Atlas Contact 2024, 351 pagina's - € 29,99
Oorspronkelijke titel: We are free to change the world (2024)
Lenen als E-book via bibliotheek.nl
Korte beschrijving
Een onconventionele biografie van de Duits-Amerikaans Joodse filosofe Hannah Arendt (1906-1975), met speciale aandacht voor de bespreking van hedendaagse vraagstukken rondom migratie, ongelijkheid en klimaat aan de hand van haar gedachtegoed. De auteur belicht hoe Arendt, na haar vlucht van Duitsland naar New York, zichzelf trainde om te denken in moeilijke tijden. Arendts ideeën over migratie en racisme zijn nauw verbonden met haar persoonlijke ervaringen als staatloos persoon en slachtoffer van antisemitisme. In tegenstelling tot andere filosofen die zich terugtrokken uit de wereld om te denken, baande Arendt zich juist een weg terug naar de echte wereld door na te denken. De auteur stelt dat het werk van Hannah Arendt relevanter is dan ooit. Vloeiend en scherpzinnig geschreven. Met zwart-witfoto's, -illustraties en een kaart. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Lyndsey Stonebridge (1965) is een Britse professor geesteswetenschappen en mensenrechten aan de universiteit van Birmingham, en een bekende Arendt-wetenschapper..
Tekst op website uitgever
Hannah Arendt was een filosofe die er niet voor terugdeinsde te denken zonder dogma's. Hoe zou zij kijken naar onze tijd?
In deze onconventionele biografie leren we Hannah Arendt en haar filosofie op een nieuwe manier kennen. Lyndsey Stonebridge past Arendts filosofie toe op de actuele vraagstukken rondom migratie, ongelijkheid en klimaat. Zo leren we als lezers denken zoals zij: zelfstandig, zonder dogmas en zonder ontzag.
Stonebridge beschrijft hoe Hannah Arendt zichzelf na haar vlucht van Duitsland naar New York trainde om na te denken in donkere tijden. Haar denken over migratie en racisme valt niet los te zien van haar persoonlijke ervaringen als staatloos persoon en slachtoffer van antisemitisme. Waar andere filosofen zich terugtrokken uit de wereld om te denken, baande Arendt zich juist een weg terug naar de echte wereld door na te denken. Vrij om de wereld te veranderen laat zien dat haar werk actueler is dan ooit.
Fragment uit 7. Wat zijn we aan het doen?
Ze stuurde Jaspers een ansichtkaart met daarop een teleurstellend gebrekkige afbeelding van de Ilissos-stèle. De echte grafstèle is ongelooflijk mooi en indrukwekkend, verzekerde ze hem. Maar het was niet de esthetische schoonheid van het reliëf waarover ze het met hem wilde hebben: de dode jongeman die in de verte staart, de kleine slaaf en hond die aan zijn voeten rouwen. En dan nog die oude man – hij rouwt niet, maar zijn hele gedaante geeft uitdrukking aan één groot vraagteken (AKJ 269). Waarom rouwt de oude man niet? Wat heeft hij níét te verliezen? Ben jij dit? Zou Jaspers hebben kunnen vragen. Of ben ik het?
De Ilissos-stèle bevatte tal van elementen uit de Griekse wereld die Arendt verrukten. Het particuliere, onvoorstelbare verdriet van de tot slaaf gemaakte jongen die weliswaar zichtbaar is, maar ook weggestopt zit op een trapje in de hoek. Hoewel hij niet centraal staat in het tafereel, is hij wel een noodzakelijk onderdeel van het totaal. Niemand had meer te verliezen bij het overlijden van een Atheense burger dan degenen die dele uitmaakten van zijn huishouden en dus afhankelijk van hem waren.
De jongeman lijkt in weerwil van zijn overlijden zo aanwezig in de wereld; zie de zelfverzekerd gekruiste onderbenen, de onverschillige blik. Hij weet dat het de bedoeling is dat hij wordt gezien, dat zijn moed wordt vertoond, zijn handelingen beoordeeld en zijn daden herinnert. Hij voelt zich daarover zozeer op zijn gemak dat hij daar gewoon staat, alsof hij aan de bar van de agora een glas wijn drinkt. Hij is op-en-top een man van de polis; volkomen bereid zijn standpunt tegenover een ander te verdedigen, klaar voor een beetje agon. De treurige hond doet vermoeden dat hij een jager was, of misschien een gesneuvelde krijger, een van de helden van de Pelopponesische Oorlogen over wie Pericles had beloofd dat de herinnering aan hen alleen al door het bestaan van de polis altijd zou voortleven. De woorden en daden van mannen die in vrijheid samenvallen, zo verklaarde hij, zouden een levend herdenkingsmonument vormen van de moed van allen die hun leven hadden gegeven voor het voortbestaan va de vrije politiek – of dan toch in ieder geval voor de mannen die, dankzij hun absolute heerschappij over het huishouden en het nooit-eindigende werk dat de tot slaaf gemaakten en vrouwen voor hen deden, de tijd hadden om zich als democratische burgers volledig aan de politiek te wijden.
Terzijde van dit alles bevond zich het voor Arendt boeiendste personage van dit Griekse tafereel: de contemplatieve figuur die niet zomaar een denkende oude man vertolkt, maar een persoon wiens hele lichaam één groot vraagteken uitdrukt. Hij is daar omdat dit alles, het leven, de dood, het thuis, de verschijning in de wereld en de moed, totaal onbegrijpelijk zou zijn als er niet over werd nagedacht, als het niet werd onderzocht en geen vorm en gedaante aannam in de hoofden van mensen.
Je zou bijna gaan geloven dat deze filosoof het hele tafereel zelf zo heeft bedacht. De stèle verbeeldt namelijk perfect het moment waarop voor Arendt, net als voor vele modernistische hellenisten van haar generatie, het Zijn, oftewel de volledige glorie en het volledige potentieel van het mens-zijn, in het leven werd geroepen. Alleen zou je daarmee voorbijgaan aan het cruciale arendtiaanse punt dat deze filosofische oude man niet boven of buiten de scène staat en het allemaal met zijn geraffineerde, superieure gedachten uitdenkt, de wereld in zijn geest ordent en controleert, maar zich daar pontificaal én perplex in de afbeelding bevindt, met de treurige hond snuffelend aan zijn voeten.
Hij zou Socrates kunnen zijn – ik denk dat Arendt dat dacht. Socrates hield vaak hof in de werkplaats van Simon de Schoenmaker aan de rand van de agora, een ontmoetingsplaats die populair was onder de rusteloze jongemannen die hij aanzette tot gevaarlijk denken. Socrates bekende: ‘Het is niet dat ik andere mensen in verwarring breng terwijl ikzelf de antwoorden weet. [De] waarheid is dat ik hen besmet met de verwarring die ikzelf voel.’ Hij deed dit zo succesvol dat de Atheense elite haar geduld met hem verloor en eiste dat hij loyaliteit aan de polis bewees door gif van de gevlekte scheerling te drinken. Door daaraan gehoor te geven, gaf Socrates blijk van zijn gehoorzaamheid aan de staat en tegelijkertijd van zijn trouw aan zijn eigen denken. Door vrijwillig zijn eigen dood te bewerkstelligen, maakte hij gebruik van zijn vrijheid los van de staat. Je kunt je voorstellen waarom het Atheense establishment liever niet had dat deze houding aansloeg. Athene was een democratie van de elite, van schimmige stemmingen en loterijen die vaak doorgestoken kaart waren, van mannen die vasthielden aan de macht. Socrates stimuleerde mensen om door middel van doordachte verzetsdaden de vrijheid te ontdekken.
()
Ik stond een tijdje voor de stèle en experimenteerde met Adolf von Hildebrands truc om achteruit te lopen zodat de figuren er tweedimensionaal gingen uitzien, en vervolgens weer vooruit te lopen om te bevestigen dat ze inderdaad driedimensionaal zijn. Ik wilde zien of mijn perceptie en begrip samenvloeiden.
Pas nadat ik de zaal een paar keer had rondgelopen begon ik te begrijpen waar ik naar keek. In zaal tweeëntwintig van het Nationaal Archeologisch Museum bevinden zich zo’n twintig stèles, die allemaal, op uiteenlopende manieren, lieten zien hoe de levenden afscheid nemen van de doden. Mannen nemen afscheid van mannen, vrouwen van mannen, baby’s en kinderen van hun moeders, jongens van oude mannen, en huisdieren van hun baasjes – waaronder honden, vogels, katten en een konijn. Ik werd omringd door rouwende wezens. En toch betrof het verdriet dat door de stèles werd verbeeld geen uitzichtloze wanhoop. Terwijl ik ze een voor een bekeek, besefte ik dat ze allemaal de acceptatie uitdrukten dat deze rouw moest worden doorvoeld – een aanvaarding van een bittere realiteit. En het was de menselijke verbondenheid die werd uitgedragen door elk blok marmer die deze acceptatie zo echt deed voelen. Want zoals Arendt vaststelde, waren dit geen monumenten voor de levens en daden van individuele mensen, maar voor de pluraliteit zelf.
Terwijl ik rondcirkelde door de zaal trof het me dat een van de meest voorkomende motieven bestond uit de handdruk tussen de doden en de levenden: een laatste aanraking tussen handen die hadden gearbeid en gewerkt, die dingen in de wereld hadden gebracht en daaruit weg hadden genomen; een laatste aanraking tussen vrienden, geliefden en familieleden. Tegen de muur links van het Ilissos-reliëf stond de ‘Afscheidsstèle’, waarop twee vrouwen elkaar een laatste keer vastpakken. Hun handen zijn zo sterk, zo aanwezig en zo echts dat je eigenlijk je eigen hand wilde uitstrekken om ze zelf aan te raken. Ik kon mijn ogen er niet van afhouden. Wat hielp was dat de vrouwen ongelooflijk mooi waren, op zijn minst even mooi als Arendts jongeman. Ook zij moest deze stèle hebben gezien. Maar misschien was er in 1955 geen ansichtkaart beschikbaar van dit afscheid tussen vrouwen, geen memento van hun uitzonderlijke moed in het verdriet.
Terug naar Overzicht alle titels






