zondag 27 juni 2021

Hans Plets

Verdwaald in de werkelijkheid : de mens op zoek naar zijn plaats in de kosmos
Sterck & De Vreese 2021, 288 pagina's   - € 25,95 

Website Hans Plets (19?)

Korte beschrijving
De auteur, fysicus, sterrenkundige en filosoof, schreef een geschiedenis van fysica en kosmologie, die soms een raakvlak heeft naar de filosofie, zoals bij de Klassieke Oudheid en de Wiener Kreis en Popper. Hij doet dit met een grote kennis van zaken en stofbeheersing. Daarbij heeft hij een heldere stijl, waarmee hij de materie begrijpelijk maakt. Als het toch moeilijk wordt, ligt dat aan de onderwerpsmaterie. Plets behandelt de hele geschiedenis vanaf de vroege Grieken via Plato en Aristoteles, Alexandrië en de Middeleeuwen. Dan de revolutionaire ontwikkeling in de Renaissance naar de huidige wetenschap. Hij houdt niet op bij de kwantumfysica, maar gaat verder tot de eigen tijd. Opvallend is dat de ontwikkeling van de wetenschap niet tot meer zekerheid, maar tot steeds meer twijfel leidt. Voor wie thuis wil raken in deze materie, is dit een onmisbaar boek.

Tekst op website uitgever
De mens stond eeuwenlang in het centrum van een behapbaar en geborgen universum, tot Copernicus de mens uit het centrum van de kosmos verjoeg, en we uiteindelijk zelfs verbannen werden naar een uithoek van de Melkweg, een onbeduidend stipje in een onpeilbaar groot universum. Hoe meer we weten, hoe raadselachtiger de wereld blijkt. Een kosmos geregeerd door toeval, zonder plan, zonder doel. Vandaag zijn we nog steeds op zoek naar het ultieme inzicht in de fundamenten van de werkelijkheid en onze verhouding tot de kosmos. Is onze eindbestemming wel bereikbaar? Zijn we niet stilaan hopeloos verdwaald? Hans Plets is fysicus, sterrenkundige en filosoof. In dit boek combineert hij deze drie domeinen bij zijn zoektocht naar onze kennis over de werkelijkheid en komt tot unieke inzichten op het gebied van de wetenschap, filosofie en geschiedenis.

Hans Plets is fysicus, sterrenkundige en filosoof. In dit boek combineert hij deze drie domeinen bij zijn zoektocht naar onze kennis over de werkelijkheid en komt tot unieke inzichten op het gebied van de wetenschap, filosofie en geschiedenis.

Fragment uit (de) Inleiding
De sofisten in het antieke Griekenland wisten het al: de mens is de maat van alle dingen. We bekijken de wereld steeds vanuit ons standpunt en meten alles af aan onze eigen standaard. Atomen vinden we onooglijk klein, sterrenstelsels reusachtig groot. Het leven van een eendagsvlinder is voorbij in een zucht, de levensduur van een Groenlandse walvis onvoorstelbaar lang.
  Met deze homo-mensura-stelling maken we onszelf misschien belangrijker dan we zijn, maar het alternatief, ten volle beseffen dat je, ruim gemeten, honderd jaar doorbrengt op een onooglijk klein plekje in een gigantisch groot universum dat bijna veertien miljard bestaat, klinkt dan ook niet bijster aantrekkelijk.
  Zo denken we dan ook dat ons bestaan speciaal en betekenisvol is. Precies tijdens die honderd jaar van mijn bestaan en juist op dit plekje van de kosmos, gebeurt iets bijzonders, God openbaart zich, de wereld zal vergaan, aliens zullen ons hun bestaan onthullen, ik ben in dit leven geroepen met een missie. Of iets subtieler: het denken over de werkelijkheid bevindt zich juist nu op een kruispunt.
  En toch is dit laatste wat de meeste wetenschappers echt denken. Aan het eind van de negentiende eeuw beschouwden natuurkundigen de fysica nog als min of meer afgerond. Een van de latere grondleggers van de kwantumfysica kreeg in die periode zelfs de goede raad zijn talent niet te verspillen aan natuurkunde en iets nuttigers te gaan doen met zijn leven. Maar even later zette die kwantumfysica, samen met de relativiteitstheorie, ons denken over de werkelijkheid helemaal op zijn kop.
  Sindsdien regent het successen. De nieuwe theorieën doen de gekste voorspellingen en die komen nog uit ook, akelig precies zelfs. Eeuwenlang hebben we met de fijne kwast van een archeoloog stof en vuil weggeveegd om, met de nodige tegenslagen en dwaalsporen onderweg, laagje na laagje dieper tot de werkelijkheid oor te dringen. Met de komst van de kwantumfysica en relativiteitstheorie lijkt het of we er met de grove borstel doorheen gaan en in één beweging verschillende lagen stof verwijderen.
  Maar net wanneer de hoop het grootst wordt dat we in de buurt van de ultieme onderliggende kern komen, wil het plotseling allemaal niet meer zo goed lukken. O ja, we boeken nog steeds schitterende successen, zoals de ontdekking van het higgsdeeltje of de waarneming van de klank van botsende zwarte gaten die ruimte en tijd vervormen. Maar ondanks schitterende ideeën van verbluffend bekwame wetenschappers, komen we al een tijdje niet echt dieper bij het ontrafelen van de ware aard van de werkelijkheid.
  Integendeel, hoe dieper we graven, hoe vreemder de ondergrond. Onze kennis gaat slechts over een klein stukje van de werkelijkheid. Over 95% ervan weten we nagenoeg niets. Dezelfde problemen schreeuwen al enkele decennia tevergeefs om een oplossing. Tegelijkertijd heeft de wetenschap ons een kijk op de werkelijkheid gegeven waar je niet meteen vrolijk van wordt. We zijn het resultaat van blind toeval, er schuilt geen enkele zin, betekenis of doelgerichtheid in het heelal, ons bestaan doet er niet toe, de werkelijkheid is per slot van rekening helemaal niet op onze maat geschreven.
  Wat doe je wanneer je het even niet meer weet? Misschien even een stap opzijzetten en kijken welke weg we tot dusver afgelegd hebben om onze verhouding tot de werkelijkheid te verhelderen. Want de mens heeft zich altijd al afgevraagd hoe de wereld in elkaar zit. Misschien kunnen we de vraag naar onze plaats in de kosmos op die manier in en breder perspectief plaatsen. (pagina 9-10)

Terug naar Overzicht alle titels


Han Lörzing

Een land waarover is nagedacht : hoe de planners Nederland vormgaven
De geus 2021, 299 pagina's  - € 24,99 

Korte biografie Han Lörzing (1946)

Korte beschrijving
De auteur werkte vele jaren in de ruimtelijke ordening in Nederland. In dit boek brengt hij zijn kennis en ervaring samen in een overzicht van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Hij start in het begin van de twintigste eeuw. Vooral belicht hij de steeds veranderende positie en status van de ordening van het ruimtegebruik. Buitenlanders lijken snel onder de indruk van de ruimtelijke ordening in Nederland. In ons land zelf zijn de gedachten daarover wat ambivalent en wisselen ze behoorlijk in de tijd. Van de eerste tot en met de vijfde nota over de ruimtelijke ordening verschieten de opvattingen nogal van kleur en zijn ook de gedachten over de rol van de centrale overheid aan verandering onderhevig. De auteur kleurt het verhaal in met persoonlijke impressies en ervaringen. Uiteindelijk is hij positief over de planning in Nederland en bepleit hij voor de komende jaren iets meer sturing vanuit het Rijk. Een persoonlijk en helder inzicht in de ruimtelijke ordening van Nederland en de geschiedenis daarvan.

Tekst op website uitgever
Waarom ziet Nederland eruit zoals het eruitziet? Dat is voor een groot deel te danken aan de fantasie van architecten en stedenbouwers. En wat in de afgelopen eeuw steeds belangrijker werd, is de rol van de ruimtelijke ordening, van de lokale politiek tot het landsbestuur. Planning is politiek.

In de twintigste eeuw bouwde ambtelijk Nederland een ‘ordeningsstaat’ op. Het uiterlijk van Nederland – van groeikern tot bufferzone, van Bijlmermeer tot Vinexwijk – is er blijvend door beïnvloed. Hoe kwamen de wijken tot stand? Wat was de rol van ontwerpers, ambtenaren en bestuurders? Daarover gaat Een land waarover is nagedacht, in tal van anekdotes. Die ordeningsstaat was in zijn beste dagen een geoliede organisatie die met vaste hand de regie voerde. Dit boek is een pleidooi om dat unieke systeem van planning en ontwerp niet verloren te laten gaan.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels


Minouche Shafik

Samen : een nieuw sociaal contract voor de 21e eeuw
Nieuw Amsterdam 2021, 272 pagina's  - € 24,99

Wikipedia: Minouche Shafik (1962)

Korte beschrijving
De klimaatcrisis, de nasleep van de financiële crisis van 2008, het opkomend populisme en de recente coronapandemie leiden tot grote veranderingen in de wereld. Om hier adequaat op te kunnen inspelen is een nieuw 'sociaal contract' nodig, waarin vastgelegd wordt hoe we - individuen, bedrijven, maatschappelijk middenveld en staat - met elkaar dienen om te gaan. Dat is althans het pleidooi van de auteur, directeur van de prestigieuze en invloedrijke London School of Economics and Political Science. Aan de hand van een aantal thema's - families, gezondheid, werk, ouderdom en de verschillende generaties - ontwikkelt zij de contouren van een nieuw sociaal contract. Hierin staan zekerheid voor iedereen, maximale ontplooiingskansen en eerlijke spreiding van risico's centraal. Een indrukwekkend en sterk beargumenteerd pleidooi voor een nieuwe manier van samenleven. Geschreven voor eenieder die zich grondig wil bezinnen op de grote uitdagingen van de 21e eeuw.

Tekst op website uitgever
Of we het beseffen of niet, door wederzijdse verplichtingen in ons gezin en onze familie, op ons werk en in de samenleving maken we elke dag deel uit van het sociaal contract. Het zorgen voor anderen, het betalen van belasting en het profiteren van publieke voorzieningen, dat alles bepaalt het sociaal contract, het fundament van de samenleving. Grote veranderingen in economie, technologie, demografie en klimaat transformeren onze wereld ingrijpend, met gevolgen voor inkomensverschillen, de positie van vrouw en man, het onderwijs, de gezondheidszorg en het werk. Het huidige sociaal contract is onder druk komen te staan.

Minouche Shafik neemt ons mee door de stadia van het leven – opvoeden van kinderen, volgen van onderwijs, ziek worden, werken, oud worden – en maakt duidelijk hoe we onze samenleving in elk stadium en op elk niveau kunnen herordenen. Ze draagt de bouwstenen aan voor een nieuw sociaal contract, waarin onze onderlinge afhankelijkheid meer wordt onderkend, meer in mensen wordt geïnvesteerd, maar ook meer van individuen wordt verwacht. Samen is een hoopvol boek, dat laat zien hoe we samen verder kunnen bouwen aan een ruimhartige en inclusieve samenleving.


Fragment uit 8. Een nieuw sociaal contract

Op 4 juli wordt in de Verenigde Staten elk jaar met vuurwerk en barbecues gevierd dat in 1776 de Declaration of Independence werd afgekondigd, maar toen president John F. Kennedy op 4 juli 1962 een toespraak hield, noemde hij dat zijn Declaration of Interdependence - een 'Verklaring van Onderlinge Afhankelijkheid'. Hij wilde benadrukken dat mensen en landen sterk afhankelijk zijn van elkaar en dat ze daardoor veel te winnen hadden bij samenwerking. Kennedy verwees hierbij in het bijzonder naar de wederzijdse afhankelijkheid tussen de enkele jaren daarvoor opgerichte Europese Economische Gemeenschap (EEG, de voorloper van de EU) en de Verenigde Staten. Het gevoel dat hij in deze toespraak uitdrukte is echter evenzeer van toepassing op de onderlinge afhankelijkheid binnen landen. 

Vijf jaar later hield Martin Luther King, de grote leider van de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging, een kersttoespraak waaruit een soortgelijk gevoel sprak: 'In essentie is al het leven onderling verbonden. Alle mensen zitten aan elkaar vast in een onontkoombaar netwerk van wederkerigheid, verweven in een enkel gewaad van het lot. Alles wat één mens direct raakt, raakt indirect iedereen. Ik kan nooit zijn wat ik zou moeten zijn, totdat jij bent wat je zou moeten zijn, en jij kunt nooit zijn wat je zou moeten zijn, totdat ik ben wat ik zou moeten zijn.'

De coronapandemie maakte in veel opzichten dingen bijzonder duidelijk, en dat geldt zeker voor het feit dat onze onderlinge afhankelijkheid heel groot is. Het virus bewoog zich over de hele wereld, raakte iedereen, maar vooral hen wier gezondheid het meest kwetsbaar was. het was voor ons allemaal van het grootste belang dat miljoenen mensen die we niet kenden zich verantwoordelijk zouden gedragen, en dat de gezondheidszorg in verre landen in staat zou zijn om de pandemie het hoofd te bieden. Binnen landen werd heel duidelijk welke beroepen essentieel waren: zonder verpleegkundigen, chauffeurs, supermarktpersoneel, schoonmakers zou ons leven spaak lopen. Het is bijzonder ironisch dat veel van deze essentiële arbeidskrachten tot de laagst betaalden horen en vaak geen vast dienstverband hebben en dus helemaal niet zeker zijn van hun baan. 

Dit boek heeft aangevoerd dat de teleurstelling en desillusie die we in zo veel landen zien wordt veroorzaakt door het feit dat ons sociale contract is bezweken onder de druk van technologische en demografische veranderingen. Als gevolg hiervan komen meer risico's te rusten op de schouders van de individuele burgers, zoals de zorg voor hun kinderen, het op peil houden van hun vaardigheden als ze werkloos worden, het voor zichzelf zorgen als ze oud worden. We leven steeds vaker in een je-staat-er-alleen-voor-samenleving, een situatie die resulteert in politiek gebaseerd op woede, gezondheidsproblemen die epidemische vormen aannemen en een toekomst die zowel door ouderen als jongeren wordt gevreesd. Toch is het op veel terreinen niet alleen onrechtvaardig als risico's worden afgewenteld op het individu, maar het is ook veel minder efficiënt en productief dan wanneer ze worden gespreid over de gehele samenleving. 

We hebben een nieuw sociaal contract nodig dat beter in elkaar zit, dat zekerheid en kansen biedt voor iedereen, een sociaal contract dat minder gaat over 'mij' en meer over 'wij', dat onze onderlinge afhankelijkheid onderkent en daar tot ons wederzijds profijt gebruik van maakt. We hebben een sociaal contract nodig dat gaat over het meer delen en spreiden van risico's, zodat we ons minder zorgen hoeven te maken, terwijl we het talent in onze samenlevingen optimaal benutten en mensen in staat stellen om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren. Het betekent ook dat we niet alleen zorgen voor het welzijn van onze kleinkinderen, maar ook voor die van anderen, aangezien zij in de toekomst in dezelfde wereld zullen leven. (pagina 178-179)

Terug naar Overzicht alle titels

Andrew H. Knoll

De aarde : een kleine geschiedenis
Thomas Rap 2021, 256 pagina's  - € 23,99

Oorspronkelijke titel: A brief history of Earth  (2021)

Wikipedia: Andrew H. Knoll (1951)

Korte beschrijving
In slechts acht hoofdstukken en iets meer dan 250 pagina’s vertelt de Amerikaanse auteur, hoogleraar biologie en aardwetenschappen aan de universiteit van Harvard en voormalig lid van de Nasa Mars-missie het levensverhaal van de aarde. Op een manier die heel anders is dan van bv. Bill Bryson. Vanaf het begin van het verhaal is de aarde een bol die bestaat uit een serie scheikundige onderdelen. En niet alleen de aarde zelf, ook de ijstijden en massa-extincties, en het leven op de planeet wordt haarfijn ontleedt aan de hand van atomen. Dat geeft het boek een extra dimensie, maar maakt het lezen wel moeilijker. Naast de belevenissen van geologen en paleontologen uit heden en verleden wordt het verhaal ook speelser door eigen avonturen. Een auteur met een ware passie. Een aanrader voor lezers geïnteresseerd in de chemische en fysische opbouw en ontwikkeling van de aarde en de rol van de mens hierin. Bevat zwart-witfoto’s en figuren. Met literatuurlijst en register.

Tekst op website uitgever
Meer dan vier miljard jaar geleden ontstond onze kleine planeet uit rotsachtig puin dat rond een jonge ster cirkelde. De eerste jaren werd de aarde bekogeld door kometen en meteoren en stond ze op de rand van vernietiging. Ze was bedekt met oceanen van kolkend magma; giftige gassen verstikten de atmosfeer. Vulkaanuitbarstingen, zeebevingen en ijstijden volgden elkaar met regelmaat op. Voor het grootste deel in haar lange bestaan was de aarde voor mensen onbewoonbaar, totdat te midden van deze dynamiek er leven ontstond.

In zijn boeiende boek plaatst Andrew Knoll de klimaatverandering van de eenentwintigste eeuw in de context van die lange aardgeschiedenis, want een van de meest indringende lessen van de geologie is hoe veranderlijk, kwetsbaar en kostbaar onze huidige leefomgeving in feite is. Met die kennis in het achterhoofd kunnen we beter begrijpen hoe het handelen van de mens onze planeet ingrijpend verandert. Dat maakt De aarde. Een kleine geschiedenis tot een fascinerend en essentieel boek over ons ontstaan én onze toekomst.

Fragment uit (de) Proloog: een uitnodiging
De laatste tijd lijken de krantenkoppen rechtstreeks uit het Bijbelboek Openbaringen te komen: bosbranden zonder precedent in Californië en het Amazonegebied; recordtemperaturen in Alaska; smeltende gletsjers op Groenland; vernietigende orkanen die de Cariben en het kustgebied van de Golf van Mexico teisteren, terwijl het Midden-Westen van de Verenigde Staten getroffen worden door overstromingen  die maar 'eens in de honderd jaar' zouden moeten voorkomen. Chennai, de zesde stad van India, zit zonder water, en Kaapstad, en Sau Paulo bijna. Het nieuws over het leven op aarde is nauwelijks beter: het aantal vogels is in Noord-Amerika sinds 1970 met 30 procent gedaald; insectenpopulaties zijn gehalveerd; het koraal van het Groot Barrièrerif sterft op grote schaal; het aantal olifanten en neushoorns daalt rasant; commerciële visbestanden staan wereldwijd onder druk. Afname van de populatie is nog geen uitsterven, maar het is wel de weg naar de ondergang van een soort.

Is de aarde dolgedraaid? In één woord: ja. En we weten ook hoe het komt. Het is onze schuld: het zijn de mensen die de broeikasgassen de lucht in jagen, waardoor niet alleen de aarde opwarmt, maar ook hittegolven, droogten en stormen vaker voorkomen én heviger worden. En het zijn de mensen die soorten op de rand van uitsterven brengen door veranderend landgebruik, uitputting van hulpbronnen, en, in toenemende mate, klimaatverandering. Tegen die achtergrond is de menselijke reactie hierop misschien nog wel het meest deprimerend: wijdverbreide onverschilligheid, zeker in mijn eigen land, de Verenigde Staten.

De verandering van onze planeet zal al bepalend zijn voor he leven van onze kleinkinderen, dus waarom kan het zoveel mensen zo weinig schelen? In 1968 gaf een Senegalese boswachter, Baba Dioum, en gedenkwaardig antwoord op die vraag: 'Uiteindelijk,' zei hij, 'zullen we alleen proberen te behouden wat we liefhebben; we hebben alleen lief wat we begrijpen, en we begrijpen alleen wat ons is geleerd.'

Dit boek is een poging om begrip te kweken. Het is een uitnodiging om de lange geschiedenis die de aarde heeft gemaakt tot wat ze nu is, op waarde te schatten. Het is een oproep om te erkennen hoezeer het handelen van de mens een wereld die al vier miljard jaar in ontwikkeling is, verandert. En het is een uitdaging om daar iets aan te doen. (pagina 14-15)

Lees vooral ook: De ontdekking van de aarde : het grote verhaal van een kleine planeet van Peter Westbroek (uit 2012)

Klik hier voor artikel over andere boeken met in de (onder)titel de woorden 'kleine geschiedenis'(september 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

Carolyn Steel 2

Wat gaan we eten : Sitopia: hoe goed eten de wereld kan redden
Meulenhoff 2021, 496 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: Sitopia : How food can save the world (2021)

Wikipedia: Carolyn Steel (19?)

Korte beschrijving
De auteur van dit boek verdiept zich al langere tijd in de relatie die mensen hebben met eten. In 2008 verscheen haar bestseller ‘De hongerige stad’*, over de band tussen stad en platteland. Ze werkte meer dan zes jaar aan dit boek waarin ze de grote vragen niet uit de weg gaat. Vragen als: wat zorgt voor een goed leven? In haar boek beschrijft ze de paradox dat we in de geïndustrialiseerde wereld geen honger meer hebben en eigenlijk de hele dag door werken. Desondanks zijn we niet gezond want we eten het verkeerde voedsel. We moeten andere keuzes maken en volgens Carolyn Steel helpt filosofie daarbij. Ze maakt duidelijk dat niet alleen ons voedsel, maar ook wie wij zijn onderdeel is van de aardse cyclus. Ze laat zien dat onze voorouders, de jagers-verzamelaars, een goede gezondheid hadden door een gevarieerd dieet. Volgens haar kan een directe band met ons voedsel onze kijk op de wereld verbeteren. Geschikt voor lezers die - op wat diepere wijze - geïnteresseerd zijn in goede voeding.

Tekst op website uitgever
Hoe kunnen we ethisch verantwoord en gezond leven in een wereld waar goedkoop, slecht geproduceerd voedsel de norm is?

Al vanaf de tijd dat onze voorouders leefden als jager-verzamelaars geeft voedsel vorm aan onze dagelijkse bezigheden, aan onze lichamen en woningen, aan onze politiek en handel, en aan ons klimaat. Of het nou gaat om de dagelijkse beslissing over wat er op tafel moet worden gezet of om het monopolie van de voedselindustrie, eten raakt aan elk aspect van ons bestaan. Doordat we onze ogen sluiten voor de echte waarde van voedsel en voedselproductie, raken we langzaam gewend aan een manier van leven die een risico vormt voor onze planeet en voor onszelf.

Voeding speelt daarom een essentiële rol als het gaat om hoe we de problemen van onze tijd het hoofd moeten bieden. Carolyn Steel gebruikt inzichten van beroemde filosofen zoals Aristoteles en Plato en ideeën uit de geschiedenis, architectuur, literatuur, politiek en wetenschap om te laten zien hoe we onze relatie met voedsel, en de manier waarop we het distribueren en produceren, kunnen veranderen. Wat gaan we eten? biedt een uitdagende en spannende visie voor verandering; Steel wijst op bedachtzame en inspirerende wijze de weg naar een leefbare toekomst.

Fragment uit 6. Natuur
Schepselen van de vrije natuur

Spectors onderzoek biedt inzicht in wat twaalfduizend jaar beschaving ons heeft gekost. Levend en etend in de vrije natuur zijn de Hazda innerlijke ne uiterlijk dusdanig in harmonie met de natuur als menselijkerwijs maar mogelijk is. Ze belichamen het ideale evenwicht dat door de moderne levensstijl onmogelijk is gemaakt. Ze bezitten geen auto's of computers, maar hebben ook geen welvaartsziekten als kanker of hart- en vaatziekten. of deze ruil wel of niet de moeite waard is, kan worden betwist,. Uiteindelijk is ook dit het resultaat van het evolutionaire pad dat we hebben afgelegd.

Waar we ook leven en hoe we dat ook doen, we zijn een levende afspiegeling van de natuurlijke wereld, of beter gezegd: van de aangepaste versie ervan die we zelf hebben gecreëerd. Nu pas, nu foeragerende volken als de Hazda op de rand van uitsterven staan, gaan we begrijpen wat dit alles betekent. Als we de natuur simplificeren doen we onszelf tekort. De auteurs van Gilgamesj hadden gelijk: voor de mens is leven in de stad, ver verwijderd van de natuur, een manier van dood-zijn.

Spectors wonderbaarlijke microbiële metamorfose toont echter dat nog niet alles verloren is. De ongelooflijke snelheid waarmee deze oeroude micro-organismen zijn ingewanden koloniseerden, kondigt een potentieel spannend nieuw hoofdstuk aan in onze relatie met de natuur. In zeker opzicht hebben we met onze technologische reis een omwenteling doorgemaakt en beseffen we nu pas wat onze voorouders instinctief al wisten: alleen wanneer de natuur floreert in al haar volheid, floreren wij ook.

De implicaties van deze herontdekking gaan ongelooflijk ver, niet alleen ten opzichte van de manier waarop we onszelf voeden en hoe we leven, maar ook wat betreft de filosofische basis van onze samenleving zelf. Ongeacht op welke schaal we hiernaar kijken, is het onze taak op dit scharniermoment in de evolutie dat we ons niet simpelweg verzoenen met de natuur of de wereld redden door haar als een gigantische taart in stukken te verdelen, maar dat we erkennen dat we schepselen van de vrije natuur zijn. In een tijdperk van ongebreidelde verstedelijking en ongekend technologisch meesterschap is dat misschien een vreemde manier om jezelf te omschrijven, maar dat is nu juist het punt. Wat een herwonnen gevoel van diepe verbondenheid met de natuur ons vooral laat zien, is hoe dodelijk de deal is die we met de natuur hebben gesloten. Als we in de toekomst enige kans op geluk en voorspoed willen maken, moeten we deze deal zo snel mogelijk herzien.

Hoe kunnen we eten, leven en denken als schepselen van de vrije natuur? Het is zonneklaar dat we dan de grote wildernissen van de wereld moeten respecteren en behouden, wat op zijn beurt betekent dat we heel goed moeten weten wat we níet eten. De kaalslag van de regenwouden voor palmolie of de onttakeling van de zeebodem door trawlvisserij (het onderwaterequivalent van een ijzeren staaf van 30 ton zwaar en 150 meter lang over een akker slepen) behoort domweg niet tot het gedrag van beschaafde wezens. We moeten met een lichtere ecologische voetafdruk voor onze voeding zorgen, zodat de vrije natuur in stand wordt gehouden en niet verwoest. Er zijn genoeg aanwijzingen hoe onze voorouders dat deden en hoe sommige mensen dat nu doen, maar kunnen we zulke praktijken ook overzetten naar het moderne, stedelijke bestaan? Het verrassende antwoord: jazeker, en zelfs makkelijker dan je denkt. Kijk naar voedsel. We weten inmiddels dat wild, natuurlijk voedsel veel voedzamer is dan gecultiveerd voedsel. De voedingswaarde bijvoorbeeld van de wilde bessen die de Hazda eten, is tien tot honderd keer hoger dan de bosbessen in de supermarkt. Bij de veredeling van planten werden wilde eigenschappen meestal ondergeschikt gemaakt aan hogere opbrengsten. Laten we daarom vanaf nu landbouwvormen ontwikkelen waarbij de wildheid behouden blijft. Biologische landbouwers zijn daar al in hoge mate mee bezig. Maar we moeten veel verder gaan en natuurlijke groeiprocessen nabootsen en stimuleren, zodat ecologische voedselsystemen ontstaan die even rijk en gevarieerd zijn als in de natuur. Deze benadering vereist dat we heel anders gaan eten (minder brood en pasta, meer noten en bessen alsook seizoenproducten), maar tegelijkertijd zal ons voedsel veel efficiënter zijn, in die zin dat we ons meer op kwaliteit focussen dan op kwantiteit. Als de bessen die we eten honderd keer voedzamer zijn dan de huidige supermarktbessen, kunnen we toe met een honderdste van de huidige productie.

Als we willen eten als schepselen van de vrije natuur, houdt dat ook in dat ons dieet met een groot aantal soorten moeten worden uitgebreid, inclusief insecten. (pagina 380-392)

Draadje (augustus 2021)




Lees ook: De hongerige stad : hoe voedsel ons leven vormt (2011)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 13 juni 2021

Hans Boutellier 3

Het nieuwe Westen : de identitaire strijd om de sociale verbeelding
Van Gennep 2021, 173 pagina's € 16,99

Website Verwey-Jonker instituut: Hans Boutellier (1953)

Korte beschrijving
Hoogleraar Hans Boutellier (Polarisatie en Veerkracht aan de Vrije Universiteit) bijt zich al decennia vast in sociale vraagstukken. In zijn laatste boek heeft hij zich gebogen over de raakvlakken tussen het actuele identiteitsdebat, migratie en polarisatie. Denk aan de toenemende impact van uiteenlopende groepen als Me Too-feministen, Black Lives Matter-activisten, blanke suprematisten en islamisten. Boutellier onderzoekt in dit boek oorzaken en achtergronden van deze ontwikkeling. Tegelijk probeert hij een nieuw verbindend perspectief te bieden in termen van wederkerigheid en een bezield geloof in de democratische rechtsstaat. Het boek is duidelijk te plaatsen in de progressieve hoek, met bijbehorende idealistische inslag. Het is in eigen kring lovend ontvangen, maar voor andersdenkenden zal het te 'links' en 'soft' overkomen. Het betreft geen simpel leesvoer (hoog abstractieniveau, veel moeilijke woorden). Uitvoering: geen kleurendruk, geen illustraties, redelijk traditionele typografie/lay-out, acht hoofdstukken, proloog, epiloog, voetnoten en een literatuuroverzicht. Goed boek, maar voor een beperkte lezerskring.

Tekst op website uitgever
Van #Me Too-feministen, Black Lives Matter-activisten, witte suprematisten tot islamisten en borealen: er woedt een hevige strijd om de sociale verbeelding van het Westen. Waar komt de behoefte aan erkenning vandaan? Wat is de inzet van de strijd? Op welke wijze wordt ze gevoerd? En waarin verschilt polarisatie van politiek? Hans Boutellier onderzoekt deze fascinerende strijd en zoekt het nieuwe Westen in termen van wederkerigheid en een bezield geloof in de democratische rechtsstaat. Hans Boutellier (1953) is hoogleraar Polarisatie en Veerkracht aan de Vrije Universiteit. Over zijn werk schreef de pers: ‘een lichtgevend proefschrift’ (Paul Schnabel), ‘een langgerekte Aha-Erlebnis’(NRC-Handelsblad), ‘een scherp oog voor de tijdgeest’ (De Volkskrant). Dit boek is een volgende stap in zijn werk.

Fragment uit (de) Proloog
Veel mensen hebben geprofiteerd van het brutale marktdenken dat de samenleving vanaf de jaren tachtig doortrok. Natuurlijk de grote bedrijven, de multinationals, maar ook de middenklasse, de ‘hoger’ opgeleiden, in feite iedereen die enigszins meekon in de consumptiemaatschappij – al was het maar via ultra-goedkope goederen van Chinese makelij.  Maar de slachtoffers zijn talrijk – vooral aan de andere kant van de wereld. En we zijn ons daar steeds meer van bewust. 

Toch is de strijd in het Westen niet primair sociaaleconomisch; de crisis zit dieper dan materiële ongelijkheid. Zij voltrekt zich rond identiteiten – ze is identitair.

Over de wenselijkheid daarvan wordt hevig getwist  Het ging ten koste van planeet Aarde, een vraagstuk dat ik niet zal meenemen in mijn analyse. Dit begrip is geclaimd door extreem-nationalistische kringen, maar ik gebruik het in de neutrale zin van het woord. (bijvoorbeeld Engelen, 2018a; Van Reekum & Schinkel, 2018). Ik probeer liever te begrijpen hoe het komt, wat de betekenis ervan is en wat het antwoord erop kan zijn.

Zie het boek als een geïnformeerde beschouwing over de achtergrond en de inzet van de huidige identiteitspolitiek. 

Mijn analyse beweegt zich tussen de twee uitersten daarvan: het islamisme en het extreem-nationalisme. Het zijn de gevaarlijkste varianten omdat ze in termen van vijandschap denken. Hier klinken de meest radicale geluiden in de buzz aan opvattingen die ik als ‘meerstemmig’ zou willen duiden. In de laatste twee hoofdstukken onderzoek ik de mogelijkheden voor de sociale verbeelding van cultureel-divers samenleven. Daarmee verenig ik de twee zielen in mijn borst: ik hou van de grote vragen, maar zoek ook graag de kleine opties voor hoop.

Ik doe dat vanuit mijn bijzondere leerstoel Polarisatie en Veerkracht, die vanwege het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) gevestigd is aan de sociale faculteit van de Vrije Universiteit. Ik ben degenen die deze aanstelling mogelijk maakten zeer erkentelijk. 

Lees ook: Lees ook: De improvisatie maatschappij : over de sociale ordening van een onbegrensde wereld (2011) en Het seculiere experiment : hoe we van God los gingen samenleven (uit 2015).

Terug naar Overzicht alle titels


Ron Meyer 2

De onmisbaren : een ode aan mijn sociale klasse
Prometheus 2021, 155 pagina's € 17,50

Wikipedia: Ron Meyer (1981)

Korte beschrijving
Ron Meyer (1981), vakbondsman en voormalig voorzitter van de Socialistische Partij, lucht zijn hart over de onzichtbaarheid van de sociale klasse van zijn ouders. Hij heeft zijn persoonlijke herinneringen, reflecties en waarnemingen over rijk en arm, laag- en hooggeschoolden opgeschreven in een directe, bondige stijl in korte, makkelijk leesbare losstaande stukjes. Samen vormen ze een scherp geformuleerde aanklacht tegen de heersende macht. En een ode aan zijn ouders uit de Heerlense arbeidersbuurt, die hij in zijn boek regelmatig persoonlijk toespreekt. Fabrieksarbeiders, 'blue collar workers', zijn er steeds minder. Maar er bestaat nog wel degelijk een grote onderklasse van mensen met min of meer eenvoudige beroepen die onmisbaar zijn. Zoals tijdens de coronapandemie is gebleken. En die mensen, zoals thuiszorgmedewerkers, schoonmakers, supermarktmedewerkers, pakketbezorgers, worden behalve onderbetaald nog steeds genegeerd en ondergewaardeerd. Meyers woede over het negeren van deze sociale klasse zal door hen goed begrepen worden.

Tekst op website uitgever
‘Dit is het verhaal van jullie leven, jullie volharding en jullie opoffering, van mijn worsteling met die opoffering. Dit is het verhaal van een klasse die niet meer leek te bestaan. Bespot en bespuugd. Vergeten en genegeerd door de heersende macht. Een klasse van onzichtbaren die onmisbaar blijken. Dit is een verhaal van mensen waar het aan de talkshowtafels of in de boeken vrijwel nooit over gaat.’
Wie een bescheiden inkomen, een klein huis en werk met weinig status heeft, is zogenaamd dom, lui en zonder ambitie. Vergeten, genegeerd en zes jaar eerder dood. Eigen schuld, dikke bult. Had je maar moeten studeren of harder je best moeten doen. Schoonmaker, pakketbezorger, vuilnisophaler, distributiemedewerker, zorgverlener en miljoenen anderen. Mensen die niet thuis kunnen werken, de hardste klappen vangen en ons land overeind houden.
Arbeiderskind Ron Meyer is woedend én liefdevol over zijn onzichtbare sociale klasse. Zijn verhaal legt de worsteling bloot van een man die zijn klasse ontvlucht maar er telkens weer terugkeert. In een aanklacht tegen de heersende macht en een ode aan zijn vader, een koelmonteur, en zijn moeder, een thuiszorger, brengt hij sociale klasse terug in het publieke debat. Terug van nooit weggeweest uit de samenleving.
Ron Meyer (Heerlen, 1981) is vakbondsman en socialist. In 2018 verscheen van zijn hand Grip, een grondige analyse van de staat van Nederland.
‘Zelden werd de pijn van de hedendaagse Nederlandse working class zo indringend verwoord.’ Sander Heijne, auteur van Fantoomgroei
‘Het Nederlandse antwoord op het veelgeprezen Ze hebben mijn vader vermoord van Édouard Louis.’ Ewald Engelen

Fragment uit 25. Weerstand
Ook nieuwe ideeën bewandelen zo'n pad. Blootgesteld aan de heersende opvattingen worden nieuwe ideeën en belangen zelden alleen met gejuich ontvangen. Ze botsen hard op de bestaande ideeën. Ze banen zich een weg dwars door zompige ondergrond en ondergaan forse politieke tegenwind en ideologische stortregens. We kunnen veel leren van de ideologen van de heersende macht. Ooit waren ze marginaal. Ze werden genegeerd, uitgelachten, bespot. Komt dat je bekend voor? Het pad naar verandering is dat van een belangen- en ideeënstrijd. Ideeën die zich niet beperken tot wat vandaag de dag politiek mogelijk lijkt. Niet tot zetels in de peilingen. Ideeën die dwars door de status quo heen breken. Een socialisatie van ideeën. 'De belangrijkste les die de ware liberaal ter harte moet nemen van het succes van de socialisten is dat het hun stoutmoedigheid om utopisch te denken was die ze de steun van intellectuelen opleverde', schreef de neoliberale peetvader Friedrich Hayek in de eerste helft van de vorige eeuw. 'Alleen een crisis - feitelijk of waargenomen - leidt tot echte verandering. Wanneer die crisis zich voordoet, hangen de maatregelen die worden genomen af van de ideeën die in de lucht hangen. Dat, geloof ik, is onze fundamentele functie: alternatieven ontwikkelen voor bestaand beleid, en die levend en beschikbaar houden totdat het politiek onmogelijke politiek onvermijdelijk wordt', zei Milton Friedman, die andere denker van het neoliberalisme. 'Voor het tot stand brengen van een nieuwe consensus heb je eerst een botsing van meningen, een choc des opinions nodig. Het gaat er in de politiek m hoe een nieuw gedachtegoed de overhand krijgt boven het oude', schreef voormalig VVD-leider Frits Bolkestein. Oud-VVD'er Geert Wilders liet optekenen 'dat vandaag geen gelijk niet betekent dat je morgen ook ongelijk hebt'. Wat vandaag onmogelijk lijkt, kan morgen werkelijkheid zijn. Het lijkt verbluffend veel op historische teksten van mensen die streden voor solidariteit en tegen ongelijkheid. En zeg nou zelf, mam, het is niet alsof zes jaar eerder doodgaan ons geen reden geeft om opnieuw in de aanval te gaan. Dwars door de modder heen. Niet onder de indruk van het weer van de dag, maar gericht op het klimaat van het tijdperk. De weerstand van het moment koesterend als een compliment van de toekomst. Wie geen weerstand voelt, staat stil en zakt weg in het moeras van de macht. We moeten dwars door de drek van 'kan niet', 'onmogelijk' en 'onbetaalbaar'. We zullen er desnoods doorheen moeten kruipen. Het pad van de ideeënstrijd is het pad naar een nieuwe wereld. Onze nieuwe wereld. (pagina 129-130)

Draadje (augustus 2021)

Interview: Onzichtbare klasse, kom in opstand (De Volkskrant, zaterdag 12 juni 2021)

Lees ook Grip : in gesprek over de staat van ons land (uit 2018), Voettocht naar het hart van het land : hoe sociaal en democratisch zijn we nog? van Jan Schuurman Hess (uit 20) en De grote verkilling van Gert Van Istendael (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels



Cyriel Pennartz

De code van het bewustzijn : hoe de hersenen onze werkelijkheid vormgeven
Prometheus 2021, 352 pagina's -€ 22,50

Korte biografie van Cyriel Pennartz (19?)

Korte beschrijving
De auteur is hoogleraar in de neurowetenschappen van cognitie en systemen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij geeft in het boek argumenten dat het mogelijk is het bewustzijn te benaderen als een raamwerk dat strookt met zowel de neurowetenschappen als de psychologie. In het eerste hoofdstuk geeft hij vijf essentiële kenmerken van bewustzijn: Kwalitatieve rijkdom, Interpretatie, Gesitueerdheid, Eenheid en Perspectief. Bij de bespreking van cognitieve vermogens komt ook René Descartes zijn 'Mediationes' en het zeventiende-eeuwse Amsterdam aan de orde. In de volgende veertien hoofdstukken wordt veel casuïstiek van patiënten, ook uit vorige eeuwen, die bijdragen aan een beter begrip over de samenhang tussen de hersenen en het bewustzijn besproken. Daarenboven komen ook dierexperimenten en evolutionele aspecten aan de orde. De auteur geeft aan het eind van het boek aan dat het bewustzijnsvraagstuk geen hopeloze missie is en op termijn beantwoord kan worden. Bevat afbeeldingen in zwart-wit en kleur. Met een glossarium, een notenapparaat en een literatuurlijst met wetenschappelijke literatuur. Bedoeld voor een breed publiek.

Tekst op website uitgever
Als je ’s ochtends ontwaakt uit een diepe slaap merk je het direct: je bevindt je in een wereld, met je lijf er middenin. Je bent terug van weggeweest. Dat is bewustzijn. Maar hoe verhoudt het bewustzijn zich tot onze hersenen? Vormen deze twee op de een of andere manier een eenheid? Wie zijn we eigenlijk? De code van het bewustzijn neemt je mee op een inspirerende zoektocht naar een van de grootste wetenschappelijke uitdagingen van de eenentwintigste eeuw: het begrijpen van de samenhang tussen hersenen en geest. De reis voert je langs merkwaardige lotgevallen van patiënten die laten zien hoe ons beeld van de werkelijkheid wordt gecreëerd door de hersenen. Eeuwenoude vragen over dromen, kleurenzien, fantoomsensaties en hallucinaties worden belicht door verrassende ontdekkingen uit het nieuwste hersenonderzoek. Hoe is bewustzijn tijdens de evolutie van het leven op aarde ontstaan? Heeft het nut om je ergens bewust van te zijn? Laat het brein nog ruimte over voor een vrije wil? Als je niet bang bent oude zekerheden over jezelf op het spel te zetten, zal je door dit boek anders over lichaam en geest gaan denken.

‘Pennartz is een van de zeldzame wetenschappers die overtuigend een brug weet te slaan tussen zijn fundamenteel neurowetenschappelijk werk en de grote filosofische vragen. Bij hem leer je de nuance van de geest en de complexiteit van het brein waarderen.’ (Damiaan Denys, filosoof, psychiater en auteur van Het tekort van het teveel)

‘Pennartz laat niet alleen zien hoe de dynamiek van het brein is verweven met ons denken en voelen, maar ontrafelt ook waarom ons bewustzijn zo’n bijzonder fenomeen is, uitstijgend boven eenvoudige hersenprocessen. Een verfrissend boek waar je over blijft nadenken.’ (Eveline Crone, ontwikkelingspsycholoog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van Het puberende brein?

‘Eindelijk een boek waarin niet op talkshowniveau wordt gewauweld over de relatie tussen ons brein en ons geestelijk leven. In een fascinerende balancing act tussen geschiedenis, filosofie en neurologie neemt Cyriel Pennartz je mee op een zoektocht naar de neurowetenschappelijke onderbouwing van bewustzijn.’ (Bert Keizer, arts, filosoof en auteur van Waar blijft de ziel)

Fragment uit I. Een donkere kerker voor onze hersenen
De discrepantie tussen de harde ‘neuro’-realiteit van onze hersenen en onze persoonlijke beleving van zintuiglijke informatie wordt in het onderzoek naar bewustzijn geschaard onder het ‘Moeilijke Probleem’ (the Hard Problem).  Filosofen verwijzen naar dit vraagstuk ook als de Verklaringskloof (Explanatory Gap) – de afgrond die voor ons opdoemt als we proberen een brug te slaan tussen de wereld van bewuste ervaringen4 en de wereld van zenuwimpulsen, hersencellen en fysische manifestaties van licht- en geluidsenergie buiten ons. Bij het ontrafelen van brein-geestrelaties onderscheidt de filosoof David Chalmers het Moeilijke Probleem van andere vraagstukken die gemakkelijker zijn aan te pakken. Onder deze ‘Easy Problems’ bevinden zich bijvoorbeeld hersenmechanismen van geheugen, aandacht of het nemen van beslissingen. Ook het geheugen vormt op zich al een kolossaal vraagstuk waarmee duizenden onderzoekers ter wereld zich bezighouden. Maar dit probleem is tenminste benaderbaar en aan te pakken met de methoden en computermodellen die we nu hebben. Het onderzoeksveld is afgebakend en we weten waarnaar we moeten zoeken. We kennen de belangrijke hersenstructuren en weten al best veel over de onderliggende biochemische en elektrische processen. Bij ons bewustzijn ligt dat lastiger.

Er bestaan verschillende theoretische stromingen die het probleem fundamenteel verschillend benaderen, en het is op voorhand niet duidelijk welke experimenten of modellen uitsluitsel zullen geven over deze of gene theorie. In dit boek zal ik niettemin aannemelijk maken dat resultaten uit neurowetenschappelijk onderzoek ons wel degelijk de weg wijzen door deze delta van rivieren en moerassen. Het blijkt mogelijk een raamwerk neer te zetten dat strookt met zowel de  eurowetenschappen als de psychologie.

Eerlijk gezegd: veel van mijn collega’s in de neurowetenschappen hebben niet veel op met het bewustzijnsvraagstuk. Zij beschouwen het als een onoplosbaar probleem omdat de inhoud van ons bewustzijn subjectief is, en dus niet objectief te beschrijven is. Er zouden geen resultaten uit voortkomen die andere onderzoekers kunnen repliceren. Over het bewustzijn van andere mensen of dieren kun je alleen iets zinnigs zeggen aan de hand van hun waarneembare gedrag, redeneren zij, en behalve dit gedrag valt er niets te verklaren of te onderzoeken. Wat het bewustzijn betreft, zijn de hersenen een ‘zwarte doos’ die gesloten mag blijven. Een van mijn collega’s verzuchtte laatst dat het lichaamgeestprobleem al zo veel eeuwen voor hoofdbrekens zorgt, dat het wel nooit opgelost zal worden. Inderdaad beukte René Descartes rond 1641 – toen zijn Meditationes verscheen bij de toen al 58 jaar oude uitgeverij Elzevier  in Amsterdam – al stevig op het vraagstuk in, terwijl ver vóór hem al complete stromingen zoals die van Plato en Aristoteles waren opgekomen en uit de mode geraakt.

Een geijkt argument tegen elke vorm van bewustzijnsonderzoek is dat al onze ervaringen subjectief of privé zijn en dat er dus niets over te zeggen valt. Laten studenten zich dit bezwaar ontvallen, dan vraag ik hun of zij  –  ieder voor zich – de ervaring herkennen dat ruiken iets heel anders is dan zien of horen. Een aantal staart me dan een beetje meewarig of wezenloos aan, en een enkele welwillende zegt: ‘Tja, nogal wiedes.’ Sommigen vragen zich af of ze wel in het goede lokaal zitten, en of er geen verwarde man voor de zaal staat. Voor mij is dit een positief teken om dóór te gaan. Het verschil tussen zien en ruiken is voor iedereen zo duidelijk dat de meeste mensen geen behoefte voelen om een antwoord te geven. Zien, ruiken en horen zijn direct herkenbaar als verschillende ervaringen. Het aardige van deze triviale constatering is dat het hier gaat om een ‘intra-individuele vergelijking’ (within-subject comparison). In dit geval is het geen probleem dat je ervaringen privé zijn, want je vergelijkt ze binnen je eigen belevingswereld. Ieder voor zich kan uiten dat zijn of haar ervaringen heel verschillend zijn. Deze ervaring van verschillen wordt tussen mensen onderling bevestigd: het gaat om een herhaalbare, reproduceerbare bevinding. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die vond dat ruiken, zien en horen hetzelfde ‘aanvoelen’.

Klik hier voor (veel) meer boeken over onze hersenen, en ons gedrag

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 6 juni 2021

Roxane van Iperen

De genocidefax : wat doe jij als het erop aankomt?
Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek 2021, 64 pagina's  - € 2,75
Boekenweekessay editie 2021

Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)

Korte bespreking
Zoals gebruikelijk verschijnt er behalve het Boekenweekgeschenk ook een Boekenweekessay. Tijdens de Boekenweek van 2021 (die plaats zal vinden in maart) zal dat essay van de hand zijn van juriste en schrijfster Roxane van Iperen (1976). Het thema zal zijn: tweestrijd, oftewel innerlijk conflict.

Tekst op website
Essay van de Boekenweek 2021. Kigali, 19 april 1994 VN-commandant Roméo Dallaire staat op een broeierig vliegveld in Kigali, Rwanda, met op de achtergrond het onregelmatige staccato van geweerschoten, en kijkt toe hoe zijn Belgische blauwhelmen een voor een in de buik van een c-130 Hercules-transportvliegtuig verdwijnen. Het land dat ooit de waterscheiding tussen Tutsi’s en Hutu’s had geïnstitutionaliseerd, de een superieur aan de ander had verklaard, laat hen nu achter in het volle besef van de slachtpartij die buiten deze luchthaven is ingezet. Het ‘Zwitserland van Afrika’, zoals door westerlingen vaak naar Rwanda werd verwezen met een pijnlijk gebrek aan verbeeldingskracht of vanuit de simpele gewoonte alles op zichzelf te betrekken, staat er alleen voor.

Fragment uit VII
Vooroordelen, stereotypen, het onderverdelen van de omgeving in 'hullie' en 'zullie' waarbij om dominantie wordt gestreden: het gebeurt in de zandbak en de sportvereniging, van het literaire wereldje tot de politiek. Dat hoeft geen probleem te zijn. Identificatiekringen kennen ook voordelen; ze kunnen samenwerking, veiligheid en plezier opleveren. 'Ik hoor bijvoorbeeld bij de selecte groep mensen die nooit de groet "doej" zullen gebruiken en daarom diep neerkijken op mensen die dat wel doen. Het is heel onredelijk en zelfs een beetje schandelijk om op die doejzeggers neer te kijken, maar toch kijk ik neer', zei Karel van het Reve ooit. Het dagelijks leven is doordrenkt met dit soort subtiele superioriteitsgevoelens waarmee mensen zich onderscheiden van anderen. vervang 'doejzeggers' door 'mensen met tatoeages', 'mensen met een dialect', 'mensen met sexy kleding' of 'mensen die (x) stemmen'- bewust en onbewust hanteren we allerlei oordelen in ons hoofd waarmee we anderen op afstand zetten. De dagelijkse beslissingen die we voor onszelf maken zijn dan ook niet gebaseerd op 'zomaar' persoonlijke voorkeuren of smaak. De auto waarin je rijdt, de kleren die je draagt, zelfs de woorden en het accent dat je gebruikt: het zijn symbolen als bendekleuren, waarmee je je superioriteit kenbaar maakt. Bij welke groep of klasse hoor je, of wil je horen? Zolang je je daarvan bewust bent, het niet te serieus neemt en de deur voor anderen openhoudt, hoeft dat niet erg te zijn. Van belang is dat minderheden beschermd zijn en identificatiekringen vloeibaar blijven; dat ieder individu vrij is van kring te wisselen en niet de eigen inborst of de waarheid geweld moet aandoen om geaccepteerd te worden. Zoals liegen om maar niet ontslagen te worden; je geaardheid verbergen om niet verstoten te worden; maniertjes en een zeker taalgebruik aannemen om in een hogere klasse te worden geaccepteerd; zwijgen over het onderdrukken van anderen om erbij te horen; buitenstaanders niet meer zien als individu, maar als onlosmakelijk deel van een inferieure groep. Het klinkt als extreem gedrag, maar op een dagelijkse schaal doen we er allemaal, bewust of onbewust, aan mee. (pagina 52-53)

Draadje (juni 2021)

Terug naar Overzicht alle titels


donderdag 3 juni 2021

Ton Korver

Geen tijd : over de teloorgang van gezag
Van Gennep 2020, 256 pagina's € 20,--

In memoriam Ton Korver (19?) en zijn blog

Korte bespreking
Dit is een van die zeldzame werken waarin ragfijn en duidelijk beschreven wordt waarom belangrijke zaken als gezag, burgerschap en vrijheid bezig zijn ten onder te gaan. Wat de oorzaken zijn. Hoe het werkt. Een lucide boek, dat van een diep inzicht getuigt in deze vaak zeer ingewikkelde processen, dat begrijpelijk uitlegt en daarnaast een samenhang laat zien en ons op de grote gevaren wijst. De auteur (een onlangs overleden econoom, filosoof en vooral socioloog, lector aan de Haagse Hogeschool) toont aan dat gezag samenhangt met de tijd die eraan besteed kan/mag worden. Tijd is geld. En geld is de neoliberale maat der dingen. De kwaliteit laat echter in toenemende mate te wensen over. En daardoor het gezag. Door de verwevenheid met andere maatschappelijke ontwikkelingen een moeilijk onderwerp, maar toegankelijk uitgelegd. Helder taalgebruik met weinig jargon. Nu de kwalitatieve resultaten steeds meer en steeds indringender kritiek uitlokken, is dit een enorm belangrijk boek, een van de beste die uw recensent ooit las. Uniek. Toegespitst op de actuele situatie in Nederland, die (politie, justitie!) alarmerend blijkt. De doelgroep zijn bewust levende mensen met interesse voor maatschappelijke problemen..

Tekst op website uitgever
In Geen Tijd. Over de teloorgang van gezag wordt het vraagstuk van gezag op een nieuwe, verfrissende, en voor een breed publiek toegankelijke manier aan de orde gesteld. De focus van het boek ligt op structurele problemen in Nederland in de laatste decennia: in het onderwijs, in de arbeidsverhoudingen, in de rechtspraak, bij de politie en in de politiek.

De invalshoek is nieuw en onverwacht: gezag kost tijd. In een periode waarin de tijd zelf steeds schaarser wordt, zal het moeilijker worden om gezag te vestigen. Macht en leiding versnellen de zaken, gezag vertraagt die juist. Het centrale thema van gezag is bewegingsvrijheid. Hoe moet bewegingsvrijheid gereguleerd en gecoördineerd worden?

Hoe dient, zoals bijvoorbeeld nu tijdens de Corona-crisis, bewegingsvrijheid afgewogen te worden tegen het belang van zorg en gezondheid? Of tegen de noodzaak van opvoeding en onderwijs, de handhaving van recht en rechtspraak of de garantie van zekerheid en werk? Regulering van bewegingsvrijheid veronderstelt én vereist gezag. Maar de tijd hiervoor ontbreekt steeds vaker.

Het boek van Ton Korver is met vooruitziende blik geschreven. In de Covid-19 pandemie stelt ‘Geen Tijd’ nog nadrukkelijker de vraag ‘of zich – gelet op diverse globale ontwikkelingen op het vlak van mobiliteit en migratie, klimaat en milieu, en economie en financiën – een nieuwe publieke zaak aandient die de bedoelde ontwikkelingen mede vorm gaat geven’.

Ton Korver is socioloog en columnist.

Fragment uit 2. Klimmen, dalen en inleven - school, leraar en gezag
3 Succes en macht

Gezag is, gelet op de herkomst van het woord 'autoriteit' uit het Latijnse augere, synoniem met 'toenemen', met 'groeien'. Gezag beroept zich op een context (de traditie, de kosmologie, de religie), en verbindt de context met de ontwikkeling en de groei van gezag. Een constante in de genoemde contexten is het beroep op kennis, op exclusieve en esoterische kennis die slechts voor weinigen was bestemd en aan weinigen werd geopenbaard, op 'gevaarlijke' kennis, op kennis die de bezitter ervan in een uitverkoren positie plaatste, de positie van het gezag en de gezagsdrager. Tegenwoordig is dit soort geprivilegieerde kennis geseculariseerd en opgenomen in wat we 'professies' noemen, en die kennis is niet alleen geseculariseerd, en veranderd van 'geopenbaard' in 'openbaar', die kennis is tevens ondergeschikt gemaakt aan 'organisatie', aan bureaucratie en hiërarchie, die op hun beurt steeds verder in dienst van de 'markt' worden geduwd. De kennis is ingevoegd in de nieuwe context van gezag: het 'succes', het succes van zoveel diploma's in zoveel tijdseenheden, van zoveel overgangen van een lager naar een hoger onderwijstype, van onderwijs naar arbeidsmarkt, van school- naar arbeidsloopbanen. De crisis van het gezag is dat elke globale context anders dan die van het succes omstreden is en daardoor niet meer richtinggevend: de traditie is verdacht, de kosmologie verwijst naar een zwart gat dat alle gezag opslurpt, de religie zwalkt tussen privaat en collectief, de professie is onderworpen. De associatie van gezag en ontzag is doorbroken.

Het is, zoals Savater opmerkt, precies door het accent op groei dat gezag nauw verbonden is met leren, in het onderwijs vanzelfsprekend maar ook op, van en door het werk. Daar zit een probleem want de groei is eruit, het gezag taant. Indien er sprake is van tanden gezag dan houdt dat in dat het eenvoudiger wordt om nee te zeggen tegen dat gezag, nee te zeggen tegen de intentie van gezag dat leren tot opdracht heeft. Het is, per saldo, lastiger geworden om nee te zeggen tegen de macht van een loopbaan die school en werk onontkoombaar met elkaar verknoopt, tegen de succesformules die bepalen of je je kansen op een redelijke loopbaan in de waagschaal stelt, maar het wordt allerminst lastiger om nee te zeggen tegen het gezag van school en werk. Er is een vrije schoolkeuze, er is althans in naam vrije beroepskeuze maar dat zijn vrijheden die niet de vrijheid inhouden de school te mijden en een lange neus naar het beroep te maken. Het zijn restrictieve vrijheden: omdat iedereen van die vrijheden gebruik kan maken en de voorraad altijd beperkt is zien we dat scholen en beroepen kenmerken van 'positionele' goederen gaan vertonen: goederen waarvan het aanbod niet toeneemt als de vraag ernaar stijgt, goederen die hun waard een status voornamelijk ontlenen aan het feit dat anderen ze niet kunnen verwerven. (pagina 69-70)

Lees o.a. ook
Het verlangen naar gezag : over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast van Christien Bringreve (uit 2012)
De terugkeer van het gezag : waarom kinderen niets meer leren van Frank Furedi (uit 2011)
Autoriteit van Paul Verhaeghe (uit 2015)
Wat op het spel staat van Philipp Blom (uit 2017)
De schaduwelite van Ewald Engelen (uit 2014)
De fatale staat van Paul Frissen (uit 2013)
De ondernemende staat van Mariana Mazzucato (uit 2015)
Het einde van van de macht Moisés Naím (uit 2015)
Een geschiedenis van het onderwijs van Piet de Rooy (uit 2018)
De vrijheid van de grens van Paul Scheffer (uit 2016)

Terug naar Overzicht alle titels

William Nordhaus

Het klimaatcasino : risico, onzekerheid en de economie van een opwarmende aarde
De Geus 2020, 444 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: The climate casino : risk, uncertainty, and economics for a warming world (2013)

Wikipedia: William D. Nordhaus (1941)

Korte beschrijving
De Amerikaanse professor William Nordhaus, verbonden aan de Yale University, won in 2018 de Nobelprijs voor Economie. Zijn standaardwerk 'Het Klimaatcasino' dat hij in 2013 publiceerde, werd pas in 2020 in het Nederlands vertaald. Hij noemt klimaatverandering een economisch probleem en legt dat helder uit. Nordhaus behandelt in meer dan vierhonderd pagina's op overzichtelijke wijze het ontstaan en de effecten van klimaatverandering en wat er moet gebeuren om die af te remmen. De metafoor 'casino' verwijst naar de onbedoelde en gevaarlijke gevolgen van economische groei voor de Aarde en haar klimaat. Een recensent van The New York Times noemde het boek in 2013 een veelomvattende bron over de opwarming van de Aarde, gezien door het prisma van een briljante econoom. Nordhaus informeert de lezer gedegen en genuanceerd. Niet-ingewijden kunnen er een kluif aan hebben. Gelovers in een klimaatarmageddon of degenen die in de opwarming een linkse samenzwering zien, zullen zich door het boek, aldus Nordhaus, niet op andere gedachten laten brengen. Met enkele grafieken en tabellen, eindnoten en een index.

Tekst op website uitgever
Nordhaus schrijft over wetenschap, economie en politiek, en over de benodigde stappen om de opwarming van de aarde te stoppen. Hij begint bij ons persoonlijke energiegebruik en eindigt bij samenlevingen die belasting heffen, reguleringen instellen en subsidies verstrekken om de C02-uitstoot af te remmen. Deze nuchtere en en realistische kijk leverde Nordhaus de Nobelprijs voor Economie op.

Fragment uit 12. De totale schade door klimaatverandering
Wat moeten nu onze conclusies zijn aan het einde van dit overzicht van de effecten van de toekomstige klimaatverandering? Ten eerste moet worden benadrukt hoe moeilijk het is om de ernst van de effecten in te schatten. Ze vormen een combinatie van de onzekerheden van de uitstootprognoses en klimaatmodellen. Zelfs als we even afzien van de onzekerheden over toekomstige klimaatveranderingen, dan nog weten we nauwelijks hoe menselijke en andere levende systemen zullen reageren op deze veranderingen. De reacties van sociale systemen zijn deels ook zo moeilijk te voorspellen omdat ze zo complex zijn. Daarnaast beheerst de mens in toenemende mate zijn leefomgeving, zodat een kleine investering in een aanpassing het effect van de klimaatverandering op de menselijke samenleving misschien zou kunnen compenseren. Bovendien vinden klimaatveranderingen vrijwel zeker plaats in de context van technologieën en economische structuren die totaal anders zijn dan die van nu.

Toch moeten we zo goed en zo kwaad als het gaat iets proberen te zien door onze wazige telescoop. Een tweede conclusie heeft te maken met de geschatte economische effecten van de klimaatverandering op sectoren die we op betrouwbare wijze kunnen meten, zeker voor de landen die nu en in de toekomst een hoog inkomen zullen hebben. De schattingen die ik hier heb gegeven laten zien dat de economische effecten van de klimaatverandering relatief klein zullen zijn ten opzichte van de algemene veranderingen in de economisch activiteit in de komende vijftig tot honderd jaar. Het effect zoals dat uit onze schattingen naar voren komt, bedraagt tussen de 1 en 5 procent van de productie bij een opwarming van 3 graden Celsius. Dat moeten we dan zien in verhouding tot de verwachte verbeteringen van het bbp per hoofd van de bevolking van tussen de 500 en 1.000 procent gedurende diezelfde periode voor arme en middeninkomenslanden. Het inkomensverlies zou gelijk zijn aan ongeveer de groei van één jaar voor de meeste landen, verspreid over verschillende decennia. (pagina 172-173)

Klik hier voor meer titels over 'het' klimaatprobleem

Terug naar Overzicht alle titels