zondag 13 juni 2021

Hans Boutellier 3

Het nieuwe Westen : de identitaire strijd om de sociale verbeelding
Van Gennep 2021, 144 pagina's € 16,99

Website Verwey-Jonker instituut: Hans Boutellier (1953)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Van #Me Too-feministen, Black Lives Matter-activisten, witte suprematisten tot islamisten en borealen: er woedt een hevige strijd om de sociale verbeelding van het Westen. Waar komt de behoefte aan erkenning vandaan? Wat is de inzet van de strijd? Op welke wijze wordt ze gevoerd? En waarin verschilt polarisatie van politiek? Hans Boutellier onderzoekt deze fascinerende strijd en zoekt het nieuwe Westen in termen van wederkerigheid en een bezield geloof in de democratische rechtsstaat. Hans Boutellier (1953) is hoogleraar Polarisatie en Veerkracht aan de Vrije Universiteit. Over zijn werk schreef de pers: ‘een lichtgevend proefschrift’ (Paul Schnabel), ‘een langgerekte Aha-Erlebnis’(NRC-Handelsblad), ‘een scherp oog voor de tijdgeest’ (De Volkskrant). Dit boek is een volgende stap in zijn werk.

Fragment uit (de) Proloog
Veel mensen hebben geprofiteerd van het brutale marktdenken dat de samenleving vanaf de jaren tachtig doortrok. Natuurlijk de grote bedrijven, de multinationals, maar ook de middenklasse, de ‘hoger’ opgeleiden, in feite iedereen die enigszins meekon in de consumptiemaatschappij – al was het maar via ultra-goedkope goederen van Chinese makelij.  Maar de slachtoffers zijn talrijk – vooral aan de andere kant van de wereld. En we zijn ons daar steeds meer van bewust. 

Toch is de strijd in het Westen niet primair sociaaleconomisch; de crisis zit dieper dan materiële ongelijkheid. Zij voltrekt zich rond identiteiten – ze is identitair.

Over de wenselijkheid daarvan wordt hevig getwist  Het ging ten koste van planeet Aarde, een vraagstuk dat ik niet zal meenemen in mijn analyse. Dit begrip is geclaimd door extreem-nationalistische kringen, maar ik gebruik het in de neutrale zin van het woord. (bijvoorbeeld Engelen, 2018a; Van Reekum & Schinkel, 2018). Ik probeer liever te begrijpen hoe het komt, wat de betekenis ervan is en wat het antwoord erop kan zijn.

Zie het boek als een geïnformeerde beschouwing over de achtergrond en de inzet van de huidige identiteitspolitiek. 

Mijn analyse beweegt zich tussen de twee uitersten daarvan: het islamisme en het extreem-nationalisme. Het zijn de gevaarlijkste varianten omdat ze in termen van vijandschap denken. Hier klinken de meest radicale geluiden in de buzz aan opvattingen die ik als ‘meerstemmig’ zou willen duiden. In de laatste twee hoofdstukken onderzoek ik de mogelijkheden voor de sociale verbeelding van cultureel-divers samenleven. Daarmee verenig ik de twee zielen in mijn borst: ik hou van de grote vragen, maar zoek ook graag de kleine opties voor hoop.

Ik doe dat vanuit mijn bijzondere leerstoel Polarisatie en Veerkracht, die vanwege het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) gevestigd is aan de sociale faculteit van de Vrije Universiteit. Ik ben degenen die deze aanstelling mogelijk maakten zeer erkentelijk. 

Lees ook: Lees ook: De improvisatie maatschappij : over de sociale ordening van een onbegrensde wereld (2011) en Het seculiere experiment : hoe we van God los gingen samenleven (uit 2015).

Terug naar Overzicht alle titels


Ron Meyer 2

De onmisbaren : een ode aan mijn sociale klasse
Prometheus 2021, 192 pagina's € 17,50

Wikipedia: Ron Meyer (1981)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
‘Dit is het verhaal van jullie leven, jullie volharding en jullie opoffering, van mijn worsteling met die opoffering. Dit is het verhaal van een klasse die niet meer leek te bestaan. Bespot en bespuugd. Vergeten en genegeerd door de heersende macht. Een klasse van onzichtbaren die onmisbaar blijken. Dit is een verhaal van mensen waar het aan de talkshowtafels of in de boeken vrijwel nooit over gaat.’
Wie een bescheiden inkomen, een klein huis en werk met weinig status heeft, is zogenaamd dom, lui en zonder ambitie. Vergeten, genegeerd en zes jaar eerder dood. Eigen schuld, dikke bult. Had je maar moeten studeren of harder je best moeten doen. Schoonmaker, pakketbezorger, vuilnisophaler, distributiemedewerker, zorgverlener en miljoenen anderen. Mensen die niet thuis kunnen werken, de hardste klappen vangen en ons land overeind houden.
Arbeiderskind Ron Meyer is woedend én liefdevol over zijn onzichtbare sociale klasse. Zijn verhaal legt de worsteling bloot van een man die zijn klasse ontvlucht maar er telkens weer terugkeert. In een aanklacht tegen de heersende macht en een ode aan zijn vader, een koelmonteur, en zijn moeder, een thuiszorger, brengt hij sociale klasse terug in het publieke debat. Terug van nooit weggeweest uit de samenleving.
Ron Meyer (Heerlen, 1981) is vakbondsman en socialist. In 2018 verscheen van zijn hand Grip, een grondige analyse van de staat van Nederland.
‘Zelden werd de pijn van de hedendaagse Nederlandse working class zo indringend verwoord.’ Sander Heijne, auteur van Fantoomgroei
‘Het Nederlandse antwoord op het veelgeprezen Ze hebben mijn vader vermoord van Édouard Louis.’ Ewald Engelen

Fragment uit

Interview: Onzichtbare klasse, kom in opstand (De Volkskrant, zaterdag 12 juni 2021)

Lees ook Grip : in gesprek over de staat van ons land (uit 2018), Voettocht naar het hart van het land : hoe sociaal en democratisch zijn we nog? van Jan Schuurman Hess (uit 20) en De grote verkilling van Gert Van Istendael (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels



Cyriel Pennartz

De code van het bewustzijn : hoe de hersenen onze werkelijkheid vormgeven
Prometheus 2021, 352 pagina's -€ 22,50

Korte biografie van Cyriel Pennartz (19?)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Als je ’s ochtends ontwaakt uit een diepe slaap merk je het direct: je bevindt je in een wereld, met je lijf er middenin. Je bent terug van weggeweest. Dat is bewustzijn. Maar hoe verhoudt het bewustzijn zich tot onze hersenen? Vormen deze twee op de een of andere manier een eenheid? Wie zijn we eigenlijk? De code van het bewustzijn neemt je mee op een inspirerende zoektocht naar een van de grootste wetenschappelijke uitdagingen van de eenentwintigste eeuw: het begrijpen van de samenhang tussen hersenen en geest. De reis voert je langs merkwaardige lotgevallen van patiënten die laten zien hoe ons beeld van de werkelijkheid wordt gecreëerd door de hersenen. Eeuwenoude vragen over dromen, kleurenzien, fantoomsensaties en hallucinaties worden belicht door verrassende ontdekkingen uit het nieuwste hersenonderzoek. Hoe is bewustzijn tijdens de evolutie van het leven op aarde ontstaan? Heeft het nut om je ergens bewust van te zijn? Laat het brein nog ruimte over voor een vrije wil? Als je niet bang bent oude zekerheden over jezelf op het spel te zetten, zal je door dit boek anders over lichaam en geest gaan denken.

‘Pennartz is een van de zeldzame wetenschappers die overtuigend een brug weet te slaan tussen zijn fundamenteel neurowetenschappelijk werk en de grote filosofische vragen. Bij hem leer je de nuance van de geest en de complexiteit van het brein waarderen.’ (Damiaan Denys, filosoof, psychiater en auteur van Het tekort van het teveel)

‘Pennartz laat niet alleen zien hoe de dynamiek van het brein is verweven met ons denken en voelen, maar ontrafelt ook waarom ons bewustzijn zo’n bijzonder fenomeen is, uitstijgend boven eenvoudige hersenprocessen. Een verfrissend boek waar je over blijft nadenken.’ (Eveline Crone, ontwikkelingspsycholoog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van Het puberende brein?

‘Eindelijk een boek waarin niet op talkshowniveau wordt gewauweld over de relatie tussen ons brein en ons geestelijk leven. In een fascinerende balancing act tussen geschiedenis, filosofie en neurologie neemt Cyriel Pennartz je mee op een zoektocht naar de neurowetenschappelijke onderbouwing van bewustzijn.’ (Bert Keizer, arts, filosoof en auteur van Waar blijft de ziel)

Fragment uit I. Een donkere kerker voor onze hersenen
De discrepantie tussen de harde ‘neuro’-realiteit van onze hersenen en onze persoonlijke beleving van zintuiglijke informatie wordt in het onderzoek naar bewustzijn geschaard onder het ‘Moeilijke Probleem’ (the Hard Problem).  Filosofen verwijzen naar dit vraagstuk ook als de Verklaringskloof (Explanatory Gap) – de afgrond die voor ons opdoemt als we proberen een brug te slaan tussen de wereld van bewuste ervaringen4 en de wereld van zenuwimpulsen, hersencellen en fysische manifestaties van licht- en geluidsenergie buiten ons. Bij het ontrafelen van brein-geestrelaties onderscheidt de filosoof David Chalmers het Moeilijke Probleem van andere vraagstukken die gemakkelijker zijn aan te pakken. Onder deze ‘Easy Problems’ bevinden zich bijvoorbeeld hersenmechanismen van geheugen, aandacht of het nemen van beslissingen. Ook het geheugen vormt op zich al een kolossaal vraagstuk waarmee duizenden onderzoekers ter wereld zich bezighouden. Maar dit probleem is tenminste benaderbaar en aan te pakken met de methoden en computermodellen die we nu hebben. Het onderzoeksveld is afgebakend en we weten waarnaar we moeten zoeken. We kennen de belangrijke hersenstructuren en weten al best veel over de onderliggende biochemische en elektrische processen. Bij ons bewustzijn ligt dat lastiger.

Er bestaan verschillende theoretische stromingen die het probleem fundamenteel verschillend benaderen, en het is op voorhand niet duidelijk welke experimenten of modellen uitsluitsel zullen geven over deze of gene theorie. In dit boek zal ik niettemin aannemelijk maken dat resultaten uit neurowetenschappelijk onderzoek ons wel degelijk de weg wijzen door deze delta van rivieren en moerassen. Het blijkt mogelijk een raamwerk neer te zetten dat strookt met zowel de  eurowetenschappen als de psychologie.

Eerlijk gezegd: veel van mijn collega’s in de neurowetenschappen hebben niet veel op met het bewustzijnsvraagstuk. Zij beschouwen het als een onoplosbaar probleem omdat de inhoud van ons bewustzijn subjectief is, en dus niet objectief te beschrijven is. Er zouden geen resultaten uit voortkomen die andere onderzoekers kunnen repliceren. Over het bewustzijn van andere mensen of dieren kun je alleen iets zinnigs zeggen aan de hand van hun waarneembare gedrag, redeneren zij, en behalve dit gedrag valt er niets te verklaren of te onderzoeken. Wat het bewustzijn betreft, zijn de hersenen een ‘zwarte doos’ die gesloten mag blijven. Een van mijn collega’s verzuchtte laatst dat het lichaamgeestprobleem al zo veel eeuwen voor hoofdbrekens zorgt, dat het wel nooit opgelost zal worden. Inderdaad beukte René Descartes rond 1641 – toen zijn Meditationes verscheen bij de toen al 58 jaar oude uitgeverij Elzevier  in Amsterdam – al stevig op het vraagstuk in, terwijl ver vóór hem al complete stromingen zoals die van Plato en Aristoteles waren opgekomen en uit de mode geraakt.

Een geijkt argument tegen elke vorm van bewustzijnsonderzoek is dat al onze ervaringen subjectief of privé zijn en dat er dus niets over te zeggen valt. Laten studenten zich dit bezwaar ontvallen, dan vraag ik hun of zij  –  ieder voor zich – de ervaring herkennen dat ruiken iets heel anders is dan zien of horen. Een aantal staart me dan een beetje meewarig of wezenloos aan, en een enkele welwillende zegt: ‘Tja, nogal wiedes.’ Sommigen vragen zich af of ze wel in het goede lokaal zitten, en of er geen verwarde man voor de zaal staat. Voor mij is dit een positief teken om dóór te gaan. Het verschil tussen zien en ruiken is voor iedereen zo duidelijk dat de meeste mensen geen behoefte voelen om een antwoord te geven. Zien, ruiken en horen zijn direct herkenbaar als verschillende ervaringen. Het aardige van deze triviale constatering is dat het hier gaat om een ‘intra-individuele vergelijking’ (within-subject comparison). In dit geval is het geen probleem dat je ervaringen privé zijn, want je vergelijkt ze binnen je eigen belevingswereld. Ieder voor zich kan uiten dat zijn of haar ervaringen heel verschillend zijn. Deze ervaring van verschillen wordt tussen mensen onderling bevestigd: het gaat om een herhaalbare, reproduceerbare bevinding. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die vond dat ruiken, zien en horen hetzelfde ‘aanvoelen’.

Klik hier voor (veel) meer boeken over onze hersenen, en ons gedrag

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 6 juni 2021

Roxane van Iperen

De genocidefax : wat doe jij als het erop aankomt?
Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek 2021, 64 pagina's  - € 2,75
Boekenweekessay editie 2021

Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)

Korte bespreking

Tekst op website
Essay van de Boekenweek 2021. Kigali, 19 april 1994 VN-commandant Roméo Dallaire staat op een broeierig vliegveld in Kigali, Rwanda, met op de achtergrond het onregelmatige staccato van geweerschoten, en kijkt toe hoe zijn Belgische blauwhelmen een voor een in de buik van een c-130 Hercules-transportvliegtuig verdwijnen. Het land dat ooit de waterscheiding tussen Tutsi’s en Hutu’s had geïnstitutionaliseerd, de een superieur aan de ander had verklaard, laat hen nu achter in het volle besef van de slachtpartij die buiten deze luchthaven is ingezet. Het ‘Zwitserland van Afrika’, zoals door westerlingen vaak naar Rwanda werd verwezen met een pijnlijk gebrek aan verbeeldingskracht of vanuit de simpele gewoonte alles op zichzelf te betrekken, staat er alleen voor.

Fragment uit VII
Vooroordelen, stereotypen, het onderverdelen van de omgeving in 'hullie' en 'zullie' waarbij om dominantie wordt gestreden: het gebeurt in de zandbak en de sportvereniging, van het literaire wereldje tot de politiek. Dat hoeft geen probleem te zijn. Identificatiekringen kennen ook voordelen; ze kunnen samenwerking, veiligheid en plezier opleveren. 'Ik hoor bijvoorbeeld bij de selecte groep mensen die nooit de groet "doej" zullen gebruiken en daarom diep neerkijken op mensen die dat wel doen. Het is heel onredelijk en zelfs een beetje schandelijk om op die doejzeggers neer te kijken, maar toch kijk ik neer', zei Karel van het Reve ooit. Het dagelijks leven is doordrenkt met dit soort subtiele superioriteitsgevoelens waarmee mensen zich onderscheiden van anderen. vervang 'doejzeggers' door 'mensen met tatoeages', 'mensen met een dialect', 'mensen met sexy kleding' of 'mensen die (x) stemmen'- bewust en onbewust hanteren we allerlei oordelen in ons hoofd waarmee we anderen op afstand zetten. De dagelijkse beslissingen die we voor onszelf maken zijn dan ook niet gebaseerd op 'zomaar' persoonlijke voorkeuren of smaak. De auto waarin je rijdt, de kleren die je draagt, zelfs de woorden en het accent dat je gebruikt: het zijn symbolen als bendekleuren, waarmee je je superioriteit kenbaar maakt. Bij welke groep of klasse hoor je, of wil je horen? Zolang je je daarvan bewust bent, het niet te serieus neemt en de deur voor anderen openhoudt, hoeft dat niet erg te zijn. Van belang is dat minderheden beschermd zijn en identificatiekringen vloeibaar blijven; dat ieder individu vrij is van kring te wisselen en niet de eigen inborst of de waarheid geweld moet aandoen om geaccepteerd te worden. Zoals liegen om maar niet ontslagen te worden; je geaardheid verbergen om niet verstoten te worden; maniertjes en een zeker taalgebruik aannemen om in een hogere klasse te worden geaccepteerd; zwijgen over het onderdrukken van anderen om erbij te horen; buitenstaanders niet meer zien als individu, maar als onlosmakelijk deel van een inferieure groep. Het klinkt als extreem gedrag, maar op een dagelijkse schaal doen we er allemaal, bewust of onbewust, aan mee. (pagina 52-53)

Terug naar Overzicht alle titels


donderdag 3 juni 2021

Ton Korver

Geen tijd : over de teloorgang van gezag
Van Gennep 2020, 256 pagina's € 20,--

In memoriam Ton Korver (19?) en zijn blog

Korte bespreking
Dit is een van die zeldzame werken waarin ragfijn en duidelijk beschreven wordt waarom belangrijke zaken als gezag, burgerschap en vrijheid bezig zijn ten onder te gaan. Wat de oorzaken zijn. Hoe het werkt. Een lucide boek, dat van een diep inzicht getuigt in deze vaak zeer ingewikkelde processen, dat begrijpelijk uitlegt en daarnaast een samenhang laat zien en ons op de grote gevaren wijst. De auteur (een onlangs overleden econoom, filosoof en vooral socioloog, lector aan de Haagse Hogeschool) toont aan dat gezag samenhangt met de tijd die eraan besteed kan/mag worden. Tijd is geld. En geld is de neoliberale maat der dingen. De kwaliteit laat echter in toenemende mate te wensen over. En daardoor het gezag. Door de verwevenheid met andere maatschappelijke ontwikkelingen een moeilijk onderwerp, maar toegankelijk uitgelegd. Helder taalgebruik met weinig jargon. Nu de kwalitatieve resultaten steeds meer en steeds indringender kritiek uitlokken, is dit een enorm belangrijk boek, een van de beste die uw recensent ooit las. Uniek. Toegespitst op de actuele situatie in Nederland, die (politie, justitie!) alarmerend blijkt. De doelgroep zijn bewust levende mensen met interesse voor maatschappelijke problemen..

Tekst op website uitgever
In Geen Tijd. Over de teloorgang van gezag wordt het vraagstuk van gezag op een nieuwe, verfrissende, en voor een breed publiek toegankelijke manier aan de orde gesteld. De focus van het boek ligt op structurele problemen in Nederland in de laatste decennia: in het onderwijs, in de arbeidsverhoudingen, in de rechtspraak, bij de politie en in de politiek.

De invalshoek is nieuw en onverwacht: gezag kost tijd. In een periode waarin de tijd zelf steeds schaarser wordt, zal het moeilijker worden om gezag te vestigen. Macht en leiding versnellen de zaken, gezag vertraagt die juist. Het centrale thema van gezag is bewegingsvrijheid. Hoe moet bewegingsvrijheid gereguleerd en gecoördineerd worden?

Hoe dient, zoals bijvoorbeeld nu tijdens de Corona-crisis, bewegingsvrijheid afgewogen te worden tegen het belang van zorg en gezondheid? Of tegen de noodzaak van opvoeding en onderwijs, de handhaving van recht en rechtspraak of de garantie van zekerheid en werk? Regulering van bewegingsvrijheid veronderstelt én vereist gezag. Maar de tijd hiervoor ontbreekt steeds vaker.

Het boek van Ton Korver is met vooruitziende blik geschreven. In de Covid-19 pandemie stelt ‘Geen Tijd’ nog nadrukkelijker de vraag ‘of zich – gelet op diverse globale ontwikkelingen op het vlak van mobiliteit en migratie, klimaat en milieu, en economie en financiën – een nieuwe publieke zaak aandient die de bedoelde ontwikkelingen mede vorm gaat geven’.

Ton Korver is socioloog en columnist.

Fragment uit 2. Klimmen, dalen en inleven - school, leraar en gezag
3 Succes en macht

Gezag is, gelet op de herkomst van het woord 'autoriteit' uit het Latijnse augere, synoniem met 'toenemen', met 'groeien'. Gezag beroept zich op een context (de traditie, de kosmologie, de religie), en verbindt de context met de ontwikkeling en de groei van gezag. Een constante in de genoemde contexten is het beroep op kennis, op exclusieve en esoterische kennis die slechts voor weinigen was bestemd en aan weinigen werd geopenbaard, op 'gevaarlijke' kennis, op kennis die de bezitter ervan in een uitverkoren positie plaatste, de positie van het gezag en de gezagsdrager. Tegenwoordig is dit soort geprivilegieerde kennis geseculariseerd en opgenomen in wat we 'professies' noemen, en die kennis is niet alleen geseculariseerd, en veranderd van 'geopenbaard' in 'openbaar', die kennis is tevens ondergeschikt gemaakt aan 'organisatie', aan bureaucratie en hiërarchie, die op hun beurt steeds verder in dienst van de 'markt' worden geduwd. De kennis is ingevoegd in de nieuwe context van gezag: het 'succes', het succes van zoveel diploma's in zoveel tijdseenheden, van zoveel overgangen van een lager naar een hoger onderwijstype, van onderwijs naar arbeidsmarkt, van school- naar arbeidsloopbanen. De crisis van het gezag is dat elke globale context anders dan die van het succes omstreden is en daardoor niet meer richtinggevend: de traditie is verdacht, de kosmologie verwijst naar een zwart gat dat alle gezag opslurpt, de religie zwalkt tussen privaat en collectief, de professie is onderworpen. De associatie van gezag en ontzag is doorbroken.

Het is, zoals Savater opmerkt, precies door het accent op groei dat gezag nauw verbonden is met leren, in het onderwijs vanzelfsprekend maar ook op, van en door het werk. Daar zit een probleem want de groei is eruit, het gezag taant. Indien er sprake is van tanden gezag dan houdt dat in dat het eenvoudiger wordt om nee te zeggen tegen dat gezag, nee te zeggen tegen de intentie van gezag dat leren tot opdracht heeft. Het is, per saldo, lastiger geworden om nee te zeggen tegen de macht van een loopbaan die school en werk onontkoombaar met elkaar verknoopt, tegen de succesformules die bepalen of je je kansen op een redelijke loopbaan in de waagschaal stelt, maar het wordt allerminst lastiger om nee te zeggen tegen het gezag van school en werk. Er is een vrije schoolkeuze, er is althans in naam vrije beroepskeuze maar dat zijn vrijheden die niet de vrijheid inhouden de school te mijden en een lange neus naar het beroep te maken. Het zijn restrictieve vrijheden: omdat iedereen van die vrijheden gebruik kan maken en de voorraad altijd beperkt is zien we dat scholen en beroepen kenmerken van 'positionele' goederen gaan vertonen: goederen waarvan het aanbod niet toeneemt als de vraag ernaar stijgt, goederen die hun waard een status voornamelijk ontlenen aan het feit dat anderen ze niet kunnen verwerven. (pagina 69-70)

Lees o.a. ook
Het verlangen naar gezag : over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast van Christien Bringreve (uit 2012)
De terugkeer van het gezag : waarom kinderen niets meer leren van Frank Furedi (uit 2011)
Autoriteit van Paul Verhaeghe (uit 2015)
Wat op het spel staat van Philipp Blom (uit 2017)
De schaduwelite van Ewald Engelen (uit 2014)
De fatale staat van Paul Frissen (uit 2013)
De ondernemende staat van Mariana Mazzucato (uit 2015)
Het einde van van de macht Moisés Naím (uit 2015)
Een geschiedenis van het onderwijs van Piet de Rooy (uit 2018)
De vrijheid van de grens van Paul Scheffer (uit 2016)

Terug naar Overzicht alle titels

William Nordhaus

Het klimaatcasino : risico, onzekerheid en de economie van een opwarmende aarde
De Geus 2020, 444 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: The climate casino : risk, uncertainty, and economics for a warming world (2013)

Wikipedia: William D. Nordhaus (1941)

Korte beschrijving
De Amerikaanse professor William Nordhaus, verbonden aan de Yale University, won in 2018 de Nobelprijs voor Economie. Zijn standaardwerk 'Het Klimaatcasino' dat hij in 2013 publiceerde, werd pas in 2020 in het Nederlands vertaald. Hij noemt klimaatverandering een economisch probleem en legt dat helder uit. Nordhaus behandelt in meer dan vierhonderd pagina's op overzichtelijke wijze het ontstaan en de effecten van klimaatverandering en wat er moet gebeuren om die af te remmen. De metafoor 'casino' verwijst naar de onbedoelde en gevaarlijke gevolgen van economische groei voor de Aarde en haar klimaat. Een recensent van The New York Times noemde het boek in 2013 een veelomvattende bron over de opwarming van de Aarde, gezien door het prisma van een briljante econoom. Nordhaus informeert de lezer gedegen en genuanceerd. Niet-ingewijden kunnen er een kluif aan hebben. Gelovers in een klimaatarmageddon of degenen die in de opwarming een linkse samenzwering zien, zullen zich door het boek, aldus Nordhaus, niet op andere gedachten laten brengen. Met enkele grafieken en tabellen, eindnoten en een index.

Tekst op website uitgever
Nordhaus schrijft over wetenschap, economie en politiek, en over de benodigde stappen om de opwarming van de aarde te stoppen. Hij begint bij ons persoonlijke energiegebruik en eindigt bij samenlevingen die belasting heffen, reguleringen instellen en subsidies verstrekken om de C02-uitstoot af te remmen. Deze nuchtere en en realistische kijk leverde Nordhaus de Nobelprijs voor Economie op.

Fragment uit 12. De totale schade door klimaatverandering
Wat moeten nu onze conclusies zijn aan het einde van dit overzicht van de effecten van de toekomstige klimaatverandering? Ten eerste moet worden benadrukt hoe moeilijk het is om de ernst van de effecten in te schatten. Ze vormen een combinatie van de onzekerheden van de uitstootprognoses en klimaatmodellen. Zelfs als we even afzien van de onzekerheden over toekomstige klimaatveranderingen, dan nog weten we nauwelijks hoe menselijke en andere levende systemen zullen reageren op deze veranderingen. De reacties van sociale systemen zijn deels ook zo moeilijk te voorspellen omdat ze zo complex zijn. Daarnaast beheerst de mens in toenemende mate zijn leefomgeving, zodat een kleine investering in een aanpassing het effect van de klimaatverandering op de menselijke samenleving misschien zou kunnen compenseren. Bovendien vinden klimaatveranderingen vrijwel zeker plaats in de context van technologieën en economische structuren die totaal anders zijn dan die van nu.

Toch moeten we zo goed en zo kwaad als het gaat iets proberen te zien door onze wazige telescoop. Een tweede conclusie heeft te maken met de geschatte economische effecten van de klimaatverandering op sectoren die we op betrouwbare wijze kunnen meten, zeker voor de landen die nu en in de toekomst een hoog inkomen zullen hebben. De schattingen die ik hier heb gegeven laten zien dat de economische effecten van de klimaatverandering relatief klein zullen zijn ten opzichte van de algemene veranderingen in de economisch activiteit in de komende vijftig tot honderd jaar. Het effect zoals dat uit onze schattingen naar voren komt, bedraagt tussen de 1 en 5 procent van de productie bij een opwarming van 3 graden Celsius. Dat moeten we dan zien in verhouding tot de verwachte verbeteringen van het bbp per hoofd van de bevolking van tussen de 500 en 1.000 procent gedurende diezelfde periode voor arme en middeninkomenslanden. Het inkomensverlies zou gelijk zijn aan ongeveer de groei van één jaar voor de meeste landen, verspreid over verschillende decennia. (pagina 172-173)

Klik hier voor meer titels over 'het' klimaatprobleem

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 22 mei 2021

Ece Temelkuran 2

Together : 10 choices for a better now
4th Estate, 199 pagina's € 17,50 

De Nederlandse vertaling is nog niet verschenen

Wikipedia: Ece Temelkuran (1973)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
In 2020 protest movements across the world revealed the inequalities sewn into the fabric of society. The wildfires that ravaged Australia and California made it clear we are in the middle of a climate catastrophe. The pandemic showed us all just how precarious our economies really are, and the conspiracy theories surrounding the US election proved the same of our democracies. Those in charge do not have the answers. In fact, those in charge, more often that not, are the problem.

So, what do we do? In Together: 10 Choices for a Better Now, award-winning political commentator Ece Temelkuran puts forward a compelling new narrative for our current moment, not for some idealised future but for right now, and asks us to make a choice. To choose determination over hope; to embrace fear rather the cold comfort of ignorance; to save our energy for an unwavering attention on those in power and the destructive systems they uphold, rather than wasting time spewing out anger and outrage online.

Above all, this book asks you to choose to have faith in the other human beings we share this planet with.

Fragment uit Choose to be together
Many think that there are an endless variety of problems and that each of them calls for different solutions. But living in the age of differences, and overstating those differences, keeps blurring the fact: by now enough of us have learned what choking is. Isn't it clear enough that we are all negotiating with the system for a single breath?
  I am looking for irrefutable words so that we can gather around them, and stand together during this negotiation with our times. The word democracy does not do the trick, and demanding human rights does not invigorate the masses as it used to do. Thus, I prefer to choose dignity
  We need words that are too close to the human heart to be alienatied in our hazardous communication sphere, words that cannot be torn apart by political polarisation. These words must be as indispensable as breathing, and they must mean the same thing in every language. They must be words that we can walk behind together, as naturally and effortlessly as when asking for our right to breathe. And if and when we are put down, we will know clearly that our right to breathe has been denied. Only then, when the confrontation becomes clear, can we move on to the big words that evoke blood and pain.
  Together, both as a word as the titel of this book, is a political proposal as well as a moral one. What I see in the world today is that the conventional political institutions are too damaged to offer a solution to the political challenges we are facing. Both national en international institutions have lost the last residue of their prestige, not to mention their already problematic moral high ground. Whatever we have witnessed as a positive political event in the recent decades has come from new political organisms, movements developing around the old ones or outside them. We all know that these political movements have not sufficed to cure the system. However, they all have changed our perception of the world and ourselves. They have created new moral and political triangulation points to help us sense a new direction in history. They have neither been as decisive as penicillin nor as invasive as surgery. They have rather operated like antibodies, helping us to at least survive the disease so far. What is true of all these political events is that they happened when we came together.
  Together, therefore, is the only word that might be dangerous that I am choosing to include as an ingredient in this new polotical and moral antibody. However, my choice is to no avail unless yours is the same. For it is, perhaps surprisingly, at moments when the word seems at its most dangerous, that coming together feels most inevitable. (pagina 190-191)


Lees ook: Verloren land : de zeven stappen van democratie naar dictatuur (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels