
Een tijd van breed gedragen onbegrip en ontheemding vraagt om een grondige analyse naar de staat van ons land. Daarom klopte SP-voorzitter Ron Meyer aan bij honderd maatschappelijk leiders en sprak zijn partij met 1 miljoen Nederlanders. Een jaar lang voerde hij gesprekken met onder meer schrijvers, burgemeesters, wetenschappers, generaals, film-, theater- en tv-makers, sporters, ondernemers, vakbondsleiders en een bisschop over de vraag hoe we ervoor staan en waar we naartoe gaan. In hun reacties wordt onmiskenbaar een rode draad zichtbaar. Er blijken veel gedeelde zorgen te zijn, maar er kan uit de verkenning ook een hoopvolle conclusie worden getrokken. Veel mensen voelen zich verweesd, maar dat hoeft niet zo te blijven.

Vooraanstaande denkers als Bas Heijne, Roxane van Iperen, David van Reybrouck, Rianne Letschert, Humberto Tan, Ahmed Aboutaleb, Jan Terlouw en Geert Mak kijken met een zeer kritisch oog naar onze samenleving, maar er rijst ook een inspirerend perspectief op uit de gesprekken die Meyer met hen voerde. Een visie op een land dat solidariteit kan organiseren als uiting van gezamenlijke kracht. Geen politiek van liefdadigheid of zweverig geleuter. Geen onzekerheid en onbehagen, maar grip. Op ons werk, onze wijken en onze wereld.
In Grip vertelt Ron Meyer over zijn tour door het land, die hem heeft aangezet tot een even vurige als noodzakelijke ambitie: Nederland versterken vanuit gemeenschappelijkheid. Niet uit luxe, maar uit noodzaak.

Fragment uit Doorsijpelen of doorsappelen
Marc Chavannes, voormalig hoogleraar journalistiek in Groningen, werkte jarenlang in tal van functies bij NRC Handelsblad en schrijft tegenwoordig voor De Correspondent. Hij snijdt het ingebouwde wantrouwen eveneens aan, zoals die is vervat in de managerscultuur. 'Het is mode geworden om mensen aan te sturen met zogenaamde prikkels. Dat geeft blijk van een diep cynisch mens- en wereldbeeld.' Hij noemt als een van de voorbeelden het eigen risico in de zorg. 'Dat eigen risico wordt bepleit als een prikkel om kostenbewust te worden. Maar het is meestal geen prikkel, veel vaker is het een dreun.'
  De managerscultuur, waarin alles meetbaar is, biedt geen ruimte aan de menselijke maat, kent geen empathie. Ze leidt tot systemen waarin de complexiteit van de omstandigheden in een mensenleven niet kunnen meewegen. 'Er heerst een illusie dat je alles kunt vervangen door een organisatorisch systeem van robotisering. Met een meten-is-weten-fictie. Ons vakmanschap is afgenomen, mensen worden nauwelijks nog serieus genomen. De gedachte dat de markt een kracht is die als wijze regulator kan optreden, is diep verankerd.'
  Het idee dat de overheid log is en de markt perfect, is er gedurende lange tijd in gestampt. 'Dat beeld werkte als een wals en slopershamer tegelijk. Het heeft het geloof in de overheid én gemeenschappen ernstige schade berokkend.' Op mijn vraag waarom we dit zo lang over ons heen laten spoelen: 'Ik vermoed een zekere vorm van luiheid. We hebben ons laten overdonderen door de beloofde win-winresultaten. Toen die uitbleven was de schade al aangericht. Het vereist een brede bewustwording om de slinger terug te draaien.' Hoe hebben we een situatie laten ontstaan waar we nu zo veel ongemak mee hebben, en welke keuzes van onszelf liggen hieraan ten grondslag?  (pagina 120-121)


Soundcloud: Ron Meyer in gesprek met Jan Terlouw (31 minuten)


Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 6 juni 2018

Christien Brinkgreve 4

Het raadsel van goed en kwaad : over wat mensen beweegt
Atlas Contact 2018, 200 pagina's - € 21,99

Wikipedia: Christien Brinkgreve (1949) en haar website.

Korte beschrijving
Dit is een prachtig boek. Anders dan de titel suggereert, gaat het niet over ethiek. Althans niet alleen en niet in de eerste plaats. Het gaat over de grote thema’s die het leven kenmerken: lijden, liefde, hoop en wanhoop, agressie, schoonheid, ouderschap, wilskracht, vitaliteit en nabijheid. Het is een persoonlijk boek, geschreven in de ik-vorm, maar tegelijkertijd een gedisciplineerd boek, geschreven door een gerenommeerde wetenschapsvrouw, sociologe, met veel aandacht voor filosofie, psychologie/psychoanalyse, literatuur, politiek en kunst. Het algemene en abstracte worden in dit boek persoonlijk en concreet – en andersom. Het is een bemoedigend boek over de grote wereld van internationale conflicten en de kleine wereld van familie en vrienden. Over hoe vitaliteit en levenswil kunnen standhouden temidden van lijden en onrecht. Het is ook een persoonlijk boek, dat steeds het anekdotische overstijgt. Kortom, het is een compositie die zowel de auteur als haar tijd en wereld spiegelt. Niet gemakkelijk om te lezen, wel verrijkend.

Korte beschrijving op website uitgever
Christien Brinkgreve is hoogleraar Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Naast haar universitaire werk heeft ze altijd geschreven voor een breder publiek. Ze legt verbindingen tussen verschillende vakgebieden en weet complexe onderwerpen toegankelijk te maken.
Ze schrijft over gevoel, gedrag en moraal, bekijkt deze in de context van de tijd en onderzoekt welke, vaak verborgen, eisen aan mensen worden gesteld. Ze maakt zich sterk voor een herwaardering van het verhaal van mensen dat in het huidige regime van maat en getal verloren dreigt te gaan. Hierdoor verdwijnt veel uit zicht wat van waarde is: variatie en gelaagdheid, lastige gevoelens over zichzelf en anderen en hoe sociale veranderingen doorwerken in houdingen en verhoudingen. Door te luisteren naar verhalen komt er niet alleen een scherper oog voor de last van het bestaan, maar ook voor bronnen van geluk en vermogen.

Christien Brinkgreve schreef talrijke boeken en artikelen in wetenschappelijke en literaire tijdschriften. Ze is gastdocent aan verschillende universiteiten, houdt lezingen en geeft cursussen over de eisen van de tijd, spanningen en symptomen, het belang van het verhaal en hoe de sociale context doorwerkt in gedrag, gevoel en moraal. Onlangs vormde ze een netwerk van mensen uit verschillende vakgebieden, Babel, dat vanuit een groeiend verzet tegen de huidige meetcultuur alternatieven probeert te ontwikkelen. Het boek hierover, Weten vraagt meer dan meten, verscheen in januari 2017 en vormt een basis voor lezingen en cursussen.

Fragment uit 20
Verhalen gaan vastzitten, en sluiten de geest voor de dingen die niet passen. Eenmaal gevormd beïnvloeden ze hoe er gekeken wordt, wat opgemerkt wordt en wat genegeerd, wat bijval oogst en wat weggedrukt als niet passend in de manier van denken of in de regels van het systeem. dat geldt  ook voor verhalen over goed en kwaad, waar en bij wie dit geplaatst wordt en wat als oorzaak wordt gezien. Na enig ordeningswerk valt op dat er naast elkaar verschillende perspectieven bestaan die een eigen leven leiden, een eigen logica hebben, maar zelden op elkaar betrokken worden, alsof het aparte werelden betreft. Er is een sterk individueel gericht perspectief: het kwaad wordt in het gebrekkig functionerend geweten gelegd of gezien als stoornis in de hersenen. De context doet niet mee, blik en behandeling zijn gericht op het individu. Gevoelens van malaise na bijvoorbeeld verlies van werk en dierbaren of na ervaringen van buitensluiting en vernedering worden al gauw gedefinieerd als depressie, als ziekte, en niet bezien binnen de context van verlies van plaats en betekenis.
  Daarnaast is er een aan populariteit winnend verhaal dat juist denkt in termen van groepen: groepen die kwaad doen (anderen) en groepen die kwaad wordt aangedaan (de eigen groep). Onbehagen over misstanden wordt omgezet in woede - een vitaler gevoel dan depressie, maar destructiever in zijn uitwerking. Het kwaad wordt bij anderen gelegd, de elite, de moslims, de Joden, de vrouwen, de mannen. Wanneer eenmaal de noemer is bepaald, ontwikkelen zich al gauw virulente verhalen over goed en kwaad, schuld en onschuld die als een magneet kunnen werken op de sortering van vaag onbehagen in vastzittende en vastzettende beelden. En die mensen ontslaat van de blik op zichzelf, op de eigen angsten en verlangens, en op projecties op anderen om zelf buiten schot te blijven. (pagina 103-104)

Lees ook van Christien Brinkgreve: Vertel : over de kracht van verhalen (2014), De ogen van de ander : sociale bronnen van zelfkennis 92009), Het verlangen naar gezag : over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast (2012) en Weten vraagt meer dan weten : hoe het denken verdwijnt in het regime van maat en getal (2017)

Terug naar Overzicht alle titels


Thomas Vaessens

De Daf van mijn vader
Atlas Contact 2018, 270 pagina's - € 19,99

Wikipedia: Thomas Vaessens (1967)

Korte beschrijving
Zestig jaar geleden introduceerde Van Doorne’s Automobielfabriek haar eerste personenauto: de DAF 600. Het moest de tegenhanger worden van de Duitse Kever, Franse 2CV en Britse Mini, oftewel een model dat autorijden voor de gewone man bereikbaar zou maken. Het liep echter anders. De automatische versnellingsbak, die door zijn gebruiksgemak de drempel voor aspirant-automobilisten nog lager moest maken, bezorgde de auto een oubollig imago en nog geen twintig jaar later eindigde de productie al. Aan de hand van dit Dafje schetst de auteur een maatschappijbeeld van die periode. Zoals de rol die DAF speelde om het achtergebleven Oost-Brabant op te stuwen in de vaart der volkeren. Of de mislukte poging van DAF om de vrouw achter het stuur te krijgen. Ook export naar de Verenigde Staten draaide op niets uit, al wist de marketingafdeling lang het tegendeel vol te houden. En door de achteruitrijraces van de TROS gingen veel Dafjes verloren, die nu wellicht als oldtimer vertroeteld waren. Vaessens weet het allemaal smakelijk te vertellen en voor veel lezers zal het dan ook een feest van herkenning zijn. Met zwart-witfoto's, een bronnenverantwoording en een literatuurlijst.

Fragment uit (de) Inleiding - De vloek van de truttenschudder
Op een zonnige dag in 1967 ziet fotograaf Ed van der Elsken drie jonge vrouwen de Beethovenstraat in Amsterdam oversteken. Hij aarzelt niet en maakt de foto die mede het beeld van de mythische jaren 1960 zal gaan bepalen: 'Beethovenstraat 1967'. De foto ademt de geest van de sixties in 'magies sentrum' Amsterdam. Drie onafhankelijke, zelfbewuste jonge vrouwen in de Summer of Love. Minirokken en hakken, lachend naar de camera. 'het ballet van Ed', zo noemde collega-fotograaf Eddy Posthuma de Boer deze foto, want 'hoe krijg je drie meiden zo in de pas'...
  De vrouwen verpersoonlijken in Van der Elskens choreografie de jaren zestig, en de decorstukken dragen daaraan bij. Op de achtergrond, langs de stoeprand, zien we hoe het 'blik' bezit heeft genomen van de stedelijke ruimte - een heikel punt in het Amsterdam van provo, de romantische rebellenclub die, terwijl de stad dichtslibde met verkeer, pleite voor de Witte Fiets in plaats van 'de ruimterovende auto', die lelijke, vervuilende en gevaarlijke fetisj van het autofiele 'klootjesvolk'.  En inderdaad: de dicht tegen elkaar aan geparkeerde auto's ontsieren niet alleen het straatbeeld, maar eigenlijk ook Van der Elskens foto.
  Toch doet het blik op de achtergrond géén afbreuk aan decompositie. Hoe fraai is het immers niet dat de drie iconische vrouwen in het decor gespiegeld worden door drie andere symbolen van de jaren zestig: de Kever, de 2CV en de Daf? Drie compacte, betaalbare auto's die automobiliteit bereikbaar maakten voor de gewone man/vrouw en dus, samen met de welvaartsstijging, bijdroegen aan de massamotorisering die de leefwereld ingrijpend aan het veranderen was. Ze symboliseerden het gedemocratiseerde ideaal van de individuele bewegings- en keuzevrijheid, dat tot de kern van het nieuwe zelfbewustzijn behoorde. Een auto voor iedereen.

Lees vooral ook: Gouden jaren : hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd van Annegreet van Bergen (uit 2014)

Terug naar Overzicht alle titels