De 21e eeuw die in 1979 begonNieuw Amsterdam 2026, 239 pagina's
- € 24,99Dit boek werd al in 2024 aangekondigd
Wikipedia: Maarten van Rossem (1943)
Korte beschrijving
Tekst op website uitgever
Over de grote verschuiving van de machtsverhoudingen tussen Amerika, Rusland en China
De 21e eeuw, die in 1979 begon is een compacte big history waarin Maarten van Rossem de doorwerking schetst van de meest kardinale veranderingen in bijna vijftig jaar: de opkomst van China en de opmars van het neoliberale denken. Deze ontwikkelingen, en andere belangrijke gebeurtenissen die zich sinds 1979 hebben voorgedaan, plaatst hij tegen de achtergrond van de mondiale machtsverschuivingen.
Lange tijd werd de bipolaire wereldorde gedomineerd door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bleef Amerika als enige supermacht over. Tegelijkertijd maakte China vanaf het einde van de jaren zeventig een indrukwekkende industriële en economische groei door. Dit leidde in deze eeuw tot een nieuwe bipolaire machtsstructuur, met de vs en China als centrale spelers. Aan het begin van de 21e eeuw worden de contouren van een nieuwe wereldorde steeds duidelijker.
Fragment uit A holiday from history?
Het decennium tussen 1991 en 2001 wordt weleens gekarakteriseerd als een 'holiday from history'. In Joegoslavië, Rwanda en de Russische Federatie zal men het daar zeker niet mee eens zijn, maar voor de Verenigde Staten en West-Europa waren het na alle ellende van de late jaren zeventig en de jaren tachtig eindelijk weer eens jaren van stevige en onverwachte economische groei. De Amerikaanse politieke elite bevond zich in de vroege jaren negentig in een situatie zonder recent precedent. Van enige serieuze bedreiging was geen sprake meer. De Russische Federatie was in vrije val, de Chinese economische reus was nog maar een puber en de Amerikaanse economie was 40 procent groter dan nummer twee. De Amerikaanse militaire uitgaven waren hoger dan die van de zes daaropvolgende naties samen, en technologisch en wetenschappelijk gaven de VS de toon aan. Het internet, dat in deze jaren op gang begon te komen, was een creatie van het Amerikaanse ministerie van defensie, dat zich een netwerk wenste zonder kwetsbaar, sturend centrum. Zonder Koude Oorlog geen internet.
Tegelijkertijd kwam er ene einde aan het apartheidsregime in Zuid-Afrika en leek het Israëlisch-Palestijnse conflict oplosbaar. Het klimaatprobleem was er wel maar kreeg geen aandacht. Wat de mogelijkheden van de plotse Amerikaanse almacht waren, was niet direct duidelijk. Hoe de 'overwinning' in de Koude Oorlog, die de Amerikanen feitelijk in de schoot was geworpen, geconsolideerd kon worden, moest nader worden onderzocht. De Amerikaanse burgers vonden het fijn dat hun natie de onbetwistbare nummer één in de wereld was, maar erg geïnteresseerd in de rest van de wereld waren ze eigenlijk niet. Het moest allemaal niet te veel kosten, niet te lang duren en er moesten vooral geen Amerikaanse soldaten sneuvelen. Isolationistische impulsen zijn in de VS immer aanwezig. Voor iemand die in Omaha (Nebraska) woont is de wereld ver weg. (pagina 77-78)
Lees ook: Kapitalisme zonder remmen : opkomst en ondergang van het marktfundamentalisme (2011) en en Maarten van Rossem over populisme en onze democratie (uit 2024).
Terug naar Overzicht alle titels