donderdag 28 november 2013

Rob Hengeveld

Wildgroei : overbevolking en de ontwrichting van milieu en samenleving

Zwerk 2013, 427 pagina's - € 24,50

Oorspronkelijke titel: Wasted world : how our consumption challenges the planet (2012)

Website Rob Hengeveld (1939)

Korte beschrijving
De wereldbevolking is zo exponentieel gegroeid, dat we nu sneller afval produceren en grondstoftekorten laten zien dan het systeem kan bijhouden. Om de hiermee samenhangende milieuproblemen te lijf te gaan, zullen overheden maatregelen moeten nemen om de bevolkingsgroei actief te beperken. Deze boodschap poogt de auteur, ecoloog en voormalig hoogleraar dierecologie, onderbouwd over te brengen op de lezer. Daartoe maakt hij de samenhang tussen met name bevolkingsomvang, klimaat, landbouw en economie, voor de lezer inzichtelijk. Vanuit kennis van die samenhang kun je komen tot échte oplossingen om de vernietiging van ons milieu te stoppen. Daartoe beschrijft hij de processen van gebruik, verspilling en recycling van energie, materiële hulpbronnen en ruimte. En zijn conclusie is de lastige maar niet te negeren boodschap dat de échte oplossing om de ontwrichting van ons milieu en onze samenleving te stoppen, gezocht moet worden in het reguleren van de onstuimige groei van de wereldbevolking. Voorzien van enkele figuren en een literatuurlijst.

Fragment uit de Inleiding
Dit boek gaat over problemen die voornamelijk het gevolg zijn van het te grote aantal mensen op aarde. Het is geen optimistisch boek en het trekt geen optimistische conclusies. Het wil een waarschuwing zijn en duidelijk maken waarom de huidige situatie een bedreiging vormt voor de toekomst. Het geeft een ontnuchterende beschrijving van de verkwistende manier waarop wij met onze grondstoffen omspringen; van hongersnood en epidemieën; van de vernietiging van eeuwenoude sociale verbanden, gewoonten en culturen; van verbeten strijd om de laatste hulpbronnen. Maar het boek is niet alleen maar somber: als we de juiste maatregelen nemen is er nog hoop. We moeten onze aantallen drastisch en snel beperken. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk als we niet alleen weten, maar ook werkelijk begrijpen wat er aan de hand is. Dit boek wil dat begrip en dat noodzakelijke inzicht geven. (pagina 11)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 27 november 2013

Russell Shorto

Amsterdam : geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld

Ambo 2013, 402 pagina's - € 29,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Amsterdam : a history of the world's most liberal city (2013)

Wikipedia: Russell Shorto (1959) en zijn website

Korte beschrijving
Rode draad in deze geschiedenis van Amsterdam is de Nederlandse opvatting over liberalisme, de tolerantie, waardoor de stad een unieke positie in de wereld verwierf. De Amerikaanse journalist die zich al eerder verdiepte in de Nederlandse invloed op Amerika, meent dat in het DNA van de Nederlanders een vorm van vrijheid is ingeprent, door de gezamenlijke strijd tegen het water, het individueel inrichten van het nieuwe land en het ontbreken van feodalisme. Er ontstond een pragmatische vorm van tolerantie die vrijdenkers, godsdienstballingen en ondernemers naar Amsterdam trok waardoor handel en creativiteit in de gouden eeuw konden opbloeien. Met de VOC werden die waarden over de wereld verspreid. Shorto toont aan dat vrijheid van godsdienst, het gedogen van wiet en prostitutie niet anders dan in Amsterdam konden ontstaan. Dat tolerantie ook keerzijdes kent, illustreert hij onder andere met de massale deportatie van joden in de Tweede Wereldoorlog. Een diepgaande, vloeiend geschreven geschiedenis die leest als een roman. De blik van de buitenlander geeft bovendien een frisse kijk op ons eigen karakter. Met enkele katernen illustraties, grotendeels in kleur, eindnoten, een literatuuroverzicht en register.

Fragment uit 5. De liberale stad
De meningen verschillen over de vraag of een tijdperk van bloei iets is wat je kunt ervaren terwijl je erin leeft of dat je zo'n periode pas naderhand als zodanig herkent. Toen de dichter Randall Jarrell min of meer als grapje zei dat 'de mensen die in ene gouden tijdperk leven de hele tijd zitten te klagen dat alles er zo geel uitziet', verwoordde hij het vermoeden dat, ongeacht hoe groots, welvaardig en gedenkwaardig de tijd is waarin je leeft, de grandeur ervan onvermijdelijk wordt vertroebeld door de aanhoudende kleurloosheid van het heden.'
  Anderzijds kom je in verschillende tijdperken en contexten ook mensen tegen die zonder voorbehoud verklaren dat dit de goeie ouwe tijd is. Ene r zijn aanwijzingen dat Amsterdammers die in de Gouden Eeuw in de stad woonden, het gevoel hadden dat er iets heel bijzonders gaande was. Zo gaf Amsterdam al in 1611 opdracht tot het schrijven van een geschiedwerk over de stad, waaruit dus toen al duidelijk bleek dat de inwoners het gevoel hadden dat ze geschiedenis schreven. Dit was nadat er meerde VOC-vloten succesvol uit Oost-Indië  waren teruggekeerd, maar nog voordat de spectaculaire nieuwe grachtengordel was voltooid en zeker voor de grote artistieke en wetenschappelijk bloei. In dit geschiedwerk gebruikte de auteur, Johannes Pontanus, voor het eerst de term Gouden Eeuw voor de stad. Nadat hij de tijdperken uit de Griekse mythologie had opgesomd - goud, zilver en brons - besloot hij dat de periode van verbijsterende transformatie die hij trachtte te beschrijven terwijl die gaande was, het predikaat goud verdiende. 
  Natuurlijk beleefden de rijken en de armen het tijdperk verschillend. Maar zelfs de armen - in elk geval sommigen van hen - voelden dat er van alles mogelijk was. Laten we, als bijna willekeurig voorbeeld, een arme vrouw nemen die in de stad aankwam toen die op het toppunt van haar bloei was. Ze heette Geertje Dirkx. Ze was geboren in Edam. Ze was met een zeeman getrouwd maar hij stierf. We weten dat ze in een herberg in Hoorn had gewerkt en nog familie had wonen in het dorpje Ransdorp en dat haar broer eveneens zeeman was, maar het feit dat ze naar Amsterdam trok, zegt ons dat ze zich als weduwe op niemand kon verlaten en dus in haar eigen onderhoud moest voorzien. (pagina 150-151)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 14 november 2013

Over bubbels en stenen

Daar sta je dan.

Bijna twee jaar nadat je een ruw idee op een groep, redelijk sceptische collega's losliet.  Die niet meteen begrepen waarom ik een groep lezers om me heen wilde verzamelen. Mensen die samen met mij boeken gingen lezen. Geen romans. Zeker niet. Ik wilde ook geen leesgroep opstarten. Zoals er al zo veel zijn. Nee. Ik zocht een groep jonge mannen. Hoogopgeleid. Die op hun eigen gebied ongetwijfeld niet dom zijn, maar buiten dat specifieke terrein weinig weten. Noem het gebrek aan algemene ontwikkeling of diepgang. Mannen die op mijn uitdaging wilden ingaan: een jaar lang elke week een serieus non-fictie boek lezen. En daar met elkaar over willen praten. Waarom? Omdat iedereen in de 21e eeuw op zijn of haar manier creatief moet zijn. Nieuwe dingen tot stand brengen. Verbindingen kunnen leggen tussen uiteenlopende zaken die je hebt opgepikt. En, de crux van het verhaal, iedereen die veel en divers leest neemt al lezende heel erg veel elementen op. Onlangs noemde de gangmaakster achter Brain Pickings (ene Maria Popova) dat legostenen verzamelen. Waarmee je kunt bouwen. De meest verrassende combinaties maken. Het gaat om de hoeveelheid én diversiteit van de stenen in je rugzak. Té veel hoogopgeleide mannen (en vrouwen) hebben ondanks hun hoge opleiding weinig, en vaak wat eenvormige stenen verzameld. Lezen helpt. Daar was én ben ik als bibliothecaris van overtuigd.

Het idee werd die ochtend redelijk sceptisch onthaald. Waarom mannen? Jonge? Mogen vrouwen echt niet meedoen? En waarom die leeftijdsgrens? Achteraf hadden ze gelijk. Mijn collega's van de Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Ik liet mijn voorkeur voor jonge, hoogopgeleide mannen los. In juni 2012 melden zich na een oproep veel mensen aan. Geen jonge, hoogopgeleide mannen. Integendeel. Het gros van de deelnemers was veertig jaar en ouder. En vrouwen overheersten. Zoals meestal in onze Openbare Bibliotheekwereld. De meeste deelnemers waren wel hoog opgeleid.
We gingen lezen, kwamen regelmatig samen. En in september van dit jaar begon het tweede seizoen van de Lezers van Stavast. De lijst omvat medio november 2013 ruim 200 titels. En blijft groeien. Er zijn veel schrijvers die (zonder dat ze het weten) schrijven over ons jaarthema Oefenen voor een andere tijd.

Vernieuwend? Innovatief?
Dagelijks worden deze begrippen over ons uitgestort. Nederland moet vernieuwd worden. Innovatiever worden. Meedoen in de (rat?)race naar de top. Iedereen moet creatief bezig zijn. In staat zijn om te gaan met onzekerheden.
Als burger die veel teksten tot zich neemt wordt je steeds moedelozer van deze prietpraat. Vaak is het newspeak. Ze zeggen A, maar in de praktijk wordt het haaks daarop staande B bedoeld.

Love = War. Afslanken = Kapotbezuinigen. Meten = Niet weten. Humaan beleid = Vluchtelingen de deur wijzen. Voorstel = Dictaat.

Iets dergelijks gaat ook op voor innoveren. Je kunt als bibliothecaris (of employee in een andere sector) wekelijks een congres, seminar of workshop bijwonen over innoveren. Vernieuwen. Werk 2.0. Functionaris 3.0.

Is innovatie copy - paste?
Maar het is maar zeer de vraag of degenen die aanwezig zijn vervolgens thuis gaan innoveren. Alsof je zoiets kunt leren. De realiteit is eerder het tegendeel. Iedereen die naar zo'n bijeenkomst is geweest gaat een kunstje van een ander herhalen. Copy - paste. Echte vernieuwingen kun je niet ergens ophalen. Echt nieuwe dingen moet je zelf opstarten. Hoe? Gewoon, door je eigen gezond verstand te volgen en op zeker moment IETS te gaan doen.

"Go, make something happen" is de leefregel van de Amerikaanse publicist (en vernieuwer) (hij wel) Seth Godin. Maar altijd vanuit een analyse van de samenleving, of de omgeving waarin je 'rondloopt'. Je moet wel stelling durven nemen.Maar dat kan alleen goed als je een zeer brede kijk hebt op hetgeen zich in onze samenleving afspeelt. Heb je dat niet, dan neem je stelling vanuit een bubbel.

Elk mens is van nature geneigd informatie die op je afkomt door je eigen filter heen te halen. Dit brokje tekst, film, muziek sluit aan bij mijn voorkeuren, dingen die ik leuk of belangrijk vind. Ze bevestigen mijn kijk op de samenleving. En zijn derhalve welkom, onthoud ik beter. En andere brokken, die daar haaks op staan negeer ik. Of zijn op een andere manier ook een bevestiging van wat ik al weet. Eli Pariser hield in het voorjaar van 2011 een veelbekeken TED-speech over dit inzicht dat hij in zijn boek "The Filter Bubble: What the Internet Is Hiding from You" uitvoerig heeft beschreven.

Rol van een Openbare Bibliotheek
Een goede Openbare Bibliotheek, en ik noem het woord goed bewust, probeert mensen in haar werkgebied te verleiden kennis te nemen van 'dingen' die 'men' nog niet kent. Waarom? Omdat het voor de samenleving goed (wederom) is als mensen breed in het leven staan. Niet blijven hangen in hun bubbel. Veel bijzondere stenen in hun ransel stoppen.

Vernieuwend
De eerder genoemde Seth Godin is een interessant man. Die zich nadrukkelijk in het publieke domein manifesteert. Over veel dingen een mening heeft, en die ventileert. Dagelijks verschijnt zijn miniblog. Artikelen die later vaak terecht komen in boeken of ... in een manifest. In 2011 verscheen zijn visie op het onderwijs: Stop stealing dreams (what are schools for). Daarin houdt hij een pleidooi voor een ander onderwijssysteem. Een systeem dat jonge mensen uitrust voor de 21e eeuw. Niet de 20e waarin mensen klaargestoomd werden voor een samenleving vol zekerheden: een beroep en baan voor het leven.
Seth Godin weet dat we in de 21e eeuw allen op onze eigen manier als een kunstenaar door het leven moeten bewegen. Het gaat niet om kunst maken zoals een schilder of cineast. Nee, ieder van ons zal met zijn of haar gegeven talenten moeten woekeren en doorlopend 'iets' nieuws laten ontstaan. Noem het kunst. In de 21e eeuw zullen we doorlopend bezig om binnen onze omgeving verbindingen tot stand te brengen. Unieke verbindingen tussen ideeën, mensen, instellingen enzovoorts. En, een herhaling van hierboven, naarmate mensen meer legostenen hebben (opgedaan, verzameld) kunnen er meer unieke verbindingen tot stand gebracht worden. En is die bewuste man of vrouw succesvoller, maar nog belangrijker: zit die persoon lekkerder in zijn vel. Is gelukkiger.

In dat onderwijs manifest houdt hij voor veel zaken een pleidooi. Allereerst is hij zeer enthousiast over lezen en schrijven:
In the connected age, reading and writing remain the two skills that are most likely to pay off with exponential results. Reading leads to more reading. Writing leads to better writing. Better writing leads to a bigger audience and more value creation. And the process repeats.
Vervolgens heeft hij het op zeker moment over de Openbare Bibliotheek. Dat is: a place, still. Een bibliotheek verdwijnt in zijn ogen niet in de cloud, maar blijft in zijn ogen een plek, een fysieke plaats waar mensen naar toe kunnen gaan. Om samen met anderen te werken aan .... de meest uiteenlopende dingen. Dit idee sluit ook perfect aan bij de constatering van de Belgische psychiater Paul Verhaeghe (in zijn Identiteit) dat in onze samenleving 1,5 miljoen mensen in Nederland eenzaam zijn. En dat een bieb 'iets' kan doen om daar iets aan te doen.
Even verderop benoemt hij vijf rollen voor een modern bibliothecaris.

Vijf rollen en vernieuwend bezig zijn
Een bibliothecaris vervult in die moderne bibliotheek (waar uitlenen minder belangrijk wordt) vijf rollen. Die door elkaar heenlopen. En het is - onuitgesproken - niet de bedoeling dat die rollen krampachtig van elkaar gescheiden worden. Integendeel. Een goede bibliothecaris is producer (die iets tot stand laat komen), impresario (die af en toe iemand of een tentoonstelling 'invliegt'), leraar (die af en toe iets uitlegt aan een groep mensen), conciërge (die pc's aansluit, koffie zet, stoelen aanschuift) én als allerbelangrijkste is hij of zij een VERBINDER.

Bingo
Dat alles zat en zit in de Lezers van Stavast groep. En in Boeken proeven. Wijsheid in crisistijd. This magic moment, KennisMakers, Het geheim van het Pivot park (werktitel), binnenkort het Media Event
Maar het zat ook in veel 'dingen' die we als bibliothecaris oude stijl jaren geleden ook al deden. Nieuw is wel de notie dat we als bibliotheek mensen samen moeten brengen. Rondom een zinvol, waardevol onderwerp. Actief stimuleren dat er groepen bezig zijn binnen onze muren. Noem het tribes. Of stammen. Het doet er niet zo veel toe: als er maar iets gebeurd wat waarde heeft. In de 21e eeuw zullen bedrijven, instellingen en organisaties afgerekend worden op de vraag of zij bijdragen aan het laten ontstaan van waardevolle, zinvolle 'dingen'. Echte waarde(n).

Klik hier voor een stuk of 25 'beelden' die zich de laatste maanden, jaren opdrongen en allen iets zeggen over onze huidige tijd en samenleving.
En hier voor een pagina van waaruit je door kunt klikken naar legostenen die ik het afgelopen halfjaar heb verzameld.
Blogs: Who's in control? - Voor ik dood ga, wil ik - Oefenen voor een andere tijd

(donderdag 14 november 2014)
Hans van Duijnhoven

Homepage Achtergrondartikelen



donderdag 31 oktober 2013

Ray Kurzweil 2

Het bouwen van een brein : het geheim van het menselijk denken ontrafeld

De Wereld  2013, 320 pagina's - € 24,95

Oorspronkelijke titel: How to create a mind: the secret of human thought revealed (2012)

Wikipedia: Ray Kurzweil (1948)

Korte beschrijving
Raymond Kurzweil is een gepassioneerd uitvinder, ondernemer en toekomstverkenner. In die laatste hoedanigheid is hij een transhumanist, die van mening is dat de mens zichzelf in de naaste toekomst zal overstijgen. In dit boek, een vervolg op zijn bestseller 'De singulariteit is nabij' (2011)*, ontwikkelt hij een theorie over de werking van ons brein, met name de neocortex, die hij de 'patroonherkenningstheorie' heeft gedoopt, en laat hij zien hoe die theorie enerzijds kan helpen om de werking van ons brein te begrijpen en anderzijds bruikbaar is bij het ontwikkelen van allerlei vormen van kunstmatige intelligentie. Een uitermate boeiende materie. Probleem met de groeiende lijst populaire boeken van Kurzweil is, ook hier weer, dat zijn gedrevenheid ten koste gaat van de helderheid van zijn tekst en dat de grens tussen zijn kennis van nu en zijn visie op de toekomst vaak maar moeilijk is te vinden. Voorzien van illustraties en figuren in zwart-wit, eindnoten en afzonderlijke registers op onderwerpen en personen.

Klik hier voor een kritische reactie op de ideeën van Ray Kurzweil (Futuristische dromen van Ray Kurzweil zijn bedrog)

Klik hier voor zijn boek De singulariteit is nabij (2005/2011)

Fragment uit hoofdstuk 6. Transcendente vermogens (over creativiteit)
De volgende stap is natuurlijk het vergroten van de neocortex zelf met behulp van zijn niet-biologische equivalent. Dit zal onze ultieme creatieve daad zijn: het creëren van het vermogen om creatief te zijn. Een niet-biologische neocortex zal uiteindelijk veel sneller zijn en zal snel het soort metaforen kunnen zoeken dat Darwin en Einstein inspireerde. De niet-biologische neocortex kan systematisch alle overlappende grensgebieden van onze exponentieel groeiende kennis onderzoeken.
Sommige mensen maken zich zorgen over wat er gaat gebeuren met mensen die niet mee zouden willen doen met zo'n uitbreiding van de necortex. De extra intelligentie bevindt zich voornamelijk in de cloud (het exponentieel groeiende netwerk van computers waarmee we ons verbinden via online communicatie), waar zich nu het grootste gedeelte van onze machine-intelligentie bevindt. (pagina 117)

Authors at Google - Ray Kurzweil "How to Create a Mind" (1:19:04) (69.104 views op 31/20-2013)


Terug naar Overzicht alle titels

Michael Foley 2


Lang leve het gewone : de lessen van het alledaagse leven

Atlas Contact 2013, 320 pagina's - € 24,95

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Oorspronkelijke titel: Embracing the ordinary : lessons from the champions of evryday life (2013)

Website Michael Foley (1947)

Korte beschrijving
De auteur houdt een pleidooi voor niet-utilitair (op nut gericht), aandachtig genieten van het dagelijks leven, het hier en nu nemen zoals het is. Foley, dichter en romancier, geeft hiermee antwoord op een in een eerdere publicatie, 'Absurde overvloed' (2012)*, gestelde vraag: hoe het komt dat we dit genieten niet of nauwelijks nastreven. Hij doet dit aan de hand van onder meer de spiritualiteit van William James, romans zonder plot van Marcel Proust en James Joyce en het denken van Henri Bergson. Als hij zich daartoe had beperkt, was zijn pleidooi voor het genieten van alledag kernachtiger overgekomen. Nu is er sprake van een omgevallen boekenkast, een zekere willekeur en ongenuanceerdheid. De thematiek is vooral interessant voor de middenklasse. Wie dieper in wil gaan op het denken van William James, kan beter terecht bij Charles Taylor ('Wat betekent religie vandaag?', 2003) en wat Proust betreft bij Alain de Botton ('Hoe Proust je leven kan veranderen', 1997)

Fragment uit 6. De opera van het alledaagse spraakgebruik
Toen ik veertig jaar geleden met lesgeven begon, was de meest angstaanjagende onthulling voor mij niet de onwetendheid van de leerlingen, maar de leegte in de hoofden van de leraren, waarvan ik me bewust werd door de onophoudelijke, verbijsterende nietszeggendheid van de gesprekken in de lerarenkamer. Hoe konden fatsoenlijk opgeleide mensen, van wie menigeen zich vanwege een vermeende superioriteit omwille van die opleiding ook behoorlijk uit de hoogte gedroeg, dag in dag uit zoveel flauwekul uitslaan? Ik was destijds ook een zelfingenomen eikeltje en dus hield ik, om besmetting te voorkomen, mijn oren stijf dicht. Maar wat zou ik nu graag nog eens luisteren naar de ruwe, ongeredigeerde versie van zo'n eindeloos praatje over dat Saintbury's niet meer is wat het geweest is omdat het personeel er nooit meer tijd voor je heeft en omdat het wc-papier en de eieren op maandag altijd op zijn. Ik begrijp inmiddels dat het merendeel van alle gesprekken geen communicatie betreft, maar betekenisloos geluid. Het zijn auditieve dekentjes, bedoeld om gerust te stellen, te troosten en te verzachten - en juist het feit dat dit geluid geen betekenis heeft moet als een bron van vreugde worden gezien. De truc met gesprekken over koetjes en kalfjes is dat je van de koetjes en kalfjes moet genieten.
  Volgens de antropoloog Robin Dunbar is nietszeggend geklets een verbindend ritueel, voortgekomen uit het wederzijdse mooi maken bij apenstammen, een wat verfijndere vorm van het 'vocale mooi maken', een soort versieren op afstand (dit verband tussen mooi maken en kletsen verklaart waarom kappers zo babbelziek zijn). De boodschap bestaat uit het contact zelf, de inhoud doet er niet toe. Dat wil zeggen dat twee derde van al het praten geen praktische of intellectuele functie heeft en bestaat uit opscheppen, herinneringen ophalen, roddelen, klagen, onwaarschijnlijk gedetailleerde beschrijvingen van persoonlijke voor- of afkeuren, gebabbel over gezondheid, de televisie van gisteren, de activiteiten van familieleden, en bovenal letterlijke verslagen van vorige ontmoetingen ('Dus ik zeg ... en toen zei hij', of voor de jongere praters: 'Die gast deed van ... en toen had ik iets van ...'). Zelfs klagen, dat een uiting van ontevredenheid een afwijzing lijkt te zijn, is in wezen een bevestiging van solidariteit. (pagina 121-122)

Tekst op website uitgever
In Absurde overvloed stelde Michael Foley de vraag: hoe komt het dat we zelden nastreven waar we gelukkig van worden? Ruimte, tijd, stilte: daarbij vaart de mens wel, maar we zoeken de drukte op en hebben altijd haast.

In Lang leve het gewone formuleert hij een antwoord. In het voetspoor van kunstenaars, filosofen en psychologen beschrijft hij wat de moeite waard kan zijn in ons gewone leven. 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg', wordt er wel eens gezegd. Foley laat zien dat dit een zeer inspirerende aanmoediging kan zijn.

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 29 oktober 2013

Peter Giesen


De weg van de meeste weerstand : pleidooi voor de betrokken burger

Cossee 2013, 96 pagina's - € 12,90

Peter Giesen (1959)

Korte beschrijving
Hoe komt het dat Nederlanders zo pessimistisch zijn over hun land als de cijfers een gunstig beeld laten zien? Die vraagt stelt journalist Peter Giesen (1959) zich in dit essay. Giesen is historicus en werkt ruim twintig jaar voor de Volkskrant. Sinds 2013 is hij correspondent in Parijs. Eerder publiceerde hij 'Laat me feesten' (1999) over vermeende en daadwerkelijke problemen van jongeren en 'Land van lafaards?' (200&) waarin hij de geschiedenis van de angst in Nederland bespreekt. Het antwoord op de vraag die Giesen in 'De weg van de meeste weerstand' opwerpt, staat haaks op het vandaag de dag populaire neoliberalisme. Met veel aandacht voor historische context doet Giesen een pleidooi voor een relativering van het 'ik'. Hij betoogt dat de 'bv ik' niet kan zonder de 'bv wij', die ervoor zorgt dat het individu meer controle op de wereld heeft, waardoor optimisme ontstaat. Giesen besluit zijn essay met een 'bescheiden optimistische agenda', die de onderlinge verbondenheid van burgers moet versterken en hen meer greep geeft op de wereld. Kleine druk.


Korte beschrijving (van website uitgever)
Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. Zo kijken de meeste Nederlanders tegen hun land aan. Groot optimisme over het persoonlijk leven gaat gepaard met diep pessimisme over de samenleving. Peter Giesen betoogt dat ons persoonlijk optimisme zichzelf in de staart begint te bijten. Mensen hebben hoge verwachtingen van hun leven en voelen zichzelf verantwoordelijk voor succes of falen. Steeds meer mensen bezwijken onder die druk, met een toename van allerlei psychische kwalen als gevolg.
Terwijl we ons persoonlijk optimisme moeten temperen, zouden we het maatschappelijk optimisme juist moeten vergroten. Maar ons maatschappelijk pessimisme is diep geworteld.
  Om greep te krijgen op grote, onpersoonlijke krachten als 'globalisering', 'Europa' of 'de markt' is een nieuw optimisme nodig. Peter Giesen laat zien hoe dat tot stand kan komen door een versterking van het collectief: hoe we de doodlopende weg van de zeurcultuur in het openbare debat kunnen vermijden.

Fragment uit recensie in Trouw (26 oktober 2013)
Als het mistig is, kun je zeggen: wat een pest die mist. Maar de reactie kan ook zijn: klaart wel op die mist! Het woordgrapje laat zien dat er een groot verschil is tussen pessimisten en optimisten. En de suggestie is dat je maar beter tot die laatsten kunt behoren.
In zijn vlot geschreven essay gaat Peter Giesen, journalist bij De Volkskrant, uitgebreid in op het onderscheid tussen pessimisten en optimisten. Hij noemt zichzelf een 'rationele optimist'. "Ik ben op zoek naar een optimisme dat ik kan onderbouwen, niet naar een optimisme dat zich louter baseert op de wil, een feel good-optimisme dat gelukkig maakt, ook al berust het op zelfbedrog."
Giesen is vooral op zoek naar een antwoord op de vraag hoe het toch kan dat uit alle onderzoeken blijkt dat mensen gelukkig zijn met hun eigen leven, maar ongelukkig met wat er om hen heen gebeurt.

() Het essay beslaat nog geen honderd pagina's, maar de auteur haalt daarin veel overhoop.

Fragment uit Een kleine geschiedenis van het optimisme
Nederland is rijker dan ooit. De staatsschuld is lager dan in Engeland, Frankrijk en Duitsland. Ons overschot op de betalingsbalans is groter dan dat van exportkampioen Duitsland. Onze pensioenpot is de best gevulde ter wereld. Natuurlijk moet de komende jaren blijken hoeveel rijkdom op de pof verworven is, maar we kunnen een stootje hebben. Zoals Rutger Bregman in de Volkskrant schreef: 'Een hedendaagse zwerver met een daklozenuitkering is rijker dan Jan Modaal in 1955.'
  Je kunt natuurlijk tegenwerpen dat inkomen een wel heel platte maat is om vooruitgang te meten. Dat is ook zo, maar niemand zal terug willen naar een wereld van kleine, vochtige huizen waarin tienerkinderen met zijn drieën in één bed sliepen, moeder druk bezig was met het uitwringen van de was en het wecken van de groente, en vader dolgelukkig was als hij zich een bromfiets en leren jas kon veroorloven.
  DE vooruitgang is echter niet beperkt gebleven tot het materiële vlak. We zijn vrijer dan ooit. De mythische wereld van 'vroeger' was hiërarchisch: gelovigen stonden boven niet-gelovigen, mannen boven vrouwen, hetero's boven homo's. (pagina 43-44)

Terug naar Overzicht alle titels