zondag 3 mei 2020

Een prentenboek voor post-corona-tijden

Kort nadat het corona-virus onze levens ging beheersen liep ik tegen een artikel van ene Charles Eisenstein aan. Een Amerikaan (1967) die opgeleid is als wiskundige en filosoof, maar zijn geld verdient door stukken en boeken te schrijven, én op te treden als spreker.

In maart mengde hij zich in ‘het’ corona-debat. Wat te doen als het ooit voorbij  zal zijn? Dat erg lange artikel (een longread: The Coronation) was een van de redenen om als bibliothecaris boeken over uiteenlopende onderwerpen naar voren te gaan brengen; en filmpjes te gaan maken. Dat artikel heeft achteraf ook te maken met een betoog van Bas Heijne, enkele weken later. In Grote hervormingen? Misschien is deze crisis niet het moment constateert hij tot zijn spijt dat te veel mensen ietwat té verlekkerd én vooral té vroeg bezig zijn met wat te doen nadat de corona-crisis bedwongen zal zijn. Hij doelde op mensen zoals Charles Eisenstein.

Zeker lijkt dat we over pakweg twee jaar als mensheid nog steeds met grote problemen zullen zitten opgescheept. En die zullen door de corona-crisis ook niet bepaald kleiner zijn geworden. Integendeel.

We staan als mensheid voor nóg grotere uitdagingen. Die een groot beroep op ons allen zullen doen. Hoe ons op te stellen? Wat te doen? Of (voortaan) na te laten, of minder en/of anders?

Maar gelukkig staan we nú, op het spreekwoordelijke kruispunt (van Charles Eisenstein), niet met lege handen. Uiteenlopende schrijvers hebben zich de laatste jaren over onze opgaven uitgelaten, en soms voorstellen gedaan om dit of dat (heel) anders te gaan doen. Dit soort boeken worden hier en in andere artikelen en filmpjes naar voren gebracht.

Gisteren sloot Caroline de Gruyter, die mede voor NRC Handelsblad de wereld en vooral Europa volgt, zich bij dit beeld aan.

Hoe gaan we de toekomst in? Ook achterstevoren, met het oog gericht op dingen die passé zijn en niet terugkomen, of enkel bezorgd of we de komende zomer wel op vakantie kunnen? Of draaien we ons om, en proberen we vooruit te kijken en na te denken over het vormgeven van de exit en alles wat daarna komt? Komende weken moeten we de keus maken. Omdraaien is beter. We hebben veel te doen, in Nederland en de wereld. Laat die engel ook voor hoop staan. (Uit: De engel van de toekomst, NRC zaterdag 2 mei 2020).

In dezelfde krant stond een interview met Carolyn Steel, een Engelse architect die nadenkt over de manier waarop we in de toekomst miljarden mensen van voedsel zullen gaan voorzien. Boek: De hongerige stad : hoe voedsel ons leven vormt (2011). Zij heeft het in dit interview letterlijk over ‘dat’ kruispunt van Charles Eisenstein.

In tijden van gemeenschappelijke ontberingen, schrijft ze, zoeken we elkaar op. We worden empathischer, altruïstischer en zien beter waar het naartoe moet. Crises (= meervoud van crisis - hd), zegt ze, geven ons de kans onze waarden bij te stellen. Dat gebeurde na de Grote Depressie en na de Tweede Wereldoorlog, toen overheden de New deal en de verzorgingsstaat uit de grond stampten. “En nu staan we weer op zo’n kruispunt. Covid-19 is bepalender dan alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt. Als je een toneelstuk zou schrijven, zou je zo’n dramatische plotwending wel uit je hoofd laten, maar dit is een geweldige kans voor de politiek. Pak de goodwill and run with it.  (Uit: ‘Vergroot je weerbaarheid, kweek je eigen voedsel’, NRC zaterdag 2 mei 2020)

To birl
Enkele dagen geleden werd ik onverwachts herinnerd aan een boek uit 2012. Een prentenboek voor volwassenen. Volwassen volwassenen die begrijpen dat de twintigste eeuw nu echt voorbij is, en het daarom nodig is dat we ons anders gaan opstellen, gedragen én handelen. Maar acht jaar later moet ik nu toegeven dat er ook iets tegen dat - nog steeds - fantastische boek valt in te brengen. Juist nu.

Vorige week zag ik thuis via Picl Out stealing horses. Een speelfilm van Hans Petter Morland. In deze Noorse verfilming van een gelijknamig boek van Per Petterson zit een scène over twee jongens op een roeiboot.



Die scène speelt zich af in 1948, tijdens een lange (en naar zal blijken niet zo idyllische) zomervakantie. Maar voordat het noodlot meerdere keren toeslaat spelen die jongens op die roeiboot. Op zeker moment stapt Trond - de vijftien jaar oude hoofdpersoon - vanuit de roeiboot over op een voorbijdrijvende boomstam. En dan zie je hem birlen. Een Engels woord - to birl - dat zoiets betekent als balanceren, je evenwicht behouden op een niet stabiele ondergrond. En du moment dat ik dat zag moest ik aan een prentenboek terugdenken. En wist meteen dat ik rondom dit boek enkele andere boeken kon draperen

Seth Godin
Voor dit prentenboek leverde Seth Godin de tekst aan. Het is een prentenboek-versie van het slothoofdstuk van zijn belangrijkste boek; althans in mijn ogen. Hugh MacLeod, een Amerikaanse tekenaar, leverde de plaatjes.

In The Icarus deception : how high will you fly? poneert Seth Godin in 2012 dat we ons in de eenentwintigste eeuw allemaal als kunstenaars door het leven zullen moeten gaan bewegen. Daarmee bedoelt hij niet dat we allemaal schilderijen, beelden of muziek moeten gaan maken. Integendeel. Zijn centrale verhaal (want dat is het: een verhaal) is dat we in deze eeuw allemaal, doorlopend, nieuwe, unieke dingen moeten en zullen gaan doen. Met de door ons opgedane informatie, kennis en inzichten (zeg: onze legosteentjes) moeten we het doen; aan de slag. Bijzondere, unieke én vooral vaak eenmalige kunststukjes tot stand brengen.

In de twintigste eeuw was het leven veel ‘eenvoudiger’. Birth School Work Death. Je werd geboren, ging naar school, leerde een beroep, en voerde dat kunstje tot je pensioen zonder al te veel veranderingen steeds uit. Je luisterde naar je baas, en de autoriteiten. Die wisten hoe het hoorde, wat goed voor je was. En de beloning lag op je wachten in het door ons allen geschapen consumenten-’paradijs’.



Die tijd is volgens Seth Godin, een Amerikaanse marketeer, intellectueel en bespeler van de publieke opinie, definitief voorbij. Hij is een zeer optimistisch mens; heeft het niet over klimaatproblemen, té grote economische ongelijkheid, de komst van voor de mens vervelende zelflerende systemen et cetera. Hij gaat er vanuit dat ‘de mens’ dat allemaal kan gaan oplossen.

Nee. Hij vraagt ons om anders in het leven te gaan staan. Niet té veel te luisteren naar mensen om je heen en doen wat ‘machthebbers’ je opdragen.

Hij haalt Icarus naar voren. Deze mythische jonge man leerde van Daedelus , zijn vader, hoe je kon vliegen. Bevestig met was zelfgemaakte vleugels aan je schouders. Als een birlende jongeman negeerde hij echter zijn vaders raad om niet té hoog te gaan vliegen, want dan zou de zon die was wegsmelten. De ondertitel van The Icarus deception is niet voor niets een vraag: How high will you fly? Als mens; en vooral in deze eeuw.

Wat Seth Godin betreft gaan we allemaal veel riskanter, moediger leven. Negeren we veel goedbedoelde raad, en gaan we vooral voor datgene waar we allemaal op onze eigen manier warm voor lopen. ‘Ons ding’.

In de eenentwintigste eeuw gaan we wat hem betreft allemaal écht woekeren met onze talenten. Laten ons niet meer afschepen met een baantje waar we (vaak?) niet zo veel mee hebben; maar dat wel genoeg geld oplevert om de rekeningen mee te kunnen betalen.

Enkele jaren geleden schreef David Graeber, een Amerikaanse antropoloog, een boek waarin hij deze vraag op een heel andere manier aanvliegt.

In Bullshit jobs : over zinloos werk, waarom het toeneemt en hoe we het kunnen bestrijden gaat het expliciet over zinloos werk.

Werk dat weinig tot niets aan de samenleving toevoegt; maar wel bestaat. Sterker: er vaak waarde aan onttrekt. Hoe actueel kan een boek zijn, zo midden in de corona-crisis? Én daarna. Want een van de vragen die op ons bordje ligt, is of we als mensheid door moeten gaan met jobs die waarde aan de samenleving én onze natuurlijke omgeving blijven onttrekken.

Waardevol werk?
Tijdens de corona-crisis is voor veel burgers duidelijk geworden hoe belangrijk het werk van bepaalde werknemers is. We kunnen domweg niet zonder schoonmakers, verplegers, onderwijzers, politiemensen, vakkenvullers, caissières ...  Zij houden de samenleving draaiende en zorgen ervoor dat onze pandemie niet volledig uit de hand loopt.

Ook lees ik de laatste tijd opmerkelijk veel artikelen waarin dit soort mensen aan het woord wordt gelaten, én vooral valt me op hoe trots zij op hun werk zijn. Werk, dat waarschijnlijk voor velen, veel complexer, verrassender, interessanter en waardevoller blijkt te zijn dan zij dachten. Hun werk dóet er toe!

Aan de andere kant ontdekken ook steeds meer burgers dat andere (wie weet: hun eigen!) baantjes best gemist kunnen worden. Misschien ook wel het mijne?

Sterker: waarom bestonden die baantjes überhaupt. En, nog belangrijker, waarom betaalden we de eerste categorie gemiddeld genomen veel slechter dan de tweede groep? Hadden die banen meer aanzien, status?

David Graeber’s boek verscheen in 2018. En sluit aan bij een andere discussie. Die in 2014 als het ware werd geopend door historicus/publicist Rutger Bregman. Die schreef in 2013 en 2014 voor De Correspondent als correspondent vooruitgang over allerlei ideeën om de wereld beter te maken.

Die artikelen verschenen later in bewerkte vorm in zijn tweede boek: Gratis geld voor iedereen : en nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen.

Zijn belangrijkste idee was een oud-je, maar hij stofte het als ware af : invoering van een onvoorwaardelijk basisloon. In de toekomst  krijgt elke burger maandelijks een vast bedrag waarmee de belangrijkste uitgaven betaald kunnen worden. In elk leven wordt daardoor een stevige basis gelegd. En dat zou tot een heel ander soort samenleving kunnen leiden. Het  stelt mensen in staat om hun redelijk zinloze bullshit-baantje op te geven. En dingen te gaan doen die beter bij hen passen. Ook zou het mensen met laagbetaalde én wellicht vervelende banen onderhandelingsmacht geven. Rutger Bregman refereert ook aan David Graeber. En schreef er samen met collega Jesse Frederik voor de Maand van de Filosofie in 2015 een pamflet over: Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers. Hyper actueel.

Enkele jaren later nam Brian Eno, een bekende Engelse muzikant, deel aan een congres over invoering van het basisinkomen. Hij zei (in een filmpje) dat hij daar geen verstand van had, en er (daarom) niets over wilde zeggen.

Maar hij verwoordde wel in welke samenleving hij liever zou willen leven. Een samenleving waarin mensen vrij waren om met hun talenten te mogen en kunnen woekeren. Een maatschappij waarin mensen niet opgesloten zitten in een baan waar ze ongelukkig van worden, waarin ze blijven ‘hangen’ want de hypotheek moet betaald worden. Ook bezigde hij een nieuw woord, dat als het ware haaks staat op het betoog van Seth Godin.



Hij stelt in dat drie minuten durende filmpje dat elke samenleving regelmatig, maar niet volgens een bepaald procedé, geniale mensen voortbrengt. Af en toe staan mensen in een samenleving op die op een bepaald gebied geniaal zijn. Hun tijd vooruit zijn, met hun werk anderen inspireren, landsgrenzen overstijgen. Denk aan Rembrandt, Beethoven, Gandhi et cetera. Máár, helaas, stelt Brian Eno, denken té veel mensen dat die geniale trekjes louter aan die personen zelf liggen. Geniale individuen, die dat louter werden door hun eigen inzet. Fout. Samenlevingen brengen geniale mensen voort. Genius is het woord voor een geniaal iemand. Brian Eno heeft het over scenius.

V is for Vulnerable (V staat voor kwetsbaar)
Van het slothoofdstuk van The Icarus deception werd in 2012 ook een prentenboek-versie gemaakt. In V is for Vulnerable : life outside the comfort zone staan zesentwintig woorden centraal.

Het is (An) Artist’s Abecedary. Woorden die allemaal met een van de letters uit het alfabet beginnen, van A tot Z. U kent het wel van de stukjes tijdens een huwelijksfeest. Het boek heeft een oblong formaat. Centraal staat op elke dubbele pagina een tekening van Hugh MacLeod; vergezeld van een korte tekst van Seth Godin.

Het prentenboek begint natuurlijk met een A, van ANXIETY. Angst. Die we allemaal in meerdere of mindere mate hebben. En zeker nu. Bang voor alle bedreigingen, onzekerheden en ander onheil dat in deze eeuw op ons ligt te wachten. Angst omschrijft Seth Godin als je van tevoren druk maken over dingen die fout kunnen gaan. Niet doen. Dat past volgens hem niet bij deze tijd.

Seth wil dat we ons niet langer in het leven als toeschouwer aan de zijkant opstellen, kijken hoe anderen het er vanaf brengen. Nee, hij wil dat we ons allemaal op het speelveld begeven. Lekker meedoen met datgene wat gedaan moet worden. Niet omdat iemand zegt dat het moet, nee, omdat je het zelf wilt. Vanuit een soort innerlijke drive, noodzaak. Je ervan overtuigd bent dat ‘iets’ (anders) moet. En je het gevoel hebt dat je er iets aan kunt doen. En zo niet? Dan ga je proberen het je eigen te maken. Dat is de rol van de mens als kunstenaar in de eenentwintigste eeuw. Maar dat je daarbij af en toe bang of angstig bent. Prima, maar doe toch maar mee aan het spel.

Het is ook goed dat je jezelf af en toe schaamt. SHAME. Schaamte voor jezelf. Dat je je afvraagt wie je wel niet denkt dat je bent. Door zomaar mee te doen of iets te gaan doen.

Ik schreef al eerder over dit prentenboek (Een prentenboek voor oefenaars, mei 2014), dus zal ik het hier iets anders toelichten. En toespitsen op onze (post-)corona-times en af en toe naar andere boeken verwijzen.

Ik vermoed dat veel mensen op dit moment bang zijn voor waar we nu middenin zitten. Zich zorgen maken over hoe het corona-virus zich verder zal ontwikkelen, hoe ernstig het voor onze economie en samenleving zal uitpakken. En dat alles midden in een tijd waarin je dagelijks signalen kunt oppikken dat er (nog) veel meer problemen zijn. Sinds zondag moeten we ons bijvoorbeeld ook nog zorgen gaan maken over nertsen in onze regio. En dat midden in een tijd waarop het lijkt alsof er ‘overal’ leiders zijn die niet geschikt zijn voor hun taak, dan wel om allerlei redenen verkeerde beslissingen nemen. Leiders die de sign of the times domweg negeren en erop blijven hameren dat er niets aan de hand is. Maar angst helpt niet.

Een betere houding is volgens Seth om in de 21e eeuw mee te bewegen met de tijd(geest) en dingen die om je heen spelen. Als optimist gebruikt hij het woord DANCE. Dans met gevaar. Dans met tegenstand. Dans met anderen.

En dat kun je alleen als je COMMITMENT toont. Inzet is het enige wat ons over de kloof - alle problemen en uitdagingen - heen helpt. Natuurlijk is inzet/commitment gevaarlijk, want je kunt falen. Maar aan de andere kant: als je geen inzet vertoont dan zal er ook nooit iets veranderen.

De letter B van BIRL, sluit hierbij aan: balanceren. Vind je balans door die te verliezen, maar door in beweging te blijven (of te gaan) hervind je je balans. Het onderwerp waar je je mee bezig wilt houden zal het worst wezen. Als jij niets doet, dan blijft het hetzelfde. Alleen door jouw acties gaat er iets gebeuren, kunnen dingen veranderen. Hij merkt bij deze letter snedig op dat mensen aan de zijkant graag mensen zien die met een probleem worstelen.

Maar EFFORT is niet voldoende. Op het oog wel, maar als jouw inspanning geen impact heeft dan is het zinloos. Zelfs duizend pond graniet verplaatsen doet er niet toe als het jouw probleem niet helpt oplossen. Bij dit beeld moet ik aan een andere mythische figuur denken - Sisyphus - die ondanks alle tegenslag keer op keer die steen de berg op bleef rollen. Onverstoorbaar doorgaan, ook als je amper of geen succes hebt!

Uiteraard zijn er mensen die je willen helpen, of aan wie je hulp vraagt. Maar er zit een probleem aan hulp. Onder de F heeft hij het over FEEDBACK. En dat feedback niet per se helpt. Sterker: vaak zorgt feedback er voor dat er van jouw (prachtige) idee om iets te gaan doen, slechts een slap aftreksel overblijft. In The Icarus deception heeft hij het ook over managers en anderen die mensen aansturen. Daar moet hij weinig van hebben. Hij staat op het standpunt dat de meeste mensen - en zeker vaklui - zelf wel weten hoe dingen op te lossen, tot stand te brengen. Deze aanstuurders voegen in zijn ogen zelden iets toe; zijn vooral bezig met protocollen, meten, en (daardoor) prachtige ideeën om zeep te helpen et cetera.

Onder de letter K komt hij met een alternatief aanzetten, een KNIFE. Een mes dat je zelf hanteert. Een mes waarmee je je eigen concept te lijf gaat. Kill your darling(s). Bedoeld om het beter te maken. Dat mes - stelt hij voor alle zekerheid - is niet bedoeld om niet-geïnteresseerde mensen weg te jagen, bang te maken.

In de eenentwintigste eeuw zijn mensen die zich kwetsbaar opstellen, bezig zijn met maken van unieke dingen (producten en diensten). Dat zijn volgens Seth Godin (de) HEROES. Helden zijn in zijn ogen mensen die risico’s nemen voor de juiste redenen. !!!!!!!!!!!!!!!! Daarmee vallen in een grote zwaai alle bullshit jobs weg. Overal in de samenleving zijn vaak goed betaalde mensen bezig waarde aan de samenleving te onttrekken.

In 2012 had Seth Godin noch ikzelf van Mariana Mazzucato gehoord, maar die naam komt bij dit woord op.

Zij is een Italiaans-Amerikaanse econoom die in twee boeken (De ondernemende staat en De waarde van alles) duidelijk laat zien dat er in onze (economische) wereld veel mensen zich redelijk parasitair gedragen. Zij onttrekken op grote schaal geld, slagkracht en levensplezier aan de samenleving.Voegen niets toe. Investeren niet. Zijn als zeer slimme mensen vaak bezig met trucs om sneaky geld aan de samenleving te onttrekken. En hebben ook nog eens veel invloed op de politiek, waardoor hun gedrag redelijk ongestoord door kan blijven gaan. Zij zijn de ultieme bullshitters.

Bij het lemma Heroes heeft Seth Godin het over een variant van deze waarde-onttrekkers. Hij noemt hen Hipsters, die pretenderen dat zij helden zijn, maar iedereen kijkt dwars door hen heen. Zij doen alsof.

Alle verandering begint met mensen die INITIATIVE, initiatief nemen. Dat noemt hij het privilege dat elk van ons heeft: om zichzelf te kiezen. Je krijgt geen initiatief, je neemt het! Vraagt niet aan je baas of je iets mag gaan doen.

Bij deze letter sluit ook de N van NO (nee) aan. Iedereen herkent het uit zijn eigen omgeving. Vraag tijdens een bespreking of iemand mee wil doen met een van jouw plannetjes; vaak krijg je als antwoord dat iemand het té druk heeft, of dat het niet bij hem past.

No feels safe, while yes is dangerous.

Als je ja zegt moet je met de billen bloot. Moet je jezelf kwetsbaar (gaan) opstellen. Met de kans dat je op je bek gaat.

Nee, iemand die (het) initiatief neemt, die begint gewoon. En door dat te doen zul je je af en toe redelijk LONELY voelen. Je bent vaak alleen. Wel lekker bezig, maar in eerste instantie zul je weinig medestanders hebben. Maar de bedoeling van jouw initiatief is uiteindelijk wel om met jouw eindresultaat, jouw GIFT anderen te bereiken. Jouw 'cadeau' aan 'de wereld'.

Maar het gaat bij dat cadeau niet per se om MORE. Het draait niet om meer, maar om beter. Sluit naadloos aan bij een van de grootste uitdagingen van deze eeuw: hoe af te komen van onze verslaving aan groei?

Al in 2005 schreef de Engelse econoom Richard Layard daarover.

In Waarom zijn we niet gelukkig? constateert hij dat we de laatste decennia aan de ene kant steeds welvarender werden, maar dat ons geluksgevoel ongeveer op hetzelfde niveau is blijven ‘hangen’.

Twee andere economen, vader Robert en zoon Edward Skidelsky, hebben het in Hoeveel is genoeg? : geld en het verlangen naar een goed leven over hetzelfde.

Waarom nemen we geen genoegen met genoeg, en waarom moeten we almaar blijven groeien. Waarom gaan we niet van meer naar beter?

Maar er is wel een dingetje met die zoektocht naar ‘beter’. Dat kan als een val uitpakken. De Q staat bij Seth Godin voor QUALITY. Met het streven naar kwaliteit moet je volgens Seth behoedzaam omgaan. Als je lekker met jouw ding bezig bent, dan kun je verzanden in pogingen om het nóg beter, nóg mooier, nóg waardevoller, nóg mooier te maken.

Niet doen! Jouw cadeau hoeft niet perfect te zijn. Wat is dat trouwens? Het is beter om op zeker moment te stoppen met verbeteren, en aanpassen. Laat tijdig jouw ‘halfbakken’ kunstwerk los op de omgeving, jouw klanten, buurt et cetera.

Streven naar een nog betere kwaliteit is net als feedback een val(strik). Wees jezelf daarvan bewust. En ook van mensen in jouw omgeving - vaak managers? - die zich dolgraag met dit soort ‘verbeter’-dingen bezig willen houden.

Seth Godin noemt in zijn Abecedary verschillende attitudes die zijn helden moeten hebben; of emoties die ze zullen leren ervaren. Ik noemde al schaamte, balanceren, dansen, eenzaamheid en angst.

Maar hij stipt ook nog PAIN (pijn) aan. Jouw zelfgekozen klus of opdracht zal niet altijd van een leien dakje verlopen. Je zult tegenslag ervaren; wellicht mislukt jouw idee compleet. Het is makkelijker om je niet kwetsbaar op te stellen. Maar elke eenentwintigste eeuwse kunstenaar gaat desondanks door. Laat zich niet afremmen. Hij of zij heeft een bepaalde conclusie getrokken, en is begonnen met een bepaald project.

Hij of zij doet dat volgens Seth Godin zonder UMBRELLA (paraplu) of TETHER (veiligheidskoord).

Seth Godin heeft humor. Een emotie die hij in A-Z trouwens niet noemt; wel in The Icarus deception. Humor en vooral de ego-variant heb je zonder enige twijfel nodig. Dat je om jezelf kunt (blijven) lachen. Schuurt tegen schaamte aan.

Een échte kunstenaar weigert gebruik ook te maken van een paraplu. Het gaat er juist om dat je af en toe nat wordt.

Getting wet is the entire point.

Je groeit er door. Je leert van lichte tegenslagen. Als er ooit een Nederlandse vertaling van V is for Vulnerable komt dan moet Hugh MacLeod een tekening van een ulektrische fiets maken.

Een TETHER, een veiligheidskoord wil een 21e eeuwse kunstenaar ook niet gebruiken. Zoals The Flying Wallandas, een legendarische trapeze en koorddansfamilie. Hun motto: If we fall, we die.

Maar er is één houding waar het volgens Seth Godin uiteindelijk allemaal om draait. Waarom je je als mens met dit soort onzekere dingen bezig zou willen bezighouden. JOY. Vreugde die je ervaart als je er in slaagt om iets unieks tot stand te brengen. Dan komt de beloning. Een moment van vreugde. Hé hé, het is gelukt! En het wordt door andere mensen gewaardeerd, opgepikt, gebruikt.

Joy is volgens Seth Godin iets anders dan pleasure, delight or fun. Allemaal woorden die ongeveer hetzelfde uitdrukken, maar Seth kiest voor Joy. Wellicht ook omdat hij binnen zijn abecedary een woord voor de J moest hebben. Zeker lijkt me dat hij (ook) niets moet hebben van een typisch Nederlands woord: leuk. Alles moet tegenwoordig leuk zijn. Argggggggggg!

Vreugde duurt, zoals iedereen weet, slechts even. Da’s prima, want daarna moet je weer verder. Iets anders gaan doen. Échte helden blijven er niet in hangen. Die eerder genoemde hipsters waarschijnlijk wel.

Een andere houding die een kunstenaar in de eenentwintigste eeuw echter ook moet hebben is YOUTH. Jeugd. Maar zegt hij meteen:

Youth isn’t a number, it’s an attitude. 

Heeft niks met biologie te maken. Youth is een keuze. Ook oude mensen kunnen van binnen als een jonge man of vrouw zijn; en - nog belangrijker - zich ernaar gedragen.

Kunst in de eenentwintigste eeuw
Seth Godin stelt dat elk mens het in zich heeft om doorlopend nieuwe dingen tot stand te brengen. En het gaat - nogmaals! - niet om een schilderij, film of beeld maken. Integendeel. Alles kan, mag. Zolang je maar niet opgesloten zit in een leven waarin je dag na dag, week na week, maand na maand ongeveer hetzelfde mag, maar waarschijnlijker móet doen. Dan leef je nog steeds in de vorige eeuw. En nu, anno 2020, hebben we dringend creatieve mensen nodig, die vanuit hun gedrevenheid, en met hun talenten mee gaan werken om een andere samenleving tot stand te brengen.



De belangrijkste letter uit zijn abecedary en The Icarus deception is wat mij betreft de R. Die staat voor REMIX, ‘dingen’ remixen. Maar ook reuse (hergebruiken), respect (respecteren), recycle (recyclen), revisit (opnieuw bezoeken), reclaim (terugvorderen), revere (vereren). Kunst herhaalt zichzelf niet, maar het rijmt wel.

De letter X is altijd een probleem binnen dit soort formules. Seth Godin heeft het over XEBEC, dat is de naam van een piratenschip. Waarop piraten zitten die het niet voor eigen gewin doen, maar die stelen om te kunnen remixen en dan terug te geven. Een mooie vondst en beeld.

Zelf gebruik ik vaak het beeld van de legosteentjes. Elk mens doet in de loop van de tijd allerlei ervaringen op, leert dingen, krijgt inzichten. En met die opgedane ‘dingen’ (die legosteentjes) mag jij de rest van je leven gaan spelen. Hoogstwaarschijnlijk komen er naarmate je verder leeft nog meer bij. Maar dat blijft - om met Arjan Ederveen te spreken - jouw basismateriaal. Daarmee kun je onverwachte, nieuwe combinaties gaan maken. En - het leuke is - dat mag je dag na dag, week na week, jaar na jaar in onze complexe eenentwintigste eeuw blijven doen.



Dingen zullen ‘nooit’ hetzelfde zijn; als je dat tenminste wilt. Daarom sluit Seth af met ZABAGLIONE.

Zabaglione is een erg lekker, én machtig Italiaans toetje. Dat best veel moeite kost om te maken. Het staat daarom waarschijnlijk zelden op het menu bij een Italiaans restaurant. Zabaglione is een toetje van eidooiers, suiker en marsala, dat je moet kloppen. Met de hand. Dat kost (veel) tijd. En kan mislukken, want soms wordt het eiwit niet 'crèmig'. Je moet het ook snel opeten, want anders ‘stort’ het in. Een ander kenmerk van dit gerecht is ook dat elke portie er anders uitziet, verschillend is.

De kern van ‘alles’ wat we als kunstenaars in de 21e eeuw zullen gaan doen. No copy paste! Dingen hetzelfde herhalen. Nee, keer na keer - als een moderne Sisyphus - porties zabaglione blijven maken. Met een opgewekt gemoed. Blij dat je tot deze taak bent ‘veroordeeld’.

Een weerwoord
Toen ik The Icarus deception in 2013 las was ik er zwaar van onder de indruk. En nam legosteentjes eruit mee naar mijn collega’s. Las aan hen zelfs het prentenboek voor.

Maar nu, ruim zeven jaar later, heb ik tóch de indruk dat er iets niet klopt. Noem het voortschrijdend inzicht. Dat gevoel had ik toen ook al, maar kon dat inzicht niet op dit boek én Seth Godin betrekken.

Anno 2020 zie ik dat Seth té veel de nadruk legt op het individu. Die los staat van de groep, de rest van de samenleving.

‘Zijn’ kunstenaars zijn wel lekker bezig voor anderen. Zij maken hun kunst-dingen immers voor anderen. Doen het zeker niet alleen voor zichzelf. Alhoewel het hen wel de voldoening van een zinvol leven schenkt.

Maar tóch zie ik nu dat die kunstenaars van Seth té veel met zichzelf bezig zijn. En dat kan niet meer.

Een van de grootste verschuivingen waar we in de 21e eeuw voor staan is volgens mij dat we ons eigen IK-je minder belangrijk maken, en iets-je meer opschuiven richting WIJ.

Een ander punt is dat velen er van uit gaan dat dé veranderingen bijna per definitie van onderaf tot stand zullen komen. Als er maar genoeg ‘rare’ mensen met bijzondere ideeën en dingen komen, dan … Dan komt het allemaal goed.

Helaas is dat niet waar. Ook zal er politieke druk moeten komen om dingen in beweging te krijgen. Individuen zullen zich dan veel meer dan nu weer aan moeten sluiten bij groepen, bewegingen, organisaties, instellingen die in staat zijn veranderingen af te dwingen. Samen met anderen 'Nee' zeggen en ergens voor gaan staan en opkomen.

Prima, al die Seth Godin-achtige individuen, maar ze zullen meer samen moeten gaan werken. Dat staat helaas haaks op het gevoel dat veel mensen (nog steeds) hebben dat we meer Steve Jobs’en of Elon Musk’s nodig hebben.

Ik vermoed verder dat veel mensen ‘best’ gelukkig zijn in een omgeving waarin ze niet volstrekt op zichzelf worden teruggeworpen. Veel werknemers zijn best gelukkig als er andere mensen zijn die hen als het ware opdragen wat wel of niet te doen. Maar - dat wel - niet meer zoals in de twintigste eeuw. Daar willen de meeste mensen best mee stoppen.

Ik geloof steeds meer in organisaties waarin mensen als redelijke gelijkwaardige wezens plaatsnemen aan een spreekwoordelijke ronde tafel. Zoals die van koning Arthur.

Arthur was formeel de leider, maar alle andere ridders deden ertoe. En werden aangesproken op hun talenten, hun passie, hun ‘ding’. Aan zo’n tafel zullen veel mensen meer (nee: beter!) tot hun recht komen. En, vooruit, een van die tafelgenoten mag (beter: móet waarschijnlijk) het regel-gedoe doen. Waarom? Omdat die dingen ook gedaan moeten worden, en zij of hij er vreugde aan ontleent. Wie weet: op zeker moment zullen sommige ‘bange’ deelnemers in staat zijn dingen te gaan doen waar ze nooit van durfden dromen.

Verder denk ik aan Richard Engelfriet, een lange Nederlandse debatleider en schrijver.

Richard trekt voor zijn beroep het hele land door, praat bijeenkomsten van zeer uiteenlopende branches tijdens congressen en seminars aan elkaar. Daar worden bijna altijd potsenmakers binnen gevlogen, die de zaal een spiegel of zoiets voorhouden. Wat ze zeggen snijdt zelden hout, maar het zijn soms aardige entr'actes.

Richard Engelfriet kent dit soort makkers; en hun holle praatjes. Ik vermoed dat hij ook het nodige op Seth Godin heeft aan te merken.

Vooral over diens pleidooi in The Icarus deception om buiten de comfort zone te gaan leven. Van die gedachte maakt hij kachelhout. Hij stelt dat mensen véél meer tot hun recht komen als ze juist bínnen hun comfort zone mogen blijven.

Daar ben ik het mee eens, maar blijf er tegelijkertijd toch in geloven dat de samenleving én de mensen zelf er baat bij hebben als ze meer deel van een gelijkwaardig team gaan uitmaken. Een team waarin iedereen vanuit zijn of haar ‘ding’ en passie (nog zo’n jeukwoord, nietwaar Japke-D?) tot zijn of haar recht kan komen.

De begin dit jaar overleden Susanne Piët schreef over deze trend in 2014 een prachtig boek: Egolutie : einde van het ik-tijdperk.

Ik heb de indruk dat ons ik-tijdperk anno 2020 nog lang niet overal voorbij is. En of dat het geval zou moeten zijn? Maar links of rechts zullen we de komende jaren om allerlei redenen ietwat in moeten gaan schikken. En als we Seth Godin geloven hoeft dat ook geen groot probleem te zijn. Zolang we maar lekker steeds nieuwe dingen mogen gaan doen.

Wat we achter ons gaan laten is de nadruk op ons eigen ego, ons welbevinden, ons liefdesleven, ons haar, ons gewicht en onze doorgeslagen liefde voor schoenen; een periode waarin mensen op het hoogtepunt van een topervaring foto's van zichzelf nemen om aan zichzelf en anderen te bewijzen dat ze bestaan: selfies. 
Waar we naartoe moeten is een periode waarin 'samen' en 'de ander' een grotere plaats innemen en waarin we ons van de zelfobsessie bevrijden: unselfie. (Egolutie : einde van het ik-tijdperk, pagina 9)
(maandag 20 april - zondag 3 mei 2020)
Hans van Duijnhoven

Must read E-books
Rutger Bregman Gratis geld voor iedereen 2014 260
Rutger Bregman Waarom vuilnismannen meer verdienen 2015 101
David Graeber Bullshit jobs 2018 416
Koen Haegens Neem de tijd 2012 208
Susanne Piët Egolutie 2014 191

Must read 'gewone' boeken
Richard Engelfriet De succesillusie 2017 197
Seth Godin The Icarus deception 2012 241
Seth Godin What to do when it's your turn 2014 160
Richard Layard Waarom zijn we niet gelukkig? 2005 302
Mariana Mazzucato De waarde van alles 2018 384
Robert & Edward Skidelsky Hoeveel is genoeg? 2013 320

The time is now, aflevering 5
Op vrijdag 8 mei maakte ik met collega Peter van der Wijst een filmpje waarin ik bovenstaande titels nader toelicht.




Homepage boeken én e-books voor onze post-coronatimes

Homepage The Time is Now - alle filmpjes

(zondag 3 mei 2020-maandag 18 mei 2020)
Hans van Duijnhoven


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen