woensdag 29 september 2021

Maarten Reijnders

Complotdenkers : hoe gevaarlijk zijn QAnon, nepnieuws en samenzweringstheorieën?
Aspekt 2021 (derde herziene druk), 324 pagina's € 19,95 

Website Maarten Reijnders (1976)

Korte beschrijving
Aan de hand van recente Nederlandse voorbeelden, klassiekers als UFO’s en de moord op John F. Kennedy en vanzelfsprekend de WTC-aanslagen wordt beschreven hoe complotdenkers te werk gaan en wat de gevolgen zijn van hun theorieën. De schrijver verdiept zich al jaren in de materie en heeft diverse Nederlandse complotdenkers geïnterviewd. Dit levert soms vermakelijke, maar vooral schrijnende verhalen op, waaruit blijkt dat de reputatie en emoties van onterecht beschuldigde mensen ernstig worden geschaad. De beschuldigingen tegen voormalig topambtenaar Joris Demmink, de perikelen rond de Deventer Moordzaak en de hetze tegen bepaalde vaccinatiecampagnes worden daarbij nauwkeurig gereconstrueerd en in historisch en internationaal perspectief geplaatst. Een wrang voorbeeld vormt de aids-ontkenning in Zuid-Afrika die tot honderdduizenden onnodige doden heeft geleid. De schrijver had dieper mogen ingaan op de psychologische en sociologische aspecten van complottheorieën, maar zijn conclusie is duidelijk: als leugens worden gezien als waardevolle meningen kan dit gruwelijke gevolgen hebben. Een nuchter en nuttig boek over de beweegredenen en praktijken van complotdenkers. Deze 3e, geactualiseerde druk bevat een uitgebreide inleiding (30 p.) over QAnon, Trump en de coronapandemie..

Tekst op website uitgever
Wat beweegt complotdenkers? Zijn het paranoïde geesten of lijkt hun geloof in samenzweringstheorieën eigenlijk nog het meeste op religie? Journalist Maarten Reijnders dompelde zich jarenlang onder in de wereld van de samenzweringsgelovigen.

Hij sprak verscheidene Nederlandse complotdenkers. Van een herhaaldelijk veroordeelde ex-journalist die de jacht heeft geopend op pedo-netwerken tot een anti-vaccinatieactiviste die ervan overtuigd is dat de Holocaust zwaar wordt overdreven. Tevens sprak de auteur een succesvolle ondernemer die meent de moord op John F. Kennedy te hebben opgelost als ook een oprichter van een politieke partij die de luchtmacht wil inzetten tegen chemtrails sproeiende vliegtuigen.

In deze geactualiseerde editie van Complotdenkers besteedt Reijnders uitgebreid aandacht aan coronacomplotten, QAnon en de antisemitische wortels van deze samenzweringsfantasie over een geheime satanische elite. Ook legt hij uit hoe je een complottheorie kunt herkennen, waarom iedereen wel eens geneigd is om te vallen voor de verleiding van de samenzweringstheorie en waarom dat gevaarlijk is.





















Fragment uit 23. 'Net als Galilei zal de geschiedenis mij gelijk geven'
'Ik trek altijd de parallel met Galileo Galilei', vertelt Kat me tijdens ons gesprek. 'De aarde was rond. En dat is hij nog steeds, toch? Maar Galilei werd op de brandstapel gegooid omdat hij dat zei. Terwijl hij gewoon gelijk had. Zo zal de geschiedenis ook mij gelijk geven. En ik heb veel meer medestanders dan Galilei.'

In werkelijkheid werd de Italiaanse natuurkundige, wiskundige en astronoom Galileo Galilei niet op de brandstapel gegooid. Hij overleed in 1642 na een ziekbed. Galilei, die 77 jaar oud werd, had op dat moment al achtenhalf jaar huisarrest. Maar dat was niet omdat hij zei dat de aarde rond was. Daar waren ze toen Galilei leefde al een tijdje achter. 

De Italiaanse wetenschapper riep weerstand op bij de kerkelijke autoriteiten omdat hij, in navolging van Nikolaas Copernicus, stelde dat de aarde om de zon draaide in plaats van andersom. Dat was een voor die tijd revolutionaire gedachte: de meeste wetenschappers gingen er destijds nog vanuit dat de aarde het centrum van het universum was. Dat Galilei deze algemeen aanvaarde wijsheid ter discussie stelde, werd hem dan ook niet in dank afgenomen. De kerk verbood hem om zijn heliocentrische gedachtegoed uit te dragen en verbood zijn boeken. Pas 76 jaar na zijn dood werd het werk van Galilei weer van  de zwarte lijst gehaald.

Inmiddels wordt de bijdrage die Galilei heeft geleverd aan de wetenschap alom erkend. Eén van de grootste wetenschappers aller tijden, Albert Einstein, beschouwde hem als de vader van de moderne wetenschap.

Galilei wordt onder meer geprezen vanwege zijn vermogen om zijn meningen aan te passen op basis van nieuwe feiten. Dat is een eigenschap die bij de meeste complotdenkers niet zo goed is ontwikkeld. Want hoe graag ze ook willen, complotdenkers zijn doorgaans geen dwarse denkers van het type Galilei. het zijn gelovigen die onwelgevallige feiten terzijde schuiven.

Aan het falsificeren van hun theorieën (het zoeken van argumenten waarom hun theorieën niet zouden kunnen kloppen) doen samenzweringsdenkers niet. Wie dat wel doet, is in hun ogen onderdeel van het complot. Wie complotgelovigen tegenspreekt, wil immers de waarheid in de doofpot stoppen. Het wantrouwen van complotdenkers kent geen grenzen. Elke vorm van autoriteit is verdacht. Overheden, politici, bedrijven, wetenschappers, rechters: volgens de complotdenker zijn ze per definitie niet te vertrouwen

'Wat de samenzweringstheorie zo pervers maakt', schreef Arnon Grunberg in november 2014 in een column voor het Amnesty-tijdschrift Wordt Vervolgd, 'is dat zij ontsproten lijkt te zijn aan het kritische denken dat nu juist de basis zou moeten vormen van een stabiele democratie.' (pagina 315-316)

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 28 september 2021

Imme Dros

Taal is alles wat het geval is
Prometheus 2021, 91 pagina's € 16,99
Reeks Nieuw Licht

Wikipedia: Imme Dros (1936)

Korte beschrijving
Voor de meeste deskundigen is het duidelijk: talige betekenis begrijpen we via spreker intenties. De referentiële dimensie van woorden of volzinnen kan daarbij geen rol spelen. Communicatie gaat voor representatie is de gedachte. Dit bemoeilijkt natuurlijk zicht op een gedeelde werkelijkheid. De filosofen Frank Meester en Coen Simon stellen aan Imme Dros de vraag of de visie op taal en betekenis van de vroege Wittgenstein hier misschien een uitweg zou kunnen bieden. Imme Dros, haar leven lang werkzaam als vertaler, is duidelijk: taal is veel meer dan een logische structuur om de werkelijkheid te ordenen. Taal temmen, zegt ze, is zoiets als de kwadratuur van de cirkel. Ze ondersteunt dit met opmerkingen over boeken voor kinderen, over de onvermijdelijke ambiguïteit en ironie van taal, dubbele ontkenning in de 'Odyssee' of over de salieavond bij Multatuli’s held Wouter Pieterse tot aan de anekdote over het gedicht ‘Sebastiaan’ van Annie M.G. Schmidt. Met hier en daar een autobiografisch element is het boekje fris geschreven en rechtstreeks gericht op een breed lezerspubliek.

Tekst op website uitgever
Taal is de stof waar dromen van worden gemaakt, ideeën in worden geformuleerd en waar verhalen uit worden geboren. En ook al loert het misverstand overal, ‘omdat de helft van de mensheid zich slecht uitdrukt en de andere helft slecht luistert’, een andere wereld is er niet, schrijft Imme Dros in Taal is alles wat het geval is.

Met een beroemde tekst van de filosoof Ludwig Wittgenstein als vertrekpunt begint taalmens Dros een virtuoze zoektocht naar de herkomst van woorden en zinnen, waarin ze laat zien wat klanken met ons doen, hoe taal betovert en misleidt. En hoe we altijd aan het vertalen zijn. Niet alleen de teksten uit een vreemde taal, maar ook die uit onze omgangstaal, omdat geen individu hetzelfde klinkt.

Imme Dros (1936) schreef, vertaalde en hertaalde vele boeken, vooral voor kinderen. Met sprankelende taal wist ze de klassieke teksten van Homerus bij steeds nieuwe generaties immens populair te maken.

Fragment uit Taal is alles wat het geval is
I

Wanneer begint taal? Noam Chomsky bracht rond 1950 een omwenteling teweeg in de internationale taalkunde met zijn revolutionaire stelling dat de mens een aangeboren spraakvermogen heeft en dat er aan elke taal een universele grammatica ten grondslag ligt. De heersende filosofie van John Locke dat de mens ter wereld komt als een tabula rasa - een onbeschreven blad waar de eerste kras nop op moet worden gezet - werd onderuitgehaald: behalve een serie erfelijke eigenschappen ligt er een blauwdruk voor taal vast in de ongeboren vrucht. En volgens medisch onderzoek dringen er wanneer een foetus nog onbekommerd ronddobbert in de baarmoeder duidelijk spraakklanken tot hem/haar door. Zoals bij leven en welzijn de mond van een pasgeboren baby met alles aan spier en zenuw vrijwel direct staat naar huilen en zuigen; zoals lijf en ledematen duidelijk voorbereid zijn op bewegen - niet voor niets de dunne buikwand van de aanstaande moeder maandenlang bobbels van schop en stomp - zo blijken ook prenatale oren ondanks het gerommel van nabije stofwisselingskanalen gespitst op geluiden van buitenaf.

Een zeer kunstzinnige aanstaande moeder vertelde eens aan wie het horen wilde dat ze nu ze zwanger was extra veel naar concerten ging en dagelijks klassieke muziek door het huis liet klinken voor haar nog ongeboren genie. Of het effect heeft gehad vermeldt het verhaal niet. Als bij de geboorte in het geheugen een basis is gelegd voor taal, waarom dan ook niet voor muziek? Maar wacht eens een, een Chinese baby die na de geboorte door Nederlandse ouders wordt opgevoed krijgt Nederlands als moedertaal en een Nederlandse baby opgevoed door Chinese ouders Chinees. Zou dat fenomeen ook niet kunnen gelden voor een met Bach opgevoede foetus die wordt opgevoed door pleegouders met liefde voor jazz, rock, funk of smartlap?

Een heel andere vraag: wat ervaart de boreling als hij na een barre tocht onverbiddelijk aan het licht komt in ene oorverdovend, pijnlijk, vreemd, kurkdroog universum? Zou dat begin van het aardse leven niet even schrikbarend zijn als het einde? Geen van de twee evenementen is na te vertellen. Wel wordt het zowel na de geboorte als na de dood nooit meer wat het was, zoveel is zeker.

De mensenbaby staat niet in tien minuten op eigen benen zoals een veulen, er is een zee van tijd nodig om het hulpeloze gedrochtje klaar te maken voor de wereld waarin het zich staande zal moeten houden. (pagina 13-15)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

Maarten van den Heuvel

AEX van de ziel : hoe zelfhulpboeken de tijdgeest weerspiegelen
Prometheus 2021, 283 pagina's € 22,50

Korte bio Maarten van den Heuvel (1965)

Korte beschrijving
Sinds de jaren zeventig is de rol van de psychologie in de samenleving sterk toegenomen en dientengevolge de publicatie van zelfhulpboeken. De mentaliteitsveranderingen zijn immers het gevolg van individualisering, mondialisering, welvaartsgroei, technologische veranderingen enzovoort. Historicus/journalist Van den Heuvel (1965) onderzocht deze literatuur, te beginnen met het bekende 'Ik ben o.k., jij bent o.k.' van Harris en die van de Nederlanders Diekstra, Ratelband, Hermus en anderen. Hij schetst de maatschappelijke veranderingen sinds de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw, de ontzuiling, zelfontplooiing, man-vrouw-verhoudingen, new age, marktdenken en de wereldcrisis van 2008. Tot slot worden de bekendste zelfhulpboeken besproken die tussen 1983 en 2019 – voor de uitbraak van corona – zijn uitgebracht. Na een overzicht van de onderzochte zelfhulpboeken volgen noten en literatuur.

Tekst op website uitgever
Het Nederland van vlak na de Tweede Wereldoorlog zag er wezenlijk anders uit dan het land waarin we nu leven. Om je in die tijd met zijn wederopbouwmoraal gemakkelijk te kunnen handhaven had je andere eigenschappen nodig dan nu. Bescheidenheid was een deugd en als je je plaats niet kende liep je een grote kans op problemen. Tegenwoordig leven we in een tijd van selfies en zelfpromotie. Elke tijd vraagt om andere kwaliteiten. De vraag hoe te leven mag dan tijdloos zijn, het antwoord daarop is dat zeker niet. En dat antwoord wordt in toenemende mate gezocht in zelfhulpboeken. Historicus Maarten van den Heuvel heeft zich op de populairste zelfhulpboeken gestort en zet in AEX van de ziel op een rij hoe de boodschap in die boeken tussen de Tweede Wereldoorlog en de coronacrisis met de tijd mee veranderde. Zo schetst hij hoe we in Nederland anders in het leven zijn komen te staan en hoe zelfhulpboeken een graadmeter van de tijdgeest zijn, zoals de AEX dat van de economie is.

Maarten van den Heuvel (1965) is historicus. Zijn eerdere boek Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Oude waarden in nieuwe tijden werd opgenomen op de longlist van de Socratesbeker 2015, de prijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

‘Met zijn keuze voor zelfhulpboeken heeft Maarten van den Heuvel veelzeggende bronnen aangeboord voor een boeiende kijk op de Nederlandse mentaliteitsgeschiedenis van de laatste tachtig jaar. Was ik er zelf maar opgekomen.’ Han van der Horst

‘Een vrolijke en wijze geschiedenis van de collectieve ziel.’ Trudy Dehue

Fragment uit 3. Bevrijd - over zelfontplooiing
I'm O.K., You're O.K. was in 1967 in Amerika uitgekomen en het had zes jaar geduurd voordat de vertaling hier goed verkocht werd. Niet morgen, maar nu was het eerste zelfhulpboek dat al vrij snel na de oorspronkelijke verschijning ook hier succes had. Een teken dat het genre inmiddels serieuzer werd genomen.
  Er is een aantal opvallende overeenkomsten tussen Harris en Dyer. Beiden hadden ze in de marine gezeten en die had voor beiden een studie betaald. Harris werd opgeleid tot psychiater, zoals we hebben gezien, en Dyer tot psycholoog. Beiden begonnen na hun diensttijd een privépraktijk en besloten daarna een zelfhulpboek te schrijven voor een groot publiek, vol met aansprekende voorbeelden uit het dagelijkse leven.
  Net als Harris wil Wayne Dyer in zijn debuut dat wij ons ontworstelen aan de beklemmende verbanden uit het verleden. Het leven is adembenemend kort, moet ik dan leven zoals anderen willen, vraagt hij retorisch. Met het boek kan je de gedragspatronen aanpakken waarin je vanuit de cultuur zit verstrikt en die je geluk in de weg staan. 'De dwaze regels en tradities zullen nooit verdwijnen, maar je hoeft er geen deel van uit te maken,' schrijft hij. En: 'Als je vindt dat je je altijd naar alle regels moet schikken, dan ben je tot een leven van emotionele slavernij gedoemd.' Het boek is daarmee een pleidooi om je te bevrijden van de slaafse mentaliteit die maakt dat je je voortdurend onderwerpt aan 'zo hoort het'.  Je hoeft niet altijd zo te zijn als de maatschappij van je verwacht. Juist de nazi's zijn tenslotte een voorbeeld van blinde trouw aan regels, aldus Dyer. Een voorbeeld dat indertijd nog een veel sterkere afschrikwekkende werking had. 
  Maar er zijn ook verschillen. Waar Harris het in 1967 nog nodig vond om uit te leggen dat ook niet-zieken baat konden hebben bij psychologie, was de psychologie in 1976 inmiddels zo ingeburgerd dat dat bij Dyer al niet meer nodig was. En ook hun boodschap verschilde nogal. Dyer heeft een ander idee dan Harris over waartoe je je moet ontworstelen aan de maatschappelijke druk. Bij Harris draait het allemaal om de relaties die je met andere mensen hebt en hoe je die gezond kan maken. In Niet morgen, maar nu is die ander naar de achtergrond verdwenen en gaat het voor het overgrote deel om jezelf. Om zelfverwerkelijking, zelfontplooiing, groei en individualiteit. Hij schrijft zinnen als: 'Je heden omzetten in totale zelfvervulling is de toetssteen van effectief leven.' En: 'Het enige bewijs van leven is groei.' Groei en zelfontplooiing zijn de belangrijkste levensmotieven en persoonlijk meesterschap het doel. 'Je kunt beslissen de man of vrouw te zijn die je graag wilt, of de man of vrouw die anderen graag zien. Het ligt geheel aan jou.' (pagina 70-71)

Draadje (februari 2022) 

Artikel: Voor welke problemen zoeken lezers van zelfhulpboeken eigenlijk massaal raad? (NRC, 15 oktober 2021)

Lees ook: Vrijheid gelijkheid broederschap : oude waarden in nieuwe tijden (uit 2014)

Enkele besproken schrijvers/boeken (uitgever, eerste publicatiejaar in Nederland) 
Thomas Harris. Ik ben O.K., jij bent O.K. (Ambo 1973)
Wayne Dyer. Niet morgen, maar nu (Bruna 1977)
Susie Orbach. Wat willen vrouwen eigenlijk? ()
Lilian Rubin. Intieme vreemden (Ambo 1983)
Louise Hay. Je kunt je leven helen (De Violier 1986)
Emile Ratelband. Tsjakkaa! (Andromeda 1995)
John Gray. Krijgen wat je wilt en willen wat je hebt ()
Ben Tiggelaar. Dromen, durven, doen (Spectrum 2005)
Ben Tiggelaar. Dit wordt jouw jaar (Tyler Roland Press 2011)
René Diekstra. Als het leven pijn doet (Bruna 1990)
James Redfield. Het Celestijnse werkboek (Forum 1995)
Eckhart Tolle. De kracht van het nu (Ankh-Hermes 2001)
Char Margolis. Innerlijke wijsheid (Spirit 2005)
Norman Vincent Peale. De kracht van positief denken (Stichting Hoger Denken 1953)
Allan & Barbara Pease. Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen ()
Allan & Barbara Pease. Waarom mannen liegen en vrouwen altijd schoenen kopen (Het Spectrum 2003)
John Gray. Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus (Het Spectrum 1992)
Deborah Tannen. Je begrijpt me gewoon niet (Prometheus 1991)
Brené Brown. De moed van imperfectie (LeV 2013)
Brené Brown. De kracht van kwetsbaarheid (LeV 2013)
Mark Manson. De edele kunst van not giving a f*ck (LeV 2017)
Mo Gawdat. De logica van geluk (Brandt 2019)
Kelly Weekers. Happy Life 365 (Kosmos 2018)
Tony Crabbe. Nooit meer te druk (Luitingh-Sijthoff 2018)
Rick Pastoor. Grip : het geheim van slim werken (NZ 2019)
Haemin Sunim. Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt (Boekerij 2020)
Manon Meijers. Kleed je gelukkig (Kosmos 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

Vincent Icke

Licht : tussen waarheid en wetenschap
Prometheus 2021, 89 pagina's € 15,--
Reeks Nieuw Licht

Wikipedia: Vincent Icke (1946)

Korte beschrijving
'Licht' is een publicatie in de reeks 'Nieuw licht', een project van de filosofen Frank Meester en Coen Simon. Hierbij leggen ze telkens een klassieke tekst en vraag voor aan een hedendaags denker. In dit geval betreft het 'De verhandeling over het licht' (1690) van de Nederlandse fysicus Christiaan Huygens (1629-1695). Deze werd voorgelegd aan de Nederlandse sterrenkundige Vincent Icke (1946) met de bijhorende vraag: 'Bestaat er een methode die zekere kennis kan opleveren?' Icke bestrijdt de opvatting dat er een 'wetenschappelijke methode' bestaat. Hij betoogt dat wetenschap een kwestie is van vallen en opstaan. De drijvende kracht is opmerkzaamheid waarbij de hypothese de kern vormt van vooruitgang. Hierbij is begrip en niet zozeer kennis het voornaamste product van de wetenschap. De wetenschapsbeoefenaar is geen toepasser maar een scheppend vernieuwer. Geïllustreerd met een zwart-witfoto van een tekening van Huygens (deels ook weergegeven op de cover). Achterin nog het tekstfragment van Huygens, inhoudsopgave en een korte voorstelling van Huygens, Icke, Meester en Simon. Pocketuitgave. Normale druk.

Tekst op website uitgever
We verwachten van de wetenschap dat zij systematisch ontdekkingen doet en zekerheden onthult. Maar volgens natuur- en sterrenkundige Vincent Icke bestaat zo’n ‘wetenschappelijke methode’ niet. In navolging van de Verhandeling over het licht (1690) van de wereldberoemde Nederlandse fysicus Christiaan Huygens laat Icke zien dat alleen wiskunde honderd procent zekerheden oplevert. Alle andere wetenschappen zijn een proces van vallen en opstaan. Aan de hand van voorbeelden beschrijft Icke wat dit in de praktijk betekent. Niet nieuwsgierigheid, maar opmerkzaamheid blijkt de drijvende kracht. Niet de vraag, maar de hypothese is de kern van vooruitgang. Niet kennis, maar begrip is het voornaamste product van de wetenschap. De wetenschapper is een scheppend vernieuwer, geen toepasser van een soort algebra-der-ontdekking. Sterker nog: het geloof dat natuurwetten definitief door een ‘methode’ kunnen worden vastgesteld, ondermijnt volgens Icke het maatschappelijk vertrouwen in de wetenschap. Vincent Icke is hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit Leiden en beeldend kunstenaar. Tot zijn veelgeprezen werk behoort onder andere Reisbureau Einstein.

Fragment
Waarheid

Tussen waarheid en wetenschap zit altijd ruimte. Het is aan de onderzoeker om die ruimte te vullen, flits na flits, met het licht van begrip. Is kennis-en-begrip hetzelfde als waarheid? Leert de wetenschap ons de waarheid kennen? Misschien - 't is moeilijk bescheiden te blijven, wanneer je zo goed bent ... Hoe dan ook, de wetenschap draagt wel bij aan het voortdurend verbeteren van 'de toestand van de waarheid'. Er is immers vooruitgang, het beeld dat Lucretius had van ons zonnestelsel is definitief verdrongen door iets beters. Dat komt doordat sterrenkundigen en andere natuurwetenschappers werken volgens Huygens' principe van het onderzoek, waarin altijd weer contact met het Heelal wordt gemaakt door middel van waarnemingen en toets.

Feiten bestaan, maar zijn nooit 100 procent zeker. Je kunt dat percentage schatten door erop te wedden. Probeer het maar eens met iemand die volhoudt dat feiten niet bestaan, door na te gaan of of die losjes uit het raam van de tiende verdieping durft te stappen omdat de zwaartekracht ook maar een mening is, of een samenzwering van de academische elite (die Newton was een buitenlander, toch?). 

Bestaat er zoiets als de waarheid? Voor natuurkundigen zeker, maar definiëren heeft geen zin. Ik stel de volgende omschrijving voor: de waarheid is wat wij gemeen hebben. Ik zeg hier niet dat de waarheid een 'sociaal construct' is, want met 'wij' bedoel ik mensen en muizen, bomen en bergen, alles in het Heelal. De waarheid is wat deze gemeen hebben. Bijvoorbeeld: de zwaartekracht is een aantrekkende kracht, overal in het Heelal en niet alleen in ons zonnestelsel, anders zou er geen ster aan de hemel staan. In een zaal vol mensen zit iedereen met ruggengraat evenwijdig aan de stoelpoten, niet vanwege een sociale overeenkomst, maar omdat de zwaartekracht nu eenmaal zo werkt.

het is uitgesloten dat wij de natuurkunde 'hebben afgesproken'. Het licht van de Andromedanevel vertrok daar twee miljoen jaar geleden, en de gloed van de oerknal is bijna veertien miljard jaar oud. Al dat licht gedraagt zich precies als het licht uit je fietslamp, en die eigenschappen zijn niet net toevallig ontstaan nu wij langskomen om het te zien.

Uit de opvatting dat de waarheid is wat wij gemeen hebben, volgt dat er kleine en grote waarheden zijn. Hoe groter 'wij', hoe groter de waarheid. De verhouding tussen de massa van het proton en die van het elektron is een reusachtige waarheid, want dat getal is overal en altijd in het Heelal hetzelfde. Geloof in god(en) is een piepkleine waarheid, want geen twee gelovigen zeggen ooit hetzelfde over de artikelen huns geloofs, tenzij hun religie hen daartoe dwingt. Het succes van ketterjagers is aldus verzekerd, want op de pijnbank moet het slachtoffer maar raden wat de inquisiteur wil horen. Wie echter vraagt naar de Lorentz-transformatie, of naar de elektrische lading van de t-quark, krijgt van een professor uit Samarkand precies hetzelfde te horen als van een student uit Leiden. Dara hoeft geen foltering aan te pas te komen; een eenvoudig tentamen volstaat. Als je dat tentamen zou kunnen voorleggen aan bewoners van een exoplaneet achter de Grote Beer, dan zouden zij dezelfde antwoorden geven, want dit zijn immense waarheden, waarschijnlijk zelfs universeel.

het is amusant dat elke verbetering in de natuurkunde begint als een minuscule waarheid in het hoofd van één mens. In dat stadium is de natuurkundige waarheid dus niet te onderscheiden van geloof of kunst. De ontdekking van de hemel is een oneindig proces, het vergroten van een kleine waarheid door te zoeken naar het grootst mogelijke bereik, een zoektocht die meestal op twee manieren verloopt: door ogenschijnlijk verschillende dingen te zien als één (warmteleer en mechanica, massa en energie), en door verdere verfijning van gevonden waarheden (water bestaat uit moleculen H2).

Het is een romantische opvatting dat de wetenschap voortschrijdt door 'vernietigen van het oude'.  Dus 'tegendraads zijn' is niet altijd een kenmerk van de goede wetenschapper. Vroegere kennis wordt niet verworpen, maar uitgebreid en verfijnd, en dankzij deze continuïteit kun je de oude termen en beschrijvingen soms blijven gebruiken. Als ik tegen het vallen van de avond met mijn geliefde op een duintop zit, zou ik moeten zeggen: 'Kijk lief, de Aarde draait, zodat de zichtlijn naar de Zon een langere weg aflegt door de atmosfeer, en door het Rayleigh-effect verstrooit het blauwe licht meer dan het rode.' Maar in plaats daarvan zeg ik: 'Een mooie zonsondergang', wat eigenlijk baarlijke nonsens is, net als 'Ik wou dat de Zon scheen' op een regendag. Zo kun je gerust over zwaartekracht blijven spreken, en er berekeningen mee doen zoals Newton dat al deed, hoewel wij sinds Einstein weten dat 'zwaartekracht' een historische term is voor de gevolgen van de kromming van de ruimte.

Uit de omschrijving van waarheid als 'wat wij gemeen hebben' volgt, dat iedere tegenspraak een welkome opening is naar een dieper begrip. De zoveelste bevestiging van wat we al weten is nauwelijks de naam onderzoek waard. Onderzocht heb je pas iets als je op een afwijking bent gestuit. Onderzoeker ben je pas als je daar verstandig mee omgaat.

Echte wetenschappers zijn er niet op uit om ten koste van alles een gesloten front te vormen. Integendeel, iets wat niet klopt is voor de fysicus wat een pootaardappel is voor de boer. Het gevoel dat er iets mis is, drijft de onderzoeker voort, getuige de discussies met de grote Niels Bohr, die absoluut nooit ophield totdat er een gemeenschappelijk punt was bereikt. Het debat tussen hem en Einstein over de quantummachanica is dus echte fysica, want ooit leidt dat tot waarheid, als zijn de hoofdrolspelers allang dood. 

De waarheid is wat wij gemeen hebben, van mensen tot sterren en verder. De Aarde en de Zon zijn bolvormig omdat de zwaartekracht aantrekkend is en toeneemt met de massa, en de kracht tussen atomen niet. Wij kunnen dus met zekerheid zeggen dat alle andere sterren ook bolvormig zijn, al hebben we er nooit een van dichtbij gezien. (pagina 54-59)

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels

Karl Ove Knausgård

De morgenster
De Geus 2021, 666 pagina's € 25,99

Oorspronkelijke titel: Morgenstjernen (2020) 

Wikipedia: Karl Ove Knausgård (1968)

Korte beschrijving
Het verhaal speelt zich grotendeels af in de Noorse stad Bergen. Het is zomer en snikheet. Op een avond verschijnt er een ongewoon grote ster aan de hemel. Niemand heeft een verklaring. Vanuit het perspectief van negen mannelijke en vrouwelijke personages ervaart de lezer heel gewone maar ook zeer bizarre gebeurtenissen. Het boek is opgedeeld in drie delen: Eerste dag, Tweede dag en een afsluitend essay van personage Egil. Thema´s zijn:  levensbeschouwing, gezinsleven, scheiding, eenzaamheid, dood, rouw, alcohol, geesten, Griekse mythologie en religies. Het verhaal omvat 666 pagina's. Dit getal staat bekend als het getal van het Beest of de Antichrist, maar het staat ook symbool voor de mens, ontwikkeling en evolutie. Een diepgaande roman over de levenden en de doden waarbij de schrijver de lezer flink in het duister laat tasten. De Noorse auteur (1968) wordt beschouwd als een van de grootste schrijvers van onze tijd. De roman werd in Scandinavië zeer goed ontvangen en genomineerd voor de Noorse boekverkopersprijs. Met zijn eerdere boeken had de auteur internationaal veel succes.

Tekst op website uitgever
Het is nazomer en heet in het Noorse Bergen, heter dan ooit. Opeens verschijnt er een enorme ster aan de hemel. Niemand weet waar hij vandaan komt. En het duurt niet lang voor zich nog meer ongebruikelijke verschijnselen beginnen voor te doen.

De morgenster is een roman over het onbevattelijke, over het grote drama gezien door de beperkte lens van het kleine leven. Maar bovenal is het een roman over wat er gebeurt als de duistere krachten in de wereld worden losgelaten.

Fragment uit Solveig
Toen ik de volgende ochtend de tuin in kwam, klonk overal het geluid van de vogels. Lange strengen van gekwetter zweefden door de lucht, een netwerk van zwaaiende geluiden, sommigen vol verlangen, andere vol van vreugde, hier en daar ondersteund door het hese, stootsgewijze gekoer van een duif, en dat alles tegen de achtergrond van het gekras van de honderden kraaien die nu in hun bomen verderop de dag begonnen.
  Ik zette het schaaltje yoghurt en de kop koffie op het tafeltje tegen de muur van het huis en ging met mijn gezicht in de zon zitten, die net boen de sparren op de top van de heuvelrug in het oosten uit kwam.
  De vermoeidheid deed pijn in mijn lijf. Maar met wat warm eten en een beetje koffie zou het wel weer gaan. Zo ging het altijd. Vermoeidheid was niet erg, het was gewoon een kwestie van volhouden, bovendien waren er verschillende fases, soms voelde je het niet eens.
  Terwijl ik slikte, veegde ik met de rug van mijn hand mijn mond af en reikte naar de koffie. Mijn hele mondholte tintelde van de zurige yoghurt.
  Uit het bos kwam een van de duiven aanvliegen, en toen ik mijn hoofd draaide om hem te volgen, zag ik dat de ster nog steeds hoog aan de hemel stond te stralen.
  Ik pakte mijn mobiel om te zien wat de kranten erover schreven. Boven me ging het raam open. Ik legde mijn hoofd in mijn nek en keek omhoog, maar ik zag niemand. Ze was vast meteen haar bed weer in gedoken.
  Er kwamen een hoop deskundigen aan het woord. De meesten dachten dat het een supernova was. Dat was een zeldzaam maar geen ongebruikelijk fenomeen. Wat hen in verwarring bracht, was dat ze de ster niet konden identificeren.
  Geen van hen had dezelfde theorie als Inge, dat het een nieuwe ster was.
  Ik glimlachte en legde de mobiel op het tafeltje. Terwijl ik de rest van de yoghurt opat, kwam er beneden bij de afscheiding met de naastgelegen boerderij een kalf aanzetten. Hij draaide zijn kop een paar keer heen en weer, waarschijnlijk geplaagd door vliegen of dazen, boog toen zijn kop naar de grond en begon te grazen. Vanachter de heuvel verschenen twee koeien, ze liepen rustig en bedaard naar de kalveren en begonnen toen ook te grazen.
  Het was toch niet ondenkbaar dat er iets totaal nieuws gebeurde? iets wat nog nooit was gebeurd?
  Ik krabde aan mijn been en deed mijn ogen dicht tegen de zon. Toen ik ze weer opendeed, zag ik een musje opvliegen van de hoge berk, door de lucht zeilen en neerstrijken op een tak van de appelboom. Hij maakte een extra bochtje voor hij landde, alsof hij er plezier aan beleefde.
  Ik was daar graag wat langer blijven zitten, maar het kon zijn dat mamma wakker was geworden, en ik wilde niet dat ze hulpeloos in bed lag, dus nam ik een paar snelle slokken, stond op en liep naar de keuken, spoelde het schaaltje en de kop om, zette ze in de gootsteen en deed toen de deur van de kamer open.
  Ze lag in precies dezelfde houding te slapen als de laatste keer dat ik was gaan kijken.
  Ik legde mijn hand op haar schouder.
  'Mamma,' zei ik. 'Wakker worden. Ik ga zo naar mijn werk.'
  Ze deed haar ogen open en keek me aan.
  Zodra ze haar ogen opsloeg, waren ze helder, het leed geen twijfel dat ze wist waar ze was of wie ik was.
  Dat was goed om te zien. (pagina 453-454)

Uit een recensie
"De slimme, intelligente, rationele lezen heeft dit essay waarschijnlijk al weggelegd, die weet al welke kant dit op gaat. Spoken. Niet-doden. Hemel en hel. Die beelden hebben iets misselijkmakends, een soort domme en blinde wanhoop. We weten de het niet klopt. Want de grens tussen het rationele en het niet-rationele is bijna even absoluut als die tussen leven en dood. De rationele kijk op dingen stoot alles wat niet rationeel is af, kan het niet in zich opnemen, dus wat niet rationeel is, bestaat voor het rationele simpelweg niet. De dood is het ophouden van leven, en het leven is biologisch-materieel, dus als het materiële hart stopt met kloppen, is alles voorbij, dan wacht alleen nog het biologische vergaan van het lichaam in het graf of de vernietiging in de oven van het crematorium.

Een rationele visie kan zich niet openstellen voor iets anders, dat is onmogelijk, want dat is ze niet meer rationeel, oftewel waar, maar irrationeel, oftewel niet waar.

Maar aangezien zoveel mensen de wereld ondanks alles op een irrationele manier benaderen en bijvoorbeeld in God geloven, een macht die je niet kunt observeren, meten of wegen, of geloven dat Jezus opstond uit de dood, iets wat volgens de bekende parameters onmogelijk is, is het irrationele verplaatst naar een eigen sfeer - een beetje zoals een kindertafel bij een familie-etentje - daar waar geloof, en niet het weten, de waarheid dicteert waarvan iedereen weet dat ze eigenlijk niet waar is: de religie. De kinderen zitten hun kindermaaltijd te eten en praten over hun kinderdingen terwijl de volwassenen de wereld besturen."

en iets verder...

"Het leven na de dood kan niet worden bewezen - maar het tegenovergestelde ook niet.

Geen wetenschapper kan met zekerheid zeggen dat er geen leven na de dood is. Hij kan zeggen dat veel erop duidt en wijzen op de barsten in de puur materieel-fysieke logica. Maar de logische parameters kunnen uiteraard alleen het logische vangen; al het niet-logische glipt door de mazen van het net.

Bestaat het niet-logische? 

Als je bij de grens van het logische komt, is daar dan nog iets buiten? Iets waar je een glimp van kunt opvangen, of waarvan je het bestaan kunt vermoeden?

Laten we het stap voor stap doen.

Wat is de dood?

Wat is het lichaam?

Wat is de droom?"

Dit stuk deed mij denken aan Wittgensteins stelling: 'Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.'

Volgens hem was er alleen zinvol taalgebruik als deze betrekking had op empirisch waarneembare verschijnselen.

Hij stelt dat er zaken en verschijnselen zijn die niet in zinvolle taal te vangen zijn: dingen die te maken hebben met religie, esthetiek, ethiek en mystiek.

Recensie: Klimaatverandering is het zwaard van Damocles in de nieuwe, onheilspellende roman van Karl Over Knausgard (De Volkskrant)

Terug naar Overzicht alle titels


Suzanne Simard

Op zoek naar de moederboom : ontdek de wijsheid van bossen
Prometheus 2021, 395 pagina's € 25,--

Oorspronkelijke titel: Finding the Mother Tree : uncovering the wisdom and intelligence of the forest (2021)

Wikipedia: Suzanne Simard (19?)

Korte beschrijving
Hoogleraar bosecologie Suzanne Simard, geboren en getogen in het regenwoud van Brits-Columbia, ontdekt dat ondergrondse netwerken in oerbossen veel rijker en complexer zijn dan aangenomen werd. Zij neemt de lezer mee in haar herinneringen, observaties, eerste baan bij een houthakkersbedrijf en de wondere wereld van boswetenschap, zaailingen, stelsels van boomwortels, schimmels en paddenstoelen. Het zijn kleurrijke verhalen over haar jeugd, haar voorouders, het leven in de heuvels en haar ontwikkeling en passie voor het instinctief kijken en luisteren naar wat levende dingen de mens vertellen. Openhartig verhaalt zij niet enkel over haar veldwerk en onderzoek, maar ook hoe de natuur een spiegel is voor haarzelf, haar huwelijk en gezinsleven. Termen als mycorrhizale netwerken, arbusculair of symbionten werken soms ietwat remmend als je dit vakgebied niet kent. Tegelijk leest het als een spannend boek. Niet alleen hoe zij tot een holistischer begrip van bosintelligentie komt, maar ook hoe haar eigen leven verloopt. Bevat foto's in zwart-wit en kleur. Met uitgebreide bibliografie en een register.

Tekst op website uitgever
Niemand op onze planeet heeft meer gedaan om onze kennis over bomen te verdiepen dan de wereldberoemde ecologe Suzanne Simard. Zij wordt alom geprezen door haar vermogen complexe ideeën over de natuur over te brengen op een manier die even diepgravend als betoverend is. Haar werk heeft filmmakers beïnvloed (de Boom der Zielen in James Camerons Avatar). Simard is geboren en getogen in een houthakkersfamilie in het regenwoud van Brits-Columbia. Haar hele leven heeft ze verrassende waarheden verzameld: dat bomen sociale, communicatieve wezens zijn, met in hun middelpunt een moederboom. Dat is een mysterieus, ondergronds netwerk dat alle bomen en planten in het bos verbindt en ondersteunt op de manier waarop families en menselijke samenlevingen dat doen. Deze onverbreekbare banden garanderen ons voortbestaan. Op zoek naar de moederboom is Simards eerste boek, geschreven voor een groot publiek. Zij nodigt ons uit om op een geheel nieuwe manier naar bomen te kijken en laat zien wat we van ze kunnen leren.

Dr. SUZANNE SIMARD is hoogleraar bosecologie aan de universiteit van Brits-Columbia. Haar TED-talks zijn wereldwijd door meer dan 10 miljoen mensen bekeken.

Fragment uit 15. het stokje overdragen
Dit jaar reed ik met Thanksgiving naar huis langs lange clear-cuts waar kettingzagen de door kevers geïnfesteerde moederbomen neerhaalden voordat hun zaden waren ontkiemd in de bosgrond. Torenhoge bergen hakafval van oude bomen lagen langs de wegen, de houthakkerspaden liepen kriskras door de valleien, waterwegen waren verstopt door het sediment. Geplante zaailingen stonden als crucifixen in witte plastic buizen gevangen.
  De fouten zijn open en bloot zichtbaar.
  Ik kom uit een houthakkersfamilie en ben me ervan bewust dat we hout nodig hebben voor ons levensonderhoud. Maar mijn zalmexpeditie toonde aan dat als je iets neemt, je verplicht bent iets terug te geven. Ik ben de laatste tijd steeds meer onder de indruk van het verhaal dat wordt verteld door Subiyay, die over bomen spreekt als mensen. Niet alleen met een vorm van intelligentie - gelijkend op die van mensen - of zelfs een spirituele kwaliteit die mogelijk vergelijkbaar is met die van ons.
  Niet enkel als gelijkwaardig aan mensen, met dezelfde strekking.
  Het zíjn mensen.
  Boommensen.
  Ik zeg niet dat ik de kennis van de inheemse volken helemaal begrijp. Die komt voort uit een manier van de aarde kennen - een epistemologie - die anders is dan die van mijn eigen cultuur. Ze spreekt over afgestemd zijn op de bloei van het bitterkruid, de trek van de zalm, de cyclus van de maan. Over een weten dat we zijn verbonden met het land - met bomen en dieren en aarde en water - en met elkaar, en zegt dat we de verantwoordelijkheid hebben ervoor te zorgen voor die verbindingen en hulpbronnen. Dat we voor toekomstige generaties voor duurzaamheid van de ecosystemen moeten zorgen en degenen die ons voorgingen moeten eren. Ze spreekt over zorgvuldig handelen, alleen de geschenken te nemen die we nodig hebben, en terug te geven. Over het tonen van nederigheid en tolerantie jegens alles waaraan we in deze cirkel van leven zijn verbonden. Maar wat mijn jaren in de bosbouwkunde me ook hebben laten zien is dat te veel mensen die beslissingen nemen deze manier van naar de natuur kijken wegwuiven en zich geheel beroepen op slechts selecte onderdelen van de wetenschap. De impact is te verwoestend geworden om langer te negeren. We kunnen de conditie van het land waar het uit elkaar is gescheurd, elke hulpbron die geïsoleerd van de rest si behandeld, vergelijken met daar waar ervoor is gezorgd volgens het Secwepemc-principe van K'wseltktnews (te vertalen als 'we zijn allemaal aan elkaar verbonden') of het Salish-concept néc?mat ct ('we zijn één').
  We moeten de antwoorden die we krijgen serieus nemen.
  Ik denk dat dit soort transformerend denken ons zal redden. Het is een filosofie waarin alle wezens op aarde, alle geschenken van de aarde, als van gelijk belang worden beschouwd. Dat begint bij de erkenning dat bomen en planten handelingsvermogen hebben. Ze nemen waar, staan met elkaar in verbinding en communiceren; ze laten verscheidene vormen van gedrag zien. Ze werken samen, nemen beslissingen, leren en onthouden: eigenschappen die we gewend zijn toe te schrijven aan perceptievermogen, wijsheid, intelligentie. Door er nota van te nemen dat bomen, dieren en zelfs schimmels - alle niet-menselijke soorten - dit handelingsvermogen bezitten, kunnen we erkennen dat ze evenveel achting verdienen als we onszelf toekennen. We kunnen door blijven gaan onze aarde uit balans te duwen, waarbij de broeikasgassen jaarlijks toenemen, of we kunnen de balans herwinnen door te erkennen dat wanneer we één soort schaden, één bos, één meer, dat een rimpeling door het gehele, complexe web veroorzaakt. Mishandeling van één soort betekent mishandeling van alle soorten.
  De rest van de planeet wacht geduldig af tot we daar achter komen. (pagina 343-344)

Artikel: Bosecoloog Suzanne Simard: ‘Wie bomen niet vermenselijkt, richt schade aan’ (september 2021)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Karl Deisseroth

Inzichten : de ontstaansgeschiedenis van ons gevoelsleven
Ambo Anthos 2021, 288 pagina's € 23,99

Oorspronkelijke titel: Projections: A Story of Human Emotions (2021)

Wikipedia: Karl Deisseroth (1971)

Korte beschrijving
De auteur, hoogleraar psychiatrie en biotechniek aan Stanford University, specialiseert zich op het gebied van emoties, stemmingsstoornissen en autisme. In dit boek verkent hij op basis van een aantal ziektegeschiedenissen hoe menselijke emoties – biologisch en evolutionair gezien – zijn ontstaan en hoe ze in de hersenen tot uitdrukking komen.  Hierbij baseert Deisseroth zich op de optogenetica, een biologische technologie waarmee gedrag van individuele hersencellen waarneembaar en zelfs beïnvloedbaar wordt. Zo is het mogelijk om emoties op het niveau van de hersencel te verkennen. De aangrijpende geschiedenissen uit de psychiatrische praktijk werpen een bijzonder licht op de samenhang tussen gebeurtenissen, emoties, biologische processen en  psychiatrische stoornissen (wanen, schizofrenie, depressie, eetstoornissen etc.). De verhalen getuigen in een poëtische taal van de opmerkzaamheid en het invoelend vermogen van de auteur. Fascinerend materiaal voor lezers die meer willen weten over de samenhang tussen biologische processen en menselijke emoties. Het boek is voorzien van eindnoten met verwijzingen naar websites.

Tekst op website uitgever
In Inzichten, de opzienbarende reis door de menselijke geest, verkent psychiater Karl Deisseroth de biologische en evolutionaire oorsprong van menselijke emoties aan de hand van aangrijpende klinische verhalen uit zijn praktijk.

Een jonge vrouw met een eetstoornis onthult hoe de geest kan rebelleren tegen de meest primitieve menselijke drijfveren, honger en dorst; een oudere man, depressief en dement, laat zien hoe mensen evolueerden om vreugde en het gemis daaraan te voelen; een eenzame Oeigoerse vrouw toont ons het belang van warme sociale banden.

Deisseroth ontvouwt op invoelende wijze en in poëtische bewoordingen het grotere verhaal van de biologische oorsprong van onze emoties en laat zien hoe we die beter kunnen begrijpen. De verhalen werpen een fascinerend licht op het zelf en de manieren waarop dat soms breekt.

Inzichten is een adembenemend, baanbrekend meesterwerk dat een fundamenteel nieuw inzicht biedt in de oorsprong van ons gevoelsleven.

'Zoals de telescoop van Galileo de onmetelijkheid van de ruimte opende, zo onthult Deisseroth hoe weinig we weten over onze hersenen.' – The New Yorker

'Deisseroth bewijst dat hij een betoverende schrijver is die de innerlijke gevoelens van de mens prachtig verbindt met diepe inzichten uit de moderne psychiatrie.' – Robert Lefkowitz, Nobelprijswinnaar

‘Inzichten blinkt uit in prachtige beschrijvingen van de menselijke geest, hoe deze kan ontsporen en waar in de evolutie het zaadje daarvoor kan zijn geplant.’ – Trouw

Fragment uit 1. Bron van tranen
Het onverwacht uitblijven van tranen bij een pasgetrouwde man die zijn gezin verloren is, onverwachte tranen van ene jonge student geneeskunde - en al die andere keren dat we plotseling door tranen worden overmand: dergelijke complexe, subjectieve situaties lijken misschien ontoegankelijk voor de wetenschap. Alleen al om in de buurt te komen van enig inzicht in deze mysteries probeert een wetenschapper misschien eerst om ze te reduceren, te vereenvoudigen - door een invalshoek te vinden die de subjectieve kant buiten beschouwing laat zodat er iets meetbaars overblijft. Toch lijkt in dit geval juist die subjectiviteit de essentie te zijn.

Een dergelijk raadsel hoeft gene einde te maken aan het zoeken naar een verklaring; de meeste onderzoeksgebieden van tegenwoordig kregen in het prille begin van hun geschiedenis niet meteen een warm onthaal binnen de gevestigde wetenschappelijke orde. Nieuwe ideeën zijn vaak enige tijd veroordeeld tot een verblijf in de marge, maar kunnen uiteindelijk toch een acceptabel wetenschappelijk gespreksonderwerp worden wanneer er iets interessants consistent gemeten kan worden. Zo weten we nu bijvoorbeeld na zo'n recente spectaculaire ontwikkeling in de wetenschap zeker dat onze soort, homo sapiens, zich ook heeft voortgeplant met prehistorische mensachtigen, de Neanderthalers, waarmee h. sapiens in Eurazië vele duizenden jaren heeft samengeleefd. Wat enkele decennia geleden nog het onderwerp van speculaties en romantische fictie was, is de afgelopen jaren veranderd in op ondubbelzinnige feiten gebaseerde kennis. Niet alleen weten we dat mensen en Neanderthalers zich onderling hebben voortgeplant, maar we weten ook precies hoeveel van het huidige Euraziatische genoom uit deze uitwisseling is voortgekomen - ongeveer twee procent. Deze ontwikkeling van fictie naar wetenschap was te danken aan een nieuwe meetmethode - die is ontstaan uit een heel nieuw onderzoeksgebied, de paleogenetica - die is ontstaan uit het huwelijk tussen technologie (voor de DNA-sequentiebepaling van fossiele botten) en menselijke nieuwsgierigheid (belichaamd in het pionierswerk van enkele genetische laboratoria).

Vragen over wie we zijn en waar we vandaan komen kunnen we nu beter formuleren met die meting van twee procent. Maar er is nog veel onderzoek nodig naar de bijzonderheden (waarvan sommige geschikt zijn voor DNA-sequentiebepaling) van de tragedie die zich afspeelde rond de Afrikaanse en Euraziatische smeltkroes van onderling parende mensachtigen en hun uitsterven zo'n veertigduizend jaar geleden - slechts veertienhonderd generaties geleden, toen de laatste Neanderthaler zwakjes zijn laatste ademteug nam en die geluidloos uitblies in de bedompte lucht van ene verborgen grot, alleen, in een laatste schuilplaats ergens aan de kust van het Iberisch Schiereiland.

En nu we dat gemeten hebben wordt paradoxaal genoeg het mysterie van de lange mars van de mensheid niet kleiner, al is er een antwoord op een vraag gevonden en een getal vastgesteld, zoals die twee procent. Wetenschappelijke kennis vergroot de reikwijdte van de menselijke verbeeldingskracht, want onze fantasie begint dan vanuit een sterk begripsmatig fundament in harde feiten uit de echte wereld en kan daardoor verder reiken. Inmiddels zijn via dit traject ook andere recente nieuwkomers object van harde wetenschap geworden, zelfs innerlijke geestestoestanden als woede, hoop en psychische pijn, toestanden die we voordien alleen kenden uit onze eigen ervaring omdat ze onuitgenodigd komen, als het licht en het weer, als storm, de dageraad en een invallende schemering. (pagina 43-45)

Terug naar Overzicht alle titels


Sjoerd Beugelsdijk

De verdeelde Nederlanden : hoe een perfecte storm een klein land dreigt te splitsen (en wat we daaraan kunnen doen)
Balans 2021, 256 pagina's - € 21,90

Korte bio Sjoerd Beugelsijk (1976)

Korte beschrijving
In Nederland woedt volgens de auteur een cultuurstrijd die de samenleving heeft gepolariseerd. Het gaat dan niet meer om de (oude) tegenstelling tussen links of rechts, zoals nog in de jaren 1970-'80, maar om een volstrekt andere maatschappelijke tweedeling. Vanuit vier met elkaar samenhangende en elkaar versterkende vormen van spanning wordt die polarisatie beschreven: spanning tussen universalisten en traditionalisten, tussen globalisten en nationalisten, tussen internationaal en lokaal georiënteerden, en tussen degenen die politiek een meer open houding hebben of een meer gesloten. Omdat vrijwel steeds dezelfde groeperingen in deze spanningen tegenover elkaar staan, dreigt de kloof zich te verdiepen, zo maakt Beugelsdijk duidelijk aan de hand van het debat over verschillende maatschappelijke verschijnselen als globalisatie, identiteit, migratie, de verhouding kapitaal en arbeid, maatschappelijke ongelijkheid en onzekerheid. Tenslotte worden suggesties gedaan ter voorkoming van verdere polarisatie. Het boek geeft goed inzicht in de nieuwe maatschappelijke verdeeldheid. Het is bedoeld voor een niet-wetenschappelijk publiek en inderdaad in vlotte stijl geschreven, maar zal, gezien het thema, vooral van belang zijn voor beleidsmakers en in politiek geïnteresseerden.

Tekst op website uitgever
Van Zwarte Piet tot corona, van immigratie tot het onderwijs, van boeren en stikstof tot de huizenmarkt: Nederland polariseert. In elk debat lijken de standpunten verder uit elkaar te groeien, en ook steeds harder te worden verkondigd. Ons land lijkt uiteen te zijn gevallen in ver van elkaar verwijderde kampen, die elkaar vanuit hun eigen sociale mediabubbels bestoken met verbale handgranaten. Waar is het land van tolerantie en compromissen gebleven? Hoe komen we ooit weer bij elkaar? Sjoerd Beugelsdijk doet al jaren onderzoek naar de dieperliggende oorzaken van de toenemende polarisering. In De verdeelde Nederlanden laat hij op heldere, meeslepende wijze zien dat wij in een ‘perfecte storm’ zijn terechtgekomen: globalisering en individualisering hebben tot sterk uiteenlopende visies op identiteit geleid. Wie zijn ‘wij’ nog, vragen veel mensen zich af. Maar deze zoektocht leidt alleen maar tot méér polarisatie. Zo wil de een nationale symbolen en tradities beschermen, terwijl de ander die juist in twijfel trekt. Het resultaat: opkomend extreemrechts, ‘cancel culture’, en een schijnbaar verdwijnend midden. Is het gespleten Amerika ons voorland? Volgens Beugelsdijk hoeft het zover niet te komen. In dit fascinerende en uiterst toegankelijke boek maakt hij op basis van de laatste research en met tal van voorbeelden duidelijk dat de problemen niet vanzelf zullen verdwijnen. Tegelijk laat hij zien hoe de ernstigste gevolgen kunnen worden beperkt en het gesprek weer kan beginnen.

Fragment uit Inleiding: de olifant in de kamer
De perfecte storm

De cultuurstrijd loopt zo uit de hand omdat Nederland maatschappelijk gezien in een perfecte storm zit. Een perfecte storm is een situatie waarbij ontwikkelingen samenkomen die in combinatie zorgen voor een dramatische uitkomst. Het begrip is afgeleid uit de meteorologie en duidt op een ongewoon zware storm die veroorzaakt wordt door een zeldzame combinatie van gebeurtenissen. Ik betoog dat een zeldzame combinatie van dramatische economische, sociale en politieke ontwikkelingen verantwoordelijk is voor de polarisatie in Nederland.
  Bestaande verklaringen kiezen alleen het economische, sociale of politieke perspectief, of geven de schuld aan de sociale media. Zo leggen ze de vinger op maar een deel van de zere plek. En daarmee zien we de olifant in de kamer niet en begrijpen we nog steeds niet wat er precies aan de hand is. De econoom zit aan de slurf van de olifant en wijst naar de globalisering als oorzaak. De socioloog zit aan de staart en beweert dat het de veranderende samenleving is. En de politicoloog trekt aan het oor en roept dat het de nieuwe politieke verhoudingen zijn. Alle drie roepen ze in koor dat het komt door de sociale media. Allemaal waar. Maar ze geven slechts een deel van de verklaring.
  Om de polarisatie in Nederland te begrijpen, moeten deze ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang worden bezien. In dit boek verbind ik de slurf, de staart en het oor om de hele olifant in kaart te brengen.
  Daarvoor breng ik de laatste wetenschappelijke inzichten uit de sociale wetenschappen bij elkaar in een groter verhaal. Ik baseer me onder meer op internationaal vergelijkend onderzoek naar verschoven waarden en normen en gegevens over handel en buitenlandse investeringen. Het gaat dus niet om het ventileren van slechts mijn gevoel, maar om een opvatting gebaseerd op twintig jaar wetenschappelijk onderzoek in de economie, sociologie, politicologie en bedrijfskunde, en mijn betrokkenheid bij het nationale identiteitsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Tussen 2017 en 2019 heb ik samen met onderzoekers van het SCP onderzocht op welke manier Nederlanders zich identificeren met Nederland. Dat was uniek omdat het de eerste keer was dat ze zélf gevraagd werd hoe ze zich identificeren met hun land. Tot op heden was dat burgerperspectief niet meegenomen bij analyses van de Nederlandse identiteit. De inzichten uit dit onderzoek vormen belangrijke input voor dit boek. het is ook de directe aanleiding voor het schrijven ervan. De perfecte storm wordt gevormd door vier spanningen die de Nederlandse samenleving kenmerken. (pagina 10-11)

Artikel: Econoom Sjoerd Beugelsdijk: Ik snap de wanhoop van mensen die zich niet gehoord voelen (september 2021)

Terug naar Overzicht alle titels


Jason Hickel

Minder is meer : hoe degrowth de wereld zal redden
EPO 2021, 273 pagina's  € 24,90

Oorspronkelijke titel: Less is More: How Degrowth Will Save the World (2020)

Wikipedia: Jason Hickel (1982)

Korte beschrijving
De huidige economische orde is tot stand gekomen op een kapitalistische basis. Het resultaat was een immer groeiende economie en een toegenomen welvaart. Volgens de auteur is het onjuist alleen uit te gaan van een groeiend bruto nationaal product. De werkelijke kosten van de economische groei gaan ook gepaard met grote nadelige gevolgen voor natuur en milieu. De auteur pleit voor een afnemende consumptie en een herschikking van de economische orde. Feit blijft echter dat de wereldbevolking nog steeds sterk groeit en dat een groot deel daarvan in armoede leeft. De gedachte dat het huidige economische stelsel niet voor eeuwig houdbaar blijft, is interessant, maar het is de vraag of de door auteur geschetste weg tot de gewenste uitkomst leidt. Het boek is voorzien van eindnoten met onder meer verwijzingen naar bronnen en literatuur.

Tekst op website uitgever
Centraal in dit boek staat de vaststelling dat het kapitalisme niet in staat is de klimaatverandering en ecologische ineenstorting op te lossen. Het schetst een duidelijke weg naar een postkapitalistische economie.

Kate Raworth, auteur van de internationale bestseller Donuteconomie, roemde het als ‘een krachtig en ontwrichtend boek voor ontwrichtende tijden’. Maar ook Russell Brand en Vandana Shiva zijn fan. Centraal in Minder is meer staat de vaststelling dat het kapitalisme niet in staat is de klimaatverandering en ecologische ineenstorting op te lossen. Ons dominant economisch systeem, zo legt Jason Hickel uit, heeft voortdurende expansie nodig om de eigen ineenstorting te vermijden. Minstens drie procent per jaar. Het legt een enorme druk op mensen om te blijven consumeren, om schulden aan te gaan. Hoe bevrijdend is het besef dat het anders kan! Dit boek schetst een duidelijke weg naar een postkapitalistische economie. Een economie die rechtvaardiger, zorgzamer en leuker is. Een economie die de mens laat floreren en de ecologische ineenstorting terugdraait. Want door minder te nemen, kunnen we meer worden. Met een voorwoord van Dirk Holemans. Met een nawoord van Ewald Engelen en Marianne Thieme.

Fragment uit 1. Kapitalisme: een scheppingsverhaal
Retweet Descartes

Wij zijn allemaal erfgenamen van de dualistische ontologie. We kunnen het overal terugvinden in de taal die we gebruiken voor de natuur. We gebruiken termen als 'natuurlijke bronnen', 'ruwe grondstoffen', en zelfs, alsof we de onderwerping en dienstbaarheid ervan willen benadrukken: 'ecosysteemdiensten', want we geloven dat wat er met de natuur gebeurt fundamenteel buiten de directe belangen van de mensheid valt. De termen rollen voorbij zonder erbij na te denken van onze tong. het dualisme zit zo diep dat het zelfs een weg vindt in onze taal en zelfs juist wanneer we proberen bewuster te zijn. Het hele idee van 'omgeving', waar we om zouden moeten geven, veronderstelt dat de levende wereld niets meer is dan een soort passief vat, een decor voor het verhaal van de mensheid.

'Omgeving'. De vreemdheid van deze onschuldig klinkende term valt nog meer op wanneer we hem naar het Spaanse vertalen: 'ambiente'. In de taal van de conquistadores is de levende wereld verworden tot sfeerverlichting. Gezien vanuit de animistische ontologie is deze manier om naar de natuur te kijken hetzelfde als om je moeder, broers en zussen te zien als niet meer dan decoratieve portretten aan een muur. Dat is voor animisten ondenkbaar.

Deze ideeën stopten niet bij Bacon en Descartes. Ze zijn geretweet en verfijnd door een lange rij filosofen. Ook in het postmodernisme kun je dualistische veronderstellingen terugvinden en dat postmodernisme gaat er juist prat op dat het kritiek levert op de grootheidswaanzin van de Geest, het Zelf en de Waarheid, en dat het vragen stelt bij de grote meta-narratieven van de menselijke vooruitgang. Maar wat het postmodernisme uiteindelijk doet is het dualisme nog verder doorvoeren. Want in de postmoderne visie bestaat de wereld, de werkelijkheid niet echt; of ze bestaat wel maar het geeft niet wat het is, in zichzelf, want de realiteit is dát wat mensen erin zien of ervan maken. Niets bestaat echt totdat het door de mens is gemaakt, in de menselijke taal is ingebed, een naam heeft gekregen en een betekenis, en in onze symbolische wereld is opgenomen. De werkelijkheid buiten onze eigen ervaring is letterlijk volkomen onbetekenend geworden. Postmodernisten mogen dan kritiek hebben op het modernisme, maar daarbij hebben zij eerst wel de onderliggende voorwaarden ervan aanvaard.

Tegen deze achtergrond is het niet verbazingwekkend dat we zo nonchalant reageren op de zich opstapelende bewijzen van massa-extinctie. We nemen deze informatie met opmerkelijke kalmte op. We huilen niet. We raken niet gestrest. Waarom niet? Omdat we de mens gescheiden zien van de rest van de levende wereld. Die soorten zijn daar buiten, in de omgeving. Ze zijn niet hier binnen; ze zijn geen deel van ons. Dat we zo reageren is geen verrassing, want dat is toch het kernprincipe van het kapitalisme: de wereld is niet echt levend, en het zijn zeker niet onze verwanten waar het over gaat; het is gewoon materiaal dat kan worden gewonnen en weggegooid - en hierbij hoort ook het grootste deel van de mensen die leven. Vanuit de eigen grondbeginselen heeft het kapitalisme in feite de oorlog verklaard aan het leven zelf.


Descartes omschreef het doel van de wetenschap als volgt: 'om onszelf de meesters en bezitters van de natuur te maken'. Vierhonderd jaar later zit deze moraal diep verankerd in onze cultuur. We zien de levende wereld niet alleen als 'iets anders', we zien haar als een vijand - iets waartegen je moet vechten en waarover je de baas moet worden, met behulp van de wetenschap en logisch redeneren. Toen d bestuurders van Google in 2015 een nieuw bedrijf opzetten dat zich bezighoudt met levenswetenschappen, noemden ze het 'Verily' ('Waarlijk' in het Nederlands). Op de vraag waarom ze zo'n vreemde naam hadden verzonnen, antwoordde Andy Conrad, de CEO van Verily, dat ze hierop waren gekomen omdat 'wij alleen met de waarheid Moeder Natuur kunnen verslaan.' (pagina 77-78)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 22 september 2021

Warna Oosterbaan

Het leven van dingen : wat wij met dingen doen, en zij met ons
Atlas Contact 2021, 296 pagina's € 24,99

Korte bio Warna Oosterbaan (1947)

Korte beschrijving
De auteur schrijft over alledaagse dingen: voorwerpen en producten. Al lezend raak je verwonderd over wat daarover allemaal te vertellen valt en je leest geboeid tot het slot toe. Zowel in de antropologie als in de sociologie wordt aandacht aan de betekenis van 'dingen' besteed, maar de auteur blijft verre van wetenschappelijk proza. Het gaat hem om 'hoe belangrijk dingen zijn en wat voor soort informatie ze herbergen'. Dingen zijn soms onmisbaar geworden, zoals een mobiele telefoon. Hij wijst op ontdinging, zoals geld, dat steeds meer digitaal wordt. Dingen bepalen het karakter van een ruimte, ze kunnen zich daarin al of niet opdringen. Opruimen is regelmatig nodig, doe je dit niet, dan kan het een groot probleem worden. Je wilt veel, te veel, bewaren. Daardoor staan er in vrijwel alle huizen rommelbakjes. De omgang met dingen kan zo intens zijn dat je lichaam erop ingesteld raakt. Een betrekkelijk nieuw verschijnsel is dat er op eventuele schadelijkheid gewezen wordt. De auteur (1947) is socioloog en journalist en schrijft o.a. voor NRC. Hij is een onderhoudend verteller en is erin geslaagd een boeiend boek met functionele informatie te schrijven over schijnbaar doodgewone dingen.

Tekst op website uitgever
In ‘Het leven van dingen’ gaat Warna Oosterbaan in op de bijzondere relatie tussen mensen en dingen. Deze zijn met elkaar verbonden in talloze dagelijkse routines. Een deur openen, de fiets pakken, eten koken: het zijn handelingen waarin armen, benen en ogen als vanzelf de deurklink, trappers en pannen vinden. De dingen zijn een verlengstuk van onszelf geworden. Pas als de deurklink kapotgaat, we de pan niet kunnen vinden of we ons scheenbeen stoten aan de trapper, worden we ons van hun bestaan bewust. Dingen verdienen meer, zegt dingenonderzoeker Oosterbaan. Want als er in de geschiedenis één trend is aan te wijzen, dan is het wel dat dingen steeds belangrijker worden. Bovendien zijn ze een prominente rol gaan spelen in onze zorgen over de toekomst van onze planeet. Moeten er minder dingen komen, moeten ze anders ontworpen of geproduceerd worden? Moeten we minder achteloos met ze omgaan? Voordat je die vragen kunt beantwoorden moet je je eerst verdiepen in de vraag wat dingen in ons leven doen, vindt Oosterbaan. Met nieuwsgierige blik en met soepele pen onderzoekt hij de dingenwereld en maakt daarbij gebruik van inzichten uit de sociologie, filosofie, archeologie, cultuur en geschiedenis. Hij pleit voor een ‘nieuw materialisme’, voor de aandacht voor dingen die ze verdienen. •Met foto’s van Theo Baart

Fragment uit 11. Slimme dingen
Riedel

Omdat ik de wekker op mijn telefoon heb ingesteld op zeven uur, begint hij op dat moment aan zijn riedel. In het binnenste van de cd-ketel tikt ook een klok en als het zeven uur heeft, wordt een elektromagnetisch bediend klepje opengezet, en gat er een zwak stroompje gas lopen. Een elektrische vonk ontsteekt het gasstroompje. Er brandt nu een klein vlammetje, dat even later de grote brander van de ketel aansteekt. Als die het water in de warmtewisselaar op een temperatuur van 60 graden heeft gebracht, begint een elektrische pomp het water door het leidingensysteem en de radiatoren van het huis te pompen. 
  Zo gaat dat nog een tijdje door. Allerlei apparaten gaan voor me aan de slag of zijn daar al mee bezig. Een elektrische waterkoker, een vruchtenpers, de koelkast, de magnetron. De espressomachine. 
  Ik kik op mijn telefoon voor het nieuws, en of er mail is. Ik zet de ontbijtboel in de vaatwasser en kies een programma dat helemaal op eigen houtje gaat voorspoelen, opwarmen, wassen, spoelen en drogen. In dat laatste stadium belandt de machine pas na drieënhalf uur, als ik allang ergens anders ben. Voor het geval dat er misschien toch iemand aanwezig is, laat het apparaat met een paar piepjes weten dat zijn werk is gedaan. In de badkamer is het inmiddels behoorlijk warm geworden. Tijd om de tanden te poetsen. Net als de meeste Nederlanders die ik dat met een elektrische borstel. Ik gooi de was in de wasmachine voordat ik de deur uitga. Ook de machine weet wat hem te doen staat. Alle draaibewegingen van de trommel, de wisselende toerentallen, de toevoer van water en wasmiddel, het opwarmen, het spoelen en centrifugeren - allemaal voorgeprogrammeerd in de fabriek.
  Op de vloer rond de eettafel zie ik iets glinsteren, dus ga ik er even met de stofzuiger overheen. Ook al een apparaat dat met een elektromotor werkt. Als ik tel hoeveel ik er vanochtend in werking heb gezet, kom ik op een stuk of tien.
Zo begint een gewone dag, vol routines en vooral vol met apparaten en machines die zonder dat we hoeven na te denken hun werk doen. Op de achtergrond draaien ze gedienstig hun programma's.
  Pas op vakantie in een huisje in de bergen ontdek je wat een werk het is om je huis met hout warm te stoken. De meeste mensen vinden dat helemaal geen probleem, het hoort bij de vakantie. Als ze het de hele winter moesten doen, zouden ze er waarschijnlijk anders over denken. In een modern uitgerust huis zijn allerlei handelingen aan apparaten en machines uitbesteed. Je houdt meer tijd over, je kunt je leven indelen zoals je het zelf wilt. (pagina 205-206)

Terug naar Overzicht alle titels



Marjolijn van Heemstra

In lichtjaren heeft niemand haast : een zoektocht naar meer ruimte in ons leven
De Correspondent 2021, 178 pagina's € 20,--

Wikipedia: Marjolijn van Heemstra (1981)

Korte beschrijving
Auteur (1981) is van jongs af aan geïnspireerd door verhalen van en over astronauten. Ze is theatermaker én speler in veelal activistische voorstellingen. Ze schrijft in De Correspondent (online journalistiek platform) over de vraag hoe de ruimte ons kan helpen anders naar de aarde te kijken. Dit is ook het thema van de 18 korte hoofdstukken, waarin leuke en soms interessante wetenswaardigheden over onder meer de geschiedenis van de ruimtevaart en mensen die hierin iets betekend hebben. De ruimte waarover geschreven wordt is meer dan het heelal, het is tevens de ruimte in ons hoofd. Ruimte, waardoor je de aardse beslommeringen in meer perspectief gaat zien. Bovenal is het een persoonlijke zoektocht naar het kosmologisch bewustzijn. Een fijne mix van hersenspinsels van de auteur over haar woon- en werkomgeving, astronauten en ruimtevaart. Geschikt voor wie wil leren nadenken over zichzelf in de oneindigheid van de ruimte. Veel inspirerende informatie in de nauwkeurige bronvermelding achterin. Vlot geschreven, bijwijlen filosofisch en met aandacht voor poëtisch perspectief.

Tekst op website uitgever
Als we in deze tijd ergens te weinig van hebben, dan is het ruimte. Ruimte in onze agenda’s. Ruimte in ons hoofd. Ruimte in ons leven.

Maar wat als we het bestaan vanaf de grootst denkbare afstand bekijken?

Marjolijn van Heemstra neemt je mee op een intrigerende reis door de ruimte die we op aarde missen, en de ruimte die ons tegelijkertijd overal omringt.

Langs de vierkante meters waarop we elkaar in de weg lopen, tot de cirkels die we trekken om de zon. Want terwijl de wereld benauwder wordt en ons leven gehaaster, ontdekte ze: in lichtjaren heeft niemand haast.





































Fragment uit 1. Verlangen naar uitzicht

De eerste keer dat ik de Hubble Extra Deep Field zag was in 2006 in de Space Expo, het museum naast de European Space Agency (ESA) in Noordwijk. Dat jaar had ik me voorgenomen huisdichter te worden van de ESA. Ik was al lange tijd gefascineerd door de ruimte. De kosmos was voor mij de plek van het niet-weten, niet-zien. Het besef daardoor omgeven te zijn, heb ik altijd bevrijdend gevonden.
  Ik mailde de Space Expo met de vraag of ik het museum mocht gebruiken als tijdelijke werkplek. Ik schreef erbij dat ik eigenlijk astronomie had willen studeren maar dat het godsdienstwetenschappen werd, met een specialisatie in islamitische mystiek, een andere route naar het mysterie. De toenmalige directeur, Rob van den Berg, stuurde een vriendelijke mail terug. Het was prima als ik af en toe in de Space Expo wilde komen schrijven.
  Die foto, de Hubble Ultra Deep Field, hing voor een lichtbak vlak bij de ingang van de expositieruimte, in een verder verduisterde gang. Ik heb er ochtenden lang betoverd naar gekeken. De onbevattelijkheid van duizenden sterrenstelsels met daarin honderden miljarden sterren.
  Maar het lukte me niet er een gedicht over te schrijven. Ik kwam niet verder dan één strofe. Daarin bracht ik het schervenveld in verband met een joodse scheppingsmythe waarin een vat vol licht in miljarden stukken breekt. Al die stukken vormen, volgens de mythe, uiteindelijk het leven. De mensen, de dieren, zelfs de woorden: heilige scherven licht. In die mythe blijft elke scherf licht heimwee houden naar het vat waarin alles bij elkaar was. Dus ontstaat elke ontmoeting tussen scherven uit verlangen van licht naar nog meer licht, of die scherven nu mensen, dieren, planten of letters zijn.
  De gebroken wereld is een verlangende wereld.

Terug naar Overzicht alle titels

Peter Wohlleben

Het verborgen leven van bomen : wat ze voelen, hoe ze communiceren - ontdekkingen uit een onbekende wereld
LeV 2016, 222 pagina's € 20,99

Oorspronkelijke titel: Das geheime Leben der Bäume: Was sie fühlen, wie sie kommunizieren – die Entdeckung einer verborgenen Welt (2015)

Wikipedia: Peter Wohlleben (1964)

Korte beschrijving
In ruim 35 hoofdstukken/onderwerpen legt de auteur uit dat bomen ook gevoel hebben, kunnen communiceren, tellen, onthouden en elkaar helpen. De auteur (1964) heeft een bosbouwkundige opleiding en werkt al ruim dertig jaar in en met bos, waarvan nu als boswachter in de Eifel. Hij heeft veel bijzondere dingen gezien/ervaren en geeft daar nu zijn eigen betekenis aan, aangevuld met wetenschappelijk onderzoek. Het boek is vertaald uit het Duits en is daar een bestseller. De auteur heeft meerdere, niet in het Nederlands vertaalde, boeken over bos, dieren en natuurbehoud geschreven. Bevat noten, geen illustraties. Bijzonder, nuttig en uniek boek, echt iedereen zal anders naar bomen gaan kijken.

Tekst op website uitgever
Peter Wohlleben (1964) studeerde bosbouw en werkte meer dan 20 jaar bij bosbeheer in het Rijnland (Duitsland). In 2006 nam hij ontslag om zijn ideeën over ecologie in de praktijk te kunnen brengen, en werd boswachter van een gebied van 1200 hectare in de Eifel. Hij schreef meerdere boeken over het bos, dieren en natuurbehoud. HET VERBORGEN LEVEN VAN BOMEN was afgelopen jaar het bestverkochte non-fictieboek in Duitsland en er werden ruim 200.000 boeken verkocht. Het boek verschijnt in Nederland op 29 maart 2016. 

In het bos gebeuren verbazingwekkende dingen: bomen communiceren met elkaar. Bomen die niet alleen liefdevol voor hun nageslacht zorgen, maar ook voor hun oude en zieke buren. Bomen met emoties, gevoelens en een geheugen. Moeilijk te geloven? Misschien, maar het is waar!

Boswachter Peter Wohlleben vertelt fascinerende verhalen over de onverwachte en ongelooflijke vaardigheden van bomen. Hij combineert de laatste wetenschappelijke inzichten met zijn eigen ervaringen uit het bos, en creëert zo een opwindende nieuwe kennismaking met levende wezens die we dachten te kennen, maar nu pas echt leren begrijpen. En zo betreden we een compleet nieuwe wereld...

Het verborgen leven van bomen is een onweerstaanbare liefdesverklaring aan het bos.

Fragment uit Bos als waterpomp
Hoe komt het water eigenlijk in het bos of - nog fundamenteler - überhaupt aan land? Hoe simpel die vraag misschien ook klinkt, in eerste instantie is er nog niet zo gemakkelijk een antwoord op te geven. Want een van de belangrijkste eigenschappen van land is dat het hoger ligt dan de zee. Water stroomt door de zwaartekracht altijd naar het laagste punt en eigenlijk zouden de continenten dus moeten uitdrogen. Dat wordt slechts verhinderd door de constante bevoorrading via de wolken die zich boven de zee vormen en vervolgens door de wind verder worden getransporteerd. Dat mechanisme functioneert maar tot een paar honderd kilometer van de kust. Hoe verder landinwaarts je komt, hoe droger het wordt, omdat de wolken leeg geregend zijn en verdwijnen. Al na 600 kilometer wordt het zo droog dat de eerste woestijnen verschijnen. Leven zou daarom eigenlijk alleen in een smalle strook langs de buitenrand van de continenten mogelijk moeten zijn; het binnenland zou troosteloos en dor moeten zijn. Eigenlijk wel, ja. Maar gelukkig hebben we de bossen. Zij zijn de vegetatievorm met het grootste bladoppervlak: per vierkante meter bos vormen zich in de kronen 27 vierkante meter loof en naalden. Daarboven blijft een deel van de neerslag hangen, die meteen weer verdampt. Daarnaast verbruiken de bomen in de zomer per vierkante kilometer tot 2.500 kubieke meter water, dat ze via hun ademhaling afgeven aan de lucht. Door die waterdamp vormen zich nieuwe wolken, die vervolgens landinwaarts trekken en daar weer leeg regenen. Dat gaat telkens zo door, zodat ook de verst verwijderde gebieden van vocht worden voorzien. Die waterpomp functioneert zo goed dat de neerslag in veel uitgestrekte gebieden van de aarde, zoals het Amazonebekken, zelfs duizenden kilometers landinwaarts nauwelijks van die aan de kust te onderscheiden is. De enige randvoorwaarde is dat er van zee tot in de verste uithoek bos moet zijn. Vooral als de eerste bouwsteen ontbreekt: het bos aan de kust dus, stort het systeem in elkaar. Alle lof voor de ontdekking van deze ongelooflijk belangrijke verbanden verdienen de wetenschappers rond Anastassia Makarieva uit Sint-Petersburg in Rusland. Zij deden over de hele wereld onderzoek in verschillenden bossen en kwamen telkens tot dezelfde conclusies. Of het nu gaat om het regenwoud of de Siberische taiga, steeds weer waren het de bomen die de essentiële vochtigheid landinwaarts doorgaven. De wetenschappers ontdekten ook dat het hele systeem in elkaar stort wanneer de bossen aan de kust worden gekapt. Het werkt hetzelfde als wanneer je bij een elektrische pomp het zuigstuk uit het water zou trekken. In Brazilië zijn de gevolgen al zichtbaar: het Amazoneregenwoud wordt steeds droger. Midden-Europa ligt nog binnen de 600 kilometerzone en daardoor in het aanzuigbereik van de pomp. Gelukkig zijn hier nog bossen, ook al zijn ze inmiddels sterk gekrompen. (pagina 95-96)

Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Terug naar Overzicht alle titels

Stefan Buijsman

AI - Alsmaar Intelligenter : een kijkje achter de beeldschermen
De Bezige bij 2020, 222 pagina's  € 21,99

BIo TU Delft: Stefan Buijsman (1995)

Korte beschrijving
Een kijkje in de wereld van de kunstmatige intelligentie. Hoe het door de jaren heen vorm krijgt: van geprogrammeerde instructies en zelflerende algoritmes tot neurale netwerken geïnspireerd op de menselijke hersenen. De auteur beschrijft stap voor stap de ontwikkelingen vanuit een historisch perspectief en laat zien welke technieken worden toegepast om de intelligentie te vergroten. De ontwikkeling wordt toegelicht met duidelijke voorbeelden van de mogelijkheden en de beperkingen. De zwakke kanten van neurale netwerken zullen, naar verwachting van de auteur, ook in de nabije toekomst nog van invloed zijn op de toepassing in de samenleving. De auteur (1996) is een gerespecteerd wetenschapper en filosoof, die in staat blijkt technisch ingewikkelde materie in begrijpelijke taal over te brengen. Geschikt voor een brede doelgroep die meer wil weten over kunstmatige intelligentie, de achtergronden en de toepassing ervan in de samenleving, nu en de nabije toekomst. Bevat illustraties en een uitgebreid bronnenoverzicht.

Tekst op website uitgever
Gezichtsherkenning, zelfrijdende auto’s, algoritmisch nepnieuws, Tinder-matches, deepfakes en sollicitatiegesprekken met een computerprogramma. Of we het nu willen of niet, we worden omringd door artificiële intelligentie. Maar wat betekent dat? Moeten we ons zorgen maken over een toekomst vol computers die slimmer zijn dan wij? Om daarachter te komen duikt Stefan Buijsman in de kunstmatige intelligentie. Vanaf de eerste chatbot in de jaren zestig via computers die vliegtuigen laten crashen in de jaren negentig tot aan de nieuwste zelfrijdende auto’s laat hij zien hoe wij met algoritmes omgaan, hoe ze eigenlijk werken en hoe beperkt die programma’s zijn. In AI: Alsmaar intelligenter neemt Buijsman ons op zeer toegankelijke wijze mee langs alle pluspunten en valkuilen van kunstmatige intelligentie. De beloftes en de gevaren van die techniek hangen volledig van ons af.

Fragment uit Kunstmatige Intelligentie in de (toekomstige) samenleving
Je snapt het idee ondertussen wel. Technologische vooruitgang kun je net zo gemakkelijk misbruiken als voor iets moois inzetten. Computers kunnen ons in staat stellen om meer te controleren, omdat het mogelijk is om nóg meer tegelijkertijd in de gaten te houden en te sturen. Ze kunnen ook sneller misleidende informatie verspreiden, via nepfoto's en -filmpjes, en door geautomatiseerd nepnieuws. Deels is de technologie daar weer een antwoord op. Eerder noemde ik al neurale netwerken die door de computer geschreven teksten opsporen en algoritmes die Photoshopbewerkingen kunnen terugdraaien. Daarmee kunnen we die nepbeelden en -teksten bestrijden, al zal dat nooit perfect lukken. Facebook kwam eind 2019 met een techniek om gezichten onherkenbaar te maken voor gezichtsherkenning (maar niet voor ons) die bij video's gebruikt kan worden. Toch moeten we waakzaam blijven voor de toepassingen die kunstmatige intelligentie krijgt. Want het grootste gevaar van kunstmatige intelligentie is ons gebruik ervan.
  En vergeet niet: de gevaren van kunstmatige intelligentie liggen niet alleen in de potentie er doelbewust kwaad mee aan te richten. De zwakke kanten van neurale netwerken kunnen er óók voor zorgen dat systemen met een goede intentie ongewenst uitpakken. Computers kunnen alsnog stereotypes versterken, bij uitzonderingen volledig willekeurige beslissingen nemen en ga zo maar door. Hoe belangrijker de beslissingen die de computer neemt, des te ingrijpender de gevolgen van deze beperkingen. Daar kunnen wij natuurlijk iets aan doen: computers voorlopig nog geen grote beslissingen laten nemen in gevallen waar we niet zeker zijn van hun gedrag. En voorstellen van computers (over de duur van een straf bijvoorbeeld) niet blindelings opvolgen. Kortom, kritisch blijven, ongeacht hoe geavanceerd het stuk kunstmatige intelligentie ook zou zijn. Dat blijft nodig en dat is ook een van de redenen dat ik optimistisch ben over de toekomst van onze banen. (pagina 183-184)

Terug naar Overzicht alle titels