maandag 25 januari 2021

Vaclav Smil

Cijfers liegen niet : 71 dingen die je over de wereld moet weten
Nieuw Amsterdam 2021, 320 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: Numbers don't lie (2020)

Wikipedia: Vaclav Smil (1943)

Korte beschrijving
In deze eclectische bundel met 71 korte essays wil de auteur de complexiteit van de moderne wereld inzichtelijk kwantificeren en in breder verband bekijken. Aan de hand van enkele indicatoren geeft hij commentaar op een actueel aspect van allerlei maatschappelijke hoofdthema’s, zoals innovaties, energie, transport, voedsel en milieu. Wat is de beste graadmeter voor de kwaliteit van leven? Hoe werkt de Vloek en de Zegen van Moore in onze obsessies voor de technische vooruitgang? Moeten wij de jaarlijkse groeicijfers van het bruto binnenlands product aanbidden, ongeacht waardoor die veroorzaakt worden? Wat maakt kerosine nog steeds zo goed en kip zo succesvol? De Canadese wetenschapper en beleidsanalist wil de nieuwsgierigheid prikkelen en tot meer diepgaande inzichten komen door de cijfers in de juiste context te plaatsen. Zijn invalshoek is inzichtelijk informatief en tegelijk niet te specialistisch en daardoor zeer geschikt voor een breed publiek. Een interessante bundel, waarin men door intrigerende voorbeelden, ondersteund met trend aangevende cijfers, uitgedaagd wordt om veelzijdig en kritisch naar onze moderne wereld te blijven kijken en daarover vanuit de juiste perspectieven uitspraken te blijven doen.’ Met zwart-witillustraties en register.

Tekst op website uitgever
Wat onthullen cijfers over de toestand van onze wereld? Vaclav Smil, de favoriete wetenschapper van Bill Gates, geeft antwoord op actuele en urgente vragen over energie, het milieu, technologie, transport en voedselproductie. Waarom moeten we diesel voorlopig nog niet afschrijven? Hoeveel wegen alle koeien ter wereld (en waarom zou je dat moeten weten)? En wat maakt mensen gelukkig?

Cijfers liegen niet laat je met fascinerende voorbeelden en verhelderende illustraties anders naar de wereld kijken. Je komt te weten hoeveel mensen er nodig waren om de Pyramide van Cheops te bouwen, waarom Nederlandse mannen de langste ter wereld zijn en waarom elektrische auto's (nog) niet zo goed zijn als we denken.

Vaclav Smil maakt duidelijk dat feiten ertoe doen en daagt je uit om de cijfers in de juiste context te plaatsen. Want cijfers liegen niet, maar welke waarheid brengen zij eigenlijk aan het licht?

Fragment uit 33. Kernenergie: een nooit waargemaakte belofte
Maar de ambitie om alle elektriciteit op te wekken met kernenergie stokte in de jaren tachtig, toen de vraag naar elektriciteit in de welvarende landen afnam en de problemen met kerncentrales juist toenamen. Er waren drie zorgwekkende incidenten: er was een kernongeval in de centrale van Three Mile Island in Harrisburg (Pennsylvania) in 1979, bij Tsjernobyl in Oekraïne in 1986 en in het Japanse Fukushima in 2011, wat principiële tegenstanders van kernsplijting van nieuwe argumenten voorzag. Intussen waren er kostenoverschrijdingen bij de bouw van nieuwe kerncentrale en een frustrerend onvermogen om een aanvaardbare oplossing te vinden voor de opslag van kernafval (dat tijdelijk wordt opgeslagen in containers bij kerncentrales). Ook is er weinig succes geboekt met het overstappen op reactoren die veiliger en goedkoper zijn dan de veelgebruikte drukwaterreactoren, die eigenlijk aangepaste versies zijn van de aandrijvingen voor Amerikaanse onderzeeboten uit de jaren vijftig.

Als gevolg daarvan is het publiek in de westerse wereld nog steeds niet overtuigd, zijn de energiebedrijven geïrriteerd, staan Duitsland en Zweden op het punt hun centrales te sluiten en maakte zelfs Frankrijk plannen om ermee op te houden. De reactoren die nu verspreid over de wereld in aanbouw zijn, kunnen het verlies aan capaciteit van oudere reactoren die worden gesloten niet goedmaken.

De enige grote economieën die plannen hebben om hun capaciteit uit te breiden liggen in Azië, aangevoerd door China en India, maar zelfs zij kunnen weinig doen aan het dalende aandeel van kernenergie wereldwijd. Dat aandeel piekte met bijna 18 procent in 1996, viel terug naar 10 procent in 2018 en zal naar verwachting weer stijgen naar 12 procent in 2040, volgens het Internationale Energieagentschap.

Er zijn veel dingen die we zouden kunnen doen, vooral het in gebruik nemen van betere reactorontwerpen en een doortastende aanpak van het opslaan van kernafval, om een substantieel aandeel van elektriciteit uit kernsplitsing te halen en zo de koolstofuitstoot te beperken. Maar dat vraagt om een neutrale evaluatie van de feiten en een langetermijnbenadering van het mondiale energiebeleid. En die twee dingen zie ik nog niet gebeuren. (pagina 146-147)

Draadje (februari 2021)

Lees vooral ook: Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt van Hans Rosling (uit 2018) en : Vooruitgang : tien redenen om naar de toekomst uit te kijken van Johan Norberg (uit 2016), Ons betere ik : waarom de mens steeds minder geweld gebruikt van Steven Pinker (uit 2011), De geschiedenis van de vooruitgang van Rutger Bregman (uit 2013) of De rationele optimist : over de ontwikkeling van de welvaart van Matt Ridley (uit 2010).

Artikel: The time is now – Optimisme (Optimisme – boeken én e-books voor onze post-corona-times) (mei 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 5 januari 2021

Richard Wrangham

De goedheidsparadox : deugen de meeste mensen wel?
Hollnads Diep 2021, 491 pagina's - € 23,99

Oorspronkelijke titel: The goodness paradox: the strange relationship between virtue and violence in human evolution (2019)

Wikipedia: Richard Walter Wrangham (1948)

Korte beschrijving
De mens is een paradox. Enerzijds zijn we geneigd tot samenwerking en hebben we een lage neiging tot reactieve agressie. Anderzijds zijn we ook uniek wat betreft het vantevoren beramen van excessief geweld. We zijn dus van nature vreedzaam én van nature gewelddadig. De hoogleraar biologische antropologie Richard Wrangham poogt in dit boek die 'goedheidsparadox' vanuit evolutionair perspectief op te lossen. In het kort komt het erop neer dat er rond de 200-300.000 jaar geleden een (nog altijd doorgaand) proces van zelfdomesticatie bij de mens begon, waarbij taal een cruciale rol speelde. Taal bood de gelegenheid om motieven te verklaren, maar ook om plannen te smeden. Ook een cruciale rol speelde de doodstraf voor degenen die de regels overtraden, waardoor de mens uiteindelijk een steeds vreedzamere soort werd. Controversieel en speculatief, maar Wrangham legt zeer genuanceerd uit waarom bepaalde zaken niet als morele adviezen moeten worden opgevat en al helemaal niet als pleidooi vóór de doodstraf. Boeiend, erg interessant en met verrassende nieuwe inzichten, zeer leesbaar vertaald..

Tekst op website uitgever
In De goedheidsparadox presenteert de beroemde primatoloog Richard Wrangham een opvallend originele theorie om de tijdloze vraag te beantwoorden hoe en waarom de homo sapiens is ontstaan.

Een kwart miljoen jaar geleden maakte de toenemende intelligentie onder onze voorouders de weg vrij voor de invoering van de sociaal geaccepteerde doodstraf. Het was deze verandering, zo betoogt Wrangham, die ontwikkeling, meer samenwerking, de accumulatie van cultuur en uiteindelijk de opkomst van de beschaving zelf mogelijk maakte.

Hoewel het alledaagse leven door de geschiedenis heen verdraagzaam is geweest, is oorlog nooit ver weg geweest. De goedheidsparadox biedt diepgaande, nieuw argumenten hoe en waarom deze griezelige combinatie van vreedzaamheid en geweld zich kristalliseerde nadat onze voorouders in Afrika een kwart miljoen jaar geleden taal leerden. Door de taal konden intenties worden gedeeld en acties worden gecoördineerd. Verbale samenzweringen maakten de weg vrij voor geplande conflicten en, belangrijker nog, voor de unieke menselijke daad van de doodstraf. De slachtoffers van de doodstraf waren meestal agressieve mannen, en naarmate hun genen afnamen, werden onze voorouders tammer. Deze oude vorm van systemisch geweld was cruciaal, niet alleen om samenwerking in vrede en oorlog en in cultuur aan te moedigen, maar ook om ons te maken tot wie we zijn: homo sapiens.

Fragment uit 9. Wat de domesticatie uitwerkte
Tijdens onze zoektocht naar de oorsprong van de vreedzame deugdzaamheid van de mens, begonnen we bij Blumenbach. Die geniale antropoloog had beweerd dat we een gedomesticeerde soort zijn. Inmiddels is er een mechanisme naar voren gekomen dat Blumenbachs bewering ondersteunt. Het idee dat we onze huidige vreedzaamheid te danken hebben aan het 300.000 jaar lang wegselecteren van reactieve agressie, lijkt goed toepasbaar maar het is wel een nieuwe manier van denken. In dit hoofdstuk wil ik dieper ingaan op de theorie over zelfdomesticatie om te kijken in hoeverre we onderscheid kunnen maken tussen deze theorie en alternatieve hypothesen voor onze lage mate van agressiviteit. Twee van de genoemde hypothesen zijn de moeite waard om nader onder de loep te nemen. De ene houdt in dat een lage reactieve agressie in het verre verleden, al veel eerder dan 300.000 jaar geleden, een eigenschap van onze voorouders was. De andere stelt dat lage agressie niet rechtstreeks geselecteerd werd, maar dat het een nevenproduct is van de selectie op andere karaktereigenschappen, zoals een verhoogde zelfbeheersing.

Om anatomische veranderingen in de evolutie van de homo sapiens te verklaren, komt de traditionele wetenschappelijke wijsheid met een idee dat verschilt van de zelfdomesticatie. Zoals ik al eerder opmerkte: paleoantropologen verklaren de speciale anatomische kenmerken van de homo sapiens als een reeks parallelle aanpassingen en niet als incidentele nevenproducten. Als verklaring voor de lichtere bouw, kortere gezichten en vervrouwelijking van onze afstammelingslijn doen ze een beroep op krachten als klimaatverandering, betere eetgewoonten of een grotere verfijning in het gebruik van instrumenten. Die ideeën klinken heel redelijk als je ervan uitgaat, zoals wetenschappers vaak doen, dat biologische kenmerken altijd evolueren door het rechtstreekse ingrijpen door de natuurlijke selectie. 

Laten we aannemen dat de traditionele wetenschappers gelijk hebben en dat de unieke anatomie van de homo sapiens geen kenmerk is van onze domesticatie. Welke alternatieve theorieën verklaren in dat geval dat we relatief zo vreedzaam zijn? (pagina 217-218)


Lees vooral ook: De meeste mensen deugen : een nieuwe geschiedenis van de mens van Rutger Bregman (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels


Kishore Mahbubani 3

Heeft China al gewonnen?

Nieuw Amsterdam 2020, 320 pagina's - € 24,99

Oorspronkelijke titel: Has China won? : the Chinese challenge to American primacy (2020),

Wikipedia: Kishore Mahbubani (1948)

Korte beschrijving
China is een opkomende wereldmacht waar de Verenigde Staten hun handels- en technologie-oorlog op hebben gefocust. De auteur vergelijkt beide landen en stelt tien kritische thema's centraal die meteen al laten zien dat de geopolitieke strijd tussen beide landen nog wel twintig jaar zal aanhouden. Het probleem zou meer aan de Amerikaanse kant liggen die vastgeroest is in het denken en geen tweede plaats accepteert op het wereldtoneel. De tanende invloed van de Verenigde Staten zou mede mogelijk zijn door de verdeelde binnenlandse politiek en teveel emotie in de buitenlandse politiek. China aan de andere kant lijkt een strategische langetermijnpolitiek te volgen en zou minder belang hebben bij een militarisering van zijn buitenlandse politiek, maar veeleer vertrouwen op economisch kunnen. Hoewel het boek gesteld is in een vraag, lijkt het antwoord na lezing dat China reeds heeft gewonnen. Een actueel thema dat de komende jaren nog zal spelen; als je auteurs voorliefde voor China kunt vergeven, zijn de besproken thema's zeker het nadenken waard, niet alleen voor de Verenigde Staten maar ook voor China. De auteur is een voormalig diplomaat en publiceerde eerder enkele andere boeken over de internatiole politieke verhoudingen. Met eindnoten en een register..

Tekst op website uitgever
China is al aardig op weg om nummer één van de wereld te worden. Het denkt en opereert op mondiale schaal en neemt ambitieuze initiatieven, onder leiding van een van de meest competente en pragmatische wereldleiders. Amerika daarentegen is al enige tijd op z'n retour en heeft te maken met een economisch model dat door de financiële crisis van 2008 behoorlijk aan kracht heeft ingeboet.
Amerika staat voor een ongekende uitdaging: een grondige herijking van zijn binnen- en buitenlandse politiek, die inmiddels het sociale fundament van het land heeft aangetast en het aanzien in de wereld ernstig heeft verzwakt.
In Heeft China al gewonnen? is Mahbubani op z'n best met zijn scherpzinnige kijk op de strategische stappen en misstappen van Amerika en China in een wedstrijd op wereldschaal.

'Zelden is zo duidelijk geworden, zo indringend beschreven hoe de machtsverhoudingen in de wereld veranderd zijn en wat gevolgen dat heeft.' De Standaard

'Laat het maar aan Mahbubani over om te provoceren op het gebied van internationale betrekkingen.' NRC Handelsblad

'We moeten Mahbubani's adviezen heel serieus nemen.' Financial Times

Fragment uit (de) Epiloog bij de Nederlandse editie


'Hun onenigheid bleef, maar op de laatste avond, toen Churchill afscheid ging nemen, trok Stalin wat bij (...) het ene uur dat Churchill ervoor had uitgetrokken werden er zeven. Woorden en wijn stroomden overvloedig, en in een ogenblik van buitengewone vertrouwelijkheid bekende Stalin dat zelfs de spanningen van de oorlog niet te vergelijken waren met de vreselijke strijd die het kostte om de boerenstand te dwingen om over te gaan tot collectieve landbouw. Miljoenen koelakken waren, nou ja, uit de weg geruimd. Churchill de historicus dacht aan de uitspraak van Burke: "Als je geen hervormingen kan krijgen zonder onrechtvaardigheid, hoef ik geen hervormingen", maar Churchill de politicus besloot dat hij vanwege de broodnodige eendracht tijdens de oorlog beter niet hardop kon gaan zedepreken.'

Dit verhaal zal menigeen doen grinniken. Die ouwe Churchill liet zich hier van zijn gewiekste kant zien. Hoe slim om Stalin niet te schofferen of te tergen met louter gemoraliseer nu er een gezamenlijke vijand, Hitler, op het toneel was verschenen. Als Churchill nu nog leefde zou hij dan ook verbaasd  en zelfs bezorgd zijn over het feit dat Amerika zijn geopolitieke wedstrijd met China niet heeft gestaakt, al was het maar tijdelijk, om te vechten tegen de gezamenlijke vijand, COVID-19, die de wereldeconomie feitelijk meer schade heeft toegebracht dan Hitler in de Tweede Wereldoorlog.

Dat onvermogen om gezond strategisch verstand te gebruiken strookt met de belangrijke stelling van dit boek: de VS heeft besloten om zijn geopolitieke wedstrijd met China onverminderd voort te zetten en heeft zich () in die wedstrijd gestort zonder er eerst een intelligente en brede strategie voor te ontwikkelen. Dat gebrek aan strategisch denken is ook zichtbaar in de Amerikaanse reactie op COVID-19. (pagina 258-259)

Lees ook: De eeuw van Azië : een onafwendbare mondiale machts-verschuiving (2008),  Naar één wereld : een nieuwe mondiale werkelijkheid (2013) of Is het Westen de weg kwijt? : een provocatie (2018)



Terug naar Overzicht alle titels