dinsdag 17 mei 2022

Roxane van Iperen

Eigen welzijn eerst : hoe de middenklasse haar liberale waarden verloor
Thomas Rap 2022, 144 pagina's € 18,99

Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Nederland heeft lang een zelfbeeld van openheid en tolerantie gehad. Dat beeld kwam voort uit het naoorlogse optimisme van de middenklasse, die geloofde in kansengelijkheid, ongeacht afkomst of achternaam, en het belang van goede publieke voorzieningen. Zo zou elke nieuwe generatie het beter krijgen dan de vorige. Het geloof in vooruitgang is de afgelopen jaren afgebrokkeld en heeft onder invloed van de politiek plaatsgemaakt voor een sterke hang naar zelfbehoud, met extreme sentimenten tot gevolg. In Eigen welzijn eerst laat Roxane van Iperen op prikkelende wijze zien hoe dit heeft kunnen gebeuren, en spreekt ze de hoop uit dat de middenklasse opnieuw de vooruitgangsgedachte omarmt.

Fragment uit De Country Club
Dat bepaalde klassen er een specifieke, eigen levensstijl op nahouden, is niet nieuw. De auto waarin je rijdt, je vakantiebestemming, het merk spijkerbroek dat je draagt en zelfs de namen van je kinderen: het zijn geen kwesties van smaak of willekeurige voorkeur. Het zijn uitingen aan de buitenwereld om aan te geven tot welke groep je behoort of wilt behoren. Als bendekleuren maken ze voor iedereen duidelijk met wie ze te maken hebben, en de simpelste symbolen worden daarbij bloedserieus genomen. Vraag een volwassen man in een deathmetal-shirt eens of hij een dag van outfit wil ruilen met een golfspeler in bandplooibroek en vice versa, en je zult zien dat het gevoelig ligt. Kinderen die Jaydon en Kimberley heten, of Olivier en Lieve, vormen voor de buitenstaander een voorspelbaar doorkijkje naar twee totaal verschillende gezinnen, met vaak verschillende sociale posities. Dat hoeft geen probleem te zijn - tot het als hindernis wordt opgeworpen om bij 'de club' te mogen horen. 'De club' betekent dan: de klasse of groep die de beste toegang heeft tot de opleiding of baan die je nastreeft.

Volgens het gelijkheidsideaal zou sociale mobiliteit voor iedereen mogelijk moeten zijn, welke naam, esthetiek, culturele bagage of gedragscodes je ook van huis uit hebt meegekregen. Maar om zekerheid te creëren voor het behoud van de eigen positie, ontstond onder de gegoede middenklasse de 'dictatuur van de goede smaak'.  Het is een ongeschreven dictaat van de 'juiste' schoolkeuze, vakantiebestemming, hobby's, kleiding, taalgebruik en meer. Een slimme manier van risicospreiding: wanneer jij of je kinderen (nog) niet de gewenste vaardigheden of opleiding hebben, of een baan die je op de gewenste positie brengt, heb je alvast de levensstijl om uit te stralen dat je bij die klasse hoort. Heb je wel al het gewenste bereikt, dan fungeert het als een soort levensverzekering: men houdt elkaar onderling in stand. Dat is belangrijk, omdat binnen die klasse een rad van zelfbehoud draait dat bijna net zo waardevol is als een financiële erfenis: alle leden dienen elkaars belang en zo verschijnen hun kinderen met een voorsprong aan de start.

Dit heeft weinig meer te maken met het liberale credo 'met hard werken kom je er wel'; hier worden muren opgetrokken voor iedereen die er niet dezelfde levenswijze op nahoudt. Anno 2022 geldt in Nederland dan ook dat het culturele kapitaal van ouders (of de afwezigheid daarvan), de meeste invloed heeft op de schoolprestaties van een kind; meer dan bijvoorbeeld een migratieachtergrond. Een kind dat toevallig in een omgeving opgroeit waar het is omringd met kennis en vaardigheden, en waar de juiste sociale omgangsvormen een belangrijke rol spelen, heeft een grotere kans op goede schoolprestaties en, later, op succes in de maatschappij. het gaat om bepaalde 'ons kent ons'-codes die ook tot uiting komen in gedrag, taal, smaak en houding. (pagina 59-60)

()

De privilegeparadox
Een van de redenen dat mensen uit de huidige (gegoede) middenklasse weinig aandrang voelen zich in te zetten voor meer dan kortetermijnzelfbehoud, is dat bijna niemand in die groep vindt dat hij of zij nou zo bevoorrecht is. Doorgaans wordt vol afschuw gereageerd op de suggestie dat ze onderdeel uitmaken van een 'elite' - een woord dat niets meer betekent dan een groep die vanwege haar vaardigheden of voorrechten een comfortabele positie inneemt en van daaruit dus ook iets voor een ander zou kunnen betekenen. Een mooie anekdote om dat te illustreren is een filmpje van satirisch programmamaker Roel Maalderink, waarin hij op een dorpsplein in 't Gooi mensen aanspreekt. 'Hoe elitair bent u?' En 'Hoort u bij de elite?' vraagt hij aan voorbijgangers - mannen in jagersjassen, vrouwen met pareloorbellen, allen even keurig en beleefd. De passanten antwoorden overwegend ontkennend en soms zelfs beledigd, alsof ze ergens van worden beticht. Op één dame na ('mensen durven niet in de spiegel te kijken') worden ze allemaal overvallen door de vraag en lijken er nooit eerder bij stil te hebben gestaan hoe groot hun culturele, sociale dan wel financiële kapitaal is. Het feit dat ze 'fatsoenlijk' Nederlands spreken, soepele omgangsvormen hebben, in het bezit zijn van een baan, woning of pensioen, toegang hebben tot een netwerk en eruitzien als de Nederlander die in het 'wij' van de meeste politieke partijen wordt bedoeld, lijkt volkomen nieuw voor ze. Of misschien beseffen ze het wel maar vinden ze het irrelevant, overtuigd van het hedendaagse maakbaarheidsgeloof dat suggereert dat iederéén zo'n leven zou kunnen leiden, als ze maar hard genoeg hun best zouden doen. (pagina 63-64)


Het laatste boek van Joris Luyendijk gaat deels over hetzelfde onderwerp: De zeven vinkjes : hoe mannen zoals ik de baas spelen (2022)

Terug naar Overzicht alle titels


Johannes Krause & Thomas Trappe 2

De reis van onze genen : een verhaal over ons en onze voorouders
Nieuw Amsterdam 2020, 285 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: Die Reise unsere Gene : eine Geschichte über uns und unsere Vorfahren (2019)

Wikipedia:  Johannes Krause (1980) en korte bio van Thomas Trappe (19?)

Korte beschrijving
Een inleiding tot de archeogenetica, een nieuwe wetenschap, die terugkijkt naar erfelijkheid vanuit het verleden. Hier vooral van de oermens tot en met de moderne mens. Dat is mogelijk geworden door de geavanceerde techniek van het sequencen: het bepalen van de totale erfelijke eigenschappen van individuen, waarbij gelet wordt op de afzonderlijke genen en veranderingen in de lange ontstaansgeschiedenis. Je wordt in dit boek meegenomen in de zoektocht naar de menselijke verspreidingsgeschiedenis over de Aarde. Gebaseerd op feitenmateriaal uit DNA-analyses, komen soms heel verrassende conclusies tevoorschijn bij het onweerlegbaar herschrijven, rangschikken en nuanceren van gegevens. Discussies over rassen komen in een totaal ander, mondiaal licht te staan. Het laatste stuk gaat – met gebruikmaking van de nieuwe mogelijkheden – over epidemieën (onder andere pest, cholera en syfilis), die samen met de mensen (net als nu corona) over de wereld getrokken zijn. In kaarten worden de hoofdstukken in beeld gebracht; tevens bevat het boek zwart-witafbeeldingen. Met uitgebreide eindnoten en literatuurverwijzingen. Uitermate boeiend. Bijzonder om er deelgenoot van te zijn.

Tekst op website uitgever
Waar komen we vandaan? Wie zijn wij? Wat onderscheidt ons van anderen? Sinds zijn ontstaan trok de mens vanuit Afrika over de hele wereld, ook naar Europa. Tot voor kort was de geschiedenis van de oermens nog in nevelen gehuld, maar met nieuwe methodes uit de archeogenetica komen tal van nieuwe inzichten boven tafel. Johannes Krause en Thomas Trappe nemen je mee terug in de tijd, over verschillende continenten, en vertellen wat onze genen over onze afkomst verraden. Bestaan er 'oervolkeren'? Wanneer verloren de vroege Europeanen hun donkere huid? En in hoeverre zijn conflicten, oorlogen en ziektes sinds de oertijd op migratie terug te voeren?

De reis van onze genen vertelt de geschiedenis van de homo sapiens in Europa - en laat zien hoe wij geworden zijn wie we zijn.

Fragment uit hoofdstuk 8. Ze brengen de pest mee
De mens is de nieuwe vleermuis

In het collectieve geheugen van Europa roept de pest veel meer afschuw op dan welke andere ziekte ook. Daar zijn een heleboel goede redenen voor, waarvan het feit dat ook nu nog elk jaar twee- tot drieduizend mensen ergens op de wereld de ziekte krijgen relatief nog de minst belangrijke is. De pest heeft zijn duivelse reputatie vooral te danken aan de veertiende eeuw, toen naar schatting één op de drie, misschien zelfs één op de twee Europeanen op gruwelijke wijze stierf aan de 'Zwarte Dood', zoals in historische berichten over bloed spuwende patiënten en onder lijken bedolven stegen wordt beschreven. In die tijd dachten veel mensen dat de ziekte de complete mensheid zou uitroeien. Iets dergelijks kunnen we ook lezsen in overleveringen over de 'Pest van Justianus', die in de zesde eeuw na Chr. voor het eerst in Egypte werd gedocumenteerd en die zich razendsnel over het hele Middellandse Zeegebied verspreidde. In de loop van vele eeuwen teisterde de ziekte Europa telkens opnieuw en er zijn duizenden uitbraken gedocumenteerd. De pest was een gesel voor de mensheid en verloor pas iets meer dan vijftig jaar geleden, met de brede toepassing van antibiotica, zijn afschrikwekkende karakter. Pas sinds kort weten we dankzij genetische analyses hoe de pest naar Europa is gekomen. En in de eerste plaats hebben we ontdekt dat hij hier al veel vroeger huishield dan tot nu toe werd aangenomen: hoogstwaarschijnlijk effende een uitbraak in de steentijd de weg voor de grote immigratie vanuit de Pontische Steppe. 

Voor de wetenschap was de pest lange tijd een fantoom. Wetenschappers wisten wel van de pandemie, de grote epidemie die van 1347 tot 1353 woedde en veel landen teisterde, maar het was niet bekend at of de bacterie Yersinia pestis daar inderdaad verantwoordelijk voor was geweest en niet een andere verwekker, zoals de pokken. In 2011 ontcijferden we aan het instituut in Tübingen voor het allereerst het genoom van een pestverwekker uit het verleden, die we in een middeleeuws massagraf in Londen hadden gevonden. De Zwarte Dood had Londen erg zwaar getroffen, en volgens schriftelijke bronnen werden de slachtoffers van de epidemie op het East Smithfield-kerkhof begraven. Een van de redenen dat we de pestverwekker konden analyseren was dat pestbacteriën zich massaal in hun gastheer vermeerderen en zodoende in heel hoge concentraties in het bloed voorkomen. Wij maakten gebruik van zeer goed doorbloede delen van het skelet, namelijk de tanden. Met behulp van een op neanderthaler- en andere menselijke botten beproefde en verfijnde methode konden we het Yersinia pestis-genoom uit het monster vissen en ontcijferen. (pagina 173-174)

Lees ook een boek dat twee jaar later verscheen: De reis van de mensheid : wat onze genen zeggen over ons verleden en onze toekomst

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 16 mei 2022

Matt Winning

Het begint hier warm te worden
LeV 2022, 350 pagina's € 23,99

Oorspronkelijke titel: Hot mess : what on earth can we do about climate change? (2021)

Website Matt Winning (19?)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Dr. Matt Winning drukt je in dit hoopvolle en humoristische manifest met de neus op de feiten: de aarde warmt op, maar leren over klimaatverandering hoeft allesbehalve een straf te zijn.

Iedereen wilt wel iets doen om de aarde redden, maar niemand wilt het er écht over hebben. Het klimaatprobleem is toch een beetje zoals je jaarlijkse belastingaangifte: gecompliceerd, angstaanjagend en, als we eerlijk zijn, best wel saai. Hoe lossen we dat op? Matt Winning zorgt ervoor dat je je voortaan met plezier bezighoudt met het meest problematische vraagstuk van onze tijd. Dankzij zijn grappige vergelijkingen, hilarische oplossingen en makkelijk te onthouden feitjes leer je wat bij en zul je gegarandeerd hardop lachen. Leren over het klimaatprobleem was nog nooit zo grappig als nu.

Fragment uit 20. Moet ik veganist worden? Ik weet niet zeker of ik wel veganist wil worden! Moet dat echt?
Rottend afval

Wat betreft voedsel kun je voor het bestrijden van klimaatverandering het eenvoudigst gewoon minder voedsel verspillen. Als voedselverspilling een land was, zou het na China en de Verenigde Staten het op twee na meest uitstotende land ter wereld zijn. Het zou vrijwel zeker ook het meest stinkende zijn. Ongeveer 30 procent van het wereldwijd geproduceerde voedsel wordt verspild, wat naar schatting ongeveer 8 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt. Dat is gigantisch. Daarom draagt het enorm bij aan de oplossing om alleen te kopen wat we nodig hebben - dat scheelt bovendien tijd en geld. Winnings win-win-wingarantie.

Als is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ik weet dat ik de vreselijke gewoonte heb om de bananen in mijn fruitschaal zo zwart te laten worden dat er niets meer mee valt te beginnen. Zelf denk ik dat de beste uitvinding om voedselverspilling tegen te gaan al onder ons is: de groene bak. Ik eet alles, of het nu over de datum is of niet, alleen maar om te voorkomen dat ik in de buurt van die walgelijke groene bak hoef te komen. Je hoeft er maar een blik in te werpen en je wilt nooit meer voedsel verspillen. Als die bak vol is, ziet hij er vanbinnen uit als de film The Fly, met dit verschil dat het in plaats van Jeff Goldblum een rottende courgette is. En de geur is erger dan wat ooit voor de menselijke neus bedoeld kan zijn. Eens had mijn vrouw het groene afval per ongeluk over zichzelf gegooid, toen ze met zo'n groene bak de trap af liep, waarna ze een maand in quarantaine moest.

Het voedselafval uit de groen bak is bruikbaar omdat het op veel plekken wordt verbrand om elektriciteit mee te maken. Het klinkt geweldig om afval in brandstof om te zetten, maar stel nou dat er op een dag een ongeluk gebeurt - een of andere groene-bak-Tsjernobyl - en er helikopters nodig zijn om luchtverfrissers in het hart van de elektriciteitscentrale te gooien om iets aan de geur te doen? Als je geen groen bak hebt, kun je de verspilling beter tegengaan door de voedselresten te composteren dan ze gewoon op de vuilnisbelt te laten storten. Hoewel het goed is om afval te benutten, is het nog altijd beter om minder te verspillen. Dat kunnen we doen door vooruit te plannen. Als je te veel eten hebt, kun je het misschien in de vriezer stoppen of creatief zijn met de restjes. Bij mij thuis is lasagne van paaseieren een regelrechte hit. (pagina 203-204)




Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 3 mei 2022

Oded Galor

De reis van de mensheid : waar welvaart en ongelijkheid vandaan komen
De Bezige bij 2022, 309 pagina's € 24,99

Oorspronkelijke titel: The journey of humanity (2022)

Wikipedia: Oded Galor (1953)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
In De reis van de mensheid onderzoekt de eminente Israëlische econoom Oded Galor de wortels van ongelijkheid in de geschiedenis van de menselijke soort. Dit belangwekkende boek paart de historische ambitie van Harari aan het politieke engagement van Piketty.

In een fascinerende reis van het begin van de mensheid naar het heden en weer terug, biedt de wereldberoemde denker Oded Galor een boeiende oplossing voor twee fundamentele en onderling verbonden mysteries: menselijke welvaart en ongelijkheid. Hoe komt het dat onze levensstandaard die van alle andere soorten ver overtreft? Waarom is de vooruitgang zo ongelijk verdeeld over de wereld? En hoe zijn de grote verschillen tussen landen ontstaan?

Galor laat zien hoe technologie, bevolkingsomvang en aanpassingsvermogen slechts tweehonderd jaar geleden leidden tot een verbluffende verandering in de geschiedenis van de mens en legt de uiteindelijke oorzaken van ongelijkheid bloot: onze voorouders die geografisch gezien gunstig leefden en een rijke diversiteit kenden, vonden het pad naar welvaart, terwijl degenen die deze voordelen misten vanaf het begin benadeeld werden.

Met een ecologische crisis op de stoep blijkt dit hoopvolle boek van unieke betekenis en ongeëvenaarde relevantie: De reis van de mensheid toont wat onze soort nodig heeft om te overleven – én te gedijen.

Fragment uit 9. De culturele factor
De macht van de cultuur

Culturele eigenschappen - de gedeelde waarden, normen, overtuigingen en voorkeuren die bepalend zijn voor een samenleving en van generatie op generatie worden doorgegeven - hebben vaak veel invloed gehad op het ontwikkelingsproces van die samenleving. Vooral culturele aspecten die mensen brengen tot, of afhouden van, hechte familiebanden, onderling vertrouwen, individualisme, aandacht voor de toekomst en investeren in menselijk kapitaal hebben grote langetermijngevolgen op economisch gebied.

De grens tussen culturele en persoonlijke eigenschappen lijkt niet altijd even scherp. Misschien dat sommige mensen zwaar investeren in onderwijs voor hun kinderen vanwege de waarden van de maatschappelijke, etnische of religieuze groepering waartoe ze behoren, terwijl anderen dat doen vanuit persoonlijke motieven, voortgekomen uit hun eigen levenservaring, opvoeding of gezinsachtergrond. Niettemin staan je waarden, overtuigingen en voorkeuren maar zelden los van je maatschappelijke of culturele context. En wanneer variaties in die normen duidelijk in verband staan met een etnische, religieuze of culturele groepering, zijn die naar alle waarschijnlijkheid een blijk van culturele verschillen, niet van verschillen op individueel gebied. Met andere woorden, de culturele component is bepalend om inzicht te krijgen in ongelijkheid tussen groepen.

Hoe zijn die culturele eigenschappen eigenlijk ontstaan en blijven bestaan, en wat voor invloed hebben ze gehad op de evolutie van samenlevingen tijdens de menselijke geschiedenis?

Het jodendom biedt ene voorbeeld van een culturele eigenschap die vrij spontaan is ontstaan, is blijven bestaan dankzij de onvoorziene voordelen die het bood en die langdurige implicaties blijkt te hebben. Bijna tweeduizend jaar geleden woedde er een machtsstrijd tussen rivaliserende facties binnen het jodendom. Aanhangers van een van die facties verkondigden dat alle joden dienden te leren lezen en schrijven. De beroemdste voorstanders waren rabbi Shimon ben Shetach in de laatste eeuw voor het begin van de jaartelling en hogepriester Joshua ben Gamla ongeveer een eeuw later. Zij zeiden dat joodse ouders de plicht hadden om hun zoons kennis op te laten doen. In hoofdstuk 5 is al gezegd dat deze doctrine een immens probleem veroorzaakte, want in die tijd waren er maar heel weinig mensen die konden lezen en schrijven, waren er ook maar heel weinig beroepen waarvoor je dat hoefde te kennen en konden de meeste gezinnen hun zoons niet als arbeidskracht missen en ook geen opleiding voor hen betalen.

Zulke culturele initiatieven komen in een samenleving vrij vaak voor, maar ze blijven maar zelden zo lang bestaan dat ze een bijdrage leveren aan een ingrijpende culturele verandering op de lange termijn. Maar in dit geval zorgde een serie gebeurtenissen ervoor dat deze culturele verandering bleef bestaan. Na de grote opstand tegen de Romeinse overheersing in het jaar 66 hebben de Romeinen Jeruzalem en de joodse tempel verwoest. Belangrijke takken van het joodse geloof verdwenen, waaronder de sadduceeën - de priesterelite - en de zeloten, die voor onafhankelijkheid streden, terwijl de farizeeën, de relatief gematigde factie, die het bestuderen van joodse teksten belangrijker vond dan de eredienst in de tempel, een dominante positie kreeg binnen de joodse wereld. Deze intellectueel gerichte groep moedigde onderwijs voor iedereen aan en stelde later culturele sancties in tegen gezinnen die hun zoons niet naar school stuurden, met als onbedoeld gevolg dat arme gezinnen soms hun geloof vaarwel zeiden. (pagina 179-181)

Lees bijvoorbeeld ook: Een korte geschiedenis van bijna alles van Bill Bryson (uit 2004), Het begin van alles van David Graeber & David Wengrow (uit 2022), Sapiens van Yuval Noah Harari (uit 2014), De geschiedenis van de vooruitgang van Rutger Bregman (uit 2013) of  De mens : een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups van Tom Phillips (uit 2019)

Artikel: De mensheid krijgt nooit genoeg van haar eigen verhaal (NRC, vrijdag 29 april 2022)

Terug naar Overzicht alle titels

donderdag 28 april 2022

Eva Rovers 3

Nu is het aan ons : een oproep tot echte democratie
De Correspondent 2022, 184 pagina's -  € 15,--

Wikipedia: Eva Rovers (1978)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Politiek moet je niet te veel aan politici overlaten. Daar zijn onze problemen namelijk te complex voor. Vooral een veelkoppig monster als klimaatverandering vraagt om een veelkoppige aanpak.

In dit vlammende betoog laat Eva Rovers zien dat burgers cruciaal zijn voor het oplossen van de grootste uitdagingen van deze tijd.

Fragment uit hoofdstuk 1. De klimaatnoodzaak
Hoop en wanhoop wisselen elkaar af in de ogen van de astronaut. 'We hebben een ander ruimteschip nodig, want ...', hij probeert adem te halen, '... het ruimteschip dat wij nu hebben gaat eraan.'

De astronaut heeft geen helm op, geen ruimtepak aan. Hij zweeft niet. Hij ligt. Niet in een ruimteschip, maar in een ziekenhuisbed. het is 17 mei 2014 en Wubbo Ockels, de eerste Nederlander die door de ruimte reisde, begint aan zijn laatste reis. De volgende dag zal hij overlijden aan nierkanker.

Niet dat Ockels ook maar iets van zijn strijdlust heeft verloren. Hoewel hij nauwelijks nog kan ademhalen, heeft hij zijn zuurstofkapje van zijn mond gehaald om een videoboodschap in te spreken.

Mensen zijn zich niet bewust van het gevaar waarin ze leven, begint hij. 'Onze planeet heeft kanker. Ik heb ook kanker. En de meeste mensen met kanker gaan dood.' Hij lacht alsof hij iets doms heeft gezegd. 'Nou ja, iedereen gaat natuurlijk dood', corrigeert hij zichzelf, 'maar er zijn genoeg mensen om de mensheid te laten overleven op aarde. maar dan moeten we wel voor onze eigen planeet zorgen.'

Hij moet even op adem komen.
'Als je de instelling, de houding van een astronaut hebt, dan houd je de van de aarde zoals maar weinig mensen doen. En als je van iets houdt, dan wil je het niet verliezen.'

Zijn stem slaat over. 'Mijn vrouw wil mij niet verliezen. Ze wil alles doen om mij in leven te houden. Dat is de liefde en houding die mensen ten opzichte van de aarde zouden moeten hebben.'

Een kort moment schiet hij vol. Dan herpakt hij zich. Bijna boos: 'Nog niet de helft van onze daken heeft zonnepanelen. Nog niet de helft van de auto's rijdt elektrisch. En we hebben al helemaal geen industrie die een redelijke hoeveelheid materialen hergebruikt.' Aan de technologie ligt dat niet. 'Wat is er dan mis?' vraagt hij retorisch. 'wat er mis is, is de mindset.' Met alle kracht die hij nog in zich heeft, besluit hij zijn boodschap: 'Wij. Wij mensen, gemaakt van dezelfde moleculen als die verdomd krachtige ster die is ontploft. Wij, die ons ontwikkeld hebben uit miljarden jaren van leven. De mensheid is zo sterk dat we de aarde kunnen redden. Maar we kunnen haar ook vernietigen. Zelfs iets kleins verandert iets.'



Met zijn laatste energie wilde Wubbo Ockels mensen eraan herinneren hoe extreem uniek die blauwe planeet van ons is. Hoeveel geluk we hebben dat hier alles aanwezig is om ons in leven te houden. Water om te drinken, vruchtbare grond om voedsel te verbouwen, bossen en oceanen die koolstofdioxide omzetten in zuurstof zodat wij kunnen ademen, een atmosfeer die zorgt voor een temperatuur die het elven laat floreren.

Ockels hoopte dat zijn boodschap ons allemaal de 'mindset' van een astronaut zou geven. Een mindset die ons dankbaar zou stemmen, omdat we zouden beseffen dat het leven op aarde een lot is uit de intergalactische loterij. Een mindset die ons eraan herinnert hoe afhankelijk we zijn van onze planeet, die ons voor de aarde zou laten zorgen zoals astronauten voor hun ruimteschip: gezamenlijk, omdat we weten dat hun leven ervan afhangt.

Astronaut of spacehip Earth stond op het T-shirt dat Ockels droeg op die laatste dag. We zijn allemaal astronauten op ruimteschip aarde. Maar die mindset lijkt te ontbreken bij de bestuurders van dat ruimteschip. (pagina 21-23)

Artikel dat hierop aansluit: Wubbo - We zijn allemaal astronauten (mei 2014)

Lees ook: Ik kom in opstand, dus wij zijn : Nieuw Licht op verzet (uit 2017) en Practivisme : een handboek voor heimelijke rebellen (uit 2018).

(2018)van Eva Rovers.

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 25 april 2022

Hanneke van Veghel

Dieet voor een betere planeet
Carrera Culinair 2020, 379 pagina's  € 22,90

Twitter Hanneke van Veghel (1985)

Korte beschrijving
‘Dieet’ in de zin van ‘levenswijze’ gaat over het wereldvoedselvraagstuk en oplossingen voor uitgeputte landbouwgrond, dierenleed, modern kolonialisme en klimaatverandering. Ook biedt het praktische tips om zo duurzaam mogelijk te eten. Met QR-codes kun je je eigen voedselafdruk berekenen. De auteur, wetenschapper in duurzame landbouw en voedselzekerheid, slaat een brug tussen wetenschap en consument. Zij weet haar fascinatie voor het wereldvoedselvraagstuk en de impact die consumenten kunnen maken inzichtelijk over te brengen. Er sterven meer mensen aan overgewicht dan aan honger. Welvaartsziekten staan aan de top van doodsoorzaken. Overtuigend en inspirerend vertelt ze het verhaal achter de supermarktschappen. Het boek stemt tot nadenken om te consuminderen en minder te verspillen. Er zijn verhelderende infographics; verwijzingen; en bronnen. Geschikt voor consumenten, boeren, politici en bedrijven. Eigentijds en inzichtelijk boek over de keuzes die consumenten kunnen maken. Onderbouwd, persoonlijk en praktisch.

Tekst op website uitgever
In Dieet voor een betere planeet leert activist, voedselblogger en landbouwdeskundige Hanneke van Veghel je aan de hand van praktische tips, slimme oplossingen en concrete do's en dont's je keuzes te maken die wel degelijk het verschil maken - of je nu in de Albert Heijn, de biologische supermarkt of op het erf bij een biodynamische boer staat.

Fragment uit (de) Inleiding
Hoe zijn we hier gekomen?

In een eeuw tijd, binnen enkele generaties, is ons voedsellandschap drastisch veranderd. Dankzij wetenschappers, beleidsmakers en innovatieve boeren heeft de moderne landbouw zich ontwikkeld tot het huidige niveau. Er is minder honger en armoede dan ooit tevoren en onze levensverwachting is flink omhooggegaan. Boeren werden agrarische ondernemers, supermarkten openden hun deuren, McDonald's groeide uit tot het succesvolste restaurant ter wereld en de helft van alle bossen op onze planeet moest plaatsmaken voor een groeiend landbouwareaal. Er kwam televisie, en daarna kleurentelevisie, die binnen een paar decennia vooral voedselreclames uitzond, af en toe onderbroken door een stukje televisieprogramma. Terwijl mijn oma Marietje in haar jonge jaren de aarde deelde met 2 miljard mensen, moet ik hem delen met bijna 8 miljard anderen. Naar verwachting zijn dat er 10 miljard in 2050. Terwijl mijn grootouders in schaarste leefden, leef ik in overvloed. Nooit eerder produceerde de mensheid zo veel voedsel als nu: in de afgelopen dertig jaar is de voedselproductie met meer dan 100 procent gestegen. We produceren dan ook genoeg om nú al 10 miljard mensen te voeden - mits we alles eerlijker zouden verdelen.

Maar al deze ontwikkelingen komen met een hoge prijs. Achter onze dagelijkse kost gaat een wereld schuil van uitgeputte landbouwgrond, uitbuiting, dierenleed, modern kolonialisme en bovendien is het een grote bron van klimaatverandering. Voedsel kan bovendien een weg naar een lang en gezond leven zijn óf naar chronische ziekten en een vroegtijdige dood. De urgentie van fundamentele veranderingen lijkt groter dan ooit. (pagina 9)

Fragment uit Deel 1: Vlees, vis, zuivel en andere dierlijke producten
Verborgen leed achter de deuren van het slachthuid

'Als slachthuizen glazen muren hadden, zou iedereen vegetariër zijn' is een bekend citaat van Paul McCartney. Het is niet voor niets dat slachthuizen volledig aan ons zicht zijn onttrokken. Slachten is onmenselijk werk; onderzoeken laten dan ook zien dat slachters regelmatig last hebben van posttraumatische stress. Dieren arriveren in vrachtauto's, en zijn dan soms al 24 of 48 uur onderweg zonder eten, drinken of rust. Eenmaal gearriveerd worden de nog levende dieren uit de vrachtwagens gejaagd en binnen enkele uren komen hun lichamen er aan de andere kant van de fabriek weer uit. En terwijl de laatste restjes vlees van hun beenderen voor frikandellen worden gebruikt, zijn hun poten en snuiten onderweg naar China. In Nederland slachten we duizend dieren per minuut, en dat gebeurt zeker niet altijd volgens de regels.

Toen het vee ooit veel dichter bij ons leefde, was dat bepaald geen pretje. Niet alleen konden kuddes opgefokt vee voor dodelijke slachtoffers zorgen door mensen omver te lopen, ook de geur van mest, schreeuwende dieren en het bloedbad rond de kleinschalige slachter in de stad zorgeden voor gruwelijke taferelen en een groeiende weerzin tegen het doden van dieren. Zo kon je tot ver in de vorige eeuw in de grote steden niet rondlopen zonder in de steegjes tegen het karkas van een zojuist geslacht kalf of schaap te botsen. De groeiende afkeer uitte zich niet in het minderen of stoppen met de slacht, maar in het dusdanig inrichten van onze leefomgeving dat de minder smakelijke aspecten ervan volledig aan ons zicht worden onttrokken. Er werden speciale industriële terreinen ver buiten ons zicht ingericht om dienst te doen als grootschalige slachthuizen.

Gelijktijdig werd ook het vlees onherkenbaarder gemaakt. Waar dieren voorheen in hun geheel op het slagersblok lagen om te worden aangesneden, transformeerden slagers het vlees steeds vaker tot onherkenbare, voorgesneden stukken vlees. Vandaag de dag zien, ruiken en horen we de dieren die voor ons stukje vlees zorgen helemaal niet meer. In haar boek De hongerige stad schrijft de Britse auteur Carolyn Steel hierover: 'Er ontstond een nieuwe weerzin tegen het doden van dieren. Dit uitte zich echter niet, zoals je zou verwachten, in het geleidelijk opgeven van vlees eten, maar in een grotere inspanning om de bewijzen van de slachting te verbergen. Als een stel schuldbewuste moordenaard die het lijk proberen te verstoppen, onderdrukten mensen hun twijfels en begonnen ze de wereld zo in te richten dat de minder smakelijke aspecten ervan aan het zicht werden onttrokken. Toen ze zich gesteld zagen tegenover het ongemakkelijke feit dat hun geliefde eetpatroon zich niet liet verzoenen met hun overgevoeligheden, kozen ze voor ontkenning, en die aanpak hebben we sindsdien altijd gevolgd.' (pagina 51-53)

Lees vooral ook: Wat gaan we eten : Sitopia: hoe goed eten de wereld kan redden van Carolyn Steel (uit 2021) of klik hier voor andere titels.

Artikel: Boeken voor goede voorouders (september 2021) - met tientallen boeketips

Terug naar Overzicht alle titels

Miriam Rasch 3

Autonomie : een zelfhulpgids
Prometheus 2022, 118 pagina's € 17,--
Reeks Nieuw Licht

Wikipedia: Miriam Rasch (1979)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
De grote filosoof van de Verlichting, Immanuel Kant, riep de mens op zich te bevrijden van de macht van de kerk en van de macht der gewoonte. De ware Verlichting is volgens hem ‘het uittreden van de mens uit de onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is’.

Filosoof Miriam Rasch vraagt zich af hoe dit moet, autonoom zijn in een tijd waarin de techbedrijven beweren je beter te kennen dan je eigen moeder.

Ze zoekt een antwoord op de vraag of autonoom handelen nog mogelijk is, en waarom we dit zouden moeten willen. Want wat is er eigenlijk zo erg aan algoritmes die beter weten dan wijzelf wat goed voor ons is? En is autonomie niet een verkapte vorm van egoïsme?

Rasch zoekt scherp, open en geestig naar antwoorden op vragen die je niet durft te stellen omdat een ander dat vast beter kan. Met deze gids nodigt zij jou en zichzelf uit om na te denken over de vraag: ‘Wat is autonomie?’

Miriam Rasch is filosoof en essayist en verbonden aan de Willem de Kooning Academie. Haar essaybundel Zwemmen in de oceaan. Berichten uit een postdigitale wereld (2017) werd genomineerd voor de Socratesbeker 2018. In 2021 won ze die beker met haar boek Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme.

Fragment uit

Lees ook: Zwemmen in de oceaan : berichten uit een postdigitale wereld (uit 2017) en Frictie : ethiek in tijden van dataïsme (2020).

Startpagina Nieuw Licht

Terug naar Overzicht alle titels