zondag 13 juni 2021

Hans Boutellier 3

Het nieuwe Westen : de identitaire strijd om de sociale verbeelding
Van Gennep 2021, 144 pagina's € 16,99

Website Verwey-Jonker instituut: Hans Boutellier (1953)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Van #Me Too-feministen, Black Lives Matter-activisten, witte suprematisten tot islamisten en borealen: er woedt een hevige strijd om de sociale verbeelding van het Westen. Waar komt de behoefte aan erkenning vandaan? Wat is de inzet van de strijd? Op welke wijze wordt ze gevoerd? En waarin verschilt polarisatie van politiek? Hans Boutellier onderzoekt deze fascinerende strijd en zoekt het nieuwe Westen in termen van wederkerigheid en een bezield geloof in de democratische rechtsstaat. Hans Boutellier (1953) is hoogleraar Polarisatie en Veerkracht aan de Vrije Universiteit. Over zijn werk schreef de pers: ‘een lichtgevend proefschrift’ (Paul Schnabel), ‘een langgerekte Aha-Erlebnis’(NRC-Handelsblad), ‘een scherp oog voor de tijdgeest’ (De Volkskrant). Dit boek is een volgende stap in zijn werk.

Fragment uit (de) Proloog
Veel mensen hebben geprofiteerd van het brutale marktdenken dat de samenleving vanaf de jaren tachtig doortrok. Natuurlijk de grote bedrijven, de multinationals, maar ook de middenklasse, de ‘hoger’ opgeleiden, in feite iedereen die enigszins meekon in de consumptiemaatschappij – al was het maar via ultra-goedkope goederen van Chinese makelij.  Maar de slachtoffers zijn talrijk – vooral aan de andere kant van de wereld. En we zijn ons daar steeds meer van bewust. 

Toch is de strijd in het Westen niet primair sociaaleconomisch; de crisis zit dieper dan materiële ongelijkheid. Zij voltrekt zich rond identiteiten – ze is identitair.

Over de wenselijkheid daarvan wordt hevig getwist  Het ging ten koste van planeet Aarde, een vraagstuk dat ik niet zal meenemen in mijn analyse. Dit begrip is geclaimd door extreem-nationalistische kringen, maar ik gebruik het in de neutrale zin van het woord. (bijvoorbeeld Engelen, 2018a; Van Reekum & Schinkel, 2018). Ik probeer liever te begrijpen hoe het komt, wat de betekenis ervan is en wat het antwoord erop kan zijn.

Zie het boek als een geïnformeerde beschouwing over de achtergrond en de inzet van de huidige identiteitspolitiek. 

Mijn analyse beweegt zich tussen de twee uitersten daarvan: het islamisme en het extreem-nationalisme. Het zijn de gevaarlijkste varianten omdat ze in termen van vijandschap denken. Hier klinken de meest radicale geluiden in de buzz aan opvattingen die ik als ‘meerstemmig’ zou willen duiden. In de laatste twee hoofdstukken onderzoek ik de mogelijkheden voor de sociale verbeelding van cultureel-divers samenleven. Daarmee verenig ik de twee zielen in mijn borst: ik hou van de grote vragen, maar zoek ook graag de kleine opties voor hoop.

Ik doe dat vanuit mijn bijzondere leerstoel Polarisatie en Veerkracht, die vanwege het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) gevestigd is aan de sociale faculteit van de Vrije Universiteit. Ik ben degenen die deze aanstelling mogelijk maakten zeer erkentelijk. 

Lees ook: Lees ook: De improvisatie maatschappij : over de sociale ordening van een onbegrensde wereld (2011) en Het seculiere experiment : hoe we van God los gingen samenleven (uit 2015).

Terug naar Overzicht alle titels


Ron Meyer 2

De onmisbaren : een ode aan mijn sociale klasse
Prometheus 2021, 192 pagina's € 17,50

Wikipedia: Ron Meyer (1981)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
‘Dit is het verhaal van jullie leven, jullie volharding en jullie opoffering, van mijn worsteling met die opoffering. Dit is het verhaal van een klasse die niet meer leek te bestaan. Bespot en bespuugd. Vergeten en genegeerd door de heersende macht. Een klasse van onzichtbaren die onmisbaar blijken. Dit is een verhaal van mensen waar het aan de talkshowtafels of in de boeken vrijwel nooit over gaat.’
Wie een bescheiden inkomen, een klein huis en werk met weinig status heeft, is zogenaamd dom, lui en zonder ambitie. Vergeten, genegeerd en zes jaar eerder dood. Eigen schuld, dikke bult. Had je maar moeten studeren of harder je best moeten doen. Schoonmaker, pakketbezorger, vuilnisophaler, distributiemedewerker, zorgverlener en miljoenen anderen. Mensen die niet thuis kunnen werken, de hardste klappen vangen en ons land overeind houden.
Arbeiderskind Ron Meyer is woedend én liefdevol over zijn onzichtbare sociale klasse. Zijn verhaal legt de worsteling bloot van een man die zijn klasse ontvlucht maar er telkens weer terugkeert. In een aanklacht tegen de heersende macht en een ode aan zijn vader, een koelmonteur, en zijn moeder, een thuiszorger, brengt hij sociale klasse terug in het publieke debat. Terug van nooit weggeweest uit de samenleving.
Ron Meyer (Heerlen, 1981) is vakbondsman en socialist. In 2018 verscheen van zijn hand Grip, een grondige analyse van de staat van Nederland.
‘Zelden werd de pijn van de hedendaagse Nederlandse working class zo indringend verwoord.’ Sander Heijne, auteur van Fantoomgroei
‘Het Nederlandse antwoord op het veelgeprezen Ze hebben mijn vader vermoord van Édouard Louis.’ Ewald Engelen

Fragment uit

Interview: Onzichtbare klasse, kom in opstand (De Volkskrant, zaterdag 12 juni 2021)

Lees ook Grip : in gesprek over de staat van ons land (uit 2018), Voettocht naar het hart van het land : hoe sociaal en democratisch zijn we nog? van Jan Schuurman Hess (uit 20) en De grote verkilling van Gert Van Istendael (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels



Cyriel Pennartz

De code van het bewustzijn : hoe de hersenen onze werkelijkheid vormgeven
Prometheus 2021, 352 pagina's -€ 22,50

Korte biografie van Cyriel Pennartz (19?)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Als je ’s ochtends ontwaakt uit een diepe slaap merk je het direct: je bevindt je in een wereld, met je lijf er middenin. Je bent terug van weggeweest. Dat is bewustzijn. Maar hoe verhoudt het bewustzijn zich tot onze hersenen? Vormen deze twee op de een of andere manier een eenheid? Wie zijn we eigenlijk? De code van het bewustzijn neemt je mee op een inspirerende zoektocht naar een van de grootste wetenschappelijke uitdagingen van de eenentwintigste eeuw: het begrijpen van de samenhang tussen hersenen en geest. De reis voert je langs merkwaardige lotgevallen van patiënten die laten zien hoe ons beeld van de werkelijkheid wordt gecreëerd door de hersenen. Eeuwenoude vragen over dromen, kleurenzien, fantoomsensaties en hallucinaties worden belicht door verrassende ontdekkingen uit het nieuwste hersenonderzoek. Hoe is bewustzijn tijdens de evolutie van het leven op aarde ontstaan? Heeft het nut om je ergens bewust van te zijn? Laat het brein nog ruimte over voor een vrije wil? Als je niet bang bent oude zekerheden over jezelf op het spel te zetten, zal je door dit boek anders over lichaam en geest gaan denken.

‘Pennartz is een van de zeldzame wetenschappers die overtuigend een brug weet te slaan tussen zijn fundamenteel neurowetenschappelijk werk en de grote filosofische vragen. Bij hem leer je de nuance van de geest en de complexiteit van het brein waarderen.’ (Damiaan Denys, filosoof, psychiater en auteur van Het tekort van het teveel)

‘Pennartz laat niet alleen zien hoe de dynamiek van het brein is verweven met ons denken en voelen, maar ontrafelt ook waarom ons bewustzijn zo’n bijzonder fenomeen is, uitstijgend boven eenvoudige hersenprocessen. Een verfrissend boek waar je over blijft nadenken.’ (Eveline Crone, ontwikkelingspsycholoog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van Het puberende brein?

‘Eindelijk een boek waarin niet op talkshowniveau wordt gewauweld over de relatie tussen ons brein en ons geestelijk leven. In een fascinerende balancing act tussen geschiedenis, filosofie en neurologie neemt Cyriel Pennartz je mee op een zoektocht naar de neurowetenschappelijke onderbouwing van bewustzijn.’ (Bert Keizer, arts, filosoof en auteur van Waar blijft de ziel)

Fragment uit I. Een donkere kerker voor onze hersenen
De discrepantie tussen de harde ‘neuro’-realiteit van onze hersenen en onze persoonlijke beleving van zintuiglijke informatie wordt in het onderzoek naar bewustzijn geschaard onder het ‘Moeilijke Probleem’ (the Hard Problem).  Filosofen verwijzen naar dit vraagstuk ook als de Verklaringskloof (Explanatory Gap) – de afgrond die voor ons opdoemt als we proberen een brug te slaan tussen de wereld van bewuste ervaringen4 en de wereld van zenuwimpulsen, hersencellen en fysische manifestaties van licht- en geluidsenergie buiten ons. Bij het ontrafelen van brein-geestrelaties onderscheidt de filosoof David Chalmers het Moeilijke Probleem van andere vraagstukken die gemakkelijker zijn aan te pakken. Onder deze ‘Easy Problems’ bevinden zich bijvoorbeeld hersenmechanismen van geheugen, aandacht of het nemen van beslissingen. Ook het geheugen vormt op zich al een kolossaal vraagstuk waarmee duizenden onderzoekers ter wereld zich bezighouden. Maar dit probleem is tenminste benaderbaar en aan te pakken met de methoden en computermodellen die we nu hebben. Het onderzoeksveld is afgebakend en we weten waarnaar we moeten zoeken. We kennen de belangrijke hersenstructuren en weten al best veel over de onderliggende biochemische en elektrische processen. Bij ons bewustzijn ligt dat lastiger.

Er bestaan verschillende theoretische stromingen die het probleem fundamenteel verschillend benaderen, en het is op voorhand niet duidelijk welke experimenten of modellen uitsluitsel zullen geven over deze of gene theorie. In dit boek zal ik niettemin aannemelijk maken dat resultaten uit neurowetenschappelijk onderzoek ons wel degelijk de weg wijzen door deze delta van rivieren en moerassen. Het blijkt mogelijk een raamwerk neer te zetten dat strookt met zowel de  eurowetenschappen als de psychologie.

Eerlijk gezegd: veel van mijn collega’s in de neurowetenschappen hebben niet veel op met het bewustzijnsvraagstuk. Zij beschouwen het als een onoplosbaar probleem omdat de inhoud van ons bewustzijn subjectief is, en dus niet objectief te beschrijven is. Er zouden geen resultaten uit voortkomen die andere onderzoekers kunnen repliceren. Over het bewustzijn van andere mensen of dieren kun je alleen iets zinnigs zeggen aan de hand van hun waarneembare gedrag, redeneren zij, en behalve dit gedrag valt er niets te verklaren of te onderzoeken. Wat het bewustzijn betreft, zijn de hersenen een ‘zwarte doos’ die gesloten mag blijven. Een van mijn collega’s verzuchtte laatst dat het lichaamgeestprobleem al zo veel eeuwen voor hoofdbrekens zorgt, dat het wel nooit opgelost zal worden. Inderdaad beukte René Descartes rond 1641 – toen zijn Meditationes verscheen bij de toen al 58 jaar oude uitgeverij Elzevier  in Amsterdam – al stevig op het vraagstuk in, terwijl ver vóór hem al complete stromingen zoals die van Plato en Aristoteles waren opgekomen en uit de mode geraakt.

Een geijkt argument tegen elke vorm van bewustzijnsonderzoek is dat al onze ervaringen subjectief of privé zijn en dat er dus niets over te zeggen valt. Laten studenten zich dit bezwaar ontvallen, dan vraag ik hun of zij  –  ieder voor zich – de ervaring herkennen dat ruiken iets heel anders is dan zien of horen. Een aantal staart me dan een beetje meewarig of wezenloos aan, en een enkele welwillende zegt: ‘Tja, nogal wiedes.’ Sommigen vragen zich af of ze wel in het goede lokaal zitten, en of er geen verwarde man voor de zaal staat. Voor mij is dit een positief teken om dóór te gaan. Het verschil tussen zien en ruiken is voor iedereen zo duidelijk dat de meeste mensen geen behoefte voelen om een antwoord te geven. Zien, ruiken en horen zijn direct herkenbaar als verschillende ervaringen. Het aardige van deze triviale constatering is dat het hier gaat om een ‘intra-individuele vergelijking’ (within-subject comparison). In dit geval is het geen probleem dat je ervaringen privé zijn, want je vergelijkt ze binnen je eigen belevingswereld. Ieder voor zich kan uiten dat zijn of haar ervaringen heel verschillend zijn. Deze ervaring van verschillen wordt tussen mensen onderling bevestigd: het gaat om een herhaalbare, reproduceerbare bevinding. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die vond dat ruiken, zien en horen hetzelfde ‘aanvoelen’.

Klik hier voor (veel) meer boeken over onze hersenen, en ons gedrag

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 6 juni 2021

Roxane van Iperen

De genocidefax : wat doe jij als het erop aankomt?
Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek 2021, 64 pagina's  - € 2,75
Boekenweekessay editie 2021

Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)

Korte bespreking

Tekst op website
Essay van de Boekenweek 2021. Kigali, 19 april 1994 VN-commandant Roméo Dallaire staat op een broeierig vliegveld in Kigali, Rwanda, met op de achtergrond het onregelmatige staccato van geweerschoten, en kijkt toe hoe zijn Belgische blauwhelmen een voor een in de buik van een c-130 Hercules-transportvliegtuig verdwijnen. Het land dat ooit de waterscheiding tussen Tutsi’s en Hutu’s had geïnstitutionaliseerd, de een superieur aan de ander had verklaard, laat hen nu achter in het volle besef van de slachtpartij die buiten deze luchthaven is ingezet. Het ‘Zwitserland van Afrika’, zoals door westerlingen vaak naar Rwanda werd verwezen met een pijnlijk gebrek aan verbeeldingskracht of vanuit de simpele gewoonte alles op zichzelf te betrekken, staat er alleen voor.

Fragment uit VII
Vooroordelen, stereotypen, het onderverdelen van de omgeving in 'hullie' en 'zullie' waarbij om dominantie wordt gestreden: het gebeurt in de zandbak en de sportvereniging, van het literaire wereldje tot de politiek. Dat hoeft geen probleem te zijn. Identificatiekringen kennen ook voordelen; ze kunnen samenwerking, veiligheid en plezier opleveren. 'Ik hoor bijvoorbeeld bij de selecte groep mensen die nooit de groet "doej" zullen gebruiken en daarom diep neerkijken op mensen die dat wel doen. Het is heel onredelijk en zelfs een beetje schandelijk om op die doejzeggers neer te kijken, maar toch kijk ik neer', zei Karel van het Reve ooit. Het dagelijks leven is doordrenkt met dit soort subtiele superioriteitsgevoelens waarmee mensen zich onderscheiden van anderen. vervang 'doejzeggers' door 'mensen met tatoeages', 'mensen met een dialect', 'mensen met sexy kleding' of 'mensen die (x) stemmen'- bewust en onbewust hanteren we allerlei oordelen in ons hoofd waarmee we anderen op afstand zetten. De dagelijkse beslissingen die we voor onszelf maken zijn dan ook niet gebaseerd op 'zomaar' persoonlijke voorkeuren of smaak. De auto waarin je rijdt, de kleren die je draagt, zelfs de woorden en het accent dat je gebruikt: het zijn symbolen als bendekleuren, waarmee je je superioriteit kenbaar maakt. Bij welke groep of klasse hoor je, of wil je horen? Zolang je je daarvan bewust bent, het niet te serieus neemt en de deur voor anderen openhoudt, hoeft dat niet erg te zijn. Van belang is dat minderheden beschermd zijn en identificatiekringen vloeibaar blijven; dat ieder individu vrij is van kring te wisselen en niet de eigen inborst of de waarheid geweld moet aandoen om geaccepteerd te worden. Zoals liegen om maar niet ontslagen te worden; je geaardheid verbergen om niet verstoten te worden; maniertjes en een zeker taalgebruik aannemen om in een hogere klasse te worden geaccepteerd; zwijgen over het onderdrukken van anderen om erbij te horen; buitenstaanders niet meer zien als individu, maar als onlosmakelijk deel van een inferieure groep. Het klinkt als extreem gedrag, maar op een dagelijkse schaal doen we er allemaal, bewust of onbewust, aan mee. (pagina 52-53)

Terug naar Overzicht alle titels


donderdag 3 juni 2021

Ton Korver

Geen tijd : over de teloorgang van gezag
Van Gennep 2020, 256 pagina's € 20,--

In memoriam Ton Korver (19?) en zijn blog

Korte bespreking
Dit is een van die zeldzame werken waarin ragfijn en duidelijk beschreven wordt waarom belangrijke zaken als gezag, burgerschap en vrijheid bezig zijn ten onder te gaan. Wat de oorzaken zijn. Hoe het werkt. Een lucide boek, dat van een diep inzicht getuigt in deze vaak zeer ingewikkelde processen, dat begrijpelijk uitlegt en daarnaast een samenhang laat zien en ons op de grote gevaren wijst. De auteur (een onlangs overleden econoom, filosoof en vooral socioloog, lector aan de Haagse Hogeschool) toont aan dat gezag samenhangt met de tijd die eraan besteed kan/mag worden. Tijd is geld. En geld is de neoliberale maat der dingen. De kwaliteit laat echter in toenemende mate te wensen over. En daardoor het gezag. Door de verwevenheid met andere maatschappelijke ontwikkelingen een moeilijk onderwerp, maar toegankelijk uitgelegd. Helder taalgebruik met weinig jargon. Nu de kwalitatieve resultaten steeds meer en steeds indringender kritiek uitlokken, is dit een enorm belangrijk boek, een van de beste die uw recensent ooit las. Uniek. Toegespitst op de actuele situatie in Nederland, die (politie, justitie!) alarmerend blijkt. De doelgroep zijn bewust levende mensen met interesse voor maatschappelijke problemen..

Tekst op website uitgever
In Geen Tijd. Over de teloorgang van gezag wordt het vraagstuk van gezag op een nieuwe, verfrissende, en voor een breed publiek toegankelijke manier aan de orde gesteld. De focus van het boek ligt op structurele problemen in Nederland in de laatste decennia: in het onderwijs, in de arbeidsverhoudingen, in de rechtspraak, bij de politie en in de politiek.

De invalshoek is nieuw en onverwacht: gezag kost tijd. In een periode waarin de tijd zelf steeds schaarser wordt, zal het moeilijker worden om gezag te vestigen. Macht en leiding versnellen de zaken, gezag vertraagt die juist. Het centrale thema van gezag is bewegingsvrijheid. Hoe moet bewegingsvrijheid gereguleerd en gecoördineerd worden?

Hoe dient, zoals bijvoorbeeld nu tijdens de Corona-crisis, bewegingsvrijheid afgewogen te worden tegen het belang van zorg en gezondheid? Of tegen de noodzaak van opvoeding en onderwijs, de handhaving van recht en rechtspraak of de garantie van zekerheid en werk? Regulering van bewegingsvrijheid veronderstelt én vereist gezag. Maar de tijd hiervoor ontbreekt steeds vaker.

Het boek van Ton Korver is met vooruitziende blik geschreven. In de Covid-19 pandemie stelt ‘Geen Tijd’ nog nadrukkelijker de vraag ‘of zich – gelet op diverse globale ontwikkelingen op het vlak van mobiliteit en migratie, klimaat en milieu, en economie en financiën – een nieuwe publieke zaak aandient die de bedoelde ontwikkelingen mede vorm gaat geven’.

Ton Korver is socioloog en columnist.

Fragment uit 2. Klimmen, dalen en inleven - school, leraar en gezag
3 Succes en macht

Gezag is, gelet op de herkomst van het woord 'autoriteit' uit het Latijnse augere, synoniem met 'toenemen', met 'groeien'. Gezag beroept zich op een context (de traditie, de kosmologie, de religie), en verbindt de context met de ontwikkeling en de groei van gezag. Een constante in de genoemde contexten is het beroep op kennis, op exclusieve en esoterische kennis die slechts voor weinigen was bestemd en aan weinigen werd geopenbaard, op 'gevaarlijke' kennis, op kennis die de bezitter ervan in een uitverkoren positie plaatste, de positie van het gezag en de gezagsdrager. Tegenwoordig is dit soort geprivilegieerde kennis geseculariseerd en opgenomen in wat we 'professies' noemen, en die kennis is niet alleen geseculariseerd, en veranderd van 'geopenbaard' in 'openbaar', die kennis is tevens ondergeschikt gemaakt aan 'organisatie', aan bureaucratie en hiërarchie, die op hun beurt steeds verder in dienst van de 'markt' worden geduwd. De kennis is ingevoegd in de nieuwe context van gezag: het 'succes', het succes van zoveel diploma's in zoveel tijdseenheden, van zoveel overgangen van een lager naar een hoger onderwijstype, van onderwijs naar arbeidsmarkt, van school- naar arbeidsloopbanen. De crisis van het gezag is dat elke globale context anders dan die van het succes omstreden is en daardoor niet meer richtinggevend: de traditie is verdacht, de kosmologie verwijst naar een zwart gat dat alle gezag opslurpt, de religie zwalkt tussen privaat en collectief, de professie is onderworpen. De associatie van gezag en ontzag is doorbroken.

Het is, zoals Savater opmerkt, precies door het accent op groei dat gezag nauw verbonden is met leren, in het onderwijs vanzelfsprekend maar ook op, van en door het werk. Daar zit een probleem want de groei is eruit, het gezag taant. Indien er sprake is van tanden gezag dan houdt dat in dat het eenvoudiger wordt om nee te zeggen tegen dat gezag, nee te zeggen tegen de intentie van gezag dat leren tot opdracht heeft. Het is, per saldo, lastiger geworden om nee te zeggen tegen de macht van een loopbaan die school en werk onontkoombaar met elkaar verknoopt, tegen de succesformules die bepalen of je je kansen op een redelijke loopbaan in de waagschaal stelt, maar het wordt allerminst lastiger om nee te zeggen tegen het gezag van school en werk. Er is een vrije schoolkeuze, er is althans in naam vrije beroepskeuze maar dat zijn vrijheden die niet de vrijheid inhouden de school te mijden en een lange neus naar het beroep te maken. Het zijn restrictieve vrijheden: omdat iedereen van die vrijheden gebruik kan maken en de voorraad altijd beperkt is zien we dat scholen en beroepen kenmerken van 'positionele' goederen gaan vertonen: goederen waarvan het aanbod niet toeneemt als de vraag ernaar stijgt, goederen die hun waard een status voornamelijk ontlenen aan het feit dat anderen ze niet kunnen verwerven. (pagina 69-70)

Lees o.a. ook
Het verlangen naar gezag : over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast van Christien Bringreve (uit 2012)
De terugkeer van het gezag : waarom kinderen niets meer leren van Frank Furedi (uit 2011)
Autoriteit van Paul Verhaeghe (uit 2015)
Wat op het spel staat van Philipp Blom (uit 2017)
De schaduwelite van Ewald Engelen (uit 2014)
De fatale staat van Paul Frissen (uit 2013)
De ondernemende staat van Mariana Mazzucato (uit 2015)
Het einde van van de macht Moisés Naím (uit 2015)
Een geschiedenis van het onderwijs van Piet de Rooy (uit 2018)
De vrijheid van de grens van Paul Scheffer (uit 2016)

Terug naar Overzicht alle titels

William Nordhaus

Het klimaatcasino : risico, onzekerheid en de economie van een opwarmende aarde
De Geus 2020, 444 pagina's  - € 24,99

Oorspronkelijke titel: The climate casino : risk, uncertainty, and economics for a warming world (2013)

Wikipedia: William D. Nordhaus (1941)

Korte beschrijving
De Amerikaanse professor William Nordhaus, verbonden aan de Yale University, won in 2018 de Nobelprijs voor Economie. Zijn standaardwerk 'Het Klimaatcasino' dat hij in 2013 publiceerde, werd pas in 2020 in het Nederlands vertaald. Hij noemt klimaatverandering een economisch probleem en legt dat helder uit. Nordhaus behandelt in meer dan vierhonderd pagina's op overzichtelijke wijze het ontstaan en de effecten van klimaatverandering en wat er moet gebeuren om die af te remmen. De metafoor 'casino' verwijst naar de onbedoelde en gevaarlijke gevolgen van economische groei voor de Aarde en haar klimaat. Een recensent van The New York Times noemde het boek in 2013 een veelomvattende bron over de opwarming van de Aarde, gezien door het prisma van een briljante econoom. Nordhaus informeert de lezer gedegen en genuanceerd. Niet-ingewijden kunnen er een kluif aan hebben. Gelovers in een klimaatarmageddon of degenen die in de opwarming een linkse samenzwering zien, zullen zich door het boek, aldus Nordhaus, niet op andere gedachten laten brengen. Met enkele grafieken en tabellen, eindnoten en een index.

Tekst op website uitgever
Nordhaus schrijft over wetenschap, economie en politiek, en over de benodigde stappen om de opwarming van de aarde te stoppen. Hij begint bij ons persoonlijke energiegebruik en eindigt bij samenlevingen die belasting heffen, reguleringen instellen en subsidies verstrekken om de C02-uitstoot af te remmen. Deze nuchtere en en realistische kijk leverde Nordhaus de Nobelprijs voor Economie op.

Fragment uit 12. De totale schade door klimaatverandering
Wat moeten nu onze conclusies zijn aan het einde van dit overzicht van de effecten van de toekomstige klimaatverandering? Ten eerste moet worden benadrukt hoe moeilijk het is om de ernst van de effecten in te schatten. Ze vormen een combinatie van de onzekerheden van de uitstootprognoses en klimaatmodellen. Zelfs als we even afzien van de onzekerheden over toekomstige klimaatveranderingen, dan nog weten we nauwelijks hoe menselijke en andere levende systemen zullen reageren op deze veranderingen. De reacties van sociale systemen zijn deels ook zo moeilijk te voorspellen omdat ze zo complex zijn. Daarnaast beheerst de mens in toenemende mate zijn leefomgeving, zodat een kleine investering in een aanpassing het effect van de klimaatverandering op de menselijke samenleving misschien zou kunnen compenseren. Bovendien vinden klimaatveranderingen vrijwel zeker plaats in de context van technologieën en economische structuren die totaal anders zijn dan die van nu.

Toch moeten we zo goed en zo kwaad als het gaat iets proberen te zien door onze wazige telescoop. Een tweede conclusie heeft te maken met de geschatte economische effecten van de klimaatverandering op sectoren die we op betrouwbare wijze kunnen meten, zeker voor de landen die nu en in de toekomst een hoog inkomen zullen hebben. De schattingen die ik hier heb gegeven laten zien dat de economische effecten van de klimaatverandering relatief klein zullen zijn ten opzichte van de algemene veranderingen in de economisch activiteit in de komende vijftig tot honderd jaar. Het effect zoals dat uit onze schattingen naar voren komt, bedraagt tussen de 1 en 5 procent van de productie bij een opwarming van 3 graden Celsius. Dat moeten we dan zien in verhouding tot de verwachte verbeteringen van het bbp per hoofd van de bevolking van tussen de 500 en 1.000 procent gedurende diezelfde periode voor arme en middeninkomenslanden. Het inkomensverlies zou gelijk zijn aan ongeveer de groei van één jaar voor de meeste landen, verspreid over verschillende decennia. (pagina 172-173)

Klik hier voor meer titels over 'het' klimaatprobleem

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 22 mei 2021

Ece Temelkuran 2

Together : 10 choices for a better now
4th Estate, 199 pagina's € 17,50 

De Nederlandse vertaling is nog niet verschenen

Wikipedia: Ece Temelkuran (1973)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
In 2020 protest movements across the world revealed the inequalities sewn into the fabric of society. The wildfires that ravaged Australia and California made it clear we are in the middle of a climate catastrophe. The pandemic showed us all just how precarious our economies really are, and the conspiracy theories surrounding the US election proved the same of our democracies. Those in charge do not have the answers. In fact, those in charge, more often that not, are the problem.

So, what do we do? In Together: 10 Choices for a Better Now, award-winning political commentator Ece Temelkuran puts forward a compelling new narrative for our current moment, not for some idealised future but for right now, and asks us to make a choice. To choose determination over hope; to embrace fear rather the cold comfort of ignorance; to save our energy for an unwavering attention on those in power and the destructive systems they uphold, rather than wasting time spewing out anger and outrage online.

Above all, this book asks you to choose to have faith in the other human beings we share this planet with.

Fragment uit Choose to be together
Many think that there are an endless variety of problems and that each of them calls for different solutions. But living in the age of differences, and overstating those differences, keeps blurring the fact: by now enough of us have learned what choking is. Isn't it clear enough that we are all negotiating with the system for a single breath?
  I am looking for irrefutable words so that we can gather around them, and stand together during this negotiation with our times. The word democracy does not do the trick, and demanding human rights does not invigorate the masses as it used to do. Thus, I prefer to choose dignity
  We need words that are too close to the human heart to be alienatied in our hazardous communication sphere, words that cannot be torn apart by political polarisation. These words must be as indispensable as breathing, and they must mean the same thing in every language. They must be words that we can walk behind together, as naturally and effortlessly as when asking for our right to breathe. And if and when we are put down, we will know clearly that our right to breathe has been denied. Only then, when the confrontation becomes clear, can we move on to the big words that evoke blood and pain.
  Together, both as a word as the titel of this book, is a political proposal as well as a moral one. What I see in the world today is that the conventional political institutions are too damaged to offer a solution to the political challenges we are facing. Both national en international institutions have lost the last residue of their prestige, not to mention their already problematic moral high ground. Whatever we have witnessed as a positive political event in the recent decades has come from new political organisms, movements developing around the old ones or outside them. We all know that these political movements have not sufficed to cure the system. However, they all have changed our perception of the world and ourselves. They have created new moral and political triangulation points to help us sense a new direction in history. They have neither been as decisive as penicillin nor as invasive as surgery. They have rather operated like antibodies, helping us to at least survive the disease so far. What is true of all these political events is that they happened when we came together.
  Together, therefore, is the only word that might be dangerous that I am choosing to include as an ingredient in this new polotical and moral antibody. However, my choice is to no avail unless yours is the same. For it is, perhaps surprisingly, at moments when the word seems at its most dangerous, that coming together feels most inevitable. (pagina 190-191)


Lees ook: Verloren land : de zeven stappen van democratie naar dictatuur (uit 2019)

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 21 mei 2021

Marjolein Westerterp

Jan Terlouw: 'Mensen, het is lastig maar het kan ...'
ISVW 2020, 185 pagina's - € 17,50

Wikipedia: Jan Terlouw (1931)

Korte beschrijving
Marjolein Westerterp sprak voor deze uitgave veelvuldig met Jan Terlouw (geboren in 1931). Ze verwerkte de interviews tot een geschreven portret van de schrijver en voormalig politicus van D66. In vraag-antwoordvorm lopen Westerterp en Terlouw zijn leven door. Het gaat over zijn jeugd in de Tweede Wereldoorlog, de studententijd in Utrecht, de totstandkoming van zijn schrijverschap, het huwelijk met zijn Alexandra, de kinderen die ze kregen, zijn loopbaan in de wetenschap, de switch van de gemeenteraad van de Domstad naar het lidmaatschap van de Tweede Kamer en een ministerspost in de kabinetten Van Agt II en III. Ook behandelen ze thema's als religie, voltooid leven, leiderschap, en natuur en milieu. Deel drie in een serie waarin het gedachtegoed en levensverhaal van een bekende Nederlander wordt belicht. Pocketuitgave; normale druk.

Tekst op website uitgever
Jan Terlouw zet zich onvermoeibaar, met veel passie en optimisme, in voor de toekomst van de generaties na ons. Hij stelt voor om de natuur te zien als compagnon en niet als slaaf die je kunt uitbuiten. Om elkaar weer te vertrouwen en op te houden met het verwoesten van de aarde.

Zijn rijke loopbaan op het gebied van de wetenschap, politiek en schrijverschap leverde Terlouw nog meer inzichten op. Samen met Marjolein Westerterp filosofeert hij volop over thema’s als verandering, leiderschap, fantasie, liefde, optimisme en vrijheid.

Een rijk en opbeurend boek vol wijsheden die ertoe doen.

Marjolein Westerterp is met de pen grootgebracht en deze altijd trouw gebleven. Ze is een veelzijdig auteur, chroniqueur van het Koninklijk Huis, en hoofdredacteur van Oog voor Afrika.

Fragment uit IV. De politiek en het hart van de samenleving
EW: Je blijft vaak terugkeren naar je mening dat de overheid meer verantwoordelijkheid moete nemen, dat de overheid moet zorgen dat de burger die langetermijnvisie gaat zien en wellicht zal omarmen.
JT: 'We hebben een samenleving waarin vrijwel alles is gericht op de korte termijn. Politici denken aan de verkiezingen, die altijd dichtbij zijn. Ondernemers denken aan winst, om de aandeelhouders rustig te houden. Mensen, individuen, denken aan nu eten, veilig zijn, voortplanten, zoals ieder levend organisme in de natuur dat doet.

Nu begint meer en meer het besef door te dringen dat we de aarde, de natuur, overvraagd hebben. De maatregelen die we nemen, moeten rekening houden met het effect dat ze hebben op de langere termijn. het mooie is dat we dat kunnen. Want de schepping, of de evolutie, of wat dan ook, heeft ons, als enige levensvorm hersens gegeven die tot analytische denken in staat zijn. Dat is in deze fase van het menselijk bestaan ons overlevingsmechanisme. Zo denk ik erover.

Ik kan het ook zo zeggen: De markt neemt geen verantwoordelijkheid voor de lange termijn. De overheid heeft die verantwoordelijkheid wel en heeft ook de macht tot regelgeving.

Ik vind dat de privatiseringen in het algemeen helemaal niet goed uitvallen, dat ze doorgeslagen zijn, en ik volg daarin Klaas van Egmond van wie ik het interessante boek Een vorm van beschaving las. Hij is hoogleraar in de geowetenschappen, in het bijzonder milieukunde en duurzaamheid, aan de Universiteit Utrecht. Hij geeft in dat boek aan dat onze huidige beschaving wordt gekenmerkt door crisissituaties die zich op ecologisch, economisch en sociaal gebied voordoen, en welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen: fundamentalistische religies, totalitaire staten, materialisme, hedonisme en een even fundamentalistisch kapitalisme. Hij onderzoekt hoe er naar een nieuwe "kwaliteit van leven" kan worden gezocht om onze beschaving te veranderen. En geeft aan dat herhaling van de rampzalige geschiedenis alleen kan worden voorkomen door naar een min of meer gedeeld mens- en wereldbeeld te zoeken. Die nieuwe manier van leven zou passen binnen de draagkracht van de fysieke aarde, en tegelijkertijd onze beschaving weer menselijk en waardig maken. Hij zegt ook dat de overheid meer moet doen, maar dan moet je de overheid ook zo organiseren dat deze het kan doen, en dat ben ik zeer met hem eens. (pagina 54-55)

Lees ook: Natuurlijk (uit 2018)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 16 mei 2021

Wim Voermans

Het land moet bestuurd worden : Machiavalli in de polder
Prometheus 2021, 279 pagina's -  € 22,50

Wikipedia: Wim Voermans (1961)

Korte beschrijving
Hoe kan het dat in een land van minderheden, een land waar voortdurend wordt overlegd en gepolderd, toch daadkrachtig wordt bestuurd? Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans gaat in dit boek op zoek naar een antwoord op die vraag. Op een toegankelijke manier loodst hij de lezer door middel van een ‘verhalende wandeling’, zoals hij het zelf noemt, langs gebeurtenissen uit het verleden en langs recente ontwikkelingen. Wat voor bestuurstraditie kent Nederland? Wanneer is sprake van een effectief bestuur? Wat voor soort leiders zijn daarvoor nodig? In hoeverre is de persoonlijkheid van de leider daarbij van belang of zijn het veeleer de omstandigheden die bepalend zijn? Aan de hand van anekdotes, ideeën van grote denkers en daden van bestuurders uit heden en verleden beschrijft Voermans op een toegankelijke manier het Nederlandse stelsel. Met notenapparaat, bibliografie, personen- en zakenregister.

Tekst op website uitgever
In een versplinterd politiek landschap werden de afgelopen tien jaar de grootste systeemveranderingen van na de Tweede Wereldoorlog doorgevoerd. De arbeidsmarkt, de woningmarkt, de energiemarkt, het bankenstelsel, het pensioenstelsel, het zorgstelsel, om er maar een paar te noemen, gingen allemaal op de schop. Hoe kon dat met kabinetten die opereerden zonder een vaste meerderheid in het parlement? Was het de poldercultuur, die ons op papier onbestuurbare land bij elkaar en gaande houdt? Of was het de leiderskwaliteit van premier Rutte? Waren het de omstandigheden of misschien de nieuwe polderregenten?

In Het land moet bestuurd worden gaat Wim Voermans op zoek naar mogelijke verklaringen. Politieke en bestuurlijke, maar ook historische: zitten die fragmentatie en dat polderen in onze aard? Herhaalde de geschiedenis zich de afgelopen tien jaar gewoonweg, of verlegden de accenten zich wellicht permanent? Besturen werd in elk geval in korte tijd belangrijker en technischer dan ooit, en bestuurders werden professioneler. Ze overvleugelen inmiddels onze volksvertegenwoordigingen, en onttrekken zich steeds meer aan de greep van regels en van de instanties die hen moeten controleren, die tegenwicht en tegenmacht moeten bieden, zoals gebeurde in de toeslagenaffaire. Een tendens die nog verder werd versterkt door het coronavirus. Ontstaat er een nieuwe regentencultuur? Wat betekent dat voor onze democratie? Is die in gevaar en moeten we die weer opeisen?

Fragment uit 5. Paalrot in de pijlers
Besturen als doel op zich

Besturen is en blijft altijd mensenwerk. Maar in een cultuur die besturen toch vooral als een vak ziet en waarin burgers, wars van politieke haarkloverij, besturen liefst uitbesteden wordt de uitvoering snel een uitzichtloos bedrijf. Bestuurders worden daardoor min of meer ambtenaren en lopen het risico steeds meer op elkaar betrokken te raken en in een eigen parallelle werkelijkheid terecht te komen (bestuurlijke verblinding). Een wereld waarin besturen en bestuurders zichzelf sluipenderwijs als doel in zichzelf gaan zien en zich verschansen. Niet langer de realiteit waarin die bestuurders keuzes maken in opdracht van de kiezer, die het beste weet en het laatste woord heeft. Ook niet meer de wereld waarin het bestuur een beperkt, voorwaardelijk en tijdelijk mandaat heeft om te beslissen, maar een andere parallelle, eigen systeemwereld waarin bestuurders volgens een eigen bestuurlijke logica keuzes maken en vaak vooral met elkaar en hun eigen organisaties in de weer zijn. Wat Daalder al zag als het 'in het gedrag en in de gedachten van vele Nederlandse bestuurders aanwijsbare gevoelen dat gezag zichzelf legitimeert'. daarachter schuilen vaak geen kwade bedoelingen, maar er is eerder sprake van op zichzelf onschuldige processen waarbij bestuurders en ambtenaren, via internalisering van bureaupraktijken en processen van professionalisering, langzamerhand het contact met de werkelijke leefwereld kwijtraken en een andere werkelijkheidsbeleving krijgen. (pagina 201)


Terug naar Overzicht alle titels


Tinneke Beeckman

Machiavalli's lef : levensfilosofie van de vrije mens
Boom 2020, 285 pagina's -  € 24,90

Wikipedia: Tinneke Beeckman (1976)

Korte beschrijving
Tinneke Beeckman schreef met dit werk alweer haar derde filosofische verhandeling. Haar eerste boek ging over Spinoza ('Door Spinoza's lens',  2012)*, haar tweede over de Verlichting ('Macht en onmacht', 2015)** en dit boek gaat over Machiavelli. Machiavelli (1469-1527) was en is een belangrijk denker, die de politieke theorie en praktijk analyseerde en vond dat vrijheid het doel van al het politieke handelen moet zijn. De Belgische filosofe Tinneke Beeckman analyseert de denkbeelden van Machiavelli en toont in dit boek aan hoe belangrijk en relevant diens denkbeelden zijn voor het hedendaagse politieke toneel. Volgens Machiavelli ligt het conflict altijd ten grondslag aan politiek. In de voortdurende strijd tussen elite en massa proberen beide zoveel mogelijk vrijheid te veroveren. Dit conflict moet niet verdoezeld worden, maar als dit conflict op een goede manier wordt aangegaan, zal uit deze strijd een betere samenleving geboren worden. Beeckman weet op heldere wijze de ingewikkelde ideeën van Machiavelli voor de lezer te verduidelijken.

Tekst op website uitgever
Waarom zou je Machiavelli (1469-1527) lezen – de term ‘machiavellisme’ staat toch voor manipulatie, bedrog en machtshonger? Dat dacht Tinneke Beeckman ook. Maar dankzij Spinoza ontdekte ze een andere Machiavelli: een geniale politieke denker uit de renaissance en passionele liefhebber van vrijheid.

Machiavelli is bij uitstek een denker voor een wereld in crisis. En zijn denken getuigt van een aanstekelijk lef om ideeën te lanceren én om te handelen. Beeckman bespreekt Machiavelli’s originele inzichten: politiek draait om conflict, noodzaak en tegenslag brengen het beste in jezelf naar boven en politieke deugdzaamheid verschilt van de klassieke moraal. Machiavelli hield leiders en burgers een spiegel voor: wat betekenen macht, gezag en burgerschap? En wanneer leef je echt in vrijheid? Beeckman bespreekt deze vragen en inzichten nauwgezet en betrekt ze op de actualiteit.

In dit uitdagende boek voert Beeckman de lezer niet alleen naar het hart van Machiavelli’s denken, ze laat ook zien dat Machiavelli’s werken een rijke schatkamer zijn vol wijze, scherpe en helder geformuleerde inzichten die van groot belang zijn voor burgers van nu.

Fragment uit 8. Waarom een spiegel nodig is
Wie heeft nog autoriteit?

Een bekwame, succesvolle vorst slaagt erin burgers te inspireren en aan zich te binden. Alleen dan heeft zijn project kans van slagen. Volgens de Florentijn probeert een verstandig politicus passie mee te nemen in zijn project. Tegen passie kan je nooit langdurig en met succes ingaan. Machiavelli zoekt met zijn analyse een nieuwe normativiteit: slagen leiders erin hun positie en de staat te laten bestaan (mantenere lo stato)? Kunnen zij een politieke gemeenschap creëren waarin burgers de pluraliteit (de verdeeldheid tussen volk en elite) aanvaarden? Kunnen zij iedereen naar een gemeenschappelijk belang doen kijken?

Machiavelli beantwoordt een belangrijke vraag van de moderniteit: waarop berust autoriteit? In elk geval niet op permanente onderdrukking en overheersing. Burgers moeten uiteindelijk instemmen - niemand kan tégen het volk in regeren. Machiavelli's schijnbaar meedogenloze bespreking van emoties en strevingen in het politieke theater hangt samen met een gevoel van urgentie. Concreet levert hij advies over wat een nieuwe heerser moet doen, zoals Lorenzo de' Medici, om overtuigend macht te verwerven, en over een verenigd Italië te regeren. Dit is wat Machiavelli in het laatste hoofdstuk van Il principe vraagt: hij doet een 'oproep om voorop te gaan in de verdediging van Italië, en het van barbaarse overheersing te bevrijden'(IP, XXVI). Voor deze taal kan een prins zich niet meer op de bestaande, traditionele regels beroepen, want die leveren gene politieke stabiliteit meer. 

In de oudheid heeft de legitieme politieke autoriteit een metafysische grond: de wereld wordt bezield door een kosmische orde, een goddelijke wet. Die natuurlijke, hiërarchische orde is in de samenleving terug te vinden. Volgens Aristoteles zijn de regeringsvormen bijvoorbeeld afgeleid uit familiale structuren. In de Ethica Nicomachea vergelijkt hij de politieke relaties met familierelaties; de man heerst over de vrouw zoals de aristocratische klasse van nature ene superieure positie bekleedt; de relatie tussen ouders en kinderen lijkt op die tussen een monarch en zijn onderdanen; en de relatie tussen kinderen (de broers) onderling is een timocratie (aangezien de broers gelijk zijn). (pagina 157-158)


Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 11 mei 2021

Marjan Minnesma & Jan Terlouw

Bezorgde brieven : over de wereld van onze kinderen
Balans 2021, 174 pagina's  - € 17,50

Wikipedia: Marjan Minnesma (1966) en Jan Terlouw (191) 

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Twee bondgenoten, twee stemmen die oproepen in actie te komen om de wereld van onze kinderen leefbaar te houden.

In dit brievenboek delen Marjan Minnesma en Jan Terlouw hun zorgen over de steeds snellere klimaatverandering, over de bedreigingen van de natuur en de mensheid. Maar het zijn geen doemberichten die ze elkaar sturen.

Met veel kennis van zaken komen ze met mogelijke en haalbare oplossingen, zoals alternatieven die milieuvervuiling kunnen tegengaan, zoals nieuwe energiebronnen, in elk geval een andere aanpak van de problemen dan tot nu toe.

Bezorgde brieven is de aanstekelijke, inventieve en uitdagende briefwisseling tussen twee gedreven mensen die het opnemen voor hun kinderen en kleinkinderen en willen laten zien hoe dat een leefbaar klimaat allesbepalend is voor hun toekomst

Fragment uit de brief van zaterdag 27 februari 2021 (Jan Terlouw)
Steeds meer mensen komen met prachtige initiatieven, zoals je in je laatste brief weer liet zien. Ook daar valt wat optimisme aan te ontlenen.

Onlangs hoorde ik de filosoof Roman Krznaric zich in VPRO Tegenlicht afvragen: 'Hoe word ik een goede voorouder?' De Wereldgezondheidsorganisatie meldt dat het wereldwijde zelfmoordcijfer in de afgelopen 45 jaar met 60 procent is gestegen. In het Verenigd Koninkrijk werd in 2018 een minister van Eenzaamheid aangesteld om de negen miljoen inwoners tegemoet te komen die zich vaak of altijd eenzaam voelen, aldus een overheidsrapport uit 2017. In Japan schieten bedrijfjes met namen als 'Gezinswarmte' als paddenstoelen uit de grond. Ze verhuren acteurs die doen alsof ze een goede vriend, vriendin, familielid of liefdespartner zijn. Seks maakt geen deel uit van de overeenkomst; klanten betalen uitsluitend voor aandacht. Een moeder kan een zoon inhuren die bij haar op bezoek komt wanneer ze zich van haar eigen zoon vervreemd voelt. Een vrijgezel kan een vrouw inhuren die hem vraagt hoe zijn dag was als hij thuiskomt van zijn werk.

Techniek baas of knecht? Zullen we straks de voorouders willen zijn die niet alleen de natuur hebben verwoest, maar ook het samenleven? De technologie stoomt over ons heen met een tomeloze vaart, de ontwikkelingen gaan sneller en sneller. Als ik over tien jaar nog leef, word ik verzorgd door robots. Een robot zet thee voor me me stofzuigt. Als ik een hoestbui krijg, zegt hij bemoedigende woorden. Krijg ik een hartinfarct, dan belt hij 112 en dan komt er een ambulance zonder chauffeur.

Neemt de technologie ons leven over? Eenzaamheid ligt op de loer. Deze laatste zinnen heb ik overgeschreven uit het boek Mensen, het is lastig, maar het kan ... dat de Internationale School voor Wijsbegeerte onlangs heeft uitgegeven; een lang interview dat ik had met Marjolein Westerterp. Ik moest eraan denken toen het kabinet afgelopen dinsdag met versoepelde maatregelen kwam in verband met de coronacrisis en daarmee erkende dat er daarmee een risico wordt genomen met de gezondheid van met name ouderen. Het risico van gezondheidsklachten door eenzaamheid gaat opwegen tegen het risico van corona.

Wanneer gaan we begrijpen dat het risico van het verheerlijken van economische groei, van overdadige veeteelt, van onbeperkt over de globe vliegen, van overbevissing en vervuilen van oceanen, van insecten verdelgen, van vogels verjagen, kortom van onze manier van leven, ons straks tot slechte voorouders maakt?

Ik heb mijn stempas ontvangen. Op naar de verkiezingen. Ik zal je niet vragen op welke partij je gaat stemmen, maar ik heb wel een vermoeden in welke hoek het zal zitten.

Illegale knuffel uit de verte,

Jan (pagina 165-167)

Lees ook: Natuurlijk van Jan Terlouw uit 2018.

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 3 mei 2021

Hans de Geus

Hoe ik huisjesmelker werd : over woonarmoede en ongelijkheid
Wereldbibliotheek 2021, 288 pagina's  -  € 20,--

Biografie Hans de Geus (19?)

Korte beschrijving
De rode draad in dit boek is de verbinding tussen woonarmoede en ongelijkheid. De auteur stelt dat een tweekastenmaatschappij dreigt te ontstaan. De rijken worden rijker, zij hebben vastgoed en daartegenover staan degenen (meestal jongeren die geen bemiddelde ouders hebben) die geen woning kunnen kopen of een hoge huur moeten betalen. De hoofdoorzaak hiervan is gelegen in de ideologie die sinds de jaren 1980 het beleid bepaalt: deregulering, het afschaffen van regels en het verder aan de vrije markt overlaten. De ideologie van het neoliberalisme. Het probleem van de daardoor ontstane ongelijkheid wordt van veel kanten – in samenhang – belicht: het erfrecht, de liberalisering van de hypotheken, de beleggingen via de grote pensioenpotten en door internationale personen en bedrijven, de lage rente, de macht van de banken, de bouwlobby, de hoge prijs van de grond, de verslechterde positie van de werknemers (loonmatiging, flexibilisering). De steeds verder gaande ongelijkheid, zo stelt de auteur, zal met zich brengen dat we er allemaal op achteruit zullen gaan. Als een van de oplossingen ziet hij een verlaging van de grondprijs voor iedereen. Het boek is bedoeld als waarschuwing: we moeten er wat aan doen voor het te laat is. Voor beleidsmakers en een geïnteresseerd publiek.

Tekst op website uitgever
Hans de Geus kon geen hypotheek krijgen voor de bovenwoning die hij in Amsterdam wilde kopen. Hij kreeg wel een lening voor de aankoop van een paar appartementen die hij wilde verhuren op de vrije markt. Dat zette hem aan het denken over de oorzaken en gevolgen van de woningnood in Nederland.

Wonen is een grondrecht, maar wonen is onbetaalbaar geworden. De torenhoge huizenprijzen maken het starters en jongeren onmogelijk een huis te kopen. Tenzij ze een beroep kunnen doen op ouders die bemiddeld genoeg zijn om een gift of lening te verstrekken, en hun kinderen straks de dure afbetaalde woning en steeds vaker ook hun beleggingswoningen kunnen nalaten. De pechvogels zijn aangewezen op hoge vrijesectorhuren die een steeds groter deel van het toch al zo onzekere inkomen opslokken. Ze lijden aan woonarmoede en met zijn allen lijden we aan ongelijkheid met alle gevaren voor de samenleving van dien. En dat allemaal omdat in de jaren ’80 de marktwerking zonder regulering in de mode raakte en de gehele Nederlandse economie op haar kop zette.

Aan de hand van zijn eigen ervaringen bespreekt Hans de Geus in Hoe ik een huisjesmelker werd de woningmarkt. Hij analyseert op heldere wijze waar het mis is gegaan en wat de economische en maatschappelijke gevolgen zijn.

Fragment uit


Artikel: Net op tijd aan de goede kant van de woonkloof (De Volkskrant, zaterdag 1 mei 2021)

Klik hier voor meer boeken over de balans tussen Nemen en Geven

Terug naar Overzicht alle titels


zaterdag 1 mei 2021

Marjan Slob 2

Hersenbeest : filosoferen over het brein en de menselijke geest : essay
Lemniscaat 2016, 211 pagina's -  € 17,95

Website Marjan Slob (1964)

Korte beschrijving
De auteur is filosofe, columniste en recensente voor de Volkskrant. In het boek (zij noemt het zelf een essay) fulmineert ze tegen de stelling van de neurowetenschappers 'Wij zijn ons brein'. Om dit te onderbouwen gebruikt de auteur informatie vanuit vakgebieden als antropologie, psychologie en filosofie. Ook worden regelmatig romans (fictie) in het betoog opgenomen. Voor een deel van dit essay heeft zij wetenschappers geïnterviewd, maar ook veel gebruikgemaakt van literatuur. In het laatste hoofdstuk 'Hersenbeest' breekt zij een lans voor de geesteswetenschappen, die, anders dan in de jaren vijftig, nu ondergeschikt zouden zijn geworden aan de natuurwetenschappen. In de epiloog 'Elementen van een menstheorie' worden aan de hand van 23 punten de beweringen nog eens op een rijtje gezet. Aan het einde van het essay worden de bronnen per hoofdstuk opgesomd. Het boek is bedoeld voor een breed publiek.

Tekst op website uitgever
Uit het boek Hersenbeest: ‘Ik heb grote moeite met luidruchtige hersenwetenschappers die in de publieksmedia met “wetenschappelijke onthullingen” komen over hoe mensen “echt” in elkaar zouden zitten. Ik hoor hen namelijk niet over de sturende kracht van het vocabulaire dat onderzoekers kiezen om de werkelijkheid te benaderen. Hoe kun je als mens een instrumentarium ontwikkelen waarmee je jezelf bestudeert, en desondanks objectiviteit claimen?’

Marjan Slob laat in haar essay Hersenbeest zien wat er mooi en opwindend is aan hersenwetenschap. Ze belicht ook waar die wetenschap stuit op de grenzen van haar kunnen. Naast de beperkingen van de hersenwetenschap plaatst ze de effectiviteit van de geesteswetenschap. Ze pleit voor wijze wetenschap, een kruisbestuiving tussen disciplines. Een eenzijdig natuurwetenschappelijke manier van denken kan en zál leiden tot een technocratische samenleving waarin statistische normaliteit de toon zet en ‘meten’ wordt verward met ‘objectiviteit’.

In dit speelse en verkennende essay gebruikt Slob zowel fictie als non-fictie om te komen tot antwoorden op grote vragen als: wat is een mens, wat kan je over jezelf weten (en hoe), wat is bewustzijn, waarin schuilt je vrijheid?

Fragment uit 7. Vreemd aan dit leven
Soms word ik 's nachts wakker met een gevoel van diepe vreemdheid. Hier lig ik dan. Ik heb armen en benen, een romp, een hoofd. Ik ben vertrouwd met dit lichaam, en toch komt het me ook volkomen toevallig voor. Waarom een hand? Waarom heeft die hand deze vorm - vingers en gewrichtjes en pezen en huid, een duim? Ik voel mijn blaas en denk: zo regel ik mijn waterhuishouding. Het had ook allemaal anders kunnen zijn. Maar zo is het. Deze vorm heeft het leven genomen, en dit leven ben ik. Echt wel vreemd.

Het zijn geen gewaarwordingen waar ik het vaak over heb, of waar ik anderen vaak over hoor. Toch denk ik dat ik niet de enige ben die soms bevangen raakt door de willekeur van haar vorm. Dichteres Marjoleine de Vos noemt het 'een gevoel waar iedereen waarschijnlijk wel eens aan lijdt, het gevoel de bewoner te zijn van het eigen lichaam, erin opgesloten te zijn, het ermee te moeten doen maar er niet volledig mee samen te vallen.'

Die afstand die je als mens kan voelen tot je eigen lichaam en je eigen persoon, die vervreemding, is in de filosofie en de literatuur op meerdere plaatsen geboekstaafd. Gelukkig maar, want daardoor hoef ik me geen freak te voelen. Ik ben kennelijk niet de enige die op 'deze provinciale ster' (Wislawa Szymborska) met dergelijke gedachten ronddoolt. Zulke ervaringen en gewaarwordingen vallen binnen het menselijk bereik.

En daar, precies op dat punt, ontstaat voor mij een andere verwondering. Hoe kan het dat mensen zich soms zo vreemd voelen in ons eigen lichaam. (pagina 78-79)

Lees ook: De lege hemel : over eenzaamheid (2020)


Terug naar Overzicht alle titels


Kathalijne Buitenweg

Datamacht en tegenkracht : hoe we de macht over onze gegevens kunnen terugkrijgen
De Bezige bij 2021, 208 pagina's €20,99

Wikipedia: Kathalijne Buitenweg (1970)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Van Facebook tot de Belastingdienst, van Magister tot werkgevers: bedrijven en overheden willen steeds meer van ons weten. Door het koppelen van data worden we geanalyseerd en raken we gevangen in profielen. Gemeenten voorspellen wie een potentieel fraudeur is, of wie grote kans heeft slachtoffer te worden van huiselijk geweld. Een groeiende groep werknemers wordt aangestuurd via algoritmen. En ons venster op de wereld wordt bepaald door bedrijven die weten wat we willen zien, horen en lezen.

Digitalisering heeft ons leven makkelijker gemaakt, maar ook nieuwe vormen van beïnvloeding en machtsuitoefening gecreëerd. Wat betekent dit voor onze zeggenschap? En wat doet het met de samenleving als we gereduceerd worden tot onze data? In Datamacht en tegenkracht roept Kathalijne Buitenweg alle burgers, werknemers en internetgebruikers op om tegenmacht te organiseren, en zo de macht over onze data te heroveren.

Fragment uit

Item in Nieuwsweekend: Datamacht en tegenkracht (zaterdag 1 mei 2021)

Klik hier voor meer boeken over 'het internet' 

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 25 april 2021

Michiel Korthals 2

Eetbare natuur : de essentie van landbouw en voeding
Noordboek 2021, 143 pagina's -   € 14,90

Wikipedia: Michiel Korthals (1949)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
De Nederlandse landbouw- en voedingssector verkeert in zwaar water. Van alles is teveel: landbouwhuisdieren, chemie, vervuiling, uitputting en grootspraak (‘Nederland voedt de wereld!’). Er is ook te weinig: variatie van landschap, natuur en smaak. De auteur geeft scherp inzicht in deze problemen en laat zien dat samenwerken met de aarde, de bodem, de dieren, het landschap, radicale veranderingen nodig maakt.

Landbouw en voeding staan niet voor marginale activiteiten, waar je je beter niet mee kunt bemoeien, maar voor levensvraagstukken. Korthals toont overtuigend aan dat samenwerken van mensen met natuur essentieel is. Soms schuurt het, soms moet je omwegen bewandelen, maar het loont altijd met levenskwaliteit.

Fragment uit

Lees ook: Goed eten : filosofie van voeding en landbouw van Michiel Korthals (uit 2018)


Klik hier voor meer titels over ons voedselsysteem.

Terug naar Overzicht alle titels




zaterdag 24 april 2021

Maja Göpel


Onze wereld nieuw denken

Pluim 2021, 187 pagina's € 21,99

Oorspronkelijke titel: Unsere Welt neu denken: Eine Einladung (2020)

Wikipedia: Maja Göpel (1976)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
De wereld staat op een kantelpunt. We zijn nog nooit zo welvarend geweest, maar er is crisis waar we ook kijken. Het is tijd om onze waarden en principes te herzien, nieuwe doelen te stellen en een manier van leven te vinden die ook voor de planeet houdbaar is. Maja Göpel nodigt je uit om de wereld opnieuw te bezien. In zeven stappen toont ze de grootste uitdagingen van deze generatie: overbevolking, uitputting van natuurlijke hulpbronnen, ongebreideld consumentisme, technologische ontwikkelingen die alleen maar tot meer productie leiden en het ontstaan van ‘oligopolisten’ zoals Amazon. Met sterke voorbeelden laat ze zien hoe we slimmer kunnen omgaan met natuurlijke bronnen en menselijke arbeidskracht en hoe we de huidige omstandigheden kunnen omzetten naar een houdbare situatie. Haar uitgangspunten: blijf vriendelijk en geduldig, zoek medestanders en laat je niet ontmoedigen.

Fragment uit Consumptie
Zoals we in het hoofdstuk over natuur hebben gezien, is de schade die aan het milieu wordt toegebracht bij het vervaardigen van een product in geen enkele economische balans opgenomen. Dat wat wij voor een product betalen weerspiegelt dus niet wat het in werkelijkheid kost. Dat is in principe een boekhoudkundige kwestie en wordt ook altijd weer als zodanig aangemerkt als er kritiek is op het bnp. Toch blijft deze rekenmethode een geëigende manier om de prijs van producten kunstmatig te verlagen. Je schuift de lasten, die door de productie of consumptie van iets ontstaan, af op anderen die zich niet kunnen verweren, simpelweg omdat ze geen stem of macht hebben.

Neem bijvoorbeeld een retourtje Frankfurt-New York. Afhankelijk van het seizoen is dat al voor minder dan driehonderd euro verkrijgbaar. In die prijs is, naast allerlei andere kosten, uiteraard ook die van kerosine opgenomen. Wat het kost om het koolstofdioxide die bij die vlucht vrijkomt weer uit de atmosfeer te krijgen, is niet bij de prijs inbegrepen. De vliegtuigmaatschappij brengt die kosten niet in rekening, evenmin als het bedrijf dat die kerosine aanlevert. Evenals de passagiers gaan zij ervan uit dat de aarde de drieënhalve ton koolstofdioxide die op die vlucht per passagier wordt uitgestoten, ook nog wel zal opnemen.

'Externe kosten' is eigenlijk een idioot begrip. Extern van wat eigenlijk?

Kennelijk extern van datgene waar wij ons verantwoordelijk voor voelen. We hebben het milieu weliswaar als vuilnisbelt gebruikt en op allerlei manieren onze broeikasgassen erin opgeslagen, maar de verantwoordelijkheid om ze ook weer te verwijderen leggen we naast ons neer. De prijs wordt betaald door de eilandstaten, die steeds sneller wegzinken. Of door arme mensen die zich aanpassing aan de klimaatverandering niet kunnen veroorloven: die niet in staat zijn hun akkers en huizen na stormen te herstellen en zich ook geen verhuizing kunnen veroorloven naar streken waar geen overstromingen plaatsvinden. Ook onze kinderen en kleinkinderen treffen we ermee. Zij zullen moeten leven in de wereld zoals wij die achterlaten.

Die weigering om verantwoordelijkheid te nemen wordt externalisatie genoemd. (pagina 105-106)


Recensie: Groei is de fatale logica van onze samenleving (NRC, vrijdag 23 april 2021)

Lees hier voor meer titels: Economie - boeken én e-books voor onze post-corona-times (mei 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 19 april 2021

Over eten

Over eten : het voedselsysteem in woelige tijden
Uitgeverij Van Gennep 2020, 108 pagina's  - € 9,99

Met bijdragen van o.a. Michael Pollan en Annia Ciezadlo; onder redactie van Janno Lanjouw

Korte beschrijving
In 2050 zijn er 10 miljard mensen op aarde die allemaal gevoed moeten worden. Daarnaast is er de ambitie van de Verenigde Naties om in 2030 de honger de wereld uit te hebben. Om maar een beetje in de buurt te komen van het waarmaken van deze ambitie zal er veel moeten veranderen aan ons voedselsysteem. Daarbij komt dat ook de pandemie van 2020 en daarna de nodige gevolgen had en heeft voor de voedselproducerende en verkopende sector. Onder de redactie van Janno Lanjouw, een journalist die zich al jaren verdiept in de toekomst van ons voedsel, werden de essays en briefwisselingen van een aantal journalisten en denkers gebundeld. We lezen over hoogtechnologische voedselproductie dicht bij huis, over de boeren en over de wereldmarkt. Het is de bedoeling dat we gaan nadenken over de zegeningen van de korte voedselketen en de bekende Michael Pollan schrijft over de zieke Amerikaanse voedselketen. De lezer wordt geprikkeld om zelf na te denken over oplossingen en mogelijkheden. Een klein maar heel belangrijk boekje dat vlot wegleest. Wie meer wil lezen treft een literatuurlijst aan. Ook maken we nader kennis met de auteurs. ‘Over eten’ verdient veel aandacht omdat het om ons aller toekomst gaat..

Tekst op website uitgever
De nieuwe Flevo Campus essaybundel is uit!
Over eten. Het voedselsysteem in woelige tijden is het eerste boek waarin de balans wordt opgemaakt van ons voedselsysteem in tijden van corona.

In 2050 zijn er tien miljard mensen op de wereld – misschien iets meer, misschien iets minder – en ondanks dat de 21ste eeuw alweer twintig jaar oud is, is het nog altijd niet duidelijk hoe al die mensen duurzaam, gezond en genoeg te eten gaan krijgen. Ondertussen krijgt het huidige systeem het flink te verduren: terwijl het nog bijkomt van de maatregelen tegen corona die begin 2020 werden ingesteld, demonstreert een steeds grimmiger contingent agrariërs tegen een overheid die met bokkensprongen probeert te voldoen aan de Europese regels voor stikstofuitstoot.

Annia Ciezadlo, Michael Pollan, Janno Lanjouw, Martine Kamsma, Joris Lohman, Hidde Boersma en Marcel aan de Brugh schreven mee aan de bundel.

Fragment uit De zieke Amerikaanse voedselketen - Michael Pollan
'Pas wanneer het eb wordt', merkte Warren Buffett ooit op, 'zie je wie er al die tijd naaktzwom.' In onze samenleving staat de Covid-19-pandemie voor een laagtij van historische proporties, een die de zwakte en ongelijkheid onthult die in normale tijden onopgemerkt blijven. Nergens is dat zo duidelijk als in het Amerikaanse voedselsysteem. Een paar flinke opdoffers hebben de zwakke schakels in de voedselketen blootgelegd, zodat Amerikaanse supermarkten nu soms dezelfde aanblik bieden als ooit die van het voormalig Oostblok. Juist datgene wat die supermarkten altijd zo rijkelijk van voedsel voorzag - de veelgeprezen efficiëntie en het idee dat 'veel voor weinig' is ineens niet zo geweldig meer, om niet te zeggen fout. Maar de problemen die het coronavirus met zich meebrengt beperken zich niet tot onze voedselproductie en -distributie. Ze liggen letterlijk op ons bord, want het voedingspatroon dat het gevolg is van de industriële voedselketen houdt rechtstreeks verband met chronische ziekten die ons bevattelijk maken voor het virus.
  Achter de tegenstelling tussen beelden van boeren die hun oogst vernietigen en melk lozen aan de ene kant en lege schappen en hongerige Amerikanen die uren in de rij staan voor de voedselbank aan de andere, gaat een verhaal schuil over dolgedraaide economische efficiëntie. De VS kent in feite twee afzonderlijke voedselketens, die ongeveer de helft van de markt bedienen. In de ene, de retailketen, leveren boeren aan supermarkten, in de andere leveren andere boeren aan institutionele afnemers, zoals restaurants, scholen en bedrijfskantines. Nu de economie grotendeels platligt, doordat de Amerikanen thuisblijven, is die tweede keten min of meer ingestort. Maar door de manier waarop de industrie zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld, is bijna onmogelijk om voedsel dat gewoonlijk in bulkhoeveelheden aan instituties wordt verkocht de retailketen in te krijgen, hoewel die erom staat te springen. Amerikaanse boerderijen produceren nog altijd ruim voldoende voedsel, maar het is niet zo eenvoudig om het daar te krijgen waar het nodig is.
  Hoe is het zover gekomen? (pagina 13-14)

Klik hier voor meer titels over 'ons voedsel' 

Terug naar Overzicht alle titels


zondag 18 april 2021

Caroline de Gruyter

Beter wordt het niet : een reis door de Europese Unie en het Habsburgse rijk
De Geus 2021, 243 pagina's  - € 22, 50

Wikipedia: Caroline de Gruyter (1963)

Korte beschrijving
Columniste en correspondente Caroline de Gruyter onderzoekt op journalistieke wijze parallellen tussen het verloren gegane Habsburgse Rijk en de Europese Unie. Bevat de ontmanteling van het Habsburgse Rijk na de Eerste Wereldoorlog aanwijzingen voor de Europese Unie? Ze kan putten uit een breed arsenaal aan persoonlijke ervaringen en indrukken. Ze stelt vast dat het voorzichtige aftastende bestuur van de Habsburgers in staat is geweest een meer nationaliteiten omvattend rijk lang bijeen te houden. Groot verschil met de Europese Unie was wel dat in het Habsburgse Rijk staat en natie samenvielen. Dat is in de Europese Unie wel heel anders. Het Habsburgse Rijk was, in haar woorden, een 'soft bestuur', niet gericht op territoriale uitbreiding door oorlog. De intentie was voornamelijk verdediging van het bestaande. De keizers (koningen voor het Hongaarse deel) rommelden zich een beetje door de tijd en de problemen heen. Het was vaak halfslachtig wat ze aan oplossingen presenteerden. Uitstel en vertraging waren gebruikelijke tactieken. Maar misschien was dat nog niet zo verkeerd. Een les voor de Europese Unie? De auteur doet persoonlijk en met veel inzicht verslag van haar ervaringen in de EU en legt een vlot verband met het Habsburgse Rijk. Het boek bevat een aantal zwart-witfoto's.

Tekst op website uitgever
Europeanen klagen graag dat de Europese Unie zo verdeeld is, zo traag en zo zwak. Maar geloof het of niet, het Habsburgse Rijk was net zo. Tijdrekken, conflicten vermijden, permanent hervormen en lelijke compromissen sluiten waren hoekstenen van het Habsburgse bestuur. Met fortwursteln, doormodderen, gaven de keizers vele volkeren, talen en culturen een dak boven het hoofd – en dat maar liefst zeshonderd jaar lang. Daar kan de EU, die al even multinationaal is, nog iets van leren. Kan het zijn dat de grootste Europese zwaktes tegelijkertijd een kracht zijn? En dat Europa per definitie alles half doet, en nooit af is?

Fragment uit hoofdstuk 9
Is de Europese Unie een imperium? Lange tijd was dat een absurde vraag. Een imperium, dat was iets negatiefs. Imperia doen aan landjepik. Ze lijven anderen in, tegen hun zin, en houden onderdanen onder de duim. 'Imperium' associeerden wij met machtsvertoon en wapengekletter. Met doorgeslagen kapitalisme, uitbuiting en geopolitiek schaakspelletjes.
  Maar dit verandert. Ineens zeggen mensen: misschien is de Europese Unie toch een soort imperium. Ze bedoelen dat niet negatief, eerder als een neutrale constatering. Dit is een fascinerende ontwikkeling. Het betekent namelijk dat wij anders over onszelf en Europa gaan denken.
  Hoe komt dat? Vooral door externe factoren. Door de desintegratie van het westerse bondgenootschap. Door brexit. Doordat we niet meer door louter vriendelijke en welwillende landen worden omringd, maar door een 'ring van vuur'. 
  Europa moet steeds meer zijn eigen bonen doppen in de wereld. Zonder machtige beschermheren. In een steeds vijandiger omgeving.
  De consequentie van al deze parallelle ontwikkelingen is dat Europa voor het eerst sinds tijden aan machtspolitiek moet doen. Er zit weinig anders op. Vroeger deden de Amerikanen het voor ons. Tijdens de Koude Oorlog, onder Amerikaanse paraplu, hadden we daardoor de luxe dat we op onszelf konden focussen. In die geopolitieke luwte bouwden we onze verzorgingsstaten en ontwikkelden we onze multilaterale, softe wereldbeeld gestoeld op principes - democratie, rechtsstaat, mensenrechten. 'Macht' was, na de excessen van twee wereldoorlogen, een vies woord geworden in Europa.
  Daardoor zagen maar weinig mensen in Europa dat de EU langzaamaan wél machtig werd. We waren, vanwege dat machtstrauma, gefixeerd op de EU als vredesproject of als 'methode' om elkaar niet in de haren te vliegen. We waren altijd bang dat het weer uit de hand zou lopen. We zagen elke crisis als 'existentiële crisis' - eurocrisis, bankencrisis, vluchtelingencrisis. Hoe vaak is de EU afgelopen jaren wel niet doodverklaard? (pagina 176-177)

Terug naar Overzicht alle titels