woensdag 29 juli 2026

Hans Achterhuis 4

Democraticide : de moord op de democratie
ISVW 2026, pagina's - € 24,95

Wikipedia: Hans Achterhuis (1942)

Korte beschrijving
‘Een filosoof met een enorme staat van dienst die al tientallen jaren het publieke debat beïnvloedt. Achterhuis overziet een breed spectrum, van milieu tot internationale politiek.’ – Daan Roovers

De democratie ligt onder vuur. Overal ter wereld worden democratische instituties in hoog tempo afgebroken, en dat ironisch genoeg door politici die zich beroepen op de wil van het volk. Dat roept allerlei vragen op. Waarom moeten we de democratie eigenlijk verdedigen? En hoe zouden we dat moeten doen? Om deze vragen te beantwoorden leest en herleest filosoof Hans Achterhuis klassieke en hedendaagse politieke denkers. Wanneer hij zich over de staat van de Amerikaanse democratie buigt, komen ook zijn eigen ervaringen in het geding. Democraticide is een even deskundige als persoonlijke zoektocht naar de bronnen van democratisch burgerschap.

Tekst op website
Een essayistische verhandeling over de waarde en de hedendaagse staat van democratie. De democratie wordt wereldwijd bedreigd door politici die de wil van het volk claimen. Hans Achterhuis onderzoekt of, waarom en hoe democratie verdedigd moet worden. Hij bestudeert klassieke en moderne politieke denkers in een zoektocht naar de bronnen van democratisch burgerschap, en biedt een diepgaande analyse van de huidige staat van democratische instituties. Intelligent en bespiegelend geschreven, met veel ruimte voor persoonlijke passages. Geschikt voor een geoefende lezersgroep.  Hans Achterhuis (Hengelo, 1942) is emeritus hoogleraar filosofie aan de Universiteit Twente. Hij schreef vele boeken over o.a. welzijn, schaarste, utopisch denken, religie en geweld. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven en won verschillende literaire prijzen, zoals de Pierre Bayle-prijs en de Socrates-wisselbeker. Van 2011 tot 2013 was Achterhuis de eerste Denker des Vaderlands.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Jan Rotmans 6

Kanteltijd : op weg naar een betere wereld
Prometheus 2026, 295 pagina's  - € 30,--

Wikipedia: Jan Rotmans (1961)

Korte beschrijving
Een hoopvolle essayistische verhandeling over klimaatverandering en duurzaamheid. In het boek analyseert Jan Rotmans de huidige wereldwijde transities en benadrukt hij de rol van individuen in het vormgeven van een duurzamere toekomst. Rotmans pleit voor een activisme waarbij liefde, compassie en verbinding centraal staan. Hij stelt dat iedereen een cruciale bijdrage kan leveren aan een schonere en gezondere wereld door buiten bestaande systemen te denken en te handelen vanuit betrokkenheid en verbeeldingskracht, en moedigt lezers aan om mee te werken aan de klimaattransitie. Prettig leesbaar en in makkelijke taal geschreven. Met kleurenfoto's en AI-gegenereerde visualisaties van een toekomstige duurzame wereld. Jan Rotmans (Rotterdam, 1961) is een bekende Nederlandse schrijver en academisch docent. Hij schreef vele boeken, o.a. 'In het oog van de orkaan', 'Verandering van tijdperk', 'Omwenteling', 'Omarm de chaos' en 'De perfecte storm'

Tekst op website uitgever
We leven in ongekend grimmige tijden, met oorlogen, crises, geopolitieke machtsverschuivingen en wankelende democratieën en economieën. In de bovenstroom zijn de golven hoog en wild, maar de onderstroom biedt hoop.

Net als bij oceanen bepaalt in de wereld om ons heen de onderstroom het ritme van morgen. Bijna een miljard mensen wereldwijd werken daar in de luwte aan een betere, schonere en gezondere wereld. Dáár wachten mensen niet op toestemming, denken ze buiten bestaande systemen en handelen ze uit betrokkenheid én verbeeldingskracht. In Kanteltijd analyseert transitiewetenschapper en bestsellerauteur Jan Rotmans de grote transities van vandaag de dag en wijst de route naar een betere toekomst. Het hoopvolle nieuws is dat ieder van ons daarin een cruciale rol kan spelen. Juist in tijden van chaos en instabiliteit kun jij als individu het verschil maken. Kanteltijd is een bezield boek dat velen zal inspireren tot het leveren van een actieve bijdrage aan een betere wereld. Hierbij is een nieuw kompas nodig, en spiritueel activisme kan dat zijn. In actie komen vanuit liefde, compassie en verbinding in plaats van boosheid en frustratie.

Een openhartig, hoogstpersoonlijk en hoopgevend boek dat oproept tot spiritueel activisme.

Jan Rotmans (1961) is hoogleraar en internationale autoriteit op het gebied van klimaatverandering, duurzaamheid en transities. Hij publiceerde al vijfendertig boeken en driehonderd wetenschappelijke artikelen over klimaatverandering, duurzaamheid en transities. Hij ontwikkelde het eerste integrale klimaatmodel ter wereld en stond aan de wieg van het wetenschappelijk vakgebied transitiekunde. Hij adviseert bedrijven en overheden in binnen- en buitenland over hoe ze kunnen transformeren naar duurzame organisaties. Hij was oprichter van het transitie-instituut DRIFT en startte tal van initiatieven, waaronder Urgenda, Nederland Kantelt, United4Education, Gideons Bende, TeamNXT en De Onderstroom. Zijn laatste vijf boeken werden bestsellers: In het oog van de orkaan, Verandering van tijdperk, Omwenteling, Omarm de chaos en De perfecte storm.

Fragment uit

Lees ook: : In het oog van de orkaan : Nederland in transitie (2012) Verandering van tijdperk : Nederland kantelt (2014), Omwenteling : van organisaties, mensen en samenleving (2017), Omarm de chaos (2021) en De perfecte storm : op zoek naar een nieuwe balans (2023).

Terug naar Overzicht alle titels


Bernie Sanders 2

Tegen de oligarchie
Bot 2016, 157 pagina's  - € 19,99

Oorspronkelijke titel: Fight oligarchy (2025)

Wikipedia: Bernie Sanders (1941)

Korte beschrijving
Een pleidooi tegen oligarchie, waarin een kleine groep extreem rijke individuen steeds meer invloed krijgt op de wereldwijde politiek en economie, en de bedreiging die dit vormt voor de democratie. Bernie Sanders stelt dat deze miljardairs, in plaats van gekozen regeringen, steeds meer het beleid bepalen, wat leidt tot toenemende ongelijkheid en een verzwakte democratie. Sanders benadrukt dat de macht uiteindelijk bij het volk ligt en biedt een visie voor het herstellen van de democratie. Betogend en diepgravend geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Bernie Sanders (Brooklyn, 1941) is het langstzittende onafhankelijke lid in de geschiedenis van het Amerikaanse Congres. Hij was acht jaar burgemeester van Burlington, zat zestien jaar in het Huis van Afgevaardigden en zit nu in zijn vierde termijn in de Senaat.

Tekst op website uitgever
Het is een wereldwijd fenomeen en de belangrijkste economische en politieke realiteit van nu. Een handjevol van de rijkste mensen op aarde heeft buitengewoon veel macht over het leven van miljarden inwoners in bijna elk land van de wereld. En steeds vaker zijn het niet de gekozen regeringen die de activiteiten van miljardairs reguleren. Het is juist de niet-gekozen miljardairsklasse die het beleid van regeringen beïnvloedt. Het resultaat: de oligarchie rukt op, de ongelijkheid neemt toe en de democratie raakt in verval.

Bernie Sanders beschrijft, op zijn eigen krachtige manier, wat er gebeurt wanneer de zeer rijken nog rijker worden, voor gewone mensen en voor de democratie.

Met zijn onvermoeibare optimisme en energie herinnert Sanders ons eraan dat echte macht bij het volk ligt én hij toont een weg naar een hernieuwde democratie.

Bernie Sanders is het langstzittende onafhankelijke lid in de geschiedenis van het Amerikaanse Congres. Hij diende acht jaar als burgemeester van Burlington in Vermont, zestien jaar in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en zit nu in zijn vierde termijn in de Senaat.

'Een belangrijk boek over wat er gebeurt als vermogensongelijkheid explodeert en een land haar democratie niet goed beschermt.' Ingrid Robeyns, auteur van Limitarisme: Pleidooi tegen extreme rijkdom

'Wie Bernie Sanders leest, vindt zelfs in dit donkere uur onderweg weer de strijdbaarheid en geestdrift terug: aan de kant blijven staan is geen optie.' Johan Fretz, auteur van Onder de Paramariboom

Fragment uit

Lees ook: Het is oké om kwaad te zijn op het kapitalisme (2023)

Terug naar Overzicht alle titels

Tessa Avermaete

Je bord ontrafeld : feiten, fabels en emoties over voedsel en landbouw
Lannoo 2026, 199 pagina's   - € 27,50 

Artikel over Tessa Avermaete (1977)

Korte beschrijving
Een kritische bespreking van het voedselvraagstuk, met speciale aandacht voor gezondheid, klimaat en duurzaamheid. De auteurs onderzoeken complexe vraagstukken uit de voedselketen. Zo gaan ze in op de vraag waarom er ondanks volle winkelrekken toch nog steeds mensen honger lijden, en waarom overgewicht een hardnekkig probleem blijft. Ze analyseren de rol van het voedselsysteem in een tijd van klimaatverandering en lichten toe hoe consumptiekeuzes zowel kunnen verbinden als verdelen. De auteurs stellen zich als doel om feit van fabel te scheiden en zodoende lezers te helpen weloverwogen keuzes te maken, waardoor ze kunnen bijdragen aan een rechtvaardig, gezond en duurzaam voedselsysteem. Informatief, betogend en nuchter geschreven. Met enkele illustraties en figuren in zwart-wit. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Tessa Avermaete is landbouweconoom en expert duurzame voeding. Als oprichter van Run and Harvest adviseert ze organisaties en beleid. Barbara De Coninck en Wannes Keulemans zijn verbonden aan de KU Leuven en zijn gespecialiseerd in duurzame gewasproductie.

Tekst op website uitgever
Hoe kan het dat de winkelrekken vol liggen en er toch mensen honger lijden?
Waarom worstelen we met overgewicht ondanks alle kennis over gezond eten?
Kan het voedselsysteem een oplossing bieden bij klimaatverandering?

Voedsel verbindt én verdeelt ons. Wat we op ons bord leggen, is vaak een uitdrukking van onze idealen en overtuigingen. Maar die idealen durven nogal sterk uiteen te lopen. Terwijl het voedselsysteem wereldwijd onder druk staat, blijven we vastlopen in een fel gepolariseerd debat. Clichés en misverstanden circuleren hardnekkig: van nostalgische beelden van 'de boer' tot simplistische verklaringen over klimaat, gezondheid en duurzaamheid.

Je bord ontrafeld scheidt feiten van fabels en duidt de emoties die onze blik op het voedseldebat vertroebelen. Daarnaast tonen verhalen over honger en overvloed, marktmacht en onmacht de menselijke kant achter de statistieken. Met als doel: een weloverwogen keuze maken over wat er op je bord ligt. Samen bouwen we zo aan een rechtvaardig en duurzaam voedselsysteem.

'Met open blik, gedreven door feiten en empathie, analyseert dit boek talloze aspecten van voedsel en landbouw in de wereld. Hoe verhoudt moderne wetenschap zich tot ongelijkheid en onzekerheid, wat is de rol van bedrijven en overheden? Een noodzakelijk, breed en oprecht overzicht van dilemma's die ons allemaal aangaan.' - Louise O. Fresco

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels


Babette Porcelijn 2

De trias economica : economie zonder verborgen impact
Volt 2026, 220 pagina's  - € 24,99 

Wikipedia: Babette Porcelijn (1973)

Korte beschrijving
Een verhelderende verhandeling over de oorzaken van problemen in ons economische systeem en pleidooi voor een nieuwe aanpak die machten scheidt en besluitvorming democratiseert. Babette Porcelijn onderzoekt de verborgen impact van onze economie, die leidt tot ongelijkheid, geopolitieke spanningen en klimaatverandering. Ze wijst op de spelregels van het economische systeem en de concentratie van macht als kernproblemen. Geïnspireerd door de trias politica, introduceert ze de trias economica, die economische machten scheidt en besluitvorming democratiseert. Dit biedt een alternatief voor het huidige systeem en streeft naar een economie die de natuur versterkt en voor iedereen werkt. Het boek bevat analyses en praktische handvatten voor een transitie naar een economie zonder verborgen negatieve impact. Direct, kritisch en analytisch geschreven. Met ondersteunende illustraties en foto’s in kleur. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Babette Porcelijn is een Nederlandse schrijver, impactexpert en industrieel ontwerper. Ze schreef een klein aantal boeken.

Tekst op website uitgever
Stel je een economie voor die werkt voor iedereen: mensen hier én daar, nu én na ons. Een economie die de natuur versterkt in plaats van onder druk zet. Klinkt goed. Maar in de praktijk zien we juist steeds meer ongelijkheid, geopolitieke spanningen en klimaatverandering. Waarom lukt het niet om de economie op een gezonder spoor te zetten?

In De trias economica onderzoekt Babette Porcelijn de wortels van onze verborgen impact en laat zien waar het echt spaak loopt: diep in de spelregels van het systeem. Bij economische macht. Geïnspireerd door de klassieke trias politica introduceert zij de trias economica. Die scheidt de economische machten en democratiseert de besluitvorming. Zo ontstaat een economie voor iedereen, zonder verborgen impact.

De trias economica biedt een uitweg uit het falende systeem. Heldere analyses en concrete handvatten helpen ons op weg om stap voor stap te beginnen.

Fragment uit

Lees ook: Het happy 2050 scenario : alles wat je kunt doen voor een gelukkige wereld (uit 2021)

Terug naar Overzicht alle titels

Andrea Wulf 3

De reiziger : het uitzonderlijke leven van George Forster en zijn zoektocht naar de mens
Atlas Contact 2026, 504 pagina's  - € 39,99

Oorspronkelijke titel: The traveller (2026)

Wikipedia: Andrea Wulf (1972)

Korte beschrijving
Een biografie van George Forster (1754-1794), een vooruitstrevende denker en wereldreiziger uit de achttiende eeuw. Op 17-jarige leeftijd reisde hij met kapitein Cook naar Antarctica en de Stille Zuidzee. HIJ bestudeerde diverse culturen en keerde terug met een sterk geloof in gelijkheid. In Europa werd hij gevierd als wetenschapper en schrijver en zette zich in voor mensenrechten, en tegen imperialisme, racisme en slavernij. Zijn ideeën veroorzaakten controverse, zeker toen hij ook de principes van de Franse Revolutie uit begon te dragen. Andrea Wulf belicht Forsters leven en zijn visie op verbinding tussen mensen, los van plaats, nationaliteit of traditie. Inzichtelijk en intelligent geschreven. Met portretten, kaarten en illustraties in zwart-wit. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Andrea Wulf (New Delhi, 1972) is een internationaal bekende schrijver, historicus, biograaf en publicist. Eerder schreef ze 'De uitvinder van de natuur'* over het leven van Alexander von Humboldt en 'Rebelse genieën’.** Ze is geboren in India, groeide op in Duitsland en woont nu in Londen.

Tekst op website uitgever
Bestsellerauteur Andrea Wulf neemt de lezer mee in het avontuurlijke leven van wereldreiziger George Forster, een man die zijn tijd mijlenver vooruit was maar die vergeten werd door de geschiedenis.

Hij was een wonderkind, een wereldreiziger en een van de meest vooruitstrevende denkers van zijn tijd. Op zijn zeventiende zeilde hij met kapitein Cook naar de uithoeken van de bekende wereld, om daarna in Europa furore te maken als wetenschapper, schrijver en revolutionair.

George Forster (1754-1794) was een man die zijn tijd ver vooruit was: hij reisde naar de uithoeken van de bekende wereld en daagde het wereldbeeld van achttiende-eeuws Europa uit met radicale ideeën over gelijkheid en vrijheid. Hij werd tijdens zijn leven geprezen en kende Goethe, Benjamin Franklin, Mary Wollstonecraft en Alexander von Humboldt, maar is sindsdien grotendeels in de vergetelheid geraakt.

Met De reiziger zet Andrea Wulf Forster weer op de kaart als een van de grote visionairs van zijn tijd. Op zeventienjarige leeftijd sloot hij zich aan bij de ontdekkingsreis van kapitein Cook, een reis die hem zowel naar het ijzige Antarctica als de tropische eilanden van de Stille Zuidzee voerde. Hij bestudeerde de mensen en culturen die hij tegenkwam en keerde terug met een diep geloof in de gelijkheid van volken. Bij zijn terugkeer werd hij in heel Europa gevierd en gebruikte hij zijn roem om op te komen voor mensenrechten en te strijden tegen imperialisme, racisme en slavernij. Hij bewonderde sterke en ontwikkelde vrouwen en was trots op zijn dochters. Tegelijkertijd leidden zijn ideeën ook tot grote controverse, zeker toen hij ook de principes van de Franse Revolutie uit begon te dragen. De reiziger is een briljant portret van een buitengewone man die niet gebonden was aan plaats, nationaliteit of traditie – een man die zich niet richtte op wat ons onderscheidt, maar op wat ons verbindt.

Fragment uit

Lees ook: De uitvinder van de natuur : het avontuurlijke leven van Alexander von Humboldt (uit 2016) en Rebelse genieën : de eerste romantici en de uitvinding van het ik (uit 2022)

Terug naar Overzicht alle titels

Luisa Neubauer

Stel dat we moedig zijn : wegen uit de klimaatimpasse
Cossee 2026, 160 pagina's  - € 19,99

Oorspronkelijke titel: Was wäre, wenn wir mutig sind? (2025)

Wikipedia: Luisa Neubauer (1996)

Korte beschrijving
Een bevlogen en actueel essay (160 p.) over de machtsstrijd achter de klimaatcrisis, met een pleidooi voor een nieuwe verbeelding en moedig handelen. Luisa Neubauer onderzoekt waarom er ondanks bekende wetenschappelijke feiten en zichtbare klimaatrampen weinig vooruitgang is in de wereldwijde klimaatbescherming. Ze analyseert de machtsstrijd en de fossiele basis van onze economie, en presenteert een visie van een op feiten gebaseerde utopie. Ze bespreekt de voordelen van het oprekken van verbeeldingskracht en het ontwikkelen van een nieuwe klimaatethiek, en roept op om hoopvol en moedig te zijn in het verdedigen van ecologische grenzen en het democratisch organiseren van klimaatbescherming. Helder, verdiepend en aanjagend geschreven. Met name geschikt voor een meer geoefende lezersgroep. Luisa Neubauer (Hamburg, 1996) is een Duitse klimaatactivist, spreker en schrijver. Sinds 2016 is ze jeugdambassadeur van de ngo ONE en begin 2019 werd ze bekend als een van de Fridays for Future-activisten.

Tekst op website uitgever
Waarom gebeurt er niet veel méér op klimaatgebied, ook al zijn de wetenschappelijke feiten allang bekend? Waar komt de rechtse anti-klimaatagressie vandaan? Waarom leiden zelfs de zichtbare klimaatrampen niet tot herbezinning? Tot op de dag van vandaag slaagt de wereld er niet in om de noodzakelijke klimaatbescherming democratisch te organiseren. Luisa Neubauer analyseert de machtsstrijd achter de klimaatcrisis, legt de fossiele wortels van onze economie bloot en laat zien hoe een op feiten gebaseerde utopie op onze planeet eruit kán zien. Ze staart zich niet blind op wat we verliezen, maar benadrukt wat er te winnen valt als we onze verbeeldingskracht oprekken en onszelf een nieuwe ethiek over klimaat voorschrijven. Stel dat we moedig zijn is een pleidooi om de hoop niet te verliezen en een uitnodiging om moedig(er) te zijn in het verdedigen van onze ecologische grenzen.

Fragment uit De systeemkwestie
Cynici zijn mensen die een schijnbare hopeloosheid als feit aannemen, die iedere fractie van een klimaatramp, fascisme en verdeeldheid als bewijs aanhalen dat het geen nut heeft je in te zetten. Dat is de kern van cynisme: het neemt het slechtste aan van de wereld en zal dat ook in haar vinden.
  Maar een menselijke crisis die geen reservebank en geen toeschouwerstribune heeft, heeft ook geen niet-betrokkenen. Wetenschappelijk beschouwd blijkt trouwens dat ook cynisme onrealistisch is. De aanname dat mensen in de kern slecht zijn en dat inzet nutteloos is, is met betrekking tot de wereld namelijk niet houdbaar. Wie goed kijkt vindt zelfs op de onverwachtste plekken en op de onverwachtste momenten mensen die iets bewerkstelligen. Het is dus geen wonder dat cynici doorgaans eenzamer en ongelukkiger zijn dan mensen die een realistische houding tegenover de wereld vertegenwoordigen: toegepaste, ongemakkelijke hoop.
  Wat is dus de rol van het individu in de strijd tegen de fossiele vernietiging en de klimaatcrisis? Waar groeit moed in plaats van cynisme? Ik denk aan de vele momenten waarop aan me werd gevraagd: 'Moet het individu veranderen? Of moet het systeem veranderen?' Dat eerste impliceert dat het ecologische project een soort heropvoedingsmaatregel is, het tweede impliceert dat de rol van het individu geen verschil maakt. Beide zijn onjuist.
  Geen enkel systeem verandert zonder dat individuen persoonlijk besluiten iets te veranderen - en dus altijd ook zichzelf. In de klimaatcrisis zijn we aangewezen op de bijdrage van miljoenen individuen - en niet alleen maar als ze in de supermarkt moeten kiezen tussen schnitzel en tofu. Wat een belediging! In de klimaatcrisis zijn we - net als overal - politieke wezens die alle touwtjes in handen hebben. We zijn denkers en netwerkers, maken deel uit van families en vriendenkringen, we zijn mensen die werken, rolmodellen en followers. Verandering komt als individuen verandering niet alleen beschouwen als het verschil tussen tofu en schnitzel, maar als het verschil tussen toeschouwen en in actie komen.
  Hannah Arendt zag een terugtrekking in de privésfeer als een reflex van mensen die, hun geweten volgend, niet met de nazi's wilden collaboreren. En in de klimaatcrisis? In de ecologie is wat privé is automatisch ook politiek, want of de moleculen die de opwarming van onze planeet veroorzaken nou in de privésfeer of de politieke sfeer worden uitgestoten, is uiteindelijk niet van belang. 13 procent van de emissies in Duitsland komen van huishoudens, en het zijn precies deze private ruimtes die bedreigd worden door de klimaatcrisis, door overstromingen, branden en hitte. Dat sloopt, dat overweldigt, dat overbelast. En precies daarom moet het politieke het private weer beter beschermen. Niet alleen in de vorm van klimaatbeleid dat huizen, grondstukken, inkomens en persoonlijke vrijheid verdedigt, maar ook in de vorm van een politieke ruimte die de druk weghaalt van particuliere keuzes. Een beleid dat niet langer fossiele producten voortrekt en goedkeurt, zodat de fossiele variant niet meer de goedkope, makkelijke optie lijkt. Daar zijn politieke plannen en visies voor nodig, regels en concepten die mensen steunen. Zodat private ruimtes op een gegeven moment weer privé kunnen zijn. (pagina 140-142)

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 13 juni 2026

Albert Camus 2

Brieven aan mijn leraar : een ode aan de bijzondere band tussen leraar en leerling
Met een inleiding van Bas Heijne
De bezige bij 2026, 112 pagina's   - € 12,50

Wikipedia: Albert Camus (1913-1960) en Bas Heijne (1960)

Opmerkelijk! : Bas Heijne werd vijf dagen na de dood van Albert Camus geboren.

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Nadat hij in 1957 de Nobelprijs voor Literatuur heeft ontvangen, schrijft Albert Camus een brief aan zijn vroegere onderwijzer Louis Germain in Algiers om hem zijn dankbaarheid te betuigen.

Zonder u, zonder die liefdevolle hand die u reikte aan het arme jongetje dat ik was, zonder uw onderwijs en uw voorbeeld zou niets van dat alles zijn gebeurd.

Alle twintig brieven tussen de twee mannen zijn in deze uitgave voor het eerst vertaald en gebundeld, samen met het stuk De school uit De eerste man, en vormen tezamen een inspirerende ode aan de bijzondere relatie tussen leraar en leerling, vaak een levenslange band van dankbaarheid en tederheid.

Bas Heijne schreef een inleiding waarin hij het belang en de zeggingskracht van de brieven nader toelicht.


Fragment: 15. Albert Camus aan Louis Germain

19 november 1957

Beste meneer Germain,

  Ik heb het rumoer dat me deze dagen heeft omringd een beetje laten verstommen voordat ik u met mijn hele hart een paar dingen kom zeggen. Er is me zojuist een veel te grote eer bewezen, waar ik niet naar heb gedingd en niet om heb gevraagd. Maar toen ik het nieuws vernam dacht ik het eerst, na mijn moeder, aan u. Zonder u, zonder de liefdevolle hand die u reikte aan het arme jongetje dat ik was, zonder uw onderwijs en uw voorbeeld zou niets van dat alles zijn gebeurd.
  Ik hecht geen enorme betekenis aan dit type eerbewijs, maar het biedt tenminste een gelegenheid om u te zeggen wat u bent geweest en nog altijd bent voor mij, en om u te verzekeren dat uw inspanningen, uw werk en het genereuze hart waarmee u zich daaraan wijdde nog altijd voortleven in een van uw scholiertjes die, ondanks zijn leeftijd, niet is opgehouden uw dankbare leerling te zijn.
  Ik groet u allerhartelijkst,

Albert Camus (pagina 43-43)

Fragment uit 6bis -De school
Even later klopte meneer Bernard voor Jacques' stomverbaasde ogen bij hem thuis op de deur. Grootmoeder deed de ogen open en veegde haar handen af aan haar schort, waarvan de te strakke band haar oude vrouwenbuik liet opbollen. Toen ze de onderwijzer zag, gingen haar handen naar haar haar om het te kammen. 'Zo grootmoedertje,' zei meneer Bernard, 'druk bezig, zoals gewoonlijk? Wat werkt u toch hard.' Grootmoeder liet de bezoeker binnen in de slaapkamer, waar je doorheen moest om in de eetkamer te komen, bood hem een stoel aan bij de tafel en haalde anisette en glazen voor de dag. 'Doet u gene moeite, ik ben gekomen om even met u te praten.' Eerst vroeg hij naar haar kinderen, toen naar haar leven op de boerderij, naar haar man, en hij vertelde over zijn eigen kinderen. Op dat moment kwam Catherine Cormery binnen, die in verwarring raakte, meneer Bernard 'Meneer de Meester' noemde, direct doorliep naar haar kamer oom haar haar te kammen en een schoon schort voor te doen, en daarna op de punt van ene stoel kwam te zitten, een beetje opzij van de tafel. 'Jacques,' zei meneer Bernard, 'als jij nou eens even buiten gat spelen. U begrijpt', zie hij tegen grootmoeder, 'ik ga allemaal goeds over hem vertellen en hij is in staat te geloven dat het waar is...'
Jacques liep de kamer uit, vloog de trap af en posteerde zich bij de voordeur op de drempel. Een uur later stond hij daar nog, op straat werd het al drukker en door de vijgenbomen heen kleurde de hemel groen toen meneer Bernard uit het trapgat kwam en achter hem opdook. Hij krabbelde hem op het hoofd. 'Nou!' zei hij, 'het is voor elkaar. Je grootmoeder is een beste vrouw. En je moeder... Ach!' zei hij. 'Vergeet haar nooit.' Plotseling dook grootmoeder op uit de gang. 'Meneer,' zei ze. Ze hield haar schort met één hand omhoog en veegde haar ogen af. 'Ik ben vergeten... u zei dat u Jacques bijles zou geven.' 'Uiteraard,' zei meneer Bernard. 'En hij zal ervan lusten, geloof dat maar.' 'Maar we kunnen u niet betalen'.  Meneer Bernard keek haar strak aan. Hij hield Jacques bij zijn schouders vast. 'Maakt u zich maar geen zorgen,' en hij schudde Jacques heen en weer, 'hij heeft mij al betaald'. Toen was hij weg, en grootmoeder nam Jacques bij de hand om de trap op te gaan, het huis binnen, en voor het eerst kneep ze in zijn hand, heel stevig, met een soort liefdevolle vertwijfeling. 'Jochie toch', zei ze, 'jochie toch'.  (pagina 96-97)

Lee ook: Een hogere liefde : brieven aan een Duitse vriend (2024) 

Het begint een reeks te worden: (klassieke) teksten waar Bas Heijne een inleidend essay voor schreef:
Menno ter Braak. Het nationaalsocialisme als rancuneleer (2019)
Albert Camus. Een hogere liefde : brieven aan een Duitse vriend (2024) 
Aldus Huxley. De tijd van oligarchen (2025)
George Orwell. Over nationalisme (2023)
Pericles. Voor de democratie (2025)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 7 juni 2026

Frédéric Martel

Tegen het Westen : in gesprek met onze vijanden
Uitgeverij Balans 2026, 672 pagina's  - € 39,95

Oorspronkelijke titel: Occidents : enquête sur nos ennemis (2026)

Wikipedia: Frédéric Martel (1967)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Onderzoeker en journalist Frédéric Martel besloot met onze zelfverklaarde vijanden in gesprek te gaan. Hij reisde de wereld rond en sprak meer dan tweeduizend politieke en strategische sleutelfiguren.

We zitten midden in een wereldoorlog van ideeën. Van Rusland tot de Verenigde Staten, van China tot Iran, van het Midden-Oosten tot het mondiale Zuiden vallen mensen ‘het Westen’ aan. Ze proberen Europa uit elkaar te spelen en willen de bestaande wereldorde vernietigen.

Maar wat is het Westen in hun ogen precies? Wat zijn de grieven ertegen en wie zijn deze mensen? Onderzoeker en journalist Frédéric Martel besloot met onze zelfverklaarde vijanden in gesprek te gaan. Hij reisde de wereld rond en sprak meer dan tweeduizend politieke en strategische sleutelfiguren. Zo ontmoette hij de ideologen achter Xi Jinping, de intellectuelen rond Poetin, de kring van Bolsonaro en de propagandisten van Hamas. Hij interviewde de adviseurs van Orbán, Erdoğan, Maduro en anderen, en hij sprak de mensen rond Donald Trump, onder wie Steve Bannon.

Voor ieder van hen bleek het Westen iets anders te betekenen. Sommigen vinden Europa te kapitalistisch, anderen noemen ons te woke, of juist te liberaal, imperialistisch, hypocriet, dictatoriaal. Maar wat hen allemaal dwarszit is onze democratie, de open samenleving die Europa wil zijn met universele, verlichte waarden als mensenrechten, pluralisme en vrijheid van meningsuiting. De westerse democratieën zijn zeker niet perfect, erkent ook Martel in dit unieke, mee slepende en onthullende meesterwerk, maar het is cruciaal om ze te blijven verdedigen. Nu meer dan ooit.

Fragment uit (de) Proloog - Hun ideeënwereld
'Het Westen' is een obsessie van Steve Bannon, maar paradoxaal genoeg ook van alle antiwesterlingen van onze tijd. Het is hun idee-fixe. Ze zijn allemaal bezig aan een missie, al is dat aan twee uiteinden van het politieke spectrum. Maar waarover hebben ze het nu echt?  Elk heeft zijn eigen 'Westen'. Elk heeft eigen redenen om afkeer van 'het Westen' te hebben. Antiamerikanisme, antioccidentalisme, antikolonialisme, antieuropeanisme, antizionisme... De afkeer is veelvormig en niet duidelijk afgebakend: aan deze term kun je allerlei ideologische noties koppelen. 
  Ten eerste de geografie. De zon komt overal op en gaat overal onder, wat inhoudt dat het Avondland - daar waar de zon ondergaat - meeschuift met de lengtegrad. Het Westen - 'het Avondland' - is eenvoudigweg daar waar de zon ondergaat! Voor de Amerikanen is het Westen Californië, Arizona en de deelstaten van de Grote Oceaan. Once Upon a Time in the West. Wanneer Vietnamezen 'het Westen' zeggen bedoelen ze de Fransen en Amerikanen. In India verwijst het Westen, soms bewonderd en dan weer verguisd, naar de Verenigde Staten, een land dat ooit 'West-Indië' werd genoemd. In Turkije wordt het Westen van oudsher vertegenwoordigd door Rome: het West-Romeinse Rijk tegenover Byzantium, dat het Oost-Romeinse Rijk vormde. In Palestina, Libanon en Syrië is Israël de 'westerse' vijand. Maar Israël ligt in de Oriënt, niet in de Occident. Voor Cuba ligt het Westen in het noorden: het zijn de Verenigde Staten. Ook in Mexico richt de antiwesterse kritiek zich op Noord-Amerika, maar tevens op de Spaanse kolonisator - die voor dat land in het oosten ligt. Het moge duidelijk zijn dat we eerst eens even helderheid in de terminologie moeten scheppen.
  De aanduiding van het Westen kwam vooral in zwang tijdens de Koude Oorlog: Europa was verdeeld tussen het 'Oosten' van de Sovjets en het kapitalistische en liberale 'Westen'.  Aangezien het IJzeren Gordijn dwarsdoor Europa liep, kon de term 'Europa' niet worden gebruikt als synoniem voor de 'Vrije Wereld'. Daarom werd hij vervangen door 'het Westen'.  Voor de landen van Midden= en Oost Europa bestond het Westen uit de Bondsrepubliek Duitsland en West-Europa; en voor West-Europeanen lagen de Oost-Europese landen achter het IJzeren Gordijn. Maar tegenwoordig zijn deze landen uit het Oosten opgeschoven naar het 'Westen'. Tussen 1950 en 1990 waren de woorden 'Europa' en 'het Westen' dus niet langer synoniem, om verwarring te voorkomen tussen de Europese landen van het Warschaupact en die van de NAVO. De geografie en de geschiedenis overlapten niet langer. (pagina 25-26)

Terug naar Overzicht alle titels

Arnon Grunberg 2

Mogen we nog een beetje leven? : essay
Atlas Contact 2026, 158 pagina's  - € 19,99

Wikipedia: Arnon Grunberg (1971)

Korte beschrijving
Grunberg verkent de blijvende rol van religie in de politiek en verbindt verhalen zoals dat van Abraham met psychoanalytische en filosofische inzichten van Winnicott en Nietzsche. Het essay biedt een kritische blik op de hedendaagse naleving van universele mensenrechten en de blijvende invloed van religieuze ideeën. Analytisch geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Arnon Grunberg (Amsterdam, 1971) is een beroemde Nederlandse schrijver, essayist en columnist. Hij schreef vele boeken. Zijn werk wordt in meer dan dertig landen uitgegeven en won meerdere literaire prijzen, zoals de Anton Wachterprijs, de BookSpot Literatuurprijs en de Charlotte Köhler Stipendium.

Tekst op website uitgever
We leven in een tijd waarin de universele mensenrechten niet alleen minder worden nageleefd, maar zelfs steeds minder met de mond worden beleden. In dit essay gaat Arnon Grunberg op zoek naar de wortels van het universalisme en komt uit bij Jezus’ Bergrede. Hoewel hij de aantrekkingskracht ervan begrijpt, observeert hij ook dat deze leer vanaf het begin weerstand opriep. Jezus appelleerde aan een universeel verlangen naar verlossing van lijden, maar stelde er een opdracht tegenover – namelijk het liefhebben van je vijand – die misschien wel te veel van de mensen vroeg. Toch zijn we nog niet van religie af, juist ook in het politieke domein. Zoals alleen Grunberg dat kan, verbindt hij in dit essay het verhaal van Abraham met de inzichten van de psychoanalyticus Winnicott en de legende van Don Juan met de filosofie van Nietzsche.

Fragment uit

Lees ook: Vriend & vijand : decadentie, ondergang en verlossing (2019)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 6 mei 2026

Marietje Schaake 2

De machtscode : hoe de onzichtbare belangenstrijd achter AI onze democratie bedreigt
De Correspondent 2026, 166 pagina's  € 16,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Marietje Schaake (1978)

Korte beschrijving
Een actuele maatschappelijke beschouwing van de machtsstrijd achter het opkomen van kunstmatige intelligentie (AI), met kritiek op de toenemende macht van technologiebedrijven en een pleidooi voor een Europees antwoord op deze bedreiging van de democratie. Marietje Schaake, expert op het gebied van technologie, internet en privacy, onderzoekt de snelle opkomst en wijdverspreide toepassing van AI in diverse sectoren, zoals onderwijs, defensie en de overheid. Zij analyseert de autocratische machtsstrijd die achter AI schuilgaat en pleit voor een politiek antwoord vanuit Europa en Nederland. Het boek roept op tot bewustwording en actie om de controle over AI te reguleren en te zorgen voor democratische grip op deze baanbrekende technologie. Intelligent en prettig leesbaar geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Dit boek maakt deel uit van de serie ‘Vonkjes. Ideeën die je aansteken’. Marietje Schaake is verbonden aan de universiteit van Stanford en heeft een maandelijkse column in de Financial Times. Van haar hand verscheen eerder ‘De techcoup’* (2024).

Tekst op website uitgever
In dit heldere pamflet ontleedt technologie-expert Marietje Schaake de machtsstrijd achter AI en laat ze zien waarom – en hoe – Europa en Nederland daar een politiek antwoord op kunnen formuleren.

De kans is groot dat je dagelijks AI gebruikt – voor een recept, een samenvatting, een boekentip. Nooit eerder omarmden we een nieuwe technologie zo snel, en nooit werd er zo massaal in geïnvesteerd. Van scholen tot het leger en de overheid: overal wordt AI ingezet. Maar met elke stap geven we de democratische controle verder uit handen. De grote vraag is: aan wie, en met welke gevolgen? In dit heldere pamflet ontleedt technologie-expert Marietje Schaake de machtsstrijd achter AI en laat ze zien waarom – en hoe – Europa en Nederland daar een politiek antwoord op moeten formuleren. 

Reacties:
‘Tegen de AI-hysterie, voor democratische grip op AI. Marietje Schaake wijst de weg.’ – Sander Schimmelpenninck
‘Marietje Schaake stelt ongemakkelijke en noodzakelijke vragen over de macht van AI.’ – Marleen Stikker
'Marietje Schaake opent je de ogen voor wat er bij AI op het spel staat.' – Ilyaz Nasrullah '
Als vrijheid, privacy en democratie je lief zijn, lees dit boek. Marietje Schaake laat zien hoe wij AI kunnen beheersen in plaats van dat het ons beheerst.' – Eva Rovers

Fragment uit (de) Inleiding - In de ban van AI
De kans is groot dat je vandaag AI gebruikt. Dat je een recept, een samenvatting of een boekentip aan je chatbot vraagt. Of laat je stiekem je halve rechtenpaper genereren doot ChatGPT? Nooit eerder omarmden gebruikers een nieuwe technologie zo snel.
    De belofte van AI vertaalt zich in concrete successen: je communiceert direct met iemand aan de andere kant van de wereld zonder dezelfde taal te spreken. Journalisten spitten gigantische hoeveelheden data door op zoek naar bewijzen van corruptie. Boeren verspillen minder water omdat AI precies berekent wat een gewas nodig heeft in specifieke omstandigheden. En dan zijn er de toekomstige AI-beloftes: het kan kanker genezen, klimaatverandering een halt toeroepen en ons leven verlengen. Dankzij grootse vooruitzichten weten AI-bedrijven steeds nieuwe gebruikers en investeerders te vinden. De afgelopen twaalf jaar ging het om het ongekende bedrag van 1,5 biljoen dollar, waarvan 375 miljard in 2025.
  De rol van AI in ons leven wordt door bedrijven als onvermijdelijk voorgesteld. Alsof we het vooral snel moeten gaan gebruiken omdat we niet willen onderdoen voor onze collega's, concurrenten of medestudenten die AI al gretig omarmen. We zijn  zó in  de ban van het gebruiken van AI dat we ons te weinig afvragen waarvoor, hoe en waarom we AI willen inzetten.
  Zolang de AI-race doordendert, met prachtige vooruitzichten, blijken we tolerant voor de offers die nu gevraagd worden: het gigantische ater- en energiegebruik, het feit dat mensen hun baan verliezen of de discriminatie die ingebakken zit in AI-systemen. We horen wel over de snelheid waarmee AI-software kan coderen, maar minder over de cyberveiligheidsrisico's die dat oplevert. Ook ons democratisch bestel wordt uitgehold door de beslissingen die buitenlandse bedrijven nemen bij het ontwerpen van hun producten. Burgers en politici leunen steeds meer op AI-bedrijven die handelen zonder enig democratisch mandaat en onder minimaal toezicht.
  Begrijpen we wel wat de gevolgen zijn? Kan iemand die nog overzien? CEO's zeggen zelf niet te weten waarom generatieve AI (genAI) werkt zoals het werkt. Algoritmes zijn intransparant. Gebruikerservaringen zijn individueel en steeds anders, AI zorgt voor risico's en problemen wanneer het wordt misbruikt, maar ook als het werkt zoals bedoeld. We leven in een gigantisch experiment. (pagina 7-9)

Lee ook: De tech coup : hoe tech is gaan regeren en we de macht weer terugwinnen (uit 2024)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 18 april 2026

Angelo Schuurmans

Dit boek gaat over mensen : een vluchtelingenopvang die grenzen verlegt
Boekerij 2026, 259 pagina's   € 21,99

Website van Angelo Schuurmans (1985)

Korte beschrijving
Een persoonlijk verslag over de oprichting van de eerste particuliere vluchtelingenopvang van Nederland. In maart 2022 besluit de gemeenteraad van Oss om de opvang van vluchtelingen over te laten aan de lokale stichting Thuis in Oss. De stichting ontwikkelt een nieuwe vorm van opvang voor honderdvijftig vluchtelingen, waarbij bewoners zelf de huisregels maken, niet worden verplaatst tijdens hun asielprocedure, en vanaf het begin taalles krijgen. Na vier jaar groeit deze pilot uit tot een professionele opvanglocatie voor vijfhonderd mensen. Het boek biedt een inkijk in de werking van de opvang en de uitdagingen binnen de Nederlandse asielketen. Oprichter Angelo Schuurmans bespreekt thema’s als cultuurverschillen en de weerstand vanuit de gemeenschap, en laat zien hoe vluchtelingenopvang anders kan, met nadruk op verbinding en een menselijke kijk op integratie. Toegankelijk en prettig leesbaar geschreven, met veel persoonlijke passages.

Angelo Schuurmans (1985) is oprichter van stichting Thuis in Oss. Hij schreef dit boek samen met tekstschrijver Marloes Berghege (1986).

Tekst op website uitgever
Een inspirerend en zeer actueel verhaal over de eerste particuliere vluchtelingenopvang van Nederland en hun grensverleggende aanpak

‘Angelo Schuurmans laat met dit boek zien dat als iets echt uit je hart komt, je iedereen kan bereiken.’ Nasrdin Dchar, acteur

In maart 2022 neemt de gemeenteraad van Oss de unieke beslissing om de opvang van vluchtelingen niet door de overheid te laten uitvoeren, maar door een lokale stichting: Thuis in Oss. Tot op dat moment heeft de stichting vooral incidentele activiteiten georganiseerd. Door verbinding te creëren tussen de lokale gemeenschap en de nieuwkomers, proberen de vrijwilligers van de stichting wederzijdse vooroordelen weg te nemen. Onvoorbereid maar vol optimisme gaat Thuis in Oss, onder leiding van oprichter Angelo Schuurmans, de uitdaging aan om opvang te organiseren voor honderdvijftig vluchtelingen. Op geheel eigen wijze creëren zij een nieuwe vorm van opvang. Zo maken bewoners zelf de huisregels, worden ze gedurende hun asielprocedure niet verplaatst, is er vanaf het eerste moment taalles voor iedereen, en leven alle mogelijke culturen met elkaar onder één dak. Na vier jaar is de rebelse pilot uitgegroeid tot een professionele opvanglocatie voor vijfhonderd mensen. Met zijn eigenzinnige aanpak vormt Thuis in Oss een positief en hoopvol voorbeeld van hoe het ook kan.

In Dit boek gaat over mensen vertelt Angelo Schuurmans wat hem ertoe bracht hulp te gaan verlenen aan vluchtelingen. Hij geeft een bijzondere inkijk in het reilen en zeilen van de opvang, kijkt kritisch naar de complexe Nederlandse asielketen en vertelt wat er volgens hem komt kijken bij échte integratie. Hierbij sluit hij niet de ogen voor de meer ingewikkelde zaken, zoals flinke cultuurverschillen, meisjes die worden uitgehuwelijkt en hoe er wordt gekeken naar zijn eigen homoseksualiteit. Daarnaast heeft hij te maken met de tegengeluiden, waarvan sommige uit zijn directe omgeving. Niet iedereen is blij met een vluchtelingenopvang in zijn stad, maar ook die geluiden zijn belangrijk om naar te luisteren.

Dit eerlijke boek vol inspirerende verhalen en anekdotes uit de dagelijkse praktijk is een eyeopener voor iedereen met een mening over vluchtelingen.

‘Mocht je je in deze gure tijden afvragen: wat kan ik doen?! Lees dan dit boek. Angelo beoefent praktisch idealisme. Zijn verhaal geeft moed en laat zien dat liefde, praktisch denken en een mild hart bergen kunnen verzetten en daadwerkelijk de wereld kunnen veranderen. Dit is een boek van hoop dat alles wat we nodig hebben al onder handbereik is: onze menselijkheid en de bereidheid die in te zetten.’ Nazmiye Oral, actrice en schrijfster

‘Vluchtelingen hebben perspectief, duidelijkheid en de mogelijkheid om hun eigen leven vorm te geven hard nodig. Helaas is overal in ons land de realiteit vaak het tegendeel. De aanpak van Thuis in Oss laat zien dat het wel anders kan. Een inspirerend en uniek voorbeeld waar vluchtelingen uit Oekraïne en andere landen samenwonen en ook actief betrokken zijn bij die opvang. Hier wordt samen het verschil gemaakt!’ Frank Candel, bestuursvoorzitter VluchtelingenWerk Nederland

‘Dit boek komt voort uit een persoonlijke zoektocht naar verbinding en een realistische, menselijke kijk op integratie en opvang. Het gaat niet over wie er gelijk heeft, maar over elkaar vinden. Telkens weer.’ Angelo Schuurman

Fragment uit Wie ik was
Nog niet zo heel lang geleden waren vluchtelingen een enorm 'ver-van-mijn-bedprobleem'.  Het was iets waarover ik op het nieuws hoorde. Ik zag de schreeuwende krantenkoppen. Dat ze niet positief waren, viel me ook op. Maar daar bleef het voor mij bij. Ik deed er niets mee, verdiepte me er niet in, en ik wist niets van het Nederlandse systeem rondom opvang en integratie.
  Nu run ik met mijn stichting een opvang in het zuiden van het land. We vangen structureel vijfhonderd mensen op, en dat doen we op een (voor Nederland) innovatieve manier. Hoe ik van passief naar actief ben gegaan, een waarom, lees je allemaal in dit boek. Om dat beter te begrijpen is het goed als ik wat meer over mezelf vertel. In dit geval, over wie ik was voordat ik dit alleemaal ging ondernemen.
  In vogelvlucht: ik ging op mijn achttiende naar de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam. Nadat ik die had afgerond, volgde ik een acteursopleiding aan het Stella Adler Conservatory in Los Angeles (waar ik vervolgens nog jaren bleef hangen voor werk en liefde).
  Als acteur is het je werk om iedereen te kunnen zijn. Hoewel je persoonlijke mening en levenservaringen belangrijk zijn om je te kunnen verbinden met je personage, werken je vooroordelen altijd tegen je. Daarom leerde ik al snel om die achterwege te laten. Om de wereld te beleven en te zien door andere ogen. Het proces om daar te komen begint met een leeg papiertje. Wie is deze persoon? Waarom denkt en handelt iemand op een bepaalde manier, waar komt dat vandaan?  Blanco er ingaan en iets onderzoeken vanuit nieuwsgierigheid. Tijdens mijn beide studies benaderde ik nieuwe verhalen op die manier en dat heeft me gevormd. Je zou kunnen zeggen dat het voor mij een manier van denken is geworden.
  En toen kwam het bepalende moment dat ik naar Griekenland ging om als vrijwilliger vluchtelingen te helpen. Eenmaal terug in Nederland wilde ik meer doen voor deze groep mensen, dus begon ik me te verdiepen in het Nederlandse systeem voor opvang en integratie. Hoe meer ik te weten kwam, hoe meer vragen ik had. En hoe meer vragen ik had, hoe sterker het gevoel werd dat dit ook anders kan. Dus ging ik het anders oen. In dit boek vertel ik over dat hele proces. Van de eerste vonk tot het opzetten van een opvang op een andere manier, en alle realitychecks die daarbij hoorden. Want mijn god, wat zijn dat er veel geweest... Maar nog belangrijker, in dit boek wil ik je meenemen voorbij de headlines en de snelle meningen. Ik wil alten zien hoe het écht is om vluchtelingen op te vangen in Nederland. Eerlijk en realistisch. Het is geen pleidooi voor dé oplossing, want die bestaat niet. Wel een zoektocht. Naar wat menselijkheid en menselijke waardigheid betekent. Naar hoe we kijken naar 'de ander'.  En naar wat er mogelijk is als je de wereld eens niet benadert vanuit angst of (voor)oordeel, maar vanuit nieuwsgierigheid. Dit boek is een uitnodiging daartoe. (pagina 11-12)

Albert Memmi

Portret van de kolonisator & Portret van de gekoloniseerde
Octavo 2026, 164 pagina's  € 24,50

Oorspronkelijke titel: Portraits : Portrait du colonisé, Portrait du colonisateur, Portrait du décolonisé arabo-musulman et de quelques autres, Portrait d'un Juif, La Libération du Juif et L'Homme dominé (2015)

Wikipedia: Albert Memmi (1920-2020)

Korte beschrijving
Het klassieke werk van Albert Memmi uit de jaren 1950 over de materiële en psychologische aspecten van kolonialisme. Albert Memmi beschrijft hoe het koloniale systeem zowel de kolonisator als de gekoloniseerde negatief beïnvloedt. Hij concludeert dat nationale onafhankelijkheid de enige oplossing is om deze destructieve relatie te beëindigen. Memmi schreef de portretten van kolonisator en gekoloniseerde aanvankelijk om zijn eigen situatie als gekoloniseerde Tunesiër beter te begrijpen. Serieus en met academische diepgang geschreven. Met een voorwoord van Jean-Paul Sartre (1905-1980) en nawoord van vertaler Esha Guy Hadjadj (1994). Geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in het onderwerp. Albert Memmi (Tunis, 1920 - Parijs, 2020) was een vooraanstaande Frans-Tunesische schrijver en essayist van Joodse afkomst. Hij schreef vele boeken. Zijn werk wordt in meer dan vijftien landen uitgegeven. 'Portret van de kolonisator' en ‘Portret van de gekoloniseerde’ werden voor het eerst gebundeld gepubliceerd in 1957. Dit boek is deel 24 van de ‘Octavo basisserie’.

Tekst op website uitgever
In dit klassieke werk over kolonialisme ontleedt de Frans-Tunesische schrijver Albert Memmi de materiële drijfveren en de psychologische effecten van kolonisatie. Hij analyseert hoe het koloniale systeem twee tragische figuren met een gedeeld lot creëert: de kolonisator en de gekoloniseerde. Aanvankelijk schreef Memmi de portretten van deze figuren om zijn eigen situatie als gekoloniseerde Tunesiër beter te begrijpen, maar uiteindelijk moest hij een bredere conclusie trekken: de enige manier om de dodendans tussen de kolonisator en de gekoloniseerde een halt toe te roepen was nationale onafhankelijkheid. In 1957 werden de twee portretten gebundeld in een boek dat meteen in uiteenlopende kringen weerklank vond. Albert Memmi (1920-2020) werd geboren in Tunis. Zijn ouders behoorden tot de Joodse minderheid van die stad. Memmi begon in 1939 aan zijn studie filosofie in Algiers en hervatte die studie na de Tweede Wereldoorlog in Parijs. Vervolgens keerde hij terug naar Tunis, waar hij tijdens de beslissende jaren vóór de onafhankelijkheid van Tunesië in 1956 de twee portretten schreef.

Fragment uit

Bastiaan Rijpkema & Bart Schreurders

Tolerantiedenkers : inspiratie voor democratisch samenleven
Prometheus 2026, 371 pagina's € 26,99

Wikipedia: Bastiaan Rijpkema (1987) en korte bio van Bart Schreurders (1998)

Korte beschrijving
Een overzicht van filosofische gedachten over tolerantie van verschillende filosofen uit de geschiedenis. Dit boek onderzoekt de ideeën van twintig denkers, waaronder Plato, Erasmus, Machiavelli, Spinoza, Karl Popper, Albert Camus en Martha Nussbaum, over tolerantie. Het centrale thema is hoe mensen kunnen samenleven ondanks hun verschillen. De auteurs belichten hoe concepten als waarheid, liefde, rechtvaardigheid en kunst kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van tolerantie die essentieel is voor een democratische samenleving. Inzichtelijk en formeel geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Dit boek verschijnt onder redactie van rechtsfilosoof en hoogleraar Bastiaan Rijpkema en rechtswetenschapper Bart Schreuders, beiden verbonden aan de Universiteit Leiden.

Tekst op website uitgever
Wat kunnen denkers als Erasmus, Karl Popper en Martha Nussbaum ons leren over tolerantie als antwoord op moeizaam samenleven, politieke radicalisering en zorgen over polarisatie?

In Tolerantiedenkers gidsen vooraanstaande auteurs en kenners je door de canon van het denken over tolerantie. De denkers leer je kennen aan de hand van hun leven, filosofie en idee van tolerantie. Zo ontvouwt zich het gesprek dat door de eeuwen heen is gevoerd over die ene cruciale vraag: hoe leven we samen met onze verschillen?

De samengebalde denkkracht van twintig filosofen toont hoe onder meer waarheid, liefde, rechtvaardigheid en kunst kunnen inspireren tot de tolerantie die ons democratisch samenleven nodig heeft.

Bastiaan Rijpkema is rechtsfilosoof en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Voor De Groene Amsterdammer schreef hij tussen 2021 en 2024 een column over politiek Den Haag.

Bart Schreuders werkt aan de Universiteit Leiden aan een proefschrift over het zestiende-eeuwse tolerantieconflict tussen Dirck Volckertsz Coornhert en Justus Lipsius.

Fragment uit 19. Martha Nussbaum (1947-): kwetsbaarheid, rechtvaardigehid en emoties (- Ronald Tinneveld

Denken
Nussbaum kan dan ook met recht een van de prominentste en uitgesproken denkers van dit moment genoemd worden. Welke inhoudelijke draad houdt de vele thema's bijen waarnaar ze onderzoek verricht? Na de uitreiking van de Balzanprijs in 2022 geeft Nussbaum het volgende antwoord: 'Mijn carrière in de filosofie lijkt misschien niet erg samenhangend. Ik heb me namelijk op twee zeer verschillende grote gebieden gericht: filosofisch werk over emoties en normatieve politiek filosofie, zoals geïllustreerd door de capability-benadering.' Beide gebieden lijken inhoudelijk ver van elkaar af te staan maar worden in Nussbaums werk toch steeds opnieuw met elkaar verweven.
  Nussbaums laatste boek - The Tenderness of the Silent Minds (2024) - vormt hier een fraai voorbeeld van. Een opmerkelijk boek omdat zij daarin een beroemde muziekcompositie aan een filosofisch onderzoek onderwerpt: het War Requiem van de Engelse componist Benjamin Britten (1913-1976). Geschreven voor de inwijding van de nieuw kathedraal van Coventry in het voorjaar van 1962 vormt het stuk een krachtig protest tegen oorlogsgeweld en voor Nussbaum de aanleiding voor een analyse van de relatie tussen muziek enerzijds en 'oorlog en het begrip van oorlog' anderzijds. Het concept van emotioneel pacifisme - een innerlijke gemoedstoestand gericht op 'het afwijzen van op vergelding gerichte woede en het omarmen van universele liefde en broederschap' - speelt hierbij een belangrijke rol. Uiteindelijk gaat het Nussbaum namelijk om de vraag 'wat een muzikaal/poëtisch werk kan betekenen voor wetgeving en beleid als we nadenken over de toekomst van landen die streven naar vrede en vrijheid'. 
  Beide gebieden - filosofie van emoties en normatieve politieke filosofie - worden met elkaar verbonden door het thema van de kwetsbaarheid ('vulnerability'), specifiek door de uitdaging 'hoe je als een specifiek soort dier waardig kunt leven in een wereld vol gebeurtenissen die we niet volledig onder controle hebben'.  Op de specifieke aard van deze verbinding ga ik hieronder verder in. Daarvoor is het echter noodzakelijk om eerst kort in kaart te brengen welke inhoudelijke positie Nussbaum op beide gebieden inneemt. Dat Nussbaums filosofie van emoties samenhangt met haar filosofie van rechtvaardigheid, wil immers niet zeggen dat beide samenvallen. Nussbaums filosofie van emoties heeft ook los van het rechtvaardigheidsvraagstuk een zelfstandige betekenis en waarde. (pagina 273-274)

Terug naar Overzicht alle titels

Mehdi Belhaj Kacem

God, techniek en alwetendheid : een essay over het kwaad
Ten Have 2026, 159 pagina's  - € 23,99

Oorspronkelijke titel: Dieu : La mémoire, la technoscience et le mal (2017)

Wikipedia: Mehdi Belhaj Kacem (1973)

Korte beschrijving
Een eigentijds filosofisch essay over de invloed van technologie op de menselijke ervaring en onze relatie tot de wereld in een tijd waarin technologie richting alwetendheid beweegt. Mehdi Belhaj Kacem gebruikt zijn pleonectisch systeem om te analyseren in welke mate de mens zijn omgeving aan zich toe-eigent. Dit is waar de technowetenschap zijn intrede maakt, een krachtige vorm van toe-eigening die Kacem techno-mimese noemt: het imiteren en technisch materialiseren van de natuur. Hier komt het fenomeen van het kwaad bij kijken, het vermogen om buitensporig lijden te veroorzaken. Door de grootschalige externalisering van onze ervaringen in een technisch geheugen ontstaat er een breuk met onze identiteit, wat Kacem ‘ontologische alzheimer’ noemt. Het boek is een urgente verkenning van de ethische, existentiële en ecologische implicaties van de technologische toekomst van de mens. Argumentatief en academisch geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Mehdi Belhaj Kacem (Parijs, 1973) is Frans-Tunesische filosoof en schrijver. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Prikkelende filosofische kritiek op technologie in de geest van Byung-Chul Han.

De Frans-Tunesische filosoof Mehdi Belhaj Kacem beschikt over een zeldzaam origineel tegengeluid. In dit boek schrijft hij over de rol van technologie in ons leven en in onze maatschappij, met een scherpte en radicaliteit die hem in Frankrijk al tot cultfilosoof maakte.

Deze Nederlandse vertaling introduceert een denker die de erfenis van Derrida en Badiou weet te verbinden met de urgentie van het heden – een onderscheidend werk voor de lezers van Byung-Chul Han en Markus Gabriel.

Fragment uit 6. God is technologie
Om aan de andere zijde van mijn stelling te komen, na die van de ontologische alzheimer, zal ik een originele bergsoniaan aanhalen, een fenomenoloog die in deze tweede, dubbel heterodoxe betekenis, die hier en daar ook belachelijk wordt gemaakt omdat hij een man van de kerk was, een priester. Dat is volkomen onterecht. Hij was een vooraanstaand wetenschapper (die daardoor zelfs problemen kreeg met de kerk: hij was een darwinistische bioloog...) en een zeer goed filosoof (en wanneer ik zijn boek Phénomène humain lees, aarzel ik niet om te zeggen: een groot filosoof). Het gaat over pater Teilhard de Chardin. Er zijn overigens veel christelijke bergsonianen (net als christelijke fenomenologen trouwens, wat niet zo toevallig is...) maar Teilhard was veruit de briljantste en creatiefste onder hen. 
  Maar waarom vertel ik u eigenlijk over hem? Heel eenvoudig: omdat ik dankzij hem eindelijk heb 'begrepen' wat ik nooit had begrepen, hoe hard ik er ook mijn best voor deed, bij Bergson of Deleuze: dit punt van het totale geheugen.
  Want bij Teilhard is het tenminste duidelijk: de naam van het totale geheugen is simpelweg God.
  Net zoals het darwinisme, de geschiedenis van de evolutie van de soorten, interpreteert als een zeer lange 'voorbereiding' tot het ontstaan van de mens, deze hogere vorm van bewustzijn en kennis, zo is de mens een wezen dat uitsluitend op aard eis om God voor te bereiden. Wat Teilhard de 'noösfeer' noemt is in zekere zin de kosmische samenvloeiing van al ons bewustzijn - dus van al onze herinneringen, van al onze kennis - tot een hogere, volmaakte entiteit die hij God noemt. De noösfeer zweeft, net als de ozonlaag, als het ware boven onze blauwe planeet als de gehypostaseerde 'optelsom', de elke dag weer aangevulde omhulling van alle creatieve en positieve gedachten die de mensheid sinds haar ontstaan heeft gehad. Ons lijden zelf is er, zoals we weten, alleen maar om verlost en opgeheven te worden in dit grote, hogere bewustzijn, waaraan elk van onze kleine 'bewustzijnen' zijn steentje bijdraagt. We zullen zien dat dit meer is dan een metafoor. Op een dag zal de optelsom van al deze bewustzijnen, al die cognitieve bijdragen en positieve geheugen-retenties, samenvloeien als mayonaise, en dan zal God daar zijn.
  Laten we Teilhard voorlopig even tussen haakjes zetten, we komen snel op hem terug. De 'nieuwe' stelling waar ik het in het begin over had is niet zozeer die van 'oorspronkelijke alzheimer', ook al is dit de eerste keer dat ik een dergelijke negatieve fenomenologie van het geheugen presenteer. De soms moeizame zoektocht naar deze fenomenologie gedurende vele jaren bracht me vijf jaar geleden tot de volgende hypothese, die tegelijkertijd zowel overduidelijk is als nooit als zodanig geformuleerd: wat als degene wat we altijd God hebben genoemd... de technologie zelf is? (pagina 63-64)

Terug naar Overzicht alle titels

Quinn Slobodian & Ben Tarnoff

Muskisme : een gids voor de verbijsterden
De Geus 2026, 270 pagina's  - € 22,99

Oorspronkelijke titel: Muskism : a guide for the perplexed (2026)

Wikipedia: Quinn Slobodian (1978)

Korte beschrijving
Een diepgaande beschouwing van de verstrengeling van technologie, macht en afhankelijkheid in de nieuwe politieke economie van de 21e eeuw, met Elon Musk als voorbeeld. Dit boek onderzoekt de rol van Elon Musk binnen de hedendaagse politieke economie, waarbij hij niet alleen als individu, maar als een systeem wordt beschouwd. De auteurs, Slobodian en Tarnoff, leggen uit hoe het concept van vrijheid wordt gecommercialiseerd en hoe bestaande hiërarchieën worden versterkt. Musk wordt gepresenteerd als een model voor de huidige tijd, in plaats van een uitzondering. Het boek biedt een kritische blik op de manier waarop deze dynamieken invloed uitoefenen op de maatschappij en hoe ze bijdragen aan een scheef en corrupt systeem. Vaardig, scherpzinnig en onderhoudend geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Quinn Slobodian (1978) is een Canadese hoogleraar internationale geschiedenis en auteur. Hij werd door Prospect UK uitgeroepen tot een van de 25 beste denkers ter wereld. Ben Tarnoff (1985) is een Amerikaanse auteur en schrijver voor meerdere bladen.

Tekst op de website uitgever
‘Briljant op alle manieren waarop Elon Musk dat niet is: onomstotelijk eerlijk, vol humor en diepmenselijk.’ – Astra Taylor

Elon Musk wordt gezien als genie of gevaar, maar zelden als systeem. In Muskisme laten Slobodian en Tarnoff zien hoe technologie, macht en afhankelijkheid samensmelten in een nieuwe politieke economie. Dit boek doorgrondt hoe vrijheid wordt verkocht, hiërarchieën worden verdiept en waarom Musk geen uitzondering is, maar het model van onze tijd.

‘Tarnoff is een visionair van de beste soort: scherpzinnig, pragmatisch en vastbesloten om een scheef en corrupt systeem te hervormen.’ – Naomi Klein

‘Af en toe duikt een denker op die je blik op de wereld blijvend verandert. Quinn Slobodian is zo iemand.’ – Lotte Lambrecht, De Standaard

Fragment uit 8. De staat X
Sinds de jaren 1990 had Elon Musk het al over de 'superset', een online, interactieve massa computercode die de wereld langzaam zou omsluiten. Zijn carrière draaide om het scheppen van de modules voor die superset: in de vorm van raketten om satellieten in de lucht te krijgen, in de vorm van hersenimplantaten om de bandbreedte van onze interface met het cybernetische collectief te vergroten, en in de vorm van AI-modellen en sociale media-algoritmen. Hij maakte naam en fortuin door die diensten en producten te verkopen aan overheden en consumenten, waarmee hij zichzelf langzaam maar zeker onmisbaar maakte.
Toen Musk aan de tweede regering-Trump ging meewerken als de facto hoofd van iets wat het Department of Governent Efficiency heette, ging hij nog een stap verder met de superset. Hij verklaarde dat overheden 'eigenlijk gewoon computers' zijn, slecht geconfigureerde 'grote, domme machines'.  Hij legde aan senator Ted Cruz uit dat 'de enige manier om de databases met elkaar in overeenstemming te brengen en van verspilling en fraude ad te komen, is om gewoon eens goed naar de computers te kijken'. 
  Het muskise kwam naar Washington, doordrenkt met memes, puberale opschepperij en sadistische overwinningsdansjes bij massaontslagen en complete instanties die geschrapt werden. Aan het hoofd van een team tienerprogrammerurs en figuren uit het middenmanagement van zijn verzameling bedrijven zou Musk de codebase binnendringen en allerlei bepalingen en begrotingsposten van binnenuit herschrijven. Hij zou de pennenlikkersbureaucratie met geweld de digitale eenentwintigste eeuw in sleuren, de inhoud van gigantische zalen vol archiefkasten scannen en de data in één groot interoperabel systeem invoeren. Deze onderneming bevatte kenmerken van door aandeelhouders afgedwongen herstructureringen en van start-upmanagement, en was doortrokken van de sfeer van de gamerswereld en de rechtse cultuuroorlog. Om te slagen zou hij een 'godmodus' nodig hebben, een overzicht over het geheel en root access tot de stack.  
  Het mandaat van DOGE was 'het moderniseren van federale technologie en software om de efficiëntie en productiviteit van de overheid te maximaliseren', zoals het decreet dat het initiatief op 20 januari 2025 in het leven riep luidde. Maar wat het vooral deed was de surveillancecapaciteiten van de staat vergroten. Zoals de voorgaande hoofdstukken duidelijk maken was Musk ervan overtuigd geraakt dat de echte bugs in de code mensen waren, vooral de niet-witte illegale immigranten die pionnen waren in een links plan om de democratie aan te tasten en die profiteerden van 'suïcidale empathie'. Empathie vatte hij op in programmeertermen. Het was een 'exploit', een kwetsbaarheid in de software waartegen de architectuur van het systeem gehard moest worden.
  In Musks kantoor stond een gamecomputer, compleet met oversized gebogen scherm, en DOGE.gov had een highscore-achtige leaderboard waarop de bezuinigingen in real time werden bijgehouden. Maar achter al die grappen en cosplay zat een serieuze overtuiging. Als de staat niet meer was dan ene database, dan kwam inefficientie voort uit slechte data: onedocumenteerde buitenlanders, spookwerknemers en zelfs 'vampiers' die bijstandsuitkeringen binnensleepten. Net als de gedachtevirussen die het cybernetische collectief bedreigden waren dit bugs in de codebase, onregelmatigheden die opgespoord, geïsoleerd en gezuiverd moesten worden. Musk had Twitter omgekwat en hertraind tot X. Door zijn cyborgbril bezien was de Amerikaanse staat gewoon het zoveelste systeem, een dataset vol glitches die opgeschoond en geoptimaliseerd moest worden.
  Staat X, zeg maar.
(pagina 172-174)

Terug naar Overzicht alle titels

Henk van der Waal 3

Lui worden : minder willen, vrijer voelen, anders denken
Querido 2026, 312 pagina's  - € 24,99

Wikipedia: Henk van der Waal (1960)

Korte beschrijving
Een filosofische verhandeling over hoe een nieuwe moraal van luiheid een antwoord kan zijn op hedendaagse maatschappelijke problemen. Henk van der Waal laat de filosoof Thaddeus pleiten voor een fundamentele verandering in ons leven. In drie redevoeringen betoogt Thaddeus dat de menselijke drang om alles te beheersen de aarde uitput en ons vervreemdt. Door minder te willen, kunnen we ons vrijer voelen en anders denken, wat leidt tot een hernieuwde moraal en betere relatie met de natuur. Het doel is radicale compassie en een ontspannen houding ten opzichte van de tijd. Diepgaand en fijnzinnig geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in filosofie en levenskunst.  Henk van der Waal (Hilversum, 1960) is een Nederlandse dichter en filosoof. Hij schreef vele boeken en won de prestigieuze C. Buddingh’-prijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs. In 2012 publiceerde hij het essay ‘Denken op de plaats rust’,* dat in 2017 een vervolg kreeg met ‘Mystiek voor goddelozen’.** ‘Lui worden’ is de afsluiting van dit filosofische drieluik.

Tekst op de website uitgever
Wij mensen zijn zo slim en machtig geworden dat we alles wat leeft en bestaat naar onze hand kunnen zetten. Maar de ijver waarmee we dat doen put de aarde uit, zet ons tegen elkaar op en vervreemdt ons van onszelf en alles om ons heen.

Dat moet en kan anders, laat Henk van der Waal de excentrieke filosoof Thaddeus betogen in Lui worden. In drie redevoeringen – opgetekend door een welwillende vriend en gehouden op verschillende plekken in de stad – zet deze raadselachtige figuur uiteen hoe we door minder te willen, vrijer te voelen en anders te denken niet alleen onze uitgewoonde moraal en onze verhouding tot de natuur kunnen revitaliseren, maar ons ook kunnen ontworstelen aan het web van verwachtingen waarin we steeds meer verstrikt raken.

Het resultaat? Radicale compassie en een weldadig achteroverleunen tegen de rug van de tijd.

Fragment uit De tweede rede - Willen, voelen, denken
Hoewel we inmiddels een uiterst complexe opeenhoping van cellen zijn geworden met botten, spieren, een spijsverteringskanaal en een vaten- en zenuwstelsel, is er wat dat betreft niet veel veranderd, behalve dan dat het voelen van al die afzonderlijke cellen als een overall gevoel in ons heerst. Dat overall gevoel krijgen we voorgeschoteld en laat ons weten hoe het met ons als geheel is gesteld. Het maakt ons duidelijk of we ons nog binnen de bandbreedte, zeg maar ons midden, bevinden waarin we naar behoren kunnen functioneren. Als ons gevoel goed is en er sprake is van welbevinden, kunnen we voort op de ingeslagen weg. Is dat gevoel niet goed, dan moet er actie worden ondernomen.
  Dat dit gevoel van ons zich voor een groot deel in onze buikstreek manifesteert hoeft niet te verbazen. Daar nemen we immers niet alleen de voor ons zo noodzakelijke energie en bouwstoffen p, maar meten en beoordelen we ook of we daarvan te weinig, genoeg of misschien te veel hebben binnengekregen. Als die beoordeling leidt tot het oordeel "dreigend brandstofgebrek", krijgen we een hongergevoel. Dat zet vervolgens onze wil aan om te eten, waar we, als dat kan, net zo lang mee doorgaan tot onze honger is gestild en er een gevoel van verzadiging is bereikt. Wil en gevoel zijn dus wederzijds afhankelijk van elkaar. Waar wil zonder gevoel blind is, is gevoel zonder wil leeg, om Immanuel Kant nog maar eens te parafraseren. Onze gevoelens vormen met andere woorden de ogen, oren en neus van onze wil.
  Zo beschouwd draagt ons gevoel vanaf het begin ene element van reflectie in zich. Naarmate we complexere organismen werden, werd dat element van reflectie steeds belangrijker en algemener, wat erin heeft geresulteerd dat ons gevoel ons tegenwoordig samengevat aan onszelf teruggeeft. Daardoor zijn we voor een groot deel ons gevoel. 
  We zeggen om die reden niet "Ik heb blijdschap", maar "Ik ben blij". In het geval van pijn, dat toch duidelijk ook een gevoel is, zeggen we echter wel "Ik heb pijn".  Die zegswijze kan gerechtvaardigd zijn als die pijn veroorzaakt wordt door een specifiek onderdeel van ons lichaam dat niet goed functioneert. Dan kunnen we ons onderscheiden of zelfs distantiëren van de pijn die ons treft. In de meeste gevallen lukt dat echter niet en beïnvloedt pijn algauw alles wat we zijn. Wij zijn dan ook meestal die pijn, net zoals die pijn ons ís. Diezelfde omkering kunnen we ook toepassen op het gevoel in het algemeen: wij zíjn ons gevoel en gevoel ís ons. (pagina 110-112)

Lees ook:  Denken op de plaats rust (2012) en Mystiek voor goddelozen (uit 2017).

Terug naar Overzicht alle titels

Ivo Brughmans

(De)polarisatie : een paradoxale aanpak voor samenleving en organisatie
Boom 2026, 288 pagina's  € 32,50

Korte bio van Ivo Brughmans (1965)

Korte beschrijving

Tekst op de website uitgever
‘Een zeer inspirerend en rijk boek met een nieuw perspectief en praktische handvatten.’ – Sharon Dijksma, burgemeester van Utrecht en voorzitter VNG

‘Dit boek laat concreet zien hoe we vanuit de loopgraven van onwrikbare standpunten weer een open ruimte kunnen creëren waar ideeën productief mogen botsen én elkaar kunnen verrijken.’ – Prof. dr. ir. Peter-Paul Verbeek, filosoof en rector magnificus Universiteit van Amsterdam

‘Een hoopvol boek dat ons allemaal kan helpen om spanning om te zetten in positieve energie.’ – Maarten Camps, voorzitter Raad van Bestuur UWV

Polarisatie is uitgegroeid tot hét vraagstuk van onze tijd. In de samenleving, organisaties en de politieke arena lopen spanningen snel op en wordt samenwerking steeds lastiger.

Hoe kunnen we weer met elkaar in verbinding komen als de kloof diep is en de afkeer groot? Dat lukt enkel als we voorbij de inhoudelijke standpunten naar de onderliggende drijfveren kunnen kijken: de onuitgesproken waarden en behoeften waar het echt over gaat.

De paradoxale aanpak in (De)polarisatie gaat ervan uit dat er zelfs onder de meest extreme standpunten steeds een positieve kracht ligt. Deze kunnen zien en erkennen vormt de sleutel tot verbinding en verruiming. Naast een analyse van de mechanismen van polarisatie biedt dit boek praktische hefbomen om polarisatie te voorkomen en te hanteren op verschillende niveaus: in onszelf, in de interactie met anderen, in leiderschap en in beleid..

Ivo Brughmans daagt je uit om polarisatie binnen je eigen cirkel van invloed fundamenteel aan te pakken. Dit boek helpt om polarisatie hanteerbaar te maken, juist wanneer de kloof diep lijkt en de tegenstellingen onoverbrugbaar.

Ivo Brughmans is filosoof, politicoloog en managementconsultant, en gepassioneerd door het verbinden van tegenpolen. Hierover publiceerde hij verschillende boeken en geeft hij keynotes, masterclasses en verdiepende opleidingen.

Fragment uit