Balans 2026, 224 pagina's - € 20,--
Oorspronkelijke titel: How to be a dissident? (202?)
Website Gal Beckerman (19?)
Korte beschrijving
Een onderzoek naar de levens van historische dissidenten zoals Socrates, Václav Havel, Aleksej Navalny, Etty Hillesum en Ai Weiwei. In tien hoofdstukken, elk met een specifiek advies, beschrijft Gal Beckerman hun verzetsdaden en de blijvende impact die ze hadden op de samenleving. Het boek biedt een overzicht van hoe individuen zich verzetten tegen ideologieën en regimes en biedt ook advies voor hedendaagse lezers die zich willen verzetten tegen onrecht. Inzichtelijk en verdiepend geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Gal Beckerman is een Amerikaanse auteur en redacteur. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven.
Tekst op website uitgever
Een inspirerend handboek dat laat zien dat je nooit alleen staat als je in moeilijke tijden tegen de stroom in gaat.
De wereldgeschiedenis zit vol standvastige eenlingen die weigerden zich aan te sluiten bij een ideologie of zich neer te leggen bij een regime. In plaats daarvan bleven ze zich afvragen: kan ik nog met mezelf leven? In tien hoofdstukken, elk rond een indringend advies, vertelt Beckerman over historische dissidenten als Socrates, Václav Havel, Aleksej Navalny, Etty Hillesum en Ai Weiwei. Hij volgt ze vanaf hun eerste moment van zelferkenning, via hun verzetsdaden tot het nog altijd voortdurende effect dat zij hebben op de samenleving. Het resultaat is een inspirerend handboek dat laat zien dat je nooit alleen staat als je in moeilijke tijden tegen de stroom in gaat.
Fragment uit (de) Inleiding - Wat kunnen we doen?
Onlangs had ik een vreemde droom. Ik zit op een stoel in een lege kamer, net zoals in films, met knipperende ogen tegen een felle lamp. Mijn blote voeten raken net de betonnen vloer. Waarom ik hier ben is me onduidelijk. Misschien ben ik opgepakt tijdens een demonstratie of betrapt met een verboden boek. Misschien heb ik me uitgesproken tegen onrecht of hardop gelachen om een ongeoorloofde grap. Het enige wat ik weet in mijn droom is dat ik over een of andere schreef ben gegaan. En dat mijn ondervrager me een ultimatum stelt.
Zijn gezicht is niet te zien. Zijn stem hoor ik wel. Hij zegt dat ik alles waarvan ik zou zal verliezen, misschien zelfs mijn leven, als ik niet beken, geen spijt betuig, de namen van mijn medeplichtigen niet noem. Er is geen ontkomen aan, ik moet kiezen. Maar op het moment dat ik mijn mond opendoe gaat het licht uit en is de droom voorbij.
Ik heb geen idee wat ik wilde zeggen, moet ik met enige schaamte bekennen.
Het was maar een droom. Toch blijft de vraag die achterbleef me kwellen. Waar zou ik voor kiezen? Zou ik ooit als Osip Mandelstam kunnen zijn?
In 1933 maakte deze schrijver uit de Sovjet-Unie een gedicht dat hij in zijn geheugen bewaarde. Hij wist hoe gevaarlijk het was om de woorden aan papier toe te vertrouwen. Het waren angstige tijden in de Sovjet-Unie, Stalins wantrouwen grensde aan paranoia, op elke straathoek zag hij 'vijanden van het volk'.
Mandelstam, een intelligente man met diepliggende donkere ogen en een ironische glimlach, had snel in de gaten dat de stemming in Moskou omsloeg en dat Stalins angstzaaierij doordrong tot elk gesprek en ieders blik. Zijn dichtersbrein begon te zoemen zoals het altijd deed als er poëzie ontstond. Pas op, neuriede het in hem, voor 'de bergbewoner in het Kremlin' met zijn vingers als 'vette wormen' en 'zijn lachende kakkerlakkensnor'. Mandelstam portretteerde een monsterlijk heerser die geweld gebruikt tegen zijn onderdanen die bevelen toegeworpen krijgen als hoefijzers: 'Eén in het kruis, één op het voorhoofd, tegen de slaap, op het oog.' Onder Stalin raakten de Russen uit hun evenwicht: 'Onze levens voelen alsof de basis weg is.' Mandelstam droeg zijn dichtregels alleen aan een paar vrienden voor, maar ze waren te opwindend en te ondeugend om in besloten kring te houden. Ze gingen viraal.
Na zijn arrestatie noemde zijn ondervrager in de Lubyankagevangenis het bedenken van het gedicht 'een terroristische daad'. Hij wilde weten wat Mandelstam had bezield om zulke schaamteloze woorden te gebruiken en vervolgens te delen. Wat wilde hij bereiken? De dichter aarzelde niet. Hij had het geschreven, zo zei hij, omdat hij een hekel had aan het fascisme, een gruwelijker hekel dan aan wat dan ook. Zo was het en niet anders.
En dit moment kreeg ik dus niet uit mijn hoofd. Mandelstam weigerde iets te ontkennen of te relativeren. Net als ik in mijn droom had ook hij de keuze. (pagina 11-13)






