donderdag 24 september 2020

André Klukhuhn

De vreemde lus : over bewustzijn en het verbond tussen wetenschap, kunst, filosofie en mystiek
Koppernik 2020, 269 pagina's €24,50

Wikipedia: André Klukhuhn (1940)

Korte beschrijving
André Klukhuhn werd bekend door encyclopedische boeken als ‘De geschiedenis van het denken’ en ‘Berichten uit het feniksnest’. Dit boek, dat hij een essay noemt en dat uit drie delen bestaat, belicht de eeuwenoude kwestie dat het menselijk bewustzijn (geworteld in de structuur van het brein) de kenbare wereld in twee helften splijt: de uiterlijke wereld buiten ons, die we zien, en de wereld waar we ook zelf deel van zijn. Buiten en binnen, object en subject. Wetenschap, filosofie, kunst en mystiek hebben door de eeuwen heen gepoogd om die kloof te overbruggen. In het tweede deel laat Klukhuhn zien hoe denkers als Kant, Russell, Rorty en Feyerabend gepoogd hebben de kloof te overbruggen en waarom ze faalden. In het derde deel doet Klukhuhn een eigen poging om via Douglas Hofstadter en Escher een model van de ‘vreemde lus’ te ontwikkelen, die laat zien hoe wetenschap en artistieke kenwijzen elk een eigen feitelijkheid hebben en zowel onderscheidbaar tegenover elkaar staan als ononderscheidbaar met elkaar verbonden zijn. Fascinerende lectuur, helder en boeiend geschreven en goed gedocumenteerd. Zal een breed publiek aanspreken.

Tekst op website uitgever
André Klukhuhn is de auteur van het monumentale boek De algehele geschiedenis van het denken, waarin alle disciplines van de menselijke geest uitvoerig worden behandeld. In De vreemde lus probeert hij de kern van dat boek weer te geven.
Vanaf de Renaissance werd de bijzondere positie van de mens als kroon op de schepping stap voor stap ontmanteld. Niet alleen was de mens daarmee de zin van zijn bestaan kwijtgeraakt, ook zijn daden hadden elk belang verloren. In de twintigste eeuw begon een aantal filosofen iets van de vroegere glans van het verschijnsel terug te winnen. De mens is dan wel een dier, maar wel maar een bijzonder dier, dat zich van de rest van het universum onderscheidt door er niet alleen te zijn maar zich daar ook bewust van te zijn.
Met de in ieder mens verenigde vier kenwijzen – wetenschap, kunst, filosofie en mystiek – als instrument legt Klukhuhn het denken van vier filosofen – Kant, Russell, Rorty en Feyerabend – onder de loep om te zien hoe en waarom hun wijsgerige systemen onvoltooid zijn gebleven.
De vreemde lus is een intrigerend filosofisch essay over mens, engel, humor en de vreemde lus, waarin ook vragen aan de orde komen als ‘hebben wij een ziel’ en ‘kunnen wij computers van bewustzijn voorzien’.

Fragment uit III - De vreemde lus
VRIJE WIL

Als het bewustzijn - en als onderdeel daarvan de vrije wil, het vermogen om bewuste keuzes te maken - niets anders is dan het complexe systeem van de chemische, fysiologische en elektrische processen dat zich voordoet in de neurale hardware van de hersenen, zoals de tegenstanders van de vrije wil beweren, dan is de vraag naar de volledige bepaaldheid van het menselijke gedrag, dus naar volledige onvrijheid van de wil, gerechtvaardigd. Immers: wat hebben wij zelf te zeggen over de stroomsterktes en de productie van neurotransmitters bij het vuren van onze neuronen? Kunnen wij dan nog wel persoonlijk verantwoordelijk worden gehouden voor de gedachten en de emoties die daarmee onlosmakelijk verbonden zijn en aanspreekbaar op het gedrag - inclusief moord, doodslag en milieucriminaliteit - dat daaruit voortkomt? Met andere woorden: kan een misdadiger zich er niet op beroepen een willoos werktuig te zijn van de concentraties van chemische stoffen en vrije elektronen in zijn hersencellen en daarom vrijspraak verlangen? Is een rechter dan niet op voorhand verplicht iedere misdadiger van elke vorm van schuld te vrijwaren en zijn strafmaat uitsluitend daarop te bepalen en wordt het pleidooi van zijn advocaat geen overbodig ritueel? Maar mocht er een misdadiger zijn die zich erop wil beroepen een willoos werktuig te zijn van de processen in zijn hersencellen, dan moet die ook accepteren dat de rechter evenmin een keuze heeft en net zo onontkoombaar door de natuurlijke wetmatigheden en omstandigheden is voorbestemd om de misdaad te veroordelen als de misdadiger om die te plegen.
  Het antwoord op de vraag of wij over een vrije wil beschikken luidt daarom zowel 'nee' als 'ja': 'nee' als de vraag wordt gesteld binnen de wetenschappelijke context, en 'ja' als er vanuit intuïtieve of artistieke motieven naar wordt geïnformeerd. Per slot van rekening maakt het voor de uitkomst niet uit of het hele proces van misdaad en veroordeling wordt bezien vanuit het perspectief van een intuïtief volledig vrije wil of een geheel gedetermineerde onvrije wil en alles daartussenin, wat de discussie erover tot een even tijdrovende als zinloze bezigheid maakt. Ons hele rechtssysteem is in de praktijk pas werkbaar als we het menselijke gedrag beschouwen alsof we over een vrije wil beschikken, in ieder geval voor een deel, zonder ons steeds weer de onbeantwoordbare vraag te moeten stellen of dat ook werkelijk zo is. (pagina 217-218)

Lees ook: Hoe vrij zijn wij? de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst van Raoul Martinez (uit 2017).

Terug naar Overzicht alle titels


Peter Godfrey-Smith


Buitengewoon bewustzijn : de octopus en de evolutie van de intelligentie

Spectrum 2020, 296 pagina's €22,99

Oorspronkelijke titel:  Other Minds: The Octopus, the Sea, and the Deep Origins of Consciousness (2016)

Wikipedia: Peter Godfrey-Smith (1965)

Korte beschrijving
Dit boek is het resultaat van een onderzoek naar bewustzijn. De auteur verbindt biologie/evolutieleer met filosofie. Hij is naast wetenschapper ook diepzeeduiker en kwam in aanraking met octopussen. Hij ervaarde deze koppotige dieren als bijzonder en begon ze te observeren. Ook deed hij bronnenonderzoek en sprak hij met andere wetenschappers. Hij toont aan dat octopussen een bepaalde mate van intelligentie bezitten. Ze vertonen net als de mens sociaal gedrag, complex gedrag en hebben een groot zenuwstelsel. Ze lijken meer op ons dan we denken, zo stelt de auteur. Het boek behandelt ook vragen als: hoe is bewustzijn ontstaan, welke dieren kenden als eerste een vorm van subjectieve ervaring? De auteur stelt dat het bewustzijn van koppotigen zich parallel aan dat van de mens ontwikkelde. Hij is hoogleraar filosofie aan de City University van New York en hoogleraar wetenschapsgeschiedenis en -filosofie aan de Universiteit van Sydney. Het boek is interessant voor iedereen die geïnteresseerd is in het ontstaan van bewustzijn en de plaats van de mensheid in de evolutie.

Tekst op website uitgever
Het bewustzijn wordt vaak gezien als iets waarmee de mens zich onderscheidt van dieren. Onze intelligentie en ons denkvermogen hebben de mens boven aan de evolutionaire ladder geplaatst en in de zoektocht naar intelligent leven richten we onze blik steevast naar de sterren. Maar volgens wetenschapsfilosoof Peter Godfrey-Smith moeten we dit veel dichter bij huis zoeken: bij de octopus.

Octopussen hebben net als de mens een groot zenuwstelsel en vertonen complex gedrag dat misschien nog wel complexer is dan het onze. Sterker nog, de acht tentakels van een octopus leiden een volkomen eigen leven: ze proeven, voelen en bewegen uit zichzelf. In Buitengewoon bewustzijn gaat wetenschapsfilosoof en diepzeeduiker Peter Godfrey-Smith in op de vraag hoe de natuur zich bewust is geworden van zichzelf. Zijn zoektocht naar het prille begin van het bewustzijn leidde hem naar de koppotigen en de evolutie van een eigen, uniek bewustzijn, dat zich parallel aan dat van de mens ontwikkelde. Godfrey-Smith brengt het buitengewone bewustzijn van deze opmerkelijke wezens in kaart en geeft daarmee een indringende nieuwe kijk op de intelligentie van de octopus – die meer op ons lijkt dan we denken.

'Een van de grootste puzzels van organisch leven is hoe en waarom bepaalde diersoorten zelfbewust worden. Peter Godfrey-Smith gebruikt de octopus als portaal naar niet-menselijk bewustzijn, en dat doet hij vol gevoel en kennis uit de eerste hand.' – Frans de Waal

'Briljant … De schoonheid van Godfrey-Smiths boek zit in zijn heldere schrijfstijl. Hij bewijst dat deze vreemde, beeldschone wezens meer op ons lijken dan we bereid zijn toe te geven.' – The Guardian

Fragment uit 1. De evolutionaire levensboom: ontmoetingen tussen verschillende takken
~ De rode draad
Een van de klassieke problemen binnen mijn vakgebied - de filosofie - is de relatie tussen geest en materie. Hoe verhouden waarnemingsvermogen, intelligentie en bewustzijn zich tot de fysieke wereld? In dit boek wil ik vooruitgang boeken op dit gebied, hoe omvangrijk het onderwerp ook is. Ik benader het probleem vanuit evolutionair perspectief; ik wil weten hoe bewustzijn is ontstaan uit de grondstoffen waaruit levende wezens zijn opgebouwd. Miljarden jaren geleden waren dieren slechts één van de verschillende wanordelijke klompen cellen in zee die als eenheden begonnen samen te leven. Sindsdien heeft een deel van hen een specifieke levensstijl ontwikkeld. Er ontwikkelden zich mogelijkheden om te bewegen en te handelen, ogen, voelsprieten en middelen om voorwerpen in de omgeving te hanteren. Zo ontstond het kruipen van wormen, het zoemen van muggen en de wereldwijde trektocht van walvissen. Als onderdeel van dit alles ontwikkelde zich op zeker moment ook de subjectieve ervaring. Bij sommige dieren is er sprake van een gevoel hoe het is om zo'n dier te zijn. Dat wil zeggen dat er een 'zelf' bestaat dat ervaart wat er gebeurt.

Ik ben geïnteresseerd in de ontwikkeling van de ervaring van alle soorten, maar in dit boek staan koppotigen centraal. In de eerste plaats omdat het zulke wonderlijke wezens zijn. Als ze konden praten, zouden ze ons heel veel kunnen vertellen. Maar dat is niet de enige reden waarom ze in dit boek rondzwemmen en -klauteren. Deze dieren hebben mijn benadering van de filosofische vraagstukken beïnvloed; door hen te volgen in zee en te proberen hun gedrag te doorgronden, heb ik een andere invalshoek gevonden. Als we ons bezighouden met het bewustzijn van dieren, worden we vaak te sterk beïnvloed door ons eigen voorbeeld. Als we ons het leven en de ervaringen van eenvoudigere dieren voorstellen, komen we vaak uit bij een afgezwakte versie van onszelf. Maar koppotigen brengen ons in contact met iets wezenlijk anders. Hoe zien zij de wereld? De ogen van een octopus lijken op de onze. Ze hebben de bouw van een camera, met een flexibele lens die een beeld projecteert op een netvlies. Onze ogen lijken op elkaar, maar de hersenen erachter verschillen in vrijwel alle opzichten. Geen ander brein verschilt zoveel van het onze als dat van een koppotige. (pagina 18-20)

Artikel waarin verschillende boeken over dit onderwerp naar voren worden gebracht: The time is now – Hersenen en gedrag (april-juni 2020)  

Terug naar Overzicht alle titels


Dilara Bilgiç

De Black Box Democratie : een nieuw politiek systeem voor Nederland
Boom 2020, 128 pagina's €17,50

Website uitgever: Dilara Bilgiç (2002)

Korte beschrijving
Onze democratie verkeert in zwaar weer. Bestuurders moeten voortdurend zoeken naar een evenwicht in het spanningsveld tussen het maken van verantwoord beleid enenerzijds en de zorg voor voldoende draagvlak onder (groepen uit) de bevolking anderzijds. De volwassen burgers in ons land kunnen één keer per vier jaar naar de stembus. Daarnaast is de mogelijkheid tot beïnvloeding van beleid gering. Dat leidt tot ontevredenheid. Uitvoerende diensten van de overheid falen; zie de toeslagaffaire. Na de beschrijving van deze tekortkomingen geeft de auteur een schets van een alternatief bestuursmodel: de 'Black Box Democratie' (BBD). In de BBD wordt de beschikbare kennis en expertise expliciet betrokken in het proces van beleidsvorming; de actieve burgers kunnen de inhoud van de politieke agenda mee bepalen en de totstandkoming en uitvoering van beleid volgen. Het boek draagt bij tot verdere gedachtevorming tot versterking van onze democratie. Het is een belangrijk boek voor ieder die het functioneren van onze democratie ter harte gaat. Het is goed geschreven. Met interessante literatuurverwijzingen..

Tekst op website uitgever
Het vertrouwen in de politiek neemt af, het is tijd voor verandering!

In het huidige politieke systeem profileren policiti zich ten koste van hun collega's om op te vallen. Niet het argumenteren, maar het debatteren staat centraal. Hierdoor lijken veel burgers hun vertrouwen in de volksvertegenwoordiging te verliezen. Het moet dus anders.

De Black Box Democratie
De jonge denker Dilara Bilgiç stelt een alternatief politiek systeem voor: de Black Box Democratie. Na iedere 'crash' lezen we de black box uit om te achterhalen waar het misging en om het systeem te verfijnen. In dit systeem wordt de democratie in haar geheel voortdurend doorgelicht en worden de pijnpunten blootgelegd. Wat schort er aan onze democratie en hoe kunnen we die hervormen? Hoe kunnen we tegenstellingen in de samenleving overbruggen, het bestuur over het land efficiënter en eerlijker maken, én ervoor zorgen dat het in de politiek weer over politiek gaat? De Black Box Democratie biedt de uitkomst.

De Black Box Democratie is een zelflerend politiek systeem; een systeem waarin politici geen winnaars of verliezers meer zijn, waarin burgers directe inspraak hebben, waarin wetenschap een plek heeft en waarin tegengestelde opvattingen worden geïntegreerd.
 
Over Dilara Bilgiç
Dilara Bilgiç (2002) heeft net haar gymnasiumdiploma behaald. Als Koerdisch-Turkse Nederlander en ex-vluchteling is zij in aanraking gekomen met verschillende vormen van democratie. Vanuit deze ervaring ontwikkelde ze een kritische blik op de politiek. Ze besloot in de pen te klimmen om uit te pluizen waar de gebreken in de Nederlandse politiek vandaan komen en of ze zijn op te lossen.

Fragment uit VI. De Black Box Democratie
Schets van een nieuw politiek systeem

Thomas More (1478-1535) beschrijft in zijn boek Utopia (1516) een utopie als kritiek op de samenleving van zijn tijd. Ik zie de Black Box Democratie als een soortgelijk project: eerder een ideaalbeeld dan een direct te verwezenlijken voorstel. Ik ben mer met andere woorden van bewust dat de BBD op korte termijn niet te realiseren is, maar ik hoop met mijn schets wel vraagtekens te zetten bij hoe we de politiek momenteel organiseren. Het alternatieve systeem is kortom bedoeld als een soort spiegel waarmee we kunnen reflecteren op de huidige gang van zaken. Zo bepalen we  de deviatie van ons huidige kompas. We leven momenteel immers in het systeem dat we bekritiseren, en doorgaans uiten we onze kritiek ook bínnen de kaders ervan. Het loont de moeite om af en toe de 'werkelijkheid' te ontstijgen en het systeem eens van buitenaf gade te slaan. 

Voordat ik inga op de details van het correctiemechanisme in mijn voorstel, wil ik de contouren van de BBD schetsen. In de Black Box Democratie zijn drie hoofdorganen te onderscheiden: de BeleidsKamer (BK), de VolksKamer (VK) en het kabinet.

De BK en VK vormen samen de Staten-Generaal, oftewel het parlement. Zij zijn wetgevend: de BK kan kortgezegd wetsvoorstellen indienen en de VK kan erover stemmen. Het kabinet bestaat, zoals momenteel al het geval is, uit ministers en hun eventuele staatssecretarissen. In tegenstelling tot het huidige kabinet heeft dit nieuwe kabinet louter een uitvoerende taak. In Nederland hebben we momenteel immers geen zuivere trias politica (scheiding der machten): ministers zijn wetgevend én uitvoerend. In de BBD zijn de wetgevende en uitvoerende macht wel van elkaar gescheiden: de VK en BK zijn wetgevend en het kabinet is uitvoerend. (pagina 86-87)

Artikel waarin verschillende boeken over dit onderwerp naar voren worden gebracht: The time is now - Democratie (april-juni 2020) 

Terug naar Overzicht alle titels

Willem Schinkel 2


De hamsteraar : kritiek van het logistiek kapitalisme

Boom 2020, 256 pagina's - € 20,50

Wikipedia: Willem Schinkel (1976)

Korte beschrijving
Met zijn prikkelende manier van schrijven zet de auteur, hoogleraar sociale theorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, in dit boek kritische vraagtekens bij de uitgangspunten en het functioneren van ons economisch bestel. In het bijzonder richt hij zijn pijlen op de gangbare economische opvattingen over hamsteren en schaarste zoals die tijdens de Covid-19-crisis door onder anderen politici en beleidsmakers werden uitgedragen. Hij twijfelt aan gangbare aannames in het economisch denken en onderbouwt die met vele literatuurverwijzingen. De auteur laat de fragiliteit van het logistiek kapitalisme zien: het just-in-time handelen in productie en distributie zou efficiënt zijn, maar is eerder een middel om de schaarste harder te laten aankomen zodat de 1% rijken zich nog meer kunnen verrijken. Via een historische terugblik wil hij duidelijk maken dat sociaal-historisch gezien schaarste een kunstmatig verschijnsel is: niet het fundament, maar het effect van de economie. Uiteindelijk een pleidooi om het economisch bestel grondig te veranderen door het logistiek kapitalisme op de schop te nemen.

Tekst op website uitgever
Tijdens de COVID-19 crisis van 2020 werd gehamsterd: plots waren supermarktschappen leeg. Het hamsteren werd alom verguisd als irrationeel en immoreel, maar in dit boek laat Willem Schinkel zien wat we kunnen leren van de hamsteraar over de fragiliteit van het logistiek kapitalisme. In het logistiek kapitalisme worden levensmiddelen volgens het just-in-timeprincipe op het laatste moment geproduceerd en gedistribueerd. Dat zou ‘efficiënt’ zijn, maar het is vooral een manier om schaarste te laten heersen en de 1% zich te laten verrijken. En het is levensgevaarlijk. Tijdens de COVID-19 crisis, toen tekorten aan bedden, medicijnen en gezichtsmaskers ontstonden, bleek: aan efficiëntie gaan we dood.

In De hamsteraar beschrijft Willem Schinkel hoe ook het banale hamsteren van toiletpapier een aanzet kan bieden tot een andere manier van leven. Via de geschiedenis van het hamsteren en de ideologische valkuilen van de burgerlijke veroordeling van hamsteraars, laat hij zien hoe de hamsteraar zand in de raderen van het logistiek kapitalisme strooit. En hoe een just-in-timelogistiek een op schaarste gebaseerde economie kunstmatig in stand houdt. De hamsteraar is niet alleen een onderzoek naar de mogelijkheidsvoorwaarden van het logistiek kapitalisme; het levert ook materiaal voor de te komen destructie daarvan.

Fragment uit 3. De schaarste en de hamsteraar
Ofwel": zodra bezit ontstaat, zal het ongelijk verdeeld zijn, omdat niet iedereen er even rationeel mee om weet te springen.
  Varianten van deze redenering, waarin toe-eigening van land het begin van welvaart vormt, zijn bij vroege economen als De Quesnay, Say en Ricardo te vinden. De maffiapraktijk die 'economische wetenschap' heet, draagt dus, vanaf de eerste moderne legitimaties van een liberaal-kapitalistische politieke economie, actief bij aan de instandhouding van wat sublimerende 'ongelijkheid' heet, maar wat beter de heerschappij van de weinigen (gekenmerkt door bezit, mannelijkheid en witheid) over de velen genoemd kan worden. Locke levert feitelijk de nog altijd bestaande legitimatie voor artificiële schaarste: meritocratie. Diegenen die zichzelf en het land verbeteren via arbeid, hebben de eerste keus in de verdeling van schaarse goederen. Maar omgekeerd verschijnt de schaarste pas op het moment dat die lockiaanse wereldverbeteraars zich voordoen, en zich aandienen aan andere kusten, waar men minder 'industrious' was, minder bezeten door bezit. Stefon Harney heeft op soortgelijke manier een analyse gegeven van het hedendaagse onderwijs. Met Singapore als casus laat hij zien hoe alles erop gericht is om de middelen voor studie schaars te maken, bijvoorbeeld door copyrights en door competitie tussen studenten onderling en tussen docenten. Permanent wordt artificiële schaarste gecreëerd - en er is geen andere vorm van schaarste - en permanent wordt die artificiële schaarste gekoppeld aan een hiërarchisch systeem dat door de meritocratie gelegitimeerd wordt. De besten krijgen het beste, maar alleen omdat het beste in eerste instantie schaars gemaakt wordt en omdat diegenen die het weten te bemachtigen daarmee mogen doorgaan voor de besten. Schaarste, zo bezien, is een creatie bedoeld om iedereen te laten rennen, om iedereen te laten participeren in wat Rogier van Reekum en ik wel met een bio-politiek concept de 'kraal' genoemd hebben, en om iedereen vervolgens te laten geloven dat iedereen krijgt wat hem toekomt al naar gelang hoe hard hij gerend heeft. Maar, nogmaals - en dit kan niet vaak genoeg herhaald worden, juist omdat het tegen een vigerende common sense van de 'handbag economics' ingaat: in den beginne was er geen schaarste. Schaarste moest gecreëerd worden, en daarin is de wetenschappelijke discipline die 'economie' heet blijvend medeplichtig: economische wetenschap is wetenschap van, voor en door collaborateurs. (pagina 126-127)

Lees ook: De nieuwe democratie : naar andere vormen van politiek (uit 2012) en  Theorie van de kraal : kapitaal - ras - fascisme (dat hij in 2019 samen schreef met Rogier van Reekum) 

Terug naar Overzicht alle titels


Frank Martela


Een prachtig leven : hoe vind je zin in je bestaan?

Ambo Anthos 2020, 191 pagina's €18,99

Oorspronkelijke titel: A wonderful life : insights for finding a meaningful existence (2020)

Website Frank Martela (1981)

Korte beschrijving
De woorden van Nietzsche ‘Hij die een reden tot leven heeft kan vrijwel alle levensomstandigheden verdragen’, vatten perfect het boek samen van de Finse filosoof Frank Martela (1981) ‘Een prachtig leven’ met als verklarende ondertitel ‘Hoe vind je zin in je bestaan?’ De stelling van de auteur, filosoof, psycholoog en professor in Harvard en Stanford, is: het vaststellen wat het leven zin geeft, is makkelijker dan je denkt en kun je in je dagelijks leven terugvinden. In drie grote hoofdstukken analyseert Martela waar onze behoefte aan zingeving eigenlijk vandaan komt, plaatst hij die vraag naar zingeving in een nieuw perspectief, om af te sluiten met het aanduiden van wegen naar een zinvoller leven teneinde kapitein te zijn van je eigen schip. Grof samengevat nodigt de auteur de lezer uit om eerder de nadruk te leggen op de zin ín het leven in plaats van de betekenis van het leven. Dit alles aan de hand van inspirerende uitspraken en voorbeelden van historisch prominente figuren en filosofen. Zeer uitgebreide noten, een bibliografie en aanbevolen literatuur sluiten dit verfrissende ‘handboek’ af. Inspirerende uitgave over zinvol leven in een nieuw perspectief.

Tekst op website uitgever
Een prachtig leven van Frank Martela is een virtuoos filosofisch boek over een van de grootste vragen die er zijn: Wat is de zin van ons leven? Wat is het doel ervan en hoe moeten we ons leven vormgeven?

Tegenwoordig zijn veel mensen zoekende en komen burn-outs vaak voor. We verlangen steeds meer naar sturing bij het inrichten van ons korte, volle leven. De jonge filosoof Frank Martela doet onderzoek naar zowel de filosofische als de psychologische kant van de zoektocht naar de betekenis van ons leven. Net als iedereen worstelt hij met existentiële vragen, zoals: Wat is de basis van een betekenisvol leven? Is geluk een doel dat je kunt nastreven? Hoe komt het dat we vaak zo ontevreden zijn met ons leven en constant denken dat het geluk te vinden is op een plek ver van ons vandaan?

Aan de hand van voorbeelden uit de filosofie, psychologie, literatuur en film laat Frank Martela in Een prachtig leven zien dat we meer nadruk zouden moeten leggen op de zin ín het leven in plaats van de betekenis ván het leven. We kunnen veel meer met ons leven doen, waardoor het zinvoller wordt en meer waarde krijgt, voor onszelf en voor de mensen om ons heen. Voor lezers van Fokke Obbema.

Fragment uit (de) Inleiding
Waar was je toen de zinloosheid van het bestaan bij jou toesloeg? Gebeurde dat boven je derde magnetronmaaltijd van die week terwijl je peinsde over de smaak en de gezondheidseffecten van ketchup? Of was het toen je om twee uur in de ochtend op verzenden drukte nadat je een dringende klus voor je werk had afgemaakt en je besefte dat je topprestatie de wereld hoogstwaarschijnlijk geen millimeter verder zal helpen? Misschien heeft een ingrijpende gebeurtenis je leven op zijn kop gezet waardoor je opeens beseft dat je onvoldoende hebt nagedacht over wat je echt in het leven wilt. Of gebeurde het simpelweg dat je op een ochtend wakker werd, jezelf aanstaarde in de badkamerspiegel en je afvroeg of dit nu alles was in dit vreemde leven van ons. 

Maak je geen zorgen - je bent de enige niet. In dit boek maak je kennis met veel grote denkers en filosofen die de nietigheid van het bestaan onder ogen zagen en ten slotte met een hernieuwd gevoel van zinvolheid het leven omarmden.

Als menselijke wezens hunkeren we naar een leven dat ertoe doet, dat waardevol is en dat betekenis heeft. We zijn 'geprogrammeerd om te zoeken naar zingeving', zoals de psycholoog Roy Baumeister heeft betoogd. Gebrek aan zingeving is een ernstig psychologisch gemis dat is geassocieerd met depressie en zelfs met zelfmoord. Zingeving is belangrijk voor onze motivatie en ons welzijn en, meer in het algemeen, om een leven te hebben dat de moeite waard is. Sterker nog, in diverse onderzoeken is gebleken dat mensen die hun leven in hoge mate zinvol vinden gemiddeld langer leven. Viktor Frankl, een beroemd psychiater en overlevende van de Holocaust, nam dit met eigen ogen waar gedurende zijn tijd in de concentratiekampen. Alleen degenen die onder die ondraaglijke omstandigheden in een zinvol bestaan konden blijven geloven, hadden een kans om te overleven. Hij citeerde in dit verband graag Nietzsche: 'Hij die een reden tot leven heeft kan vrijwel alle levensomstandigheden verdragen.' (pagina 9-10)

Terug naar Overzicht alle titels

Isaiah Berlin


De egel en de vos : een essay over Tolstojs geschiedfilosofie

ISVW 2020, 176 pagina's €14,95

Oorspronkelijke titel: The hedgehog and the fox : an essay on Tolsty's view of history (1953)

Wikipedia: Isaiah Berlin (1909-1997)

Korte beschrijving
De in Letland geboren Britse liberaal en intellectueel historicus Isaiah Berlin (1909-1997) houdt in 1951 een lezing over de geschiedfilosofie in de roman 'Oorlog en vrede' van L. Tolstoi. De Nederlandse vertaling is hier in een fraaie publicatie uitgegeven. Bekend is Berlin's essay vooral geworden door diens onderscheid tussen een vos, als iemand die van alles weet en zich bewust is van de vele afzonderlijke facetten van het leven en die zich verzet tegen allerlei vormen van simplificatie, en van een egel die verlangt naar een simpele, verenigde en harmonische blik. Hij constateert een onverzoenlijke innerlijke worsteling die Tolstoi van binnen voelde tussen enerzijds de brede generalist en anderzijds de pluralistische specialist. In een toegevoegde appendix met fragmenten uit diverse brieven die Berlin schreef over zijn onderscheid waarschuwt Berlin de metafoor van egels en vossen niet te ver door te drijven en al helemaal niet om vossen superieur te achten aan egels. Helaas is dat allemaal precies hoe anderen na hem met zijn essay en zijn metafoor zijn omgesprongen. De uitgave is voorzien van een aantal eindnoten en een register. Pocketuitgave; normale druk.

Tekst op website uitgever
Aansprekend, scherp geschreven en rijk aan ideeën: geen wonder dat dit essay uitgroeide tot Berlins beroemdste tekst. Wie dit leest, vraagt zich zeker af: wat ben ik zelf, een egel of een vos?

"De vos weet van alles, maar de egel weet één groot iets.' Met deze spreuk deelde Isaiah Berlin grote schrijvers en denkers in. Plato, Dante en Dostojevski zijn egels. Zij zien de wereld als één geheel. Aristoteles, Erasmus en Poesjkin zijn vossen: pluralisten die een veelheid zien. Maar hoe zat het met een van de allergrootsten? Lev Tolstoj, was hij nu een egel of een vos?
Die vraag behandelt Berlin in 'De egel en de vos'. In zijn zoektocht naar het antwoord bespreekt hij de thema's van Oorlog en vrede: de vrijheid van de mens, de werking van de geschiedenis, de macht van mannen als Napoleon en de invloed van een slecht getimede verkoudheid.
Aansprekend, scherp geschreven en rijk aan ideeën: geen wonder dat dit essay uitgroeide tot Berlins beroemdste tekst. Wie dit leest, vraagt zich zeker af: wat ben ik zelf, een egel of een vos?

Fragment uit (het) Voorwoord van Michael Ignatieff. Bij de tweede Engelse editie, 2012.
Het is de moeite waard om na te gaan waarom dit buitengewone essay, dat eerst in Oxford als lezing werd gegeven, vervolgens in 1951 in een obscuur tijdschrift voor Slavische studies werd herdrukt en in 1953 een nieuwe titel kreeg en opnieuw werd gepubliceerd, zo veelvuldig en langdurig aandacht heeft gekregen. Net als 'Twee opvattingen van vrijheid' is het onderscheid tussen de egel en de vos lang vruchtbaar gebleken en toegepast op manieren die Berlin nooit had bedoeld of kunnen voorzien. Wat eind jaren dertig van de vorige eeuw begon als een spelletje onder vrienden - een student in Oxford wees Isaiah op de sprankelende en mysterieuze Griekse woorden, die het vervolgens gebruikte om zijn vrienden in te delen in egels en vossen - werd door Berlin omgevormd tot een ordenend inzicht voor een geweldig essay over Tolstoj. Het is nu opgenomen in onze cultuur als een manier om de mensen om ons heen in te delen en om na te denken over twee fundamentele houdingen ten opzichte van de werkelijkheid.

De vos weet niet alleen van alles, maar hij accepteert ook dat hij alleen een veelheid kan kennen en de eenheid van de werkelijkheid aan zijn greep ontsnapt. Het belangrikste kenmerk van de vos is dat hij zich verzoent met de grenzen van wat zij weten. Zoals Berlin zegt: 'We zijn onderdeel van ene groter geheel dat we niet volledig kunnen begrijpen. [...] want wij leven zelfs in en bij gratie van dit geheel, en zijn  slechts wijs voor zover we ons hierbij neerleggen.'

Een egel zal zich niet neerleggen bij de wereld. Hij verzoent zich er niet mee. De egel kan niet accepteren dat hij van alles weet. Hij streeft ernaar om één groot geheel te kennen en probeert onophoudelijk de werkelijkheid tot een eenheid te vormen. Vossen nemen genoegen met wat ze weten en zijn in staat een gelukkig leven te leiden. Egels nemen geen genoegen met wat ze weten en hun leven is niet gelukkig.

We hebben allemaal, zo oppert Berlin, een beetje van de vos en een een beetje van de egel in ons. Het essay is een weergaloos portret van de menselijke verdeeldheid. We zijn verscheurde wezens en we moeten kiezen of we de onvolledigheid van onze kennis accepteren of dat we ons blijven richten op zekerheid en waarheid. Alleen de meest vastberadenen zullen weigeren genoegen te nemen met wat de vos weet en zich richten op de zekerheden van de egel.

Lees ook: Twee opvattingen over vrijheid (uit 1958) 

Terug naar Overzicht alle titels


Lorraine Daston


Tegen de natuur in

Octavo 2020, 94 pagina's €17,50

Oorspronkelijke titel:Gegen die Natur (2018)

Wikipedia: Lorraine Daston (1951)

Korte beschrijving
Wetenschapshistorische en -filosofische studie over de spanning tussen het gebruik van de natuur als bron van normen voor menselijk gedrag de de bewering van filosofen en wetenschapsbeoefenaars dat de natuur geen waarden kent.. - Waarom beschouwen mensen in uiteenlopende culturen en tijdperken de natuur als bron van normen voor menselijk gedrag? Filosofen en wetenschappers hebben eeuwenlang beweerd dat de natuur geen waarden kent. Toch probeert de mens keer op keer het "zijn' van de natuur te veranderen in een "zou moeten zijn'. Wetenschapsfilosofe Lorraine Daston laat zien dat de poging om de natuurlijke orde te gebruiken als bron van de morele orde even problematisch als onvermijdelijk is.

Tekst op website uitgever
Waarom beschouwen mensen in uiteenlopende culturen en tijdperken de natuur als bron van normen voor menselijk gedrag?
'Zijn' en 'zou moeten zijn'

Filosofen en wetenschappers hebben eeuwenlang beweerd dat de natuur geen waarden kent. Toch probeert de mens keer op keer het ‘zijn’ van de natuur te veranderen in een ‘zou moeten zijn’. Wetenschapsfilosofe Lorraine Daston laat zien dat de poging om de natuurlijke orde te gebruiken als bron van de morele orde even problematisch als onvermijdelijk is.
Over Lorraine Daston

Lorraine Daston (1951) studeerde wetenschapsgeschiedenis en -filosofie aan Harvard University en de University of Cambridge. Zij is directeur emerita van het Max-Planck-Institut für Wissenschaftsgeschichte in Berlijn en gasthoogleraar aan de University of Chicago. Daston is auteur van een aantal standaardwerken, waaronder: Wonders and the Order of Nature, 1150-1750 (1998, i.s.m. Katharine Park), Things that Talk: Object Lessons from Art and Science (2004) en Natural Law and Laws of Nature in Early Modern Europe (2008, i.s.m. Michael Stolleis).

Fragment uit 6. Orde en normativiteit
Van de nachtmerries die de collectieve verbeelding van de mens teisteren, is die van de chaos de meest angstaanjagende. Bloedige, tirannieke en meedogenloze ordes hebben overal in de geschiedenis van de mensheid hun sporen achtergelaten; ordes die met een stalen wurggreep tallozen de adem benamen. Vele filosofen en wetenschappers hebben geoordeeld dat ook de orde van de natuur harteloos is, onverbiddelijk in haar functioneren en onverschillig ten opzichte van menselijke vreugde en verdriet. Orde als zodanig kan een nachtmerrie worden, maar de gruwelen van een al te strenge orde verbleken bij de verschrikking van de totale afwezigheid van orde. Een eindeloze burgeroorlog vormt een groter kwaad dan de hardvochtigste dictatuur, en een vorm- en wetteloos heelal is het eerste uitgangspunt van elke kosmogonie, of het nu een godheid is of de natuurwet die verantwoordelijk wordt gesteld voor de schepping van een kosmos die deze naam verdient. Een land waarin niemand zich aan zijn belofte houdt, waar de zon 's morgens nu eens opkomt en dan weer niet, waar het verleden geen aanwijzing geeft voor de toekomst, is een niemandsland. (pagina 55)

Citaat uit een interview
Ik vermoed alleen dat we een tijdperk in gaan waarin we, in plaats van duidelijk te onderscheiden wat we wel en niet kunnen beheersen, de radius van menselijke schuld vergroten. De manier waarop we omgaan met Covid-19 is daar een teken van. We doen ineens pogingen om een bedrijf of land te vinden dat we verantwoordelijk kunnen houden voor de uitbraak. Bij eerdere vergelijkbare epidemieën, zoals SARS en ebola, gebeurde dat niet. Niemand wees met een vinger naar een bepaald bedrijf of land. Dit is dus iets nieuws. We nemen het patroon van menselijke schuld over en projecteren het op de natuur. Maar we moeten realistisch zijn over wat we redelijkerwijs van mensen kunnen verwachten. En een beroep doen op menselijke schuld is een grote stap terug. (uit: 'Wetenschap kan een verontrustende ervaring zijn', Filosofie Magazine, oktober 2020, p 45)

Terug naar Overzicht alle titels

Jacob Jolij


Wat is bewustzijn nou eigenlijk? : een prikkelende zoektocht van neurobiologie tot parapsychologie

Nieuw Amsterdam 2020, 250 pagina's € 22,99

Website Rijks Universiteit Groningen: Jacob Jolij (1979)

Korte beschrijving
Al eeuwen blijft de vraag wat bewustzijn nu eigenlijk is onbeantwoord. Vanaf Plato tot de moderne neurowetenschappen zijn er theorieën ontwikkeld. Jolij (1979) is cognitief neurowetenschapper en afdelingshoofd ondersteuning experimentele psychologie van de RUG. Hij beschrijft nu een persoonlijke zoektocht naar dit ongrijpbare onderwerp. Aan de hand van zowat de hele literatuur zwerft hij door de psychologie, de westerse en oosterse filosofie, de natuurkunde, de kwantummechanica, 'objectieve' neurowetenschappen en zelfs de parapsychologie. Op deze wijze geeft hij een boeiend verslag, dat door de diversiteit van de achtergronden niet altijd even makkelijk leest. De schrijver ziet zijn boek als een beginpunt, omdat wij op dit moment nog steeds geen idee hebben van wat bewustzijn precies is. Het bewustzijn is wat ons tot óns maakt en de zoektocht van de auteur geeft daar een uitstekende ingang toe. Met uitvoerige begrippenlijst, literatuur en index. Geen makkelijk boek maar een goede inleiding om het bewustzijn te ontdekken.

Tekst op website uitgever
Wat is bewustzijn? Volgens de meeste hersenwetenschappers gewoon een hersenproces. Na een ingrijpende periode in zijn persoonlijke leven gelooft Jacob Jolij, cognitief neurowetenschapper, niet meer in deze opvatting. Hij is ervan overtuigd dat bewustzijn meer is dan dat. Maar wat dan?
In Wat is bewustzijn nou eigenlijk? zet Jolij alle deuren open naar wat bewustzijn zou kunnen zijn. Zijn zoektocht voert de lezer van de neurobiologie naar de natuurkunde, de kwantummechanica, de filosofie en zelfs naar de parapsychologie. Is bewustzijn een product van je brein, en worden je gedachten bepaald door de biologische machine in je hoofd? Of moeten we bewustzijn eerder buiten het brein zoeken, wellicht als aparte dimensie van het universum? 

Fragment uit 5. Een kwantum-intermezzo
Casuaal (on)gesloten

Een van de bekendste Nederlandse boeken over de hersenen is Wij zijn ons brein van Dick Swaab. In dit boek stelt Swaab dat we geen brein hebben, maar ons brein zijn. Als jij inderdaad je brein bent, en ik het mijne, dan moeten we kijken naar de natuurkunde voor antwoorden over wie we zijn en hoe ons bewustzijn werkt. Waarom? Heel simpel; als bewustzijn onderdeel is van de materiële wereld om ons heen - de res extensa van Descartes -, dan moeten we bewustzijn volledig kunnen verklaren met de wetten van de natuurkunde. Dit  idee, dat we ook in het vorige hoofdstuk zagen, heet fysicalisme. Fysicalisme wordt breed aangehangen: de meeste bewustzijnsonderzoekers zijn fysicalisten. Maar dat je fyscicalist bent, maakt je nog geen fysicus. Dat is wel een beetje jammer, zeker in het bewustzijnsonderzoek.

Het vraagstuk waar hersenonderzoekers zich me bezighouden is de vraag hoe ons brein werkt. Maar dat is natuurlijk een veel te ingewikkeld vraagstuk om ineens aan te pakken. Daarom kiezen we voor een reductionistische benadering: in de regel proberen we te verklaren hoe zoiets als het brein werkt door te verklaren hoe de onderdelen waaruit het is opgebouwd functioneren. Dat betekent dat we eerst gaan onderzoeken hoe de verschillende gebieden in het brein werken. Die gebieden bestaan uit hersencellen. Als je vervolgens wilt weten hoe die hersencellen werken, moet je in detail kijken naar de bouwstoffen en onderdelen van zo'n hersencel. Die bouwstoffen onderdeeltjes bestaan weer uit eiwitmoleculen. Op hun beurt hebben die eiwitten zere bijzondere eigenschappen, die ze ontlenen aan de atomen waaruit ze zijn opgebouwd. In elk geval zie je dat je het brein op een aantal niveaus kunt bestuderen - hersengebieden, hersencellen, de chemische stoffen waaruit ze zijn opgebouwd: we zoomen steeds verder in. Uiteindelijk kom je uit op het kleinste niveau, dat van elementaire deeltjes als protonen, elektronen en neutronen. Deeltjes die je moet beschrijven met de kwantumfyscia. Met andere woorden: als fysicalistisch reductionist kom je vroeger of later uit bij kwantummechanische vergelijkingen als basis. (pagina 83-84)

Citaat uit een artikel
Vraag: Wat mag ik hopen?
JJ: 'Ik hoop dat we een manier vinden om over bewustzijn te praten die beter past bij hoe wij bewustzijn beleven. Spiritualiteit en paranormale ervaringen moeten daarom niet worden afgedaan als collectieve onzin, want ze zeggen iets over die beleving. Zonder de wetenschappelijke rigor uit het oog te verliezen, mogen we dus verder gaan dan het brein in de verkenningen van het bewustzijn.' (uit: 'Het ik-gevoel is een illusie' in Filosofie Magazine, oktober 2020, p 12)

Artikel waarin verschillende boeken over dit onderwerp naar voren worden gebracht: The time is now – Hersenen en gedrag (april-juni 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

Vitale ideeën voor de wereld van morgen

Vitale ideeën voor de wereld van morgen
Uitgeverij Pluim 2020- .









In 2020 begon Uitgeverij Pluim met een nieuwe reeks. Een reeks die veel lijkt op Nieuw Licht van Prometheus (en eerder Ambo Anthos).

In beide reeksen worden uiteenlopende mensen uitgenodigd hun licht over een min of meer maatschappelijk omstreden thema te laten schijnen. Bij Nieuw Licht is (was?) de aanleiding een min of meer klassiek boek; dat de benaderde persoon (opnieuw) moest gaan lezen om er vervolgens 'iets' over te gaan schrijven. 

Bij Uitgeverij Pluim ligt het initiatief naar het lijkt meer bij de uitgever, die weet dat deze of gene persoon 'iets' met een bepaald onderwerp heeft, en of hij of zij er geen korte of langere tekst over wil schrijven.

Bijna alle boeken kunnen 'weggezet' worden als pamfletten, want vaak kun je bij de schrijvers (enige) woede (over of met hún onderwerp) bespeuren. 

Reeds verschenen titels
Sarah Sluimer. De Stilte : het leven van een vrouw geboren tijdens de lockdown (2020, 104 p)
Wanda de Kanter. Parasiet der kwetsbaren : een nieuwe kijk op gezondheidsbeleid (2020, 77 p)
Sanne Bloemink. De wilde wereld : een nieuwe relatie met de wereld (2020, 111 p)
Barbara Baarsma. Nederland voedselparadijs : kansen voor korte ketens (2020, 80 p)
Dirk Bezemer. Een land van kleine buffers : er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd (2020, 320 p)
Floor Milikowski. Wij zijn de stad : de buitenwijk als kloppend hart (2021, ? p)


Andrew Yang


Jouw baan gaat verdwijnen en dit is de oplossing : Artificial Intelligence, basisinkomen en de wereld zonder werk

Bot Uitgevers 2020, 368 pagina's -  € 22,--

Oorspronkelijke titel: The War on Normal People: The Truth About America's Disappearing Jobs and Why Universal Basic Income Is Our Future (2018)

Wikipedia: Andrew Yang (1975)

Korte beschrijving
Andrew Yang is een Amerikaanse zakenman en was enige tijd in 2020 een democratische presidentskandidaat. Hij probeert in dit boek de lezer wegwijs te maken in de wereld van de veranderende arbeidsmarkt. Als de voorspellingen kloppen, zullen er veel banen in een versneld tempo verdwijnen als gevolg van automatisering, mechanisatie en innovaties. Sinds de afgelopen paar decennia zijn er verschillende arbeidsintensieve banen ingenomen door kapitaalintensieve productiefactoren. De vraag is hoe je je als werknemer kunt voorbereiden op deze wijzigingen op de arbeidsmarkt. De auteur schets aan de hand van zijn eigen ervaringen, analyses van praktijksituaties en verwijzingen naar diverse studies een beeld van Amerika waarin de werkloosheid structureel zal stijgen. Hij doet voorstellen om Amerika toekomstbestendig te maken door de overheid een centrale rol te geven. Een aangrijpend boek met oog voor detail en een vleugje humor. Voorzien van tabellen, grafieken en eindnoten.

Tekst op website uitgever
We staan aan de vooravond van de grootste technologische revolutie in de geschiedenis van de mensheid. Automatisering, Artificial Intelligence en big data staan op het punt om hele beroepsgroepen uit te roeien, en niemand heeft het erover of lijkt er iets aan te doen.

Vanuit het niets groeide Andrew Yang vorig jaar uit tot een prominente kandidaat voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. In Jouw baan gaat verdwijnen en dit is de oplossing schetst Yang niet alleen de problemen die de maatschappij in de nabije toekomst te wachten staan, hij komt ook met krachtige argumenten voor de oplossingen die de maatschappij kunnen redden.

Fragment uit (de) Inleiding
De grote vervangingsoperatie

Ik schrijf deze brief vanuit de tech-bubbel om je te vertellen dat we je baan om zeep gaan helpen.

Onlangs deed ik een drankje met wat oude vrienden in New York. Een van hen werkte bij een softwarebedrijf hier in de stad, dat callcentermedewerkers vervangt door intelligente software. Ik vroeg haar of ze dacht dat haar werk tot banenverlies zou leiden. Haar reactie was zakelijk: 'We worden steeds beter in dingen die grote groepen werknemers overbodig maken. Uiteindelijk gaat ons dat lukken. De beroepsbevolking moet ingrijpend worden omgeschoold, maar dat zal voor grote groepen mensen niet haalbaar zijn. Het is niet te vermijden dat er een hele generatie verloren gaat.' Haar vertrouwen in deze analyse leek onbeperkt. Haastig kozen we een luchtiger gespreksonderwerp.

Later ontmoette ik een vriend die durfkapitalist is in Boston. Hij vertelde me dat hij zich 'een beetje ongemakkelijk' voelde, omdat hij investeert in software- en roboticabedrijven die, indien succesvol, een groot aantal banen zouden laten verdwijnen. 'Maar de beleggingen leveren veel op', zei hij, terwijl hjj ondertussen inschatte dat zeventig procent van de start-ups die hij ziet zal bijdragen aan het verlies van werkgelegenheid in andere delen van de economie.

In San Francisco ontbeet ik met een operationeel manager van een groot techbedrijf. Hij vertelde: 'Ik heb zojuist een fabriek helpen opzetten die zeventig procent minder werknemers in dienst heeft dan een soortgelijk bedrijf nog maar een paar jaar geleden. De meeste van hen zijn hooggeschoolde techneuten op laptops. Ik heb werkelijk geen idee wat gewone mensen over een paar jaar nog zullen doen.'

Gewone mensen. Zeventig procent van alle Amerikanen ziet zichzelf als behorend tot de middenklasse. Grote kans dat jij jezelf ook zo ziet. Op dit moment zijn enkele van de slimste mensen van het land aan het bedenken hoe ze jou kunnen vervangen door een buitenlandse werknemer, een goedkopere versie van jou; of, en dat gebeurt steeds meer, door een widget, softwareprogramma of robot. Daar zit geen kwaadaardigheid achter. De markt beloont leidinggevenden die het werk efficiënter maken. Efficiëntie geeft niet om gewone mensen. Efficiëntie werkt het liefst zo kosteneffectief mogelijk.

Een golf van automatisering en banenverlies is niet langer een dystopisch toekomstbeeld. Het is al aan de gang. (pagina 11-12)

Lees ook: Het tweede machinetijdperk : hoe de digitale revolutie ons leven zal veranderen van Erik Brynjolfsson & Andrew McAfee (uit 2014)

Terug naar Overzicht alle titels

David Djaïz


Slow democracy : hoe we de globalisering kunnen beheersen en ons lot in eigen handen nemen

Uitgeverij Pluim 2020, 284 pagina's -  € 24,99

Oorspronkelijke titel: Slow démocratie : commnet maîtriser la mondialisation et reprendre notre destin en main (2019)

Wikipedia: David Djaïz (1990)

Korte beschrijving
De beloften van de globalisering – het wegvallen van de grenzen en nieuwe markten en afzetgebieden – zijn verbleekt door de financiële crisis van 2008, de democratische crisis sinds 2016 (Trump, Brexit) en de groeiende ecologische crisis. Als remedie pleit de auteur voor het in ere herstellen van de natiestaat. Niet in de betekenis die nationaal-populisten eraan geven, maar in een nieuwe vorm die we moeten geven aan het nationaal-maatschappelijk contract. Een vorm die het volledig in dienst stelt van de 'Slow Democracy’. Want 'deze sobere, bedaarde praktijk van de maatschappelijke discussie en de publieke besluitvorming is namelijk als enige in staat de momenteel ontketenende krachten van het kapitalisme opnieuw te verzoenen met de belofte van de democratie en de matiging op ecologisch vlak’. Op deze wijze kunnen we terug naar een kwalitatief hoogwaardige, nationale democratie en de mondialisering vertragen. Voorzien van uitgebreide eindnoten. Een origineel, indrukwekkend, erudiet en wetenschappelijk onderbouwd betoog van een jonge Franse politicoloog. Zeer interessant voor sociale wetenschappers en journalisten.

Tekst op website uitgever
De middenklasse pikt het niet meer dat de winsten van onze samenleving zo goed als uitsluitend naar de allerrijksten gaan en komt in opstand. Burgers willen meer sociale gelijkheid, rechtvaardigheid en veiligheid, maar vinden geen gehoor bij hun regering. De gevolgen van ongeremde globalisering zijn voor iedereen voelbaar: de klimaatcrisis, Trump, brexit, Bolsonaro, protesterende boeren, stakende leraren – het zijn er allemaal uitwassen van. Djaïz laat ons zien hoe we ons lot weer in eigen handen kunnen nemen, door terug te keren naar een kwalitatieve, nationale democratie, en de globalisering te vertragen.

‘Dit is een intelligent, hoopgevend boek.’ – Caroline de Gruyter, NRC Handelsblad

David Djaïz (1990) studeerde politicologie en is een hoge ambtenaar bij de inspectie van Financiën. In 2017 publiceerde hij La Guerre civile n’ aura pas lieu, maar met Slow democracy brak hij echt door. Dit boek is in Frankrijk een ongelooflijke bestseller en beheerst al maanden het publieke debat.

Fragment uit (de) Inleiding
Veertig jaar lang werd de 'gelukkige globalisering' bezongen. In die lofzang klonk de belofte door dat alle grenzen zouden wegvallen. De oude industrielanden zouden nieuwe markten en afzetgebieden vinden. Opkomende grootmachten zoals China en India zouden binnen het geglobaliseerde kapitalistische systeem hun opwachting maken - en hoe! Dankzij de mondiale economische integratie zouden honderden miljoeenen mensen zich eindelijk aan de armoede ontworstelen.

Rond de jaren 2000 plaatsten sommige waarnemers kanttekeningen bij deze voorstelling van zaken. Ze scandeerden geen andersglobalistische leuzen, helemaal niet, maar wilden simpelweg waarschuwen tegen bepaalde onvoorziene gevolgen van de economische liberalisering. Doordat de oude industrielanden zich hadden overgeleverd aan een meedogenloze economische concurrentie, zagen ze hun middenklasse langzaam afbrokkelen en de binnenlandse ongelijkheid toenemen. Deze kritische stemmen werden echter gesmoord in de alom heersende jubelstemming. De globalisering, die brenger van eendracht tussen de volkeren, kon immers niet 'schuldig' zijn, wás niet schuldig. Eindelijk zou de aarde plat worden. Weg met de muren, weg met die archaïsche nationale grenzen: de expansie van markten en het 'verdwijnen van afstanden' maakten de weg vrij voor de eenwording van de wereld.

Amper vijftien jaar geleden, en toch een voorbije wereld. Sindsdien zijn onze zekerheden door drie aardverschuivingen aan het wankelen gebracht: de financiële crisis van 2008, de democratische crisis die vanaf 2016 in een stroomversnelling terechtkwam en de ecologische crisis die elke dag een beetje nijpender wordt. 

Zelfs nu is nog altijd niet werkelijk doorgedrongen hoezeer de economische en financiële crisis van 2008 een keerpunt was - misschien wel even bepalend als de beurskrach van 1929. Toch vormde de crisis het culminatiepunt van veertig jaar deregulering. Die hing samen met de liberale globalisering - in de eerste plaats de deregulering van financiële stromen - en haar effecten zijn in alle grote westerse landen nog altijd duidelijk aanwijsbaar. (pagina 11-12)

Opmerking: dit boek is geschreven in 2018, vóór de coronacrisis - hd

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 19 september 2020

Michael J. Sandel 3


De tirannie van verdienste : over de toekomst van de democratie

Ten Have 2020, 365 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: The Tyranny of Merit: What's Become of the Common Good? (2020)

Wikipedia: Michael Sandel (1953)

Korte beschrijving
De Amerikaanse politiek filosoof/hoogleraar (en een van de wereldwijd invloedrijkste intellectuelen) Michael Sandel maakt in zijn nieuwe boek de balans op van de democratie. Hij analyseert haarscherp de kloven in westerse samenlevingen. Probleem: veel mensen voelen zich niet meer vertegenwoordigd door de bestuurlijke elites en wenden zich tot populistische leiders. Aan verklaringen voor de opkomst van het populisme ontbreekt het niet, met nadruk op de economie en de nationale cultuur. Maar Sandel voert nog een andere factor ten tonele: de meritocratie. Het idee dat zowel succes als falen onze eigen verdienste is, is een gedachte die het ego van de winnaars streelt en dat van de verliezers verwondt – ziedaar de bron van de populistische opstand. Sandel gaat na in hoeverre de aanklacht van het volk tegen de elites terecht is. Zijn boodschap: de elite moet ophouden zich verheven te voelen boven de rest. Het boek is voorzien van eindnoten met bronvermeldingen. Een radicaal boek voor een redelijk omvangrijke lezerskring.

Tekst op website uitgever
‘Als we de gepolariseerde hedendaagse politiek achter ons willen laten, dienen we op de tast onze weg te zoeken en goed na te denken over wat mensen toekomt. Hoe komt het dat de betekenis van succes en verdienste de afgelopen decennia zo sterk veranderd is, en wel zodanig dat arbeid sterk aan waardigheid heeft ingeboet en veel mensen het gevoel hebben dat de elites op hen neerkijken?’ - Michael J. Sandel

Bestsellerfilosoof Michael Sandel maakt de balans op van de democratie. Veel mensen voelen zich niet meer vertegenwoordigd door de bestuurlijke elites en wenden zich tot populistische leiders en partijen. Het probleem is dat onze samenleving mensen met een hogere opleiding onevenredig beloont en de rest terzijde schuift. Dit is de tirannie van verdienste.

Sandel gaat na in hoeverre de aanklacht van ‘het volk’ tegen de elites terecht is. Waarom zou iemand met een universitaire opleiding meer over het algemeen welzijn mogen zeggen dan een persoon met een vmbo-diploma? Is dat rechtvaardig? 'De tirannie van verdienste' is een belangrijk boek voor iedereen die de democratie aan het hart gaat.

Fragment uit 6. De sorteermachine
Als meritocratie het probleem is, wat is dan de oplossing? Moeten we mensen aanstellen op basis van vriendjespolitiek of allerlei vooroordelen, in plaats van hun vermogen om het werk te doen? Moeten we dan terugkeren naar de tijd toen Ivy League universiteiten de geprivilegieerde zonen van witte, protestantse families uit de hogere klassen toelieten, zonder veel aandacht te besteden aan hun academische vooruitzichten? Nee. Het overwinnen van de tirannie van verdienste betekent niet dat verdienste helemaal geen rol kan spelen bij de verdeling van banen en maatschappelijke rollen.

In plaats daarvan betekent het dat we op een andere manier moeten nadenken over succes en vragen moeten stellen bij het meritocratisch waandenkbeeld dat wie bovenaan de ladder staat, dat op eigen kracht is geworden. Het betekent bovendien dat we kritisch moeten zijn op de ongelijkheid in vermogen en aanzien die wordt verdedigd uit naam van de verdienste, maar die bijdraagt aan de wrok, onze politiek vergiftigt en ons uiteendrijft. Een dergelijke heroverweging zou zich moeten richten op de twee domeinen van het leven die centraal staan in de meritocratische opvatting van succes: onderwijs en werk.

In het volgende hoofdstuk zal ik laten zien hoe de tirannie van verdienste de waardigheid van werk ondermijnt, en hoe we die waardigheid kunnen herstellen. In dit hoofdstuk laat ik zien hoe hoger onderwijs een sorteermachine is geworden die sociale mobiliteit op basis van verdienste in het vooruitzicht stelt, maar in plaats daarvan de bestaande priviliges beschermt en een houding ten opzichte van succes bevordert die schadelijk is voor de gemeenschappelijkheid die voor een democratie nodig is.

Universiteiten controleren het systeem door middel waarvan moderne samenlevingen kansen verdelen. Ze verlenen de diploma's die bepalen wie er toegang heeft tot goedbetaalde banen en prestigieuze posities. Voor het hoger onderwijs is die rol echter geen onverdeeld genoegen.

Wanneer we universiteiten tot drijvende kracht van de meritocratische verwachting maken, verlenen we ze daarmee enorm veel cultureel gezag en prestige. Daardoor is de toelating tot de elite-universiteiten het object van een koortsachtige ambitie geworden en is een aantal Amerikaanse universiteiten in staat gebleken miljarden dollars te verzamelen in de vorm van schenkingen. Deze ontwikkeling, waarin universiteiten tot het bolwerk van de meritocratische orde worden gemaakt, zou echter slecht kunnen uitpakken voor de democratie, voor de studenten die dingen naar het recht om ze te bezoeken én voor de universiteiten zelf. (pagina 212-213)

Andere boeken van Michael SandelPleidooi tegen volmaaktheid : een ethiek voor gentechnologie (2012), Niet alles is te koop : de morele grenzen van markt werking (ook 2012) en Politiek en moraal : filosofie voor het publieke debat (uit 2016) 

Lees ook: Oude en nieuwe ongelijkheid : over het failliet van het verheffingsideaal van Kees Vuyk (uit 2017)

Artikelen
The time is now – Elite(s) (april-juni 2020) en Onttrekken of toevoegen? (februari 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Het ecologisch kompas


Het ecologisch kompas (red. Dirk Holemans)

EPO 2020, 260 pagina's  - € 24,90

Wikipedia: Dirk Holemans (1965) en zijn blog

Korte beschrijving
Sinds 1972 toen het Rapport van Rome verscheen met daarin een model van een toekomstperspectief voor een betere levenskwaliteit voor mens en natuur, is veel ten nadele veranderd. Van de plannen toentertijd is weinig terechtgekomen. Er heerst anno 2020 een toenemende ongelijkheid, een economie- en klimaatcrisis met zijn consumptiemaatschappij, de groeiende kloof tussen rijk en arm, de ineenstorting  van de biodiversiteit enz. De denktank Oikos (huishouding), waarvan de auteur coördinator is, wil een kader bieden voor iedereen die goed wil leven in een rechtvaardige samenleving in een ecologische wereld. Dit boek reikt de lezer een handvat aan voor een duurzaam en ecologisch leven. Geschikt voor lezers die willen werken aan de transitie naar een duurzame samenleving.

Tekst op website uitgever
Van toenemende ongelijkheid tot een economie zonder veerkracht, van hete zomers zonder regen tot het in elkaar storten van de biodiversiteit: onze vertrouwde wereld staat op losse schroeven. Is onze samenleving voorbereid op de toekomst? Het massale protest van klimaatjongeren maakt duidelijk van niet. Er is nood aan een nieuw hoopvol perspectief, aan nieuwe grondslagen waarmee we aan de slag kunnen. Dat betekent een trendbreuk in hoe we vragen stellen en antwoorden formuleren. Het gaat over zich verbonden weten met elkaar en de natuur, zich solidair voelen met alle aardbewoners en de toekomstige generaties. Over het streven naar levenskwaliteit in plaats van steeds meer en altijd sneller. Het ecologisch kompas probeert in deze turbulente tijden een kader te bieden voor de toekomst, de richting aan te wijzen waarin we niet alleen catastrofes vermijden maar bovenal een nieuwe invulling geven aan wat het goede leven voor iedereen kan betekenen.

Met een voorwoord van Meyrem Almaci en bijdragen van Annelies Debels, Marie-Monique Franssen, Myriam Dumortier, Jessica Schoors, Imade Annouri, Jef Peeters, Jan Mertens, Johan Malcorps en Dirk Holemans.

Fragment uit (de) Inleiding - door Dirk Holemans
De sociaalecologische crisissen zijn al bezig
Een belangrijk verschil met de start van de ecologische beweging - pakweg vijftig jaar geleden - is dat de mensheid zich toen nog binnen de grenzen bevond van wat de aarde kon dragen. Er waren heel wat ernstige milieuproblemen, maar er was nog geen sprake van een wereldwijde klimaat- of diversiteitscrisis. In feite waren de eerste ecologische actiegroepen en denkers de kanaries in de koolmijn: ze hadden al door dat de mensheid op een pad zat dat onhoudbaar was. Het iconische voorbeeld hiervan is het rapport van de Club van Rome uit 1972. Voor het eerst slaagden wetenschappers erin een dynamisch model te bouwen dat toeliet scenario's voor de toekomst te ontwikkelen. Het rapport is decennialang weggelachen omdat het zou voorspellen dat de mensheid rond de eeuwwisseling in een grote crisis zou terechtkomen. Dat is echter een foute lezing op twee vlakken. Het rapport presenteerde twee verschillende scenario's, het deed geen precieze voorspelling. In het duurzame scenario zouden we steeds binnen de grenzen van de planeet kunnen blijven. Het business-as-usual-scenario - verderzetten van de consumptiemaatschappij gebaseerd op groei-economie - voorzag enorme problemen rond 2020. Los van de accuraatheid van het model is de realiteit dat we door het onvoldoende rekening te houden met het duurzame scenario nu te midden van verschillende crisissen zitten. Door de klimaatverstoring hebben bewoners van laaggelegen eilanden hun eeuwenlange thuis al moeten verlaten, heel wat klimaatvluchtelingen zijn boeren uit streken waar hitte en droogte landbouw quasi onmogelijk maken. Ook in onze streken valt de oogst terug door ongezien hete zomers, de watervoorraden staan op laag peil. Tegelijk zitten we met het ineenstorten van de biodiversiteit - zo zijn er in Duitsland gebieden met 90 procent minder insecten - en het verzuren en opwarmen van de oceanen waarvan we de gevolgen amper kunnen inschatten. (pagina 18-19)

Terug naar Overzicht alle titels

Peter Mertens 2



Ze zijn ons vergeten : de werkende klasse, de zorg en de crisis die komt

EPO 2020, 147 pagina's -  € 17,50

Wikipedia: Peter Mertens (1969)

Tekst op website uitgever
Sterren zie je pas als het donker wordt. In de coronacrisis is het plots donker geworden. Heel donker. Iedereen zag de sterren. De coronahelden. De werkende klasse. Zij die de boel doen draaien. ‘Ze zijn ons vergeten, Peter’, schrijft Anna. Ze is poetsvrouw in een ziekenhuis. Ze heeft het over de rekeningen die moeten worden betaald. En over haar man, die zijn job op de luchthaven kwijt is. ‘Applaus, dat leg je niet tussen de boterham.’

Covid-19 heeft de maskers afgetrokken. Van een maatschappij waar winstzucht koning is en corruptie prinses. Dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten is larie en apekool. Dat het vanzelf beter wordt ook. We tuimelen pardoes in een diepe recessie. Miljoenen mensen worden werkloos, de rijksten worden rijker en vanonder donkere stenen wringen allerlei gedrochten zich naar boven. Stop.

Ze zijn ons vergeten. Een striemend manifest over crisis en hebzucht in tijden van corona. Over een oude wereld die afsterft en een nieuwe die nog geboren moet worden. Een verhaal over sterren, over solidariteit en nieuwe hoop. Een oproep tot engagement. De toekomst is een strijdtoneel. Van hen die de boel doen draaien.

Fragment uit deel III De crisis die komt
Iedereen herinnert zich die bankencrisis van 2008. Hoe na een uitbundig feest van beleggingsbankiers, vermogensbeheerders en durfkapitalisten op de financiële markten de hele boel als een kaartenhuisje ineenstuikte.
 De overheden moesten bijspringen. De grootbanken werden too big to fail verklaard en hun verliezen werden genationaliseerd. Sindsdien weten we: nationalisaties zijn  taboe, behalve wanneer het om schulden van beleggers en speculanten gaat. Sindsdien weten we ook dat het niet strafbaar is om grenzeloos te jongleren met herverpakte hypotheekleningen en andere giftige financiële producten. Geen enkele durfkapitalist verdwijnt achter de tralies: too big to jail.
 Overal zijn de overheidsschulden toen door het dak gegaan om de verliezen van de roekeloze beleggingsbankiers te dekken. Die factuur werd niet anar de Kaaimaneilanden gestuurd, maar naar Jan en Samira met de pet. Zo hebben we nu, twaalf jaar later, een blind soberheidsbeleid opgediend gekregen dat bespaarde in de zorg, in de rusthuizen, in het wetenschappelijk onderzoek, in strategische voorraden beschermingsmateriaal en ga zo maar door.

"Snoeien om te groeien", bleven neoliberale papegaaien in alle kleuren tateren. Maar de motor van herstel bleef sputteren, de groeicijfers zakten tot dichtbij nul en de schulden bleven torenhoog. Het neoliberale wondermodel werkte voor geen meter. Het antwoord? Vers geld! Wereldwijd pompten de centrale banken en overheden het buitensporige bedrag van 4.000 miljard euro in de economie. Met veel flair vertelden centrale bankiers dat ze het slakkengangetje van de groei zouden oppeppen met puur geldbeleid. Als we de geldkraan verder en verder openzetten, de rentevoeten verder en verder doen dalen en de aardkorst met gratis geld bemesten, zullen overal nieuwe productieve investeringen hun weg vinden. Zei men.

Alleen, het geld vloeide niet naar de beoogde investeringen. Het vloeide naar andere oorden. Een deel bleef plakken bij grootbanken die het als polish gebruikten om hun eigen balans op te blinken. Een ander deel werd uitgeleend aan het grootbedrijf. Maar dat gebruikte zijn berg cash nauwelijks voor productieve investeringen. Het eiste tweecijferige winstmarges. Voor minder haalde het de neus op. Het bediende zich dan liever van dat geld om hoge dividenden uit te keren aan grote aandeelhouders, of om de eigen aandelen op te kopen. Dat is financieel kannibalisme: hoe meer men de eigen soort opeet, hoe meer men de eigen beurskoers de hoogte injaagt. (pagina 97-99)

Draadje (oktober 2020)

Lees ook: Graailand : het leven boven onze stand (uit 2016)

En lees vooral ook: De grote verkilling van Geert Van Istendael (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Jan Blommaert


Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?

EPO 2020, 60 pagina's € 12,50

Wikipedia: Jan Blommaert (1961)

Tekst op website uitgever
“Twee van mijn maîtres à penser stierven relatief jong. Michel Foucault was 57, Erving Goffman 60. Het is zeer waarschijnlijk dat ook ik relatief jong zal sterven. Ik ben nu 58 en bij mij is medio maart 2020 kankerstadium 4 gediagnosticeerd. Als er plotseling heel weinig toekomst over is om te plannen, over te speculeren of van te dromen, gebruikt men zulke historische momenten vaak als een aansporing om na te denken over het verleden. De leidende vraag hierbij – een nogal voor de hand liggende – is: wat was er belangrijk?”

Zo begint dit essay van Jan Blommaert. Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?  is de terugblik van een geëngageerde publiek intellectueel die een academische loopbaan op internationaal topniveau uitbouwde. Over de ontwikkeling van de academische industriële cultuur, de groei van een beroemdheidscultuur en de terreur van het publiceren. Maar ook – en vooral – over geven, vormen, inspireren en democratisch zijn.

Zoals Ico Maly in zijn voorwoord schrijft: “Een uitnodiging aan docenten om de rol op te nemen van publiek intellectueel en democratisch

Fragment uit Vooraf
Laat ik voor ik begin eerst op een rijtje zetten wat niet belangrijk was.

Niet belangrijk was: de concurrentie en de daarbij horende competitiviteit in gedrag en in relaties, de wens of de drang om de beste te zijn, wedstrijden te winnen, als kampioen te worden gezien, tactisch te handelen, strategische allianties te smeden en wat al niet. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik deel moest uitmaken van een specifieke kliek of netwerk, en ik denk niet dat ik ooit grote inspanningen heb geleverd om dicht bij mensen te komen die men belangrijk vond. Als ik al lid was van dergelijke netwerken, was het eerder per ongeluk dan met voorbedachten rade – het is me overkomen.

Ik heb mezelf nooit als een genie beschouwd, als individu afgemeten aan anderen, en in mijn eentje verantwoordelijk gevoeld voor de productie van fantastische dingen die iedereen zou moeten lezen, kennen, citeren en aan studenten toewijzen. Integendeel, ik zag mezelf altijd als niet-uitzonderlijk en als iemand die immer een goed team om zich heen nodig had om iets te bereiken. Aangezien het academische leven in mijn geval niet iets was waar ik actief naar verlangde of naar zocht, maar een geschenk dat ik van anderen ontving, voelde ik de plicht om goed te zijn, zo goed als ik kon, en morgen weer beter dan vandaag. Dus werkte ik hard en liet in wezen mijn richting bepalen door anderen – de literatuur natuurlijk (een gemeenschap van anderen die vaak over het hoofd wordt gezien als we het hebben over academische prestaties), maar ook contacten en vrienden waaruit teams konden worden gevormd. 

Discussie en brainstorm waren mijn favoriete bezigheden; ze vormden in de letterlijkste zin de ludieke, leuke en plezierige dimensies van het academische leven. Wat ik meestal alleen deed, was de langzame en zorgvuldige analyse van gegevens. Maar dat was het enige dat echt individueel was in een reeks activiteiten die collectief waren en waarbij intensief delen, uitwisselen en vrijgevigheid een rol speelden. En zelfs dat ene – de data-analyse – werd meestal aan het oordeel van anderen onderworpen voordat het openbaar kon worden gemaakt. Tot zover de enige, unieke en autonome, geniale onderzoeker. (pagina 25-28)

Fragment uit Eeuwige leerling
In zulke contexten van collectief delen, geconditioneerd door maximale vrijgevigheid, is het logisch om van gedachten te veranderen. Het punt van een discussie of brainstorm – een “gedachtewisseling” – is dat ideeën kunnen worden uitgewisseld en veranderen, en dat men de sessie uitkomt met betere dingen in zijn hoofd dan tevoren. Leren is daar de sleutel, en als ik mezelf één label op zou spelden, is dat het label van een eeuwige, onverzadigbare leerling.

Daarom heb ik mijn hele leven onverzadigbaar gelezen. En terwijl een deel van dat lezen ‘gewoon’ lezen was, was een ander deel studeren. Het grootste deel van mijn carrière was ik wel bezig met enigerlei studie, waarbij ik geschriften verzamelde en selecteerde waaruit ik geavanceerde inzichten wilde halen, nuttig voor de onderzoeksprojecten waaraan ik meewerkte. Ik bestudeerde bijvoorbeeld (en de lijst is niet compleet) het structuralisme, het existentialisme, de fenomenologie, esoterische zaken zoals de werken van Rudy Botha over Chomsky en de functionele grammaticapogingen van Simon Dik, Talmy Givon en MAK Halliday; maar ook het hele oeuvre (of in ieder geval het meeste van wat ik te pakken kon krijgen) van Michel Foucault, Carlo Ginzburg, Bakhtin, Freud, Durkheim, Simmel, Parsons, Eric Hobsbawm, E.P. Thompson, Pierre Bourdieu, Charles Goodwin, Dell Hymes, Michael Silverstein, Erving Goffman, Aaron Cicourel, Harold Garfinkel, Anne Rawls, Fernand Braudel, J.K. Galbraith, Immanuel Wallerstein, Arjun Appadurai en verschillende anderen. Ik heb Marx en het marxisme bestudeerd in zijn zeer diverse verschijningen, Rational Choice, Macchiavelli, Darwin, G.H. Mead’s werk en invloed, Dewey, Paolo Freire, Ngugi wa Thiong’o, Okot p’Bitek, Walter Rodney, Issa Shivji en nogal wat Afrikaanse politieke theorie uit de jaren 1950, 1960 en 1970. Om daar iets van te begrijpen, moest ik de werken van Mao Zedong en de geschiedenis van de culturele revolutie in China bestuderen. Enzovoort.

Als ik nu ergens spijt van heb, dan dat sommige van die studies nog niet af zijn. Ik heb er veel plezier aan beleefd. (pagina 29-30)

Fragment uit Anti-academisch en anti-intellectueel
Ik haatte en haat – innig – de ontwikkeling van de academische industriële cultuur waar ik gedurende mijn hele carrière getuige van ben geweest, met een bijna totale individualisering van academisch werk en prestatiemeting, met constante interindividuele concurrentie die jonge en kwetsbare collega’s naar extreme en gevaarlijke niveaus drijft van stress en investeren in werk in plaats van in het leven, en waarbij managers benadrukken –zonder een spoor van bewijs – dat de ‘single-authored journal paper’ (natuurlijk gepubliceerd achter een enorme betaalmuur) het toppunt is van academische prestatie en de gouden standaard voor het meten van de “kwaliteit” van een individuele onderzoeker. 

aar komt nog de groei bij – en ook daar ben ik getuige van geweest – van een ware beroemdheidscultuur in de academische wereld, waarin megaconferenties de vorm aannemen van popfestivals met kopstukken van rocksterren die hun grootste hits brengen voor een publiek van slecht betaalde, worstelende academici die hun persoonlijke vakantiebudgetten hebben uitgegeven om een ​​kaartje te kopen voor dergelijke evenementen. Daar gebeurt weinig echt waardevol intellectueel werk. En net als bij popfestivals, is de ecologische voetafdruk van dergelijke academische rockconcerten schandalig. (pagina 31-32)

Draadje (november 2020)

Artikel: Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven? (Science guide, augustus 2020)

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels 


maandag 14 september 2020

Linda Scott


De XX economie : waarom vrouwen meer macht moeten krijgen

Thomas Rap 2020, 404 pagina's -  € 24,99

Oorspronkelijke titel: The double X economy (2019)

Website Universiteit van Oxford: Linda Scott (1945)

Korte beschrijving
Vrouwen hebben nog altijd een achtergestelde positie ten opzichte van mannen en dat leidt tot vele problemen, van ernstige armoede tot mensenhandel. De Amerikaanse wetenschapster en schrijfster, emeritus-hoogleraar ondernemerschap en innovatie aan de Universiteit van Oxford doet al jaren onderzoek naar vrouwen en economie. In dit boek breekt ze een lans voor een beweging voor meer economische macht en zeggenschap voor vrouwen. Een beweging waar nationale overheden, internationale instellingen, grote stichtingen, mondiaal opererende goede doelen, kerkelijke organisaties en multinationals deel van uit maken. Met een XX- economie heeft zij een economie voor ogen die volledig uit vrouwen bestaat, die op bepaalde manieren functioneert en bepaalde producten en diensten omvat. Scott heeft jarenlang onderzoek gedaan, zoals in (Zuid-)Afrika en Bangla Desh. Om een XX-economie te realiseren is het nodig dat er onder andere meer zicht komt op economische uitsluiting van vrouwen, slappe excuses voor onrecht ontmaskerd worden, traditionele opvattingen over het gezin, de rol van de vrouw en het moederschap tegen het licht worden gehouden en mannen en vrouwen gelijk beloond worden. Een vurig pleidooi voor meer (economische) macht van vrouwen, dat ook in Nederland navolging verdient..

Tekst op website uitgever
"Linda Scott werpt licht op de cruciale maar vaak onzichtbare bijdrage van vrouwen aan onze wereldeconomie. Een meeslepend en overtuigend pleidooi om de economische macht van vrouwen te ontketenen.' Melinda Gates

"Een furieus maar hartverwarmend betoog. Evenals Virginia Woolf beschouwt Scott economische empowerment als de sleutel tot bevrijding. De XX economie is een verademing. In plaats van zich te beperken tot kritiek op de status-quo zoekt Scott naar pragmatische oplossingen.' Caroline Criado-Perez, The Observer

"Gepassioneerd en wetenschappelijk onderbouwd.' Financial Times

"Een strijdkreet om wereldwijde gelijkwaardigheid. Zinderend. Een levendig, no-nonsense betoog waarbij de woede voortdurend onder de oppervlakte van de tekst borrelt.' The Guardian 

Fragment uit 14. Hoe nu verder?
Werkende vrouwen zijn de meest betrouwbare vorm van economische groei. Als ze worden thuisgehouden, omdat er geen betaalbare kinderopvang is of hun man hen niet het huis uit laat gaan, verliezen zowel zijzelf als hun land daarbij. Veel landen investeren op grote schaal in de opleiding van vrouwen, vooral in het Westen - om hen vervolgens van de arbeidsmarkt te drukken. Daarmee wordt een waardevolle bron van duurzame economische groei verspild en neemt het tekort aan gekwalificeerd personeel, dat toch al een bedreiging voor de toekomst vormt, alleen maar toe.
  Als we wereldwijd de schouders eronder zetten en een einde maken aan de beperkingen van de XX-economie, kunnen we een aantal van de meest nijpende problemen oplossen. Het is al vele malen aangetoond dat het beste middel tegen armoede is om vrouwen economische macht en invloed te geven. Een economische zelfstandige vrouw hoeft zich niet te laten mishandelen: ze kan weg. Als jonge vrouwen zelf geld kunnen verdienen, vallen ze minder gemakkelijk ten prooi aan mensenhandelaren. Allerlei vormen van geweld nemen af als mannen en vrouwen gelijk zijn.
  Ook op het niveau van organisaties en landen zou volledige inclusie van vrouwen grote voordelen bieden. Wanneer vrouwen volledige toegang krijgen tot het financiële stelsel, worden organisaties winstgevender en nemen de risico's af, terwijl de transparantie en de stabiliteit van de economie als geheel juist toenemen. Als vrouwen deelnemen aan de internationale handel, worden economieën veerkrachtiger en innovatiever. Waar vrouwen geld te besteden hebben, wordt geïnvesteerd in menselijk kapitaal en gaat er meer geld naar de eigen gemeenschap en naar goede doelen. Als ook vrouwen zeggenschap hebben over de economie, worden er minder risico's genomen, lijdt het milieu minder schade en heerst er een vriendelijker cultuur op het werk.
  De inclusie van de XX-economie leidt tot meer groei en minder kosten en betaalt zich dus terug. Tegenover investeringen in betaalbare kinderopvang staat de instroom van vrouwen op de arbeidsmarkt die anders thuis zouden zijn gebleven, met een hoger bbp en meer belastinginkomsten tot gevolg. (pagina 340-341)

Fragment uit een artikel
Deze ontwikkelingen laten zien dat verworvenheden niet per se blijvend zijn, waarschuwt Scott. Ook in de geschiedenis zijn eigendomsrechten van vrouwen weer teruggedraaid, zoals in China, Turkije of na de Franse Revolutie. Ze verwijst naar de dystopische tv-serie 'The Handmaid's Tale', gebaseerd op de roman van Margaret Atwood, waarin vrouwen zowel hun economische arechten als hun reproductierechten worden afgenomen. 'Wie The Handmaid's Tale kijkt en bang wordt dat vrouwenrechten van de ene op de andere dag radicaal kunnen worden teruggedraaid, heeft daar alle reden voor.' Zo schrijft ze in het boek.
"Ik had die passage nog scherper kunnen aanzetten", zegt Scott. "Want ook de opmars van het populisme is zorgwekkend. In de Verenigde Staten, Brazilië, Polen of Hongarije kiezen politici voor traditionele familiewaarden. Conservatieven zien vrouwen het liefst achter het aanrecht. Als werkende vrouwen daar gehoor aan geven, verliest Amerika in één klap 40 procent van het bruto binnenlands product. Beseffen die politici dat niet?" (Artikel: Bijna geen enkele Nederlandse vrouw bezit land. Hoe raar is dat? - Trouw, Tijdgeest, zaterdag 12 september 2020)

Terug naar Overzicht alle titels