vrijdag 3 oktober 2025

Jan Willem Duyvendak

Spookkloven :waarom Nederland minder gepolariseerd is dan we denken
Thomas Rap 2025, 143 pagina's -  € 19,99

Wikipedia: Jan Willem Duyvendak (1959)

Korte beschrijving
Een actueel maatschappelijk essay over de vraag in hoeverre Nederland werkelijk gepolariseerd is. Jan Willem Duyvendak onderzoekt de vermeende polarisatie in de samenleving, en stelt dat veel waargenomen tegenstellingen, zoals stad-platteland, religieus-seculier of hoog- en laagopgeleid, vaak overdreven of fictief zijn. In zijn essay benadrukt de auteur dat emoties het politieke debat domineren, en de feiten verdringen. Duyvendak analyseert hoe affectieve polarisatie de werkelijkheid vertroebelt en hoe politieke stromingen verschillen dramatiseren. Het boek pleit voor een benadering die feitelijkheid en historisch besef centraal stelt, en moedigt aan tot vertrouwen in samenleven met verschillen. Zeer intelligent geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep.

 Jan Willem Duyvendak (Markelo, 1959) is een bekende Nederlandse socioloog en academisch docent. Hij schreef vele boeken. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
We leven in zwaar gepolariseerde tijden – althans, dat denken we. Overal worden kloven gesignaleerd: tussen stad en platteland, hoog- en laagopgeleid, rijk en arm, mannen en vrouwen, religieuzen en seculieren. Maar hoe groot zijn die verschillen werkelijk?

In dit scherpe en verhelderende essay laat Jan Willem Duyvendak zien dat veel van die tegenstellingen overdreven en overschat worden – ze zijn zelfs grotendeels fictief. Emoties domineren het politieke debat, terwijl de feitelijke ongelijkheid vaak kleiner is dan gedacht. In Spookkloven onderzoekt Duyvendak hoe emoties de feiten verdringen in het politieke debat, hoe affectieve polarisatie ons zicht vertroebelt en hoe zowel links als rechts in de ban is van dramatisering. Een urgent pleidooi voor feitelijkheid, nuchterheid, historisch besef en vertrouwen in het vermogen samen te leven – mét verschillen, maar zonder onnodige paniek.

Fragment uit hoofdstuk 2. Spookkloven
Overigens worden niet alleen burgers met migratieachtergronden als non-native gezien, als 'vreemd'. Ditzelfde geldt ook voor de 'linkse elite', die weliswaar niet bestaat uit vreemdelingen, maar wel uit mensen die 'vervreemd' zouden zijn van de Nederlandse identiteit en cultuur. De elite is in die zin ook on-Nederlands, vergelijkbaar met burgers met een migratieachtergrond (voor wie de linkse elite het niet toevallig vaak opneemt). De 'vijand van binnenuit' is een centrale figuur in de fantasieën van radicaal-rechts. 
  Tegenover deze vervreemde elite staat de 'gewone Nederlander', die in alle toonaarden wordt bezongen. Zoals Menno Hurenkamp en ik hebben laten zien in De macht der gewoonte belichaamt de 'gewone man' alles wat de elite niet is: de gewone man, de 'hardwerkende Nederlander' is geworteld, spreekt zijn moerstaak, twijfelt niet over zijn geslacht of voorkeur, en laat zich niet voorstaan op boekenwijsheid. Hij is de polderpopulist.
  Bij verbeelde verschillen gaat het zeker niet uitsluitend over de ervaren afstand tot mensen met een migratieachtergrond. Het centraal stellen van 'de gewone man' roept nog een ander beeld op, namelijk dat van een onoverbrugbare afstand tussen de 'leefwereld' (van de gewone burger) versus de 'systeemwereld' (van overheden, professionals en 'de elite'). Tussen beide zou een gapend gat bestaan, dat ook nog eens groeit. Recentelijk wordt vaak de toeslagenaffaire als voorbeeld van deze kloof opgevoerd. Waarom was er geen oog voor de noden van de ouders die ten onrechte op hun toeslagen werden gekort? 
  Hoe terecht die vraag ook is, generaliseren in termen van de (foute!) 'systeemwereld' en de (goede!)  'leefwereld' is naar mijn idee weinig productief (Kremer, 2024). Empirisch gesproken is de kloof tussen beide namelijk nog nooit zo klein geweest, met een overheid die streeft naar 'maatwerk' en 'nabijheid', en die zelfs - in het kader van sociaal beleid - tot aan de keukentafel komt (zie Bredewold et al., 2018 over de belofte van nabijheid). 
  Toch wordt het ongemak met de 'systeemwereld' alleen maar groter, want het resterende, kleine verschil tussen burgers en bestuur voelt als enorm groot aan. Dat de afstand zo is verkleind, blijkt onder andere uit het afgenomen gezag van overheidsdienaren in de afgelopen decennia; gezag dat ze moeten verdienen in de ogen van een steeds mondiger burgerij (om nog maar te zwijgen over het geweld tegen hulpverleners...). Nu is het tanende gezag van en ontzag voor professionals iets wat breder speelt, maar sociale professionals - die uitvoering geven aan de verzorgingsstaat - zijn extra kwetsbaar als ze worden weggezet als vertegenwoordigers van de 'systeemwereld': is het niet juist bij uitstek hun taak om verbindingen te leggen tussen burgers en bestuur (Tonkens, 2016)?  (pagina 78-80)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen