donderdag 25 mei 2023

Ilja Leonard Pfeijffer 2

Alkibiades : roman
De Arbeiderspers 2023, 943 pagina's € 34,99

Wikipedia: Ilja Leonard Pfeijffer (1968)

Korte beschrijving
Hoewel gebaseerd op historische feiten wordt fictief leven en werk beschreven van de briljante, maar ook omstreden Atheense staatsman en generaal Alkibiades (450-404 v Chr.), die een belangrijke rol speelde in de Peloponnesische oorlog. Op het eind van zijn leven kijkt hij erop terug, vanaf zijn kindertijd in een vooraanstaande, rijke Atheense familie. Opgegroeid tot een heel knappe man was hij aantrekkelijk voor zowel mannen als vrouwen. Knap, rijk en verwend wil hij als politicus en generaal zijn wil doordrijven, maar zijn arrogantie wordt tenslotte afgestraft en in 407 v Chr. gaat hij in vrijwillige ballingschap. Het werk van de Nederlandse dichter, schrijver en classicus (1968) werd vaak bekroond en genomineerd. Deze monumentale, ambitieuze roman is uitstekend geschreven en geeft niet alleen een mooi beeld van man en tijd, maar trekt ook veel paralellen met het antieke Athene en waarschuwt effectief onze tijd dat democratie een kostbaar en kwetsbaar goed is. Naast lof is er ook wat kritiek omdat door de breedvoerige stijl en grote feitelijkheid de emotionele kant onderbelicht is.

Tekst op website uitgever
Deze monumentale, rijk gedocumenteerde, historische roman vertelt het waargebeurde verhaal van het streven en falen van Alkibiades, de mooiste man van Griekenland. Hij was de extravagante, geniale, opzienbarende, androgyne, biseksuele en omstreden politicus en strateeg van Athene tijdens de grote oorlog tegen Sparta. Zijn verhaal is voor ons een reis door de tijd naar de wereld van bijna tweeënhalf millennium geleden, toen steeds meer symptomen, die voor ons verontrustend herkenbaar zijn, begonnen te wijzen op het verval van de democratie en daadwerkelijk leidden tot de nederlaag van Athene. De vraag is in hoeverre Alkibiades hieraan schuldig was. Was hij de populist die de democratie heeft ontmanteld of had hij de redder van Athene kunnen zijn? In deze roman legt hij verantwoording af over zijn idealen, strategieën en levenslange strijd.

Alkibiades is tegelijkertijd een geleerde historische studie en een grote roman voor onze tijd en voor elke tijd, die een even uniek als universeel verhaal vertelt over het najagen van ambities in een onvolmaakte wereld.


Fragment uit Boek I - Liefde voor de satyr, Athene, 3

  'Ik zie dat je onder de indruk bent,' zei Perikles tegen mij. 'Pheidias zal je uitleggen wat je ziet.'
  'Ik zal je eerst uitleggen wat je niet ziet,' zei Pheidias. Kleine pretoogjes glommen boven zijn volle, zwarte baard en snor. 'Wat je niet ziet, zijn de sculpturen van de metopen en de timpanen, die de bekende mythologische scènes verbeelden die zijn verbonden met de stichting en het roemrijke verleden van de stad. Die zullen we later gaan bekijken. Wat je evenmin ziet, is het gouden en ivoren beeld van de godin.'
  'Ook dat zullen we je zo laten zien, zoon van Kelinias,' zei Perikles. 
  'Ik beloof je de dat je daar nog meer van onder de indruk zult zijn. De godin zelf kan jaloers zijn op haar evenbeeld.'
  'Wat je wel ziet,' zei Pheidias, 'is een ongehoord brutale noviteit in de Griekse beeldhouwkunst. En dan heb ik het nog niet eens over techniek en compositie, maar over het onderwerp. Weet je wat dit is, Alkibiades?'
  'Een optocht.'
  'Dé optocht,' zei Perikles.
  'De grote Panatheneïsche processie' zei Pheidias, 'waarmee eens per jaar een nieuwe peplos wordt aangeboden aan de godin.'
  'Nu zie ik het,' zei ik.
  'Nu zie je het' zei Pheidias. 'Maar laat je het ook tot je doordingen? Want wat betekent dat? Wie zijn al die honderden figuren die op dit fries staan afgebeeld?'
  'De burgers van Athene,' zei ik.
  'Precies,' zei Pheidias. 'Zij zijn jouw en mijn stadsgenoten, die eens per jaar op de derde dag van de afnemende maan van de Hekatombaion samen met alle overwinnaars op de Spelen die in de dagen daarvoor gehouden zijn, over de heilige weg gaan, die van de Dubbele Poort naar deze tempel voert, om de peplos plechtig aan Athene Polias te overhandigen. Ik heb hen uiteraard geïdealiseerd vormgegeven, maar in feite zijn dit jouw en mijn buren, vrienden en bekenden. Dit is de enige tempel in heel Hellas die is gedecoreerd met sculpturen van tijdgenoten.'
  'Medeburgers,' zei Perikles.
  'Levende mensen,' zei Pheidias.

  'Dit is wat ik je wilde laten zien,' zei Perikles. 'Dit is mijn antwoord op jouw vraag van gisteren. Jij vroeg mij hoe ik erin slaag het volk tevreden te houden zonder mij al te veel aan te trekken van wat het volk wil. Ik maak de bevolking onderdeel van iets wat groter is dan zijzelf. Deze tempel op de Akropolis, die vanuit elke uithoek van de stad is te zien, is het symbool van mijn droom van de glorie van Athene, die alle steden in Hellas en in de uitgestrekte rijken van de barbaren zal overvleugelen. Door de mensen van nu af te beelden op deze tempel maak ik duidelijk dat de roem en het aanzien van Athene niet zijn gebaseerd op vroegere daden maar dat onze huidige daden het fundament vormen voor onze toekomstige glorie. Tot in de verre toekomst zullen reizigers uit alle delen van de wereld deze tempel aanschouwen en zij zullen met hun eigen ongelovige ogen zien dat wij dit monument hebben gebouwd voor de eeuwigheid en dat onze generatie tot stand heeft gebracht wat zowel in het verleden als in de toekomst ongeëvenaard is. Ik maak het volk deelgenoot van mijn droom en daarom staat het volk uit marmer gehouwen afgebeeld op het symbool van deze droom. Dit is iets hogers dan geld of eigenbelang of de pietluttigheden waarover eindeloos wordt gedebatteerd op de heuvel van de Pnyx. Dit is het geheim van de democratie. Het volk, dat zijn soms net mensen. Ze hebben dromen nodig. Ik geef hun een gemeenschappelijk ideaal dat zin geeft aan hun leven.' (pagina 36-37)

Lees ook: Grand hotel Europa (2018)

Klik hier voor veertien artikelen over deze historische roman, die absoluut ene link heeft met onze huidige tijd. 


woensdag 17 mei 2023

Nikki Sterkenburg

Maar dat mag je niet zeggen : de nieuwe generatie radicaal- en extreemrechts in Nederland
Das Mag 2021, 248 pagina's € 23,50

Wikipedia: Nikki Sterkenburg (1984)

Korte beschrijving
In 2015 begon de auteur aan een onderzoek naar extreem-rechtse groeperingen in Nederland. Ze sprak uitvoerig met tientallen van hun leden, van neonazi's tot gekozen politici, ging naar demonstraties en bijeenkomsten, speurde het internet af. De organisaties, zoals DTG, Identitair Verzet, Erkenbrand en Pegida Nederland, blijken klein, niet erg stabiel en onder het vergrootglas van de inlichtingendiensten te liggen. Hoewel het thema geweld snel opduikt in de gesprekken, is opvallend hoezeer leden hun best doen binnen de wet te opereren, afgezien van overtredingen waarop hoogstens een boete staat. Veel leden zijn geen ideologische scherpslijpers, maar op zoek naar actie om daadwerkelijk iets te doen tegen de komst van asielzoekerscentra, de bouw van nieuwe moskeeën, 'rasvermenging', onveiligheid op straat etc. De auteur onderscheidt wel types stromingen en hanteert een soort persoonlijkheidsprofielen, zoals 'rechtvaardigheidszoekers', maar in de praktijk zijn er veel overlappingen. Haar zegslieden zijn vaak aardige, sociale mensen, maar de auteur vindt veel van hun ideeën levensgevaarlijk. Dit is de journalistieke versie van het onderzoek, vol juiste vragen en boeiende citaten van activisten, onbevooroordeeld, respectvol, ondanks afwijzing van veel van hun ideeën.

Tekst op website uitgever
'Met een ongeëvenaarde neus voor goede verhalen zoekt Sterkenburg de mens, de jongens, achter de extreemrechtse hooligans, studentikoze intellectuelen en neonazi’s. Dit boek is een net zo schokkende als alledaagse inkijk in de leefwereld van radicaal- en extreemrechts.’ – Beatrice de Graaf Drie jaar lang volgt journalist en onderzoeker Nikki Sterkenburg ruim veertig radicaal- en extreemrechtse activisten. Ze schuift aan bij neonazi’s met Wehrmacht-helmen in de keuken, interviewt de moskeebezetters van Identitair Verzet en maakt van dichtbij de opkomst van studiegenootschap Erkenbrand mee. Ze wil weten wie ze zijn, wat ze beweegt en hoe ze te werk gaan. Zeker nu ze niet meer altijd te herkennen zijn aan kale koppen en nazisymbolen, maar juist hun activisme combineren met een baan en een rijk sociaal leven buiten de beweging. Ze spreekt met hen over hun verleden (‘die oorbellen vond mevrouw Rost van Tonningen maar niks’), het heden (‘ik ben liever extreemrechts dan extreem slecht’) en hun toekomstbeeld (‘het gaat bloedig worden’). Naarmate ze langer met activisten optrekt hoort ze ook dingen waarvan het niet de bedoeling was dat ze die zou horen. Maar dat mag je niet zeggen is een beklemmende schets van een nieuwe generatie Nederlandse radicaal- en extreemrechtse activisten. Nikki Sterkenburg (1984) werkte ruim tien jaar als journalist voor onder meer Elsevier Weekblad en Vrij Nederland. Ze won met haar werk de Mercur voor Tijdschriftreportage van het Jaar. Ze is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden op beweegredenen van radicaal- en extreemrechtse activisten in Nederland.

Fragment uit Deel 3. Alt-rightaanhangers die online trollen en heimelijk dromen
5. Ideologische zoekers: even het betere uit jezelf halen

Zoals eerder gezegd, onderscheid ik verschillende typen als het gaat om de vraag waarom en hoe geïnterviewden tot radicaal- en extreemrechts zijn toegetreden: Rechtvaardigheidszoekers (boos op de overheid), Politieke Zoekers (zoekend naar brede politieke steun), Spanningzoekers (hang naar spanning) en Sociale Zoekers (zoeken naar en willen bestendigen van vriendschappen). Maar vrijwel alle mensen die ik via Erkenbrand interview, lijken daar niet in te passen - op één iemand na, die ik als Politieke Zoeker kan kwalificeren. Hoe meer interviews ik naast elkaar leg, hoe sterker ik het gevoel krijg dat deze (jonge) mannen inderdaad anders zijn dan alle anderen die ik tot dan toe heb geïnterviewd.
  Hoewel het een bekende uitspraak is dat geen mens racistisch wordt geboren, zeggen Ideologische Zoekers dat zij wel degelijk al van jongs af aan denken in termen van stammen, rassen en volkeren. Ze menen dat het in de menselijke natuur zit om zich af te keren van andere volkeren en die zo veel mogelijk uit de 'eigen groep' te weren. Ook hebben ze een sterke afkeer van gelijkheidsdenken. Ze vinden niet dat iedereen gelijk is en willen dat biologische verschillen worden erkend. Vervolgens moet daar ook naar worden gehandeld, bijvoorbeeld wanneer het gaat om verschillen tussen man en vrouw.
  Ruben: 'Er is een verschil tussen man en vrouw. Dat is heel basaal, maar het is er. Er zijn verschillen tussen volkeren. Maar het huidige systeem, het ideologische paradigma, is gebaseerd op wat men noemt "gelijkheid". Dat wordt nu zo ver doorgetrokken dat er geen verschillen tussen man en vrouw meer worden gezien. Of ehm... Als jij als immigrant vanuit Thailand naar hier komt en je bent genaturaliseerd, dan ben je officieel net zo goed Nederlander als iemand die hier al familie heeft tot vier, vijf, zes eeuwen terug.'
  Luuk (eind twintig, net afgestudeerd) zegt al van jongs af aan 'tribaal' te denken, waarbij hij mensen naar ras indeelt. Hij groeide op in 'een heel links gezin' in een multiculturele gemeente. Na de middelbare school en een studie die hij na een paar maanden afbrak, vertrok hij voor bijna twee jaar naar het buitenland om te reizen en te werken. Vanuit een derdewereldland volgde hij het nieuws via internet. In 2005 las hij op een Amerikaanse site een artikel over gebeurtenissen rondom orkaan Katrina. 'het was geschreven door iemand die In New Orleans had meegemaakt hoe zwarte mensen zich gedragen als er anarchie is. En dat vond ik confronterend, want elke vorm van gezag verdwijnt: plunderen, vermoorden, lukraak schieten, verkrachtingen. Daar ben ik me tot op de dag van vandaag heel erg bewust van.' Het leidde ertoe dat hij ging nadenken over ras en over een eventuele relatie tussen intelligentie en ras - of verbanden tussen bepaalde eigenschappen en ras. 
  Om hu gedachten te rechtvaardigen en ideologische te onderbouwen, gaan Ideologische Zoekers op internet verder zoeken. Daarbij is het volgens Luuk logisch dat ze eerder op Amerikaanse alt-rightsites uitkomen dan op Europese radicaal- en extreemrechtse sites: 'Vooral het denken in ras is vrij Amerikaans, dat bestaat in Europa bijna niet. Rechts in Europa is heel erg gefixeerd op de islam en in Amerika is het meer op ras.' (pagina 190-191)

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 13 mei 2023

Koen Haegens 3

Op zoek naar de verstrooide tijd
Ambo Anthos 2023, 184 pagina's € 20,99

Wikisage: Koen Haegens (1980)

Korte beschrijving
Een persoonlijk getint filosofisch essay over hoe de mens de beperkte tijd die hij tot zijn beschikking heeft maar al te vaak verstrooit, maar ook kan leren rekken.  Een ingrijpende gebeurtenis die hem bijna het leven kost, confronteert Koen Haegens met de tijdelijkheid van het bestaan en ons gebrek aan besef daarvan. Hoe kan het dat we van elk moment willen genieten maar ondertussen al swipend, scrollend en bingewatchend smijten met de uren, alsof ze niet op kunnen? Mede aan de hand van denkers als Kierkegaard, Heidegger en De Beauvoir duikt Koen Haegens in de ‘verstrooide tijd’. Dit spoor leidt langs gestreste Romeinen, smartphones en tijddieven, om te eindigen bij het antwoord op de vraag of er een andere, intensere omgang mogelijk is met de beperkte tijd die ons gegeven is. Pakkend en persoonlijk, maar ook scherpzinnig en met filosofische diepgang geschreven. Voor de meer geoefende lezer. Koen Haegens (1980) is economieredacteur en columnist bij De Groene Amsterdammer. Hij schreef enkele boeken.

Tekst op website uitgever
In Op zoek naar de verstrooide tijd onderzoekt Koen Haegens met humor en aan de hand van grote denkers de paradox tussen altijd te druk en en het weg scrollen van de uren in onze dag.

Met verwondering en humor onderzoekt Haegens hoe we tijd vermorsen, ongemerkt door onze vingers laten glippen, maar ook hoe we kunnen leren de tijd te nemen en te rekken. Mede aan de hand van grote denker als Kierkegaard, Heidegger en De Beauvoir duikt hij in de ‘verstrooide tijd’. Dit spoor leidt langs gestreste Romeinen, smartphones en tijddieven. Om te eindigen bij het antwoord op de vraag of er een andere, intensere omgang mogelijk is met de beperkte tijd die ons gegeven is.

In zijn debuut Neem de tijd signaleerde Koen Haegens de opkomst van een ‘haastmaatschappij’, waarin mensen harder lopen, korter slapen en zelfs sneller praten dan vroeger. Maar haast is niet het hele verhaal. Een ingrijpende gebeurtenis die hem bijna het leven kost, confronteert Haegens met dat andere mysterie. Hoe kan het dat we van elk moment willen genieten maar ondertussen al swipend, scrollend en bingewatchend smijten met de uren, alsof ze niet op kunnen?

Fragment uit 1. Coronatijd: op zoek naar de verstrooide uren
Apollo versus Dionysos

Wat is verstrooide tijd - en wat is het niet? Om met dat laatste te beginnen: dit boek gaat niet over luiheid. Ik voel geen enkele behoefte die verrukkelijke menselijke neiging te fileren. Nietsdoen is heerlijk. En niet alleen omdat het af en toe nodig is 'de batterij op te laden', zoals de miljardenindustrie die handelt in rust ons voorhoudt,, terwijl ze haar pillen, retraites en luxematrassen inclusief 'met de  hand geplaatst paardenstaarthaar van de hoogste kwaliteit' verkoopt. Onproductief zijn is ook de basis van veel dingen die het leven de moeite waard maken. Filosoof Hans Achterhuis spreekt van de 'tussentijd'. Juist vanwege haar doelloosheid biedt die ruimte voor 'onverwachte gelukservaringen' en 'levenslange vriendschappen'. Op dezelfde manier komen de beste gedachten op als we nergens aan hoeven te denken. Als onze hersenen als het ware vrijaf krijgen, bijvoorbeeld onder de douche of tijdens een wandeling. Het zijn ideale momenten om problemen op te lossen. Of gewoon die column alvast in mijn hoofd te schrijven, zoals ik vaak doe tijdens het rennen.
  Het belangrijkste lummelen is gewoon lekker. Anders dan de verstrooide tijd heb ik jaren later nog altijd mooie herinneringen aan de verslapen ochtenden in mijn studentenflat, in een eenpersoonsbed dat veel te klein was voor twee mensen. Schrijver Marian Donner heeft het in haar Zelfverwoestingsboek over 'spijbelen' van het leven als een 'gat in de tijd' vinden. Zo voelt het, alsof je een deur door gaat naar een parallel universum. In de gewone wereld draait alles door, daar werkt iedereen hard aan zijn toekomst, maar aan de andere kant bestaat die toekomst niet. Daar zijn geen regels of geboden, daar is niemand die iets van je wil, daar ben je vrij.
  Het tijdverdrijf waar ik op doel, valt ook niet een op een samen met een gebrek aan aandacht voor het hier-en-nu, zoals dat onder meer met mindfulness bestreden wordt. Ik denk dat het soms bevrijdend kan zijn om de aandacht er niet bij te houden. Onder invloed van alcohol, drugs, verliefdheid, lust of - heel soms, onverwacht - het leven zelf laten we ons meeslepen. Vergeten we de wereld om ons heen. Op het eerste gezicht verschilt dat misschien weinig van een avond waarop ik, ongewild, aan de bank blijf kleven voor een oninteressante wedstrijd tussen twee Europese clubs waar ik nooit van heb gehoord. Maar de vorm van aandachtsverlies waar het hier over gaat is anders.
  Aan het begin van een roemruchte carrière die zou eindigen in waanzin en naakt over straat zwerven, ad de filosoof Friedrich Nietzsche het over twee vormen van wijsheid: dionysische versus apollinische. Apollo was de Griekse god van de ratio, van de schoonheid, maar ook van de orde. In het dagelijkse leven denken we meestal op zijn manier. Ik wel in elk geval. Er zijn to-dolijstjes voor alles. Elke stap die ik zet, overdenk ik tot in de uiterste consequenties. Dat heeft voordelen. Apollo behoedt mij voor onherstelbare fouten. het helpt mij ook om grotere doelen te stellen, voorbij de dagelijkse sleur, en die vervolgens daadwerkelijk te bereiken. Zoals dit boek schrijven.
  Apollo, is kortom, de ideale raadgever. Dat maakt hem ook een beetje saai. Met hem als gids zul je jezelf nooit dronken verliezen op de dansvloer. Of in een vreemd bed belanden. Iemand die de beperkingen van het apollinische denken mooi heeft verwoord, is de Amerikaanse publicist Katie Roiphe. In een interview met De Groene Amsterdammer blikte ze terug op het wilde leven van haar moede, een bekende feministische schrijver. 'Als je de memoires leest over haar leven in literair New York in de jaren zestig en zeventig lees je over een wereld waar mensen niet bang waren om iets te verprutsen, een huwelijk of een baan.' vertelde ze. Volgens haar is dat in de huidige prestatiemaatschappij compleet veranderd. 'Ik verkeer nu in dezelfde kringen als zij, maar dertig, veertig jaar later, en daar is het doodnormaal als mensen zeggen: "Ik ga vroeg naar huis, dan hebben we nog iets aan onze zondagochtend."' 
  Dat is waar Dionysos van pas komt. Hem hebben we nodig om te voorkomen dat we zo druk bezig zijn met het uitvoeren van onze persoonlijke vijfjarenplannen, dat we vergeten in het hier-en-nu te leven. Deze god had bij de Grieken een allegaartje aan verantwoordelijkheden. Van wijnbouw tot de vrede bewaren. Belangrijker is dat hij de intuïtieve kant van het karakter symboliseert. het beslissingen nemen op gevoel. Niet voor niets was Dionysos ook de god van de roes. Daarin worden we één met de mensen om ons heen. Soms zelfs met de natuur. 'In de zelfvergetelheid van de dionysische toestanden ging het individu met zijn grenzen ten onder', schrijft Nietzsche over de oude Grieken. Hij spreekt van 'de vernietiging van de gebruikelijke beperkingen en grenzen van het er-zijn'. 
  De uitdaging, volgens Nietzsche, is om een evenwicht te vinden tussen Apollo en Dionysos. Tussen, en dat zijn mijn woorden, aandachtig leven en de roes. Die heerlijke zelfverkozen toestand kan inderdaad omslaan in een vlucht voor het bestaan. Als ik als jongere elke avond was gaan blowen, zoals sommige medescholieren deden, had dat weinig meer te maken gehad met een geestelijke ontdekkingstocht. In dat geval is wel degelijk sprake van een vorm van tijd verstrooien. Dan wordt het een manier om niet na te hoeven denken - over de toekomst, welk beroep je wilt, of gewoon, het huiswerk van morgen. (pagina 47-50

Lees ook: Neem de tijd : overleven in de to-go maatschappij (2012) en De grootste show op aarde : de mythe van de markteconomie (2015)

Terug naar Overzicht alle titels


dinsdag 9 mei 2023

Dierenrechtenbibliotheek

Uitgeverij Noordboek begon in 2021 met een reeks boeken over het toekennen van rechten aan dieren. Inmiddels zijn er negen boeken verschenen, dan wel aangekondigd.

Vinciane Despret. Wat zouden dieren zeggen als we ze de juiste vragen stelden? (2022)
Sue Donaldson & Will Kymlicka. Zoöpolis : een politieke theorie over dierenrechten (2022)
Erica Fudge. Huisdieren (2023)
Donna J. Haraway. Als soorten elkaar ontmoeten (2023)
Melanie Joy. Waarom we van honden houden, varkens eten en koe dragen : een introductie in carnisme (2021)
Jeffrey Masson. Het verborgen leven van boerderijdieren (2023)
Tom Regan. Pleidooi voor dierenrechten (2022)
Henry S. Salt. Dierenrechten en maatschappelijke vooruitgang (2021)
Janneke Vink. De open samenleving en haar dieren (2023)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Erica Fudge

Huisdieren
Noordboek 2023, 192 pagina's  € 19,90
Reeks: Dierenrechtenbibliotheek

Verschijnt juni 2023

Oorspronkelijke titel: ? (20?)

Korte bio van Erica Fudge (1968)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever

Fragment uit

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Tom Regan

Pleidooi voor dierenrechten
Noordboek 2022, 768 pagina's € 34,90
Reeks: Dierenrechtenbibliotheek

Oorspronkelijke titel: The case for animal rights (1983)

Wikipedia: Tom Regan (1938-2017)

Korte beschrijving
Een vuistdikke filosofische verhandeling (768 p.) over dierenrechten. Dieren zijn ‘levensbewuste wezens’ en beschikken over eigenwaarde. Daarom mogen wij, mensen, ze niet zonder meer als middel gebruiken of inzetten voor onze doeleinden, stelt de in 2017 overleden Amerikaanse filosoof Tom Reagan. Dit (Kantiaanse) standpunt werkte Regan uit in dit pleidooi, dat sinds de verschijning in 1983 een klassieker is. Tot op de dag van vandaag speelt het werk een hoofdrol in het denken over dieren en allerlei debatten rondom dierenrechten. Het werk verschijnt nu voor het eerst in vertaling van Joris Capenberghs. ‘Pleidooi voor dierenrechten’ is scherpzinnig, doorwrocht en met academische finesse geschreven. Geschikt voor geoefende lezers met verregaande interesse in het onderwerp. Met een nawoord van dierenbeschermer Michel Vandenbosch. Tom Regan (1938-2017) was een Amerikaans filosoof. Hij was hoogleraar filosofie aan de North Carolina State University. Dit boek maakt deel uit van de Dierenrechtenbibliotheek van Uitgeverij Noordboek.

Tekst op website uitgever
Dieren zijn ‘levensbewuste wezens’ en beschikken over eigenwaarde. Daarom mogen wij, mensen, ze niet zonder meer als middel gebruiken of inzetten voor onze doeleinden. In de vleesindustrie of als proefdier in laboratoria bijvoorbeeld. Dit (kantiaanse) standpunt werkte de Amerikaanse filosoof Tom Regan (1938–2017) uit in Pleidooi voor dierenrechten dat sinds de verschijning in 1983 een klassieker is. Tot op de dag van vandaag is Pleidooi voor dierenrechten bijzonder invloedrijk. Het speelt een hoofdrol in het denken over dieren en allerlei debatten rondom dierenrechten. Dit meesterwerk verschijnt nu voor het eerst in een fraaie vertaling van Joris Capenberghs. Met een nawoord van dierenbeschermer Michel Vandenbosch. ‘Het is misschien wel de meest consistente en meest onwrikbare verdediging van dierenrechten. » Tom L. Beauchamp, Georgetown University ‘Mocht het van de dieren afhangen, dan stond het meesterwerk van Tom Regan op elke leeslijst. Mocht het van mij afhangen, ook.’ Johan Braeckman.


Fragment uit Dierlijk bewustzijn

Toen de Duitse schilder Stefan Lochner (1400-'51) de Heilige Hiëronymus in zijn studeerkamer schilderde bracht hij door middel van symbolen enkele hoogtepunten uit het leven van de vierde-eeuwse kerkvader in beeld. Zo symboliseert het boek op de schrijftafel diens grote belezenheid. Hiëronymus was immers een geleerde, beroemd om zijn vertaling van de Bijbel uit het Grieks naar het Latijn (de Vulgaat of Editio Vulgata). De aanwezigheid van een leeuw wijst op een interessanter gebruik van symbolen. Volgens de legende had Hiëronymus een doorn verwijderd uit de poot van een leeuw en uit dankbaarheid voor zijn weldoener bleef de leeuw bij de heilige. Zij die het schilderij van Lochner zagen en het verhaal van Hiëronymus en de leeuw kenden, begrepen de symboliek. Wij, die misschien geen kennis meer hebben over het leven van de heilige, zullen ons in eerste instantie afvragen waarom de leeuw is afgebeeld. In onze ogen lijkt het dier op het schilderij zelfs helemaal niet op een leeuw. Het dier is veel kleiner dan een leeuw zoals wij die kennen, de staart heeft weliswaar een leeuwachtige krul, maar de manen en poten zijn van een ander schepsel, de snuit en het ene zichtbare oor zijn veeleer menselijk, en het gedrag van het dier lijkt meer op dat van een jonge hond of puppy dan op dat van de koning der dieren. De verschillen tussen de leeuw op Lochners schilderij en de leeuwen waarmee wij vertrouwd zijn, zou je eventueel kunnen duiden door te veronderstellen dat leeuwen er in de vijftiende eeuw anders uitzagen dan leeuwen tegenwoordig. Er is echter nog een andere, meer voor de hand liggende verklaring. De kunstenaar, goed op de hoogte van het verhaal over de heilige Hiëronymus en de leeuw, had nog nooit een leeuw gezien. De leeuw die hij schilderde. ontsproot dus uit zijn fantasie, opgebouwd uit de schaarse informatie en anekdotische vertellingen over leeuwen waarover hij destijds beschikte.
  Als we ons eenmaal bewust zijn van Lochners beperkingen, is zijn onkunde om het evenbeeld van een leeuw vast te leggen zowel begrijpelijk als vergeeflijk. Het zou onredelijk zijn van hem te verwachten dat hij een nauwkeurig beeld had van een dier dat hij nooit had gezien en waarover hij amper betrouwbare gegevens had. Onze situatie is heel anders. Wij hebben genoeg tijd en gelegenheid om na te gaan hoe leeuwen eruitzien, niet alleen in hun uiterlijke verschijning, maar ook in hun anatomie en fysiologische werking, sociale relaties en gedrag. Wie vandaag van mening is dat leeuwen het hondjesuiterlijk hebben dat Lochner hen toeschrijft, zal er terecht van worden beschuldigd onvoldoende kennis te hebben genomen van informatie die even goed gedocumenteerd als toegankelijk is. (pagina 79-80)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Donna J. Haraway

Als soorten elkaar ontmoeten
Noordboek 2023, 480 pagina's € 29,90
Reeks: Dierenrechtenbibliotheek

Verschijnt in augustus 2023

Oorspronkelijke titel: The Companion Species Manifesto: Dogs, People, and Significant Otherness (202?)

Wikipedia: Donna Haraway (1944)

Korte beschrijving

Tekst op website

Fragment uit

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Henry S. Salt

Dierenrechten en maatschappelijke vooruitgang
Noordboek 2021, 120 pagina's  € 17,90
Reeks: Dierenrechtenbibliotheek

Oorspronkelijke titel: Animals' rights: considered in relation to social progress (1892)

Wikipedia: Henry S. Salt (1851-1939)

Korte beschrijving
De eerste titel in de nieuwe 'Dierenrechtenbibliotheek' werd geschreven in 1892 en is om meerdere redenen een interessante keuze. Het is een erudiet essay, leuk geschreven (afgezien van wat 'incorrect' taalgebruik over beschaving). Het is geïnspireerd door Darwin: de mens is ook een dier en moet ook menselijk bejegend worden! Het gaat over werkende dieren, (landbouw)huisdieren, proefdieren, wilde dieren (jacht, bont). Het had deels nu geschreven kunnen zijn – maar moderne dierenactivisten hebben te maken met meer en andere problemen. De maatschappelijke 'vooruitgang' volgt een heel andere, minder rechtlijnige koers dan veelzijdig maatschappijhervormer Salt (1851-1939) had voorzien. Dieren moeten ook nu nog hun recht op een natuurlijk leven en individuele ontwikkeling bevechten op de mens, die zijn dominante positie en eigendomsrechten niet wil opgeven. Het werkt heel verfrissend om de eerste uitgesproken en weloverwogen gedachten op dit gebied tot je te laten doordringen. Salt daagt uit tot vergelijking en verduidelijking en tot bezinning op wat 'vooruitgang' betekent – voor dier en mens..

Tekst op website uitgever
Wie overweegt vrouwen rechten toe te kennen, kan ze net zo goed gelijk aan dieren geven, grapt Thomas Taylor vol sarcasme in 1792. Precies een eeuw later beseft de Britse emancipatiestrijder Henry Salt, dat Taylor (onbedoeld) een punt heeft: waarom zouden dieren niet eenzelfde rechtsbescherming verdienen als ieder ander wezen met belangen? Op volstrekt originele wijze werkt hij dit idee uit in dit nog altijd actuele en bijzonder goed leesbare essay. Henry Stephens Salt (1851-1939) was een politiek geëngageerde Britse auteur. Hij pleitte voor hervorming van het onderwijs, van het gevangeniswezen, van economische instituties en van de dierhouderij. Hij was bevriend met Gandhi en Tolstoj en oefende ook op latere schrijvers (waaronder Peter Singer) veel invloed uit. Vertaling en inleiding: Jabik Veenbaas. ~ 'De eerste titel in de nieuwe "Dierenrechtenbibliotheek" werd geschreven in 1892 en is om meerdere redenen een interessante keuze. Het is een erudiet essay, leuk geschreven. (...) Het werkt heel verfrissend om de eerste uitgesproken en weloverwogen gedachten op dit gebied tot je te laten doordringen. Salt daagt uit tot vergelijking en verduidelijking en tot bezinning op wat "vooruitgang" betekent - voor dier en mens.' - E. Evertsen voor NDB Biblion ~ ‘Een meesterwerk; het blijft een van de meest lucide en overtuigende van alle boeken geschreven ter verdediging van dieren.’ -Keith Thomas, New York Review of Books ~ ‘Dierenrechten en maatschappelijke vooruitgang blijft relevant omdat het veel meer is dan een incidenteel pleidooi. Het boek is bijna honderddertig jaar oud, maar het is nog volstrekt niet verouderd. Wie het leest, begrijpt dat het iets wezenlijks toevoegt aan het denken over de morele verhouding tussen mens en dier: een voortreffelijk beargumenteerde filosofische grondslag.’ -Jabik Veenbaas in de inleiding ~ ‘Dit boek vormt niet voor niets het begin van de dierenrechtenbibliotheek van Uitgeverij Noordboek. Het is het eerste boek dat het idee van dierenrechten consequent probeert te doordenken. Salt laat zien dat dieren niet tot hun recht komen als ze alleen ‘de nodige zorg’ krijgen. Hun belangen moeten op een faire wijze, volgens het gelijkheidsbeginsel, worden meegewogen in de democratie. Zolang onze democratie weigert om dit te doen, is ze gemankeerd.’ -Erno Eskens, dierfilosoof en uitgever bij Noordboek.

Fragment uit

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Janneke Vink

De open samenleving en haar dieren
Noordboek 2023, 504 pagina's € 32,50
Reeks: Dierenrechtenbibliotheek

Oorspronkelijke titel: The open society and its animals (2019)

Korte bio van Janneke Vink (19?)

Korte beschrijving
Een boek over dierenwelzijn, dierenrechten en politieke filosofie. Dieren hebben gevoel en bewustzijn en de roep om de belangen van dieren mee te laten wegen klinkt steeds luider. De auteur gaat in op de vraag of dieren een plek moeten krijgen in de democratie en het recht, zoals via vaste dierenvertegenwoordigers in het parlement en advocaten voor dieren. Vink onderzoekt wat precies wenselijk is en hoe deze opties in de praktijk zouden kunnen uitpakken. Zij laat daarbij ook zien hoe verschillende landen omgaan met de veranderende status van het dier. In academische stijl en met diepgang geschreven. Uitsluitend geschikt voor een geoefende lezersgroep. Janneke Vink (1990) is medeoprichter en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Dierenrecht en raadslid van de Raad voor Dierenaangelegenheden: de onafhankelijke deskundigenraad die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit adviseert over dierenwelzijn. Vink promoveerde op de wetenschappelijke en Engelstalige versie van dit boek. Het boek maakt deel uit van de serie: 'Dierenrechtenbibliotheek'.

Tekst op website uitgever
De wetenschap is helder: dieren hebben gevoel en bewustzijn. Ze hebben, net als menselijke dieren, bepaalde elementaire belangen. De roep om deze belangen mee te laten wegen in het recht en de politiek klinkt steeds luider. Janneke Vink onderzoekt of dieren een plek moeten krijgen in de democratie en het recht. Verschillende opties komen aan bod, zoals vaste dierenvertegenwoordigers in het parlement en advocaten voor dieren. Vink onderzoekt wat precies wenselijk is en hoe deze opties in de praktijk zouden kunnen uitpakken. Zij laat daarbij ook zien hoe verschillende landen omgaan met de veranderende status van het dier. Verwijzend naar het democratisch ideaal van een staat waarin iedereen gehoord wordt, roept Vink op om dierenrechten stap voor stap in te voeren. ‘Een heldere en inzichtrijke verkenning van de diepgravende politieke en juridische vraagstukken die door de dierenrechtenbeweging op de kaart zijn gezet.’ – Peter Singer (auteur van Animal Liberation en hoogleraar filosofie in Princeton) Janneke Vink is medeoprichter en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Dierenrecht. Daarnaast is zij raadslid van de Raad voor Dierenaangelegenheden: de onafhankelijke deskundigenraad die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit adviseert op het gebied van dierenwelzijn. Vink promoveerde in Leiden op de wetenschappelijke en Engelstalige versie van dit boek en pionierde door een volwaardig vak Dierenrecht te ontwikkelen en te doceren aan een Nederlandse universiteit.


Fragment uit 1. De vruchten van de open samenleving delen

In 1789 stelde de filosoof en jurist Jeremy Bentham (1748-1832) in één enkele voetnoot de traditionele morele diskwalificatie van andere dieren ter discussie, en met dezelfde haal van zijn pen stelde hij een alternatieve ethische standaard voor waarvan we inmiddels weten dat hij veel steun zou krijgen. Hij initieerde wat men de belangenrevolutie zou kunnen noemen. Preciezer gezegd wees Bentham erop dat er geen noodzakelijk verband bestaat tussen het moreel van betekenis zijn en het bezitten van bepaalde complexe geestelijke vermogens (rede en spraak). Daarentegen is het volgens hem wel relevant voor het moreel van betekenis zijn het hebben van sentiëntie, oftewel het vermogen om subjectieve ervaringen te hebben, zoals genot en lijden. Deze suggestie van Bentham zou uiteindelijk de vonk blijken te zijn die twee eeuwen later een intens debat over de morele betekenis van niet-menselijke dieren deed ontbranden. Dat debat zou er uiteindelijk toe leiden dat de meeste mensen accepteren dat andere sentiënte dieren eveneens van morele betekenis zijn, omdat ook zij belangen hebben, waaronder op zijn minst het belang om niet te lijden.
  Maar voordat dit belangrijke morele inzicht voet aan de grond kon krijgen en de algemene morele opvatting over sentiënte dieren ingrijpend kon veranderen, moest de menselijke geest eerst rijp worden gemaakt voor het idee dat mensen dieren zijn en dat andere dieren, evenals mensen, hun eigen belangen konden hebben en geen mechanische lichamen zonder ziel en gevoel waren, om de filosoof Renë Descartes (1596-1650) te parafraseren. Deze weinig benijdenswaardige opgave viel toe aan de evolutiebioloog Charles R. Darwin (1809-1882) en zijn wetenschappelijke opvolgers. The Origin of Species werd gepubliceerd in 1859, en het is gene geheim dat dit boek de destijds uiterst religieuze samenleving choqueerde en dat Darwin belachelijk werd gemaakt. De reden daarvoor was, zoals Darwin het in een van zijn aantekeningenboeken beknopt verwoordde, dat 'de mens zich in zijn arrogantie een grootse prestatie waant, die de tussenkomst van een godheid waardig is, terwijl hij voortgekomen is uit dieren, een opvatting die nederiger [is] en mijns inziens waar.

  De controverse zwol aan in 1871, toen Darwin zijn volgende boek publiceerde, The Descent of Man, waarin hij niet alleen expliciet stelde dat de menselijke soort uit andere dieren moest zijn geëvolueerd - te weten uit een in het water levende wormachtig organisme - maar ook onomwonden de uniciteit van de mens in twijfel trok. De evolutietheorie impliceert dat mensen biologisch gezien niet specialer zijn dan andere dieren. Darwin benoemt dit expliciet met betrekking tot intelligentie, waarvan algemeen werd aangenomen dat het een van de unieke vermogens van de mens was die hem van 'de beesten' onderscheidde; 'Wat betreft hun geestelijke vermogens, is er geen fundamenteel verschil tussen de mens en de hogere zoogdieren'. In plaats daarvan beweerde Darwin dat het geestelijke verschil tussen de mens en de 'hogere dieren 'beslist niet categorisch maar gradueel van aard' is. Net als andere vermogens, moet intelligentie niet worden beschouwd als een statisch gegeven - iets dat men wel of niet heeft - maar als een schaal, een continuüm. Ieder individueel dier, mensen incluis, kan nergens op deze schaal worden geplaatst. Een radicale scheidslijn tussen mensen en dieren is er niet. Darwin vocht op doeltreffende wijze het idee aan dat de mens absoluut superieur zou zijn en hij bracht in wezen 'de beesten' onder bij dezelfde categorie als de mensen. Darwins belangrijkste inzicht was het beginpunt van een wetenschappelijk tijdperk waarin de ene na de andere ontdekking onze overeenkomsten met andere dieren zou benadrukken, in plaats van onze onderscheidenheid. Door deze wetenschappelijke vooruitgang wordt het nu als een wetenschappelijk feit beschouwd dat veel niet-menselijke dieren sentiënt zijn en derhalve intrinsieke belangen hebben. (pagina 13-15)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Jeffrey Masson

Het verborgen leven van boerderijdieren
Noordboek 2023, 192 pagina's € 22,90
Reeks: Dierenrechtenbibliotheek

Verschijnt mei 2023

Oorspronkelijke titel: ? (20?)

Wikipedia: Jeffrey Masson (1941)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Wist je dat kippen in staat zijn tot complexe communicatie en dat varkens soms driftbuien krijgen? Dat schapen hun eigen namen kennen en dat koeien treuren als hun kalveren worden weggenomen? Jeffrey Masson duikt diep in de mysterieuze wereld van boerderijdieren en onthult hoe verfijnd deze wezens werkelijk zijn – in staat tot vreugde, verdriet, liefde en vriendschap – net als wij. In zijn nawoord laat dierenbeschermer Michel Vandenbosch zien dat Massons onderzoek consequenties moet hebben voor de manier waarop wij met dieren omgaan.

‘Een ongelooflijk inspirerend boek’ - Peter Wohlleben, auteur van Het verborgen leven van bomen

Jeffrey Moussaieff Masson is filosoof, Sanskrietkenner en directeur van dierenorganisatie Voiceless. Hij publiceerde tal van boeken over oosterse filosofie en over het bewustzijn van dieren. In het Nederlands verschenen eerder Honden houden van mensen en Wanneer olifanten huilen.

Fragment uit

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels