zondag 27 februari 2022

Berend van der Kolk

De meetmaatschappij : waarom we alles meten en wat dat met ons doet
Business Contact 2021, 176 pagina's  € 20,--

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Website van Berend van der Kolk (1986)

Korte beschrijving
Soms verschijnen er boeken die eigenlijk iedere Nederlander zou moeten lezen. 'De meetmaatschappij' is zo'n boek. De auteur, universitair hoofddocent aan de VU, beschrijft in dit boek in heldere taal en zonder al te veel jargon hoe we een meetmaatschappij zijn geworden en wat dat maatschappelijk en psychologisch met ons doet. Kijkcijfers, bestsellerlijsten en CITO-scores worden steeds invloedrijker terwijl managementgoeroes het heil van resultaatgericht werken en SMART-doelen verkondigen. Wat doet dat meetgedrag met mensen (werknemers én leidinggevenden) en hoe ga je om met die cijfers? Aan de hand van concrete voorbeelden uit verschillende sectoren als de zorg, het onderwijs en de zakenwereld laat hij zien dat cijfers het perspectief op de werkelijkheid vaak vertekenen. De meetdrang heeft al te vaak onverwachte en averechtse effecten. De auteur is kritisch op de obsessie met meten, maar geeft ook duidelijk aan hoe en wanneer meten wél nuttig kan zijn. Ook geeft hij tips voor een gezondere omgang met meetgedrag. Het boek leest vlot weg en is voor een breed publiek interessant.

Tekst op website uitgever
Niet alles wat meetbaar is, is belangrijk en niet alles wat belangrijk is, is meetbaar. Wat zijn de gevolgen van onze meetobsessie? Wat kunnen we beter niet meer meten en wat juist wel?

In ‘De meetmaatschappij’ neemt Berend van der Kolk onze collectieve meetobsessie onder de loep. Kijkcijfers, bestsellerlijsten, kpi’s, stappen en Cito-scores: wat meten we eigenlijk niet? Een scholier is zo goed als zijn gemiddelde, een werknemer moet SMART-doelen halen en teams moeten resultaatgericht werken. We vergelijken onze prestaties met die van anderen en stellen ranglijsten op van de productiefste collega’s, beste universiteiten en sportiefste vrienden. Maar waarom? En is dat wel zo’n goed idee? Van der Kolk laat zien wat meten met ons doet. We leggen de meetlat alsmaar hoger, de druk om te presteren neemt toe, en ondertussen verliezen we de werkelijke doelen uit het oog. Wanneer doen metingen meer kwaad dan goed? En hoe kan het anders? ‘De meetmaatschappij’ gaat op zoek naar antwoorden en komt onderweg langs ziekenhuizen, meetsociologen, docenten, bankiers, filosofen en motivatiepsychologen.

Fragment uit 7. Tips voor een gezonde meethouding
Tip 3: Verlies het doel niet uit het oog

Het laatste wat je wilt is meten 'om het meten' - flitsende grafieken en hippe dashboards met meetinformatie die er helemaal niet toe doet maar wel kostbare tijd en energie opslokt. In de Harvard Businesss Review worden dit ook wel vanity metrics (ijdelheidsmetingen) genoemd. Ze zien er misschien geinig uit, maar je hebt er niets aan. Daarom moet altijd eerst het hoofddoel bepaald worden.

Stel, we nemen een school als voorbeeld die het geven van goed onderwijs als hoofddoel heeft. De vraag is nu: hoe kan dit worden bereikt? Mogelijke antwoorden hierop zijn: goed onderwijs is mede het gevolg van vaardige docenten (oorzaak), maar ook van een veilige leeromgeving (oorzaak). Die oorzaken hebben op hun beurt ook weer oorzaken. Je zou kunnen stellen dat een goed ontwikkelingsprogramma en bijscholing voor docenten (oorzaak) bijdragen aan betere vaardigheden van docenten (gevolg). Ook kan het voorkómen en bespreekbaar maken van pestgedrag (oorzaak) bijdragen aan een veilige leeromgeving (gevolg). Door met elkaar de belangrijkste oorzaak-gevolgrelaties te identificeren leer je iets over de belangrijkste processen in een organisatie en over de manier waarop die bijdragen aan het hoofddoel. Natuurlijk weet je voor je gaat meten nooit helemaal zeker of de veronderstelde relaties in werkelijkheid ook bestaan.

Vervolgens kun je je afvragen of, en zo ja, hoe, de opgesomde oorzaken en gevolgen gemeten kunnen worden - en of dit wenselijk is. Eerdergenoemde bijwerkingen en implicaties, maar ook praktische zaken zoals de 'meetkosten' in de ruime zin van het woord, moeten daarbij niet vergeten worden. Je kunt meten hoeveel uren docenten aan bijscholing doen per jaar, omdat dit misschien iets zegt over de verbetering van hun vaardigheden, wat vervolgens weer bijdraagt aan ons hoofddoel: goed onderwijs. Misschien is dat voor de schoolleiding interessant om te weten, zodat die kan ingrijpen als deze meting te veel afwijkt van de waarde waarop gehoopt werd. Maar kost het verzamelen en invoeren van die informatie veel schaarse tijd, die docenten ok in het geven van onderwijs hadden kunnen steken? Of blijkt na een tijdje dat de veronderstelde relatie tussen het aantal uren bijscholing en de vaardigheid van docenten nauwelijks bestaat? Dan is het maar zeer de vraag of het regelmatig meten en in kaart brengen van hiervan (nog steeds) een zinvolle exercitie is. Houd het hogere doel steeds in je achterhoofd: zitten de meetinspanningen het doel (goed onderwijs) juist in de weg, stop er dan mee (of begin er niet aan). (pagina 128-129)

Draadje (juni 2022)

Artikel: Van stappenteller tot bestsellerlijst, waar komt onze obsessie met meten en lijstjes vandaan? (Trouw, 18 december 2021)

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 25 februari 2022

David Van Reybrouck 5

De kolonisatie van de toekomst : leven aan de vooravond van de klimaatcatastrofe
EW, 68 pagina's € 16,99

Wikipedia: David Van Reybrouck (1971)

Korte beschrijving
Dit boekje bevat de volledige en geannoteerde tekst van de 50ste Huizinga-lezing, die de veelgelauwerde Belgische cultuurhistoricus/archeoloog/schrijver David Van Reybrouck op 12 december 2021 heeft uitgesproken in de Pieterskerk in Leiden. De lezing was een felle aanklacht tegen het zijns inziens te slappe klimaatbeleid en een pleidooi voor grotere betrokkenheid van de burger bij dat beleid om een catastrofe in de toekomst te voorkomen. Toegevoegd aan de tekst van de lezing zijn een levensschets van de naamgever van de lezingen (geschreven door Gerry van der List) en ’Een kleine geschiedenis van de Huizinga-lezing’ (geschreven door Lennaert Lubberding) met een overzicht van alle voorgaande Huizinga-lezingen. Verder bevat het boekje Noten en een Register. De eigenlijke lezing neemt slechts de helft van het boekje in beslag, de andere helft is voor genoemde extra’s. Sobere uitvoering: paperback, geen kleurendruk en geen illustraties. Maatschappelijk relevant boekje; beperkte lezerskring.

Tekst op website uitgever
Zelfs als we met het kolonialisme uit het verleden ooit helemaal in het reine zijn gekomen, hebben we nog steeds niets gedaan aan de dramatische manier waarop we nu de toekomst koloniseren. De mensheid palmt de komende eeuw in met dezelfde meedogenloosheid, dezelfde hebzucht en dezelfde kortzichtigheid waarmee in vroeger tijden werelddelen werden toegeëigend. De kolonisatie van de toekomst is de tekst van de vijftigste Huizinga-lezing, zoals door David Van Reybrouck uitgesproken in de Pieterskerk te Leiden, op 12 december 2021.

David Van Reybrouck (1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver van non-fictie, theater en poëzie. Hij debuteerde in 2001 met  De plaag, dat veelvuldig werd bekroond en vertaald. Zijn grootste succes behaalde hij met   Congo. Een geschiedenis, waarvoor hij onder andere de Libris Geschiedenisprijs 2010 en de AKO Literatuurprijs 2010 kreeg.   Congo is inmiddels in 13 talen vertaald, waaronder het Engels, Chinees, Deens en Frans. Het werd tevens bekroond met de Prix Médicis 2012. Zijn roemruchte essay   Pleidooi voor populisme leverde hem de Jan Hanlo Essayprijs 2009 op en de Vlaamse Cultuurprijs Kritiek en Essay 2009. Hij schreef verder de roman   Slagschaduw en het pamflet   Tegen verkiezingen (2014), dat bekroond werd met de Henriëtte Roland Holstprijs. In 2014 ontving hij de Gouden Ganzenveer. Hij is de auteur van het Boekenweekessay 2016 Op bol.com vind je alle boeken van David van Reybrouck, waaronder het nieuwste boek van David van Reybrouck.

Fragment
Dames en heren, misschien had u verwacht dat ik over Indonesië zou praten of Congo - twee landen waarin ik mij jaren heb verdiept en die mij zoveel hebben geleerd. Misschien had u gehoopt dat ik over het kolonialisme zou praten en over welke schuld en verantwoordelijkheid wij daarvoor in het heden dragen. Welaan dan, ja, dat is wat ik wil doen. Laat ons vandaag over kolonialisme praten, laat het ons hebben over schuld en verantwoordelijkheid. Laat het ons hebben over de rol van het Westen. Maar niet enkel achteruitblikkend. Want zelfs als we met het kolonialisme uit het verleden ooit helemaal in het reine zijn gekomen, hebben we nog steeds niets gedaan aan de dramatische manier waarop we nu de toekomst koloniseren.

De mensheid palmt de komende eeuw in met dezelfde meedogenloosheid, dezelfde hebzucht en dezelfde kortzichtigheid waarmee zij zich in vroeger tijden werelddelen toe-eigende. Kolonialisme is niet langer iets territoriaals, maar iets temporeels geworden; het ergste ligt wellicht niet achter ons, maar vóór ons.

Wij gedragen ons als kolonisatoren van de toekomstige generaties. Wij ontnemen ze hun vrijheid, hun gezondheid, misschien zelfs hun leven - net zoals kolonialen in het verleden deden. We zadelen hen op met onszelf en we doen dat met een brutaliteit en onverschilligheid die doen duizelen. Wij doen alsof zij er niet zijn, alsof hun land het onze is, alsof hun wereld leeg is, alsof wij zomaar mogen graaien in de daar voorradige grondstoffen - drinkbaar water, vruchtbare grond, geologische reserves - er niet aan denkend dat zij die grondstoffen misschien ook nodig zullen hebben. Wij plunderen onze kleinkinderen, wij bestelen onze kinderen, wij vergiftigen ons kroost.

Maar inmiddels gaat het zo snel dat we zélf al de gevolgen aan den lijve beginnen te ondervinden. We delen intussen zelf in de brokken. Bosbranden, overstromingen en waterschaarste - het is te cynisch voor woorden - zijn kennelijk onze redding geworden. Eindelijk schieten we wakker. Eindelijk komen we in actie. Eindelijk beseffen we dat het zo niet verder kan. De Vlaamse minister van Mobiliteit Lydia Peeters zei het onlangs met zoveel woorden: 'De waterbom die deze zomer op Wallonië viel, heeft ons wakker geschud.'

En we zeggen 'wij' en 'ons' alsof het de hele mensheid betreft, want dat klinkt sympathiek en inclusief, die formulering - 'wij, mensheid, zijn samen verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde en nu zitten we met zijn allen in dezelfde boot' - maar ze verhult een veel diepere waarheid die we niet willen zien. We zitten echt niet in dezelfde boot en we hebben lang niet even sterk bijgedragen. Klimaatopwarming werd en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de rijkste landen in de gematigde streken van de planeet en wordt hoofdzakelijk gevoeld door de armste landen in de tropen. (pagina 13-15)

Lees ook: Revolusi : Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld (2021), Pleidooi voor populisme : pamflet (2008) en Tegen verkiezingen (2013).

Terug naar Overzicht alle titels

Kees Plomp

Betekeniseconomie : de waarde van verweven leven
Noordhoff 2021, 199 pagina's  € 24,95

Korte bio Kees Plomp (19?)

Korte beschrijving
Een boek over economie en welvaart. Ons huidige economische systeem heeft ons in de afgelopen eeuwen veel goeds gebracht, maar er is ook een keerzijde, zoals klimaatverandering, welvaartsongelijkheid en polarisatie. De auteur pleit daarom voor een nieuw economisch narratief: de betekeniseconomie, waarin het individuele levensbestaan wordt gekoppeld aan het universele levensbestaan. Informatief en engagerend geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep met speciale interesse in het onderwerp. Kees Klomp (1968) is lector Betekeniseconomie bij Hogeschool Rotterdam en medeoprichter van THRIVE Institute. Klomp onderzoekt en ontwikkelt nieuw economisch gedachtegoed, alsmede methoden om deze toe te passen in de praktijk. Klomp schreef daar eerder verschillende boeken over, waaronder 'Handboek Betekenisvol Ondernemen', 'Pioniers van de Nieuwe Welvaart' en ‘THRIVE'.

Tekst op website uitgever
We hebben in de afgelopen eeuwen de vruchten van het huidige economische systeem kunnen plukken. De wereldwijde ontwikkeling van welvaart is gepaard gegaan met ontegenzeggelijk positieve ontwikkelingen: de levensverwachting is hoger dan ooit, het percentage mensen dat leeft in armoede is lager dan ooit, meer mensen dan ooit hebben toegang tot schoon drinkwater en onderwijs en het gemiddelde inkomen is hoger dan ooit. Economische groei lijkt het ultieme recept voor een florerende wereld. Maar de keerzijde van het succesverhaal is inmiddels bekend: de economische groei blijkt gepaard te gaan met ontwikkelingen die onze samenleving fundamenteel ontwrichten. Denk aan de klimaatverandering, de ineenstorting van de biodiversiteit, de groeiende welvaartsongelijkheid, de polarisatie in de samenleving en de alarmerende toename van het aantal mensen met een depressie of burn-out.

Volgens Kees Klomp zijn de ecologische, sociale en individuele kosten van het huidige economische systeem zo hoog geworden, dat er sprake is van een existentiële crisis. Het is daarom noodzakelijk om op zoek te gaan naar een volledig nieuw economisch narratief: de Betekeniseconomie. Betekeniseconomie koppelt ons (individuele, menselijke) levensbestaan aan het (universele, natuurlijke) levensbestaan. Ecologie is daarbij het ontwerpuitgangspunt.

Marketing- en managementcoach Kees Klomp werkte als trendwatcher en strategy director bij de grootste reclamebureaus van ons land, en was oprichter van het eerste merkactivatie adviesbureau van Nederland. Sinds 2006 is Klomp eigenaar van Karmanomics, een bureau dat op Boeddhistische beginselen merken adviseert op het gebied van marketing en management.

Fragment uit 3. Hoe ontwerpen we de Betekeniseconomie?
Het verdienmodel

Betekenisvolle ondernemers moeten geld verdienen. Net als elke andere onderneming moet ook ene betekenisvolle onderneming winst maken. Ook voor betekenisvolle ondernemingen is zakelijke winst het basisbestaansrecht.

Om te bepalen of je met je bedrijf voldoende geld kunt verdienen, heb je ene verdienmodel nodig. Je moet ene concrete methode ontwikkelen om voldoende inkomsten en een solvabele bedrijfsvoering te bewerkstelligen.

Er zijn verschillende verdienmodellen. Veel van die verdienmodellen lenen zich ook voor het bouwen van een betekenisvol bedrijf. Er zijn zowel conventionele bedrijven als betekenisvolle bedrijven die werken met bijvoorbeeld een goederenverkoopverdienmodel, een franchisingverdienmodel, een lidmaatschapsverdienmodel of een verbruikverdienmodel. Het maakt in principe niet uit welk verdienmodel je hanteert voor je betekenisvolle bedrijf. Het gaat er niet om hoe je geld verdient, maar hoe je met je inkomsten omgaat. Wat alle betekenisvolle ondernemers qua verdienmodel namelijk met elkaar gemeen hebben, is wat ik het minimale winstprincipe noem. 

Het minimale verdienprincipe is geïntroduceerd door een van de Betekeniseconomiepioniers: Bernie Glassman. Glassman begon in 1982 in diens sociale bakkerij Greyston Bakery exclusief te werken met mensen met ernstige sociale problemen. Glassman had vanaf de start een volstrekt eigen idee over succes van zijn onderneming. In zijn boek Zen in Actie beschrijft hij het verhaal achter de Greyston Bakery: 'Bij het bepalen van je succes moet je niet alleen rekening houden met de winst, maar ook met de beperkingen. Hoe meer beperkingen we aanvaarden, hoe succesvoller onze onderneming zal zijn. Sommige mensen zijn bang dat als ze met meer beperkingen rekening gaan houden, hun winst navenant kleiner zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat we in de toekomst bij het bepalen van het succes van een onderneming rekening zullen houden met een soort levenskwaliteitscontrole.'

Glassman beschrijft hier - avant la lettre - het integrale waardebeginsel dat Betekeniseconomie kenmerkt. Het succes van een bedrijf staat niet gelijk aan de hoogte van de winst van het bedrijf, maar aan de maatschappelijke en/of persoonlijke betekenis van het bedrijf. En om maatschappelijk en/of persoonlijk van betekenis te zijn moet de ondernemer tijd, energie en geld investeren wat ten koste gaat van het financiële resultaat. Dit is wat Glassman het accepteren van belemmeringen noemt. Het maken van maatschappelijke winst (welzijn) en/of persoonlijke winst (welbevinden) kost geld. Betekenisvolle ondernemers kiezen er bewust voor om hun kosten niet te minimaliseren, maar te maximaliseren. Ze draaien het winstbeginsel om. Voor betekenisvolle ondernemers is niet maximale financiële winst het einddoel van hun bedrijf, maar maximale maatschappelijke en/of persoonlijke impact. Daarom leggen betekenisvolle ondernemers zichzelf een maximaal haalbare en toelaatbare hoeveelheid zakelijke belemmeringen op. Betekenisvolle ondernemers maken dus standaard niet zo vele mogelijk zakelijke winst, maar juist zo weinig mogelijk zakelijke winst. Of anders gezegd: betekenisvolle ondernemers proberen, zo veel als zakelijk verantwoord is, van hun inkomsten aan te wenden voor maatschappelijke en.of persoonlijke doeleinden. (pagina 143-144)

Lees ook: Thrive : fundamentals for a new economy (Business Contact 2021)

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 21 februari 2022

Bregje van der Haak & Doke Romeijn


Boek van de toekomst : VPRO Terenlicht

Boom 2022, 256 pagina's € 29,95

Website Tegenlicht: Het archief van de toekomst

Korte beschrijving
Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van het VPRO-programma Tegenlicht is een groot aantal interviews uit de programma's van de afgelopen jaren gebundeld. Het verbindende thema is toekomst. In veel interviews komt de rol van media en het internet aan de orde. Verder gaat het over de technologie, klimaatopwarming, de economie, de groeiende ongelijkheid, en identiteitspolitiek. Tussen de interviews zijn nog enkele nieuwe essays opgenomen van toekomstverkenners op verschillende gebieden. De samenstellers zijn als eindredacteur en regisseur verbonden aan het Tegenlicht. Het boek is zeer rijk geïllustreerd en heeft een documentaire waarde wat betreft de ontwikkeling van het toekomstdenken aan het begin van de nieuwe eeuw. Voor een breed publiek. Mooie herinnering ook voor deelnemers aan Tegenlicht-meetups.

Tekst op website uitgever
In het Boek van de toekomst onderzoeken de toekomstverkenners van VPRO Tegenlicht de ontwikkelingen die de wereld in de 21ste eeuw vormgeven. Ze staan in de frontlinie, waar nieuwe ideeën in politiek, economie, cultuur, technologie en wetenschap worden ontwikkeld, getest en bekritiseerd. Met filmische middelen en in gesprek met internationale denkers en doeners zoeken ze naar sporen van morgen in de wereld van vandaag. Het resultaat is een caleidoscoop van perspectieven en vaak conflicterende toekomstvisies.

Het Boek van de toekomst doet verslag van een wonderbaarlijke wereld in wording. Met nieuwe essays en een selectie van internationale interviews uit 558 audiovisuele producties van Tegenlicht biedt het een tijdlijn van de grote vragen van deze eeuw, en een unieke blik op een kolkende, maar hoopvolle wereld. Kunnen we in de hectische stroom van beelden en alternatieve feiten de echte wereld nog ontwaren? Kan terugkijken ons helpen om scherper vooruit te kijken? En wat zien we eigenlijk als we stilstaan? Het Boek van de toekomst biedt inspiratie en perspectief aan iedereen die met deze vragen rondloopt en verder wil kijken.

Over klimaat, energie, biotechnologie, data, kunstmatige intelligentie, ongelijkheid, geopolitiek en migratie: we ervaren allemaal dagelijks hoe abstracte veranderingen onze levens raken en onze kansen beïnvloeden. Technologie is onder onze huid gekropen, klimaatverandering is grenzeloos en ons lot is vervlochten met dat van heel veel anderen. Hoe houden we grip op die wereld? Hoe voelen we ons er thuis? En welke rol kunnen onafhankelijke media daarbij spelen?

Vormgeving: Irma Boom
Samenstelling: VPRO Tegenlicht
Het Boek van de toekomst is beschikbaar met omslagen in drie verschillende kleuren: fluor roze, groen en blauw.

VPRO Tegenlicht
VPRO Tegenlicht wordt op televisie en online gemaakt door een collectief van onafhankelijke programmamakers die de tijdgeest proberen te vangen vanuit een rijdende trein, met filmische middelen en in dialoog met een sterke Nederlandse community.

Zie vpro.nl/tegenlicht. Via QR-codes legt het Boek van de toekomst de link met 555 Tegenlicht-uitzendingen van de periode 2002–2022 in een nieuw online archief dat gebruikmaakt van kunstmatige intelligentie, onder andere spraak-,tekst- en beeldherkenning, om nieuwe verbindingen te leggen. 

Fragment uit Wie redt de publieke opinie? - Joris Luyendijk
5

Het is niet langer genoeg om je eigen podium schoon te houden. Dat is de derde conclusie. Democratieën moeten een manier gaan vinden om de publieke opinie als geheel hygiënisch te houden. Niet alleen om hun eigen publiek te beschermen, maar ook om de rest van de bevolking mentaal gezond te houden. Hiermee zijn we bij de grootste verandering in dit nieuwe informatielandschap: al die mensen die tot nu toe de vesting der kwaliteitsmedia meden, en die nu in zekere zin voor het eerst politiek bewust worden. Een van de schokkendste ontdekkingen die ik deed tijdens de research voor dit verhaal, was hoe klein het bereik van de kwaliteitsmedia is, en dus van de vesting. Minder dan twee procent van de bevolking heeft een abonnement op NRC. Minder dan twee procent op de Volkskrant. De Groen Amsterdammer, Vrij Nederland, HP/De Tijd, De Correspondent en Follow the Money bereiken samen nog geen procent. Het best bekeken informatieve programma van Nederland is het NOS Journaal: tien procent van de bevolking. Bij VPRO Tegenlicht gaat de vlag uit als een derde daarvan heeft gekeken, en als het aantal kopers van dit boek boven de vijftienduizend komt, trakteren ze bij de uitgeverij. Vijftienduizend lezers is minder dan 0,1 procent van de bevolking. Tel het aantal mode-, roddel-, eet-, vakantie- en autobladen in de kiosk en vergelijk dat met de ruimte die serieuze weekbladen innemen. Feit is dat tot de komst van internet een aanzienlijk deel van de bevolking nieuws en achtergronden over politiek en maatschappij grotendeels negeerde. Maar nu zijn er sociale media, en stroomt de informatie opeens hun kant op.
  In het oude systeem was de 'defaultpositie' ongeïnformeerdheid. Je bevond je buiten de vesting, waar geen podia voor informatie zijn. Wilde je daar iets aan doen, dan ging je naar de bibliotheek of naar de kwaliteitsmedia. Maar nu de muren van de vesting zijn gevallen, zijn publieke en private opinie aan het versmelten, en kan iemand die zich voor het eerst wil informeren op heel veel plekken terecht. De defaultpositie nu is niet langer 'geen informatie'; de defaultpositie is slechte of althans ongecontroleerde informatie.
  Waarmee ik bij de laatste conclusie aankom: het gaat nu al helemaal mis. Stel je een voedselmarkt voor waar iedereen alles mag verkopen; maakt niet uit wat er op de verpakking staat, maakt niet uit wat er in de verpakking zit, maakt niet uit hoe het is vervaardigd. Dat is de situatie met informatie in het nieuwe medialandschap. Op die voedselmarkt zouden mensen kopen wat hun het lekkerst leek, en dan werden ze ziek. Daar leerden ze van. Maar voedselvergiftiging werkt anders dan geestvergiftiging. Er is een redelijke consensus over wat gezond is voor een lichaam, en het lichaam heeft vrij ondubbelzinnige manieren om duidelijk te maken wat ongezond is. Dit werkt allemaal heel anders met informatiegif, of het nu gaat om de troep die wordt verspreid door kwaadwillende lieden, of om de onzin afkomstig van goedwillende dwaallichten. Ik ben als burger blij met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, maar de rillingen lopen me over de rug bij het idee van een informatieautoriteit van diezelfde overheid ... (pagina 18)

Terug naar Overzicht alle titels


dinsdag 15 februari 2022

Jan Eeckhout

De winstparadox : waarom de macht van supersterbedrijven onze economie ondermijnt
Lannoo 2022, 350 pagina's  € 29,99

Wikipedia: Jan Eeckhout (1970) en zijn website.

Korte beschrijving
Een boek over marktwerking in de moderne economie. Grote bedrijven als Apple en Amazon hebben dankzij technologische vooruitgang de concurrentie weten te fnuiken, waardoor ze de prijzen van hun producten kunstmatig hoog houden en grote winsten genereren. Daardoor is er minder productie, wat tot minder banen leidt en zo ontstaat een neerwaartse druk op de lonen. Om deze problemen op te lossen pleit auteur Jan Eeckhout voor een onafhankelijke competitie-autoriteit om de macht van supersterbedrijven binnen de perken te houden. Helder geschreven. Voor lezers met een diepgaande intersee in het onderwerp. Jan Eeckhout (Aalst, 1970) is econoom, academisch docent en onderzoeker.

Tekst op website uitgever
Waarom moeten we 1200 euro betalen voor een iPhone die slechts 300 euro kost? Omdat enkele grote bedrijven, zoals Apple, AB Inbev, Zara of Amazon veel te dominant zijn geworden. Het zijn forten geworden met een brede, diepe slotgracht eromheen. De ongeëvenaarde technologische vooruitgang heeft die innoverende bedrijven ook toegelaten de concurrentie te fnuiken. Dat maakt dat zij de prijzen van hun producten kunstmatig hoog kunnen houden en grote winsten kunnen genereren. Maar daardoor is er minder productie, vervolgens minder vraag naar banen en zo ontstaat een neerwaartse druk op de lonen.

Deze evolutie is funest voor heel velen. Kleine bedrijven hebben het moeilijk om te overleven en mensen die minder hooggeschoold zijn gaan erop achteruit. Hun reële lonen zijn vandaag de dag lager dan veertig jaar geleden. Ze verloren dus aan koopkracht en dat leidt onvermijdelijk tot sociale onrust.

Eeckhout pleit voor een onafhankelijke competitie-autoriteit, liefst wereldwijd, die de middelen krijgt om de marktmacht van de supersterbedrijven binnen de perken te houden.

Jan Eeckhout is een Belgische econoom, sinds 2008 professor aan de Universitat Pompeu Fabra in Barcelona en voorheen hoogleraar aan o.a. University College London, Princeton, University of Pennsylvania en New York University. Over zijn paper over marktmacht werd geschreven in gerenommeerde internationale publicaties als The Economist, Financial Times en The New York Times.

Fragment uit 12. Bouwen aan vertrouwen in antitrustbeleid
De vicieuze cirkel van markmacht en politieke invloed

Zelfs als er overeenstemming is over de negatieve uitwerking van marktmacht, worden de tegengestelde opvattingen over de methode van regulering tot een karikatuur gemaakt door mensen voor wie er veel op het spel staat. Bij belangengroepen en lobbyisten is de woordkeus vaak misleidend. Wie tegen regulering is, noemt zich vaak pro-bedrijfsleven en beweert dat overheidsinmenging slecht en concurrentieverstorend is. Als de markten echter falen, doet de afwezigheid van regulering precies het tegenovergestelde: ze laat ruimte voor marktmacht of concurrentieverstorend gedrag. Daarom leidt een zogenaamde pro-bedrijfslevenstandpunt over regulering tot niet-concurrerende resultaten.

In plaats daarvan stelt de pro-marktvisie dat regulering altijd nodig is als er sprake is van marktfalen, om ervoor te zorgen dat de markten concurrerend zijn. De Chicago-visie is in haar puurste vorm pro-markt, niet pro-bedrijfsleven. Toch kaapt de pro-bedrijfsvisie het Chicago-argument, deels door ten onrechte te beweren dat markten concurrerend zijn en er geen regulering nodig is. Bovendien is het centrale principe van de pro-bedrijfslevenvisie dat wat goed is voor het bedrijfsleven, goed is voor de economie. Wanneer bedrijven winst maken, leiden volgens deze opvatting winsten uiteindelijk tot meer banen, niet minder, en tot hogere lonen. We hebben alten zien dat het tegenovergestelde het geval is. Dat is precies de winstparadox.


Wanneer de pro-bedrijfslevenvisie erkent dat er marktmacht is, pleit ze tegen interventie omdat regulering meer kwaad dan goed doet en de markt nog verder verstoort. In reactie hierop biedt de pro-bedrijfslevenvisie vaak regulering aan met een addertje onder het gras: zelfregulering. De bewering is dat bedrijven zelf concurrentiebevorderend gedrag kunnen garanderen door zelfopgelegde beperkingen, maar het staat haaks op het centrale principe van Smiths onzichtbare hand om bedrijven te vragen niet in hun eigenbelang te handelen en niet hun winst te maximaliseren. Zelfregulering vereist dat bedrijven lagere winsten maken en acties ondernemen die in het belang zijn van concurrenten en belanghebbenden, zoals klanten en werknemers. Wie gelooft dat Google en Facebook de technologiesector zelf gaan reguleren om marktconforme prijzen en lage winsten te verwezenlijken? Dat is alsof je de familie Koch - die het grootste deel van de Noord-Amerikaanse kolenindustrie bezit - vraagt om CO2-uitstoot te verminderen.

Momenteel doen de grote bedrijven, in plaats van zichzelf te reguleren om de marktmacht te verminderen, precies het tegenovergestelde: ze buiten het politieke systeem uit om regulering op te stellen die hun dominantie vergroot in plaats van vermindert. De invloed van belanghebbende partijen op wetgeving is er in alle geledingen van de samenleving, maar deze is het meest een acuut probleem wanneer het over marktmacht gaat, omdat het een vicieuze cirkel creëert.

Politieke invloed vereist geld, en geld is precies wat dominante bedrijven met marktmacht hebben. Dus waar gebruiken ze het geld dan voor? Om te lobbyen voor wetgeving die hun marktmacht consolideert en vergroot, wat hogere winsten voor hen genereert. Dit is een vicieuze cirkel die bedrijven met marktmacht winst oplevert, en winst levert ze het geld op om de politiek te beïnvloeden, om nog meer marktmacht te kopen. Dat levert dan weer meer winst op.

Het zal geen verrassing zijn dat de grote technologiebedrijven enorme geldbedragen spenderen aan het lobbyen om de wetgeving in hun voordeel te beïnvloeden. Niemand geeft dat geld uit om de gedupeerde klanten of arbeiders te vertegenwoordigen wier lonen stagneren als gevolg van groeiende marktmacht.

Zelfs als er volmaakte overeenstemming zou zijn onder specialisten over de manier waarop regulering moet worden geïmplementeerd om marktmacht te verminderen, zou de vicieuze cirkel van een paar bedrijven met marktmacht die nog meer marktmacht kopen, de consensusaanbevelingen die in het belang van de hele economie zijn met geweld omverkegelen. (pagina 279-281)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 6 februari 2022

Roel Sterkx

Chinees denken : over geschiedenis, filosofie en samenleving
Uitgeverij Nieuwezijds 2021, 400 pagina's € 29,95

Oorspronkelijke titel: Chinese thought : from Confucius to Cook Ding (2019)

Wikipedia: Roel Sterkx (1969)

Korte beschrijving
Sinoloog en Cambridge-hoogleraar Roel Sterckx publiceerde in 2019 'Ways of Heaven', dat omgedoopt tot 'Chinese Thought' werd opgenomen in de non-fictiereeks Pelican Books van uitgeverij Penguin. Als kennisboek voor het grote publiek over het denken van de oude Chinezen is het nu vertaald als 'Chinees denken'. Sterckx geeft geen chronologisch overzicht van denkers en scholen, bundelt ook geen los leesbare essays over deelaspecten, maar presenteert een boek uit één stuk dat je niet vaak meer ziet: alles van Lao Zi tot Confucius samen nemend, en daar veel en treffend uit citerend, probeert hij een antwoord te geven op de vraag hoe ‘Chinees denken’ nu eigenlijk werkt. Voor hem is het vooral een kwestie van doen: als mengeling van filosofie en religie kent het Chinese denken een duidelijk praktische inslag, van de rituele voorschriften van de confucianisten tot de strenge wetten van de legalisten en de meer persoonlijke zelfcultivering van de taoïsten. Sterckx schreef het boek omdat vooral West-Europese jongeren naar zijn idee meer zouden horen te weten over de nog altijd invloedrijke denkers van wereldmacht China. Met een inleiding over Chinese cultuur en geschiedenis;. Zwart-wit geïllustreerd. Met noten en literatuur, primaire bronteksten, uuitspraakgids voor het pinyin en index.

Tekst op website uitgever
Hoe dachten de oude Chinezen over de wereld?
Hoe verschillen die ideeën van westers denken?
Waarom is dat juist nu belangrijk om te weten?

Het Chinese denken concentreert zich voornamelijk op de mens en is praktisch georiënteerd: wat maakt een persoon goed; welk type persoon is geschikt om te heersen en anderen te leiden; hoe kunnen we orde creëren in de maatschappij; wat kunnen we leren van degenen die ons voorgingen; welke strategieën kunnen we inzetten om onze vijanden en concurrenten te slim af te zijn; hoe kunnen we anderen overtuigen; leidt maatschappelijke betrokkenheid tot een bevredigend leven, of is het beter om je helemaal terug te trekken uit de samenleving?

Roel Sterckx vertelt over de belangrijkste denkers en tradities van China en hoe die het huidige China hebben vormgegeven, van taal, filosofie, rituelen en opvoeding, de spanning tussen staatsbelang en de invloed van de familie, tot bestuur, natuur en eetkunst.

'Een excellent boek, een indrukwekkend en boeiend overzicht van dertig eeuwen Chinees denken. Roel Sterckx betrekt zowel de grote filosofen als een ruime waaier aan economische, wetenschappelijke, maatschappelijke, religieuze en culinaire ideeën. Op basis van de laatste wetenschappelijke vondsten en zijn eigen inzichten, biedt hij ook een kompas voor een gefundeerde omgang met het China van de toekomst. Een absolute aanrader voor iedereen die de ontwakende reus beter wil leren kennen.' – Carine Defoort, hoogleraar Chinese Studies, KU Leuven

'Bijna alle Chinese denkers delen het idee dat de essentie van alles wat we nodig hebben al besloten ligt in het verleden. Deze zeer rijke terugblik naar het verleden is des te actueler nu onze toekomst mee door China wordt bepaald en een grondiger begrip van de Chinese cultuur meer dan noodzakelijk is.' – Nicolas Standaert, hoogleraar Sinologie, KU Leuven

Fragment uit 2. De weg (Tao) en zijn wegen
Verandering en transformatie

In een universum dat bestaat uit voortdurend veranderende vitale energieën worden ook het leven en de wereld van de mens bepaald door verandering. De klassieke Chinese taal is rijk aan gezegden en frasen om veranderingen, transformaties en afwisseling van allerlei soort te beschrijven. De meeste denkers in het oude China stelden dat wat mensen in hun kijk op de wereld om hen heen verbindt, de onverbiddelijke wet is dat alles in een toestand van constante beweging verkeert. Het enige stabiele referentiepunt is de wetenschap dat alles onderhevig is aan verandering. Maar in plaats van zich er zorgen over te maken, te proberen de dingen te houden zoals ze zijn, of te proberen het te ontstijgen, moet ons doel zijn ons aan te passen aan deze voortdurend veranderende omstandigheden, of dat nu de fysieke veranderingen in de natuur zijn of veranderingen in de samenleving. In essentie betekent leven en de wereld begrijpen het kunnen hanteren van verandering. De Zhuangzi, de taoïstische klassieker uit het einde van de vierde eeuw v. Chr., die we door het hele boek heen zullen blijven tegenkomen, zitten vol anekdotes en parabels die de wereld in beweging illustreren: 

Een op een dag droomde ik, Zhuang Zhou, dat ik een vlinder was, een vlinder die fladderend rondvloog, tevreden met mezelf, en zich niet bewust dat hij mij was. Plotseling werd ik wakker en begon ik meer er rekenschap van te geven dat ik nog altijd Zhou was. Nu is de vraag of ik Zhou ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was. Toch bestaat er noodzakelijkerwijs een verschil tussen mij en de vlinder. Dat noemen we dan maar de verandering der dingen. (Zhuangzi 2.9)

Maar hoe pak je verandering aan en ga je ermee om? De eerste stap is begrijpen wat voor soorten verandering wij om ons heen ervaren en waarnemen: het verstrijken van de seizoenen, de groei en het verval van gewassen en andere planten, veroudering en het effect daarvan op het lichaam, het komen en gaan van emoties, enzovoort. De tweede stap is proberen onze veranderingen zo te sturen dat w eons aanpassen aan deze wereld in beweging. We kunnen bijvoorbeeld proberen te voorspellen wat er zal veranderen en trachten de uitkomst van gebeurtenissen in de toekomst te verzachten. De Chinezen ontwikkelden veel waarzeggerstechnieken om te kunnen voorspellen wat er in het verschiet lag. Die zijn bijna allemaal ook vandaag de dag nog populair: de sterren raadplegen, numerologische berekeningen maken, patronen op het lichaam, de handpalmen of het gezicht interpreteren (fysionomie), dromen duiden (oneiromantie), duizendbladstelen werpen of voortekenen en ongewone natuurverschijnselen interpreteren. Zodra we de patronen van verandering om ons heen eenmaal hebben geïdentificeerd, kunnen we proberen ermee samen te vallen en zo een zekere mate van controle uit te oefenen over onze voortdurend veranderende omgeving. Dit behoedt ons voor de negatieve effecten die ontstaan wanneer we niet op verandering reageren, maar stelt ons ook in staat om die in ons voordeel om te buigen, zoals een boer doet wanneer hij zijn bezigheden aanpast aan de seizoenen. We kunnen vat op de tijd krijgen en een schema of kalender ontwerpen om onze activiteiten voor het hele jaar efficiënter te plannen. Psychologisch kunnen we misschien zelfs troost putten uit het idee dat verandering de enige vorm van bestendigheid is in de wereld. (pagina 78-80)

Lees ook: De Weg : wat Chinese filosofen ons leren over het goede leven leren (2016) van Michael Puett en Christine Gross-Loh. 

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 5 februari 2022

Joris Luyendijk 3

De zeven vinkjes : hoe mannen zoals ik de baas spelen
Uitgeverij Pluim 2022, 199 pagina's  -  € 21,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Joris Luyendijk (1971) en zijn website

Korte beschrijving
Door een negatieve ervaring bij een Engelse krant vroeg journalist Joris Luyendijk zich af waaraan zijn succes in Nederland te danken was. Tot dan toe meende hij dat het lag aan zijn eigen voortreffelijkheid. Maar had hij niet alles mee gezien zijn achtergrondkenmerken? Hij onderzoekt dat in zijn naaste omgeving en komt dan tot wat hij aanduidt als de zeven vinkjes. Je moet minstens één hoog opgeleide of welgestelde ouder en minstens één in Nederland geboren ouder hebben, je moet man, hetero en blank zijn, en je moet gymnasium/vwo en universiteit succesvol hebben doorlopen. Zulke kinderen hebben de wind in de rug, ze hebben alles mee en niets tegen. Hun milieu stimuleert hen, zij hebben de juiste contacten, vragen zich niet af kan ik dat, maar wil ik dat. Zij kunnen niet gediscrimineerd worden, zij hoeven zich nooit aan te passen. Zo blijft de dominante groep dominant. Aan de hand van voorbeelden, veelal gebaseerd op eigen ervaring, poogt de auteur dit proces inzichtelijk te maken. Het boek is geschreven in vlotte stijl. De onderbouwing van zijn veronderstelling is niet altijd even sterk,  en daar gaat het ook niet direct om. Het boek heeft vooral ten doel een bijdrage te leveren aan het debat over maatschappelijke privileges en uitsluiting.

Tekst op website uitgever
Stel: je kunt niet gediscrimineerd worden en je hoeft je nooit ergens aan te passen, omdat iedereen zich altijd aanpast aan jou. Stel dat je vervolgens ook nog de meest prestigieuze opleiding van het land hebt, zodat je ook daarop niet gepakt kunt worden. Dan kun je dus niet weten hoe kwetsbaarheid voelt. Maar omdat je alles mee hebt en niks tegen, is de kans wel maximaal dat je het ver brengt in de samenleving. Joris Luyendijk behoort tot deze groep van ondiscrimineerbare en sociaal onkwetsbare Nederlanders: een witte autochtone heteroman uit een ‘goed nest’ met aan de muur diploma’s van het Gemeentelijk Gymnasium te Hilversum en de Universiteit van Amsterdam. In De zeven vinkjes probeert Luyendijk te begrijpen wat zijn uitgangspositie heeft gedaan met zijn zelf-, mens- en maatschappijbeeld. En wat doet het met een land, wanneer mannen zoals hij er de dienst uitmaken? Want op ontzettend veel plekken helemaal bovenin de politiek, de serieuze media, het openbaar bestuur en het bedrijfsleven wordt de baas gespeeld door een man zoals Joris Luyendijk.

Fragment uit III. De wet van behoud van onrecht
Het 'kikkerlandje' waar ik geboren ben heb ik altijd gezien als best sympathiek; eerder belachelijk dan schadelijk. Liep Nederland niet ooit voorop met religieuze tolerantie, met de emancipatie van Joden en recenter die van homoseksuelen? Het is en blijft een land met toegang tot vrijwel gratis onderwijs en medische zorg, en gesubsidieerde huisvesting. Kansarm is in Nederland menigeen, kansloos is niemand. Mijn Egyptische vrienden in de achterbuurten van Cairo, die waren kansloos, en ze wisten het.
  Maar wat is de verzorgingsstaat aan het eroderen, wat is het onderwijssysteem onrechtvaardig, wat is er veel discriminatie op de stage-, arbeids- en woningmarkt, bij de politie en in het uitgaansleven, en wat een ellende heeft een klein land in de wereld aangericht.
Slavernij en koloniale onderdrukking op drie continenten, oorlogsmisdaden tijdens de dekolonisatie en pogingen op slinkse wijze de kolonisatie indirect voort te zette.
De behandeling van Joden die terugkeerden uit Hitlers vernietigingskampen was adembenemend harteloos, gesymboliseerd door de belastingambtenaar die van een overlevende bewijs verlangde dat deze geen inkomen had vergaard in Auschwitz.
  Steeds moeilijker kan ik Nederland en onze rol in de wereldgeschiedenis zien als per saldo positief, of anders neutraal. Tik op het geweldige krantenarchief delpher.nl 'Algemeen Handelsblad' en 'slaven' in, en de voorloper van NRC Handelsblad blijkt vanaf de oprichting in 1828 meteen advertenties te zijn gaan verkopen voor veilingen van Surinaamse plantages inclusief de 'behoorende slaven en slavinnen, vee en meubilair'.  Talrijke artikelen over de betrokkenheid bij slavernij van steden, kerken, bedrijven en rijke families bracht NRC al. Maar de eigen betrokkenheid onder de loep nemen... Dat is de onschuld waarover Gloria Wekker spreekt, en ik begrijp dat die al te goed: je wil je positieve zelfbeeld beschermen. Lukt dit niet meer, dan wil je toch minstens over jezelf kunnen denken als neutraal.

Dit zit er gewoon niet langer in. Niet voor Nederland, en helemaal niet voor mannen zoals ik. (pagina 164-165)

Draadje (februari 2022)

Lees ook: Dit kan niet waar zijn : onder bankiers (2015), Kunnen we praten (2017) en (samen met Cees van Lede) Pessimisme is voor losers : op de rand van een nieuwe tijd (uit 2019).

Twee artikelen over meritocratie etc: Elite(s), monopolie(s), oligarchie, meritocratie e.a. fenomenen – boeken én e-books voor onze post-corona-times (juni 2020) en Onttrekken of toevoegen? (februari 2019)

Terug naar Overzicht alle titels