Ten Have 2026, 127 pagina's - € 14,99
Oorspronkelijke titel: Sprechen über Gott : ein Dialog mit Simone Weil (2025)
Wikipedia: Byung-Chul Han (1959)
Korte beschrijving
Tekst op website uitgever
Byung-Chul Han laat in dit indringende essay zien hoe actueel het denken van Simone Weil is. Haar spirituele kracht en radicale kritiek op productie, prestatie en consumptie bieden een helend perspectief op deze tijd. Weil wijst ons een andere weg: naar een leven dat openstaat voor transcendentie, stilte en zin. Volgens Han zou de wereld mooier en vreedzamer zijn als we leefden zoals Weil het voorleefde – vol aandacht, overgave en innerlijke waarheid.
Over eerder werk: 'Tegenwoordig sjouw ik dit boek overal met me mee, duw het vrienden en wildvreemden onder hun neus en blijf er maar over praten, wat er zo mooi, zo bijzonder, zo slim en warm en liefdevol aan is.' – Marian Donner in De Groene Amsterdammer
Simone Weil ist die hellste Intelligenz des 20. Jahrhunderts. Ihre Gedanken sind aktueller denn je. Sie helfen uns, die Krise der Gegenwart zu verstehen und zu meistern. Byung-Chul Han bringt uns in seinem neuen Essay die inspirierende, hellsichtige, ja heilende Gedankenwelt von Simone Weil näher und liest sie durch unsere Gegenwart hindurch neu. Er bringt mit Weil eindringlich jene Transzendenz zur Sprache, die heute in der Welt des Konsums und der Produktion total verloren gegangen ist. Weil führe, ja verführe uns zu einer anderen Wirklichkeit, die uns aus dem sinnentleerten Leben, aus dem radikalen Seinsmangel herausführt. Sie bringt uns bei, dass es letztlich Gott, diese überwältigende Kraft von oben ist, die uns eine beglückende Seinsfülle gibt. Ihre Schriften lesend ahnen wir zumindest, dass es eine andere Lebensform, eine andere Seinsform gibt als die, die sich komplett Leistung, Produktion und Konsum ausliefert.
Fragment uit Inactiviteit
We leven niet meer in een disciplineringsmaatschappij, die wordt beheerst door bevelen en gehoorzaamheid. Het disciplinaire regime als type heerschappij van het industriële kapitalisme neemt een machinale vorm aan. De disciplinaire macht doordringt het lichaam en maakt 'van een omgevormde massa' een 'machine'. Zij brengt een 'gehoorzaam lichaam' voort, dat onderworpen, veranderd, geperfectioneerd en gebruikt kan worden'. De mens wordt tot machinaal werkvee afgericht.
In de disciplineringsmaatschappij zijn meester en slaaf nog duidelijk van elkaar onderscheiden. Zo schrijft Weil: 'De mens is slaaf in zoverre tussen zijn daden en wat die daden teweegbrengen, tussen de moeite die hij zich getroost en het werk dat dit oplevert, wilsinvloeden van buiten blijken te staan. (...) Slaaf zijn betekent: van andermans wil afhangen. Maar dat is het lot van alle mensen. De slaaf hangt af van zijn meester en de meester van zijn slaaf.' We leven niet meer in de disciplineringsmaatschappij. Het disciplinaire regime maakt plaats voor het neoliberale regime, dat niet door bevelen en gehoorzaamheid wordt bepaald, maar de vrijheid die zichzelf uitbuit In de neoliberale prestatiemaatschappij vallen slaaf en meester samen. De slaaf is slechts schijnbaar bevrijd van zijn meester, voor zover hij namelijk zijn eigen baas is. Het denkt weliswaar dat hij niet meer aan andermans wil onderworpen is, dat hij vrij is, authentiek en creatief is, maar in werkelijkheid is hij zijn eigen slaaf. Het kafkaëske dier rukt zijn meester de greep uit handen en geselt zichzelf om vrij te zijn. We buiten onszelf uit in de overtuiging onszelf te verwerkelijken. De uitbuiting van de vrijheid, namelijk de uitbuiting van zichzelf, is efficiënter dan de uitbuiting, door een ander middels bevelen en onderdrukking.
De digitalisering van de leefwereld toont tevens aan dat de mens de slaaf wordt van zijn eigen creaties. De digitale strik is beklemmender dan de machinale strik waarin Weil zich dacht te bevinden. De digitalisering, die ons meer vrijheid belooft, brengt uiteindelijk een panoptische gevangenis voort. We verkwijnen tot een datapunt, tot datavee dat zich laat surveilleren en sturen. We worden afhankelijk van het digitale materiaal. Zo zijn we verslaafd aan prikkels om onze aandacht te verstrooien. Met een verslavingsmaatschappij tot gevolg. Vrijheid maakt plaats voor verslaving. We menen weliswaar vrij te zijn, maar in werkelijkheid tuimelen we van de ene verslaving in de andere, van de ene afhankelijkheid in de andere.
In tegenstelling tot de disciplineringsmaatschappij, waarin je je mond moet houden, gaat van het neoliberale informatieregime een dwang tot communicatie uit, die een uiterst efficiënt controle - en sturingsmiddel blijkt te zijn. Tegelijk ruïneert de dwangmatige versnelling, die inherent is aan digitale communicatie, niet alleen het denken, maar ook de aandacht. In dat opzicht lijken digitale apparaten als de smartphone op die machines die volgens Weil zowel het denken als ook het dromen verbieden. Algoritmers bedreigen de vrije wil voor zover ze sneller zijn dan deze. Ze zijn hen steeds een stap vóór. Zo slaat vrijheid om in controle.
Het neoliberale regime opereert niet met geboden en verboden. Het wordt gekenmerkt door permissiviteit. Zijn macht berust niet op dwang, maar op de like. Het is niet repressief maar seductief. Zo ontdoet de gamificatie van de arbeid deze bijvoorbeeld van haar dwangmatige karakter. Zij maakt gebruik van verslaving. Met de gamificatielogica van likes of followers worden de sociale media eveneens aan een gamemodus onderworpen. Emoties, die in het disciplinaire regime werden onderdrukt omdat ze, zoals Weil schrijft, 'het arbeidstempo vertragen', worden in het neoliberale regime eveneens als hulpbronnen uitgebuit. Ze zijn niet alleen voor het productieproces van belang. Ook met het oog op de consumptie worden ze steeds relevanter, want we consumeren vandaag de dag vooral emoties, die door de narratief opgeladen consumptiegoederen worden opgewekt. Storytelling als storyselling verkoopt uiteindelijk emoties. De pure gebruikswaarde raakt daardoor steeds meer op de achtergrond.
We bewonen een digitale omheining, die ons in informatie-, communicatie- en consumptievee verandert. Binnen de immanentie van de consumptie en communicatie zijn we van elke transcendentie afgesneden. Consumptie maakt God overbodig. Prestatiewaan en creatieve industrie maken ons blind voor de schoonheid van de schepping. Het vee verschilt van de slaaf voor zover het in tegenstelling tot die laatste niet in opstand komt. Het komt in zijn omheining niet in verzet en verlaat die omheining ook niet, want alleen daar vindt het voedsel. De wereld als omheining laat geen revolutie toe. (pagina 106-109)
Lees ook:
De vermoeide samenleving / De transparante samenleving / De terugkeer van Eros (2011-2013),
Psychopolitiek : neoliberalisme en de nieuwe machtstechnieken (uit 2015),
Infocratie : digitalisering en de crisis van de democratie (2022)
De palliatieve maatschappij : pijn vandaag de dag (2022)
Vita contemplativa : over inactiviteit (uit 2023),
De crisis van het narratieve (uit 2024)
Over het verdwijnen van rituelen : een topologie van het heden (2025)
Lees vooral ook:
Waar strijden wij voor? : over de noodzaak van anders denken van Simone Weil (uit 2021),
Het vuur van de vrijheid : de nieuwe wereld van Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Ayn Rand en Simone Weil van Wolfram Eilenberger (uit 2022),
Vrouwen in duistere tijden : tien denkers van blijvende betekenis van Alicja Gescinska (verschijnt november 2025) en/of
Tijd is hoop : alle essays over de tijd van Joke Hermsen (uit 2025).
Artikel: De filosoof van het feest (Marian Donner) (De Groene Amsterdammer, 2 april 2025)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen