maandag 7 september 2020

Dirk Bezemer


Een land van kleine buffers : er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd

Uitgeverij Pluim, 320 pagina's € 22,99

Lenen als E-book via bibliotheek.nl 

Reeks: Vitale ideeën voor de wereld van morgen.

Website Sustainable Finance Lab: Dirk Bezemer (1971)

Korte beschrijving
De coronatijd maakt nog eens goed duidelijk dat Nederland een land van kleine buffers is. De auteur spreekt over kleine-bufferkapitalisme en dat kan gedefinieerd worden als een markteconomie, waarvan de financiële structuur te veel gericht is op het opbouwen van vermogens en te weinig op het opbouwen van kapitaal en buffers ten dienste van innovatie en productie. De onbalans in het kleine-bufferkapitalisme is dat er te grote vermogens op sommige plekken zijn, die weerspiegeld worden in te kleine buffers en te weinig investeringen op andere plekken. Door de coronacrisis hebben we nu de mogelijkheid om dit te veranderen. Om dat succesvol te doen moeten vier factoren samenkomen: politieke visie en actie, maatschappelijk draagvlak, financiële ruimte en praktische uitvoerbaarheid. Het bufferkapitalisme kan worden omgebogen door belastinghervorming en arbeidsmarkthervorming, waardoor besteedbare inkomens stijgen en investeren aantrekkelijker wordt; krediet moet productiever worden ingezet en het pensioenstelsel moet worden herzien. Een zeer actuele problematiek.

Tekst op website uitgever
In dit boek wordt dat kleine-bufferkapitalisme van vlak voor de Grote Lockdown op heterdaad betrapt. Financiële vermogens groeien er ten koste van innovatie, veerkracht en draagvlak. De staatsschuld moet altijd maar lager en er hoopt zich geld op bij aandeelhouders, bij de staat, en in de internationale financiële markten. Dit alles ten koste van lonen en financiële buffers bij huishoudens. Dit kan beter. De plannen om Nederland anders in te richten liggen klaar. We moeten het alleen nog doen. Daarom eindigt dit boek met een terugblik vanuit 2030 op het bijzondere decennium na de Grote Lockdown. Het worden beslissende jaren.

‘Bezemer schrijft zoals hij denkt: helder en puntig. (…) In dit boek gaat hij de ideeënarmoede met verve te lijf.’ – Joris Luyendijk

Dirk Bezemer is econoom. Hij studeerde in Wageningen, promoveerde in Amsterdam en werkte in Londen. Als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen doet hij onderzoek naar de gevolgen van financiële structuren voor het functioneren van de economie. Hij publiceerde daarover vele artikelen en zijn werk werd gehonoreerd met verschillende onderzoeksbeurzen. Daarnaast is hij lid van het Sustainable Finance Lab en schrijft hij een column in De Groene Amsterdammer.

Fragment uit hoofdstuk 6. Ons geld in de wereld
Ook in de verhoudingen van Nederland met het buitenland gaat het opbouwen van financieel vermogen vaak boven echte investeringen en stabiliteit. We lijden niet alleen zelf aan die onbalans, maar faciliteren haar ook bij anderen. Het gaat dan met name om het opbouwen van financieel vermogen buiten het zicht van de fiscus. Nederland is officieel een belastingparadijs, nummer 4 in de top van de mondiale Corporate Tax Haven Index. Multinationals verschoven in 2018 voor 57 miljard dollar aan winsten naar Nederland, ofwel 10 procent van het wereldtotaal. De OESO schreef in haar rapport over Nederland in 2018: 'Er moet voortgang blijven in maatregelen om belastingontwijking en winstverschuiving te voorkomen.' Nederland is niet alleen zelf economisch kwetsbaar, maar speelt ook een stevige rol in de fragiliteit van het mondiale kapitalisme.
  Een ander aspect van die destabilisering is dat de Amsterdamse Zuidas een regionaal financieel centrum in Europa is, met Frankfurt, Londen en Parijs. Nederlandse en andere Europese bankiers en investeerder waren de bron van financiering van de ongeëvenaarde schuldengroei die in 2007 tot de Amerikaanse kredietcrisis leidde. Na het ploffen van die bubbel bleek ING een 'Alt-A'-portefeuille van zwakke Amerikaanse hypotheken ten bedrage van 40 miljard dollar te hebben. De bank dreigde failliet te gaan, maar dat liet de Nederlandse staat niet gebeuren. ING kreeg 10 miljard euro aan eigen vermogen en 80 procent van de zwakke hypotheken werden voor 22,5 miljard euro overgenomen, voor 90 procent de nominale waarde (dat was ruim boven de marktwaarde). Nederland en andere overschotlanden zochten investeringen voor hun grote vermogens, wat leidde tot problemen die vervelend waren voor ING en Nederland, en rampzalig voor Amerikaanse hypotheeknemers en de Amerikaanse economie. (pagina 86-87)

Draadje (september 2021)



Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen