donderdag 18 februari 2021

Jill Lepore 2

Dit Amerika : pleidooi voor een betere natie
De Arbeiderspers 2021, 143 pagina's € 20,--

Oorspronkelijke titel: This America, the case for the nation (2020)

Wikipedia: Jill Lepore (1966)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Dit Amerika is een vervolg op Deze waarheden, Jill Lepore’s veelgeprezen geschiedenis van de Verenigde Staten. In een tijd van grote wanhoop over de toekomst van de democratie, is dit boek een vurig pleidooi voor de waarden waarop het land gebouwd is. Nu gevaarlijke vormen van nationalisme in opkomst zijn, verwerpt Lepore het nationalisme door zijn lange geschiedenis uit te leggen, en de geschiedenis van het idee van ‘de natie’ zelf. Tegelijkertijd roept ze op tot een ‘nieuw Amerikanisme’: een genereus patriottisme dat een eerlijke afrekening met het verleden van de Verenigde Staten vereist.

Fragment uit XIV - Het einde van het liberalisme?
Tussen 1965 en 2000 groeide het conservatisme uit tot de dominante kracht in de Amerikaanse politiek. Conservatieven vielen het liberalisme aan, ze vielen de pers aan en de academische wereld. Ze namen de Republikeinse Partij over, het Witte Huis , het Congres en het Hooggerechtshof. De meeste Republikeinen hadden niets met het nationalisme en stonden er in feite afwijzend tegenover. Maar Trump was een nationalist in het kwadraat. Liberale en linkse krachten kwamen met antwoorden, maar zij hadden het nog maar zelden over de natie als natie.

In 1986, toen Carl Degler opstond om zijn voorzittersrede te houden voor de American Historical Association, hield vrijwel niemand onder zijn vakgenoten zich nog bezig met nationale geschiedschrijving of de zaak van de natie als zodanig. Degler zag het met lede ogen aan. En ik vermoed dat hij in 1989 al evenmin veel zal hebben opgehad met Francis Fukuyama's 'The End of History?'. Later, nadat de burgeroorlog in Bosnië was uitgebroken, kondigde de politicoloog en filosoof Michael Walzer grimmig aan: 'De stammen zijn terug.' Ze waren nooit weggeweest. Ze waren de historici alleen minder opgevallen omdat die er niet echt meer naar hadden omgekeken. (pagina 118)

Lees ook: Deze waarheden : een geschiedenis van de Verenigde Staten (2020)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 16 februari 2021

David Farrier

Voetafdrukken : op zoek naar de fossielen van de toekomst
Atlas Contact 2020, 334 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: Footprints : in search of future fossils (2020)

Bio David Farrier  (19?)

Korte beschrijving
Uit het Engels vertaalde visie op hoe wij met de huidige leefomgeving omgaan en wat daarvan over zal zijn in de verre tot zeer verre toekomst. Een duizelingwekkende beschouwing en reis in de tijd die aandoet als een koortsdroom, zowel door de pen en de brede aanpak van de auteur als door het buitengewoon confronterende realiteitsgehalte van het onderwerp. De auteur die als universitair docent Engelse literatuur hierin letterlijk alle grenzen heeft opgezocht, belicht de eindigheid en betrekkelijkheid van alles wat we nu als normaal beschouwen: steden en landen zullen verdwijnen door ons eigen toedoen en door de aardse processen. Geen makkelijke kost maar volop stof tot nadenken. Zeer bijzonder boek.

Tekst op website uitgever
In ‘Voetafdrukken’ neemt David Farrier onder de loep wat voor fossielen wij achter zullen laten. Wat blijft er over van onze huidige leefomgeving en de spullen van ons dagelijks leven? Hoe ziet de wereld van de toekomst eruit, over tienduizend jaar? Of tien miljoen jaar? Het Antropoceen laat overal zijn sporen na: in de lucht, de oceanen en op het land. Resten van steden, wegen en bruggen zullen als sporenfossielen in de diepe tijd opduiken. Maar ook nutteloos plastic in de oceaan en kernafval opgeborgen in aardlagen zijn niet zomaar weg. Zelfs de CO2 die we de afgelopen honderd jaar hebben uitgestoten zit nog honderdduizend jaar in de atmosfeer. De fossielen van de toekomst vertellen ons veel over hoe we leven in het nu. In ‘Voetafdrukken’ worden we uitgenodigd na te denken over hoe wij herinnerd zullen worden in de mythen en verhalen van onze verre nazaten. David Farrier rekt de grenzen van wat de mens vermag te verstaan op en verandert daarmee niet alleen ons tijdsbesef, maar ook onze blik op de wereld van vandaag.

Fragment uit (de) Inleiding. Sporen van een spookachtige toekomst
Voetafdrukken is mijn poging om erachter te komen hoe we in de zeer verre toekomst herinnerd zullen worden. Mensen zijn al eeuwen bezig het land en ecosystemen te veranderen, maar de veranderingen met betrekking tot de aarde en de steeds duurzamere materialen die we - vooral op het noordelijk halfrond - sinds de Industriële Revolutie hebben geproduceerd, hebben elkaar in een zeer rap tempo opgevolgd. Ze zullen langdurig hun sporen nalaten en alles overtreffen wat mensen eerder hebben voortgebracht. In mijn speurtocht naar toekomstige fossielen let ik op de lucht, de oceanen en de gesteenten, van een bolletje ijs uit het hart van Antarctica tot een rustplaats voor radioactief afval onder het vaste gesteente in Finland. Ik onderzoek de landschappen en voorwerpen die het langst blijven bestaan en de veranderingen die ze zullen ondergaan: de processen die een metropool zullen veranderen in een dun laagje beton, staal en glas in de bodemformaties, de toekomst van de 50 miljoen kilometer aan wegen die rond de aarde liggen en onze steden voorzien van producten die over grote afstanden zijn vervoerd, en de verhalen over deze producten zelf, zoals de vijf triljoen stukken plastic die nu al ronddrijven in de oceanen. (pagina 29-30)

Lees vooral ook De wereld zonder ons (uit 2007) en Aftellen : onze laatste kans op een toekomst op aarde (uit 2014) van Alan Weisman 

Terug naar Overzicht alle titels

Andere Lezers van Stavast-titels van deze uitgever


maandag 15 februari 2021

Marc Buelens

 

De verblinde samenleving : hebben we echt een catastrofe nodig om vooruitgang te boeken?
Lannoo 2020, 288 pagina's € 22,99

Bio Marc Buelens (1949)

Korte beschrijving
Wat valt er te leren van de coronacrisis? In dit boek stelt de auteur, een Belgische organisatiepsycholoog, het leervermogen van de maatschappij ter discussie. De eenzijdige oriëntatie van wetenschap, economie en politiek op groei heeft ons volgens hem veel verkeerde dingen geleerd. Aan de hand van bekende feiten en ontwikkelingen uit de afgelopen decennia op het gebied van wetenschap, economie en politiek laat hij zien hoe meer aandacht voor maatschappelijke leerprocessen een catastrofe kan voorkomen. Zo kan dit boek gezien worden als een bijdrage aan het publieke debat over het langere termijnperspectief na de coronacrisis. Leesbaar voor een breed publiek. Met eindnoten en een literatuurlijst..

Tekst op website uitgever
Hoe we als maatschappij fundamentele vooruitgang kunnen boeken
Hoe leert een samenleving? En vooral: waarom leren we zo vaak ook de verkeerde dingen? Het zijn vragen die verrassend weinig worden gesteld. Het lijkt wel alsof we altijd eerst een catastrofe nodig hebben voordat we vooruitgang kunnen boeken.

In dit boek brengt organisatie-expert Marc Buelens een messcherpe analyse van hoe samenlevingen zichzelf al te vaak in de voet schieten. Hij legt uit hoe de drie trekpaarden van onze maatschappij - wetenschap, economie en politiek - altijd maar lijken door te draven... en hoe ze onze 'luwe' systemen, zoals cultuur, zingeving en solidariteit, op die manier compleet dreigen te vertrappelen.

In plaats van de politieke besluitvorming te stroomlijnen, gezondheidscrisissen te managen of de immense uitdagingen inzake ongelijkheid, klimaat en milieu aan te pakken, blijven we in rondjes draaien. Wat kunnen we dan leren opdat het coronadebacle geen generale repetitie voor de klimaatcrisis wordt? Kunnen we onszelf uit het moeras trekken of blijven we blind voor onze catastrofale leerprocessen?


Fragment uit 1. Even de pauzeknop indrukken

Er zetelen haast uitsluitend wetenschappers, economen en politici in de leidende organen. Zelden bespeur je andere figuren aan de top van de nieuwe maatschappelijke piramide. Als het er echt op aankomt, is er geen plaats voor dichters, gewone ouders, bisschoppen, zieners, toneelspelers, leerkrachten. Hier en daar mag een historicus of een psycholoog een probleem duiden. De wereld moet gered worden. Dat doe je met sterke systemen. De luwe systemen leiden niet, zij dienen vooral het volk te troosten en te entertainen: ontroerende kindertekeningen aan de ramen, een operazanger die vanaf zijn balkon zingt, knuffels, een kolonel die moedig in zijn tuin stapt achter zijn rollator en 44 miljoen pond verzamelt voor de Britse Nationale Gezondheidsdienst NHS. De vrije pers bezingt vooral de lofzang van de kleine burger, zijn heldhaftigheid, creativiteit, volgzaamheid en geduld. Ze is aanvankelijk opvallend minder kritisch dan gewoonlijk voor de luide systemen. Media tonen naast veel lijden vooral de mooie zijde van de mens: solidariteit, respect, betrokkenheid, dankbaarheid. Maar in de comités die over onze toekomst beslissen, of tijdens de grote persconferenties, zijn de luwe systemen opvallend afwezig. Die behoren tot ons privéleven. Ze staan op het niveau van puzzelen, behangen of in de tuin werken. 
Wetenschap, economie en politiek zijn de laatste decennia vooral gericht op groei en hebben ons in die periode welvarend, gelukkig en vrij gemaakt en ons (volgens sommige pessimisten althans) compleet vervreemd van onszelf. Zij hebben ons weliswaar niet kunnen beschermen tegen het onheil, maar moeten ons nu wel uit de modder trekken.

Voor mij werd duidelijk dat we met z'n allen vele verkeerde dingen hebben geleerd. Zijn we het slachtoffer geworden van verslaving, een ontspoord leerproces? Hebben we ons dagelijks leven al te zeer laten domineren door het credo 'shop till you drop', technologie en populistisch gezwets? Ik vrees dat onze maatschappij op sleeptouw is genomen door veel te intense leerprocessen, bewust én onbewust ontworpen door het vermelde driespan. Die leerprocessen hebben ons verblind, ook voor de mogelijke driegingen die met hoge snelheid op ons afkwamen. Tijdens intense leerprocessen focussen we op één zaak en vergeten de rest. Wie met de auto leert rijden, sluit tijdelijk zowat alle signalen van zijn omgeving uit. Zijn we met z'n allen verblind voor wat kritische denkers existentiële risico's noemen? Voor rampen zo groot dat het voortbestaan van de mensheid zelf ervan afhangt?  (pagina 12-13)

Terug naar Overzicht alle titels

Andere Lezers van Stavast-titels van deze uitgever

Jelle Reumer

Teveel : overbevolking, biodiversiteit, stadsvossen en de pandemie
Lias uitgeverij 2020, 96 pagina's € 14,95

Website Jelle Reumer (1953)

Korte beschrijving
Toen hij in 2005 'De ontplofte aap : opkomst en ondergang van de mens' schreef, leefden er ongeveer zes miljard mensen op aarde, nu in 2020 zijn dat er zowat acht. Auteur Jelle Reumer (1953) is bioloog, emeritus-hoogleraar paleontologie, columnist in Trouw en publicist op het gebied van evolutie en (stads)natuur. Dit essay belicht de relaties tussen overbevolking door de homo sapiens op deze wereldbol, de gigantische en – voor de mens hoogst riskante – achteruitgang van de biodiversiteit, het gaan bewonen van steden door ratten, vossen, duiven en flora en ten slotte de coronapandemie die in 2020 begon. Met zijn heldere en prettig informerende manier van schrijven, bespreekt hij een relevant scala aan thema’s. De belangrijkste – en lastigste – taak voor de mens is het stevig terugdringen van de overbevolking. Hij vertelt ook waarom dat zo lastig is. Anders vernielen we permanent de leefbaarheid van de aarde voor de mens in de toekomst. Het boekje – waaraan meerdere media al aandacht besteedden, ontstond in de lockdownperiode begin 2020 op uitnodiging van zijn uitgeefster. Een prettig leesbaar en hoogst actueel boekje.

Tekst op website
De coronacrisis van 2020 wees de mensheid op haar kwetsbaarheid. Miljoenen werden ziek of stierven. Maar het probleem is groter: de hele aarde is ziek. Op de beroemde foto Blue Marble zien we een mooie kogelronde blauwe planeet. Van grote afstand zie je niets, maar in werkelijkheid lijdt onze planeet aan een nare huidaandoening. Het aardoppervlak is overwoekerd met mensen. In hun kielzog is er teveel aan landbouwhuisdieren, worden CO2 en methaan in de atmosfeer gepompt, zeeën overbevist en natuurlijke habitats vernietigd. De biodiversiteit verdwijnt in rap tempo. Grote delen van de aarde worden onleefbaar: soorten zoeken in toenemende maten hun heil in steden. Wilde dieren worden op markten verhandeld - tot ze er niet meer zijn. De laatste restjes worden als bushmeat opgegeten, of gestroopt om als medicijn te worden fijngemalen. Wie de ui afpelt, komt tot de kern: de menselijke overbevolking. Het is de olifant in de kamer en bovendien een taboe. Het is de hoogste tijd om erover na te denken, te praten en het op de politieke agenda te zetten. Dit uitdagende essay geeft daartoe een aanzet. 'Reumer schrijft prettig. Zijn betoog is glashelder, overtuigend en verontrustend.' - de Volkskrant


Fragment uit (de) Introductie

Het jaar 2020 zal in de geschiedenisboeken blijven voortleven als het jaar van de covid-19-pandemie. Terwijl ik dit schrijf, zitten we er midden in. Het is zomer, in vele landen zijn de eerste schrikreacties en lockdownmaatregelen door het heerlijke zomerweer verdampt. De bevolking wordt roekelozer, perst zich weer in vliegtuigen, zoekt massaal de stranden op en viert zorgeloos feest met bier en luide muziek. Ondertussen lacht het coronavirus dat de ziekte covid-19 veroorzaakt, SARS-CoV-2 voor intimi, in zijn vuistje. Virussen zijn dol op vliegtuigen, mensenmassa's en lawaaiig feestgedruis.
  Het jaar 2020 vertoonde, voor wie er op lette, ook een opvallend aantal wetenschappelijke en populaire artikelen over de teloorgang van de natuur en de biodiversiteit. Het begon al in januari met de verklaring dat de Chinese lepelsteur Psephurus gladius definitief is uitgestorven. Lepelsteuren waren kolossale vissen, ze konden naar verluidt wel zeven meter lang worden, maar vooral waren het levende fossielen die al tweehonderd miljoen jaar op onze aarde vertoefden. Tot nu. Ze leefden in de grote Chinese rivieren en gingen ten onder aan overbevissing en de bouw van stuwdammen. Ergens tussen 2000 en 2007 werd de laatste lepelsteur gevangen. Sindsdien is het voorbij. Dat die vreemde vis - een levend fossiel - in China uitstierf en het coronavirus in datzelfde land ontstond, lijkt toeval. Voor hetzelfde geld was een vis in de Amazone definitief verdwenen en was de pandemie in Congo ontstaan als een ebola-2.0. Maar helemaal toevallig is het niet.
De vis is eenvoudigweg uit de rivier en daarmee van de aardbodem weggegeten. Door mensen. China is een overbevolkt land met overbevolkte megasteden, een geschiedenis van grote hongersnoden, een hygiëne die wel wat te wensen overlaat en een enorme druk op het milieu.
  De drie kernbegrippen van dit essay zijn genoemd. Overbevolking, biodiversiteit, pandemie. Zeker zo belangrijk is een vierde begrip: klimaatverandering. Alle houden verband met elkaar, dat wil zeggen, de grote problemen waar onze aarde mee kampt, zijn alle in verband te brengen met dat ene onderliggende probleem: de explosie van één zoogdiersoort in aantallen. De overbevolking van de aap in kwestie: Homo sapiens, is de olifant in de kamer. (pagina 5-6)

Terug naar Overzicht alle titels


Elke Wiss

Socrates op sneakers : filosofische gids voor het stellen van goede vragen
Ambo | Anthos 2020, 255 pagina's € 20,99

Website Elke Wiss (19?)

Korte beschrijving
Zelden heeft de mens iets geleerd van de les slechts één keer aan te horen. Daarom is het goed dat Elke Wiss in dit boek een en ander nog eens duidelijk op een rijtje zet. Verwacht van dit boek niet de grote nieuwe inzichten, maar wel een persoonlijk getint overzicht van de meest cruciale elementen uit de socratische gespreksvoering. Vragen stellen lijkt dan misschien wel iets waar we allemaal expert in zouden moeten zijn; Elke Wiss stelt pijnlijk vast: we zijn er blijkbaar toch niet erg goed in. Onze vragen zijn gekleurd door (voor)oordelen, aannames, en de zoektocht naar een gaatje waar we misschien ook nog iets over onszelf kunnen vertellen. Met Socrates als voorbeeld toont Wiss aan dat vragen stellen vertrekt vanuit niet-weten, nog niet begrijpen. Waarom dat zo belangrijk is, wordt in het eerste deel van het boek grondig toegelicht. De praktische tips die volgen op dat meer beschouwende deel bieden dan weer een concrete houvast. Dit boek prikkelt en je zal je volgende gesprek, zonder enige twijfel, anders aanpakken. Met literatuuropgave. Zeer leesbaar en inspirerend.

Tekst op website uitgever
Met Socrates op sneakers tackelt praktisch filosoof Elke Wiss de kunst van een goed gesprek. In een tijd waarin iedereen door elkaar roeptoetert en meningen al snel dezelfde waarde als feiten krijgen, is de verbinding vaak ver te zoeken. We proberen de ander eerder te overtuigen van ons gelijk dan dat we samen op zoek gaan naar wezenlijke antwoorden. Veel van onze gesprekken hebben daardoor meer weg van een debat dan van een dialoog. We praten liever dan dat we luisteren, voor vragen stellen hebben we geen tijd. En toegeven iets niet te weten is al helemaal geen optie. Hoe mooi zou het zijn als je op elk moment en in iedere situatie weet hoe je precies díé vraag stelt die leidt tot een goed gesprek?

In Socrates op sneakers leert Elke Wiss je hoe je dat doet. Met Socrates en andere filosofen als inspiratiebron laat zij zien waarom we zo slecht zijn in het stellen van goede vragen, én hoe we er beter in worden. Socrates op sneakers leert je de vaardigheden die nodig zijn om die vragen te stellen die verrassen en aan het denken zetten. Zodat we gesprekken voeren die leiden tot verdieping en verbinding. Met een ander, én met jezelf.

Fragment uit 1. Waarom zijn we zo slecht in het stellen van goede vragen?
Om beter te worden in het stellen van goede vragen is het belangrijk waarom we er vaak níét goed in zijn. Wanneer ik beter wil leren debatteren, moet ik natuurlijk veel oefenen. Maar door oefenen alleen kom ik er niet. Ik moet ook de valkuilen leren herkennen, theorie en kennis opdoen over hoe je ene debat voert en hoe je argumenteert. Wil ik beter leren koken, moet ik, naast veel oefenen, kennis en theorie opdoen over smaken, geuren, ingrediënten. Ik kan me verdiepen in het waarom van bepaalde producten, gereedschappen, technieken. Wie ooit eens een chocoladesoufflé heeft zien mislukken. snapt waarom je je soms beter eerst bezig kunt houden met valkuilen en mogelijke faaloorzaken.
  Voordat we gaan oefenen in hoe-leer-ik-goede-vragen-stellen, staan we stil bij het waaróm van ons falen erin. Je zult merken dat veel van de redenen waarom we er vaak niet in slagen goede vragen te stellen, ook op jou van toepassing zijn. Die wetenschap alleen al maakt je bewuster van je eigen vraagkunde en helpt je valkuilen te vermijden. Daarnaast ga je de gesprekken om je heen en in de media beter bekijken en ook daar leer je van: Hoe het wél en hoe het níet moet.
Voor het schrijven van dit boek heb ik oproepjes gedaan, mensen geïnterviewd en hun onder andere gevraagd: Wat maakt dat je soms geen vraag stelt? Waarom denk jij dat mensen hun vragen terughouden? Uit deze interviews en oproepen kon ik, naast research en mijn eigen ervaring, ontdekkingen en conclusies, zes redenen halen waarom we soms niet in staat zijn goede vragen te stellen.
1. BIOLOGIE: over jezelf praten is véél lekkerder dan vragen stellen
2. VRAAGVREES: vragen is soms hartstikke eng
3. SCOREN: je scoort beter met een mening dan met een vraag
4. OBJECTIVITEIT: we zijn verleerd objectief te redeneren
5. TIJD: we denken dat het tijd kost om goede vragen te stellen
6. COMPTENTIE: we krijgen het niet geleerd. (pagina 34-35)

Terug naar Overzicht alle titels

Andere Lezers van Stavast-titels van deze uitgever



Jonathan Haidt

Het rechtvaardigheidsgevoel : waarom wij niet allemaal hetzelfde denken over politiek en moraal
Ten Have 2021, 461 pagina's €22,99

Oorspronkelijke titel: The righteous mind : why good people are divided by politics and religion (2012)

Wikipedia: Jonathan Haidt (1963)

Korte beschrijving
Haidt beschrijft twee polariserende onderwerpen: politiek en religie. Hij doet dit vanuit de morele psychologie. Zijn doel is mensen tot elkaar brengen op grond van nieuwsgierigheid. Hij gaat ervan uit, dat mensen geen redelijk wezens zijn, maar intuïtief te werk gaan. Moraal – waartoe de religieuze component wordt beperkt – gaat volgens hem over het niet berokkenen van schade aan anderen en eerlijk zijn. Ten slotte beschrijft hij moraal, die ofwel verbindt door groepsgevoel, ofwel verblindt door het idee aan de goede kant te staan zonder oog voor argumenten van de ander. Jonathan Haidt is een atheïstisch-joodse sociaal- en cultureel psycholoog en als hoogleraar ethisch leiderschap verbonden aan de Universiteit van New York. Hij denkt in de traditie van Emile Durkheim (de individuele mens wil ergens bij horen) en Darwin (strijd tussen groepen). Interessant boek voor iedereen die wil begrijpen waar bijvoorbeeld de felle strijd tussen Republikeinen en Democraten in Amerika vandaan komt. Met eindnoten, literatuuropgave en register.

Tekst op website uitgever
Waarom zijn conservatieve en progressieve mensen het zo oneens over politiek en religie? Volgens sociaal psycholoog Jonathan Haidt ligt dit aan de manier waarop het brein werkt. Conservatieven en progressieven vinden instinctief verschillende waarden belangrijk. Deze waarden verbinden ons met een gemeenschap, maar verblinden ons tegelijk voor het standpunt van de ander. Volgens Haidt is kennis van dit proces het begin om dichter bij elkaar te komen.

Dit invloedrijke, nu al klassieke boek is voor het eerst in het Nederlands vertaald.

Fragment uit 1. Waar komt moraal vandaan?
'Wat denk je?' Is moreel denken anders dan andere vormen van denken?' Ik zei dat het nadenken over morele kwesties (zoals abortus) me anders leek dan het nadenken over gewone vragen (zoals waar je vanavond wilt gaan eten). In het eerste geval is er een grotere behoefte aan argumenten te geven die je moreel oordeel rechtvaardigen tegenover anderen. Baron reageerde enthousiast en we bespraken enkele manieren waarop je in het psychologisch lab moreel denken zou kunnen vergelijken met andere vormen van denken. De volgende dag voeg ik hem, op basis van niet veel meer dan een gevoel van aanmoediging, om mijn begeleider te worden en koos ik ervoor om me te specialiseren in morele psychologie.
  in 1987 maakte de morele psychologie deel uit van de ontwikkelingspsychologie. het onderzoek richtte zich op vragen zoals hoe kinderen zich ontwikkelen in hun denken over regels, met name regels omtrent eerlijkheid. De grote vraag achter dit onderzoek was: Hoe leren kinderen onderscheid te maken tussen goed en kwaad? Waar komt moraal vandaan?
  Er zijn twee voor de hand liggende antwoorden op deze vraag: natuurlijke aanleg (nature) of culturele opvoeding (nurture). Kies je voor aanleg, dan ben je een nativist. In dat geval geloof je dat morele kennis is aangeboren. Onze geest komt met een volle batterij, zoals misschien een in ons hart geschreven besef van God (zoals de Bijbel zegt) of geëvolueerde morele gevoelens (zoals Darwin betoogde).
 Maar als je gelooft dat morele kennis het gevolg is van opvoeding, ben je een empirist. Zo iemand meent dat een kind bij de geboorte een onbeschreven blad is (zoals John Locke het noemde). Want als moraal in de hele wereld en door alle eeuwen heen verschilt, hoe kan die dan aangeboren zijn? Welke morele overtuigingen we ook hebben, we moeten die tijdens onze kinderjaren hebben geleerd uit eigen ervaring, waartoe ook contacten met volwassenen behoren die ons vertellen wat goed en fout is. (Empirisch betekent 'uit observatie of ervaring').
  Dit is echter een vals dilemma. In 1987 was de morele psychologie dan ook vooral gericht op een derde antwoord: het rationalisme, dat beweert dat kinderen de moraal zelf ontdekken. Jean Piaget, de grootste ontwikkelingspsycholoog aller tijden, begon zijn carrière als zoöloog. Hij bestudeerde weekdieren en insecten in zijn geboorteland Zwitserland. Hij was gefascineerd door de stadia die sommige dieren doormaken tijdens hun transformatie, bijvoorbeeld van rups tot vlinder. En later, toen zijn aandacht vooral uitging naar kinderen, nam hij deze interesse voor ontwikkelingsstadia mee. Piaget wilde weten hoe de buitengewone verfijning van het volwassen denken (de cognitieve vlinder) voortkomt uit de beperkte mogelijkheden van jonge kinderen (eenvoudige rupsen).
  Piaget vroeg zich af wat voor soort fouten kinderen maken. Hij deed bijvoorbeeld water in twee identieke glazen en vroeg aan kinderen om hem te vertellen of de glazen dezelfde hoeveelheid water bevatten. (Ja.) Vervolgens goot hij de inhoud van een van de glazen in een hoog dun glas en vroeg het kind om dat nieuwe glas te vergelijken met het glas dat niet was aangeraakt. Kinderen jonger dan zes of zeven jaar zeiden meestal dat het lange dunne glas meer water bevatte, omdat het water hoger stond. Ze begrepen niet dat het totale volume van water behouden blijft als het van het ene naar het andere glas gaat. Ook ontdekte hij dat het voor volwassenen onmogelijk is om het behoud van volume aan kinderen uit te leggen. Kinderen krijgen dat pas door als ze een leeftijd (en een cognitief stadium) bereiken waarin hun geest er klaar voor is. Als ze zover zijn, zullen ze het zelfstandig ontdekken als ze met water spelen.
  Met andere woorden, het inzicht in behoud van volume is niet aangeboren en wordt kinderen ook niet aangeleerd door volwassenen. Kinderen komen er zelf achter, maar alleen als hun geest er rijp voor is en ze de juiste ervaringen kunnen opdoen. (pagina 21-22)

Interview: 'Mensen horen alleen wat ze willen horen' (NRC, vrijdag 12 februari 2021)

Lees ook: Ons feilbare denken van Daniel Kahneman (uit 2011)

Terug naar Overzicht alle titels

Andere Lezers van Stavast-titels van deze uitgever

dinsdag 9 februari 2021

Jesse Frederik

Zo hadden we het niet bedoeld : de tragedie achter de toeslagenaffaire
De Correspondent 2021, 400 pagina's  - €22,50

Wikipedia: Jesse Frederik (1989)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Tienduizenden families werden vermalen door de overheid. Relaties liepen op de klippen, banen raakten verloren, levens werden verwoest. In wat bekend kwam te staan als de toeslagenaffaire werden jaren aan kinderopvangtoeslagen teruggevorderd. Met desastreuze gevolgen. In een thriller van een reconstructie laat onderzoeksjournalist Jesse Frederik zien hoe de toeslagenaffaire tot stand kwam en tot de val van het kabinet kon leiden. De ontluisterende conclusie: vrijwel iedereen – ministers, Kamerleden, ambtenaren, journalisten – deed wat je van ze zou verwachten, en juist daardoor liep alles mis. 

Reacties: ‘Konden we Jesse Frederik maar klonen. Zoals Jesse hier het groepsdenken rondom politieke schandalen ontrafelt, is onnavolgbaar knap.’ – Joris Luyendijk 

‘Dit boek laat zien wat er gebeurt als beelden en sentimenten het winnen van feiten en waarden, het collectieve geheugen sleets is en uitvoerbaarheid niet telt in de politiek. Dan verliest de burger die op de overheid is aangewezen.’ – Herman Tjeenk Willink


Fragment uit (de) Epiloog

Ik moet vaak denken aan het Pontplein achter Amsterdam centraal, aan de IJ-oever. Wie hier voor het eerst komt, schrikt zich een ongeluk. Uit vier windrichtingen rijden scooters, fietsers, voetgangers en Canta's recht op elkaar af. Ooit stonden er stoplichten, verkeersborden, zebrapaden en bewegwijzering, maar op een dag in oktober 2015 besloot de gemeente die te verwijderen.
  'Wij gaan d'r een webcam op zetten, want deze regelvrije zone wordt een mega massagraf van de Grote Gemeentelijke Fietsersgenocide', schreef weblog GeenStijl toen. 'Wij voorspellen dat ie drie maanden en dertig doden later weer keurig overgeverfd wordt in kleuren die mensen begrijpen: fietspaden, trottoirs en zebrapaden.'
  Een halfjaar later bleek dat er iedere dag tienduizenden verkeersdeelnemers langskwamen , en er vrijwel nooit iets misging. Een scooter maakt een boog om een stroom fietsers uit het pontje. Een voetganger trekt een sprintje om een inkomende bakfiets te vermijden. Een vrouw met kinderwagen wijkt uit voor een racende Canta.
  Het Pontplein voelt als chaos, en dat is juist de bedoeling. Juist door die chaos blijven we wakker. Juist door die chaos blijven we nadenken. Maar dat gevoel van onveiligheid leidt toch steeds weet tot een roep om regels. Niet omdat die regels ons leven veiliger maken, maar omdat ze ons houvast geven in de chaos.
  Te vaak hopen we dat meer regels ons verlossing zullen bieden. Maar regels leven door mensen die ze uitvoeren. Het zijn de mensen, niet de regels, die ervoor zorgen dat ons land niet piepend en krakend tot stilstand komt.  Mensen die zich niet verschuilen achter regels omdat ze ons leven makkelijker maken, maar regels proberen te buigen tot ze weer recht zijn. Mensen die niet naar boven turen in afwachting van de verlossing, maar er zelf alles aan doen om onheil te voorkomen, zelfs wanneer onze bazen en collega's om dat onheil lijken te verzoeken. (pagina 341-342)

Terug naar Overzicht alle titels

Andere Lezers van Stavast-titels van deze uitgever


Roman Krznaric 3

De goede voorouder : langetermijndenken voor een kortetermijn wereld
Ten Have 2021, 303 pagina's -  € 22,99

Oorspronkelijke titel: The good ancestor : how to think long term in a short-term world (2020)

Website Roman Krznaric (1971) eTwitter.

Korte beschrijving
Met dit boek schreef de publieksfilosoof Roman Krznaric een inspirerend, hoopgevend en leesbaar vertaald pleidooi voor een revolutie in onze manier van denken. Wij zijn de erfgenamen van schenkingen uit het verleden. Op onze beurt geven wij deze wereld als nalatenschap weer door aan toekomstige generaties. Maar door onze kortzichtigheid maken we daar een behoorlijke puinhoop van. Dit boek laat zien waarom een revolutie van 'tijdrebellie' en langetermijndenken noodzakelijk is om deze wereld op verantwoorde wijze na te laten aan toekomstige generaties. Krznaric werkt eerst zes principes van langetermijndenken uit (nederigheid tegenover de diepe tijd, erflatersmentaliteit, intergenerationele rechtvaardigheid, kathedraaldenken, holistisch voorspellen en een transcendent doel). Vervolgens laat hij zien hoe we die principes in de praktijk kunnen brengen door een 'diepe democratie' te ontwikkelen waarin niet kapitalisme maar de 'donuteconomie' centraal staat, door toe te werken naar een ecologische beschaving, en door via culturele evolutie ons langetermijndenken te cultiveren. Met enkele illustraties in zwart-wit, een literatuuroverzicht en eindnoten..

Tekst op website uitgever
Onder alle grote problemen waar de wereld mee worstelt, ligt één kraakheldere oorzaak: we denken alleen aan de korte termijn. In dit urgente en praktische filosofieboek breekt bestsellerauteur Roman Krznaric het debat hierover open. Hij beschrijft de geschiedenis van dit kortetermijndenken en schetst hoe we verder kunnen kijken dan onze eigen generatie lang is. Krznaric beschrijft een nieuwe manier om in de tijd te staan, zodat we uiteindelijk een goede voorouder kunnen zijn voor de kinderen van onze kleinkinderen.

Fragment uit Hoe kunnen wij goede voorouders zijn
Hoewel de aanjagers van het kortetermijndenken, die her en der in het boek ter sprake komen, een formidabele kracht vertegenwoordigen, zijn ze bij het touwtrekken om de tijd allerminst verzekerd van de overwinning. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, behoort het langetermijndenken misschien wel tot de grootste onbezongen talenten van onze soort. Zoals Daniel Kahneman ons heeft geleerd, denken we niet alleen snel én langzaam maar ook kort én lang. Onze hersenen zijn zo ingericht dat we ver vooruit kunnen denken en plannen, wat ons tot monumentale prestaties heeft gebracht, zoals de aanleg van het Londense rioolstelsel na de Great Stink van 1858, de sociaal-economische hervormingen van de New deal van Roosevelt en de tomeloze inzet van de strijders tegen de slavernij en de voorvechters van de vrouwenrechten. Zoals we zullen ontdekken is dit het geheime evolutionaire ingrediënt dat de zes manieren van langetermijndenken hun potentieel en kracht verleent.

Hoe kan de ideële sprong naar het langetermijndenken worden omgezet in daden die de contouren van de geschiedenis een nieuwe vorm geven? Deze vraag staat centraal in Deel 3, waarin wordt verhaald over een groep grensverleggende 'tijdrebellen' die de strijd aanbinden tegen het woekerende kortetermijndenken van de moderne wereld en de zes manieren van langetermijndenken in de praktijk proberen te brengen. Daartoe behoren onder meer de wereldwijde klimaatstakingsbeweging onder leiding van de Zweedse tiener Greta Thunberg en organisaties zoals Extinction Rebellion in het VK en Our Children's Trust in de VS. Andere rebellen vinden we overal om ons heen, van Spanje tot Japan, onder de radicale voorvechters van de regeneratieve economie en de voorstanders van burgerraden.

Ze moeten het opnemen tegen geduchte tegenstanders, onder anderen degenen die proberen het langetermijndenken te kapen en voor hun eigen belangen in te zetten, met name in de financiële sector. Zoals Gus Levy, oud-topman van Goldman Sachs, ooit trots verkondigde: 'We zijn hebzuchtig, maar wel op de lange termijn, niet op de korte.' Bovendien zien de tijdrebellen zich gesteld voor de grimmige realiteit dat enkele van de basisvormen waarin wij onze samenleving hebben gegoten - natiestaat, parlementaire democratie, consumptiecultuur, kapitalisme - niet langer geschikt zijn voor de huidige tijd. Ze werden eeuwen geleden uitgevonden, in het geologische tijdperk dat we het Holoceen noemen, de tienduizend jaar waarin het klimaat stabiel was en de menselijke beschaving opbloeide, een tijd waarin onze planeet de ecologische gevolgen van de materiële vooruitgang, de kosten en risico's van nieuwe technologieën en de druk van de bevolkingsgroei grotendeels kon verwerken. Dat is verleden tijd, want we hebben inmiddels het Antropoceen betreden, het nieuwe tijdperk waarin de mens van de aarde een onstabiel systeem heeft gemaakt dat bedreigd wordt door een ecologische ineenstorting. (pagina 23-24)

Draadje (februari 2021)

Tegenlicht: Time rebels (21 februari 2021) (45 min.)

Interview: ‘We behandelen de toekomst als een stortplaats van ecologische schade en technologische risico’s’ (De Volkskrant, 1 januari 2021)

Interview: Kate Raworth en Roman Krznaric samen aan de keukentafel: ‘We zijn doordrenkt van elkaars werk’ (21 januari 201, Vrij Nederland)




Lees ook: Empathie : een revolutionair boek (uit 2014) en Carpe diem : de geschiedenis van een culturele kaping (uit 2017). En (natuurlijk) Kate Eaworth's: Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw (uit 2017)

Artikel: Een goede voorouder (februari 2021), In de voetsporen van Titus : een goede voorouder (maart 2021) of Over het toeval en goede voorouders (maart 2021)

Terug naar Overzicht alle titels


Bas Heijne 7

 

Leugen & waarheid : in gesprek over de grote kwesties van onze tijd
Prometheus 2021, 189 pagina's € 20,00

Wikipedia: Bas Heijne (1960)

Korte beschrijving
Bas Heijne (1960) schrijft al jarenlang essays voor onder andere de NRC en heeft veel van zijn columns gebundeld in boeken. Deze keer heeft hij de gesprekken gebundeld die hij tussen 2018 en 2020 voerde met een aantal wetenschappers. Met behulp van deze gesprekken probeert hij tegenkracht te bieden aan de waan van de dag en de idee dat elke waarheid een subjectieve waarheid is. Enkele van de wetenschappers die door Heijne aan de tand gevoeld worden, zijn Richard Wrangham, Ivan Jablonka en Hartmund Rosa. De vragen die Heijne aanroert, gaan vooral over de opkomst van het rechts-populisme en de opkomst van onvrede, nationalisme en problemen die te maken hebben met identiteit. Dat lang niet iedereen meedoet aan de globale samenleving en dat grote groepen mensen zich niet gehoord voelen, lijkt een rode draad in de interviews. Geschikt voor mensen die geïnteresseerd zijn in actuele, filosofische kwesties.

Tekst op website uitgever
Waarom groeit het wantrouwen jegens de wetenschap? Waarom trekken mensen zich steeds minder aan van feiten? Waarom is identiteit zo’n heet hangijzer geworden, in de politiek en in ons eigen leven? Waarom kost het zo veel moeite de zwarte bladzijden van onze geschiedenis onder ogen te zien? Waarom verdwijnt religie niet? Waarom is racisme zo hardnekkig? Hoe komt het dat de mens zowel goedmoedig is als uitermate gewelddadig?

Voor NRC Handelsblad ging vermaard essayist Bas Heijne op zoek naar het verhaal achter het dagelijkse rumoer en de krantenkoppen. Hij sprak met denkers en wetenschappers (onder anderen Peter Pomerantsev, Angela Saini, Elaine Pagels, Martin Hägglund en Géraldine Schwarz) over grote kwesties die het debat in onze tijd bepalen. Samen vormen deze gesprekken een diepgravend portret van onze verwarrende tijd. Waarbij ook de lezer zelf aan het denken wordt gezet.

Fragment uit 'In de politiek hebben ideeën plaatsgemaakt voor emoties' - gesprek met Peter Pomerantsev, journalist en onderzoeker
BH: Heeft het ook te maken met de toegenomen kennis over hoe de menselijke geest in elkaar steekt, waardoor die gemakkelijker te manipuleren valt?
PP: 'Doelgroepen vinden en analyseren kan tegenwoordig steeds preciezer. Er is veel debat over of je mensen werkelijk kunt beïnvloeden door een psychologisch profiel van hen op te stellen aan de hand van hun likes op Facebook. In theorie kan dat, een gigantische hoeveelheid data verzamelen over de opvattingen en het gedrag van mensen, maar het is de vraag of je ze op die manier echt kunt aansturen. Maar we kunnen wel steeds beter specifieke groepen bedienen en die voortdurend testen op wat ze vinden en willen.
  Dat leidt tot de verkaveling van de publieke ruimte, in plaats van vijf, zes kranten heb je nu duizenden Facebookgroepen. Dat maakt het moeilijk om nog met elkaar in gesprek te komen en het schept ook een politieke strategie die het moet hebben van verschillende, vaak tegenstrijdige boodschappen tegelijk. Politici bedienen zich tegenwoordig in plats van een ideologie van een vage emotiepolitiek, omdat ze heel veel groepen tegelijk willen bereiken. Trump deed het voortdurend. Zelenky in Oekraïne doet het net zo goed.
  Wanner je al die verschillende groepen vervolgens naar de stembus wilt krijgen, werkt het helaas het best wanneer je ze verenigt in een vaag vijandsbeeld. Dat zag je ook bij de Brexit-campagne. Je geeft mensen die tegen immigratie zijn één verhaal, en weer een ander aan strijders voor dierenrechten, waarin de EU als vijand van het dierenwelzijn werd voorgesteld - dat was overigens de succesvolste onlineadvertentie van de Brexiteers. Om dat alles bij elkaar te brengen heb je een abstracte vijand nodig, de Europese Unie, de mainstreammedie, de elites. Dat is wat Boris Johnson aan het doen is, hij werpt zich voortdurend op als man van het volk tegen het establishment. Een dergelijke logica leidt tot een politiek die irrationeel is. Gevoelens speelden altijd een rol in de politiek, maar nu gaat het om gevoelens in plaats van ideeën.' (pagina 128-129)

In het boek interviewt Bas Heijne verschillende mensen waarvan boeken op dit blog zijn verzameld
Richard Wrangham. De goedheidsparadox : deugen de meeste mensen wel? (2021)
Lorraine Daston. Tegen de natuur in (2020)
Mark Lynas. Zes graden (editie 2020)
Angela Saini. Superieur : de terugkeer van de rassentheorie (2020)
Nathalie Heinich. Wat onze identiteit niet is (2019)
Jill Lepore. Deze waarheden : een geschiedenis van de Verenigde Staten (2020)
Peter Pomerantsev. Dit is geen propaganda : de oorlog tegen de waarheid (2019)
Jan-Werner Müller. Wat is populisme? (2017)
Hartmut Rosa. Leven in tijden van versnelling : een pleidooi voor resonantie (2016)

Enkele andere boeken van Bas Heijne
Staat van Nederland : een pleidooi (2017)
Onbehagen : Nieuw Licht op de beschaafde mens (2016)
Wereldverbeteraars : Gandhi, King, Mandela - hun erfenis (2017)
Kleine filosofie van de volmaakte mens (2015)
De betovering van de wereld (2013)
Vrijheid, gelijkheid, broederschap (2018)
Mens/Onmens : essay (2020)

Terug naar Overzicht alle titels




Ewald Engelen 5

 

Ontwaak! : kom uit uw neoliberale sluimer
Athenaeum, Polak & Van Gennep 2021, 224 pagina's -  € 17,50

Wikipedia: Ewald Engelen (1963)

Korte beschrijving
Hoogleraar Ewald Engelen doet een poging de vraag te beantwoorden waarom de boze Nederlandse burger de politiek niet afrekent op het decennialange neoliberale beleid, waarmee diezelfde burger het - gezien de groeiende onvrede - duidelijk oneens is. Waarom hij in het stemhokje niet kiest voor nieuwe politieke bewegingen, maar steeds weer stemt op de partijen die verantwoordelijk zijn voor datzelfde verfoeide beleid. Engelen roept z’n lezers op te ontwaken uit hun neoliberale sluimer. Hij stelt dat het neoliberale gedachtegoed prima uitpakt voor de kleine bovenlaag hoogopgeleide Nederlanders, maar dat het merendeel van de bevolking er niet op vooruit is gegaan met deze economische politiek. Daarnaast acht hij het beleid schadelijk voor natuur en klimaat. Helder (en fel!) uitgelegd allemaal, maar dit stokpaardje van Engelen klinkt bekend. Op enkele grafieken na geen illustraties. Met woord vooraf, inleiding en epiloog. Activistisch essay; redelijke lezerskring. Uitstekend boek, met een uiterst relevante maatschappelijke boodschap.

Tekst op website uitgever
Het mysterie van onze tijd is niet de politieke fragmentatie, de electorale woede of het rechtspopulisme, maar waarom al die protesten en tegenstemmen zo machteloos zijn gebleken. Wanneer de boze burger in het stemhokje staat, kleurt hij toch weer de vakjes rood die horen bij de grote middenpartijen, de VVD voorop.

In een vlammend essay laat Ewald Engelen zien waarom de burger de politiek niet afrekent op de gevolgen van het decennialange neoliberale beleid: de eurocrisis, de bankencrisis, de flexibilisering van de arbeidsmarkt, belastingverlaging voor het grootkapitaal, de ecologische ramp die zich voltrekt, et cetera.

Met de sociaaleconomische crisis in coronajaar 2020 als vuur voor zijn betoog,

Fragment uit Kleine verschillen, grote geschillen
En dus denkt de Nederlandse kiezer alles te weten van de Koran, de sharia, zwarte piet, racisme, discriminatie en de geschiedenis van de slavernij. Maar weet hij weinig van de private belangen die verantwoordelijk zijn voor kleine bankenbuffers, de wildgroei van derivaten, belastingontwijking, de hoge woonlasten in Nederland en de dalende arbeidsinkomensquote. Weet hij alles van kleine culturele verschillen en weinig van economische grootheden. Weet hij alles van de brede diversiteit aan seksuele voorkeuren (cisgenders, transgenders) maar weinig van de scherp gestegen uitbuitingsgraad. Weet hij alles van de problemen van transseksuelen maar weinig van stagnerende inkomens. En hoe meer kiezers ergens iets vanaf denken te weten, hoe meer praatprogramma's en redacties dergelijke onderwerpen zullen kiezen. En hoe groter de kennis over dit soort onderwerpen wordt, hoe aantrekkelijker het wordt om ze steeds opnieuw op de agenda te zetten. Zo werkt de zichzelf versterkende megafoon van de media. 

Natuurlijk overdrijf ik. Maar een karikatuur doet niets anders dan  een aspect van de werkelijkheid uitvergroten en spreekt daarmee de waarheid. Ik doe wel eens een steekproef in de zalen en zaaltjes waar ik spreek. Wie van u weet wat de Sharia is, vraag ik. En dan zie ik de helft tot twee derde van de aanwezigen een hand opsteken. Als ik vervolgens vraag of ze wel eens van de AiQ hebben gehoord, de arbeidsinkomensquote, steekt slechts een fractie van de aanwezigen een hand op. 

Dit strookt met mijn eigen journalistieke ervaringen. Redacteuren draaien hun hand niet om voor complexe politiek-filosofische vraagstukken op het gebied van migratierecht, nemen als vanzelf aan dat kijkers de verschillende argumentatiestappen makkelijk kunnen volgen, maar kunnen het basale verschilt tussen staatsschuld en begrotingstekort niet uitleggen, weten niet wat het verschil is tussen eigen en vreemd vermogen, snappen niet hoe de hefboom van schuldsanering de winst van moderne grootbanken kan vermenigvuldigen, kunnen geen balans lezen, begrijpen het verschil tussen stroom- en voorraadgrootheden niet, weten niet wat cijfers als inflatie en het bruto binnenlands product precies meten. (pagina 141-142)

Draadje (februari 2021)

Lees ook: De schaduwelite voor en na de crisis :niets geleerd, niets vergeten (2014), De kanarie in de kolenmijn (2016, samen met Marianne Thieme), De mythe van de gemaakte vrouw : Nieuw Licht op het feminisme (2016) en/of Het is klasse, suffie, niet identiteit! (uit 2018).

Of: Fantoomgroei : waarom we steeds harder werken voor steeds minder van Sander Heijne en Hendrik Noten,  Een land van kleine buffers : er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd van Dirk Bezemer of De waarde van alles : onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie van Mariana Mazzucato.



Terug naar Overzicht alle titels

Tom Phillips 2

 

Waarheid : een kleine geschiedenis van complete bullshit
Thomas Rap 2021, 318 pagina's  - € 22,50

Oorspronkelijke titel: Truth : a brief history of total bullsh*t (2019)

Summiere informatie over Tom Phillips (19?)

Korte beschrijving
De laatste jaren speelt opportunisme en bedrog een steeds grotere rol in de maatschappij en de politiek. De omgang met de waarheid staat onder druk en ‘fake news’ is inmiddels een gevleugeld gezegde. Dit boek verkent de geschiedenis van desinformatie en constateert dat de Romeinen al klaagden over te veel boeken. De uitvinding van de drukpers veroorzaakte pas een echte stroom informatie, waarbij de feitelijke juistheid minder belangrijk werd gevonden en ook niet werd gecontroleerd. De uitvinding van de eerste kranten verslechterde de moraal, waarbij verhalen werden verzonnen om de verkoop te bevorderen. Oplichters creëerden nieuws om hun praktijken geloofwaardiger te maken. Elke mediarevolutie bood weer nieuwe mogelijkheden om het publiek te bedotten en dit boek biedt een overdaad aan vermakelijke voorbeelden. De toon is ironisch, waarbij de meligheid soms de overhand krijgt. Niettemin een interessant boek, dat de huidige trends in perspectief plaatst en tevens bewijst dat je nooit te veel waarde moet hechten aan recensies. Met zwart-witillustraties, leessuggesties en een beperkt notenapparaat. Interessant en vermakelijk boek over de geschiedenis van list en bedrog en de rol daarin van de media.

Tekst op website uitgever
Sommigen zeggen dat er tegenwoordig zo veel onzin verspreid wordt, dat je door de leugens de waarheid niet meer kunt zien. De Verenigde Staten hebben een president die zo vaak liegt dat je haast zou denken dat de waarheid hem niets kan schelen. Sinds het internet zich heeft ontwikkeld tot een bron van fake news worden zogenaamde experts door niemand meer vertrouwd. Waar is de tijd gebleven dat je journalisten, wetenschappers en staatshoofden nog op hun woord kon geloven? Of was het vroeger niet veel anders? Tom Phillips is al jarenlang werkzaam als factchecker. Elke dag weer wordt hij geconfronteerd met totale onzin. In dit boek laat hij ons zien dat de mens al sinds het prille begin jokkend door het leven gaat. Dit is zijn hilarische opsomming van de meest spectaculaire en fabelachtige leugens uit onze geschiedenis.

Fragment uit Ten slotte: Op naar een waardere toekomst
Ik denk dat dit het eerste is wat we moeten doen als we de balans willen laten overslaan van onwaarheid naar waarheid: gewoon niet zo in paniek raken. We moeten aanvaarden dat er altijd bullshit zal zijn en dat we hoogstens kunnen proberen dat een beetje binnen de perken te houden. (Dat geldt vooral voor overheden die nadenken over wetten tegen 'nepnieuws', want dat zou grotere problemen kunnen opleveren dan het probleem dat ze ermee willen oplossen.)
  Maar ik denk ook dat er ook wat praktische dingen zijn die we kunnen doen, als samenleving en als individuen.
  We moeten de moeitebarrière te lijf gaan en de manier om dat te doen is ... tja, gewoon iets meer moeite doen. Dat houdt in dat we bereid moeten zijn om mensen te betalen om feiten te checken (ik bedoel: ik ben factchecker van beroep, dus natuurlijk vind ik dat), maar ook dat alle verschillende groepen in onze samenleving met taken die op wat voor manier dan ook met waarheid te maken hebben een stuk beter moeten gaan samenwerken. Journalisten moeten leren met academici te praten en idealiter zou het geweldig zijn als ze dat niet alleen deden via het fenomeen 'persbericht'. 
  We kunnen zelf echter ook helpen de moeitebarrière te slechten, gewoon door een heel klein beetje moeite te doen als je weer eens in de verleiding komt om iets ongehoords op internet te kwakken. Gewoon een paar tellen nadenken. Check de bron. Google een rondje. Sta er even bij stil of het te mooi klinkt om waar te zijn.
  En wat dat aangaat, moeten w eonszelf ook in de gaten houden, want iedereen, hoezeer hij ook aan de waarheid denkt te hangen, kan maar al te makkelijk in de egovalkuil trappen en gewoon graag wíllen dat iets waar is. Sterker nog: hoe eerlijker we wijn, hoe minder we soms geneigd te zijn om alert te blijven op onze eigen vooroordelen. Dus als je de bron van iets gaat natrekken, vraag jezelf dan gelijk even af of het bericht in kwestie net iets te lekker aansluit bij je eigen persoonlijke vooroordelen en of je het wel sceptisch genoeg benadert. Dit kunnen we ook in breder maatschappelijk verband aanpakken, want vergissen is menselijk en we moeten er beter in worden om respect te tonen voor mensen die hun fouten eerlijk toe durven te geven. Tuurlijk, in een ideale wereld zouden politici nooit de verkeerde dingen zeggen, maar hé, geef ze in ieder geval een schouderklopje als ze zichzelf corrigeren. (pagina 282-284)

Lees ook: De mens : een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups (2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Esther Ouwehand

 

Dieren kunnen de pest krijgen. En dan?
M.L. Thieme uitgeverij 2021, 127 pagina's  € 9,95

Wikipedia: Esther Ouwehand (1976)

Korte beschrijving
Dieren kunnen ‘de pest’ krijgen, dat hebben de nertsen vorig jaar gemerkt. Er zijn er toen bijna drie miljoen vergast. COVID-19 is een zoönose, een ziekte die van dieren op mensen kan overspringen. Net als de Q-koorts (een geitenziekte) en de vogelgriep. Esther Ouwehand (1976), leider van de Partij voor de Dieren, sinds 2006 Kamerlid, bekijkt de ontwrichting van de maatschappij door COVID-19 van alle kanten. Haar onontkoombare conclusie is dat we in Nederland, met zoveel (pluim)vee en handel in (exotische) dieren, op een tikkende tijdbom leven. De intensieve veehouderij, die complete ecosystemen uit balans brengt, is een ideale kraamkamer voor ziektekiemen. De enige manier om het gevaar te keren, is het halveren of nog verder reduceren van de veestapel. Vele (inter)nationale rapporten en adviezen bevestigen dat. We moeten afkicken van het houden en ‘gebruiken’ van zoveel dieren en de natuur weer leren respecteren. Het vereist moed om wat heel lang als normaal gold als probleem te zien – maar als de politiek nog langer wacht met ingrijpen, is het wachten op de volgende pandemie. Bevat vijf verhelderende cartoons en bronnen in de tekst. In bv. ‘De fundamenten’ (2021)* legt ook Ramsey Nasr het verband tussen corona en veehouderij, maar Ouwehand biedt meer achtergrondinformatie.

Tekst op website uitgever
Toen nog geen enkele minister ooit van ‘zoönosen’ had gehoord, agendeerde Esther Ouwehand deze bedreiging voor de volksgezondheid al. Dat was in 2007, toen zij net een jaar lid was van de Tweede Kamer voor de enige politieke partij die de belangen van andere levende wezens als uitgangspunt kiest. Inmiddels is 75% van de infectieziekten die de mens bedreigen afkomstig uit het dierenrijk. De oorzaken? Menselijk ingrijpen in natuurgebieden, wereldwijde handel in dieren en uiteraard de intensieve veehouderij.

Ouwehand laat zien hoe ons land daarin al jaren een twijfelachtige koppositie inneemt én hoe gevaarlijk dat is. Geen land ter wereld huisvest op zó weinig grond zóveel dieren als Nederland. Jaarlijks worden in ons land 640 miljoen dieren na een kort en miserabel leven gedood. Ons land is daarmee een ware kweekvijver voor zoönosen. Toch weigeren de traditionele partijen in politiek Den Haag al jaren om in te grijpen, ondanks waarschuwingen van virologen. Nu het leven van mensen bedreigd wordt door covid-19, Q-koorts, levensgevaarlijke vormen van vogelgriep en tal van andere virussen en bacteriële infectieziekten, zullen we ons ernstig moeten bezinnen op onze omgang met dieren, natuur en het klimaat. Ouwehand zet in Dieren kunnen de pest krijgen. En dan? de grond­ oorzaken van de huidige pandemie op een rij én laat zien hoe we nieuwe pandemische dreigingen kunnen voorkomen. Oplossingen die niet moeilijk hoeven te zijn, maar die wél politieke moed vereisen. Een zeer actueel schrijversdebuut van de partijleider van de Partij voor de Dieren.

Fragment uit 4. Dood door schuld
Zoönosen. Voor veel mensen moet het lang een exotisch woord zijn geweest. Toen ik er tijdens de eerste coronadebatten over begon, ontstond er enig ongemak in vak K, waar de ministers zitten. Veel epidemieën beginnen als een zoönose. Daar kunnen de dieren niks aan doen. Dierziekten zijn van alle tijden. Maar de echte gevaren ontstaan wanneer mensen dieren fokken, vangen en doden. In de afgelopen twintig jaar zijn er in Europa twee keer gevaarlijke infectieziekten vanuit de intensieve veehouderij overgesprongen op de mens (nog even buiten de nertsenfokkerij gerekend, daarover later meer). Allebei die uitbraken waren hier, in Nederland, het meest veedichte land ter wereld. In 2003 werden duizend mensen ziek door de vogelgriep. Dat jaar overleed dierenarts Jan Bosch aan de gevolgen van een vogelgriepinfectie.

Daarna kwam het volgende grote drama: de Q-koorts. Het was september 2007, de Partij voor de Dieren was na de (historische) verkiezingen van 22 november 2006 de juniorfractie van het parlement. We hadden onze handen vol aan het stellen van Kamervragen, aan het op de agenda zetten van alle genegeerde en weggemoffelde problemen van de omgang met dieren in Nederland, aan het naar boven trekken van onwelgevallige feiten en rapporten die ambtenaren van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hadden weggestopt in diepe bureaulades, aan het ter verantwoording roepen van de minister van LNV voor de schade die de veehouderij toebrengt aan mens, dier, natuur en milieu. Onze missie was (en is) bloedserieus, maar we hadden er ook lol in om flink aan de boom te schudden bij een ministerie dat zich decennialang heeft kunnen wentelen in de arrogantie van de macht: de agrolobby mocht het beleid bepalen en diezelfde lobby had met het motorblok van conservatieve landbouwpartijen - met woordvoerders uit de veehouderij zelf - een meerderheid in het parlement. De gevarendriehoek van het landbouwbeleid (boerenlobby - boerenpartijen - minister van LNV) leek onaantastbaar, maar serieuze oppositie was er ook nooit geweest. Marianne Thieme en ik waren vastbesloten: wij gaan de boel eens flink op stelten zetten.

Dat lukte goed. (pagina 39-40)

Terug naar Overzicht alle titels



Tommy Wieringa

Gedachten over onze tijd
De Bezige bij 2021, 320 pagina's € 23,99

Wikipedia: Tommy Wieringa (1967)

Korte beschrijving
Tommy Wieringa (1967) kennen de meesten als auteur van bekroonde romans, maar hij werkt ook al een tijdje als columnist voor het NRC Handelsblad. Een selectie van de columns die hij de afgelopen jaren schreef zijn in deze bundel bijeengebracht. Een goede column schrijven is een hele kunst. Het is iedere keer weer een zoeken naar een midden tussen een triviale inval en een wetenschappelijk onderbouwd standpunt. Wieringa beheerst die kunst. Zijn columns zijn actueel, dringend en een uiting van het gezonde verstand, dat momenteel zo vaak afwezig is. Goed geschreven ontsnappen de meeste columns aan de waan dan de dag. Terugkerende onderwerpen zijn de klimaatcrisis, het als maar warmer worden van onze steden, het vreselijk lot van de dieren in de bio-industrie, maar ook over het onvermogen dit alles te veranderen en voor toekomstige generaties te behouden. Als hoofdschuldige wijst hij o.a. naar Forum voor Democratie. Over hun voorman, de heer Baudet, is Wieringa in het geheel niet te spreken. Interessant en zeer noodzakelijk.

Tekst op website uitgever
‘Ons boerenland is morsdood. Nauwelijks meer insecten, nauwelijks meer vogels, nauwelijks meer bodemleven. Landdegradatie. Het komt nu aan op radicale dienstbaarheid aan de aarde, zonder hoop op dankbaarheid of begrip van je medemens.’ Tommy Wieringa is niet alleen bezorgd over het boerenland, hij schrijft met dezelfde urgentie over onze cultuur, onze democratie en onze intellectuele vrijheid. De actualiteit is de aanleiding om zijn pen te scherpen, maar steeds weet hij dieper te raken door brandende kwesties in hun historische context te zien en tegelijk een moreel appel te doen. Wieringa excelleert als columnist, zijn stukken geven een indringende analyse van de ontregelingen van onze tijd en zetten daarmee aan tot verder denken en het zoeken naar oplossingen.

Fragment uit (het) Woord vooraf
Ik schreef de stukken voor NRC Handelsblad in een tijd van grote veranderingen. Aan onderwerpen geen gebrek. Autoritaire populisten winnen overal terrein. Gewapend met cynische algoritmen, bots en trollenlegers die onophoudelijk desinformatie en nepnieuws verspreiden, zaaien ze angst, haat en verdeeldheid onder de verwarde bevolking.
Het sociale weefsel rafelt. De gevolgen van de klimaatcrisis zijn zichtbaarder dan ooit, op het boerenland laten de schadelijke neveneffecten van de agro-industrie zich niet langer bagatelliseren en de biodiversiteit neemt spectaculair af. En alsof we niet al genoeg aan ons hoofd hadden, duikt er halverwege dit boek ook nog een dark horse op, sars-cov-2 geheten, kortweg covid-19. Het coronavirus herschikt het speelveld drastisch, door de pandemie verdwijnen veel andere problemen al dan niet tijdelijk naar de achtergrond.

Tijd van duizelingwekkende veranderingen…

Ook al loopt dit boek in zekere zin goed af – aan het eind heeft bijvoorbeeld Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen verloren en een couppoging zien falen, én wordt de bevolking tegen covid-19 gevaccineerd –, het is allemaal kinderspel in het licht van de klimaatcatastrofe die zich in onze tijd in al zijn gruwelijke majesteit ontvouwt. De hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer zal nog generaties lang onze beste krachten vragen en het leven op de planeet nog eeuwenlang ontwrichten, zodat we alleen maar mogen hopen dat onze geschiedenis zich nog eens zal herhalen. (pagina 8-9)

Fragment uit De sofist
'Wij zijn weldenkende mensen,' roepen FvD-stemmers dezer dagen in koor. 'We zijn geen NSB'ers of racisten.' Weldenkende mensen met een voorkeur voor een sterke man met neofascistische sympathieën en een gecompliceerde verhouding met de waarheid dan toch. Een man die de Amerikaanse president in een open brief verzocht om de waarheid over de MH17 boven tafel te halen. Wie Trump vraagt om de waarheid heeft geen belangstelling voor de waarheid maar smeekt om een leugen.
  Thierry Baudet is, om in zijn gymnasiastenvocabulaire te blijven, een sofist in de politiek, het soort redenaar waar Plato zo genadeloos mee afrekende: een dwaalleraar zonder eigen gedachten, die met behendige praatjes en de schijn van geleerdheid mensen voor zich wint.
  Baudet is ook, hoezeer hij ook een prometheïsche vooruitdenker wil zijn, weinig meer dan een achteruitdenker die terugverlangt naar een blank, superieur, geïdealiseerd Europa dat nooit heeft bestaan. Geen Prometheus maar een Epimetheus derhalve, die weer verliefd werd op Pandora met haar kistje vol rampen. (Ziet u, zo moeilijk is het niet, rammelen met het trommeltje klassieke verwijzingen.)
  Eén ding nog: twee keer al citeerde deze sofistische achteruitdenker Menno Wigman, eerst in verminkte vorm voorafgaand aan de Algemene Beschouwingen en toen gewoon fout in zijn overwinningsrede. Op Zorgvlied draait de dichter zich om in zijn graf; niemand was preciezer met zijn woorden dan hij. Zoals Pharrell Williams en Axl Rose Donald Trump maanden hun muziek niet meer te laten horen bij zijn verkiezingsrally's, zeg ik hier bij ontstentenis van de dichter zelf: Baudet, blijf met je gemanicuurde jatten van Wigman af. (pagina 62-63) (de column De sofist verscheen op 23 maart 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Frits de Lange

 

Eindelijk volwassen : de wijsheid van de tweede levenshelft
Ten Have 2021, 224 pagina's  € 20,99

Website Frits de Lange (1955)

Korte beschrijving
De auteur is theoloog en hoogleraar ethiek, verbonden aan de PThU Groningen. Hij is van mening dat de tweede levensfase bepaald geen jaren van misère behoeven te zijn, ook al betekent het een periode van verval en verlies. De auteur ziet wijsheid als een rijpingsproces, 'een aantrekkelijk en inspirerend script voor de tweede levenshelft', waarin voor de ‘leeftijdloze oudere’ nog steeds groei en ontwikkeling mogelijk is om wijs willen worden. Hij legt nadruk op zelfkennis (zelftranscendentie) die ‘uitmondt in relativering van het egoperspectief, maar realiseert zich ook dat het zonder zelfsturing moeilijk is een menswaardig leven te leiden. Het boek geeft veel wetenschappelijke informatie en mooie wijsheid van Job en bv. de bejaarde dichteres Elisabeth Eybers. In het boek is geen ‘heiligheid van het leven’ meer te vinden en triest vind ik dat hij zegt dat zijn doodsangst blijft en dat er geen enkel perspectief voor na de dood is, waar uw recensent (81 jaar jong!) in volle levenslust vertrouwen in heeft.

Tekst op website uitgever
Geloof je in het ideaal van de leeftijdsloze oudere? Of zie je ouderdom vooral als verval? Waar het eerste beeld vooral een illusie verkoopt, is het tweede nogal een domper. Frits de Lange geeft een eigenwijs derde scenario: de wijze oudere. De tweede levenshelft geeft ons namelijk zelfkennis en -relativering. Op onze oude dag kijken we met meer compassie naar de wereld, spannen we ons in voor toekomstige generaties en zijn we minder bang om te sterven.

Fragment uit hoofdstuk 5. Een lichtgewicht zelf
Toch lijkt mij nederigheid een deugd bij uitstek voor de tweede levenshelft. Een deugd is een duurzame houding die zich uit in je gedrag tegenover jezelf en anderen. Je verwerft haar door die houding bewust te oefenen. Ik zou haar niemand willen voorschrijven of opleggen als een verplichting of eis, maar iedereen ertoe willen uitnodigen. Misschien is het niet verstandig om het leven als nederig mens te beginnen. Maar het is weldadig om het nederig te kunnen eindigen. Wie dat kan, bezit het vermogen om zichzelf los van zijn ego-perspectief te zien en heeft daar vrede mee.

Nederigheid is een stille deugd. Ze prijst zichzelf niet aan, maar ze heeft oude, indrukwekkende geloofsbrieven. In alle grote religieuze tradities van west en oost wordt de lof op deze deugd bezongen. In de islam zijn 'de dienaren van de Erbarmer degenen die nederig op aarde rondgaan. En als onwetenden hen aanspreken, zeggen zij: "Vrede!"' (soera al-Furqan (25) vers 63). Het taoïsme omschrijft nederigheid niet met een enkel woord maar met een hele Chinese zin: 'Bugan wei tianzia xian'. het betekent zoveel als: 'niet vooraan in de wereld gaan staan.'

Nederigheid is een bewust gekozen houding, in tegenstelling tot vernedering, een ervaring die je tegen je wil ondergaat. In het latere leven zijn er vernederende ervaringen. Je moet afhaken bij de fietsclub omdat je het tempo niet meer bij kunt houden. Je hebt een hoortoestel nodig. Je gaat voor het eerst met een rollator over straat of je moet iemand anders vragen je rolstoel te duwen. Je kunt dit verlies niemand verwijten, maar je schaamt je ervoor. Deze ervaringen doen je zelfbeeld geweld aan, je zorgvuldig opgebouwde en gekoesterde ego-ideaal. Toch kunnen ze je helpen om nederig te worden. Je moet je zelfbeeld bijstellen, zonder dat het ooit nog weer in zijn vroegere luister hersteld kan worden. je zoekt dit soort ervaringen niet op - dat zou masochisme zijn. Maar als je ze ondergaat, kun je ervan leren. Misschien zit er wel een kern van waarheid in de uitspraak van de monnik Bernardus van Clairveux: 'Vernedering is de enige weg tot nederigheid, zoals geduld de enige weg is naar vrede en kennis alleen wordt verworven door te lezen. Als je de deugd van de nederigheid wilt, moet je vernederingen niet uit de weg gaan.'(pagina 153-155)

Draadje (mei 2021)

Terug naar Overzicht alle titels