maandag 25 maart 2019

Addie Schulte

De strijd om de toekomst : over doemscenario's en vooruitgang
Cossee 2019, 272 pagina's - € 22,99

Website Addie Schulte (1965) en Follow the Money.

Korte beschrijving
Dit boek beschrijft hoe feiten en meningen over de vooruitgang van de maatschappij botsen met feiten en meningen over de eindigheid van de Aarde waarop de mens roofbouw pleegt. Daarbij staan de belangrijkste neergangstheorieën in de domeinen van cultuur, economie, ecologie en technologie centraal. Neergangsideeën zijn vaak gebaseerd op angst, die weer leidt tot spanningen en frictie. Is die angst terecht? De auteur gebruikt veel actuele voorbeelden om zijn betoog te verlevendigen (energie, klimaat, migratie, robotisering). Met als intrigerende vertrekstelling: 'Nederland verdwijnt'. In het slothoofdstuk worden ook de positieve kanten van een onzekere toekomst behandeld. De auteur brengt zo veel materiaal over toekomstdenken bij elkaar. Niet altijd even gemakkelijk, maar wel relevant. Hij eindigt toch positief: 'We kunnen niet zonder gevreesde toekomst'. Hij gebruikt daarbij vaak 'wij' waar hij mogelijk 'ik' (zichzelf dan) bedoelt? Doorlezers kunnen terecht bij de selectieve literatuurlijst en de eindnoten.

Tekst op website uitgever
Ondermijnen populisten de democratische wereldorde? En staat onze westerse beschaving werkelijk op het spel? Dagelijks staan de kranten en sociale media vol met
doemscenario’s over onze toekomst – we lijken er steeds meer van overtuigd dat de toekomst ons geen betere wereld brengt.

In De strijd om de toekomst onderzoekt Addie Schulte neergangstheorieën over actuele kwesties als migratie, neoliberalisme, robotisering en klimaatverandering. Niet om het waarheidsgehalte of de waarschijnlijkheid van deze doemscenario’s vast te stellen, maar om te onderzoeken hoe deze denkbeelden zich de afgelopen decennia hebben ontwikkeld en welke invloed zij hebben op het beeld van onszelf en van de wereld. Hij bespreekt een
scala aan vooraanstaande en opkomende denkers over het hele politieke spectrum, zoals Paul Scheffer en Frits Bolkestein, Naomi Klein en Michael Ignatieff, Steven Pinker en Rutger Bregman.

Wat zeggen de angsten voor de migrant, of voor de Apocalyps, eigenlijk over onszelf?
Addie Schulte geeft kritische instrumenten om de ideeënstrijd over de toekomst te ontleden. Hij laat zien dat neergangstheorieën onderdeel zijn van het politieke debat:
ze kunnen worden gebruikt om ons voor het karretje van elk mogelijke ideologie te spannen, omdat ze ons ook een betere wereld beloven. Maar wie echt op een andere
manier naar onze toekomst wil kijken, zal daarin ruimte moeten laten voor twijfel en onzekerheid.

Fragment uit 3. De bruikbare catastrofe
ERKEN DE ONZEKERHEID
De aanstaande ondergang van de menselijke soort of een stralende toekomst met een nieuwe mens. Wie over klimaatverandering gaat denken, komt terecht bij ingrijpende veranderingen, een keuze tussen een wereldwijde catastrofe of een utopie. Wie denkt dat die keuzes wat te rigide zijn, moet de onzekerheden in het verhaal over klimaatverandering onderkennen. Die onzekerheden slaan niet zozeer op de kwestie of menselijk handelen de belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde is, maar vooral op de uiteindelijke effecten en remedies.
  Een manier om met deze onzekerheden om te gaan is het voorzorgsprincipe. Omdat we niet alles zeker weten, kunnen we beter het zekere voor het onzekere nemen en nu maatregelen treffen. Juist omdat er onzekerheid is, moet er worden gehandeld om die onzekerheden te verminderen. Of dat werkt is overigens onzeker, omdat onduidelijk is of voorzorgsmaatregelen voldoende zijn om het gevreesde effect teniet te doen.
  Mede vanwege die blijvende onzekerheid is het verleidelijk om klimaatverandering tot een morele kwestie te maken. Maar dan nog is het niet zo simpel om conclusies te trekken. In een ontwikkeling die vele generaties bestrijkt, uit het verleden, in het heden en in de toekomst, is het niet eenvoudig om de morele aansprakelijkheid te verdelen. Wie moet de rechter zijn in een kwestie die zich over vele generaties uitstrekt? Het idee dat we door het overwinnen van de klimaatcrisis betere mensen worden, kan vals optimisme zijn.
  Meer besef voor de tragiek van klimaatverandering kan geen kwaad. De opwarming van de aarde is het gevolg van materiële vooruitgang: een vergroting van welvaart en vrijheid door de beschikbaarheid van meer energie, die het simpelst uit fossiele brandstoffen te winnen was. Steenkolen, olie en gas dreven de industriële en agrarische productie op, maakten mensen welvarender en de wereld kleiner. Het intensieve gebruik van 'fossiel' had onbedoelde gevolgen. Maar ook een duurzame economie, gebaseerd op hernieuwbare energie en de recycling van grondstoffen, kan onverwachte of misschien wel ongewenste gevolgen hebben. Sommige activiteiten en producten zullen duurder worden, wat tot beperkingen kan leiden. Iemand zal daarvoor moeten betalen, en dat is een heikel punt in onderhandelingen over klimaatregelingen. De oplossingen voor de klimaatcrisis, als die al haalbaar zijn, leiden niet per definitie tot een win-winsituatie.
  Hoe het verder zal gaan met de klimaatverandering is onbekend. Gaan de aangekondigde rampen zich voltrekken, maken we die nu al mee of blijven die op het laatste nippertje uit dankzij menselijk ingrijpen Hoe dan ook, het verhaal van de eindige aarde en de verwoestende invloed van de mens zal in oude of nieuwe vormen blijven bestaan. De groei van de wereldbevolking, de ontbossing in de tropen, het uitsterven van planten en dieren; de ecologische neergangstheorie kan vele aangrijpingspunten vinden. We leven in het antropoceen, het tijdperk waarin de mens een ingrijpende, misschien wel catastrofale invloed uitoefent op de natuurlijke omgeving. (pagina 138-139)

Artikel: We hebben de verbeelde catastrofe nodig om ons tot nieuwe verhalen en nieuwe daden aan te zetten. (juli 2019)

Terug naar Overzicht alle titels


Geert Noels 2

Gigantisme : van too big to fail naar trager, kleiner en menselijker
Lannoo Spectrum 2019, 236 pagina's - € 24,99

Wikipedia: Geert Noels (1967)

Korte beschrijving
Tien jaar na zijn bestseller 'Econoshock' (2008)* maakt de Belgische econoom Geert Noels een geactualiseerde analyse van de wereldeconomie, met aandacht voor de ecologische, demografische, technologische en globaliserende aspecten. De wereld lijdt aan 'gigantisme': het streven naar voortdurende expansie, met als gevolg dat zowel overheid als bedrijven te groot zijn geworden. Slecht voor de concurrentie, de duurzaamheid en de mens zelf, vindt Noels. Hij bekritiseert deze ontwikkeling en pleit nadrukkelijk voor minder groei en meer kleinschaligheid. Daartoe stelt hij oplossingen voor die de economische spelregels bijstellen, zodat mens en milieu weer een plaats krijgen in de wereldeconomie. Uitvoering: hardcover, lay-out met gebruik van blauwe steunkleur; met grafieken en afbeeldingen. Een goed boek van een scherpe analyticus; zowel interessant als controversieel. Het kreeg in België veel aandacht en is ook hier goed voor een redelijke lezerskring.

Tekst op website uitgever
Geert Noels maakt een verrassende diagnose van onze ontspoorde economie en stelt remedies voor
Waarom stijgt het aantal obesitasgevallen als er ergens een nieuwe hypermarkt opengaat? Waarom strijken de grootste bedrijven alle winsten op? Waarom raken voetbalclubs uit België en Nederland nauwelijks verder dan de voorrondes van de Champions League?
Tien jaar na het begin van de financiële crisis en tien jaar na zijn bestseller Econoshock maakt Geert Noels een nieuwe, gedurfde analyse van de wereldeconomie. Onze wereld lijdt aan gigantisme. Bedrijven en organisaties worden steeds groter en machtiger. Dat fenomeen doodt gezonde concurrentie, leidt niet tot duurzame groei en brengt de mens in verdrukking, met welvaartsziektes als burn-out of obesitas tot gevolg.
In Gigantisme stelt Geert Noels ook tien oplossingen voor die de economische spelregels bijstellen, de giganten temmen en de mens en het milieu weer een plaats geven in de wereldeconomie. De toekomst zal kleiner, trager en menselijker zijn.

Fragment uit hoofdstuk 5. Van groeiobsessie naar duurzame groei
De huidige economische groei is niet alleen te vervuilend, hij is evenmin neutraal tussen de generaties. De huidige generatie probeert zoveel mogelijk economische groei te realiseren zonder aan de gevolgen voor morgen te denken. Pollutie is daarvan een voorbeeld. Maar hetzelfde geldt - en ook dat heb ik al meermaals aangehaald - voor de groei van de schulden. Uiteindelijk zijn schulden een manier om vandaag iets te kopen wat je normaal pas over een aantal jaren zou kunnen kopen. Schulden vervroegen met andere woorden de economische groei. Als het om investeringen gaat - denk aan huizen, scholen, ICT of infrastructuur - zou je nog kunnen argumenteren dat dat positief is. Maar soms is zelfs dat niet correct: zodra er overcapaciteit wordt gecreëerd, zullen te veel investeringen de situatie alleen maar verergeren.
  Neem bijvoorbeeld auto's of consumptiegoederen: als er overcapaciteit is en de overheid nog meer investeringen aanmoedigt door het maken van schulden aantrekkelijk te maken - dan vererger je alleen maar het probleem. Overheden die gebukt gaan onder groeiproblemen willen zogenaamde keynesiaanse maatregelen nemen en met schulden allerlei nutteloze grote infrastructuurwerken aanvatten. Die zijn niet alleen economisch niet productief, maar vormen ook een aanslag op de natuur of de mens. Keynesiaanse witte olifanten stimuleren nog meer gigantisme. (pagina 146)

Fragment uit recensie
Maar is dit wel zo? Noels erkent in zijn boek de kracht van schaalvoordeel, maar vindt dat gigantisme zelf een ziekte. 'In de drang naar efficiëntie zijn we de mens en zijn gemeenschap uit het oog verloren', schrijft hij. Een voorbeeld daarvan is dat een grote bibliotheek in een stad veel goedkoper en efficiënter kan werken dan een kleine bibliotheek in een dorp, maar ook die heeft een sociale functie.
  En zo barst het boek van de voorbeelden van goedbedoelde efficiëntie die onbedoelde bijwerkingen heeft. Sommige daarvan liggen voor de hand, zoals dat minder concurrentie leidt tot lagere lonen. Anderen lijken dan weer wat vergezocht, zoals dat gigantisme ook leidt tot obesitas, burn-outs en pesten op school.
  Noels constateert dat de trend ook al een beetje aan het keren is. Zo kozen de Britten mede voor de brexit door het gigantisme van de Europese bureaucratie. Hoe pijnlijk dat afscheid ook is, sommige mensen zijn kennelijk bereid de prijs te betalen voor meer eigenheid en autonomie. De bottomline is: het kapitalisme is in een crisis, we moeten terug naar de oorsprong ervan. Decentralisatie is volgens Noels de weg voorwaarts. Dat de groei daardoor zal vertragen moeten we op de koop toe nemen. De welzijnswinst die we ermee kunnen bereiken maakt het welvaartsverlies de moeite waard. (Gigantisme is een ziekte - FD, zaterdag 23 maart 2019)
Lees ook: Econoshock : hoe zes economische schokken uw leven fundamenteel zullen veranderen (uit 2008)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 20 maart 2019

Paul Shapiro

Nooit meer slachten: hoe kweekvlees ons bord en de wereld zal veranderen
Balans 2019, 285 pagina's € 21,99

Oorspronkelijke titel: Clean Meat: How Growing Meat Without Animals Will Revolutionize Dinner and the World (2018)

Wikipedia: Paul Shapiro (1979)

Korte beschrijving
De laatste tijd realiseren steeds meer mensen zich dat de Aarde te klein is voor het steeds toenemende aantal bewoners en dat bovendien al deze mensen voldoende moeten eten. Vlees neemt daarbij een belangrijke plaats in. Velen zien de slachterijen en de bio-industrie als een steeds groter probleem. De schrijver van dit boek beschrijft de mogelijkheden om over te schakelen op de fabricage van kunstvlees. Nu wordt al steeds meer gewerkt met gist, algen en bacteriën en wordt met de fabricage van een goede smaakmethode een goed kunstproduct gemaakt. Het is ook mogelijk kunstvlees met een goede vleessmaak als een vervanger van een eiwitproduct te maken, zelfs van enkele dierlijke cellen. Men werkt niet alleen aan het maken van kunstvlees, maar ook aan producten voor medische doeleinden. Het boek geeft zeer duidelijke informatie over de vele mogelijkheden en ontwikkelingen en is te zien als een standaardwerk betreffende de actuele ontwikkelingen op dit gebied.

Tekst op website uitgever
De mens eet graag vlees. Dat is al duizenden jaren zo, maar door de groeiende wereldbevolking en de stijgende vraag naar vlees, eieren, zuivel en andere dierlijke producten legt dat een enorme druk op onze planeet, onze gezondheid en de dieren zelf. Ons eetpatroon lijkt niet langer houdbaar.

Maar wat als we toch vlees kunnen blijven eten? Echt vlees, gemaakt uit dierlijke cellen of zelfs enkele moleculen, zonder dat er dieren voor geslacht worden. Want van een cel van één enkele koe kunnen we een heel dorp voeden.

In Nooit meer slachten neemt Paul Shapiro ons mee in de race om dat schone, veiligere en meer duurzame vlees in de winkel en op ons bord te krijgen. Hij praatte met visionairen, ging kijken in onderzoekscentra en luisterde mee in de vergaderruimtes van de grote bedrijven. In dit baanbrekende boek beschrijft hij de zoektocht naar kweekvlees en het levendige debat over het onderwerp.

Kweekvlees is een revolutie die onze manier van eten voorgoed kan veranderen.

Fragment uit hoofdstuk 8. Een voorproefje van de toekomst
Het debat over de vraag of gedomesticeerde landbouwdieren niet beter af zouden zijn als ze niet bestonden, klinkt misschien wat academisch voor wie niet thuis is in dierenethiek en cellulaire landbouw. Bijna niemand laat zich tijdens het boodschappen doen immers leiden door de vraag hoe hij de som van alle geluk op aarde kan maximaliseren, of hoe hij de hoeveelheid lijden het meest kan verlagen. Of we het nu leuk vinden of niet, ethiek bungelt onder aan de lijst van criteria die ons consumentengedrag sturen, vooral wanneer het op voeding aankomt.
  Het ene na het andere onderzoek toont daarentegen aan dat er maar drie factoren zijn die een grote rol spelen wanneer we etenswaren kopen: de prijs, de smaak en het gemak. Pleitbezorgers van duurzame voeding zouden wel willen dat minder banale factoren als ethiek, het milieu of onze gezondheid kunnen concurreren met deze heilige drievuldigheid, maar helaas.
  Opmerkelijk genoeg blijkt dat de de gedaalde vleesconsumptie in de VS tussen 2008 en 2014 misschien wel ten onrechte hebben toegeschreven aan de extra media-aandacht voor duurzaamheid. Een analyse van de Rabobank, die focust op voeding en landbouw, wees uit dat de Amerikaanse vleesconsumptie in 2015 met 5 procent gestegen was, een enorme piek, vooral omdat de consumptie in de periode daarvoor elk jaar was gedaald. Hoe komt het dat de kansen van de veehouderij zijn gekeerd? 'De consument reageert op de dalende prijzen', beweert de hoofdauteur van het onderzoek.
  Als we wachten tot we meer verlichte ideeën koesteren over dieren of het milieu voordat we iets doen aan ons voedingspatroon, zal er niet snel iets veranderen. Het zou zomaar kunnen we ons pas zorgen beginnen te maken over het welzijn van dieren op het moment dat we voor onze eigen behoeften niet meer afhankelijk zijn van dieren. Zo werd het veel makkelijke om ons druk te maken over het welzijn van walvissen toen kerosine in de negentiende eeuw de walvisolie verving als belangrijkste brandstof voor onze verlichting. En toen de auto was uitgevonden, hadden we ineens een veel sentimentelere kijk op paarden.
  Dit fenomeen doet denken aan de woorden van de geëngageerde onderzoeksjournalist Upton Sinclair, auteur van De wildernis, een gefictionaliseerde uiteenzetting over vleesverwerkende bedrijven: 'Het is moeilijk om iemand iets te laten inzien als hij ervoor betaald wordt om het niet in te zien'. Wij worden natuurlijk niet betaald om dieren uit te buiten voor onze voeding (de meesten van ons niet, tenminste), maar de psychologie hierachter zit diep in ons gebakken. De meeste Amerikanen eten meerdere keren per dag vlees en doen dat al hun hele leven. Vlees eten is diep geworteld in hun cultuur en tradities, zoals dat voor de meeste mensen het geval is. De gedachte alleen al aan vegetariër of zelfs maar flexitariër, schrikt veel consumenten af.  (pagina 267-268)

Interview: Paul Shapiro snapt niks van de Nederlandse weerzin tegen kweekvlees (maart 2019)

What Will Future Generations Think of Our Treatment of Animals? | Paul Shapiro | TEDxMidAtlantic



Lees ook: Waarom zou ik mijn vrienden niet opeet : pleidooi voor dier, mens en aarde van Matthieu Ricard (uit 2015), De vrolijke veganist : ethiek in een veranderende wereld van Floris van den Berg (2013), Fatsoenlijk eten : mijn leven als proefkonijn van Karen Duve (2012), Ooit aten we dieren van Roanne van Voorst (2019), Hamburgers in het paradijs : voedsel in tijden van schaarste en overvloed van Lousie Fresco (2012), Dieren eten van Jonathan Safran Foer (2009) of  De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren van Eva Meijer (2017).

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 19 maart 2019

René ten Bos 3

Extinctie
Boom 2019, 255 pagina's € 22, 50

Wikipedia: René ten Bos (1959)

Korte beschrijving
Filosofische bespiegelingen over het uitsterven van organismen, de mens niet uitgezonderd.. - René ten Bos neemt afscheid als Denker des Vaderlands met een knetterend essay over het begrip uitsterven. Het uitsterven van diersoorten gaat in een ongekend tempo en is een van de urgentste problemen van onze tijd. Toch is er weinig filosofische reflectie over. René ten Bos probeert deze omissie recht te zetten. Hij laat zien dat extinctie een subtiel ecologisch begrip is dat, net als alle andere begrippen in de ecologie, geen heldere contouren heeft. Extinctie gaat niet zozeer om het verdwijnen van het laatste exemplaar van een bepaalde soort, maar beschrijft veeleer een proces van uitdoven. Niet alleen het voortbestaan van planten en dieren staat op het spel, maar ook dat van onszelf. Het uitsterven van de mens heeft filosofen van alle tijden beziggehouden, maar volgens Ten Bos kunnen wij ons eigen uitdoven niet los zien van dat van andere soorten. 'Extinctie' is bedoeld voor mensen die niet willen wegkijken van onheil en catastrofe, voor mensen die openstaan voor een nieuwe manier van denken over ecologie. Het sluit naadloos aan bij de discussie over het antropoceen, waar Ten Bos zich nadrukkelijk in heeft gemengd. Dit boek gaat verder waar het alom geprezen 'Dwalen in het antropoceen' ophield.
 

Tekst op website uitgever
René ten Bos neemt afscheid als Denker des Vaderlands met een knetterend essay over het begrip ‘uitsterven’. Het uitsterven van diersoorten gaat in een ongekend tempo en is een van de urgentste problemen van onze tijd. Toch is er weinig filosofische reflectie over. In Extinctie probeert René ten Bos deze omissie recht te zetten: hij laat zien dat ‘extinctie’ een subtiel ecologisch begrip is dat, net als alle andere begrippen in de ecologie, geen heldere contouren heeft. Extinctie gaat niet zozeer om het verdwijnen van het laatste exemplaar van een bepaalde soort, maar beschrijft veeleer een proces van ‘uitdoven’. Niet alleen het voortbestaan van planten en dieren staat op het spel, maar ook dat van onszelf. Het uitsterven van de mens heeft filosofen van alle tijden beziggehouden, maar volgens Ten Bos kunnen wij ons eigen uitdoven niet los zien van dat van andere soorten. Extinctie is bedoeld voor mensen die niet willen wegkijken van onheil en catastrofe; voor mensen die openstaan voor een nieuwe manier van denken over ecologie. Extinctie sluit naadloos aan bij de discussie over het Antropoceen, waar Ten Bos zich nadrukkelijk in heeft gemengd. Het boek gaat verder waar het alom geprezen Dwalen in het Antropoceen ophield

Fragment uit 8. Pessimus
Teratologische demonen
Ik vertel de morbide geschiedenis van Chamfort omdat die in geuren en kleuren wordt naverteld door de New Yorkse filosoof Eugene Thacker. Hij is een van de grootste pessimisten onder de hedendaagse filosofen, die als geen ander over het ondenkbare van de menselijke extinctie heeft proberen na te denken. Chamfort wordt door Thacker omschreven als een van de 'beschermheiligen van het pessimisme', naast andere meer of minder bekende denkers zoals Pascal, Mainländer, Cioran, Joubert, Kierkegaard, Schopenhauer, Nietzsche en tal van anderen. Thacker definieert die beschermheiligen als mensen die 'waken over ons lijden', al voegt hij er meteen  aan toe dat ze te 'laconiek' of te 'nors' zijn om zich op een goede manier van die taak te kwijten.
  Anders dan bij Benatar kom je bij Thacker nooit het idee tegen dat pessimisme een consistente filosofische positie is. Er is geen pessimist die niet af en toe 'korte momenten van enthousiasme' kent. De bekendste van allemaal, Arthur Schopenhauer, hield van fluitspelen. Steeds weer maakt Thacker duidelijk dat het pessimisme filosofisch niet houdbaar is, dat het meer een aarzelend zweven is waar mensen normaal gesproken geen behoefte aan hebben, omdat ze geen tijd hebben voor lieden met een pesthumeur en een beroerde attitude.
  Pessimisme maakt zich in de ogen van verstandige mensen schuldig aan de onvergeeflijkste misdaad in het westerse denken: het beweert dat dingen misschien niet allemaal een goede reden hebben, dat de wereld geen helder doel heeft, dat het elk moment alle kanten op kan. Het erge is dat het dit allemaal ook nog eens beweert zonder de geringste pretentie van zekerheid. Deze hardnekkige onwil om zekerheidsgaranties te geven is het irritantste aan pessimisme. Het werpt steeds schaduwen op alom geprezen ideeën en doet dat niet eens vanuit een ferm standpunt. (pagina 167-168)

Lees ook: Water : een geofilosofische geschiedenis (uit 2014) Dwalen in het Antropoceen (2017) en Het volk in de grot (2018)

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 15 maart 2019

Hannah Arendt 2

Totalitarisme, gevolgd door Het verval van de nationale staat en het einde van de rechten van de mens
Boom 2014, 440 pagina's -  € 15,00

Oorspronkelijke titel: Totalitarism (1979) en The decline of the nation-state and the end of the rights of men

Wikipedia: Hannah Arendt (1906-1975)

Korte beschrijving
In dit boek – een vertaalde heruitgave van de kern (deels in samenvatting) van het oorspronkelijke driedelige werk uit 1951– geeft de joodse politiek-filosofe Hannah Arendt (1906-1975) een scherpe analyse van de oorsprong van terreur. Het betreft hier feitelijk de eerste grote studie na de Tweede Wereldoorlog waarin oorsprong en dynamiek van totalitaire systemen (en dan met name de twintigste-eeuwse totalitaire regimes) centraal staan. Hoewel de auteur specifiek de opkomst van nazi-Duitsland en het sovjet-stalinisme als manifestaties van het politieke kwaad beschrijft, blijkt het boek nog wonderbaarlijk actueel in onze tijd. Het kloeke werk telt vier hoofdstukken plus een verklarende inleiding van de vertalers en de oorspronkelijke voorwoorden van de auteur zelf, alsmede een appendix, literatuuroverzicht, bibliografie, glossarium en register. Het boek is grondig gedocumenteerd; na elk hoofdstuk volgen uitgebreide noten. Uitvoering: sober, doorsnee typografie, geen illustraties. Er mag jammer genoeg geen grote lezerskring worden verwacht voor dit uitstekende, maar niet gemakkelijke boek.

Fragment uit Een klassenloze samenleving
De aantrekkingskracht die het kwaad en de misdaad op de mentaliteit van het gepeupel uitoefent, is niets nieuws. Het is altijd zo geweest dat het gepeupel gewelddaden begroet 'met de bewonderende opmerking: het mag dan wel gemeen zijn, maar het is erg slim'.  Verontrustend in het succes van het totalitarisme is veeleer de ware onzelfzuchtigheid van zijn aanhangers: men kan nog begrijpen dat een nazi of een bolsjewist niet geschokt wordt in zijn overtuiging door misdaden tegen mensen die niet tot de beweging behoren of er zelfs vijandig tegenover staan; maar het verbijsterende is dat hij waarschijnlijk ook niet gaat twijfelen als het monster zijn eigen kinderen begint te verslinden, en ook niet als hijzelf het slachtoffer wordt van vervolging, als hij valselijk beschuldigd wordt en veroordeeld, als hij weggezuiverd wordt uit de partij en naar een kamp voor dwangarbeid of een concentratiekamp wordt gestuurd. Integendeel, tot de verbazing van de hele beschaafde wereld is hij wellicht zelfs bereid om mee te werken aan zijn eigen vervolging en om zijn eigen doodvonnis te verzinnen, op voorwaarde dat niet geraakt wordt aan zijn status als lid van de beweging. Het zou naïef zijn in deze halsstarrigheid van de overtuiging, die sterker is dan alle feitelijke ervaringen en die elk onmiddellijk eigenbelang opheft, alleen maar de uitdrukking te zien van een fervent idealisme. Idealisme, hoe dwaas of heroïsch ook, ontspringt altijd aan een of andere individuele beslissing en overtuiging, en onderwerpt zich aan ervaringen en argumenten. In tegenstelling tot alle vormen van idealisme, stort het fanatisme van de totalitaire beweging in op het ogenblik dat die haar fanatieke volgelingen in de steek laat en in haar volgelingen de laatste rest van een overtuiging die de ondergang van de beweging zelf zou kunnen overleven, doodt. Maar binnen dit organisatorische kader van de beweging, en zolang dit kader hem stevig bij elkaar houdt, zijn de fanatieke leden overgevoelig zowel voor ervaring als voor  argumenten; de identificatie met de beweging en het totale conformisme lijken het echte vermogen tot ervaring vernietigd te hebben, ook als het om zo extreme ervaringen gata als foltering of vrees voor de dood. (pagina 71-72)

Lees ook: De vrijheid om vrij te zijn (2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Julian Baggini 2

Herwonnen vrijheid : de mogelijkheid van een vrije wil
Nieuw Amsterdam 2015, 270 pagina's

Oorspronkelijke titel: Freedom regained : the possibility of free will (2015)

Wikipedia: Julian Baggini (1968)

Korte beschrijving
'Een goed begrip van wat de vrije wil inhoudt, is de eerste noodzakelijke stap om zo vrij mogelijk te kunnen zijn', schrijft de Britse filosoof Julian Baggini, om te vervolgen: 'Helaas moeten we die zetten in een doolhof van misvattingen, dat de laatste jaren alleen maar onoverzichtelijker is geworden' (pagina 240). Het opruimen van die misvattingen is het doel van dit uitstekende boek, dat bij de beste boeken over de vrije wil van de afgelopen jaren behoort. De auteur laat zien dat met name de aanname dat een vrije wil ook absoluut vrij moet zijn onjuist is. Aan de hand van voorbeelden van kunstenaars, dissidenten, psychopaten en verslaafden en in gesprek met talloze filosofen van naam en faam laat hij zien dat vrijheid en verantwoordelijkheid prima samengaan met onbewust en automatisch gedrag. Zuivere, onvoorwaardelijke keuzevrijheid is een illusie, maar dat impliceert nog niet dat de vrije wil dat ook is. Ook laat hij zien hoe de discussie uiterst relevant is voor bijvoorbeeld de rechtspraak. Uitstekend vertaald, met notenapparaat en index, maar wel voor de filosofische doorzetter. Nuchter en verhelderend, een tegengif tegen ideeën van bijvoorbeeld Dick Swaab.

Fragment uit (de) Inleiding
De laatste jaren zijn deze en vergelijkbare opvattingen steeds meer gemeengoed geworden. De ontkenners van de vrije wil hebben de wind in de zeilen dankzij de neurowetenschap. Onze handelingen komen blijkbaar niet voort uit bewuste gedachtes, verlangens en intenties, maar uit onbewuste processen in onze hersenen, die veel van onze handelingen al in actie omzetten voordat we ons ook maar van iets bewust zijn. Neurowetenschapper Sam Harris, een van de fanatiekste recente ontkenners van het bestaan van de vrije wil, vat het als volgt samen: 'De populaire opvatting van de vrije wil is gebaseerd op twee aannames: (1) iedereen had in het verleden anders kunnen handelen dan we gedaan hebben; en (2) we zijn de bewuste bron van het merendeel van onze gedachtes en handelingen.' Aangezien beide aannames de wetenschappelijek toets der kritiek niet kunnen doorstaan, lijkt het over uit voor de vrije wil. In elk geval voor de 'populaire opvatting' daarvan.
  De bewering dat de vrije wil een illusie is, klinkt inmiddels zo vaak dat ze regelmatig gepaard gaat met een veelbetekenend 'vanzelfsprekend'.  Voorstanders van deze visie geven toe dat de illusie van de vrije wil zo krachtig is dat de ontkenning ervan geen of nauwelijks verschil maakt voor ons dagelijks handelen. Iedereen heeft het gevoel over een vrije wil te beschikken, zeggen ze, ook al komt hij of zij na enig denken tot de conclusie die niet te hebben. Maar deze nieuwe  opvatting heeft wel gevolgen. Het belangrijkste gevolg is dat daarmee vraagtekens worden geplaatst bij onze ideeën over persoonlijke verantwoordleijkheid. Als we het standpunt huldigen dat al onze handelingen een oorzaak hebben waarop we geen invloed kunnen uitoefenen, dan kunnen we mensen niet langer met goed fatsoen moreel verantwoordelijk houdne voor hun daden. Als niet van een vrije wil kan worden gesproken, lijkt dat met zich mee te brengen dat ook geen sprake meer kan zijn van schuld en persoonlijke verantwoordelijkheid, ofwel van de fundamenten van de wet en de moraliteit. In geval van moord bijvoorbeeld wordt ter verdediging van de dader vrijwel altijd anagevoerd dat hij ten prooi is gevallen aan krachten waarover hij geen controle kan uitoefenen. Nadat James Huberty in 1984 in San Diego eenentwintig mensen had doodgeschoten, werd beweerd dat zijn gewelddaad het gevolg was van mononatriumglutamaten in het fastfood van McDonald's en van de lood- en cadmiumdampen die hij had ingeademd tijdens zijn werk als lasser.
  Maar is het echt over en uit voor de vrije wil? Ik en met mij andere grotere geesten denken van niet. Niettemin klopt het dat de algemene opvatting van de vrije wil niet meer voldoet.Die berust op de naïeve en simplistische aanname dat we onze biologie en geschiedenis kunnen negeren en in onbeperkte vrijheid alle keuzes kunnen maken die we willen. De twijfels rond de vrije wil verdwijnen niet door die helemaal te ontkennen, maar door beter na te denken over wat het werkelijk betekent om vrij te zijn in plaats van daarover gewoon maar iets aan te nemen. (pagina 10-12)


Lees ook: Deugden van de tafel : een filosofie van het eten (2014) van Julian Baggini,
én Wij zijn ons brein : van baarmoeder tot Alzheimer van Dick Swaab (uit 2010) of Hoe vrij zijn wij? de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst van Raoul Martinez (uit 2017).

Terug naar Overzicht alle titels

Peter Bieri 3

Het handwerk van de vrijheid : over de ontdekking van de eigen wil
Wereldbibliotheek 2006, 415 pagina's -  € 29,95

Oorspronkelijke titel: Das Handwerk der Freiheit (2001)

Wikipedia: Peter Bieri (1944)

Korte beschrijving
Lees ook: Is er een absolute vrijheid van de wil of heeft de mens nauwelijks of geen speelruimte? Om die tegenstelling tussen wilsvrijheid en determinisme draait deze studie van de Berlijnse (1944 in Zwitserland geboren) filosoof. Het boek is alleen al een verademing doordat Bieri zelf hardop denkt in plaats van eerst op te lepelen wat er sinds de oudheid over het onderwerp geschreven is. Bieri besteedt de nodige ruimte aan het doornemen van alle voors en tegens, en als analytisch filosoof besteedt hij veel aandacht aan het denken over vrijheid en de bijbehorende redeneringen. Maar de centrale vraag blijft: wat is er voor nodig om de 'auteur' van het eigen leven te zijn? Is kiezen misschien zelfs een vaardigheid die men kan verwerven? Met het begrip 'voorwaardelijke vrijheid' komt Bieri een eind. Hij vertelt soepel en in plaats van geleerde verwijzingen kiest hij voorbeelden uit de literatuur. Onder de naam Pascal Mercier schreef Bieri een grote roman over hetzelfde thema: 'Nachttrein naar Lissabon'

Fragment uit 11. Facetten van zelfbeschikking
Eigenzinnigheid
Vrij zijn betekent eigenzinnig zijn. Het betekent dat je kunt onderscheiden tussen een wil die je door anderen is ingeprent en een wil waarin je eigen individualiteit en unieke karakter tot uitdrukking komen. Het zou hinderlijk zijn - hinderlijk voor ons vrijheidsgevoel - iemand tegen te komen die tot in de laatste vertakkingen dezelfde wil zou hebben als wij. Dat we dit hinderlijk zouden vinden, ligt ook wel aan het feit dat dubbelgangers hoe dan ook irritant zijn. We zijn niet graag iemands pendant. Maar een verdubbeling van onze wil zou extra onrustbarend zijn, omdat zoiets de vraag zou opwerpen of datgene wat wij steeds voor onze allereigenste, echte wil hielden, uiteindelijk toch slechts een exemplaar is van een wil die, omdat hij gereproduceerd kan worden, de schematische algemeenheid van een cliché bezit.
  Je kunt op allerlei manieren eigenzinnig zijn: door wat je doet, door de wijze waarop je jezelf presenteert, door de bijzondere waardering die je aan dingen toekent. Maar er zijn twee varianten van eigenzinnigheid die extra veel met de vrije wil te maken hebben: de eigenzinnigheid van de fantasie en de eigenzinnigheid van het taalgebruik. Onze ervaringen zijn duizend keer talrijker dan uit onze biografie blijkt. Wie we zijn en hoe ons leven verloopt, heeft met deze verzwegen ervaringen minstens evenveel te maken als met onze daden. En de textuur van deze ervaringen wordt bepaald door de textuur van onze fantasieën, die alles wat we doen voortdurend parafraseren en aan onze daden een betekenis en dichtheid verlenen die alleen wijzelf kennen. Ook in deze producten van de fantasie komen vrijheid en onvrijheid tot uitdrukking. Ze kunnen ten prooi vallen aan het cliché en dus kitscherig zijn, en ze kunnen de uitdrukking zijn van ene eigenzinnigheid die er gene behoefte aan heeft zichzelf te bejubelen en daardoor haar echtheid op het spel te zetten. Wanneer de fantasie tot toegespitste uitdrukking van vrijheid wordt, gaat het om ene fantasie van eigen fabricaat en eigen stempel, die een rol speelt bij het proces van de toe-eigening van de wil.


Lees ook: Hoe willen wij leven? (2012) en Een manier van leven : over de vele vormen van menselijke waardigheid (uit 2015)

Terug naar Overzicht alle titels

Fernando Savater 3

De moed om te kiezen : een filosofie van de vrijheid
Bijleveld 2005, 175 pagina's - € 18,50

Oorspronkelijke titel: El valor de elegir (2003)

Wikipedia: Fernando Savater (1947)

Korte beschrijving
Savater (1947) is een Spaans filosoof die bekend is geworden door betrekkelijk lichtvoetige inleidingen tot filosofische onderwepen, soms geschreven voor zijn zoon. Dit boek is een wijsgerig-antropolgische uiteenzetting over de waarde van vrijheid voor de mens. Duidelijk zijn de banden met het existentialisme van Sartre en Ortega y Gasset. Er zijn twee delen: het eerste bevat een a-historisch onderzoek van het vrijheidsconcept, het tweede past de inzichten daarvan toe in de praktijk. De menselijke vrijheid is uniek en absoluut. Zijn natuur noch verstand kunnen vertellen hoe we moeten kiezen. Dit extreme idee van vrijheid voert direct tot ontologisch indeterminisme en waarden relativisme. Het boek is afgestemd op een ruim, niet per se filosofisch geschoold publiek. Het is goed leesbaar, maar de argumentatie is soms erg eenvoudig en daardoor ook eenzijdig. De nadelen van ongebreidelde vrijheid en individualiteit worden nergens besproken. Dat vervreemding het gevolg is van extreme vrijheid wordt niet vermeld. De problematiek van het fysisch determinisme blijft onbesproken.Vrijheid is een belangrijk concept, en Savaters versimpeling kan als inleiding dienstig zijn maar helpt ons niet echt het concept beter te begrijpen.
Vrijheid is een belangrijk concept, en Savaters versimpeling kan als inleiding dienstig zijn maar helpt ons niet echt het concept beter te begrijpen.

Fragment uit VI -  Vormen van vrijheid
Vrijheid in soorten en maten
De filosofen van de Middeleeuwen onderscheidden terecht twee soorten politieke vrijheid: vrijheid van dwang, die ons vrijwaart van de tirannie die ons verbiedt als gelijken deel te nemen aan het openbare bestuur, en vrijheid van behoeftigheid, die ons de lasten ontneemt van een gebrek aan bestaansmiddelen in een wereld die uitgaat van het principe 'je bent wat je hebt'. Ook in onze tijd betekent (economische of culturele) achterstelling nog al te vaak dat velen onontkoombaar worden onderworpen aan de 'democratische' tirannie van de weinigen, die door dezelfde middeleeuwers zo treffend werden omschreven als beati possidentes, de gelukkige bezitters.
  Vandaag de dag worden de verschillen tussen mensen die daadwerkelijk vrij zijn en mensen die alleen in naam vrij zijn in hoge mate bepaald door de toegang tot informatie. Om echt vrij te zijn, moet men meer 'weten' dan de mensen die niet vrij zijn, en moet men de 'communicatiemiddelen' beheersen die kunnen worden gebruikt voor de verbreiding van informatie. En maar al te vaak bestaat de informatie behalve uit waarachtige kennis ook uit door de al te aardse belangen bepaalde onwaarheden die als kennis worden vermomd...

Het bovenstaande laat zich recapituleren met de vaststelling dat vrijheid altijd hand in hand gaat met onvrijheid. Het ontluisterende maar niet ongegronde orodeel van Zygmunt Bauman over deze kwestie is: 'Voor daadwerkelijke vrijheid is het nodig dat sommige mensen niet vrij zijn. Vrij zijn betekent toestemming en het vermogen hebben om andere mensen onvrij te houden.'
  Deze observatie is gemakkelijk te begrijpen als we kijken naar de koloniale régimes van de negentiende eeuw, of naar de totalitaire staten van het fascisme en het communisme in de twintigste (waarvan sommige nog altijd bestaan). Maar het is moeilijker te erkennen dat ze ook opgaat voor onze tijd van het geglobaliseerde kapitalisme met de wereldomspannende multinationale ondernemingen. Toch is het onmiskenbaar dat de keuzevrijheid in het inrichten van je eigen leven meer en meer vervangen wordt door een keuzevrijheid die louter te maken heeft met het consumptieve aanbod.
  De politieke strijd van de eenentwintigste eeuw - en wei weet van hoeveel volgende eeuwen! - zal overigens ongetwijfeld nog steeds draaien om het vergroten van de daadwerkelijke vrijheid van diegenen die haar vooralsnog alleen maar in verminkte, ondergeschikte vorm kunnen genieten. Maar de fundamentele en verontrustende vraag, althans voor de politieke theorievorming, blijft daarbij niet eens zozeer of dit vrijheidsstreven op zekere dag volledig zal zegevieren, maar of we nog wel van  'vrijheid' zullen kunnen spreken in een samenleving die eindelijk vrij is van alle vormen van 'slavernij'.  (pagina 93-94)


Lees ook: Het goede leven : ethiek voor mensen van morgen (1996) of Ethiek nu! : een filosofie voor het moderne leven (2013)

Terug naar Overzicht alle titels

Erich Fromm

De angst voor vrijheid : de vlucht in autoritarisme, destructivisme, conformisme
Bijleveld 1999, 270 pagina's - € 19,50

Oorspronkelijke titel: Escape from freedom (1941)

Wikipedia: Erich Fromm (1900-1980)

Korte beschrijving
De actualiteit van 'De angst voor vrijheid' van de maatschappelijk filosoof Erich Fromm (1900-1980) was bij het verschijnen ervan in 1941 maar al te duidelijk: fascisme, nazisme en stalinisme hadden de westerse wereld in hun totalitaire greep. De ontwikkeling naar steeds meer vrijheid voor de mens was drastisch en bruut gestuit, en zeker niet alleen onder dwang. Er heerste immers ook een hang naar autoritairisme en conformisme. Anno nu oefenen deze, samen met populisme en fundamentalisme op velen nog steeds en opnieuw grote aantrekkingskracht uit. Fromm verkent in zijn verrassend helder geschreven, maatschappelijk-filosofische klassiek geworden werk deze menselijke paradox: drang naar en vlucht voor vrijheid. Een dus (helaas) wederom maar al te actuele uitgave.

Fragment uit VII - Vrijheid en democratie
Wij kunnen aan deze nieuwe orde de naam 'democratisch socialisme' geven, al doet de naam er weinig toe. Waarop het aankomt, is dat wij een rationeel economisch systeem opbouwen dat de doeleinden van het volk dient. Heden ten dage bezit de grote meerderheid van het gehele volk niet alleen geen enkele controle op de totaliteit van de economische machine, bovendien heeft ze weinig kans om in de arbeid die men verricht echt initiatief en spontaniteit te ontwikkelen. Men is 'werknemer' en er wordt niets meer verlangd dan dat men doet wat bevolen wordt. Alleen in een maatschappij, waarin de hele natie de economische en sociale krachten op rationele wijze onder controle weet te houden, kan het individu in de verantwoordelijkheid delen en zijn creativiteit bij zijn werk benutten.
  Waar het om gaat, is dat het individu de gelegenheid tot echt handelen terugkrijgt, dat de doeleinden van samenleving en individu niet slechts ideologisch maar ook in werkelijkheid samenvallen, en dat de mens de inspanning en zijn rede actief in de arbeid die hij verricht kan toepassen als iets waarvoor hij zich verantwoordelijk voelt omdat het een zin en een doel heeft in het licht van zijn menselijke bestemming. Wij dienen kortom de manipulatie van mensen te vervangen door een doeltreffende en intelligente samenwerking en door het beginsel van 'de regering van het volk, voor het volk' uit te breiden van alleen het formele politieke terrein tot dat van de economische structuur als geheel.
  De vraag in hoeverre een economisch en politiek systeem de zaak van de menselijke vrijheid bevordert, kan niet alleen in politieke en economische termen worden beantwoord. Hte enige criterium voor de verwerkelijking van vrijheid is of het individu wel of niet daadwerkelijk deelneemt aan het bepalen van zijn eigen leven en dat van de samenleving, en dat dit dan niet alleen door de formele daad van het stemmen, maar in zijn dagelijkse bezigheden, in zijn werk en in zijn verhoudingen tot anderen.
  Als de moderne politieke democratie zich beperkt tot het zuiver politieke gebied, dan kan zij de gevolgen van de economische onbeduidendheid van de gemiddelde mens onvoldoende tenietdoen. Maar ook uitsluitend economische opvattingen, zoals de socialisatie van productiemiddelen, zijn onvoldoende. Hierbij denk ik niet zozeer aan het bedrieglijk gebruik van het woord socialisme zoals die uit overwegingen van louter tactiek bij het nationaalsocialisme het geval was, maar aan de Sovjet-Unie, alwaar socialisme een volstrekt misleidend woord geworden is. Want hoewel hier de socialisatie van de productiemiddelen heeft plaatsgevonden, wordt de grote massa der bevolking in feite geheel en al gemanipuleerd en onderdrukt door een machtige bureaucratie; dit verhindert noodzakelijkerwijs de ontplooiing van vrijheid en individualisme, ook al zou theoretisch gesproken gezien het regeringstoezicht de economische belangen van de meerderheid der bevolking doeltreffend behartigen. (pagina 235-236)

Terug naar Overzicht alle titels


Isaiah Berlin

Twee opvattingen over vrijheid
Boom 2010, 116 pagina's - € 12,00
Oorspronkelijke uitgave 1958

Oorspronkelijke titel: Two concepts of freedom (eerder verschenen in Four essays on liberty, 1958)

Wikipedia: Isaiah Berlin (1909-1997)

Korte beschrijving
Baanbrekend en buitengewoon invloedrijk essay - oorspronkelijk in 1958 uitgesproken als oratie - over vrijheid. De in Rusland geboren Britse filosoof (1909-1997) onderscheidt negatieve vrijheid (de ruimte waarbinnen iemand niet door anderen gehinderd wordt) van positieve vrijheid (de mate waarin iemand zelfstandig zijn eigen leven vorm geeft) en hij maakt pijnlijk duidelijk hoe gemakkelijk het idee van positieve vrijheid kan leiden tot allerlei vormen van totalitaire terreur. Dit boek verdient een breed publiek; de opvatting van Berlin is niet onomstreden, maar heeft niets van haar actualiteit verloren. De vertaling is nauwgezet, de inleiding en de beredeneerde bibliografie plaatsen het werk informatief in zijn context. Pocketuitgave; kleine druk.

Fragment uit V - De tempel van Sararstro
We kunnen dit ook anders formuleren. Vrijheid is zelfbeheersing, vrijheid wil zeggen dat ik meester over mijzelf ben, dat ik obstakels die mijn wil dwarsbomen, uit de weg ruim, wat die obstakels ook mogen zijn: de weerstand van de natuur, van mijn ongebreidelde hartstochten, van irrationele instituties, van de tegenovergestelde wil of het tegengestelde gedrag van anderen. De natuur kan ik, althans in beginsel, altijd door technische middelen naar mijn wil kneden en vormen. Maar hoe moet ik weerbarstige menselijke wezens aanpakken? Ook hun moet  ik, als ik dat kan, mijn wil opleggen, volgens mijn patroon 'kneden', een rol toebedelen in mijn spel. Maar zal dit niet betekenen dat ik vrij ben, terwijl zij slaven zijn? Dat zou het geval zijn als mijn plan geen rekening zou houden met hun wensen en waarden, maar alleen met die van mijzelf. Maar als mijn plan volledig rationeel is, kunnen zij hun 'ware' natuur volledig ontplooien, hun vermogen rationele beslissingen te nemen verwezenlijken en 'het beste van zichzelf maken' - en dat is weer een onderdeel van de verwezenlijking van mijn eigen 'ware' zelf. Alle juiste oplossingen voor alle echte problemen moeten verenigbaar zijn: sterker nog, ze moeten in één geheel passen; want dit wordt bedoeld als we deze oplossingen rationeel en het universum harmonisch noemen. Ieder mens heeft zijn eigen specifieke karakter, mogelijkheden, aspiraties, doelen. Als ik die doelen en de natuur van de mensen begrijp, en ook inzie hoe deze zich tot elkaar verhouden, kan ik, althans in beginsel, wanneer ik over de nodige kennis en kracht beschik, deze stuk voor stuk realiseren, voor zover de natuur en de doelstellingen in kwestie rationeel zijn. Rationaliteit wil zeggen de dingen en de mensen kennen en al wat ze zijn: ik moet geen stenen gebruiken om een viool te maken, en evenmin geboren vioolspelers fluit laten spelen. Als het universum door de rede wordt geregeerd, zal er geen noodzaak zijn voor dwang; een juist gepland leven voor allen zal samenvallen met volledige vrijheid voor allen - de vrijheid van rationele zelfbepaling. Dit zal zo zijn indien, en alleen indien, het plan het juiste plan is - het ene unieke patroon dat voldoet aan de eisen van de rede. De wetten van het plan zullen de regels zijn die de rede ons voorschrijft; ze zullen alleen irritant zijn voor hen wier rede nog niet gewekt is, die nog niet de ware 'behoeften' van hun eigen 'werkelijke' zelf begrijpen. Zolang elke speler de rol herkent en speelt die hem door de rede is opgelegd - het vermogen dat zijn eigen natuur begrijpt en zijn ware doelen onderscheidt - kan er geen conflict bestaan. Ieder mens zal op het kosmische toneel een acteur zijn die bevrijd is en zelf richting geeft aan zijn leven. Zo vertelt Spinoza dat, hoewel er dwang wordt uitgeoefend over kinderen, het geen slaven zijn, omdat ze gehoor geven aan opdrachten die in hun eigen belang worden gegeven, en dat de onderdaan van een echte samenleving geen slaaf is, omdat in de gemeenschappelijke belangen zijn eigen belangen zijn begrepen. Locke laat zich in soortgelijke bewoordingen uit: 'Als er geen wet is, is er geen vrijheid', omdat de wet van de rede richtinggevend is voor de 'eigenlijke belangen' of het 'algemeen welzijn' van een mens. En hij voegt hieraan toe dat, aangezien alleen dit soort wet 'ons afschermt tegen poelen en afgronden' het niet terecht is hier van belemmering te spreken. De wens om deze wetten te ontlopen noemt hij irrationeel, misbruik van vrijheid, bruut enzovoort. Zijn liberale momenten vergetend, verklaart Montesquieu dat politieke vrijheid niet iets is wat ons toestaat te doen wat we willen, of zelfs te doen wat de wet ons toestaat, maar slechts 'het vermogen om te doen wat we zouden moeten willen', iets wat Kant later vrijwel woordelijk herhaalt. Burke verkondigt het 'recht van het individu om in zijn eigen belang beperkingen opgelegd te krijgen, omdat 'de veronderstelde instemming van alle rationele wezens in overeenstemming is met de voorbeschikte orde der dingen'.  (pagina 47-49)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 14 maart 2019

Marianne Thieme

Groeiend verzet
Prometheus 2019, 160 pagina's - € 19,99

Wikipedia: Marianne Thieme (1972)

Korte beschrijving
'Dit boek is voor iedereen die zich zorgen maakt over de toekomst van onze prachtige planeet en zijn bewoners.' Dat schrijft fractievoorzitster en medeoprichtster van de Partij voor de Dieren Marianne Thieme in het woord vooraf van 'Groeiend verzet'. Het boek kan gezien worden als een tussenbalans van de politieke partij die in 2006 voor het eerst in de Tweede Kamer kwam. Thieme beschrijft wie de inspiratiebronnen van haar idealisme zijn, hoe ze aanvankelijk tegen single-issue partijen was gekeerd, hoe haar partij zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld, hoe de PvdD haar standpunten probeert te verwezenlijken, tegen welke hindernissen de partij aanliep en hoe ze daarmee omging. Met een fotokatern in kleur en een beredeneerde verwijzing naar verdere literatuur.

Tekst op website uitgever
‘Maandag 28 oktober 2002, twaalf dagen na de val van kabinet-Balkenende I. Het was koud, zonnig en droog, en er stond weinig wind. Dat viel op omdat het aan de IJ-oevers van Amsterdam vreselijk kan waaien. Vlak voor sluitingstijd stormde ik de Kamer van Koophandel binnen. Ik kwam zojuist uit het chique Zuid gefietst. Daar had ik de oprichtingsakte van een nieuwe partij ondertekend: de Partij voor de Dieren.’

In Groeiend verzet doet Marianne Thieme verslag van de opkomst van het grootste ideologische exportproduct uit de Nederlandse politiek. De redenen om de partij op te richten; de overeenkomsten met de negentiende-eeuwse vrouwenrechtenbeweging en andere emancipatiebewegingen; hoe het is om als activist in het parlement een andere wijze van politiek te bedrijven en hoe je succesvol kunt zijn door vast te houden aan je idealen; en waarom zij ondanks felle tegenstand hoopvol is dat de nieuwe groene revolutie aanstaande is.

Groeiend verzet is verplicht leesvoer voor iedereen die meent dat het roer radicaal om moet.

‘En voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie...’

Marianne Thieme (1972) is medeoprichter van de Partij voor de Dieren en sinds 2006 fractievoorzitter van de partij in de Tweede Kamer.

Fragment uit 4. Hoop
Idealisme is het nieuwe realisme
Het lastigst is het om de cynici ervan te overtuigen dat idealisme het nieuwe realisme is. Tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren, om met Willem Elsschot te spreken. De wereld is inderdaad enorm ingewikkeld geworden en de machten en krachten waartegen we strijden zijn vaak groot, abstract en zetelen vaak ver weg: in Den Haag of Brussel of Washington. Voeg daarbij de kaasstolp die over dit soort beleidscentra staat, die politici, bestuurders en beleidsmakers afschermt van de geluiden van de straat en je begint te snappen waarom zelfs de grootste idealist wel eens moedeloos wordt. Ik voel het zelf meestal als ik op weg naar Den Haag weer een vrachttwagen vol varkens voorbij zie komen.
  Het is om die reden dat de ontdekking dat de Partij voor de Dieren in een lange traditie van afschaffingsbewegingen stond zo inspirerend was. Niet alleen omdat je dan ziet dat er meer van dit soort bewegingen zijn geweest, die ook nog eens een grote overlap met elkaar vertonen: de eerste strijders voor vrouwenrechten of voor de afschaffing van de slavernij waren heel vaak ook vegetariër of veganist en zagen de strijd voor dierenrechten als het logische vervolg op de strijd voor vrouwenrechten. Ook omdat de gedeelde noemer is dat ze allemaal opkomen voor de kwetsbaarsten: slaven, minderheden, kinderen, vrouwen, homo's en dieren. (pagina 136-137)

Lees ook: De kanarie in de kolenmijn (uit 2016), dat ze schreef met Ewald Engelen.

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 6 maart 2019

Oliver Bullough

Moneyland : een zoektocht naar het verborgen geld van de superrijken en de multinationals
Thomas Rap 2019, 413 pagina's - € 24,99

Oorspronkelijke titel: Moneyland : why thieves & crookes rule the world & how to take it back(2018)

Informatie over Oliver Bullough (1977)

Korte beschrijving
Een nieuw boek (de Nederlandse vertaling van een door een Britse journalist geschreven werk) op het gebied van financieel-economische criminaliteit. De titel duidt op een virtuele ruimte waarin (illegale) verplaatsing van geldstromen tussen landen en bankrekeningen liefst verborgen en naar profijtelijke locaties plaatsvindt. De auteur is publicist, als zodanig bekend van diverse nominaties voor prijzen. Het boek is thematisch met voorbeelden van over de gehele wereld ingedeeld, met beschrijving van hoe rijkdom te verbergen en wetten te modelleren om dit te faciliteren. Belangrijk thema is witwassen en het aanpakken in deze van de banken. Het boek geeft verslag van eigen onderzoek naast dat van anderen. In de eindnoten wordt nader informatie verstrekt over het bronnenmateriaal en over geraadpleegde zegslieden. In de toegankelijkheid van het boek wordt voorzien met een uitgebreid onderwerpen- en namenregister.

Beschrijving op website uitgever
Fout geld. Vroeger kon je dat uitgeven aan een auto, een vakantie of een bontjas. Veel meer zat er niet in. Tot een paar bankiers in Londen op een briljant idee kwamen. Zou het niet mogelijk zijn om een plek te creëren waar de belastingdienst je kapitaal nooit zou kunnen vinden? Neem bijvoorbeeld het Kanaaleiland Jersey, waar je al je geld kunt verstoppen in een mooie trust. Of denk eens aan Nevis, een Caribisch vulkaaneilandje dat zich ontwikkelde tot een onweerstaanbaar belastingparadijs dat inmiddels al meer bedrijven dan inwoners telt. In Moneyland laat Oliver Bullough ons zien hoe de superrijken, de criminelen en de multinationals erin slagen hun geld uit handen van de belastingdienst te houden. Bullough legt uit hoe onze banken witwassen en hoe sommige westerse landen tot het uiterste gaan om grote bedrijven binnen te halen, zodat uiteindelijk alleen de gewone man nog zijn belastingen betaalt. Moneyland vertelt het verbijsterende verhaal van rijkdom en macht in de eenentwintigste eeuw.

Fragment uit 1. De grot der wonderen
Een deel van de verklaring van de toenemende ongelijkheid ligt in het feit dat rijke mensen toegang hebben tot offshore-trucs waar anderen geen gebruik van kunnen maken, maar het is een aspect dat tot nu toe weinig aandacht heeft gekregen. westerse overheden leveren weliswaar een voortdurende strijd om deze legale spelletjes de baas te blijven, maar zij beschikken tenminste over instanties en tradities die helpen corruptie buiten de deur te houden. In jongere en armere landen bestaan die instanties en tradities niet. Ambtenaren en politici gaan ten onder in de tsunami van geld. Een jurist in Oekraïne verwoordde het zo: 'Je hebt niet de keus tussen smeergeld  aannemen of eerlijk blijven; nee: het is smeergeld aannemen of je kinderen worden vermoord. Natuurlijk pak je het smeergeld aan.' Zijn Mexicaanse collega's zeggen het nog kernachtiger: 'Wil je betaald worden in zilver of in lood?' Corruptie is zo wijdverbreid dat sommige overheden niet eens in staat zijn hun rijkste inwoners belasting te laten betalen, wat betekent dat de armsten voor de financiering van de overheid opdraaien. Dit ondermijnt de democratische legitimiteit en maakt de bevolking boos. Voor mensen die in een liberale wereldorde geloven, zit hier geen positieve kant aan.
  Politieke commentatoren van alle richtingen hebben hun zorgen geuit over het effect van ongelijkheid op het maatschappelijke systeem in de VS, waar het aandeel in de welvaart van de rijkste 1 procent van de bevolking tussen 1990 en 2012 is gestegen van een kwart naar twee vijfde. Maar als je denkt dat dat erg is, kijk dan eens naar wat er op mondiaal niveau gebeurt: in de tien jaar na 2000 is het bezit van de rijkste 1 procent van de wereldbevolking gestegen van  een derde naar de helft van het totale bezit. Die stijging wordt aangejaagd door landen als Rusland. In de vijftien jaar sinds Poetin in 2000 aan de macht kwam, zag de 4 procent van de Russen die Credit Suisse tot de middenklasse rekent (18.000 tot 180.000 dollar) hun gezamenlijke vermogen stijgen met 137 miljard dollar, wat positief lijkt tot je naar de hoogste klasse kijkt. In diezelfde periode steeg het vermogen van de 0,5 procent Russen die meer dan 180.000 dollar bezitten met een onvoorstelbaar bedrag van 687 miljard. De rijkste 10 procent van de Russen bezit 87 procent van het totaal, een hoger percentage dan in welk ander groot land dan ook; een grimmig gegeven voor een land dat dertig jaar geleden nog communistisch was.
  En dit alles wordt mogelijk gemaakt door westerse geldgoochelaars: juristen, accountants en anderen die geld verplaatsen en op slimme manieren verbergen. (pagina 33-34)





Artikel: Moneyland: het zal nooit makkelijker zijn om ertegen op te treden dan nu.  (april 2019) en  201984 - "een apocalyptische codex van onze ergste angsten" (juni 2019) en Hoe komt het toch dat de consument in ons alles ruïneert, verwoest, platbrandt, sloopt en te gronde richt wat de burger en de onderzoeker in ons dierbaar is? (augustus 2019)

Terug naar Overzicht alle titels