zondag 25 april 2021

Michiel Korthals 2

Eetbare natuur : de essentie van landbouw en voeding
Noordboek 2021, 143 pagina's -   € 14,90

Wikipedia: Michiel Korthals (1949)

Korte beschrijving
Dit boek gaat over het ideaal van gevarieerde natuur, goede zorg voor dieren, een respectvol bestaan voor boeren en gezonde consumenten. Het huidige voedselsysteem schiet ernstig tekort. Het belicht hoe landbouw- en voedingsinnovaties gemeengoed kunnen worden. Het betekent dat de consument zich moet ontwikkelen en voedselvaardigheden moet leren. Conclusie is dat er veel moet veranderen om een goed leven te kunnen leiden. De schrijver (1949), filosoof, schrijft redelijk helder, maar de structuur laat te wensen over. Sympathiek is hoe hij zoekt naar een voedselsysteem dat zo dicht mogelijk bij consumenten, boeren en natuur staat. Het boek is bedoeld voor vernieuwers en pioniers die het Nederlandse landbouw- en voedselwereldje door elkaar willen schudden. Geschikt voor wie het ter harte gaat dat wat we eten en drinken bepalend is voor de landschappen, de dieren en de boeren bepaalt. Hier en ver weg.

Tekst op website uitgever
De Nederlandse landbouw- en voedingssector verkeert in zwaar water. Van alles is teveel: landbouwhuisdieren, chemie, vervuiling, uitputting en grootspraak (‘Nederland voedt de wereld!’). Er is ook te weinig: variatie van landschap, natuur en smaak. De auteur geeft scherp inzicht in deze problemen en laat zien dat samenwerken met de aarde, de bodem, de dieren, het landschap, radicale veranderingen nodig maakt.

Landbouw en voeding staan niet voor marginale activiteiten, waar je je beter niet mee kunt bemoeien, maar voor levensvraagstukken. Korthals toont overtuigend aan dat samenwerken van mensen met natuur essentieel is. Soms schuurt het, soms moet je omwegen bewandelen, maar het loont altijd met levenskwaliteit.


Fragment uit hoofdstuk 6. Eetbare natuur in stad en landschap, staat en Europa
Markten en marktpartijen: duurzaam en sociaal

In het donutmodel heeft het ideaal van de vrije markt geen plaats. Het is een onbereikbaar en inconsistent ideaal, omdat het nooit realiseerbaar is; het is inconsistent omdat er altijd juridische, culturele en legale grenzen, motivaties en voorwaarden voor vrije markten zijn. Maar de vrije markt heeft ook andere beperkingen. Deze wordt gestuurd door een ingebouwde contradictie: competitie leidt uiteindelijk bij zwakke regie tot monopolies. Het leidt tot steeds grotere ongelijkheid (Milanonovic, 20017). Op dit moment worden, ondanks alle retoriek van de vrije markt, de grote voedingsstromen van bijvoorbeeld graan en suiker bepaald door enkele grote multinationals, zoals Cargill, JSB en Archer Daniels Midland (hoofdstuk 2). De inkomsten die deze ondernemingen opstrijken zijn enorm vergeleken bij de bedragen die de primaire producenten, de boeren, krijgen (ongeveer 40 versus 6 procent).

Maar in het donutmodel zijn de dictaten van de multinationale monopolie-ondernemingen niet langer acceptabel. Het donutmodel pakt economische activiteiten anders aan: markten ontstaan door afspraken over de basis  en de bovenlaag van de donut. Dit lijkt een vergaande inperking van het economische leven, maar dat is het niet. Ook voor de consumenten betekent het donutmodel niet een inperking van vrijheid, maar verruiming naar werkelijk gezonde en goede keuzen. Op dit moment is de vrije keuze zeer ingeperkt. Hebben consumenten ooit ingestemd met meer zout en suiker en ver, en voor vermindering van nutriënten in groente en fruit? Zeer wrang wordt het voor consumenten wanneer duidelijk wordt dat de gezondheidskosten (vanwege obesitas en daarmee verbonden gezondheidsproblemen zoals diabetes 2) en die voor een minimale reiniging van lucht en water de pan uitrijzen; te betalen door de burgers. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schat de toegevoegde waarde die de Nederlandse land- en tuinbouw jaarlijks produceert op 10 miljard euro en de directe kosten die dat oplevert voor de samenleving, vooral door de milieuvervuiling, op 6,5 miljard euro per jaar. Die kosten worden niet doorberekend aan de consument, maar aan de belastingbetaler. Voor het Verenigd Koninkrijk kan eenzelfde verhouding tussen waarde en kosten worden gemaakt (). 

Mensen hebben met die zaken niet ingestemd. Ze zijn dergelijke systemen ingeduwd, zoals in een fuik. Dit 'duwen' door de omgeving is opnieuw een bewijs dat mensen nooit volledig rationeel berekenend zijn. De omgeving betekent te veel voor ons. Ook als die omgeving nadelige effecten heeft, houden we eraan vast, vragen we ernaar, denken we dat het wel goed komt. Mensen lopen niet rond in een voor hen betekenisloos landschap, een neutrale omgeving bestaat niet. Altijd zijn er codes, triggers die de aandacht opeisen, natuurlijk afhankelijk van cultuur, opvoeding en ervaringen. In die zin is er altijd sturing van (consumenten)gedrag. Die sturing noemen Thaler en Sunstein (2009) 'nudging', en zij vullen dat begrip aan met het begrip keuze-architectuur, waarmee ze bedoelen dat de sociale werkelijkheid zo ingericht zou moeten worden dat die in het voordeel is van de gestuurde mensen die het betreft. Belangrijke vraag is niet hoe van die sturing af te komen, maar hoe die zo te organiseren dat die in het belang van de betreffende mensen is. De ethische vraag rond sturing, nudging, is dus waarheen en wie stuurt en met welke middelen. (pagina 86-88)

Draadje (februari 2022)

Lees ook: Goed eten : filosofie van voeding en landbouw van Michiel Korthals (uit 2018)


Klik hier voor meer titels over ons voedselsysteem.

Terug naar Overzicht alle titels




zaterdag 24 april 2021

Maja Göpel


Onze wereld nieuw denken

Pluim 2021, 187 pagina's € 21,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Oorspronkelijke titel: Unsere Welt neu denken: Eine Einladung (2020)

Wikipedia: Maja Göpel (1976)

Korte beschrijving
De auteur is een politiek econome, waarbij ze zich heeft gespecialiseerd in de maatschappelijke (economische) effecten met betrekking tot een continu aan verandering onderhevige samenleving. Elke samenleving moet rekening houden met de neveneffecten van een snel groeiende economie. Klimaatveranderingen, technologische vernieuwingen, de snel groeiende wereldbevolking, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en een dalend niveau van productiefactoren zorgen voor een onleefbare en vergiftigde wereld. De uitdagingen voor onze politici en wereldleiders is dan ook om een radicaal nieuwe manier van denken te adopteren die op globaal niveau moet worden omarmd. In plaats van een hoger bruto binnenlands product, moet men uitgaan van het verhogen van het welzijn en geluk van de burgers. Hoe kun je deze nieuwe visie integreren in het denken van de beleidsbepalers? Hoe kan bijvoorbeeld Ecuador in plaats van oerwoudkap zijn economie op andere wijze juist uitbreiden? Deze en overige wetenswaardigheden worden op een wetenschappelijk  wijze besproken. Nu is het moment dat we moeten veranderen voordat het te laat is. Het boek bevat een overzicht van literatuur om verder te lezen, eindnoten en een bronnenoverzicht.

Tekst op website uitgever
De wereld staat op een kantelpunt. We zijn nog nooit zo welvarend geweest, maar er is crisis waar we ook kijken. Het is tijd om onze waarden en principes te herzien, nieuwe doelen te stellen en een manier van leven te vinden die ook voor de planeet houdbaar is. Maja Göpel nodigt je uit om de wereld opnieuw te bezien. In zeven stappen toont ze de grootste uitdagingen van deze generatie: overbevolking, uitputting van natuurlijke hulpbronnen, ongebreideld consumentisme, technologische ontwikkelingen die alleen maar tot meer productie leiden en het ontstaan van ‘oligopolisten’ zoals Amazon. Met sterke voorbeelden laat ze zien hoe we slimmer kunnen omgaan met natuurlijke bronnen en menselijke arbeidskracht en hoe we de huidige omstandigheden kunnen omzetten naar een houdbare situatie. Haar uitgangspunten: blijf vriendelijk en geduldig, zoek medestanders en laat je niet ontmoedigen.

Fragment uit Consumptie
Zoals we in het hoofdstuk over natuur hebben gezien, is de schade die aan het milieu wordt toegebracht bij het vervaardigen van een product in geen enkele economische balans opgenomen. Dat wat wij voor een product betalen weerspiegelt dus niet wat het in werkelijkheid kost. Dat is in principe een boekhoudkundige kwestie en wordt ook altijd weer als zodanig aangemerkt als er kritiek is op het bnp. Toch blijft deze rekenmethode een geëigende manier om de prijs van producten kunstmatig te verlagen. Je schuift de lasten, die door de productie of consumptie van iets ontstaan, af op anderen die zich niet kunnen verweren, simpelweg omdat ze geen stem of macht hebben.

Neem bijvoorbeeld een retourtje Frankfurt-New York. Afhankelijk van het seizoen is dat al voor minder dan driehonderd euro verkrijgbaar. In die prijs is, naast allerlei andere kosten, uiteraard ook die van kerosine opgenomen. Wat het kost om het koolstofdioxide die bij die vlucht vrijkomt weer uit de atmosfeer te krijgen, is niet bij de prijs inbegrepen. De vliegtuigmaatschappij brengt die kosten niet in rekening, evenmin als het bedrijf dat die kerosine aanlevert. Evenals de passagiers gaan zij ervan uit dat de aarde de drieënhalve ton koolstofdioxide die op die vlucht per passagier wordt uitgestoten, ook nog wel zal opnemen.

'Externe kosten' is eigenlijk een idioot begrip. Extern van wat eigenlijk?

Kennelijk extern van datgene waar wij ons verantwoordelijk voor voelen. We hebben het milieu weliswaar als vuilnisbelt gebruikt en op allerlei manieren onze broeikasgassen erin opgeslagen, maar de verantwoordelijkheid om ze ook weer te verwijderen leggen we naast ons neer. De prijs wordt betaald door de eilandstaten, die steeds sneller wegzinken. Of door arme mensen die zich aanpassing aan de klimaatverandering niet kunnen veroorloven: die niet in staat zijn hun akkers en huizen na stormen te herstellen en zich ook geen verhuizing kunnen veroorloven naar streken waar geen overstromingen plaatsvinden. Ook onze kinderen en kleinkinderen treffen we ermee. Zij zullen moeten leven in de wereld zoals wij die achterlaten.

Die weigering om verantwoordelijkheid te nemen wordt externalisatie genoemd. (pagina 105-106)

Draadje (mei 2021)


Recensie: Groei is de fatale logica van onze samenleving (NRC, vrijdag 23 april 2021)

Lees hier voor meer titels: Economie - boeken én e-books voor onze post-corona-times (mei 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 19 april 2021

Over eten

Over eten : het voedselsysteem in woelige tijden
Uitgeverij Van Gennep 2020, 108 pagina's  - € 9,99

Met bijdragen van o.a. Michael Pollan en Annia Ciezadlo; onder redactie van Janno Lanjouw

Korte beschrijving
In 2050 zijn er 10 miljard mensen op aarde die allemaal gevoed moeten worden. Daarnaast is er de ambitie van de Verenigde Naties om in 2030 de honger de wereld uit te hebben. Om maar een beetje in de buurt te komen van het waarmaken van deze ambitie zal er veel moeten veranderen aan ons voedselsysteem. Daarbij komt dat ook de pandemie van 2020 en daarna de nodige gevolgen had en heeft voor de voedselproducerende en verkopende sector. Onder de redactie van Janno Lanjouw, een journalist die zich al jaren verdiept in de toekomst van ons voedsel, werden de essays en briefwisselingen van een aantal journalisten en denkers gebundeld. We lezen over hoogtechnologische voedselproductie dicht bij huis, over de boeren en over de wereldmarkt. Het is de bedoeling dat we gaan nadenken over de zegeningen van de korte voedselketen en de bekende Michael Pollan schrijft over de zieke Amerikaanse voedselketen. De lezer wordt geprikkeld om zelf na te denken over oplossingen en mogelijkheden. Een klein maar heel belangrijk boekje dat vlot wegleest. Wie meer wil lezen treft een literatuurlijst aan. Ook maken we nader kennis met de auteurs. ‘Over eten’ verdient veel aandacht omdat het om ons aller toekomst gaat..

Tekst op website uitgever
De nieuwe Flevo Campus essaybundel is uit!
Over eten. Het voedselsysteem in woelige tijden is het eerste boek waarin de balans wordt opgemaakt van ons voedselsysteem in tijden van corona.

In 2050 zijn er tien miljard mensen op de wereld – misschien iets meer, misschien iets minder – en ondanks dat de 21ste eeuw alweer twintig jaar oud is, is het nog altijd niet duidelijk hoe al die mensen duurzaam, gezond en genoeg te eten gaan krijgen. Ondertussen krijgt het huidige systeem het flink te verduren: terwijl het nog bijkomt van de maatregelen tegen corona die begin 2020 werden ingesteld, demonstreert een steeds grimmiger contingent agrariërs tegen een overheid die met bokkensprongen probeert te voldoen aan de Europese regels voor stikstofuitstoot.

Annia Ciezadlo, Michael Pollan, Janno Lanjouw, Martine Kamsma, Joris Lohman, Hidde Boersma en Marcel aan de Brugh schreven mee aan de bundel.

Fragment uit De zieke Amerikaanse voedselketen - Michael Pollan
'Pas wanneer het eb wordt', merkte Warren Buffett ooit op, 'zie je wie er al die tijd naaktzwom.' In onze samenleving staat de Covid-19-pandemie voor een laagtij van historische proporties, een die de zwakte en ongelijkheid onthult die in normale tijden onopgemerkt blijven. Nergens is dat zo duidelijk als in het Amerikaanse voedselsysteem. Een paar flinke opdoffers hebben de zwakke schakels in de voedselketen blootgelegd, zodat Amerikaanse supermarkten nu soms dezelfde aanblik bieden als ooit die van het voormalig Oostblok. Juist datgene wat die supermarkten altijd zo rijkelijk van voedsel voorzag - de veelgeprezen efficiëntie en het idee dat 'veel voor weinig' is ineens niet zo geweldig meer, om niet te zeggen fout. Maar de problemen die het coronavirus met zich meebrengt beperken zich niet tot onze voedselproductie en -distributie. Ze liggen letterlijk op ons bord, want het voedingspatroon dat het gevolg is van de industriële voedselketen houdt rechtstreeks verband met chronische ziekten die ons bevattelijk maken voor het virus.
  Achter de tegenstelling tussen beelden van boeren die hun oogst vernietigen en melk lozen aan de ene kant en lege schappen en hongerige Amerikanen die uren in de rij staan voor de voedselbank aan de andere, gaat een verhaal schuil over dolgedraaide economische efficiëntie. De VS kent in feite twee afzonderlijke voedselketens, die ongeveer de helft van de markt bedienen. In de ene, de retailketen, leveren boeren aan supermarkten, in de andere leveren andere boeren aan institutionele afnemers, zoals restaurants, scholen en bedrijfskantines. Nu de economie grotendeels platligt, doordat de Amerikanen thuisblijven, is die tweede keten min of meer ingestort. Maar door de manier waarop de industrie zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld, is bijna onmogelijk om voedsel dat gewoonlijk in bulkhoeveelheden aan instituties wordt verkocht de retailketen in te krijgen, hoewel die erom staat te springen. Amerikaanse boerderijen produceren nog altijd ruim voldoende voedsel, maar het is niet zo eenvoudig om het daar te krijgen waar het nodig is.
  Hoe is het zover gekomen? (pagina 13-14)

Klik hier voor meer titels over 'ons voedsel' 

Terug naar Overzicht alle titels


zondag 18 april 2021

Caroline de Gruyter

Beter wordt het niet : een reis door de Europese Unie en het Habsburgse rijk
De Geus 2021, 243 pagina's  - € 22, 50

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Caroline de Gruyter (1963)

Korte beschrijving
Columniste en correspondente Caroline de Gruyter onderzoekt op journalistieke wijze parallellen tussen het verloren gegane Habsburgse Rijk en de Europese Unie. Bevat de ontmanteling van het Habsburgse Rijk na de Eerste Wereldoorlog aanwijzingen voor de Europese Unie? Ze kan putten uit een breed arsenaal aan persoonlijke ervaringen en indrukken. Ze stelt vast dat het voorzichtige aftastende bestuur van de Habsburgers in staat is geweest een meer nationaliteiten omvattend rijk lang bijeen te houden. Groot verschil met de Europese Unie was wel dat in het Habsburgse Rijk staat en natie samenvielen. Dat is in de Europese Unie wel heel anders. Het Habsburgse Rijk was, in haar woorden, een 'soft bestuur', niet gericht op territoriale uitbreiding door oorlog. De intentie was voornamelijk verdediging van het bestaande. De keizers (koningen voor het Hongaarse deel) rommelden zich een beetje door de tijd en de problemen heen. Het was vaak halfslachtig wat ze aan oplossingen presenteerden. Uitstel en vertraging waren gebruikelijke tactieken. Maar misschien was dat nog niet zo verkeerd. Een les voor de Europese Unie? De auteur doet persoonlijk en met veel inzicht verslag van haar ervaringen in de EU en legt een vlot verband met het Habsburgse Rijk. Het boek bevat een aantal zwart-witfoto's.

Tekst op website uitgever
Europeanen klagen graag dat de Europese Unie zo verdeeld is, zo traag en zo zwak. Maar geloof het of niet, het Habsburgse Rijk was net zo. Tijdrekken, conflicten vermijden, permanent hervormen en lelijke compromissen sluiten waren hoekstenen van het Habsburgse bestuur. Met fortwursteln, doormodderen, gaven de keizers vele volkeren, talen en culturen een dak boven het hoofd – en dat maar liefst zeshonderd jaar lang. Daar kan de EU, die al even multinationaal is, nog iets van leren. Kan het zijn dat de grootste Europese zwaktes tegelijkertijd een kracht zijn? En dat Europa per definitie alles half doet, en nooit af is?

Fragment uit hoofdstuk 9
Is de Europese Unie een imperium? Lange tijd was dat een absurde vraag. Een imperium, dat was iets negatiefs. Imperia doen aan landjepik. Ze lijven anderen in, tegen hun zin, en houden onderdanen onder de duim. 'Imperium' associeerden wij met machtsvertoon en wapengekletter. Met doorgeslagen kapitalisme, uitbuiting en geopolitiek schaakspelletjes.
  Maar dit verandert. Ineens zeggen mensen: misschien is de Europese Unie toch een soort imperium. Ze bedoelen dat niet negatief, eerder als een neutrale constatering. Dit is een fascinerende ontwikkeling. Het betekent namelijk dat wij anders over onszelf en Europa gaan denken.
  Hoe komt dat? Vooral door externe factoren. Door de desintegratie van het westerse bondgenootschap. Door brexit. Doordat we niet meer door louter vriendelijke en welwillende landen worden omringd, maar door een 'ring van vuur'. 
  Europa moet steeds meer zijn eigen bonen doppen in de wereld. Zonder machtige beschermheren. In een steeds vijandiger omgeving.
  De consequentie van al deze parallelle ontwikkelingen is dat Europa voor het eerst sinds tijden aan machtspolitiek moet doen. Er zit weinig anders op. Vroeger deden de Amerikanen het voor ons. Tijdens de Koude Oorlog, onder Amerikaanse paraplu, hadden we daardoor de luxe dat we op onszelf konden focussen. In die geopolitieke luwte bouwden we onze verzorgingsstaten en ontwikkelden we onze multilaterale, softe wereldbeeld gestoeld op principes - democratie, rechtsstaat, mensenrechten. 'Macht' was, na de excessen van twee wereldoorlogen, een vies woord geworden in Europa.
  Daardoor zagen maar weinig mensen in Europa dat de EU langzaamaan wél machtig werd. We waren, vanwege dat machtstrauma, gefixeerd op de EU als vredesproject of als 'methode' om elkaar niet in de haren te vliegen. We waren altijd bang dat het weer uit de hand zou lopen. We zagen elke crisis als 'existentiële crisis' - eurocrisis, bankencrisis, vluchtelingencrisis. Hoe vaak is de EU afgelopen jaren wel niet doodverklaard? (pagina 176-177)

Terug naar Overzicht alle titels

Marc van Dijk 2

Het wonder van betekenis : op zoek naar geluk en wijsheid met Paul van Tongeren
Boom 2021, 159 pagina's  - € 15,--

Wikipedia: Paul van Tongeren (1950)

Korte beschrijving
Sinds april 2021 is Paul van Tongeren de nieuwe ‘Denker des Vaderlands’. Journalist, schrijver en kunstenaar Marc van Dijk reisde in augustus 2020 met Van Tongeren mee naar Kreta, waar Van Tongeren een achtdaagse cursus over Aristoteles zou gaan verzorgen. Tijdens die acht dagen interviewde Van Dijk de hoogleraar, luisterde naar diens colleges, en introduceert zo de lezer in de denkwereld van deze interessante denker. Het gaat over het wonder van betekenis, dus het wonderlijke feit dat de mens zich vindt in een wereld die als betekenisvol wordt ervaren. Daarbij gaat het ook over Aristoteles, Nietzsche, nihilisme, moraal, geluk, levenskunst, de hegemonie van het wetenschappelijke perspectief, over autonomie en heteronomie. En het gaat over de persoon van Van Tongeren die bewogen is met het lot en lijden van de medemens en worstelt om de consequenties van zowel Aristoteles’ als Nietzsches denken bij elkaar te brengen. Met dit boeiende portret in boekvorm wordt de Denker des Vaderlands voor een breed publiek geïntroduceerd. En dat smaakt naar meer.

Tekst op website uitgever
Denker des Vaderlands Paul van Tongeren is iemand aan wie je eindeloos vragen wilt blijven stellen. Zijn antwoorden zetten je onbevangen aan het denken. Van Tongeren is een ideale gespreksgenoot: uitdagend, meeslepend en altijd goed te volgen. 

Journalist Marc van Dijk reisde met hem mee naar Kreta, waar de filosoof een cursus gaf over geluk bij Aristoteles. Hij interviewde Van Tongeren over filosofie, geloof, verwondering en dankbaarheid. Hoe kan de 21ste-eeuwse mens leven, verdeeld tussen de orde van Aristoteles en de chaos van Nietzsche? Een reisverslag gewijd aan het geluk, de leegte en het wonder.

'Ons denken wordt uitgedaagd door het grootste wonder dat er is: dat er betekenis bestaat. Dat wij niet anders kunnen dan betekenis zien, horen, voelen, ruiken, kennen. Die betekenis is er niet zonder ons. Wat zou er überhaupt kunnen zijn zonder ons?' – Paul van Tongeren

Paul van Tongeren (1950) was hoogleraar wijsgerige ethiek in Nijmegen, Leiden en Leuven. Zijn boeken over levenskunst en over Nietzsche zijn in meerdere talen vertaald. Voor de periode 2021-2023 is Van Tongeren benoemd tot Denker des Vaderlands.

Marc van Dijk (1979) is journalist, kinderboekenschrijver en kunstenaar. Hij schrijft over filosofie voor Trouw en Filosofie Magazine. 

Fragment uit Wat voorafging
Daar zitten we dan, op het dakterras. Het eerste moment voor een interview; ik leg mijn audiorecorder op tafel. Wat moet de openingsvraag zijn? Journalisten zullen hem vragen wat hij als Denker des Vaderlands wil agenderen. Wat gaat hij dan antwoorden? Weet hij dat zelf al?
  Ik hoef niets te zeggen, Van Tongeren neemt het woord. Zoekend, maar gedecideerd: 'Ik zou het willen hebben over iets wat zolang als ik bezig ben geweest in de filosofie voor mij leidend is geweest, maar lange tijd zonder dat ik het me zelf realiseerde. Het is een gedachte die evenzeer filosofisch als religieus is volgens mij. De kortste formulering daarvan is: het wonder van betekenis. Het wordt voor mij steeds belangrijker dat het in leven en denken daarom gaat, of beter nog: dat alles daardoor gedragen wordt, alles wat bij menselijk leven hoort en alles wat er überhaupt te denken valt. Het is eigenlijk iets heel elementairs, maar ik merk soms tot mijn schrik dat het niet eenvoudig is om dat te laten zien. Vanaf het moment dat ik ging nadenken over wat ik als Denker des Vaderlands ter sprake zou kunnen brengen, bedacht ik dat ik dít aan de orde moest stellen.' (pagina 17)

Lees ook: Wij zijn de politiek : het denken van Daan Roovers van Marc van Dijk (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Erik Kaptein

Rechtsgelijkheid voor de natuur : waarom niet-menselijk leven rechten verdient
ISVW 2021, 96 pagina's  € 14, 95

Erik Kaptein (1956)

Korte beschrijving
De Franse Revolutie brak in 1789 uit na een periode van kou, misoogsten en hongersnood. Nu zitten we midden in een klimaatcrisis die o.a. zal leiden tot minder voedsel voor een groeiende wereldbevolking. Koersen we weer af op een revolutie? Aan het slot van een boekje vol zeilbeeldspraak staat een 'Gids voor een ‘zachte revolutie’', twintig suggesties om de samenleving, vooral via voedselproductie en -consumptie, ten goede te veranderen. Het niet-menselijk leven (de natuur) verdient rechten, omdat het zo belangrijk voor ons is – ook als voedsel. Duurzaam werkende boeren zouden in politiek en beleid voor de natuur moeten spreken. Landschapsarchitect Erik Kaptein (1967) heeft allerlei filosofische, juridische en technologische aanzetten tot een intrigerende theorie verknoopt, maar diept geen enkel punt echt uit. Wat voor rechten bedoelt hij precies, moeten we dit internationaal aanpakken, Europees, via de Grondwet? Van min of meer verwante initiatieven noemt hij alleen Stop Ecocide, dat in termen van strafrecht denkt. De lezer krijgt geen praktische tips en een onevenwichtige lijst ‘Verder lezen’. Moeilijk vanwege de gedachtesprongen. Storend slordige tekst en/of redactie. Bevat zwart-witafbeeldingen.

Tekst op website uitgever
De klimaatcrisis is even verwarrend als urgent. De situatie waarin onze samenleving zich bevindt, vertoont duidelijke parallellen met die van 1789. Toen moesten tijdens de Franse Revolutie de monarchie en landadel hun rechten delen met de boeren, burgers en buitenlui. Vandaag de dag heeft de levende natuur net zo weinig rechten als de horigen en lijfeigenen van toen. Er lijkt opnieuw een revolutie nodig om ook deze rechten af te dwingen.

Willen we voorkomen dat de natuur haar rechten opeist met uitstervende ecosystemen en daaraan verbonden voedseltekorten en migratiestromen, dan zullen we ook het niet-menselijk leven moeten integreren in ons rechtssysteem en staatsbestel. De levende natuur is letterlijk en figuurlijk de brandstof van onze cultuur, en zij verdient gelijke bestaansrechten. In Rechtsgelijkheid voor de natuur vertelt Erik Kaptein waarom en hoe.

Fragment uit Als het tij keert, verzet men de bakens - stellingname tegen behoudzucht
Tijden veranderen. Het liberalisme probeert zich krampachtig te vernieuwen (neo-) en he kapitalisme doet er nog een schepje bovenop (hyper-). Maar geen van beide ideologieën hebben nog afdoende antwoord op de grote maatschappelijke vraagstukken van vandaag, de klimaatcrisis en de sterk verminderde biodiversiteit op aarde. Om dit te kunnen begrijpen moet men misschien wel terug naar de tijd waarin dit gedachtegoed is ontstaan, zo'n 230 jaar geleden. Toen tijdens de Franse Revolutie de Verklaring van de Rechten van de Mens werd opgesteld. Een verklaring die gebaseerd is op de ideeën van de Engelse Verlichtingsfilosoof John Locke en de moraalfilosoof Adam Smith aan het eind van de achttiende eeuw.
 Het is ook niet verwonderlijk dat problemen niet opgelost kunnen worden door de ideologieën die ze zelf veroorzaakt hebben. Deze zijn immers verouderd en grotendeels uitgewerkt. De samenleving van vandaag valt in geen enkel opzicht meer te vergelijken met die van de achttiende eeuw. Onze sociaaldemocratie zoals die is gebaseerd op het liberalisme en hat kapitalistische systeem, reageert niet adequaat meer op de snel opeenvolgende veranderingen van vandaag. Daarmee wordt niet gedoeld op de opmars van het internet, de sociale media of technologische algoritmen, maar op het thema dat centraal staat in dit essay: het uitsterven van het natuurlijk leven op aarde. Met als gevolg een sterk verminderde biodiversiteit en het uiteenvallen van levensgemeenschappen in nauwelijks een eeuw tijd. (pagina 9-10)

Lees bijvoorbeeld ook:  De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (uit 2017) en Vuurduin : aantekeningen bij een wereld die verdwijnt (2021) van Eva Meijer én De universele rechten van de plant van Stefano Mancuso (uit 2020). 

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Stefano Mancuso



De universele rechten van de plant

Cossee 2020, 133 pagina's € 17,50

Oorspronkelijke titel: La nazione delle plante (2019)

Wikipedia: Stefano Mancuso (1965)

Korte beschrijving
De Italiaanse hoogleraar Stefano Mancuso, expert op het gebied van plantengedrag en de intelligentie van planten, past op indringende wijze de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens toe op het plantenrijk. In een achttal leesbare en informatieve artikelen verhaalt hij hoe de mens kan leven dankzij de planten en hoe alle dierlijk leven op aarde afhankelijk is en was van de schepping. Hij heeft de grondrechten van de plant opgesteld en in een aantal artikelen uitvoerig toegelicht en pleit voor een bewustere samenwerking tussen mens en natuur. Met noten. De auteur schreef eerder 'Briljant groen : de intelligentie van planten' (2017, samen met Allessandra Viola)*, 'Plantenrevolutie : hoe planten onze toekomst bepalen' (2018)** en 'Reizend groen : de wonderbaarlijke migratie van planten' (2019)***.

Tekst op website uitgever
De Natie der Planten, zo stelt Stefano Mancuso, was en is de unieke en eeuwige macht op aarde. Zonder planten zou al het leven op aarde waarschijnlijk nooit bestaan hebben.

Planten zijn al lang geleden een samenwerkingsverband met ons aangegaan, ook al merken wij daar niets van. Zo heeft de mens bijvoorbeeld door de domesticatie van granen zijn voedselproblemen grotendeels opgelost. Maar in ruil hebben graan, rijst en mais de kans gekregen om zich naar alle uithoeken van de wereld te verspreiden.

Op toegankelijke en inspirerende wijze past Mancuso de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens (1948) toe op het plantenrijk. Hij heeft de grondrechten van de plant opgesteld en in acht uitvoerig toegelichte artikelen beschreven. Bevlogen pleit hij, goed onderbouwd met nieuwe ontdekkingen en gegevens, voor de kracht van de plant en een bewustere manier van samenwerking tussen mens en natuur. Je hoeft geen bioloog of klimaatexpert te zijn om te begrijpen dat Mancuso’s De universele rechten van de plant ons nog lang zal bezighouden.

Fragment uit Artikel 5 - De Natie van de Planten waarborgt het recht op schoon water, een schone bodem en schone lucht
Ieder levend wezen moet uit de een of andere energiebron de hoeveelheid energie ophalen die nodig is om te overleven. De energie die op aarde aanwezig is, is afkomstig van de drie belangrijkste natuurlijke hulpbronnen: ten eerste de zon, ten tweede de 'oerwarmte' die een gevolg is van het nog altijd afkoelen van de aarde sinds haar ontstaan, en ten derde de warmte die afkomstig is van het radioactieve verval van sommige materialen waaruit de aardkorst en aardkern zijn samengesteld. Om praktische redenen richten we ons hier niet op de geothermische energie, maar concentreren we ons op de energie van de zon, de ware energiebron van het leven op aarde. Ook de energie die we verkrijgen door verbranding van kolen of olie is namelijk niets anders dan zonne-energie die oorspronkelijk is vastgelegd door planten (waarbij ik 'planten' bedoel in de heel brede zin van fotosynthetische organismen), net als de energie die wind, oceaanstromingen of golven genereren altijd oorspronkelijk afkomstig is van de zon. In de hoop dat de natuurkundigen en geologen ons welwillend zijn zouden we hier dus grofweg kunnen stellen dat alle energie op aarde, enkele verwaarloosbare uitzonderingen daargelaten, afkomstig is van de zon.

Nu we dit probleem hebben gereduceerd tot zijn belangrijkste termen keren we terug naar de planten en de centrale rol die zij spelen bij het waarborgen van het overleven van organismen en naar wat Timirjazev in zijn boek heeft gezegd. Volgens hem is de ware verbindingsschakel tussen de aarde en de zon niet zozeer de plant zelf, als wel een specifiek organel in plantencellen: de chloroplast (of bladgroenkorrel). In de chloroplasten voltrekt zich het wonder van de fotosynthese. Zonder deze organellen, zo stelt Timirjazev, zou er geen omzetting van zonne-energie in suikers (chemische energie) plaatsvinden. Misschien zou er dan op aarde alsnog een minimale vorm van leven kunnen bestaan, maar dat zou waarschijnlijk geen complex en talrijk leven zijn zoals wij dat nu kennen. (pagina 77-78)

Draadje (mei 2021)



Lees ook: Plantenrevolutie : hoe planten onze toekomst bepalen (uit 2018) en Reizend groen : de wonderbaarlijke migratie van planten (2019)

Lees o.a. ook: De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (uit 2017) en Vuurduin : aantekeningen bij een wereld die verdwijnt (2021) van Eva Meijer én Rechtsgelijkheid voor de natuur: waarom niet-menselijk leven rechten verdient van Erik Kaptein (uit 2021).

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels



donderdag 15 april 2021

Virginie Maris

Het wilde deel van de wereld : over de natuur in het antropoceen
Boom 2021, 224 pagina's € 24,90

Oospronkelijke titel: La part sauvage du monde (2018). Vertaling: Mieke van Hemert (onder mentoraat van Jeanne Holierhoek)

Biografie Virginie Maris (1978)

Korte beschrijving
Dit werk van de Franse milieufilosofe Virginie Maris is een pleidooi voor een andere kijk, een andere relatie met de natuur. In het eerste deel geeft ze een definitie van natuur, waarin vooral de term ‘de grote scheidslijn’ centraal staat. Deze houdt in dat de mens en zijn producten tegenover de natuur staan. Ze laat zien hoe deze zienswijze historisch is ontstaan. Het tweede deel gaat over het willen verwerpen van deze scheidslijn door het einde van de natuur aan te geven of het bestaan ervan te ontkennen. In het derde deel ligt de focus op de natuurbescherming die onderdeel wordt van het biotechnologisch, economisch of analytisch systeem. Ten slotte geeft de auteur een aantal ideeën over herwaardering van de natuur door de manier waarop we naar haar kijken te veranderen. Onze relatie te veranderen door de meervoudigheid, zelfstandigheid en continue verandering waaraan ze onderhevig is te erkennen en te accepteren. De natuur ook soms haar gang te laten gaan. Helder geschreven pleidooi met korte hoofdstukken en veel verwijzingen naar internationale filosofie en geschiedenis. Goed literair onderbouwde kritiek op de zienswijze over natuur door de eeuwen heen. De internationale focus maakt het nog krachtiger. Met noten..

Tekst op website uitgever
In het antropoceen stelt de mens zichzelf centraal en probeert hij de wereld op grote schaal te beheersen. De natuur wordt gereduceerd tot instrument en verliest haar intrinsieke waarde. Virginie Maris pleit voor een herwaardering van de natuur in haar radicale anders-zijn. Tegenover de platte, grenzeloze wereld van het antropoceen stelt Virginie Maris ‘het wilde deel van de wereld’.

Haar benadering veronderstelt een andere manier van denken over, en omgang met de natuur. Het is van belang onszelf te begrenzen, om zo de soevereiniteit van de wilde natuur zeker te stellen, en haar te beschermen tegen uitbuiting en vervreemding. We moeten ons in de wilde natuur gedragen als bezoekers van een vreemd land, niet als opzichters of beheerders.

Vooraanstaande filosoof verkondigt nieuw geluid in de discussie over het antropoceen: De natuur blijft!

‘Het wilde is alomtegenwoordig – het is de kleine woelmuis die zich een weg baant dwars door de kaarsrechte rijen maïs, het is de zwerm putters die elke winter terugkeert om zich uitbundig te goed te doen aan de zonnebloempitten in de voederbakjes in de tuin, het zijn de paardenbloemen die uit het asfalt steken, het is de torenvalk met haar nest boven in de Notre-Dame. Het is misschien ook een archaïsch, vitaal deel van onszelf.’

Dit boek is tot stand gekomen in samenwerking met Institut Français Pays Bas (IFPB).

Fragment uit 11. De verzoening : Een win-winecologie?
De bewijslast

Door de menselijke wezens, één soort op meer dan acht miljoen, wordt beslag gelegd op een kolossaal deel van de hulpbronnen en de ruimte. Hiermee treffen ze, bedoeld of onbedoeld, met name door de klimaatverandering en het verlies aan bodems door bebouwing, alle andere soorten tezamen. Geschat wordt dat de mensen zich niet minder dan een kwart van de wereldwijde netto primaire productie toe-eigenen, waarmee ze dus de productiecapaciteit van de natuur voor zichzelf wegkapen. Er mag niet worden gezwicht voor de depolitisering die we het discours van het antropoceen hebben verweten, en van meet af aan moet worden erkend dat niet alle mensen in gelijke mate bijdragen aan het verval en de teloorgang van de wilde wereld. De verschillen zijn enorm en wat er op het spel staat, is wel degelijk een levensstijl, een verlangen tot toe-eigening, uitbreiding en accumulatie dat eigen is aan de op groei gebaseerde samenlevingen waar we in leven. 
  Op dit moment wordt naar schatting ongeveer een kwart van de zoogdieren bedreigd. In de loop van de afgelopen dertig jaar zijn door het menselijk handelen vijftig tot duizend maal meer dieren uitgestorven dan natuurlijk is, en daarmee is de huidige periode een zesde episode van massa-extinctie. Ook is het aantal wilde dieren in vrije val, getuige het feit dat in de afgelopen veertig jaar het aantal exemplaren met de helft is afgenomen. Elke dag komen er op onze grondgebieden projecten bij die vernietigen wat er nog over is van natuurlijke milieus: vliegvelden, opslagloodsen, windmolen- en zonneparken, in combinatie met oncontroleerbaar uitdijende steden en zich verdichtende infrastructuur. Alleen al deze constatering zou twijfels moeten laten rijzen over ons vermogen om opbouwend om te gaan met de wilde wereld. Niet om te verklaren dat dit onmogelijk is, maar om bescheiden en oprecht op zoek te gaan naar gidsen die ons kunnen wijzen welke wegen we zouden moeten inslaan naar een vorm van samenleven die minder rampzalig uitpakt. (pagina 163-164)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels 


Koen Bruning

Samen rijk : hoe het basisinkomen Nederland een toekomst geeft
Prometheus 2021, 264 pagina's  € 19,99

Biografie Koen Bruning (2000)

Korte beschrijving
Koen Bruning is student politiek, economie en filosofie, waarbij hij gefascineerd is geraakt over alle aspecten rondom de effecten van (de introductie van) een basisinkomen voor iedereen. Alhoewel over het onderwerp veel geschreven is, is het de auteur gelukt om een nieuwe invalshoek toe te voegen aan de theorie rondom dit nieuwe economische begrip. Door uitgebreide deskresearch is een theoretisch verband getoond tussen de introductie van het basisinkomen, dat liefkozend ook wel 'vrijheidsdividend' wordt genoemd, en een betere interne cohesie tussen verschillende inkomensklassen. De externe effecten van de huidige kost verhogende sociale voorzieningen stimuleren onvoldoende het herintreden van werklozen, omdat in veel gevallen huishoudens financieel ongezonder worden. Dit boek is zakelijk geschreven en op een dusdanig prikkelende manier, dat het een aanrader is voor iedereen die affiniteit heeft met dit onderwerp. Het boek bevat enkel grafieken, eindnoten en een literatuurlijst.

Tekst op website uitgever
Twee derde van het totale vermogen in Nederland is in handen van 10 procent van de Nederlanders. Steeds meer mensen moeten harder werken dan ooit, maar hebben geen vast contract, kunnen een hypotheek wel vergeten en durven over een pensioen niet eens na te denken. Is het dan raar dat de middenklasse slinkt, dat er steeds meer onderling wantrouwen is en dat mensen populistisch gaan stemmen?

Koen Bruning heeft dé oplossing voor deze problemen: het basisinkomen. Geef iedere Nederlander 1000 euro per maand. Het is bovendien een typisch Nederlandse oplossing, die terug te vinden is in de wortels van onze geschiedenis: van Thorbecke en ons poldermodel tot de opbouw van onze ondernemende burgersamenleving.

Bruning laat in Samen rijk enthousiast en onderbouwend zien hoe het basisinkomen de democratie versterkt, polarisatie tegengaat en burgers van links tot rechts onder een universeel idee verenigt.

Fragment uit (het) Woord vooraf
'Maar verandering begint vaak bij de jongere generatie,' zo zei Tony Judt in zijn laatste boek Het land is moe. Van de Franse revolutie tot de New deal in het Amerika van de jaren dertig. Jonge mensen waren de motoren achter het debat waarin veel onvrede, maar ook hoop te horen was. Onvrede die in lijn is met onze pessimistische geest, want op basis van wat we meten moeten we met zijn allen eigenlijk wel pessimistisch zijn. 'Hoop' in lijn met ons hart, want wij allen hopen diep in ons hart dat Nederland en de wereld een mooiere plek kan worden. Zo willen en hopen Nederlanders door heel het land eigenlijk allemaal nog steeds hetzelfde: een stabiel leven met enige mate van zekerheid, geloof in de toekomst en ene land waarbinnen we het met elkaar weten te rooien. Waarbinnen de democratie gezonder is dan ooit. En toch lijken we verdeeld te zijn over hoe we daar kunnen komen. De een lijkt in het zwart te denken en ander in het wit. Er is een gevoelsafstand.
  Bas Heijne omschrijft het mooi in zijn boek Mens/Onmens:

Het zijn de emoties die het menselijke verstand in beweging zetten, tot daadkracht aansporen. De slavernij is niet afgeschaft op basis van wetenschappelijk onderzoek. Het was primair de emotie van onrecht die ons denken over gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid in gang heeft gezet.

Anders gezegd is niks dus helemaal 'irrationeel' omdat onze emotie eraan vooraf moet gaan. We moeten, kortom, eerst om iets kunnen schelen voordat we werkelijk 'rationeel' over na willen denken. Voordat we samen vooruitgang kunnen boeken, in dezelfde kleuren kunnen denken.
  Maar ondanks dit gevecht van emoties die velen van jullie tijdens het lezen van dit boek vast - en hopelijk - zal overvallen zie ik één ding heel duidelijk: een significant deel van Nederland staat al achter dit idee. Wat ik met dit boek hoop te doen is de 38 procent van alle Nederlanders die beaamd hebben ervoor te zijn, de steeds groter wordende groep die twijfelt, de rest die tegen is, en de politiek nogmaals met elkaar in debat te laten gaan. Zodat er nogmaals diep - en misschien ook 'anders' - nagedacht gaat worden over dit idee. Niet alleen om de armoede op te lossen, waar het in het betoog van anderen sterker om draait, maar vooral als politieke kans om dit land dichter bij elkaar te brengen. Om samen dit land nog ondernemender, socialer en mooier te maken. Voor iedereen op zijn eigen manier. met voor iedereen een vloer om op te staan.
  Een kans daarnaast, om de wirwar van emoties die ons land lijkt te kennen, van bedreigde gevoelens van eigenheid tot aan onbereikte universalistische dromen, aan te spreken met een idee dat een antwoord biedt op de onrust. Het boek als een soort wegwijzer voor politici en burgers. Een wegwijzer waarin ik niet zal betogen een speciaal recept te hebben die ons land kan 'helen', juist omdat, zoals we de afgelopen jaren hebben gemerkt, alle sociale ontwikkelingen een vlaag van onvoorspelbaarheid over zich heen hebben die niet in een boek te verweven zijn. Juist omdat dit boek zich beroept op inzichten die reiken van de psychologie tot de sociologe tot de economie, waardoor ik vast en zeker dingen over het hoofd heb gezien. (pagina 13-14)



Lees vooral ook: Gratis geld voor iedereen : en nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen (uit 2014, alweer) van Rutger Bregman en Fantoomgroei : waarom we steeds harder werken voor steeds minder van Sander Heijne en Hendrik Noten (uit 2020)

Verder valt op hoeveel boeken Koen Bruning in zijn literatuurlijst opneemt die (ook) op dit blog naar voren worden gebracht. Ongeveer 80 titels.

Terug naar Overzicht alle titels 



Rob de Wijk 4

De slag om Europa : hoe China en Rusland ons continent uit elkaar spelen
Balans 2021, 381 pagina's  - € 23,99

Wikipedia: Rob de Wijk (1954)

Korte beschrijving
Europa ligt onder vuur. Niet alleen is er sprake van een interne dreiging die Europa op de proef stelt (een afbrokkelende solidariteit als gevolg van de financiële crisis en corona; de Brexit), maar ook van buiten komen de dreigingen op ons af. De huidige grootmachten – hetzij in opkomst, hetzij in verval – strijden om invloed en macht in het 'oude continent'. China koopt met economische en culturele middelen invloed; Rusland lijkt er alles aan te doen om Amerika en Europa, en de Europese landen onderling, tegen elkaar uit te spelen, vaak met subversieve, ondermijnende middelen; terwijl de Verenigde Staten, zeker onder Trump, handelsoorlogen tegen Europa zijn gestart. De Nederlandse wetenschapsbeoefenaar en publicist Rob de Wijk schetst op het eerste oog een somber beeld. Niettemin komt hij in deze gedegen analyse, met prikkelende en tot nadenken stemmende vragen én antwoorden, tot een hoopvolle conclusie: Europa heeft het nog steeds in eigen hand of het naar de zijlijn wordt gedrongen of richting kan blijven geven aan de eigen toekomst. Voorzien van verwijzingen naar bronnen en literatuur in eindnoten.

Tekst op website uitgever
Ooit deelde Europa de lakens uit in de wereld, maar op dit moment wordt het continent van alle kanten belaagd, ook van binnenuit.

De Chinese president Xi Jinping ziet het continent als een wingewest. Hij is al jaren bezig invloed op de Westelijke Balkan te kopen en probeert de Europese Unie uit elkaar te spelen. Rusland voelt zich bedreigd en president Poetin voert geheime operaties uit om de NAVO te ontwrichten. President Trump maakte het de Russen en Chinezen intussen gemakkelijk door zich van zijn trouwste bondgenoten af te keren en zelf ook de aanval op Europa te openen. Premier Johnson dacht buiten de Europese Unie beter af te zijn en de Hongaarse en Poolse leiders ondermijnen de democratische rechtsstaat. Allemaal menen ze dat een sterke Europese Unie hun ambities in de weg staat.

Politieke leiders worstelen met een antwoord. De coronacrisis heeft de uitdaging nog verder vergroot. Kunnen we deze slag om Europa winnen? Kan Biden de schade die Trump aanrichtte repareren? Wordt Nederland vermalen tussen Duitsland en Frankrijk? Blijft de EU een speler in de wereld of wordt het continent de speeltuin van de wereldmachten?

De dreiging is groot, maar in het fascinerende en verrassend optimistische De slag om Europa laat een van de grootste geopolitieke denkers van deze tijd zien hoe velen hun tanden op Europa stuk bijten.

Fragment uit 7. Weltpolitikfähigkeit
Rusland speelt schaak, China go en Amerika football. Sommige collega's zijn dol op dit soort vergelijkingen. Toch vat deze oneliner mooi de vorige hoofdstukken samen. Rusland tracht zijn tegenstanders van het bord te werken met onverwachte zetten, die bestaan uit desinformatie, beïnvloedingscampagnes, de agenten van de GROe en uiteindelijk de inzet van drukmiddelen als gas en andere grondstoffen. China tracht, net zoals bij go, het hele bord in handen te krijgen. Dat doet China met de nieuwe zijderoutes, het BRI, het 17+1 forum en met behulp van handelsverdragen, investeringen en propaganda.
  In tegenstelling tot schaak en go, is football geen denksport. Het is een fysieke sport. Het beeld dat ik van football heb, zijn twee ploegen die tegenover elkaar staan, op elkaar inbeuken en terreinwinst trachten te boeken. Dat komt aardig overeen met de aanpak van Trumps Amerika: met botte macht regeringen dwingen totdat ze opgeven en zich schikken.

Alle drie de spelers lieten zich echter door rancune leiden. China en Rusland zijn revisionistische machten die niets ophebben met de huidige wereldorde. Rusland voelde zich na de Koude Oorlog door het Westen vernederd. China verwijt de oude Europese grootmachten dat zij in de negentiende eeuw van China een kolonie hebben gemaakt en in de twintigste eeuw met Amerika de wereldorde hebben bepaald. Trump stoorde zich aan 'oneerlijke' handelsakkoorden die in het nadeel van Amerika zouden zijn. maar het meest verbijsterende van dit alles is dat het Amerikaanse electorale systeem een president voortbracht die de wereldorde wilde slopen die nota bene door zijn voorgangers is geschapen.
  De enige die onder Trump pal achter de westerse wereldorde bleef staan, was de Europese Unie. Maar in plaats van voor schaak, voor go of voor football te kiezen, lijkt het wel of de landen van de Unie de spelregels voor al die sporten tegelijkertijd willen bepalen. Doordat de Unie weigert om mee te spelen, leek ze zich buiten de orde te plaatsen en zich kwetsbaar te maken voor de constante aanvallen van China, Rusland en Amerika. Maar als ze zo zwak is, waarom deden Xi, Poetin en Trump dan zoveel moeite om Europa in hun greep te krijgen?

Om dat te begrijpen moeten we weten hoe zij de Unie zien. Als je een willekeurig iemand vraagt of de EU een krachtige, geopolitieke speler is, dan is het antwoord waarschijnlijk 'nee', omdat de landen onderling te verdeeld zouden zijn. Dat antwoord wordt zelfs door politici en topambtenaren gegeven die regelmatig met Brussel te maken hebben. (pagina 303-304)

Lees ook5 over 12 : hoe Nederland toch sterker uit de crisis kan komen (uit 2012), De nieuwe revolutionaire golf : waarom burgers zich van hun leiders afkeren (uit 2016) en De nieuwe wereldorde : Hoe China sluipenderwijs de macht overneemt (2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Ellen Pasman

Kafka in de rechtsstaat : de toeslagenaffaire ontleed
Prometheus 2021, 197 pagina's  - € 20,--

Biografie Ellen Pasman (1958)

Korte beschrijving
In haar laatste boek poneert Ellen Pasman dat de recente misstanden rondom de kinderopvangtoeslag geen toeval waren, maar een symptoom van een jarenlang verwaarloosde rechtsstaat. Anders dan andere publicisten over dit onderwerp benadert Pasman – als advocate – de kwestie vooral uit puur juridisch oogpunt. Ze legt daarbij een verband met de roman 'Het proces' van Franz Kafka. Deze invalshoek is origineel, maar qua feiten voegt Pasmans betoog weinig nieuws toe aan wat eerdere boeken terzake al bloot legden. Pasman ziet als oorzaak van de problemen een juridische 'leesfout' (zie ondertitel): waar in de wet sprake was van de 'mogelijkheid' om streng te straffen, werd dat door de bestuursrechter gelezen als de 'verplichting' om streng te straffen. Pasman besluit met enkele concrete voorstellen om de schade aan ons rechtssysteem te herstellen. Met een overzicht van afkortingen en en literatuuropgave. Actueel boek voor een redelijke lezerskring.

Tekst op website uitgever
‘Wie een dergelijk proces heeft, heeft het eigenlijk al verloren,’ aldus de roman Het proces van Franz Kafka uit 1925. Dat gevoel hebben de ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire een eeuw later ook ervaren. Zij werden doelwit van de fixatie van de overheid onder de kabinetten-Rutte op bestrijding van fraude met toeslagen. Dat ging heel ver: ook degenen die geen fraude hadden gepleegd, moesten de toeslag waarop zij recht hadden terugbetalen. De reden kwamen ze niet te weten.

Hoewel de wet geen onverbiddelijke terugvordering voorschreef, interpreteerde de rechter dat wel zo. Die leesfout werd vele gezinnen fataal. Er was niemand die echt naar hen luisterde, totdat een paar journalisten en Kamerleden zich erin verdiepten. Als zij dat niet hadden gedaan, dan zou de kwestie waarschijnlijk nooit aan het licht zijn gekomen. Het kabinet zelf was niet van plan om de misstand te openbaren, en evenmin om de aangerichte schade, die inmiddels in de miljarden loopt, te herstellen.

Wat er misging met de kinderopvangtoeslagen is geen toeval, maar een symptoom van de jarenlange verwaarlozing van de rechtsstaat. Kafka een eeuw later: hoe politiek, bestuur en de landsadvocaat de argeloze burger mangelden, en de rechter dat pas na tien jaar doorhad.

Fragment uit XXI. Slot - Schaamte zonder gêne
Als en hond zei hij, het was alsof de schaamte hem zou overleven. Het proces

Schaamte. Schuld. Die woorden liggen inmiddels in de mond van de premier bestorven. Of hij het zo voelt, blijkt niet. Een samenleving die wordt gedomineerd door financieel belang van een bepaalde groep haalt het zuurstof uit de lucht en hapt uiteindelijk naar adem. Zo bezien was het een specifiek gerichte politieke bedoeling om juist degenen die ondanks hun harde werken een beroep doen op voorzieningen in tijden van economische crisis als kostenpost te beschouwen die zoveel mogelijk moest worden beperkt. Zo werd een vergissing fraude, maar was de kwalificatie van fraude geen vergissing.

De machtige overheid liet de burgers de gevolgen dragen voor iets waaraan zij níet schuldig waren, en waarvoor zij zich niet hoefden te schamen. De premier zegt zich te schamen en erkent dat er fouten zijn gemaakt, maar geneert zich er niet voor om zelf géén gevolgen te dragen. De politieke consequentie van het ontslag van het kabinet twee maanden voor de verkiezing is in dit opzicht niet van voldoende gewicht. Schaamte en schuld zijn zonder persoonlijke gevolgen niet meer dan vrome woorden. Hij liet de koning in de Troonrede in 2020 nog zeggen dat 'de inwoners van Groningen die door de aardbevingen zijn getroffen zo snel mogelijk kunnen rekenen op herstel van de geleden schade en versterking van hun huizen, en is de regering er alles aan gelegen de gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire snel te compenseren'. Gedenkwaardige woorden.

De waarde van de rechtsstaat als het belangrijkste publieke bezit is met de mond beleden en werd daarmee van waarde ontdaan door tegelijkertijd desastreuze bezuinigingen uit te voeren. Het jarenlange ondermijningsproces heeft de rechtsstaat zo gehavend dat die moet worden hersteld in zijn functie en doel. Vrij naar Einstein zou je kunnen zeggen dat dot probleem niet kan worden opgelost met de denkwijze van degene onder wiens coördinerende leiding het is veroorzaakt.

De Kamer kan het best zelf verhinderen in de val van verbouwing van wetten te trappen. Wel zal de toegang tot het recht voor alle burgers beter moeten worden gewaarborgd. Het is aan de wetgever om wetsvoorstellen beter te doordenken en betere redactie bij wetten te voeren. Goede ondersteuning zal daarbij noodzakelijk zijn. Meer regels zijn niet beter, betere regels hebben wel meerwaarde.

Bestuursrechtspraak kan het best een zelfstandig onderdeel van de rechterlijke macht worden, maar niet als onderdeel van een hof. De staat als procespartij zou er goed aan doen minder te procederen, zoals hij de burgers ook aanraadt.

De rechter zou de actieve werkwijze weer ter hand moeten nemen bij de uitvoering van zijn taak, en niet op voorhand van de rechtmatigheid van handelen van de overheid overtuigd moeten zijn, maar dat uitgangspunt steeds op zijn waarheidsgehalte moeten toetsen.

Nog is niet alles verloren. Als die omslag daadwerkelijk plaatsvindt, alleen dan zal het vertrouwen in de rechtsspraak en in de overheid kunnen berstellen.

Dan is het werk van Kafka weer literatuur. (pagina 185-187)


Lees vooral ook: Een nieuw sociaal contract van Pieter Omzigt (uit 2021), De dag dat Peter de deur dichttimmerde : waarom mensen die onze hulp het hardst nodig hebben niet geholpen worden van Albert Jan Kruiter en Clara Pels (2012), De brievenbus van Mevrouw De Vries : gekmakende post van onze (semi)overheid van Stephan Steinmetz (2013), De grote verkilling van Geert Van Istendael (2019) of Voettocht naar het hart van het land : hoe sociaal en democratisch zijn we nog van Jan Schuurman Hess (2014)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 14 april 2021

Cyrille Offermans 2

Midden in het onbewoonbare
De Arbeiderspers 2020, 621 pagina's € 27,50

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Cyrille Offermans (1945)

Korte beschrijving
Dit allegaartje aan teksten over literatuur, musea, architectuur, politiek en min of meer persoonlijke anekdotes (die nergens te dichtbij komen) heeft Cyrille Offermans (1945) geordend volgens de 12 maanden van het jaar 2019. In december, aan het einde van dit 600 pagina's tellende boek, vergelijkt Offermans schrijven met tuinieren, het winterklaar maken met het oog op het voorjaar. Hij noemt zichzelf anti-specialist en ongebreideld nieuwsgierig. Zijn historisch hermeneutische essays blijven verre van naar essenties gravende universalisten of particularisten. De essays houden zich op aan de oppervlakte van het leven. Geschreven vanuit het eigen vertrouwde middelpunt kijkt de auteur uit op een wereld die door klimaatproblemen, natuurvernietiging en sociale tegenstellingen steeds onbewoonbaarder wordt. Een uitstekend boek om dagelijks iets uit te lezen, erudiet, ondanks alles optimistisch en doortrokken van een diep renaissancistisch humanisme. Kleine druk. Met nawoord en personenregister.

Tekst op website uitgever
Met Midden in het onbewoonbare – als journaal van een denkend schrijver het natuurlijke vervolg op Een iets beschuttere plek misschien – trakteert Cyrille Offermans de lezer met genereuze hand op een caleidoscoop van teksten. Over schrijvers, kunstenaars van alle disciplines en over het eigen dagelijkse leven. Maar hoe gul en monter ook – uit veel van zijn stukken spreekt evenzeer verbijstering over een wereld die gevaarlijk uit zijn voegen barst. Ongebreidelde economische expansie, natuurvernietiging, klimaatverandering, wereldwijde armoede, oorlogen, emigratiegolven, bekrompen nationalistische politiek, blind populisme en agressief Chinees imperialisme: een wereld vlak voor een ongekende crisis. Onze eigen omgeving een eiland midden in het onbewoonbare.



Fragment uit Door katten, boeken en mensen vredig bewoond

Perec heeft een indrukwekkende opsomming van het onbewoonbare die ook bijna een halve eeuw later niets aan afschrikwekkendheid heeft ingeboet - 'vuilstortzee, prikkeldraadkusten, kaalslagaarde, massagrafaarde, lijkenbergen, modderrivieren, stanksteden / architectuur van de verachting en de opschepperij, middelmatige praalzucht van woontorens en flats, hokken die bij duizenden op elkaar zijn gestapeld, armzalige bluf van hoofdkantoren / het benauwde, het verstikkende, het kleine, het benepene, het bekrompene, het maar nét passende/ het omheinde, het verbodene, het gekooide, het vergrendelde, muren bezaaid met glasscherven, deuren voorzien van kijkgaatjes, geblindeerde ramen', et cetera.
  De elementen van deze opsomming kunnen zonder moeite met Perecs vervreemde levensgeschiedenis verbonden worden. Tegelijk is 'het onbewoonbare' ervan algemeen genoeg om iedereen, ook zoveel jaar later, nog te doen gruwen. De verwijzingen naar de kampen, de vluchtelingen, de gevangenissen, de genocide, de natuurvernietiging mogen rechtstreeks uit zijn gepijnigde bewustzijn komen, ze laten zich voor de lezer van nu makkelijk concretiseren met actuele inhouden.
  Ruimten rondom is, zoals gezegd, van 1974, kort nadat de Club van Rome ons had voorgerekend dat de grenzen van de groei waren bereikt; de oliecrisis van '73 had ons nog eens met de neus op de alarmerende feiten gedrukt. Perec was daarvan zonder twijfel op de hoogte - met woorden als 'vuilstortzee', 'modderrivieren', 'stanksteden' geeft hij blijk van zijn walging. Anno 2019 is de situatie dramatisch verergerd. Antropogene natuurrampen, ontwrichte samenlevingen - ze zijn aan de orde van de dag. Te lang hebben politici van achtereenvolgende generaties, in de ban van het heiligverklaarde neoliberalisme, de problemen ontkend en oplossingen voor zich uit geschoven; nu zijn die hun, en ons niet minder, ver boven het hoofd gegroeid. 
  De grondstoffen- en klimaatcrisis - en de oorlogen die daarvan nu al het gevolg zijn - dreigen steeds grotere delen van de wereld onbewoonbaar te maken, in de meest letterlijke zin van het woord. Omvangrijke migratiestromen lijken onafwendbaar, de nationalistische reacties daarop voorspelbaar. Steeds meer loopt West-Europa, loopt Nederland, het gevaar een eiland midden in het onbewoonbare; tegelijkertijd worden ook wij bedreigd door onbewoonbaarheid, zeker in sociale en culturele zin.
  Maar ook letterlijk: met het natuurvernietigende oprukken van troosteloze niet-plekken ter wille van alle noodzakelijk geachte groei en mobiliteit verdwijnen de oriënteringsmogelijkheden voor een gelukkig leven. Natuur wordt infrastructuur. Hectische leegte vreet de anticiperende droomkracht aan. Het is aan de creatieve intelligentsia om - in het spoor van Antonello, in het spoor van Perec en zoveel anderen - het bewustzijn daarvan te vergroten, het onbewoonbare bewoonbaar te maken, in beeld, in taal, in de realiteit. (pagina 592-594)

Recensie op L1 Cultuurcafé door Ben van Melick (duur: ca. 15 minuten)

Lees ook: Een iets beschuttere plek misschien (2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Cyrille Offermans

Een iets beschuttere plek misschien (Privé-domein nr. 302)
De Arbeiderspers 2018, 564 pagina's  € 27,99

Wikipedia: Cyrille Offermans (1945)

Korte beschrijving
De literatuurcriticus, recensent, romanschrijver, essayist en ex-leraar (1945) heeft van uitgeverij De Arbeiderspers de vrije hand gekregen om in 2017 een soort dagboek bij te houden voor publicatie in de reeks 'Privé-domein'. De actualiteit ontbreekt dus niet, want ook Offermans ontkomt niet aan de televisie en aan de oorlog in Syrië, Trumps uitglijers en ander leed in de wereld, maar een groot deel van de notities zijn herinneringen aan vrienden, kennissen, collega's, zijn scholieren en familie, aan vroeger gelezen boeken, aan gebeurtenissen die deze veelzijdige intellectueel gevormd hebben. Aangezien zijn leven de hele naoorlogse periode beslaat, is menige herinnering ook een opfrisexercitie voor de oudere lezer. Aan het dagboek zijn de langere artikelen toegevoegd die hij in 2017 schreef, zoals een necrologie van John Berger, die in 2017 overleed. De lezer krijgt ook Offermans' genuanceerde oordeel over tentoonstellingen, concerten, opera's en boeken die al of niet in 2017 het licht zagen en details over zijn familieleven, met dementerende moeder en lerende kleinkinderen. Geen letterlijk dagboek maar een verslag per maand van actualiteiten in politiek, kunst en cultuur, die worden verbonden aan herinneringen. Toegankelijk, persoonlijk proza.

Tekst op website uitgever
Heel 2017 schreef Cyrille Offermans aan wat je nog het beste zou kunnen omschrijven als een intellectueel journaal: een verzameling notities, beschouwingen, herinneringen, observaties en essayistische commentaren op gelezen boeken en gebeurtenissen in de wereld. Dat de barre werkelijkheid voortdurend zijn plaats op de voorgrond opeist, zegt genoeg over onze tijd. Het boek (en dus het jaar) begint en eindigt met de doffe ellende in Syrië. Daartussen presenteert zich een baaierd aan onderwerpen – van de Franse verkiezingen en de afnemende tekenvaardigheid van de schooljeugd tot en met uiteenzettingen over bibliomanie, de jaren vijftig, Provo, de islamitische Verlichting, de betekenis van carnaval, het verlangen naar sneeuw, de eerste woordjes van een kleinkind en de ziekte en dood van een vriendin. Er is alles in de wereld. En er is alles in dit boek.


Fragment uit Gouden jaren
(juli)
Het zou nog gekker worden. Toen ik zo'n jaar of vijftien, zestien was, hoorde ik steeds vaker verkondigen dat mijn op zijn eind lopende kindertijd, ruwweg samenvallend met de jaren vijftig, tot de treurigste en somberste van de eeuw behoorden. Daar begreep ik niets van. Had ik dan niet alleen mijn oudste herinneringen verzonnen maar ook zo ongeveer mijn hele leven tot dan toe? Uitgesloten, er moest sprake zijn van het meten met twee maten, van projecteren, generaliseren, abstraheren, hoe dan ook van het kwalificeren van mijn kindertijd op een manier die indruiste tegen alles wat ik daar zelf kersvers van vond. Zo ontdekte ik intuïtief, nog voor ik ooit van Nietzsche had gehoord, de juistheid van diens inzicht in het onvermijdelijk polyperspectivistische karakter van de waarheid.

Best mogelijk dat het Nederland van de jaren vijftig relatief arm was, zeker gezien vanuit de latere welvaartsexplosies. Maar voor ons, kinderen, waren die naoorlogse jaren een gouden tijd. Schoolfoto's moeten de indruk wekken van tucht en braafheid, in werkelijkheid waren wij vrijer dan ooit. Het kind werd nog niet als investerings- en uitbuitingsobject gezien door de onheilspellende coalitie van ouders, pedagogen, 'programmamakers', politici en kinderlokkers uit de opdringerige consumptieve wereld die het nu haast overal voor het zeggen heeft. Dat die erin zou slagen het operatiegebied van de kinderlijke verbeelding in te perken tot de schamele oppervlakte van een geprogrammeerd beeldschermpje, was nog onvoorstelbaar. De hele straat, nee, de hele bereikbare wereld was ons speelterrein, en niet alleen virtueel.

Het sombere beeld van de jaren vijftig moet voor een deel te wijten zijn aan de technische stand van zaken in de toenmalige fotografie en film. Tot in de jaren zestig was zwart-wit de norm, voor de kranten nog veel langer. Al die grijsheid moet de kleur uit onze herinneringen hebben weggezogen. Ook films die de sfeer van 'vroeger' willen oproepen, worden vaak in zwart-wit gedraaid; en sommige fotografen, van Isolde Ohlbaum tot Stephan Vanfleteren, zweren nu nog bij zwart-wit, meestal uit esthetische overwegingen, onbewust misschien ook om de breuk met grote voorgangers als Cartier-Bresson en Kertész niet onoverbrugbaar te maken. (pagina 245-246)

Lees ook: Midden in het onbewoonbare (2020)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 4 april 2021

Eva Meijer 3

Vuurduin : aantekeningen bij een wereld die verdwijnt
Maand van de Filosofie / Lemniscaat 2021, 84 pagina's € 4,99

Website Eva Meijer (1980)

Korte beschrijving
De kunstenares en filosofe Eva Meijer (1980) is de schrijfster van dit essay dat verschijnt ter gelegenheid van de Maand van de Filosofie, april 2021. Tijdens een bezoek aan Vlieland denkt zij over het Waddengebied en het unieke ecosysteem daarvan, dat aan alle kanten wordt bedreigd. Aan de hand van het gedachtegoed van schrijvers, filosofen en kunstenaars, maar ook naar aanleiding van haar persoonlijke geschiedenis die is verbonden met Vlieland, mijmert zij over uitstervende diersoorten en verdwijnende ecosystemen. Dat dieren en ook mensen verdwijnen, ligt in de loop der natuur, maar zij vraagt zich af wat daarvoor in de plaats komt en wat de mens er tegenover kan stellen. Een fraai thema dat aansluit bij de rest van haar oeuvre.

Tekst op website uitgever
‘Ik kan de zeepokken niet vinden.

Het is een warme zaterdagnamiddag in september, ik ben net aangekomen op het eiland en loop langs het water in de haven. Ik ben hier bijna twintig jaar niet geweest.’

De natuur verdwijnt. Diersoorten sterven uit, ecosystemen gaan eraan, de permafrost smelt, onze winters worden herfst. Maar wat is de natuur eigenlijk? En is het denken over een natuur die losstaat van de mens niet juist de oorzaak van veel van onze problemen, zoals de klimaatcrisis en de coronapandemie? In het essay ‘Vuurduin’ gaat Eva Meijer een week naar Vlieland. Het ecosysteem van de Wadden staat onder druk, maar er liggen ook delen van haar eigen geschiedenis op het eiland, tijd die nooit meer terugkomt. Met behulp van schrijvers, filosofen, kunstenaars en hond Doris gaat Meijer op zoek naar wat er nu precies verdwijnt en wat we ertegenover kunnen zetten.

Fragment uit 2. Dennen
Natuurcultuur

Dit essay schrijf ik voor de Maand van de Filosofie. Het moet gaan over de natuur die verdwijnt. Eerder schreef ik al dat ik weinig heb met de natuur. Natuur is een vaag begrip, ideologisch geladen, en het heeft de neiging bepaalde verschillen te verbloemen en andere juist te versterken.
  Allereerst is het belangrijk om te begrijpen dat natuur en cultuur geen tegenstellingen zijn. Donna Haraway wijst in haar werk op de rol die lichamelijke microprocessen spelen in ons bestaan, zoals zich vermenigvuldigende bacteriën, zich al dan niet delende cellen, het eten dat we opnemen en het afval dat we uitscheiden. Die processen zijn het fundament van ons leven: we bestaan uit materie, dat we leven hebben we eraan te danken. Dat is biologisch, schrijft Haraway, maar biologische processen zijn tegelijkertijd ook door en door sociaal. We zijn altijd verbonden met anderen: zowel als materie (denk maar aan een virus) als in tal van symbolische relaties en processen (denk maar aan taal of sociale verhoudingen tussen groepen mensen). Ook die bepalen hoe onze leefwerelden en lichamen eruitzien en welke betekenis we daaraan toekennen.

  De anderen tot wie we ons verhouden zijn niet alleen mensen maar ook andere dieren, planten en dingen. Het samenleven met honden heeft bijvoorbeeld de levens van mensen en honden veranderd. Haraway wijst er in The Companion Species Manifesto op dat honden actief deelnemen aan dit proces en dat de uitkomst ervan door mens en hond wordt bepaald.
Mensen kunnen individueel veranderen door te leven met een hond, maar ook onze cultuur is beïnvloed door de aanwezigheid van honden, en mensen zijn er zelfs genetisch door veranderd. Wanneer een hond en mens die van elkaar houden elkaar aankijken maken ze bijvoorbeeld het knuffelhormoon oxytocine aan, net als wanneer mensen die van elkaar houden elkaar aankijken. 

 Gedomesticeerde dieren maken dus deel uit van gedeelde culturen met mensen, die zij mede vormen. Maar ook de rest van de natuurlijke wereld bepaalt voor een deel hoe we leven en dus wie we zijn. Bomen maken zuurstof waardoor we kunnen ademhalen, er zijn schrijvers die betogen dat planten mensen gedomesticeerd hebben. De dingen hebben ook invloed, tot in onze lichamen. Het brein van taxichauffeurs verandert bijvoorbeeld door het navigeren door steden: de hoeveelheid grijze stof in de hippocampus, het deel van de hersenen dat betrokken is bij navigatie en geheugen, neemt toe naarmate ze langer hun beroep uitoefenen. Als twee taxichauffeurs een kind krijgen, geven ze dat door. En techniek beïnvloedt sociale relaties. het schijnt dat er sinds de invoering van navigatiesystemen in auto's minder echtscheidingen zijn. (pagina 32-33)

En een lange noot op pagina 28 over het begrip 'gewoon'
Normaal is niet alleen gewoon maar ook een standaard, die vaak ten koste gaat van zelf denken. Dit is geen nieuw fenomeen. Montaigne beschrijft dit in zijn Essays rond 1580 als volgt: 'Ik zou het mijn landgenoten graag vergeven dat zij alleen hun eigen zeden en gewoontes als voorbeeld en richtsnoer nemen voor wat volmaakt is; want het is een algemene fout, niet alleen van het gewone volk, maar van iedereen, niet verder te kijken dan het nest waarin je geboren bent. (...) Maar waar ik mij over beklaag is dat ze zó weinig zelfkritiek hebben dat ze zich door de heersende gebruiken volkomen laten inpakken en blindelings volgen wat op dit of dat moment in zwang is, en dat ze, al naar de mode verlangt, in staat zijn elke maand een andere zienswijze te verdedigen, ook als die lijnrecht ingaat tegen hun eerdere opvattingen.' Soms is dat komisch. 'Toen de baleinen van hun wambuis op de borst werd gedragen, bezwoeren ze bij hoog en laag dat hij daar op de juiste plaats zat; maar nu die, een paar jaar later, is afgezakt tot op hun dijen, drijven ze de spot met hun eerdere gewoonte en vinden die absurd en verwerpelijk,' schrijft Montaigne. Maar klakkeloos meebewegen met gewoontes kan ook erge consequenties hebben. Nertsen in kooien stoppen voor hun vacht is niet normaal (het fokken van dieren is al niet normaal en ze eten ook niet). Vluchtelingen laten verdrinken is niet normaal. Geld boven welzijn verkiezen is niet normaal. Het leven zelf is natuurlijk al niet normaal. Geboren worden niet en verliefd worden niet en doodgaan niet. We hebben gewoontes nodig om ons bestaan te structureren en het is pijnlijk en vermoeiend de wereld steeds opnieuw te zien. Maar toegeven aan de mal die er ligt is geen optie. Voor je het weet ben je iemand die je niet bent of niet kunt zijn, of dwing je dat af bij een ander.

Draadje (april 2021)

Interview: ‘Zonder kritisch denken krijg je totalitarisme, Shell en de VVD’ (NRC 1 april 2021)

Lees ook: De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (2017) en De grenzen van mijn taal : een klein filosofisch onderzoek naar depressie 2019)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels