vrijdag 28 oktober 2022

Stefan Hertmans

Verschuivingen
De Bezige bij 2022, 221 pagina's € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Stefan Hertmans (1951)

Korte beschrijving
Een literair en filosofisch essay van Stefan Hertmans waarin hij een poging doet iets van de hedendaagse tijdgeest te grijpen. ‘De tijdgenoot weet niets’: deze zin, die de joodse Viktor Klemperer tijdens het nazibewind in zijn dagboek noteerde, galmt al jaren door Hertmans bewustzijn. Wat kun je zeggen over de eigen tijd? Eén ding staat voor de schrijver vast: dit is een tijd van overgang naar iets wat we nog maar heel gedeeltelijk beginnen te begrijpen. Allen zijn we getuigen van onze moeilijk te ontcijferen actualiteit – en de verschuivingen die we elke dag voelen zonder ze te kunnen duiden. ‘Verschuivingen’ is in een erudiete, heldere en invoelende stijl geschreven, waarbij de auteur hedendaagse gebeurtenissen afzet tegen een filosofisch denkkader. Voor geoefende lezers met interesse in politieke, culturele en maatschappelijke duiding. Stefan Hertmans (Gent, 1951) is een prominente Belgische auteur, dichter, librettist en onderwijzer. Zijn werk won meerdere prestigieuze literaire prijzen, zoals de AKO Literatuurprijs en de Constantijn Huygens-prijs.

Tekst op website uitgever
Als er één zin is die sinds jaren in het bewustzijn van Stefan Hertmans galmt, is het de uitspraak die Viktor Klemperer ooit, tijdens het nazibewind, haast terloops, te midden van ellende en onzekerheid, met vaste hand in zijn beroemde dagboeken noteerde: ‘De tijdgenoot weet niets’. Wat kun je zeggen over de eigen tijd?

Eén ding voelen we allen, overdenkt Stefan Hertmans in zijn lucide Verschuivingen: dit is een tijd van overgang naar iets wat we nog maar heel gedeeltelijk beginnen te begrijpen. Allen zijn we getuigen, ook al weten we slechts gedeeltelijk waarvan; in elk geval van onze moeilijk te ontcijferen actualiteit – en de verschuivingen die we elke dag voelen zonder ze te kunnen duiden. In even erudiete als sensitieve overdenkingen gaat Stefan Hertmans het avontuur aan om iets van deze tijdgeest te grijpen, om dat vast te leggen wat ons in de waan van de dag ontglipt.

Fragment uit Een nieuwe cartografie
De aarde valt niet samen met de wereld; dit is de kortste formulering voor de crisis van het klimaat. In de woorden van Hannah Arendt: 'Het menselijk leven als zodanig behoeft slechts een wereld voor zover het een huis op aarde nodig heeft voor de tijd van zijn verblijf hier.' Wat we 'wereld' noemen, zou de aarde niet mogen uitputten zoals we sinds de industrialisatie doen, maar haar mogelijkheden opnieuw op harmonische wijze moeten leren aanwenden. De gelijkstelling van de begrippen aarde en wereld verdwijnt langzaam, omdat de aarde niet langer te antropomorfiseren valt - 'aarde' blijkt steeds meer het bulkbegrip voor alles wat aan de aandacht van de moderne technische mens was ontsnapt: planetaire evenwichten, biotopen, gevolgen van klimaatbeheer die vroeger ondenkbaar waren, zoals het vrijkomen van massa's methaan door het smelten van de permafrost. Om die reden gewaagt Bruno Latour, in het spoor van de Britse wetenschapper James Lovelock, sinds geruime tijd niet meer van de aarde, maar van Gaia. Oog in oog met Gaia heet een reeks colleges die hij gaf over het 'nieuwe klimaatregime'.  Gaia is niet de wereld; de wereld als construct van mensen is er slechts een onderdeel van, en wel het minst stabiele, het minst voorspelbare. Techniek, ooit de heraut van de planetaire beheersing, bleek een niet calculeerbare collateral damage tot gevolg te hebben, waarvoor nog meer techniek nodig blijkt om die backlash in kaart te brengen en te leren beheersen.

Latour vraagt zich af of we nog van een beschavingsideaal kunnen spreken, wanneer we vaststellen dat ouders van vandaag hun kinderen niet eens een leefbare planeet kunnen garanderen. Hij noemt beschaving die louter op rationaliteit en techniek is gebaseerd, een kolossale inschattingsfout. Gaia is niet de plek waar mensen centraal staan, maar waar zij de diersoort zijn die haar harmonische plek tussen de andere aardbewoners niet heeft kunnen behouden. Dat alles heeft een diepgaande invloed op de manier waarop we onze oude cartografieën nieuw moeten denken. Onze wereldkaarten zijn getekend door antropocentrisme, kolonialisme en geocentrisme van de oude stempel. De verbindingslijnen die het leven voor de komende generaties moeten garanderen, lopen volgens een heel andere logica. De ruimte wordt met andere woorden drastisch hertekend zonder dat we dat zelf in handen hebben. Het is hoog tijd dat we ons concentreren op de vraag hoe we zullen omgaan met problemen die we zelf in het leven hebben geroepen maar niet langer beheersen. Latours denken is hierin van groot belang.  (pagina 192-194)

Draadje (november 2022)

Lees bijvoorbeeld ook (vergelijkbare) titels:
De Fundamenten van Ramsey Nasr (uit 2021),
De vrijheid om te zijn van Hannah Arendt (uit 2019), 
Als burgemeesters zouden regeren : haperende staten, opkomende steden van Benjamin Barber (uit 2014), 
Ondergang : waarom zijn sommige beschavingen verdwenen en hoe kan de onze haar ondergang voorkomen? van Jared Diamond (uit 2005),
Terug naar Reims van Didier Eribon (uit 2018), 
Revolte : de wereldwijde opstand tegen globalisering van Nadav Eyal (uit 2021), 
Oog in oog met Gaia : acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime van Bruno Latour (uit 2017),
Waar kunnen we landen? : politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregeime, ook van Bruno Latour (uit 2018), 
Mogelijkheid van een eiland van Michel Houellebecq (uit 2005), 
De paddenstoel aan het einde van de wereld : leven op de ruïnes van het kapitalisme van Anna Lowenhaupt Tsing (uit 2021), 
De geopolitiek van emotie : hoe culturen van angst, vernedering en hoop de wereld veranderen van Dominique Moïsi (uit 2009), 
Het tijdperk van de ik-tiran : het einde van een gemeenschappelijke wereld van Éric Sadin (uit 2021), 
Het grote wereldtoneel : over de kracht van verbeelding in crisistijd van Philipp Blom (uit 2020), 
De goede voorouder : langetermijndenken voor een kortetermijn wereld van Roman Krznaric (uit 2021).

Terug naar Overzicht alle titels

Caroline de Gruyter 2

Je zult maar met iedereen ruzie hebben : observaties over Europa
De Geus 2022, 396 pagina's  - € 22, 50

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Caroline de Gruyter (1963)

Korte beschrijving
Een bundeling columns over het voortmodderende Europa. Europa is de afgelopen jaren drastisch veranderd omdat de wereld is veranderd. Caroline de Gruyter schrijft haar columns aan de hand van actuele gebeurtenissen, puttend uit de historie en de literatuur. De columns zijn scherp, analytisch en soms geestig geschreven. Caroline de Gruyter (Zwolle, 1963) is auteur, columnist en journalist. Haar werk won meerdere literaire prijzen, zoals de Anne Vondelingprijs en de Heldringprijs. Deze columns verschenen eerder in NRC Handelsblad van januari 2017 tot en met maart 2022.

Tekst op website uitgever
Europa is de afgelopen jaren drastisch veranderd omdat de wereld is veranderd. Dit boek, een selectie van columns in NRC Handelsblad van januari 2017 tot aan de eerste weken van de oorlog in Oekraïne in maart 2022, brengt die verandering in beeld.

Aan de hand van actuele gebeurtenissen, puttend uit de historie en de literatuur, schrijft Caroline de Gruyter helder en gepassioneerd over het voortmodderende Europa. Voor sommigen is Europa te machtig, voor anderen is het te slap en verdeeld. De Gruyter kijkt anders. Geboeid volgt zij hoe de wereld verandert, en hoe Europa constant meeverandert. Dankzij haar diepgaande analyses leren we Europa stap voor stap beter kennen. Wellicht ontluikt er soms zelfs wat liefde voor de oude dame.

Fragment uit Baudet, 150 jaar oude komedie (5 december 2020)
Een jonge, hyperambitieuze buitenstaander probeert zich onder het mom van 'politieke vernieuwing' een weg te ellebogen naar het hoogste ambt. Iedereen doorziet hem: hij is een sociale klimmer met weinig scrupules. Toch zet deze politieke nieuwkomer de oude politieke garde op het verkeerde been. Niemand krijgt vat op hem. Dus begint de ene gevestigde politicus na de andere zich bij hem in te likken. Achter elkaars rug om nodigen ze hem uit en sluiten ze deals met hem. Keurige regenten en ambtenaren vertrekken geen spier als hij dingen zegt als: 'U moet mijn woorden niet letterlijk nemen, u hebt ze gewoon niet goed begrepen', of: 'Boven mijn leven staat een halo'. 

Sommigen denken nu natuurlijk meteen aan het belangrijkste gespreksonderwerp van de Nederlandse politiek: de dubbele salto's van Thierry Baudet en zijn kornuiten. Maar bovenstaand scenario is helemaal niet nieuw: de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen zette het al in 1869 op papier. De Jeugdbond, een komedie in vijf bedrijven, is volgens de database van de Noorse Ibsenvereniging maar eenmaal in Nederland opgevoerd: in de Amsterdamse Stadsschouwburg, op 1 augustus 1901.

Elders wordt het stuk wel weer uit de mottenballen gehaald. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, bijvoorbeeld, werd het afgelopen jaren (Trump? Farage?)  weer meermalen opgevoerd. Archaïsche woorden en Scandinavische details werden eruit gehaald, net als gedateerde informatie - in Ibsens tijd kon je alleen stemmen als je huizen of grond bezat. Maar verder bleef De jeugdbond opmerkelijk fris en actueel. Opportunisme zag er toen namelijk hetzelfde uit als nu.

De jeugdbond speelt in een overgangstijd, waarin de paar families en grootgrondbezitters die de lakens uitdelen, worden uitgedaagd door kapitalisme en liberalisme. Absolute privileges worden in twijfel getrokken, burgers vragen inspraak. Stensgard, een jonge advocaat van bescheiden afkomst die Christiana (Oslo) is ontvlucht na een liefdesschandaal, vestigt zich in een stadje waar niemand hem kent. Hij weet niet hoe de verhoudingen liggen en trapt op ieders tenen. Sommige verliezers in het oude systeem, zoals de journalist Aslaken, vinden dat prachtig. Ze scharen zich achter de onruststoker om de machtige elite een hak te zetten en zelf hogerop te komen.

Met zijn nieuwe partij, de Jeugdbond, verovert Stengard een parlementszetel. Maar al snel blijkt dat het hem minder om hervormingen te doen is dan om macht en persoonlijke verrijking. De conservatieven, die niet weten wat ze met hem aan moeten, coöpteren hem, als een soort ideale schoonzoon, en proberen hem voor hun kar te spannen. Bij de champagne in de gelambriseerde eetkamers van de herenboer en 's konings kamerheer stijgt het Stensgard naar de bol. Hij denkt dat hij nu arrivé is, en wordt even zelfgenoegzaam en corrupt als zij. Maar hij heeft nooit geleerd hoe het hoort, en kan geen maat houden. Als blijkt dat hij drie van hun dochters tegelijk het hof maakt, loopt hij tegen de lamp. Uiteindelijk lucht hij, achtervolgd door fraudezaken. Iemand roept hem na: 'Napoleon zei ooit: "Het zijn discutabele types, die politicus worden." Hi-hi!'

De mooiste passages zijn niet die met Stensgard, de ijdele demagoog met zijn gezwollen fratsen - de treffende gelijkenis met Baudet ten spijt. Nee, het mooist is hoe de meeste anderen zich gedragen: hun gedraai, hun gehuichel, en het gemak waarmee ze principes en fatsoen laten varen zodra ze denken dat ze van hem kunnen profiteren. Kennelijk is dat net zo'n klassieker als de intrigant zelf die in naam van 'het volk' een nieuwe partij opricht om de kussens eens flink op te schudden - om ten slotte ten val te komen door corruptie en machtsmisbruik. En na afloop neemt iedereen, een piepklein beetje wijzer geworden, zijn oude vertrouwde plek weer in. (pagina 323-325)

Denk in dit verband aan Maxim Verhagen van het CDA; en, natuurlijk, Mark Rutte.

Lees ook: Beter wordt het niet : een reis door de Europese Unie en het Habsburgse rijk (2021).

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 11 oktober 2022

Jaap van Ginneken 2

Grillig : klimaat, chaos en publieke opinie
Mazirel pers 2022, 400 pagina's € 27,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Wikipedia: Jaap van Ginneken (1943)

Korte beschrijving
Een actuele verhandeling over de grilligheid van menselijk (massa)gedrag en de publieke opinie in tijden van maatschappelijke verandering aan de hand van inzichten uit de chaostheorie en de massapsychologie. Extinction Rebellion, Brexit, Gele Hesjes, coronacomplottheorieën, avondklokrellen… Steeds weer blijkt hoe moeilijk het is om menselijk gedrag te sturen, maar ook hoe snel dit gedrag massaal kan omslaan. Hoe om te gaan met deze grilligheid? Aan de hand van nieuwe inzichten uit de chaostheorie en de massapsychologie wijst psycholoog Jaap van Ginneken de weg. ‘Grillig’ is scherpzinnig en diepgravend geschreven, met veel ruimte voor voorbeelden uit de actualiteit. Met enkele zwart-witillustraties. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.Jaap van Ginneken (1943) is een Nederlandse psycholoog en communicatiewetenschapper. Hij schreef meer dan vijftig boeken. Zijn werk werd in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Dr. Jaap van Ginneken studeerde sociale psychologie en promoveerde cum laude in de massapsychologie. Hij was jarenlang associate professor aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Ceram International Business School in Nice. Hij publiceerde twintig boeken in vijf talen. Van Ginneken is een veelgevraagd spreker over sociale psychologie. 

Extinction Rebellion, Brexit, Gele Hesjes, coronacomplottheorieën, avondklokrellen… Steeds weer blijkt hoe moeilijk het is om menselijk gedrag te sturen, en tegelijkertijd hoe snel het massaal kan omslaan. Hoe om te gaan met deze grilligheid? Nieuwe inzichten uit de chaostheorie en de massapsychologie wijzen de weg.

Jaap van Ginneken is sociaalpsycholoog, gespecialiseerd in de massapsychologie. Hij was associate professor communicatie-wetenschap (UvA) en schreef tientallen boeken over deze onderwerpen.

Fragment uit 1. De publieke opinie als complex veranderend systeem
1.3 Het grondbeginsel van complexe verandering

het geval van Greta Thunberg waarmee we dit hoofdstuk openden was een illustratie van het functioneren van de publieke opinie. We hebben gezien dat traditionele opvattingen de publieke opinie te veel benaderen als een vaste optelsom en dat een nieuwe conceptualisering haar meer zou moeten opvatten als een dynamische configuratie. In dit boek zullen we geleidelijk aan een andersoortig perspectief ontvouwen en een alternatieve benadering voorstellen van snelle, radicale en massale verschuivingen in de publieke opinie, een alternatieve benadering die ook allerlei implicaties heeft voor andere psychologische, sociologische en communicatieve verschijnselen. Voor deze nieuwe conceptualisering kunnen we inspiratie vinden in een grote omwenteling die in de natuurwetenschappen al geruime tijd gaande is.
  Om misverstanden te voorkomen voeg ik daaraan toe dat ik sociale en psychische processen niet wil reduceren tot biologische, chemische n fysische processen, integendeel. Ik wil echter wel zeggen dat er een uitgewerkte visie bestaat die een compleet ander licht werpt op de grondprincipes van radicale omslagprocessen. In deze familie van theorieën zijn daarom nuttige aanknopingspunten te vinden voor een herformulering van het probleem van non-lineaire verandering.
 Het gaat om een zogenoemde paradigmawisseling die alle wetenschappen raakt. De term 'paradigma' is een Griekse aanduiding voor een stamwoord, een voorbeeld, een model. In zijn invloedrijke boek The Structure of Scientific Revolutions introduceerde Thomas Kuhn dit begrip in 1962 in de wetenschapsleer. Hij signaleerde dat wetenschappers zich, vooral binnen één vak en één school, vaak lieten leiden door bepaalde voorbeelden en modellen. Hij bedoelde daarmee niet alleen expliciete modellen, zoals een uitgespelde theorie en methodologie, maar ook impliciete modellen, zoals veelzeggende voorbeelden en beeldspraak.
  Paradigma's helpen richting en vorm te geven aan de 'normale' wetenschap, maar af en toe duiken er anomalieën op: observaties die in strijd zijn met wat volgens het model verwacht kan worden. De aanvankelijke reflex was dan vaak om die zo lang mogelijk te negeren, maar als ze hardnekkig zijn en steeds opnieuw opduiken, raakt het paradigma in crisis. Een kleine minderheid van onderzoekers gaat dan op zoek naar alternatieven. Na een langdurige strijd kunnen revolutionaire veranderingen in een visie aanvaard raken in steeds breder kring, totdat het geopende debat een voorlopige sluiting ondergaat en er een nieuwe overeenstemming ontstaat. Dat is de gewone gang van zaken die nog steeds vrijwel overal plaatsvindt.
  In iedere generatie komt het wel voor dat een dominante zienswijze binnen een hele discipline op die manier op de tocht komt te staan en iedere paar generaties een metaparadigma binnen de wetenschap. Zoiets is in de loop van de twintigste eeuw bijvoorbeeld in verschillende stappen gebeurd, eerst met de algemene relativiteitstheorie en de kwantumtheorie, vervolgens met de open systeemtheorie en ten slotte met de complexe veranderingstheorie. (pagina 43-44)

Lees ook: Het enthousiasme virus : hoe gevoelens zich explosief verspreiden nu iedereen online is (uit 2012)

Terug naar Overzicht alle titels

Andrea Wulf 2

Rebelse genieën : de eerste romantici en de uitvinding van het ik
Atlas Contact 2022, 586 pagina's € 39,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl

Wikipedia: Andrea Wulf (1972)

Korte beschrijving
Een gelaagde, vuistdikke (586 blz.) beschouwing van de uitvinding van het individu in de periode van de Romantiek. In 1789 ontketenen onder meer Hegel, Goethe en Fichte in een klein Duits universiteitsstadje een revolutie van de geest. Andrea Wulf volgt het spoor van een groep briljante geesten, met als spil de markante Caroline Schlegel, die het 'ik' tot het centrum van de wereld bombardeerde, en de manier waarop we naar onszelf kijken voor altijd zou veranderen. Een meeslepende analyse van het ontstaan van de idee van individuele vrijheid en over de dunne lijn tussen egoïsme en vrije wil. ‘Rebelse genieën’ is in een heldere en verhalende, gedetailleerde stijl geschreven. Geschikt voor geoefende lezers met interesse in geschiedenis en filosofie in een maatschappelijke context. Met illustraties en portretten in zwart-wit en kleur. Andrea Wulf (New Delhi, 1972) is schrijver, historicus en biograaf. Ze won eerder de prestigieuze Royal Society Science Books Prize voor haar biografie ‘De uitvinder van de natuur’ over Alexander van Humboldt.

Tekst op website uitgever
Andrea Wulf schrijft de wervelende geschiedenis van een briljant gezelschap, onder wie Goethe, Schiller, Hegel en de mysterieuze Caroline Schlegel, die in de Duitse stad Jena de Romantiek ontketenden.

In ‘Rebelse genieën’ vertelt Andrea Wulf niet alleen het verhaal van enkele van de briljantste figuren uit de geschiedenis, maar ook hoe we onszelf als middelpunt zijn gaan beschouwen, over het ontstaan van individuele vrijheden en over de dunne lijn tussen egoïsme en de vrije wil. Wulf beschrijft dat de oorsprong van ideeën zoals individualisme, zelfbeschikking en vrijheid ligt in Jena, een klein Duits universiteitsstadje. Daar begon in de laatste jaren van de achttiende eeuw een bont genootschap op een radicaal nieuwe wijze na te denken over het ‘zelf’. Onder hen bevond zich de raadselachtige Caroline Schlegel. Ze filosofeerden over het scheppend vermogen van het zelf, de eenheid van de natuur en de ware aard van vrijheid – en daarmee ontketenden ze de Romantiek, een revolutie van de geest die tot op de dag van vandaag doorwerkt.

Fragment uit 7. 'Onze kleine academie' Voorjaar 1797: Goethe en Alexander von Humboldt
Alexander von Humboldt en Goethe stonden aan een tafel midden in het anatomische theater. De ruimte in de robuuste, ronde middeleeuwse toren die de zuidwesthoek van Jena's oude stadsmuren naast de universiteit markeerde, was ontworpen als een amfitheater waar stoelen in een kring tegen  de muur stonden zodat studenten iedere beweging en incisie van hun hoogleraren konden volgen. Dankzij de dikke stenen muren bleef het vertrek koel. Op die voorjaarsdag in 1797 waren er echter geen studenten die naar voren bogen om het beter te kunnen zien, en ook lagen er geen kadavers of menselijke lichaamsdelen uitgestald. In plaats daarvan was er een verzameling ongelukkige, in stukken gesneden kikkers op tafel te zien. Er stond een elektrisch apparaat, er lagen een forceps, glasplaten, scalpels, pincetten, magneten en een hele collectie metalen draden, er waren fiolen gevuld met verschillende chemicaliën en vellen papier die waren volgekrabbeld met Humboldts onleesbare handschrift.

De twee mannen waren aan het snijden, prikken, porren en elektrocuteren. Humboldt legde een kikkerpoot op een glasplaat en verbond de zenuwen en spieren achtereenvolgens met verschillende metalen: zilver, goud, ijzer en zink, met niet meer dan een ontmoedigend beweginkje tot gevolg. Maar toen hij vooroverboog om te controleren of het metaal wel goed bevestigd was, begon de poot plotseling zo te stuiteren dat hij van de tafel vloog. Het duurde even voor ze beseften dat het vocht uit Humboldts ademhaling de bewegingen had veroorzaakt. Toen de minuscule druppeltjes het metaal raakten, kwam er een elektrische stroom op gang die de poot in beweging had gebracht. Het was een buitengewoon magisch experiment, zei Humboldt, omdat het voelde alsof hij door zijn ademhaling 'leven had ingeblazen' in de poot.

Alexander von Humboldt en Goethe hielden zich bezig met een onderwerp waar wetenschappers in heel Europa door in beslag werden genomen: het idee van organische en anorganische 'energie'. Isaac Newton had beweerd dat materie in essentie inert was, en René Descartes had verklaard dat dieren machines waren, maar wetenschappers betwistten deze mechanische opvatting van de natuur nu. Hoe kon levende materie verklaard worden? Werden planten en dieren door andere wetten geregeerd dan onbezielde zaken? Voor Humboldt markeerden zijn experimenten met 'dierlijke elektriciteit' of 'galvanisme' het begin van zijn zenswijze over de krachten in de natuur. Hij wrong de natuur niet in een keurslijf van classificatie en zag haar ook niet als een goddelijk voorbeschikt uurwerk, maar zou haar uiteindelijk omschrijven als een web van leven. Humboldt zou de natuurlijke wereld interpreteren als een onderling verbonden gehaal dat werd bezield door op elkaar inwerkende krachten. (pagina 155-156)


Lees ook: De uitvinder van de natuur : het avontuurlijke leven van Alexander von Humboldt (uit 2016)

Terug naar Overzicht alle titels


Dirk Verhofstadt 3

Dagboek 1933: het gevaar van extreemrechts
Houtekiet 2022, 404 pagina's €29,99

Wikipedia: Dirk Verhofstadt (1955)

Korte beschrijving
Een boek over de Tweede Wereldoorlog, rechtsextremisme, antisemitisme en bedreigingen voor hedendaagse democratieën. Het boek beschrijft wat er in het jaar 1933 in nazi-Duitsland gebeurde en hoe extreemrechts aan de macht kwam. Op 30 januari van dat jaar werd Hitler met de hulp van rechts-conservatieve politici rijkskanselier van Duitsland. Met behulp van knokploegen maakte hij vervolgens een einde aan de Duitse democratie. Daarna werden politieke partijen en vakbonden verboden, kranten gecensureerd en opposanten en Joden opgesloten in concentratiekampen. Het boek maakt vergelijkingen met hedendaagse maatschappelijke tendensen en betoogt dat de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog zich kunnen herhalen als extreemrechts aan de macht komt. Helder en met diepgang geschreven. Met zwart-witfoto’s en -illustraties. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep. Dirk Verhofstadt (Dendermonde, 1955) is een Belgische moraalfilosoof en auteur van verschillende politieke, filosofische en historische boeken. Hij doceerde media-ethiek aan de Universiteit Gent.

Tekst op website uitgever
Op 30 januari 1933 werd Hitler met de hulp van rechts-conservatieve politici rijkskanselier van Duitsland. Ze dachten hem onder controle te kunnen houden, maar, gesteund door het geweld van SA-knokploegen, draaide Hitler in enkele maanden de democratie de nek om. De Duitsers koesterden de illusie dat vrijheid voorgoed verworven was, maar al snel werden politieke partijen en vakbonden verboden, kranten gecensureerd, opposanten en Joden opgesloten in concentratiekampen. Ook vandaag komt het gevaar van extreemrechts. Er zijn veel overeenkomsten tussen hedendaagse extreemrechtse partijen en politici en de gebeurtenissen in de jaren dertig. Zoals hun aanvallen op de rechterlijke macht, hun kritiek op de media, hun voorstellen om medeburgers te verklikken, hun afkeer voor vreemdelingen, hun apocalyptische idee van een Omvolking, hun latente antisemitisme, hun afwijzing van internationale instellingen en verdragen, hun kritiek op de democratie en hun geflirt met autoritaire leiders. DAGBOEK 1933 laat in alle scherpte zien dat wat in nazi-Duitsland in nauwelijks één jaar tijd gebeurde, morgen weer kan plaatsvinden als extreemrechts aan de macht komt. Ook bij ons kan die nachtmerrie opnieuw werkelijkheid worden.

Fragment uit

Lees ook: Atheïsme als basis voor de moraal (uit 2013) en In gesprek met Johan Braeckman : een zoektocht naar menselijkheid - deel 1 (uit 2021).

Terug naar Overzicht alle titels

Robin te Slaa

Fascisme : oorsprong en ideologie
Boom 2022, 326 pagina's € 22,90

Website Robin te Slaa (1969)

Korte beschrijving
Historicus Robin te Slaa (auteur van 'De NSB', 2009) geeft een goed onderbouwd exposé over de negentiende-eeuwse ideologische bronnen en verschijningsvormen tussen 1919 en 1945 van fascisme en nationaalsocialisme. Hij benadrukt dat fascisme méér was dan een nihilistische antistroming tegen de moderne tijd. Het was een revolutionaire utopie en massabeweging, en wortelde diep in het negentiende-eeuwse denken over staat en maatschappij. De auteur zet dit uiteen met een rondgang langs onder anderen Sorel (syndicalisme), Italiaanse futuristische kunstenaars (verheerlijking machines, snelheid en oorlog) en Nietzsche ('Wille zur Macht'). Verder ontleenden fascisten ideeën aan sociaal-darwinisten, negentiende-eeuwse racistische pamfletten en schrijfsels van populaire 'völkische' auteurs. Ook komen aan bod: de religieuze dimensie (offerbereidheid, messiasgeloof), kameraadschap (uit de Eerste Wereldoorlog) en de leiderscultus. Naast Italië (Mussolini) en Duitsland (Hitler) wordt ook de NSB van Mussert belicht. Fascisme liep uit op totalitaire dictatuur, oorlogszucht en genocide, fenomenen die slechts kort beschreven staan. Prima leesbare synthese.

Tekst op website uitgever
Het fascisme is diep in onze cultuur en historie geworteld Miljoenen Europeanen geloofden in de vorige eeuw heilig in het fascisme. Deze nieuwe, revolutionair-utopische ideologie en massabeweging bood haar geestdriftige aanhangers grootse idealen om voor te leven, te sterven en te doden. Het fascisme beloofde een nieuwe samenleving, een nieuwe cultuur en zelfs een nieuwe mens. De geschiedenis van de twintigste eeuw kan onmogelijk begrepen worden zonder de ideologie van het fascisme en de oorsprong ervan te bestuderen. In dit boek onderneemt Robin te Slaa een historische zoektocht naar de oorsprong en ideologie van het fascisme. Deze levert een mozaïek op van fascinerende verhalen: tegendraadse revolutionairen, futuristische kunstenaars, verkondigers van arische ‘god-mensen’, onverbiddelijke sociaaldarwinisten, schuimbekkende antisemieten, antiliberale denkers, völkische ideologen en de meest uiteenlopende fascisten passeren de revue. Onvermijdelijk is ten slotte de vraag in hoeverre het fascisme bezig is aan een comeback. Robin te Slaa (1969) is historicus en auteur van een groot aantal publicaties. Hij doet al bijna twintig jaar onderzoek naar het fascisme en geldt als expert op dit gebied. Samen met Edwin Klijn werkt hij aan een monumentale trilogie over de geschiedenis van de NSB, waarvan de eerste twee delen lovend zijn ontvangen.

Fragment uit 7. Massa, elite en leider
De meritocratische elite van het fascisme

De historicus Philip Morgan wijst erop dat de sociale samenstelling van fascistische elites een bewijs vormde voor hun 'egalitarisme'. De leden van de fascistische elites in Italië en Duitsland bekleedden hun leidinggevende posities niet vanwege hun sociale achtergrond of welstand, zoals dat bij de traditionele elites doorgaans het geval was. De leidinggevende posities die zij verwierven, waren veelal het resultaat van hun strijd, opoffering, inzet en bereidheid om risico's te lopen. Fascisten streefden naar een meritocratische elite oftewel een open elite die gebaseerd zou zijn op kwaliteiten en verdiensten en niet op afkomst, status of rijkdom.  'Voor alles moeten we zien te voorkomen dat onze elites een exclusieve club wordt', meende Hitler.

Natuurlijk moet hierbij een belangrijke kanttekening worden geplaatst. In de dagelijkse praktijk van fascistisch Italië en het Derde Rijk was het lidmaatschap van de regerende partij of een aantoonbaar fascistische gezindheid niet zelden voorwaarde voor het verkrijgen van een hoge functie. Een lidmaatschapskaart, maar nog eer een roerig verleden als partijactivist tijdens de Kampfzeit en onvoorwaardelijke politieke loyaliteit aan de leider prevaleerden in veel gevallen boven bekwaamheid. het gevolg was dat het notoire drankorgel Robert Ley - in de volksmond 'Reichtrunkenbold' (rijksdronkaard) genoemd - ondanks zijn zichtbare corruptie in functie bleef. De boosaardige antisemiet Julius Streicher - uitgever van Der Stürmer en gouwleider van Frankenland - werd vanwege zijn spilzucht en corruptie in de jaren dertig uit veel functies gezet. Door toedoen van Hitler bleef hij gouwleider.

Behalve het partijlidmaatschap en een fanatieke nationaalsocialistische overtuiging gold in het Derde Rijk doorgaans nog een aanvullende voorwaarde voor een leidinggevende positie: een 'zuivere' raciale afkomst. In Mein Kampf zette Hitler al uiteen dat de vorming van een raciale elite de taak van de toekomstige nationaalsocialistische staat was: 

Het Duitsche Rijk moet als staat alle Duitschers omsluiten, en moet de taak hebben, om die onderdelen, welke van ras-standpunt gezien het kostbaarste zijn, niet alleen te brengen en in stand te houden, maar deze elementen langzaam maar zeker tot een heerschende positie op te voeden.

Het scheppen van een nieuwe raciale elite was volgens Hitler de consequentie van de nationaalsocialistische ideologie:

Een wereldbeschouwing die de democratische idee van de massa verwerpt en zich tot taak stelt om de aarde te schenken aan het beste volk, dus ook aan den hoogstaanden mensch, moet logisch doorgeredeneerd, ook binnen dit volk weer naar hetzelfde aristocratische beginsel te werk gaan en [ervoor]  zorg dragen, dat wederom de besten in dat volk de leiding en den grootsten invloed krijgen.

In het Derde Rijk vervulde de SS steeds meer de rol van raciale aristocratie. Het was de taak van zijn zwarte korps, zo verklaarde Himmler in 1937, om een elite te creëren: 'We willen voor Duitsland een eeuwendurende, steeds opnieuw geselecteerde bovenlaag scheppen, een nieuwe adel, die steeds uit de beste zonen en dochters van ons volk aangevuld wordt.' (pagina 221-223)

Terug naar Overzicht alle titels


Doortje Smithuijsen

Iedereen verslaafd? : een analyse van ons digitale gedrag
De Bezige bij 2022, 197 pagina's € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Website van Doortje Smithuijsen (1992)

Korte beschrijving
Een verhelderend boek over de gevolgen van digitalisering. Doortje Smithuijsen bezoekt klinieken, spreekt psychologen en interviewt game-, porno- en Instagramverslaafden. Daarnaast kijkt ze kritisch naar zichzelf en haar omgeving. In hoeverre verschilt de digitale afhankelijkheid van de moderne mens van die van ‘echte’ verslaafden? Waar ligt de grens tussen ‘normaal’ online gedrag en een online obsessie? Een analyse van de gevolgen van digitalisering en een kritische duiding van de huidige tijd. In prettige stijl geschreven, met persoonlijke passages. Voor een brede tot geoefende lezersgroep. Doortje Smithuijsen (1992) is filosoof, documentairemaker en schrijver. Ze heeft een tweewekelijkse column in Trouw over digitale dilemma’s. Daarnaast schrijft ze geregeld voor onder meer de Volkskrant en Vrij Nederland. Voor de vpro maakte ze de documentaires 'Mijn dochter de vlogger, Volg je me nog?' en 'Sociaal Tribunaal'. Haar eerste boek 'Gouden bergen. Portret van de digitale generatie' (2020) stond op de shortlist van de Brusseprijs 2021..

Tekst op website uitgever
Verhelderend boek over de gevolgen van digitalisering Een diepgravend en verhelderend boek over ontwikkelingen waar we middenin zitten.

Met de digitalisering is het aanbod aan verslavingen enorm toegenomen. Van PlayStation tot appen, van stappenteller tot Instagram – werkelijk alles wat we online doen lijkt een sterk aantrekkende werking op ons te hebben. Vrijwel iedereen kijkt meer naar schermen dan hij of zij zou willen; niemand kan nog zonder smartphone. Maar maakt dat ons allemaal meteen verslaafd?

Doortje Smithuijsen bezoekt klinieken, spreekt psychologen, interviewt game-, porno- en Instagramverslaafden, maar ook mensen die niet zonder hun Strava of datingapps kunnen. Daarnaast kijkt ze kritisch naar zichzelf en haar eigen omgeving: in hoeverre verschilt onze digitale afhankelijkheid van die van ‘echte’ verslaafden? Waar ligt de grens tussen ‘normaal’ online gedrag en een online obsessie?

Iedereen verslaafd? is een meeslepende en scherpe analyse van de gevolgen van digitalisering, maar ook een kritische duiding van de huidige tijd. Als verslaving immers een vlucht is, waarvoor vluchten we dan?


Fragment uit (de) Proloog

In eerste instantie voelde ik me enigszins bezwaard dit boek te schrijven. Het thema verslaving trok me enorm, en meer nog het idee dat de digitalisering een steeds uitdijende diepte schept waarin we als mens makkelijker kunnen verdwijnen. Wie geen zin heeft in het aardse leven pakt een telefoon of laptop, begint te scrollen, te staren en voor jet het weet ben je weg - dat idee. Het deed me denken aan de screensaver Sterrenbeeld die je vroeger op oude pc's had: een zwart beeld waarin kleine witte sterretjes steeds aan je voorbijtrekken, een oneindige cruise door het heelal. Een reis zonder bestemming, behalve het zwarte gat dat steeds op gelijke afstand bleef en toch gevoelsmatig dichterbij kwam. Als kind kon ik eindeloos naar dat beeld kijken, ik wachtte dagelijks bij de computer op de gang van de basisschool tot de muis lang genoeg niets had gedaan en het beeld weer op zwart ging. Het had iets magisch, dat vallen zonder ondergrond, dat eindeloze vooruit.

Het punt was dat ik met de metaforische wederhelft van dat sterrenbeeld - de verslaving, dus - eigenlijk heel weinig te maken had gehad. Niet als kind, niet als tiener, niet als twintiger. Natuurlijk had ik wel de nodige pogingen gedaan mezelf verslaafd te krijgen, aan drank, of seks, af en toe drugs; ik vond het allemaal fantastisch, maar verloor mezelf zelden. Als ik een avond dronken wil worden, moet ik me dat voornemen; mijn lichaam heeft een natuurlijke rem na een paar glazen wijn, dan heb ik simpelweg geen zin meer in alcohol. Toen ik tijdens mijn middelbareschooltijd besloten had roker te worden, hoorde ik van mijn mederokers op het schoolplein aan hoe moeilijk het was niet te kunnen roken als je thuis was - je ouders mochten er natuurlijk niet achter komen. Ik had dat probleem nooit; terwijl ik tijdens de school en uitgaan makkelijk de ene na de andere sigaret opstak, voelde ik nooit werkelijke aandrang dat te doen - ik had gewoon nooit écht zin in een peuk. Ik rookte als de omgeving erom vroeg; als ik thuis was hoefde het niet. Ik vergat ook aan de lopende band mijn rokersimago; liet mijn sigaretten overal liggen; bleef in pauzes vaak te lang in de kantine hangen om nog naar buiten te kunnen - iets wat voor mijn doorgewinterde Marlboro Light-vriendinnen onbegrijpelijk was.

Waarschijnlijk is het precies dit wat me altijd zo gefascineerd heeft aan verslaving: het gevoel dat ik geen onderdeel uitmaakte van dit fenomeen. Als ik weer eens iemand hoorde opbiechten 'heel verslavingsgevoelig' te zijn - iets wat mensen te pas en te onpas verkondigen op borrels en etentjes, terwijl het toch best precaire informatie is over jezelf - voelde ik me meteen aangetrokken tot die persoon. Eigenlijk wilde ik dan direct vragen: hoe is dat? Hoe is het om constant het trekkende gevoel van verslaving te ervaren, om aan de lopende band dingen te doen die je niet echt wilt? Hoe is het om steeds weer te worden meegesleurd in de eindeloze stroom van verleiding, van meer, nog meer, van overgave, zonder berusting? Hoe is het om je leven in essentie niet onder controle te hebben? Hoe is het daar, binnen in dat sterrenstelsel? (pagina 9-10)

Draadje (november 2022)

Opname optreden in Nieuwsweekend op zaterdag 8 oktober 2022

Terug naar Overzicht alle titels