zondag 31 oktober 2021

Hans Schnitzler 3

Wij nihilisten : een zoektocht naar de geest van digitalisering
De Bezige bij 2021, 144 pagina's € 18,99

Korte biografie van Hans Schnitzler (1968)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Een elite van tech-entrepeneurs is er in zeer korte tijd in geslaagd om mens en maatschappij te domineren. Sinds de introductie van de iPhone in 2007 zijn diensten als WhatsApp, Instagram, Snap- Chat of de cloud niet meer weg te denken. In vijftien jaar tijd heeft er een collectieve digitale bekering plaatsgevonden, die onze levens rigoureus veranderd heeft.

In Wij nihilisten stelt Hans Schnitzler een vraag die nauwelijks gesteld wordt: hoe heeft deze virtuele klasse dat voor elkaar gekregen? Geïnspireerd door onder andere Friedrich Nietzsches geschriften over nihilisme gaat hij op zoek naar de culturele wortels van dit succes. Zijn zoektocht dompelt de lezer onder in de wonderlijke wereld van het archetype van het internettijdperk: de nerd. Tegelijkertijd houdt hij ons een wrange spiegel voor: in feite zijn wij allemaal nerds.

De datarevolutie dreigt haar eigen kinderen op te eten. Met dit boek spoort Schnitzler ons aan om ons eigen aandeel hierin onder ogen te komen. Want pas als we ons hiervan bewust zijn is verandering mogelijk.

Fragment uit

Lees ook: Het digitale proletariaat (2015) en Kleine filosofie van de digitale onthouding (2017)

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 30 oktober 2021

Cees Zweistra

Waarheidszoekers : wat bezielt complotdenkers?
Kok boekencentrum 2021, 320 pagina's € 24,99

Wikipedia: Cees Zweistra (1986)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Actueel boek over het ontstaan en het karakter van complotdenken en hoe we met complotdenkers moeten omgaan.

De bestorming van het Capitool en de anticoronaprotesten hebben het complotdenken definitief in de openbaarheid gebracht. Onder invloed van bekende Nederlanders zoals Lange Frans en Thierry Baudet heeft een nieuwe vorm van complotdenken ook in Nederland stevige voet aan de grond gekregen. Inmiddels kennen we allemaal wel iemand die zich een waarheidszoeker noemt en die meent dat een wereldwijde elite bezig is duistere plannen uit te voeren.

In dit boek maken we kennis met het nieuwe complotdenken. In klare taal maakt Cees Zweistra duidelijk waar het nieuwe complotdenken vandaan komt en welke rol technologie heeft in het ontstaan en verspreiden van complottheorieën. Via aansprekende beelden neemt hij een stevige positie in. Want is het nieuwe complotdenken een vorm van kritiek, een on - schuldig tijdverdrijf of een alarmerend signaal van een technologische cultuur die dreigt te ontsporen?

Dit boek laat op een indrukwekkende en tegelijk smakelijke manier zien hoe de filosofie kan helpen onze eigen tijd te verhelderen. Het begint met spannende undercover journalistiek in de wereld van complot-fantasieën. Maar het wordt niet minder spannend als het zich ontwikkelt tot een duizelingwekkend veelzijdige filosofische zoektocht om het hedendaagse complotdenken niet zozeer te veroordelen, maar te begrijpen. – Paul van Tongeren (Denker des Vaderlands)

Zweistra beschrijft heel mooi hoe we tegenwoordig verscholen gaan achter onze gadgets, en daardoor de confrontatie met anderen uit de weg gaan.’ – **** NRC over ‘Verkeerd verbonden’

Fragment uit

Artikel: Filosoof Cees Zweistra legt uit waarom je complotdenkers serieus moet nemen (De Volkskrant, 28 oktober 2021)

Terug naar Overzicht alle titels

Jane Goodall en Douglas Abrams

Het boek van hoop : levenslessen voor een mooiere toekomst
HarperCollins 2021, 270 pagina's € 22,99

Oorspronkelijke titel: The book of hope : survival guide for trying times (2021)

Wikipedia: Jane Goodall (1934) en korte bio van Douglas Abrams (19?)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Wie de krantenkoppen scant – klimaatcrisis, pandemie, politieke onrust – kan soms moeite hebben optimistisch te blijven. Zelfs de grootste optimisten hebben hoop nodig, nu meer dan ooit.

In dit zeer urgente boek leert Jane Goodall, 's werelds bekendste antropoloog, ons hoopvol te leven en vertrouwen te hebben in de toekomst. Ze geeft ons vier redenen om hoop te houden: onze menselijke intelligentie, de veerkracht van de natuur, de kracht van jonge mensen en de ontembare menselijke geest.

Aan de hand van verhalen over haar bijzondere leven en carrière – van het overleven van de Tweede Wereldoorlog tot het naar buiten treden als natuuractivist – geeft Jane Goodall antwoord op de belangrijke vraag: hoe blijven we hoopvol? Haar boodschap: er is altijd hoop. En dit boek geeft het.

Fragment uit Spirituele evolutie
'Als je over spiritualiteit begint, gaan mensen soms ongemakkelijk schuifelen of ze kappen het gesprek af, uit vrees dat ze met een zweverige boomknuffelende hippie te maken hebben. Maar meer en meer is men zich ervan bewust dat onze instelling in toenemende mate materialistisch is geworden en dat we in spirituele zin op zoek moeten gaan naar een band met de natuur. Ik vind dat ook. Ik denk dat er een sterke behoefte is aan iets anders dan gedachteloos consumentisme. De manier waarop we ons hebben losgemaakt van de natuur is niet zonder gevaar. We hebben het gevoel dat we alles in de hand hebben, maar dat is niet zo - de natuur heeft ons in de hand.'
  Jane zag opeens dat het halftwee 's middags was, en dan ging ze altijd een ommetje maken met Bean, de hazewindhond. 'Hij kan gewoon de tuin in, hoor', zei Jane, 'maar het is een gewoontedier. Ik blijft niet lang weg. Maar ik wil ook koffie met een koekje. Ik las een halfuurtje pauze in.' Dat kwam me uitstekend uit, want ik had ook trek. Bovendien wilde ik mijn gedachten ordenen en ondertussen de laatste vragen voorbereiden.
  Jane hield zich aan haar woord en verscheen exact dertig minuten later weer op het scherm. Ik zei dat ik graag dieper in wilde gaan op onze morele en spirituele ontwikkeling.
  Jane pakte onmiddellijk de draad weer op.
  'Wij als soort bevinden ons op het pad van de morele evolutie, we bespreken wat goed is en wat fout, hoe we ons jegens elkaar en de maatschappij moeten opstellen, en we doen ons best democratische regeringen te vormen. Sommige mensen bevinden zich inmiddels ook op het pad van de spirituele evolutie.'
  'Wat is het verschil tussen morele en spirituele evolutie?' vroeg ik.
  'Morele evolutie is, denk ik, begrijpen hoe we ons behoren te gedragen, hoe we anderen moeten behandelen, dat we begrijpen wat rechtvaardigheid is, dat we inzien dat we een gelijkwaardiger samenleving nodig hebben. Spirituele evolutie gaat meer over mediteren over het mysterie van de schepper en de Schepper, dat we ons afvragen wie we zijn en waarom we hier zijn, en inzien dat we dele uitmaken van de wonderbaarlijke wereld der natuur. Shakespeare omschreef dat prachtig. Hij zag "boeken in stromende beken, stenen in preken en het goede in alles". Ik begrijp wat hij bedoelt als ik ergens stilsta en de glorieuze zonsondergang op me in laat werken, bijvoorbeeld, of als de zon door het bladerdek in het bos wordt gefilterd terwijl overal vogels fluiten, of als ik ergens op een heel stil plekje languit op mijn rug lig en naar de sterren kijk die langzaam beginnen te tinkelen terwijl het daglicht langzaam verdwijnt.' (pagina 232-232)

Terug naar Overzicht alle titels

Mo Gawdat

Griezelig slim : de impact van Kunstmatige Intelligentie op ons leven
Brandt 2021, 343 pagina's € 22,50

Oorspronkelijke titel: Scary Smart : The Future of Artificial Intelligence and How You Can Save Our World (2021)

Wikipedia: Mo Gawdat (1967)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Kunstmatige intelligentie kan met de snelheid van het licht informatie verwerken zonder afgeleid te raken. Ze kan in de toekomst kijken, resultaten voorspellen - maar waarom is die vooruitgang toch ook griezelig?

Rond 2050 zal kunstmatige intelligentie een miljard keer intelligenter zijn dan de mens, dus een kracht bezitten die ons kan maken of breken. Kunstmatige intelligentie kan met de snelheid van het licht informatie verwerken zonder afgeleid te raken. Ze kan in de toekomst kijken, resultaten voorspellen - maar waarom is die vooruitgang toch ook griezelig? Dat komt door ons. Mensen ontwerpen de algoritmen die bepalen hoe kunstmatige intelligentie werkt, waardoor de verwerkte informatie een onvolmaakte wereld weerspiegelt. Gaat het dan de verkeerde kant uit? Dat hoeft zeker niet: in Griezelig slim toont Mo Gawdat, auteur van de internationale bestseller De logica van geluk, wat we kunnen doen om machines de juiste dingen te leren. Met zijn ruim dertig jaar ervaring in de frontlinie van de techsector is niemand beter dan hij in staat om uit te leggen hoe de kunstmatige intelligentie zich nu ontwikkelt. Gawdat laat zien waarom we de koers van kunstmatige intelligentie nú moeten verleggen om de aarde en onszelf in veiligheid te brengen. Dit boek biedt daarmee een optimistische blauwdruk voor een bijzonder uitdagende toekomst.

Mo Gawdat is Chief Business Officer bij Google [X], ingenieur, ondernemer en auteur van dit boek. Hij heeft een indrukwekkende carrière als leidinggevende, onder andere bij Microsoft als Hoofd Communicatie met betrekking tot opkomende markten wereldwijd. Ook bij Google richtte Mo zich vanaf 2007 op opkomende markten: hij is gefascineerd door de rol van technologie om mensen zelfstandiger en succesvoller te maken. In 2013 verhuisde Mo naar de innovatieve tak van Google, Google [X], ook wel de ‘dromenfabriek’ genoemd, waar hij verantwoordelijk is voor de business strategie, planning, sales, business ontwikkeling en partnerships. [X] richt zich niet op bestaande technologieën die telkens een beetje verbeterd worden, zoals gebruikelijk is, maar legt zich juist toe op radicaal nieuwe technologieën die de wereld kunnen veranderen. Zelf noemen zij hun plannen daarom ‘moonshots’. Dat leidt tot sciencefiction-achtige ideeën zoals Project Loon, ballonnen die op grote hoogte betaalbaar internet bieden aan 5 miljard mensen op elke vierkante meter van onze planeet; of zoals Project Makani, een revolutionaire manier om windenergie te genereren met behulp van speciale vliegers. De bekendste claim to fame van Google [X] is het bedenken en ontwikkelen van de zelfrijdende auto. Naast zijn carrière heeft Mo als ondernemer meer dan twintig bedrijven mede opgericht, op het gebied van gezondheid en fitness, eten en drinken, en onroerend goed. Hij was bestuurslid in diverse technologie-, gezondheids- en fitness-, en voedselbedrijven, evenals diverse technologie- en innovatiebesturen in het Midden-Oosten en Oost-Europa. Ook begeleidt hij doorgaans tientallen start-ups. Mo woont afwisselend in Dubai en Los Angeles.

Fragment uit (de) Inleiding
Ergens ver weg, in een uithoek

Stel je om te beginnen eens een zwakke, bejaarde versie van mij voor die in de wildernis bij een kampvuur zit in het jaar 2055, exact negenennegentig jaar nadat het verhaal over kunstmatige intelligentie is begonnen op Dartmouth College, in New Hampshire. Ik vertel je wat ik sinds de opkomst van kunstmatige intelligentie heb meegemaakt, een verhaal dat ertoe heeft geleid dat we hier in deze uithoek zitten. Maar ik vertel je pas aan het einde van het boek of we hier zelfvoorzienend leven om uit de klauwen van de machines te blijven of omdat kunstmatige intelligentie ons heeft ontslagen van onze dagelijkse verplichtingen en ons de tijd, de veiligheid en de vrijheid heeft gegeven om van de natuur te genieten, om te doen waar mensen het beste in zijn: verbinden en nadenken.
  Ik vertel je dat nu nog niet omdat ik op dit moment gewoon nog niet weet hoe ons evrhaal over de machines zal aflopen. Dat, mijn vriend, hangt mede van jou af. Ja, van jou als individu. En niet van je overheid, je baas of de denkers die je volgt. De toekomst hangt daadwerkelijk van jou af. Die wordt bepaald door wat jij de komende tien jaar besluit te doen, te beginnen vanaf vandaag.
 Hier volgt een voorspelling. Ik heb in de jaren waarin ik in de voorhoede van de technologie opereerde van dichtbij meegemaakt dat we machines bouwden die slimmer zijn dan wij. Ik heb hoogstpersoonlijk bijgedragen aan de opkomst van kunstmatige intelligentie. Ik geloofd ein de belofte dat technologie ons leven voortdurend zou verbeteren. Totdat ze dat niet langer deed. Toen me de ogen werden geopend, besefte ik dat de technologie, met elke verbetering die ze ons bracht, ook iets van ons afpakte.
  Technologie vormt tegenwoordig een ongekend gevaat voor de aarde en al haar bewoners. Dit boek is niet voor de techneuten die de code ervan schrijven, de politici die beweren dat ze haar kunnen beteugelen en de experts die de hype eromheen blijven aanjagen. Die weten allemaal al wat ik je ga vertellen. Dit is een boek voor jou, voor je beste vriend of vriendin of voor je buur. Want, echt waar, wij zijn de enigen die onze toekomst gestalte kunnen geven, maar alleen als we samen het roer in handen nemen en beloven de juiste maatregelen te zullen treffen. Dit boek is een beweging, het begin van een opstand, en die moet snel beginnen omdat we nog maar weinig tijd hebben, hoe graag ik je ook anders zou willen doen geloven. De hoofdstukken van het verhaal dat ik ga vertellen, schrijven we al zeventig jaar. Het wordt tijd dat we allemaal - ook jij - er een einde aan breien. (pagina 11-13)

Recensie: Een leger van liefde tegen de robots (FD, 23 oktober 2021)

Terug naar Overzicht alle titels

Kees Klomp & Shinta Oosterwaal

Thrive : fundamentals for a new economy
Business Contact 2021, 428 pagina's € 27,99

Met bijdragen van o.a. Charles Eisenstein, Klaas van Egmond, Kate Raworth en Hans Stegeman.

Engelstalig, verschijnt december 2021

Korte bio Kees Plomp (1968) en Shinta Oosterwaal (1980)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
In ‘Thrive. Fundamentals for a New Economy’, Kees Klomp and Shinta Oosterwaal provide insights into alternative approaches to economics that are sustainable and just for both society and the planet in the long term. In twenty-four essays, internationally renowned economic thinkers like Kate Raworth, Charles Eisenstein, Clair Brown, Helena Norberg-Hodge and Daniel C. Wahl, share the alternatives that are available to us, such as doughnut economics, wellbeing economics, common good economics, regenerative economics, buddhist economics, commons economics, local economics, bioregional economics, indigenous economics and degrowth economics. Each of these approaches provides a realistic and enticing vision of a thriving future. ‘Thrive’ offers readers the fundamentals for a new economy that is rooted in the well-being of humanity and of our planet. This book is a must-read for anyone in search of economic perspectives that contribute to a flourishing world.

Fragment uit Voorwoord - door Jeremy Lent
It was four decades ago that Margaret Thatcher famously brushed aside any criticism of the neoliberal ideology taking over the world with her trademark phrase “There is no alternative.” Since then, regulations have been shredded across the globe, billions of people have been left malnourished while mega-billionaires vie for planetary domination, profit-seeking corporations have surpassed nation states as the largest economies, animal populations worldwide have been slashed to less than a third of what they were, and our civilization faces the existential crisis of climate breakdown.

And still, most people—even those concerned about the dire state of the world—organize their activities around the implicit acceptance of Thatcher’s declaration. The only way for society to be structured, it is assumed, is in the form of growth-based consumer capitalism—a system in which corporate profits ultimately drive the decisions that affect the lives of everyone on the planet, the health of the living Earth, and the destiny of future generations. Virtually all policy proposals under serious consideration to fix our grave problems work within the framework of the current system rather than examining the system itself.

There is, however, an alternative. Everywhere, in communities across the world, people are working together as part of a global transformation toward a life-affirming future. In many cases, they may not be fully conscious of the great movement in which they’re participating, but they’re driven by core human imperatives to care for others around them, nurture the living Earth, and strive to leave a healthy world for future generations to inherit.

Increasingly, people are putting a name on this global movement that is perhaps the greatest collaborative human project in history: the transition toward an ecological civilization. Our current global civilization has been built upon conceptual foundations of domination laid down over the past few millennia. Growth-based neoliberal capitalism is the ultimate manifestation of a worldview founded on separation: seeing individuals as separate from others around them and humans as separate from the rest of life on Earth. This sense of separation leads to an extractive mindset where people and other sentient beings are viewed as mere resources for exploitation. An ecological civilization, by contrast, represents a fundamentally different form of organizing society: a civilization based on principles that undergird the health and resilience of natural ecosystems, with the overriding objective to create the conditions for all humans to flourish as part of a thriving Earth.

An ecological civilization encompasses virtually every aspect of human experience: culture, values, education, technology, and just about every other domain of human society. Fundamental, however, to any civilization is the way in which people organize their economic activities. The market orientation of our current neoliberal model has infiltrated nearly every aspect of life, corroding the dignity inherent to normal human activities along with it. One of the most crucial changes required to achieve an ecological civilization is a transformation of economics—redefining it in terms of life-sustaining principles rather than merely as an algorithm for maximizing wealth accumulation.

This book provides an invaluable service to this process of transformation by bringing together the brilliant ideas of many of the leading visionaries who, collectively, are laying down pathways toward the economics of an ecological civilization. The contributors to this book comprise what amounts to a brain trust for the flourishing of future generations. They are pioneers in multiple fields of inquiry and engagement, ranging from academic to spiritual, and from rassroots activism to international policymaking.

Together, the ideas presented in this book offer a rich palette of options for redesigning the field of economics from the ground up, basing it on a solid and integrated platform of core human values. In these pages, you will discover a full-blown reassessment of economics, all the way from theory to practice. You will learn about the faulty foundations of mainstream economic theory and are invited to explore fundamentally different foundations, incorporating a deep cosmological recognition of interconnectedness and leading to a new paradigm that upholds morality and wellbeing as paramount. (pagina 9-10)

Artikel: De nieuwe economie: van circulair tot heilig (FD, 23 oktober 2021)

Terug naar Overzicht alle titels

Éric Sadin

Het tijdperk van de ik-tiran : het einde van een gemeenschappelijke wereld
Wereldbibliotheek 2021, 271 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: L'ère de l'individu tyran : la fin d'un monde commun (2020)

Weikipedia: Éric Sadin (1973)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Protesten, rellen, wantrouwen: de afgelopen jaren heeft de publieke woede een kookpunt bereikt. De oorzaken zijn bekend: toenemende ongelijkheid, slecht functionerende overheidsdiensten, politieke schandalen. Maar de heftigheid van het ongenoegen is nieuw. En dat komt door een nieuw verschijnsel: de ik-tiran. Door de opkomst van het internet, de smartphone en de sociale media zijn we onszelf als het centrum van de wereld gaan zien. We beschouwen onze mening als de enige juiste en accepteren geen gezag meer. De gevolgen zijn beangstigend. De sociale samenhang verkruimelt en het vertrouwen in overheid en politiek verdwijnt, de aantrekkingskracht van populisme, complottheorieën en geweld neemt toe. Éric Sadin geeft een meeslepend geschreven analyse van de ineenstorting van onze gemeenschappelijke wereld. Hij doet dat vanuit een uniek historisch, politiek, sociaal, economisch en technisch perspectief. Zijn doel: nadenken over de voorwaarden van een sociaal contract dat ons bij elkaar kan houden.

Fragment uit David en Goliath
Focus op het kapitaal van het ik

Begin jaren negentig veranderde er iets. Zonder dat dit als zodanig werd benoemd, ontstond een soort stelselmatig primaat van het ik op de collectieve orde. Kenmerkend hiervoor was dat mensen bepaalde manieren van denken, die tot dan toe alleen in bepaalde sectoren werden gehanteerd, vrijwillig overnamen. Dit ging in de eerste plaats om managementtheorieën. Sinds eind jaren tachtig waren die geleidelijk ontdaan van normatieve schema's waarin werknemers simpelweg als 'uitvoerders' werden beschouwd. In plaats daarvan werden individuen en werknemers geacht hun 'creatieve vermogens' tot uiting te brengen. 
Voor bedrijven had dat een dubbel voordeel: het individu werd verplicht om voortdurend het beste van zichzelf te geven en in het geval van tegenvallende resultaten kon een bedrijf het altijd op persoonlijke verantwoordelijkheid gooien. Deze principes vonden steeds breder ingang. Ook buiten de werkvloer leken ze immers goed aan te sluiten bij de tijdgeest. Ze bewezen zich als uitermate geschikt om het individu op ogenschijnlijk niet-dwingende wijze, onbelemmerd zijn talenten te laten ontplooien en van zijn persoonlijke autonomie te laten profiteren. In deze context past ook de toenemende en inmiddels algemene cultus van de zelfstandige ondernemer, die dankzij zijn vermetelheid en doorzettingsvermogen allerlei hindernissen overwint en een hogere vorm van autonomie bereikt. Misschien was niet iedereen zich hiervan ten volle bewust, maar dat werd het dominante model van hoe je zou moeten leven. (pagina 21-22)

Artikel: Hoe heel de wereld een silent disco aan het worden is (NRC, 11 oktober 2021)

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 25 oktober 2021

Colin Butfield & Jonnie Hughes

Earthshot : hoe we onze planeet kunnen redden
Luitingh-Sijthoff 2021, 334 pagina's € 21,99

Oorspronkelijke titel: Earthshot : How to Save Our Planet (2021)

Biografie Colin Butfield (19?) en Jonnie Hughes (19?)

Korte beschrijving
Vijf doelen, de earthshots, verbeteren de levenskwaliteit op aarde, ook voor latere generaties: natuur beschermen en herstellen, nieuw leven voor onze oceanen, onze lucht zuiveren, ons klimaat herstellen en bouwen aan een afvalvrije wereld. Het moet snel, voor 2030, anders is de schade onomkeerbaar. Z.K.H. prins William steunt de Earthshots Prize* die tien jaar lang aan vijf winnaars wordt uitgereikt (en hij schreef het voorwoord). Voorbeelden van problemen en al gerealiseerde oplossingen, moeilijk en makkelijk, wereldwijd en lokaal. Er is reden tot optimisme, er is al herstel te zien en de mens verandert al. In deel 2 talloze positieve activiteiten die onze planeet moeten repareren, zoals insectenteelt, herstel van ecosystemen zoals koraalriffen, opvangen van microplastics uit autobanden, gebruik van waterstof als brandstof en nog heel veel meer. Deel 3 laat zien hoe iedereen, individueel én collectief, redelijk eenvoudig het verschil kan maken. Met kleurenfoto’s en tabellen over je CO2-, en watergebruik: 1 glas melk kost bv. 1000 liter water! Van pessimisme en somberheid naar optimisme en actie. Een inspirerend boek. Bevat twee katernen kleurenfoto's.

Tekst op website uitgever
In Earthshot: Hoe we onze planeet kunnen redden tonen Colin Butfield en Jonnie Hughes (Planet Earth, David Attenborough: A Life on Our Planet) de bittere realiteit van de klimaatcrisis. Maar ze bieden ook hoop, inspiratie en innovatieve mogelijkheden, belichaamd in de Earthshot Prize. In 2020 lanceerde Prins William met zijn Royal Foundation de meest prestigieuze en revolutionaire klimaatprijs ooit. De Earthshot Prize motiveert een nieuwe generatie om de grootste uitdagingen van deze tijd aan te pakken. De boodschap van Earthshot is helder maar bovenal urgent: we hebben tien jaar om de aarde te redden. Als we nu niet veranderen, zal de aarde in 2030 onherstelbaar beschadigd zijn – met alle dramatische gevolgen vandien. Het initiatief richt zich op vijf gebieden: natuur, lucht, oceaan, klimaat en afval. Colin Butfield en Jonnie Hughes tonen in dit boek hoe we juist met deze vijf ‘earthshots’ een verschil kunnen maken. Naast Prins William laten David Attenborough, Naoko Yamazaki, Shakira Mebarak, Christiana Figueres en Hindou Oumarou Ibrahim zien welke klimaatinitiatieven de wereld nu al verbeteren – van lokaal en individueel niveau tot globaal. Earthshot is een inspirerende en hoopvolle gids voor het bouwen aan een toekomst vol biodiversiteit, groene energie, duurzame levensstijlen en een gezonde planeet.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels


Merlijn Twaalfhoven

Het is aan ons : waarom we de kunstenaar in onszelf nodig hebben om de wereld te redden
Atlas Contact 2020, 239 pagina's € 21,99

Wikipedia: Merlijn Twaalfhoven (1976)

Korte beschrijving
Twaalfhoven komt op voor een onconventionele aanpak van kunst. Muziek bv. is niet voor muffe concertzalen, je moet durven muziek uit de concertzalen te halen. Je mag kunst ook niet louter aan professionals toevertrouwen: het publiek moet bij zichzelf een kunstenaarsmindset activeren. De auteur richt zich bewust tot zijn publiek. Hij roept het op tot een meer actieve rol. Dit verklaart de wat vreemde titel van het boek. Met deze instelling krijg je ook een andere kijk op de problemen van een snel veranderende wereld. Je leert in alles de alledaagse schoonheid waar te nemen. Na het waarnemen komt het voelen (hoofdstuk 2). Om creatief te kunnen zijn (hoofdstuk 4) moet je eerst nadenken (hoofdstuk 3) over wat je wat je precies wil bereiken. Het boek is ook een autobiografie en vertelt over de vele initiatieven en reizen, van Syrië tot Brazilië, van Bosnië tot Cyprus, die Twaalfhoven heeft gemaakt. De auteur noemt zichzelf een onverbeterlijke idealist. Hij wil niet alleen kunst op een hoger niveau tillen, maar ook de heersende patronen in de samenleving doorbreken.

Tekst op website uitgever
In ‘Het is aan ons’ laat Merlijn Twaalfhoven zijn licht schijnen op hoe kunst kan helpen de wereld te veranderen. Eenieder van ons kan bijdragen aan het oplossen van kleine en grote wereldproblemen. Hoe dat werkt, laat Merlijn Twaalfhoven zien in dit bevlogen en onverbloemd idealistische boek. Als componist en theatermaker organiseerde hij overal ter wereld onalledaagse, prikkelende voorstellingen. We reizen met hem mee, naar een vluchtelingenkamp in Jordanië, een huiskamerfestival in Jeruzalem, een oude fabriek in Zaandam, de Carnegie Hall in New York en een VN-conferentie in Alpbach. Onderweg wordt duidelijk waarom schoonheid en verwondering een plek verdienen in ons dagelijks leven. Merlijn Twaalfhoven spoort ons aan de creatieve, speelse en onderzoekende houding die hij ‘de kunstenaarsmindset’ noemt, wakker te schudden. Aanstekelijk en praktisch laat hij zien hoe we die kunnen inzetten voor een betere wereld. We hebben het allemaal in ons om iets van waarde te maken - en als we onze krachten bundelen, maken we het verschil. Het is aan ons!

Fragment uit 25. De wereld is ons toneel
Ja, de wereld is ons toneel
  De vraag is: wie laten we daar het woord voeren? Zodra mensen het idee krijgen dat we met 'kunst' bezig zijn, ontstaat er een soort aarzeling, een respect voor de kunstenaar. En daarmee ontstaat ook een afstand. Het lastige is dat die afstand toeneemt naarmate we beter georganiseerd werden. Dan komen mensen minder vaak met hun eigen idee, maar vragen me: wat kan ik voor je doen? Op dat moment is het zaak om iets te vinden wat de heiligheid van kunst doorbreekt. Ik vraag dan bijvoorbeeld wat mensen graag eten. En of ze misschien een familielid hebben die muziek kan maken en mee wil spelen. Eens nam een jongen me mee door tal van kleine steegjes naar een huis waar een oom woonde die schildert. Maar die schilderijen waren niet om aan te zien. Omdat de jongen zo fijn aan het vertellen was, vroeg ik hem om een gids te worden en publiek te begeleiden. Hij werd zo zelf deel van een groter verhaal dat we samen konden vertellen.

Een artistiek idee kan een mooi begin zijn, de aanzet van een gedachte die verfrissen of opwekkend is. Maar als je echt aan een ideaal wil werken, zul je medestanders moeten vinden, krachten moeten bundelen en niet langer zelf de eigenaar van een idee of plan kunnen zijn. Het ware kunstwerk is dan niet de voorstelling, het beeld of het schilderij, maar de alchemie van het leggen van nieuwe verbintenissen.
  In Jeruzalem vonden we de verwondering  op plekken die hard geworden waren. Ik zou willen dat we overal aan de slag konden, op al die plekken waar mensen langs elkaar leven in stress of eenzaamheid, en waar we vergeten om nieuwsgierig te zijn naar elkaar

Er kan geen vrede worden gesloten met de ander zonder dat je die ander kent. Er is geen kennis zonder contact. Geen contact zonder dat je de ander kunt zien. En je kunt niet zien als je nergens voor openstaat. In een onveilige wereld is het moeilijk om open te zijn, en zo kwamen we uit bij de vraag: hoe zouden wij ene veilige plek kunnen scheppen in een plek zonder vrede?
  Het is niet makkelijk, maar altijd mogelijk. Ook in Jeruzalem vonden we beschutte plekken die speelruimte konden bieden. Ik maakte een zangstuk met Samira, de Nederlands-Marokkaanse zangeres, en het koor van een muziekschool midden in de Oude Stad. We zongen buiten op de binnenplaats van het franciscaner klooster. Tien minuten klonken stemmen, melodieën en zachte akkoorden. Toen de stilte viel, de laatste klanken vervlogen in de avond, luidde de bel van de kloosterkerk. Er was geen beweging, elk van ons hield de adem in. We waren overdonderd door het plotselinge uitbundige antwoord dat de stad ons gaf. Deze klok luidt elke avond, wellicht meerdere keren op een dag. Het hoort bij de dagelijkse gang van zaken en versmelt met de andere geluiden van de stad. Niets bijzonders, behalve vandaag. (pagina 185-187)

Terug naar Overzicht alle titels

Midas Dekkers

Wat loopt daar? : een biologische kijk op rassen
Atlas Contact, 368 pagina's  € 32,99

Wikipedia: Midas Dekkers (1946)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
In Wat loopt daar? kijkt bioloog Midas Dekkers met de ogen van de vakman naar de mensenrassen om hem heen. Hij beschrijft en ontleedt ze in al hun gedaanten, met verwondering, maar vooral ook met liefde. Met de hem eigen flair deelt Dekkers zijn brede kennis van de biologie. Hij gaat in op de evolutie en afstamming van de mensen, begrijpt hun hokjesgeest en toont zijn bewondering voor grote taxonomen als Linnaeus en Blumenbach. Dekkers viert de variatie, heeft een goed oog voor het absurde en is niet bang voor het ongerijmde. Van hondenrassen, tijgerrassen en aardappelrassen kun je onbekommerd spreken, maar wie over mensenrassen begint stuit op een probleem. Omdat het ene mensenras zich beter waant dan het andere. Racisme is een groot sociaal probleem, maar de wortel ervan, het ras, is biologisch.

Fragment uit

Interview: 'De mens is een thema met variaties' (De Volkskrant, 23 oktober 2021)

Terug naar Overzicht alle titels


dinsdag 19 oktober 2021

Jaap Seidell & Jutka Halberstadt

Andere kost : een pleidooi voor een gezonder en duurzamer voedselsysteem
Atlas Contact 2021, 238 pagina's € 22,99

Korte bio Jaap Seidell (1957) en Jutka Halberstad (19?)

Korte beschrijving
Een nieuw boek van een bekend duo, Jaap Seidell (hoogleraar Voeding en Gezondheid VU) en Jutka Halberstadt (psycholoog/docent kinderobesitas VU). Samen schreven zij ook 'Tegenwicht : feiten en fabels over overgewicht' (2011)*, 'Het voedsellabyrint : een weg uit het doolhof van eetadviezen en -trends' (2014)** en 'Jongleren met voeding : kleine en grote vragen over een leven lang gezond eten' (2018)**. De coroanapandemie heeft aangetoond dat een ongezonde leefstijl en overgewicht desastreuze gevolgen hebben voor de weerbaarheid tegen ziektes. Een pleidooi voor gezondere en duurzamere voeding is niet nieuw. Wel nieuw is dat de verantwoordelijkheid voor verandering niet voornamelijk bij de individuele mens wordt gelegd, maar bij de overheid. Een krachtig beleid moet de praktijken van de voedingsindustrie reguleren. Ultrabewerkte voedingsmiddelen spelen een kwalijke rol bij het ontstaan van overgewicht en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen. Er worden veel tegenstrijdige voedingsadviezen gegeven, maar er is consensus dat ultrabewerkt voedsel niet past in welk gezond voedingspatroon dan ook. Maar juist deze producten zijn alomtegenwoordig en vaak goedkoop. Het boek eindigt met aanbevelingen voor zowel individu als overheid. Met uitgebreide bronnenlijst.

Tekst op website uitgever
Jaap Seidell en Jutka Halberstadt maken in hun nieuwe boek ‘Andere kost’ inzichtelijk hoe de grote problemen zich verhouden tot wat er op ons bord ligt. Ons voedselsysteem kraakt in zijn voegen. Wij worden ziek, de planeet wordt ziek: verandering is bittere noodzaak. Maar veel van de problemen waarvoor we ons gesteld zien zijn van een ontmoedigende schaal. Wie heeft de macht en verantwoordelijkheid om een ommekeer tot stand te brengen? Wat kun je zelf doen, en wat moeten we samen aanpakken? Wij, individuen en consumenten, kunnen betere en bewustere keuzes maken, maar dat moet hand in hand gaan met een krachtig en samenhangend overheidsbeleid. Seidell en Halberstadt schrijven een prikkelend en informatief pleidooi dat niet alleen moet leiden tot een vruchtbaarder debat, maar nu ook écht tot verandering.

Fragment uit (de) Inleiding: onze aarde verkeert in grote problemen
Het ontbreken van een zichtbare schakel tussen ons handelen en de grote problemen die we om ons heen zien (en vice versa) kan leiden tot toenemende zorgen en tot gevoelens van onmacht en depressie. Daar zijn zelfs al termen voor bedacht als 'eco-angst', 'ecorexia', 'klimaatstress'en 'klimaatdepressie'. Dergelijk fatalisme draagt over het algemeen niet bij aan algemene oplossingen en eigen welzijn. Ook zijn er mensen die juist geobsedeerd raken door voeding en de invloed ervan op hun gezondheid. Daar is eveneens een term voor: 'orthorexia nervosa'. Obsessief gedrag helpt echter net zomin om een evenwichtig leven te leiden.

Een andere manier om met deze zorgen om te gaan is ons te wenden tot optimisten zoals de Zweed Hans Rosling. Op basis van statistieken wilde hij laten zien dat het, als gevolg van verstandig menselijk handelen, de afgelopen eeuwen wereldwijd best de goede kant op is gegaan met de levensverwachting, de economische groei, het opleidingsniveau en armoedebestrijding.

Mensen als Rosling gaan ervan uit dat menselijke intelligentie en nieuwe technologie ook andere problemen de baas kunnen. Wie de urgentie van problemen zoals het verlies van biodiversiteit, klimaatverandering en sociale ongelijkheid benadrukt, wordt door deze optimisten tot alarmist of doemdenker bestempeld. Het negeren of relativeren van de problemen en hopen op een technologische doorbraak als oplossing is echter riskant. Er ontbreekt een plan voor de situatie waarin die doorbraken niet gerealiseerd worden.

De hier gesignaleerde problemen worden wel breed erkend door gezaghebbende instituties zoals de Verenigde Naties, maar dat leidt zelden tot doortastend optreden door overheden en burgers. Dit heeft drie oorzaken. De eerste is dat politici het erg lastig vinden om de noodzakelijke draconische maatregelen, die diep kunnen ingrijpen in het leven van mensen, voor te stellen (want die trekken weinig kiezers). Daarnaast zijn er veel partijen met commerciële belangen die dit soort maatregelen proberen te voorkomen - denk aan de voedingsindustrie en bedrijven die belang hebben bij het intensieve gebruik van fossiele brandstoffen. Ten derde voelen de meeste burgers te weinig urgentie met betrekking tot de problemen: onvoldoende althans om er een comfortabele leefstijl voor op te geven en om verandering te eisen.

Het gebrek aan urgentie bij burgers om hun reisgedrag, energieverbruik en goedkope gemaksvoeding in te ruilen voor een kariger en soberder leven lijkt het lastigste obstakel voor verandering. Wanneer voldoende kiezers daar immers wel voor kiezen, wordt het voor de politiek en het bedrijfsleven aantrekkelijker om drastischer koerswijzingen door te voeren. Tegelijkertijd hebben overheden en het bedrijfsleven de verantwoordelijkheid om burgers bewust te maken van de noodzaak tot die verandering van hun leefwijze, en om hen ervan te doordringen wat voor voordelen dat zal brengen voor hen en hun kinderen en kleinkinderen. (pagina 9-11)

Artikel: Hoogleraar Jaap Seidell: 'Mensen moeten dichter bij boer gaan eten' (juli 2021)

Andere titels over ons voedselsysteem 

Terug naar Overzicht alle titels


Jan Rotmans en Mischa Verheijden

Omarm de chaos
De Geus 2021, 301 pagina's  - € 27,50

Wikipedia: Jan Rotmans (1961)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
We bevinden ons op een kantelpunt in de geschiedenis van de mensheid. COVID-19. Klimaatverandering. Verlies aan biodiversiteit. Na het laatste rapport van het klimaatpanel van de Verenigde Naties kan niemand meer wegkijken. De natuur is onze levensader. Als we die bron vernietigen, vernietigen we uiteindelijk onszelf.

Hoogleraar Jan Rotmans neemt je mee in de manier waarop hij zelf naar de wereld in transitie kijkt. Dat levert een indringend boek op, dat inzicht en overzicht biedt, een hoopvol perspectief schetst voor Nederland en de wereld, en handvatten geeft om zelf in beweging te komen. Rotmans brengt het grote verhaal terug naar het menselijke niveau.

Transities zijn mensenwerk. Wij kunnen de wereld nog redden en uiteindelijk onszelf. De keuze is aan ons.

Fragment uit 4. Hoe overleef je als bedrijf de volgende crisis?
Het is ook amper te bevatten omdat juist Shell ooit steengoed was in het ontwikkelen van scenario's en toekomstprojecties. Pakweg dertig jaar geleden werd ik door Shell benaderd om samen voorlichtingsmateriaal te ontwikkelen over klimaatverandering voor de bovenbouw van havo en vwo. Het resulteerde in een overzichtelijke brochure over oorzaken van en oplossingen voor het klimaatprobleem. Ik vond het moedig van Shell om in een tijd waarin het nog niet echt op de wetenschappelijke en politieke agenda stond de complexe discussie over klimaat te objectiveren. Toen ik een aantal jaren later bij het VN-klimaatpanel (het Intergovernmental Panel on Climate Change) in dienst was, werkte ik met de scenario-afdeling van Shell onder leiding van Ged Davis aan klimaatscenario's. Ik was onder de indruk van de kwaliteit van de jonge mensen en de tot de verbeelding sprekende scenario's die zij ontwikkelden: echte transitiescenario's gericht op radicale verandering, met kantelpunten en discontinuïteiten, waarin duurzame energie in de toekomst een primaire rol kreeg. Dat was toen hoogst ongebruikelijk, maar Shell was destijds op het gebied van scenariodenken zijn tijd ver vooruit.

Daarna is het misgegaan, omdat Shell een meer behoudende koers ging varen en minder innovatief werd. Ik uitte daar felle kritiek op en ging, tot hun ergernis, ook actievoeren tegen de onduurzame koers. Shell startte zelfs een twitteraccount, waarop alles wat ik beweerde als wetenschapper in twijfel werd getrokken. Na hevig protest van twittervolgers is dit account weer opgeheven. Ook was ik onaangenaam verrast toen Rein Willems, die van 20032 tot 2007 president-directeur van Shell Nederland was, zich mengde in het project energietransitie dat ik begeleidde en in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en VROM gestart was. Zijn benoeming tot voorzitter van de Task Force Energietransitie was tegelijkertijd de doodsteek voor het project. Hij zei letterlijk tegen mij: 'Jan, het moet niet te snel gaan, want dat is niet in het belang van Shell en ook niet in het belang van de BV Nederland.' Een paar jaar later, bij de start van het kabinet-Rutte 1 in oktober 2010 adviseerde Bernard Wientjes als voorzitter van de grootste werkgeversorganisatie VNO/NCW om met het energietransitieproject te stoppen, omdat het volgens hem te snel ging en te bedreigend was voor het bedrijfsleven, met name voor de multinationals. Aldus geschiedde, en binnen een paar weken was het over en uit en dat inmiddels een aantal transitiepaden en honderden experimenten had opgeleverd, waarbij duizenden mensen betrokken waren.

Ik voorspelde in datzelfde jaar dat Shell geen bestaansrecht meer had als het geen duurzame koers zou gaan varen. Toen werd er hard om gelachen, maar het lachen is inmiddels verstomd. De oliereus is dan ook hard geraakt door de coronacrisis en de daaruit voortvloeiende oliecrisis, waarin het bedrijf werd geconfronteerd met wat voor onmogelijk werd gehouden: een negatieve olieprijs. Zo verdampte tijdens de coronacrisis 60% van de beurswaarde en zakte een aandeel Shell onder de 10 euro, en voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog verlaagde het bedrijf zijn dividend. Beleggers kijken steeds kritischer naar Shell. 'je zal maar een beleggingsportefeuille hebben geërfd van je grootvader met pakweg Shell, ING en Unibail-Rodamco. Daar heb je slapeloze nachten van', aldus een beursexpert. Daarnaast voert het bedrijf een forse reorganisatie door, Reshape genaamd, waarbij van de 83.000 werknemers wereldwijd er 9.000 hun baan verliezen. (pagina 111-113)

Lees ook van Jan Rotmans: In het oog van de orkaan : Nederland in transitie (2012), Verandering van tijdperk : Nederland kantelt (2014) en Omwenteling : van organisaties, mensen en samenleving (2017)

Terug naar Overzicht alle titels

Jan Lucassen

De wereld aan het werk : van de prehistorie tot nu
W Books 2021, 509 pagina's € 34,95

Korte biografie van Jan Lucassen (1947)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
In het imposante De wereld aan het werk beschrijft historicus Jan Lucassen het verhaal van de werkende mens. Deze eerste echte wereldgeschiedenis van menselijke arbeid, volgt hoe de prehistorische jager-verzamelaar zich ontwikkelt tot de hedendaagse kantoormens. Een fascinerende geschiedenis die ons de weg wijst naar het begrijpen van de rol van werk in onze samenleving.

Mensen werken omdat het moet, maar ook omdat we er plezier en voldoening aan bleven. Volgens Lucassen werken we niet alleen om te leven maar is het ten diepste een manier waarop we uitdrukking geven aan onze identiteit en behoeften. Dat doen we door net als ooit de jager-verzamelaars samen te werken met anderen.

De mens geeft over de hele wereld vorm aan werk. Van China en India tot Afrika en Europa, overal wordt gewerkt. Dichtbij huis in het huishouden, maar ook in stammen, steden en staten. De verdeling van arbeid tussen mannen, vrouwen en kinderen, de rol van geld en de collectieve vereniging van arbeiders komen aan bod. Lucassen staat stil bij de impact van slavernij, migratie en jawel, vrije tijd. De wereld aan het werk is een uniek boek dat in oktober verschijnt tijdens de Maand van de Geschiedenis met als thema ‘Aan het werk.’

Fragment uit (het) Voorwoord
Het idee voor dit boek is ontstaan in de jaren negentig, in die optimistische tijd na de val van de Berlijnse muur. Het staatssocialisme had gefaald en daarmee schijnaar ook het denkbeeld dat de uitgebuite arbeider alleen bevrijding kon vinden in een volledig 'klasseloze' samenleving. In plaats daarvan kwam een nieuwe utopische droom bovendrijven. Die werd geboren in het Westen maar werd al gauw overal omarmd, met evenveel enthousiasme als waarmee Coca-Cola wereldwijd was verwelkomd. Van nu af aan, zo leek het wel, zou het ons lukken ons inkomen te vergaren als zelfstandig ondernemer door onze creatieve talenten te verhuren aan de hoofste bieder. We zouden misschien maar een paar uur per dag of zelfs per week hoeven werken. Ja, we zouden zó succesvol zijn dat we uiteindelijk tijd zouden overhouden - zeeën van verrukkelijke vrije tijd. Niet productie zou ons leven definiëren, maar consumptie.

Cruciaal in deze utopie is het idee dat alleen losers werken voor iemand anders; de nieuwe ware winnaars zijn de zzp'ers en de ondernemers, en iedereen hunkert naar een 'portfoliocarrière'. En hoewel de bankencrisis van 2008 en meer recent de wereldwijde coronapandemie het enthousiasme enigszins hebben getemperd , is deze utopie nog springlevend, al was het maar door gebrek aan een serieus alternatief. De ondernemer een held, de gewone werknemer een loonslaaf.

Deze misvatting is wijdverbreid. Ze leeft immers niet alleen onder voorstanders van de 'vrije' markt, maar is evenzeer een bron van links utopisch denken; hier uiteraard niet door het ophemelen van zelfstandig ondernemerschap, maar door de verheerlijking van loonarbeid voor de gemeenschap en, daarmee samenhangend, de notie van welverdiende vrije tijd.

Ik ben me steeds meer gaan storen aan deze kijk op mensen die gewoon hun werk doen als hetzij uitgebuite slachtoffers, hetzij weinig vindingrijke en fantasieloze sufferds. Niet dat ik iets heb tegen de ondernemingsgeest van het individu. Maar is werk - en daarmee bedoel ik hier specifiek loonarbeid en het kleine ondernemerschap zonder de utopische vergezichten van grenzeloze expansie - een uitstervende dagvulling? Vinden we de geschiedenis van het werk van de gewone man en vrouw dan ook niet meer belangrijk? En wat betekent de verheerlijking van vrije tijd en ondernemerschap voor de vrouwenemancipatie en het streven naar gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt (om nog maar te zwijgen over de waardering van huishoudelijk werk)? (pagina 7)

Lees vooral ook: Werk : een geschiedenis van de bezige mens - van de oertijd tot heden van James Suzman (uit 2020),  Werk in de 21e eeuw : arbeid, macht en welvaart in het digitale tijdperk van Ryan Avent (uit 2017) of De ambachtsman : de mens als maker van Richard Sennett (uit 2008)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 17 oktober 2021

Dave Eggers 2

Het alles
De Bezige bij 2021, 512 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: The Every (2021)

Wikipedia: Dave Eggers (1970)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Het Alles speelt zich een paar jaar na De Cirkel af, in een wereld waar het machtigste internetbedrijf op aarde alle andere succesvolle computerbedrijven heeft overgenomen en het rijkste en gevaarlijkste – en gek genoeg meest geliefde – monopolie ooit is gecreëerd: Het Alles.

Delaney Wells lijkt niet bepaald de ideale nieuwe werknemer van Het Alles: als voormalig boswachter staat ze zeer sceptisch tegenover de nieuwe technologie, maar toch weet ze dankzij haar charmes een baan te krijgen. Ze is een vrouw met een missie, en heeft maar één doel voor ogen: het bedrijf van binnenuit vernietigen. Samen met haar partner in crime, de flegmatieke Wes, gaat ze op zoek naar de zwaktes van Het Alles, in de hoop de mensheid te bevrijden. Maar voor wie strijdt Delaney eigenlijk? En wil de mens wel écht vrij zijn?

Fragment uit

Lees vooral ook: De cirkel (2013)

Interview: Dave Eggers: ‘Dankzij Amazon en Apple leven we als goudvissen in een kom’ (De Volkskrant 14 oktober 2021)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 13 oktober 2021

Floor Milikowski 2

Wij zijn de stad : de buitenwijk als kloppend hart
Uitgeverij Pluim 2021, 108 pagina's € 12,99

Reeks: Vitale ideeën voor de wereld van morgen

Website Floor Milikowski (19)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Op steeds meer plekken in de stad nemen buurtbewoners het heft in handen. Zij kennen de buurt en haar bewoners beter én langer dan wie dan ook en ontwikkelen plannen om de hechtheid van de buurt te bevorderen of in stand te houden. De toekomst van superdiverse steden, betoogt Floor Milikowski, ligt juist hier, waar het barst van de jonge, ambitieuze kunstenaars, ondernemers en maatschappelijk werkers. Gesterkt door de gemeenschappen waaruit zij komen, bundelen ze de krachten – voor een gelijkwaardigere toekomst, waarin niemand wordt vergeten. Van de vrouwennetwerken in de Bijlmer tot de maatschappelijk ondernemers uit Nieuw-West: het is een wijdverbreid fenomeen dat een nieuwe sociale dynamiek blootlegt. Wij zijn de stad is een inspirerend boek over de kracht van de gemeenschap en de voor beleidsmakers vaak onterecht onzichtbare rijkdom in de buitenwijken van Amsterdam.

Fragment uit De gemeenschap
Een vitale gemeenschap brengt individuen tot bloei en zou daarom het uitgangspunt moeten zijn bij iedere ontwikkeling, concluderen McKnight en Kretzmann. Ze stelden een lijst op met zes bouwstenen die bepalend zijn voor de kracht en de vitaliteit van een buurtgemeenschap, de kracht van verenigingen, de middelen van openbare, particulieren en non-profitinstellingen, de fysieke hulpbronnen in buurten, de economische middelen van buurten en de verhalen en het erfgoed van buurten. De mate waarin deze bouwstenen aanwezig zijn in een buurt hangt nauw samen met de manier waarop bewoners aankijken tegen hun eigen gezondheid en welzijn, de relatie met en opvoeding van hun kinderen, de buurteconomie, sociale rechtvaardigheid, comfortabel ouder worden en lokale democratie.

De ABCD-methode is een vorm van 'samenlevingsopbouw' waarin niet de problemen van een lokale gemeenschap centraal worden gesteld, maar de krachten, taleneten en netwerken die in de buurt aanwezig zijn. Het is geen stappenplan met een duidelijk eindpunt dat leidt tot een overzichtelijk lijstje met behaalde doelen, maar een permanente werkwijze om de gemeenschap voortdurend te versterken en te onderhouden. Daarin zijn de bewoners zelf leidend en is de overheid er om te faciliteren.

McKnight en Kretzmann lieten zich inspireren door gemeenschapsactivist en politiek theoreticus Saul Alinsky, ook wel 'de vader van de samenlevingsopbouw' genoemd. Vanaf het einde van de jaren dertig van de vorige eeuw streed Alinsky, een zoon van Joods-Russische immigranten, voor betere leefomstandigheden voor arbeiders in zijn eigen Chicago en in andere delen van de Verenigde Staten. Zijn eerste grote succes als gemeenschapsactivist behaalde hij in een sloppenwijk bij de Chicago Stock Yards, waar duizenden arbeiders uit de vee-industrie in erbarmelijke omstandigheden woonden. Alinsky bracht de cultureel zeer diverse mix van arbeiders, kleine winkeliers, vakbondsleiders en lokale kerken bijeen in een buurtraad, de Back of the Yards Neighborhood (BYNC). Met als motto 'We the people will work out our own destiny' en ondersteund door Alinsky wist de buurtraad bij de gemeenteraad meer investeringen en meer vrijheid en zeggenschap af te dwingen bij het vormgeven van de buurt en de gemeenschap. Door BYNC als lokale democratische organisatie, die zich richtte op de specifieke vragen en behoeften van de gemeenschap, veranderde de beruchte sloppenwijk in een modelbuurt voor arbeiders. Alinsky werd geprezen door politici en bestuurders die erkenden dat hij een belangrijke stem had gegeven aan mensen die voorheen niet werden gehoord. Hij had de basis gelegd voor een veilige, vitale en bloeiende gemeenschap waarin mensen veel meer zeggenschap hadden over hun leven en toekomst. (pagina 27-29)

Artikel: Nederland kent ook een geografische kloof (De Groene Amsterdammer, oktober 2021)

Lees ook: Een klein land met verre uithoeken : ongelijke kansen in veranderend Nederland (uit 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


Melanie Joy

Waarom we van honden houden, varkens eten en koe dragen : een introductie in carnisme
Uitgeverij Noordboek 2021, 248 pagina's - € 19,90 

Oorspronkelijke titel: Why We Love Dogs, Eat Pigs, and Wear Cows (2009)

Wikipedia: Melanie Joy (1966)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Een introductie in carnisme, met een voorwoord door Yuval Noah Harari Het meest gangbare dieet in onze cultuur had tot nu toe geen naam. Dit boek brengt daar verandering in. Het heet ‘carnisme’. Het is de culturele gewoonte om vlees te eten; een gewoonte die velen van ons is aangeleerd en die ideologische trekjes vertoont. In dit spraakmakende en bekroonde boek bespreekt bestsellerauteur Melanie Joy de carnistische ideologie waarmee we geweld tegen dieren goedpraten. Als ideologie blijkt het carnisme zo sterk dat we zelfs de impact van de vee-industrie op het milieu wegwuiven. Een uitdagend boek dat je ideeën over vlees en zuivel voor altijd zal veranderen. ‘Dit boek helpt ons uit ‘de box van het ‘carnisme’ te stappen, zodat we in staat zijn kritisch naar het systeem te kijken en te zien hoe we zelf onderdeel van de oplossing kunnen zijn en kunnen bijdragen aan een duurzamere wereld met meer compassie.’ - Yuval Noah Harari in de inleiding Dr. Melanie Joy studeerde psychologie aan de Universiteit van Harvard; ze is een veelgevraagde spreekster en auteur van vijf boeken, waaronder het bekroonde Beyond Beliefs: A Guide to Improving Relationships and Communication for Vegans, Vegetarians, and Meat Eaters; Powerarchy: Understanding the Psychology of Oppression for Social Transformation; en Getting Relationships Right. Haar werk heeft wereldwijd media-aandacht gekregen en zelf mocht ze meerdere onderscheidingen in ontvangst nemen, waaronder de Ahimsa Award — eerder uitgereikt aan de Dalai Lama en Nelson Mandela — voor haar werk op het gebied van wereldwijde geweldloosheid. Melanie Joy heeft lezingen en trainingen gegeven in meer dan vijftig landen en is daarnaast de oprichtster van de liefdadigheidsorganisatie Beyond Carnism. Meer informatie over haar werk is te vinden op carnism.org

Fragment uit

Artikel: 'Dieren eten is een uiting van geweld' (NRC vrijdag 8 oktober 2021)

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 4 oktober 2021

Kristoffer Hatteland Endresen

Het varken : het verhaal van een dier van vlees en bloed
Atlas Contact 2021, 270 pagina's € 22,99

Oorspronkelijke titel: Litt som os (2020)

Korte biografie Kristoffer Hatteland Endresen (19?)

Korte beschrijving
Wat is een varken eigenlijk voor dier, anders hamlappen, worstjes en karbonades? De Noorse auteur (1983) zoekt het antwoord onder andere door te gaan werken op een varkensboerderij. Bijvoorbeeld om zo de ontwikkeling van pasgeboren biggetje tot slachtrijp varken te kunnen zien. Tegelijkertijd om te kijken naar wat de dieren bezighoudt, of juist niet. Wat ze ervaren enzovoort. Dat is de lijn in het boek met bij elk hoofdstuk uitstapjes naar allerlei gerelateerde onderwerpen, zoals teelt en verzorging (in Noorwegen), de evolutionaire oorsprong, archeologie, dierenwelzijn, (beroeps)ethiek, religie (onder andere antisemitisme en spijswetten), klassieke schrijvers (en hun feesten), sociale en culturele aspecten, klimaatconsequenties (voeding en uitstoot), proefdieren, intelligentie en hersenbouw, pandemieën. Kortom: het is veel meer dan kijken naar een varken. Naast veel objectieve informatie (ruimschoots ondersteund door literatuur en noten) wordt de lezer opgeroepen tot nadenken, ook over voedselkeuze en de verantwoordelijkheid van mensen voor de wereld. Wie geïnformeerd wil worden gaat dit lezen! Door de brede informatie een aanrader.

Tekst op website uitgever
In Het varken verkent Hatteland Endresen de vele facetten van dit bijzondere dier. Springend van de biologie naar de archeologie en van de filosofie naar medische wetenschappen laat hij zien waarom varkens méér zijn dan een stuk vlees: waarom het het waard is ze eens in de ogen te kijken. De relatie tussen varkens en mensen zit vol tegenstrijdigheden. Varkens worden al eeuwen geassocieerd met viezigheid en ‘onreinheid’, maar zijn ondertussen wel de meest gegeten diersoort ter wereld. Ze zijn genetisch nauw verwant aan de mens, maar worden vetgemest in mensonterende omstandigheden. Hoe kan dat? En wat zegt dat over ons? Kristoffer Hatteland Endresen besloot om het dier achter zijn supermarktkarbonaadje te leren kennen en meldde zich aan bij een varkenshouderij. Daar doorgrondde hij niet alleen een megalomaan en industrieel productieproces. Bovenal ontdekte hij wat een mooie, slimme en veelzijdige dieren varkens zijn, die – als we eerlijk zijn – maar heel weinig van ons verschillen.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 2 oktober 2021

Rens Bod

Een wereld vol patronen : de geschiedenis van kennis
Prometheus 2019, 473 pagina's € 39,99

Wikipedia: Rens Bod (1965) en de website World of patterns.

Korte beschrijving
De auteur van dit indrukwekkende boek verhaalt aan de hand van patronen met onderliggende principes en evolutieprocessen, de geschiedenis van de kennis die de mens heeft opgedaan sinds hij voet op Aarde zette. De grootste verandering in de natuurwetenschappen vond plaats tijdens de Neolithische Revolutie ongeveer 10.000 v.Chr. Uitermate boeiend wordt geschreven over de domesticatie, het proces waarmee dieren en planten door selectie en fokken steeds meer aangepast raken aan het leven dicht bij en in dienst van de mens. Dit waren vormen van rationeel denken die de wereld veranderden. Dit boek bestaat uit tien casuswetenschappen, waaronder wiskunde, sterrenkunde, taalkunde, geschiedwetenschap en rechtswetenschap. Gedegen is het hoofdstuk over de interpretatie van de sterrenkunde en astrologie en patronen in planeetbewegingen en eclipsen. Het boek eindigt met de toekomst van de kennis in een digitale wereld. Voorzien van zwart-witillustraties, een notenapparaat en een personen- en zakenregister. Aanbevelenswaardig voor lezers met kennis van zaken over dit onderwerp.

Tekst op website uitgever
Het idee dat de wereld kan worden begrepen aan de hand van patronen en onderliggende principes is een van de belangrijkste inzichten van de mens. Dit boek gaat over deze uniek menselijke zoektocht die meer dan 40.000 jaar geleden begon met het krassen van streepjespatronen op mammoetbotten en die heeft geleid tot de wetenschappen van vandaag. Welke routes heeft menselijke kennis doorlopen om van dit bescheiden begin uit te groeien tot onze moderne inzichten over natuur en cultuur?

In een meeslepend verhaal geeft Rens Bod antwoord op deze vraag en laat hij zien welke rol patronen en principes in verschillende culturen hebben gespeeld. Hij verschuift de natuurwetenschappen en Europa uit hun centrale positie waarna de ene na de andere ontdekking volgt. Wie wist dat inenting niet in Europa maar in China is uitgevonden? En wie wist dat vele wiskundige en sterrenkundige inzichten op het conto van de Indiase Kerala-school staan? En dat rechtswetenschappelijke concepten zowel de astronomie als de taalkunde hebben vormgegeven? Rens Bod legt het haarfijn uit in deze fenomenale overkoepelende geschiedenis van kennis en wetenschap.

`De geschiedenis van menselijke kennis biedt een goudmijn aan ideeën en praktijken die niet alleen van belang zijn om het verleden te doorgronden maar die ook doorslaggevend kunnen zijn voor het heden. Het is de herculische taak van de historicus om kennispraktijken uit alle perioden en uit alle delen van de wereld bijeen te brengen en toegankelijk te maken.’

Rens Bod is hoogleraar Computational and Digital Humanities aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in de computationele taalkunde en in de geschiedenis van kennis. Zijn eerdere boek De vergeten wetenschappen is vertaald in zeven talen en meermalen bekroond.

Fragment uit 6. De ontdekking van patronen in herleidingen: moderne tijd
newton: aardse en hemelse mechanica - inzichten over regelmaat vs. afwijking

In tegenstelling tot de andere wetenschappers die we hier hebben besproken, was de Engelsman Isaac Newton (1643-1727) niet opgeleid als allround humanist. Natuurlijk moest Newton het Latijn op de middelbare school onder de knie krijgen, en eveneens zal hij de talige disciplines van het trivium in de artes liberales (grammatica, retorica, logica) hebben gevolgd. Maar deze disciplines warend dermate ouderwets, dat Newton tijdens zijn opleiding niet werd ingewijd in de finesses van de eigentijdse filologie. Wel maakte hij aan de Universiteit van Cambridge kennis met de aristotelische filosofie, maar zijn interesses gingen  al vroeg uit naar de moderne astronomen en natuurfilosofen, zoals Copernicus, Galileo, Kepler en Descartes. Bovenal was Newton geïnteresseerd in de wiskunde en raakte hij gefascineerd door het werk van Isaac Barrow (1630-1677) die in Cambridge een methode voor de bepaling van raaklijnen had ontworpen. In de jaren zestig deed Newton de ene wiskundige ontdekking na de andere, en in 1672 werd hij gekozen tot lid van de in 1600 opgerichte Royal Society.

Newton liet zich ook kennen als een uitmuntend opticus en instrumentenbouwer. Hij ontwikkelde in Opticks een deeltjesmodel van licht waarmee hij breking en weerkaatsing kon verklaren. In 1668 bouwde Newton de eerste werkende spiegeltelescoop, die niet met lenzen maar met spiegels werkte. En hij schepte er groot genoegen in om de door andere geleerden gevonden wetten zelf opnieuw af te leiden. Hoewel Newton aan de Universiteit van Cambridge een aanzienlijke status had, waren universiteiten in vroegmodern Engeland niet veel meer dan onderwijs- en netwerkscholen; het toonaangevende onderzoek vond plaats aan de Royal Society. Het waren drie heren van deze Society, Robert Hooke, Christopher Wren en Edmund Halley, die Newtons onderzoek tot het hoogste niveau wisten op te stuwen.

Zoals bekend uit een brief van Halley hadden deze drie heren op een woensdag in januari 1684 een lang onderling gesprek over de vraag hoe planeetbewegingen konden worden uitgerekend als deze werden bepaald door een aantrekkingskracht vanuit de zon. Dat deze aantrekkingskracht - de zwaarte- of gravitatiekracht - omgekeerd evenredig moest zijn met het kwadraat van de afstand, was bijna vanzelfsprekend voor deze heren. In Halleys brief lezen we hoe sterk in de tweede helft van de zeventiende eeuw de ideeën van Galileo en Descartes genesteld waren. Het probleem was echter hoe men uit een omgekeerde kwadratenwet de baan van een planeet kon berekenen. Het ondertussen aanvaarde empirische resultaat van Kepler dat planeten in ellipsen bewegen, moest kunnen worden verklaard uit zo'n omgekeerde kwadratenwet. Hooke schepte op dat hij deze klus wel kon klaren, maar de twee anderen vertrouwden daar niet zo op. Voor deze klus was een nieuwe vorm van wiskunde nodig, de zogenaamde infinitesimaalrekening. Newton had hier al enige tijd in stilte aan gewerkt, zonder erover te publiceren, maar de heren van de Royal Society vermoedden dat als iemand dit geweldige probleem kon oplossen, dat dit Newton moest zijn met zijn reputatie van uitmuntend wiskundige.

Halley liet het er niet bij zitten en aangezien hij toch in Cambridge moest zijn ging hij op bezoek bij de hoogleraar. Het moet voor Newton een verademing zijn geweest te kunnen communiceren met iemand van (bijna) zijn eigen kaliber. Toen Halley hem de vraag stelde welke baan een planeet zou hebben als deze wordt aangetrokken door een kracht die omgekeerd evenredig is met het kwadraat van de afstand, antwoordde Newton prompt dat hij al jaren geleden had aangetoond dat uit zo'n kracht volgt dat de planeetbaan een ellips is. Maar hij kon zijn aantekeningen nu even niet vinden en beloofde Halley het bewijs snel toe te sturen. Newton ging in de daaropvolgende maanden als een bezetene aan het werk om zijn aantekeningen (of die nu wel of niet bestonden) om te werken tot een leesbaar geheel, dat uitmondde in het geschrift De motu corpurum in gyrum. Dit werd de kern van zijn latere, beroemde werk Philosophiae Naturalis Principia Mathematica ('Wiskundige Principes van de Natuurfilosofie') uit 1687, gewoonlijk de Principia genoemd.

Lees ook: Leven is eenvoudig : Ochams scheermes en een nieuwe geschiedenis van de wetenschap en het heelal (2021)

Lees ook een artikel over boeken met in de titel 'geschiedenis - al dan niet' klein': Een kleine geschiedenis van … (september 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Johnjoe McFadden

Leven is eenvoudig : Ockhams scheermes en een nieuwe geschiedenis van de wetenschap en het heelal
Atlas Contact 2021, 405 pagina's  - € 29,99

Oorspronkelijke titel: Life is simple : how Occam's razor set science free and unlocked the universe (2021)

Wikipedia: Johnjoe McFadden (1956)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
In ‘Leven is eenvoudig’ richt Johnjoe McFadden een monument op voor William van Ockham, een dwarse denker, die volgens hem als oervader van de moderne wetenschapsbeoefening mag worden beschouwd. We volgen het scheermes in de handen van Copernicus, Galilei, Newton, Darwin en Einstein. En passant verklaart McFadden de oorsprong en evolutie van ons heelal. Engeland, veertiende eeuw. Een franciscaner monnik, William van Ockham, gaat in tegen de dan heersende theologische opvatting en scheidt wetenschap van religie. Zijn nieuwe filosofische positie brengt hem in conflict met de paus en Ockham vlucht naar München. Ockhams scheermes (de these dat alle aannames die niet bijdragen aan het verklaren van een verschijnsel moeten worden weggelaten) is tegenwoordig een van de bekendste theoretische principes. Gek genoeg is de naamgever Ockham zelf minder bekend.

Fragment uit 19. De eenvoudigste van alle mogelijke werelden?
Voor een planeet is een sterrenstelsel nodig

Albert Einstein paste in 1915 zijn algemene relativiteitstheorie toe op de hele kosmos. Tot zijn verrassing ontdekte hij dat het door zijn theorie voorspelde heelal niet stabiel was: het heelal moest ofwel krimpen, ofwel uitdijen. Om deze instabiliteit te corrigeren en een statisch heelal te genereren voegde Einstein een kosmologische constante toe, een soort energie in de ruimte die een druk tegen samentrekking verschafte. Maar in 1929 mat de sterrenkundige Edwin Hubble de snelheden van sterrenstelsels en ontdekte tot zijn verbazing dat ze allemaal van ons vandaan bewegen vanwege een expansie van het heelal. Einstein nam afstand van zijn kosmologische constante en noemde het de 'grootste blunder' in zijn leven.

Als het heelal steeds verder uitdijt richting toekomst, dan moest het veel kleiner zijn geweest in het verleden. Als we ons huidige heelal nemen en de klok terugdraaien, dan kunnen we voorspellen dat ongeveer 13,8 miljard jaar geleden, toen ons heelal nog maar ongeveer één seconde bestond, alle materie daarvan was samengeperst in een superhete bol ter grootte van ongeveer ene appel, gevuld met een soort gas van fundamentele deeltjes. Dit appel-heelal dijde vervolgens uit in de oerknal met een krachtige flits van straling, die Arno Penzias en Robert Woodrow Wilson 13,8 miljard jaar later registreerden met hun hoorantenne op een heuvel in New Jersey. Maar Panzias en Woodrow zouden nooit op de heuvel hebben gestaan, en er zou nooit een heuvel in New Jersey hebben gelegen, als er geen neutrino's waren geweest.

De eerste rol die neutrino's speelden in ons bestaan, bestond uit meewerken aan de ontbranding van sterren. Toen het heelal na de oerknal begon uit te dijen, smolten waterstof en kleine hoeveelheden helium samen onder invloed van hun zwaartekracht en vormden zich protosterren. Aanvankelijk waren dit donkere objecten, maar naarmate hun dichtheid toenam fuseerden de waterstofprotonen en vormden heliumkernen, die de nucleaire fornuizen van de sterren ontstaken en de eerste stralen van sterrenlicht in het heelal vrijgaven. Neutrino's spelen een essentiële rol in deze reactie. Zij zijn nodig om te voldoen aan een van de behoudswetten uit de stelling van Emmy Noether, in dit geval de wet van het behoud van leptonen. Volgens deze wet moet de totale hoeveelheid leptonen (elektronen, muonen, taudeeltjes, neutrino's) constant blijven. Dit is bij een kernfusie in een ster alleen mogelijk door het vrijkomen van grote hoeveelheden neutrino's bij steruitbarstingen. Neutrino's zijn dus verre van overbodig; als er geen neutrino's waren, dan zou het heelal donker en zonder leven zijn.

Neutrino's speelden ook een belangrijke rol in de verspreiding van elementen die essentieel zijn voor leven naar regio's waar leven kan ontstaan. De oerknal produceerde waterstof en helium, maar geen koolstof, stikstof, fosfor of zwavel. Deze zwaardere elementen, die essentieel zijn voor leven, werden geproduceerd door kernsynthese in het superhete binnenste van sterren, maar ze konden niet benut voor leven zolang ze ingesloten zaten in de heetste objecten in ons heelal. Op dit punt waren die kleine neutrino's ook weer een zeer belangrijke factor. (pagina 350-352)

Artikel: Wetenschap is eenvoud (Trouw, 25 september 2021)

Lees ook een artikel over boeken met in de titel 'geschiedenis - al dan niet' klein': Een kleine geschiedenis van … (september 2018)

Terug naar Overzicht alle titels