dinsdag 25 februari 2020

Eva Meijer 2

De grenzen van mijn taal : een klein filosofisch onderzoek naar depressie
Cossee 2019, 142 pagina's - € 15,50

Website Eva Meijer (1980)

Korte tekst op website uitgever
In 2016 slikten meer dan een miljoen Nederlanders een antidepressivum. Over de behandeling van depressie is al veel geschreven, over de betekenis ervan veel minder.
In De grenzen van mijn taal, een klein filosofisch onderzoek naar depressie, gebruikt Eva Meijer haar eigen ervaringen met depressie als grondstof om het fenomeen in kaart te brengen.
    Het essay gaat in op de waarheid van pubers en existentialisten, en de gedachte aan zelfmoord. Het onderzoekt hoe mensen met terugkerende depressies als scheve bomen doorgroeien – hoe niet hun hersenen maar hun ziel verandert. Het gaat ook over het nut van therapie, opgenomen worden in een kliniek, over taal die ons vormt en hoe we ons in gesprekken met anderen soms opnieuw kunnen vormgeven. Het is een pleidooi voor
letterlijk in beweging blijven, voor hardlopen en wandelen met honden; voor goed blijven kijken, en voor standvastig zijn. Uiteindelijk is het een zoektocht – langs inzichten van filosofen en kunstenaars, zinloosheid, en de troost van stilte, poezen en winterbomen – naar wat ons leven betekenis geeft.

Fragment uit 5. Over standvastigheid en je in de wereld wortelen, bij wijze van conclusie
Zoals ik hiervoor al besprak, is er geen duidelijke scheidslijn tussen wat gek is en wat normaal. Dat onderscheid verandert door de tijd en verschilt tussen culturen. Depressie kent ook waardevolle aspecten. Wie depressief is, heeft een speciaal inzicht in de zinloosheid van het bestaan en de absurditeit ervan, en dat relativeert bijvoorbeeld het kuddegedrag van veel mensen, of de fetisjering van geld. Depressie laat je iets van de wereld zien wat sommige mensen nooit te zien krijgen. We zijn hier niet alleen, dat is nu eenmaal zo, zelfs al delen we dat met alle anderen. De ervaringen die je laten zien dat het leven niet vanzelfsprekend is, verdiepen het leven ook.
  Hier heb je weinig aan als je in een acute depressie zit, maar er zijn dingen waar je je aan vast kunt houden: de tijd die stug doorbeweegt en die jou beweegt, de hond die haar hoofd op je bene legt, de gedachte dat het weer kan veranderen. Het mooie is dat die dingen jou ook vasthouden, zelfs als je het niet voelt.
  De wereld is groot. Veel groter dan jij en veel ouder. De zon komt steeds opnieuw op en gaat steeds opnieuw onder. De bomen in het bos verderop staan er al meer dan honderd jaar; je kunt hun stammen aanraken. Het strand laat je zien dat het niet uitmaakt of je er bent. Of je nu gevonden of verloren bent, golven blijven bewegen, de branding trekt zich terug en komt weer naar voren, de zee eindigt niet, gaat alleen in de verte over in lucht. Je lichaam is ook een zee, beweegt met dag en nacht mee, wordt vanzelf ouder, is gemaakt van deeltjes die veel ouder zijn dan jij bent. Straks is alles weer voorbij en ga je op in wat er was. Dus leun maar op de aarde, op de dagen die je dragen. Morgen kan het anders zijn. (pagina 122)

Lees ook: De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (uit 2017)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen