maandag 30 augustus 2021

Jeremy DeSilva

Eerste stappen : hoe rechtop lopen ons mens maakte
HarperCollins 2021, 366 pagina's € 22,50 

Oorspronkelijke titel: First steps (2021)

Biografie Jeremy DeSilva (19?)

Korte beschrijving
Stap-voor-stap (sic!) wordt gekeken hoe de huidige mens zich tot tweebenige soort ontwikkeld heeft in de lange geologische historie. We stammen niet direct af van de mensapen (chimpansee, gorilla), maar gezamenlijk van een daarvóór levende voorouder van miljoenen jaren geleden. Eerst wordt vooral gekeken naar de ontwikkeling en de veranderingen in de vorm en functie van de voetbeentjes. Met de gevolgen die dat heeft voor het skelet als geheel (bijvoorbeeld de armen en de wervelkolom en het bekken (met consequenties bij bevallingen). De primitieve mens die zich over de Aarde verspreidt. Een interessante trektocht met namen van de diverse vertegenwoordigers. Hoe met het vinden van nieuwe fossielen de theorieën steeds aangepast worden. In het deel 'Levensloop' komen onder andere fysieke en fysiologische  en sociale aspecten aan de orde. Zoals stoffen die bij spierbeweging vrijkomen en inwerken op de hersenen. De positieve effecten van wandelen. Slijtage aan bijvoorbeeld de gewrichten en wervels, de invloed van schoeisel, en groepsgedrag. Een meestal goed leesbaar geheel, voorzien van een katern illustraties, vijftig (!) bladzijden noten en een register..

Tekst op website uitgever
Nieuwe ontdekkingen die ons begrip van de menselijke evolutie herschrijven

Mensen zijn de enige zoogdieren die op twee benen lopen in plaats van op vier poten. Maar hoe en waarom hebben we precies onze eerste stappen gezet? En tegen welke prijs? Tweevoetigheid heeft vele nadelen ten opzichte van viervoetigheid: bevallen is moeilijker en gevaarlijker, onze loopsnelheid is veel langzamer en we lijden aan verschillende aandoeningen, van hernia's tot hartproblemen.

In Eerste stappen onderzoekt paleoantropoloog Jeremy DeSilva hoe ongebruikelijk en buitengewoon dit schijnbaar gewone vermogen is.

Hij maakt een reis van zeven miljoen jaar naar de oorsprong van de menselijke afstamming en laat zien hoe rechtop lopen een toegangspoort was tot veel van de andere eigenschappen die ons menselijk maken.

Fragment uit Conclusie - De empathische mensaap
Rechtop lopen is nauw verbonden met onze evolutie als sociale soort. Het bewijsmateriaal lijkt aan te geven dat onze tweevoetige voorouders niet alleen hielpen bij de bevalling, maar ook voor elkaars kinderen zorgden wanneer de moeders foerageerden. Ze vormden gemeenschappen waarin de jongen veilig konden opgroeien terwijl hun hersenen groeiden en ze de groepsmanieren leerden. Ze waren te traag om te kunnen vluchten en te klein om aanvallen af te slaan en moesten dus wel voor elkaar zorgen als ze wilden overleven.
Tegenwoordig beschouwen we dit oeroude fundament van vertrouwen, generositeit en samenwerking als een gegeven en vertrouwen we erop dat er altijd iemand in de buurt is om op te letten wanneer onze kinderen onbevreesd hun eerste stappen zetten. Onbewust stemmen we onze passen af op de mensen om ons heen, en dat doen we al millennia.
Tweevoetigheid is tegelijk geëvolueerd met empathie en was de aanzet voor de ontwikkeling van technologie Tezamen met intelligentie heeft dit uiteindelijk geresulteerd in de moderne geneeskunde, ziekenhuizen, rolstoelen en protheses. Doordat de evolutie een tweevoetige, sociale, empathische mensaap heeft voortgebracht, is het voor de bijna 3 miljoen gehandicapte Amerikanen mogelijk om een menswaardig leven te leiden zonder ooit een stap te zetten.
Primatoloog Frans de Waal schreef dat empathie is begonnen met 'lichamelijke synchronisatie'. Doordat we meevoelden met de mensen om ons heen, stonden we er vanzelf bij stil hoe het moest zijn om in andermans schoenen te staan. (pagina 294-295)

Terug naar Overzicht alle titels

Meyrem Almaci & Petra De Sutter

De goede kant op? : kansen na corona 
Uitgeverij Vrijdag 2020, 160 pagina's € 16,-- 

Wikipedia: Meyrem Almaci (1976) en Petra De Sutter (1963)

Korte beschrijving
Het corona-virus heeft niet alleen een enorme impact voor patiënten en hun familie. Het verlamt de hele samenleving en economie. Velen zien het virus als een signaal dat een mentale en maatschappelijke verandering noodzakelijk is. Deze uitgave is een manifest van twee politici van de Vlaamse partij Groen, van wie de een in het Europees Parlement zit. Zij signaleren de noodzaak tot een structurele verandering in bestuur, zorg, economie en onderwijs, gericht op meer eerlijkheid en meer duurzaamheid. De uitwerking van de kansen die zij zien, richten zij nadrukkelijk op de Belgische situatie, weliswaar als onderdeel van een mondiaal systeem. De onomwonden politieke kleur doet afbreuk aan de feitelijke onderbouwing van ideeën en plannen. De eigen achterban zal zich ongetwijfeld herkennen in de geschetste ambities, maar het mist een argumentatie gericht op haalbaarheid die andersdenkenden daadwerkelijk kan overtuigen. In kleine paragraafjes worden moeilijke levenskeuzes van de schrijvers gepresenteerd als voorbeelden voor maatschappelijke verandering.

Tekst op website uitgever
Mensen rouwden om geliefden, verloren hun job. Covid-19 was genadeloos. Toch zijn Meyrem Almaci en Petra De Sutter ervan overtuigd dat op de puinhoop van deze gezondheidscrisis een nieuwe samenleving kan ontstaan. De verandering is al bezig, bij de burgers. Iedereen spant zich in en toont zich solidair. Beide Groen-politica’s reiken nu ideeën aan om op verder te bouwen. Geen verre toekomstdroom, maar binnen handbereik: kansen na corona. 

Petra De Sutter (1963) is arts-gynaecoloog en hoogleraar aan de Universiteit Gent en zetelt voor Groen in het Europees Parlement. Meyrem Almaci (1976) is voorzitter van Groen.

Fragment uit 4. Naar een echte relance - over economie en klimaat
Welvaart als kompas

Wat houdt onze samenleving recht? Menselijk kapitaal. De mantelzorger, het vrijwilligerswerk, de dag 'verlof' inzetten om met kinderen naar een speeltuin te kunnen gaan, de goede zorgen van de babysit, halftijds voor je hulpbehoevende moeder te zorgen ...

Toch heeft dit alles vandaag geen enkele economische waarde en wordt het niet meegerekend in het BBP van ons land, de totale waarde van het aantal goederen en diensten die we allemaal op een jaar produceren.

Waarom telt de mens daarin zo weinig mee? Niet alleen is het BBP nietszeggend. Ook geeft het vaak een vertekend beeld. Het is goed mogelijk dat het welzijn stijgt, zonder dat het BBP toeneemt. In sommige gevallen gaat een stijging van het BBP zelfs gepaard met een afname van welzijn. Dat is gek. Aan groei om de groei hebben we niets. Economie is er voor de mens, niet omgekeerd.

Er is een nieuw kompas nodig. Een 'welvaart-kompas' rekent met indicatoren die tonen dat de economie bijdraagt tot wat echt telt: sociale grondrechten, ontplooiingskansen en de bescherming van de natuur. Bedrijfsmodellen zoals korte ketens en coöperatieve vormen van ondernemen worden er naar waarde geschat. Sociale en milieu-implicaties worden mee in rekening genomen.

Dat nieuwe welvaart-kompas verkleint ook risico's. Als alles in het teken staat van pure economische groei zijn er weinig buffers, geen reserves, geen mogelijkheden om te downsizen zonder zich te pletter te rijden. Het gevolg is gekend: dan moet de regering bijspringen met ad-hocmaatregelen.

Er zijn gelukkig al heel wat indicatoren, die ons kunnen helpen. Christian Felber, Oostenrijks professor, pleit voor het in overeenstemming brengen van de economie met het algemeen belang. Felber gaat voor een 'Gemeen Goed Product' in plaats van een BBP. Er zijn de SDG's, de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, waaraan heel wat steden en gemeenten al deelnemen. Er is de index 'beter Leven' van de OESO. Er is het Bruto Nationaal Geluk dat door Bhutan wordt gebruikt. Elk van die voorstellen maakt ruimte voor kwaliteit en welzijn, in plaats van alleen oog te hebben voor materiële kwantiteit. En dat moet de kern zijn. (pagina 93-95)

Lees ook: Economie die gelukkig maakt (2020)

Terug naar Overzicht alle titels


Adriaan van Dis

Klifi : woede in de republiek Nederland
Atlas Contact 2021, 208 pagina's  € 21,99

Wikipedia: Adriaan van Dis (1946)

Korte beschrijving
In het Nederland van rond 2030, een republiek onder leiding van een populistische president die de media controleert, heeft als gevolg van de klimaatverandering een orkaan huisgehouden. Slachtoffers zijn er in een laaggelegen woonoord van vluchtelingen en verschoppelingen. Overlevenden worden ondergebracht in de woning van de 84-jarige ex-bibliothecaris Jákob Hemmelbahn, in 1956 met zijn ouders gevlucht uit Hongarije. De regering ontkent de gevolgen en als gevolg daarvan groeit bij Jákob de woede. Hij verzamelt de verhalen van slachtoffers en schrijft een pamflet (‘Klifi’, Klimaat Fictie), maar ziet zich genoodzaakt tot zelfcensuur om kans op publicatie te maken. De gevolgen daarvan ziet de lezer in de tekst. De door een grote letter en ruime interlinie tot romanlengte opgedikte grillige vertelling toont de zorg van de populaire auteur (1946), die ook in eerder werk maatschappelijke betrokkenheid toonde. Hier haalt hij veel overhoop in kort bestek, waarbij vooral de bijfiguren niet echt tot leven komen. Een actueel boek, maar te luchtig voor een dystopie en niet komisch genoeg voor een satire.

Tekst op website uitgever
In ‘KliFi’ van Adriaan van Dis zijn De Oranjes verjaagd, de republiek Nederland likt haar wonden na een orkaan en het volk schikt zich in een president die ontkennen tot kunst heeft verheven. Jákob Hemmelbahn, zoon van Hongaarse vluchtelingen, verbaast zich over de gelatenheid van zijn medeburgers. Geheel tegen zijn aard verzet hij zich en geeft hij een stem aan de slachtoffers van een lokale overstroming. ‘KliFi’ is een bitter vrolijke vertelling over uit de pas lopen, over onze neiging tot aanpassen en veinzen, en over lastige vriendschappen.

Fragment - Terug naar de boeken
Het college van dr. Horvàth was goed voor negen kaartjes aantekeningen. het duizelde Jákob, hij verlangde naar zijn eigen hoekje, zijn ouwe leesstoel, maar zijn zitkamer was een ziekenzaal geworden; het noodhospitaal was overvol. Er lagen vier vrouwen die in hun tot huis verbouwde container door het water waren verrast en voortgestuwd, ze hadden van alles en nog wat gebroken; het was een wonder dat ze nog leefden. Ook zij weigerden hun namen op te geven: 'Wij zijn vluchtelingen.' Hun accent klonk ze Hollands als wat.

Zonder met zijn wandelstok te stampen sloop hij langs de bedden naar zijn bibliotheek. Boeken maakten hem rustig, hij begreep ze beter dan mensen. Ze waren tekortgekomen - zijn boeken, hij had ze te weinig gekoesterd, hun kaften niet beklopt, de bladzijden geen lucht gegeven. Jákob sloeg index na index op, zocht naar: extinctie, ecocide, global warming, carbon dioxide ... Stonden er niet in.

Wat had hij nog aan zijn verzameling/ Zijn huis rook naar matras, lysol en laarzen, zijn erf naar modder en dood. Geen kennis over water spoelde dat schoon. Hoeveel pakketten hadden hij en Agnes niet laten komen? Vol verwachting scheurden ze elke zending open. (Soms zaten er touwtje som, die ze voor de spreeuwen bewaarden.) Ze prezen zich gelukkig met een eerste druk, zochten naar een ex libris of handtekening van een vorige eigenaar, staken vaantjes bij interessante aantekeningen in de marge - dat was de lol van tweedehandsboeken: lezers laten sporen na. Ze vergeleken catalogusprijzen, noteerden commentaren van de veilingmeester: slightly worn, water stains. Hoe meer achtergrond, hoe rijker hun bezit. Hun verzameling maakte hen tot aandeelhouders van een bijna uitgestorven genootschap. (pagina 114-115)

Terug naar Overzicht alle titels

Stefano Mancuso 2

Reizend groen : de wonderbaarlijke migratie van planten
Cossee 2019, 160 pagina's € 22,99 

Oorspronkelijke titel: L'incredbile viaggio delle piante (2018)

Wikipedia: Stefano Mancuso (1965)

Korte beschrijving
De Italiaanse hoogleraar Stefano Mancuso, specialist op het terrein van plantkunde en – plantgedrag, weet wat populariseren van wetenschap is. In zijn boek over de migratie van planten pakt hij de aandacht van de geïnteresseerde lezer door extremen te accentueren en ze van menselijke begrippen te voorzien (“vluchtelingen”, “dappere zeehelden”). Mancuso vindt dat we weinig weten van planten en dat wat we weten fout is. Hij lardeert zijn beweringen over plantmigratie met aansprekende verhalen over individuele soorten. Bloeiende pioniers op een nieuw vulkanisch eiland, weelderige plantengroei bij radioactief Tsjernobyl, een oude eenzame boom in een woestijn en prehistorische zaden uit de permafrostbodem: de schrijver haalt zijn bewijsvoering over de bewegelijkheid van planten uit alle hoeken en gaten van onze aarde. De stijl is niet overal vloeiend, er zijn slordigheden aan het redactionele oog ontsnapt en sommige zinnen zijn (erg) lang. Voor een breed publiek. Met aquarellen en hoofdstuknoten..

Tekst op website uitgever
Ze houden zich niet aan grenzen van botanische tuinen of parken, ze laten zich niet tegenhouden door muren of oceanen en ze blijven altijd op zoek naar nieuwe territoria. Heel veel planten waarvan wij nu menen dat ze tot onze inheemse flora en bij ons landschap behoren, zijn oorspronkelijk afkomstig uit verre oorden.

In Reizend groen beschrijft botanica-pionier Stefano Mancuso de migratie van planten. Hij vertelt over zaden die zeereizen van duizenden kilometers overleven, van soorten die het beleg van Massada hebben meegemaakt of na duizenden jaren in de permafrost te hebben gesluimerd nog steeds kiemkracht hebben. Een verassende reis door de tijd, waarbij steeds de nadruk ligt op de natuurlijke drang tot overleven expansie.


Fragment uit 02 Vluchtelingen en veroveraars

De lange weg die de tomaat heeft moeten afleggen is nog niets vergeleken met het lot van basilicum, dat andere symbool van culinair Italië. Basilicum (Ocimum basilicum) is vanzelfsprekend ook een buitenlander. Hij is afkomstig uit de binnenlanden van India en is samen met Alexander de Grote naar Europa gekomen. Ook voor hem was de weg naar acceptatie niet makkelijk. Vergeleken met basilicum is de tomaat nog met open armen ontvangen. Want sinds basilicum rond 350 v.Chr. zijn entree maakte in Europa heeft het nog tot de achttiende eeuw moeten duren voordat we het op ons bord zagen. Meer dan tweeduizend jaar lang heeft onze geurende buitenlander een bedenkelijke reputatie gehad: van Plinius de Oudere die basilicum in zijn Naturalis Historia verantwoordelijk hield voor gemoedstoestanden van lusteloosheid en waanzin, tot Nicholas Culpeper, Brits medicus en botanicus uit de eerste helft van de zeventiende eeuw ie het plantje zonder omhaal puur gif noemde.

Maar genoeg nu over planten die als voedsel worden gebruikt of voor andere doeleinden zijn geïntroduceerd. Voor die planten wegen utiliteits- en economische analyses altijd zwaarder dan natuurwetenschappelijke overwegingen. Waar het mij om gaat is dat we ons realiseren dat heel veel planten - de gekweekte soorten zoals tomaat en basilicum daargelaten - die wij beschouwen als een natuurlijk onderdeel van onze inheemse flora, dat in feite helemaal niet waren, maar afkomstig zijn uit vaak verre streken.

Waarom willen we dan toch altijd weer zo graag blijven spreken van invasieve planten, terwijl we eigenlijk bedoelen: alle planten die er met groot succes in slagen nieuwe territoria te bezetten? Welbeschouwd zijn de invasieve planten van nu ene fundamenteel onderdeel van onze ecosystemen. Ik wil hier graag heel duidelijk over zijn: de soorten die wij nu invasief noemen zijn de inheemse planten van morgen. Als deze regel altijd wordt onthouden, zouden veel stommiteiten die bedacht worden om de expansie van invasieve planten in te perken, voorkomen kunnen worden. (pagina 40-41)

Lees ook: Plantenrevolutie : hoe planten onze toekomst bepalen (uit 2018) en De universele rechten van de plant (uit 2020)

Lees o.a. ook: De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (uit 2017) en Vuurduin : aantekeningen bij een wereld die verdwijnt (2021) van Eva Meijer én Rechtsgelijkheid voor de natuur: waarom niet-menselijk leven rechten verdient van Erik Kaptein (uit 2021).

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 16 augustus 2021

Herman Tjeenk Willink 2

Kan de overheid crises aan? : waarom het belangrijk is om groter te denken en kleiner te doen
Prometheus 2021, 184 pagina's € 17,50

Verschijnt najaar 2021

Wikipedia: Herman Tjeenk Willink (1942)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
De wijze waarop de overheid functioneert, heeft de afgelopen decennia de democratische rechtsorde uitgehold. Dat was de boodschap in Groter denken, kleiner doen van Herman Tjeenk Willink. Het boek werd twee jaar geleden onthaald als een urgente visie op de problemen van de democratische rechtsorde. Het was een oproep om ongemakkelijke feiten onder ogen te zien en positie te kiezen; om het debat aan te gaan en zelf grenzen te trekken. De gevolgen van de coronacrisis maken de boodschap nog urgenter. Zij leggen een vergrootglas op samenleving en overheid. Zwakke plekken worden scherper zichtbaar. Tegelijkertijd moet de overheid aan nieuwe eisen voldoen. Het coronavirus moet worden bestreden. De economie moet overeind worden gehouden. De sociale gevolgen moeten worden opgevangen. En toch stelt niemand de vraag of de overheid wel aan die eisen kan voldoen, en onder welke voorwaarden dan. Daarover gaat deze volledig herziene en uitgebreide versie van Groter denken, kleiner doen. Voor de noodzakelijke veranderingen moet anders naar de overheid worden gekeken en over de overheid worden gedacht. Dat is belangrijk op een moment waarop een nieuw kabinet aantreedt.

Over Groter denken, kleiner doen
‘Tjeenk Willink hoopt op een revolutie, maar die kan ook klein beginnen. Wel staat het voor hem vast dat het moet komen vanuit de samenleving: van actiegroepen van rechters en huisartsen en burgerinitiatieven waarbij mensen zelf dingen opzetten en regelen.’ NIEUWSUUR

‘Herman Tjeenk Willink heeft tijdens zijn lange, indrukwekkende politieke en bestuurlijke carrière steeds aandacht gevraagd voor de kwaliteit van de democratische rechtsorde. Wat zijn boek zo indrukwekkend maakt, is hoe knap, treffend en indringend hij dat thema aan de orde stelt.’ JURYRAPPORT PRINSJESBOEKENPRIJS 2019

Fragment uit

Lees ook: Groter denken, kleiner doen (uit 2018)

Terug naar Overzicht alle titels


Paul Verhaeghe 7 & Sarah Vankersschaever

Wat brengt u hier? : Sarah Vankersschaever in gesprek met Paul Verhaeghe
De Bezige bij 2021, 304 pagina's  € 24,99 

Verschijnt najaar 2021

Wikipedia: Paul Verhaeghe (1955)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Een wereld in evenwicht. Daar pleit Paul Verhaeghe al voor sinds Liefde in tijden van eenzaamheid. Zijn boeken belichten de grote thema’s van onze tijd: Identiteit, Autoriteit, Intimiteit. Daarin reflecteert hij op onze zoektocht naar het goede leven – en de obstakels daarbij. Na veertig jaar neemt Paul Verhaeghe eind 2021 afscheid van de universiteit. In dit boek blikt hij terug en vooruit. Hoe zag hij onze intieme relaties veranderen? Wat valt er nog te vinden voor de zoekende mens? En hoe doe je dat eigenlijk, kritisch en toch hoopvol nadenken over de samenleving waarin je thuis bent? ‘Het moeilijkste aan vragen stellen,’ weet Paul Verhaeghe, ‘is dat je antwoorden krijgt.’ Maar het beste daaraan is dat die weer naar nieuwe vragen leiden. Journaliste Sarah Vankersschaever stelt ze – en vraagt door.

Fragment uit

Lees ook:   Liefde in tijden van eenzaamheid : over drift en verlangen (2009), Het einde van de psychotherapie  (2011) Identiteit (2012), Autoriteit (2015) en Intimiteit (2018) en Houd afstand, raak me aan (2020)

Terug naar Overzicht alle titels

Maarten van Rossem 2

De 21e eeuw die in de jaren zeventig begon
Nieuw Amsterdam 2021, 128 pagina's € 20,--

Verschijnt najaar 2021

Wikipedia: Maarten van Rossem (1943)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Wat zijn de meest kardinale gebeurtenissen van de eerste twee decennia van de 21e eeuw? Ongetwijfeld de opkomst van China en de dominantie van het neoliberale discours, dat de kredietcrisis ten gevolge had. Het is evident dat de oorzaken van deze gebeurtenissen in de decennia voor het begin van de nieuwe eeuw gezocht moeten worden. Zo wordt de blik van de historicus onvermijdelijk naar de op het eerste gezicht nogal verwarrende jaren zeventig getrokken. Toen sneuvelde de brede naoorlogse consensus, triomfeerden de neoliberale inzichten en begon het hervormingsproces in China. En laten we niet vergeten dat het rapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome in 1972 een begin maakte met de steeds urgenter wordende discussie over de negatieve effecten van de industrialisering.

‘Zijn kritische geest en panoramische belezenheid maken hem een betrouwbare gids in lastige kwesties. Dat heeft hij van geen vreemde, want in dit boek vertelt hij op zijn eigen, onnavolgbare wijze over de oorlogservaringen van zijn eigenzinnige grootvader Arnold.’ Willem Melching, historicus en auteur van o.a. Hitler en Waarom Duitsland?

Lees ook: Kapitalisme zonder remmen : opkomst en ondergang van het marktfundamentalisme (uit 2011).

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels


Paolo Giordano 2

Wat ik niet wil vergeten
De Bezige bij 2021, 144 pagina's € 16,99

Verschijnt najaar 2021

Wikipedia: Paolo Giordano (1982)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Tijdens de lange coronaperiode deed de Italiaanse schrijver Paolo Giordano wat schrijvers nu eenmaal doen: hij observeerde de situatie en probeerde een wereld te begrijpen die ineens vreemd en bedreigend was. Maar hij reageerde ook als academicus: hij probeerde de oorzaken en gevolgen te duiden, te luisteren naar de deskundigen en zijn eigen gedachten te ordenen. Zo vormde zich een uniek coronadagboek over een jaar van grote verandering en een reflectie op een unieke, onvergelijkbare periode in ons bestaan.

Giordano brengt niet alleen een verhelderende terugblik op deze ingrijpende tijd, maar in Wat ik niet wil vergeten gaat hij op zoek naar een nieuwe balans tussen rede, emotie en verwachtingen. Want we zullen, wanneer de storm eindelijk is gaan liggen, op zoek moeten naar een nieuwe, toekomstbestendige manier van leven.

Fragment uit

Lees ook: In tijden van besmetting (uit 2020)

Terug naar Overzicht alle titels



Marieke van den Brink, Olivier Hekster & Gert Jan van der Wilt

Een gezonde samenleving: wetenschappelijke perspectieven in tijden van crisis
Prometheus 2021, 336 pagina's € 20,--

Verschijnt najaar 2021

Biografie Marieke van den Brink (19?)  & Olivier Hekster (19?) en Gert Jan van der Wilt (19?)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Gezond leven is iets wat ons steeds meer bezighoudt. Maar bestaat er ook zoiets als gezond samenleven? Wat zou dat dan zijn, een gezondere samenleving? En hoe blijven individuen daarin gezond? Het afgelopen jaar lijken die vragen urgenter geworden dan ooit. De coronacrisis heeft de discussie over gezondheid, en wat we daarvoor overhebben, op scherp gesteld. In Een gezonde samenleving kijken wetenschappers vanuit heel verschillende perspectieven naar de manier waarop mensen in Nederland gezonder proberen te leven en werken, wat de impact daarvan op de zorg is, en welke rol verhalen en verschillende culturele perspectieven hebben in wat we een gezonde samenleving en een gezond individu noemen. De kracht van Een gezonde samenleving is bovendien gelegen in de diversiteit ervan. En dat is tegelijk een rode draad in de verschillende hoofdstukken: een gezonde samenleving is een samenleving die diversiteit niet alleen weet te accepteren, maar vooral ook belangrijk vindt en mogelijk maakt.

Marieke van den Brink is hoogleraar aan de Radboud Universiteit in gender en diversiteit.
Olivier Hekster is hoogleraar aan de Radboud Universiteit oude geschiedenis.
Gert jan van der Wilt is hoogleraar Health Technology Assessment aan het Radboudumc.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Rob Wentholt & Floris Cohen

Experiment mensheid
Prometheus 2021, 368 pagina's € 30,--

Verschijnt najaar 2021

Wikipedia: Floris Cohen (1946) en Rob Wentholt (1924-2010)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Experiment mensheid gaat over u, over mij, over ons allemaal. Het gaat over het raadsel dat we zo vaak voor onszelf zijn. Het gaat over hoe we ons gedragen, individueel maar ook in groepsverband. Het gaat over hoe wij vanbinnen in elkaar zitten en hoe dat op ons handelen uitwerkt. Het gaat over onze complexiteit, onze morele dilemma’s, onze tegenstrijdigheden, onze grootsheid en onze misère. Het gaat over wat we nodig hebben om gelukkig te worden, maar ook over het kwaad in ons, over zingeving, over wat er nodig is voor oplossingsgericht denken. Het gaat over de menselijke soort als uniek evolutionair experiment. Een experiment zonder aanwijsbare experimentator. Een experiment met een diersoort — de onze — die het voor haar specialisatie hebben moet van haar ongespecialiseerdheid: ons uniek sterk ontwikkelde vermogen tot leren van onze ervaringen. Een experiment dat op een fenomenaal succes is uitgelopen, maar wel een succes waar we ook aan te gronde kunnen gaan. De hier geboden analyse van onze diepste drijfveren mondt uit in een slotsom over wat we kunnen doen om het als mensheid nog te redden.

Rob Wentholt (1924-2010) was hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. De gedachtegang in dit boek — vrucht van ruim een halve eeuw diep nadenken — is van hem afkomstig. Hij was een messcherp analyticus, een uitstekend mensenkenner en een wijs mens.

Floris Cohen (1946) publiceerde onder meer De herschepping van de wereld en Het knagende weten. In diezelfde toegankelijke stijl herschreef en voltooide hij nu de publieksversie van Wentholts postume meesterwerk.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels


Vaclav Smil 2


Zo zit de wereld in elkaar : wat de wetenschap ons leert over het verleden, het heden en de toekomst
Nieuw Amsterdam 2021, 448 pagina's -  - € 29,99

Verschijnt najaar 2021

Oorspronkelijke titel: Grand Transitions: How the Modern World Was Made (2021)

Wikipedia: Vaclav Smil (1943)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Door de gevolgen van klimaatverandering wordt er harder dan ooit geroepen om snelle veranderingen in onze levenswijzen en productiemethoden. Maar hoe realistisch zijn de claims dat zulke veranderingen haalbaar zijn? Vaclav Smil verdiept zich in zeven fundamentele onderwerpen die ons voortbestaan en onze welvaart bepalen. Zijn mantra: voordat je problemen effectief kunt aanpakken, moet je eerst de feiten kennen. Van energie en voedselproductie tot en met globalisering en risicomanagement: Zo zit de wereld in elkaar biedt de broodnodige realitycheck.

Op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten beantwoordt Smil de meest cruciale vraag van onze tijd: zijn we onherroepelijk gedoemd of ligt er een mooiere toekomst in het verschiet?

Wie door Smils kwantitatieve lens naar de wereld kijkt, komt tot nieuwe inzichten waardoor de blik op ons verleden, heden en onze toekomst blijvend verandert.

Fragment uit

Lees ook: Cijfers liegen niet : 71 dingen die je over de wereld moet weten (uit 2021).

Terug naar Overzicht alle titels

Richard Dawkins 2

De betoverende werkelijkheid : Waar komen we vandaan? en andere spannende vragen over de wereld om ons heen
Nieuw Amsterdam 2021, 272 pagina's - € 17,50

Verschijnt najaar 2021

Oorspronkelijke titel: The magic of reality : how we know what's really true (2011)

Verscheen eerder onder de titel: De betoverende werkelijkheid : hoe we weten wat we zeker weten (in 2011)

Wikipedia: Richard Dawkins (1941)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
De zon die uit een emoe-ei zou zijn gekomen en een niezende reus die aardbevingen veroorzaakt zou hebben? Door de eeuwen heen hebben mensen fantastische verhalen bedacht om allerlei verschijnselen te verklaren. In deze wetenschappelijke ontdekkingstocht laat de wereldberoemde evolutiebioloog Richard Dawkins zien hoe het echt zit met de regenboog, de eerste mens, tsunami’s, vallende sterren, dag en nacht, zomer en winter, buitenaards leven en nog heel veel meer.

De wetenschappelijke werkelijkheid blijkt ontzagwekkend mooi en betoverend, en oneindig magischer te zijn dan de oeroude mythen. Met de tekeningen van de bekende Harry Potter-illustrator Dave McKean vormt De betoverende werkelijkheid een fantastische lofzang op het leven van ons, de dieren en planten, en alles om ons heen.

‘Niemand anders schrijft zo aanstekelijk enthousiast over wetenschap.’ NRC Handelsblad

‘De door Dawkins gestelde vragen zijn misschien eenvoudig, maar het beantwoorden daarvan vereist kunst en vakmanschap.’ Trouw

Fragment uit

Lees ook: Een regenboog ontrafelen : over wetenschap, waanideeën en wonderen (uit 1999)

Terug naar Overzicht alle titels


Patrick Radden Keefe

Het pijnstillerimperium : de geheime familiegeschiedenis achter de opiatencrisis
Nieuw Amsterdam 2021, 592 pagina's € 34,99

Verschijnt najaar 2021

Oorspronkelijke titel: Empire of Pain: The Secret History of the Sackler Dynasty (2021)

Wikipedia: Patrick Radden Keefe (1976)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
De naam Sackler prijkt groots op de muren van het Louvre, het Metropolitan Museum of Art, Oxford en Harvard University. De familie staat bekend om de omvangrijke donaties aan kunst en wetenschap. De bron van het familiefortuin was jarenlang onbekend, totdat uitkwam dat de Sacklers miljarden verdienden aan het produceren en op de markt brengen van de pijnstiller OxyContine. Dit verslavende medicijn was de aanjager van de wereldwijde opiatencrisis die honderdduizenden mensen fataal werd.

In dit literaire meesterwerk onthult Patrick Radden Keefe de schokkende waarheid die schuilgaat achter een van de rijkste en meest gesloten families ter wereld. Het pijnstillerimperium is het verhaal van de opkomst en de val van een Amerikaanse dynastie, en een aanklacht tegen de hebzucht van de superrijken in de eenentwintigste eeuw.

‘Dit boek zal je bloed doen koken […] Een vernietigend portret van een familie die door hebzucht gedreven wordt en die weigert ook maar een greintje verantwoordelijkheid te nemen voor wat zij teweeg heeft gebracht.’ John Carreyrou, auteur van Bad Blood, in The New York Times

Fragment uit

Lees ook: De zaak Organon : geneesmiddelen in de greep van bedrijvenpoker van Jack Burgers en Johan heilbron (uit 2018).

Terug naar Overzicht alle titels

vrijdag 30 juli 2021

Melanie Challenger

Het dier in ons : een nieuwe geschiedenis van de mens
Ten Have 2021, 302 pagina's € 22,99

Oorspronkelijke titel: How to be animal : a new history of what it means to be human. (2021)

Website Melanie Challenger (19)

Korte beschrijving
Filosofische beschouwing over de eeuwen heen over hoe goed wij mensen ons zelf kennen. 'De mens leeft al eeuwen alsof wij geen dieren zijn.' We voelen ons superieur, niet alleen boven andere dieren, maar ook boven andere mensen, die we soms ontmenselijken – denk aan slaven, onderdrukking van vrouwen. We hebben gezamenlijke voorouders, komen voort uit dezelfde bacteriële cellen, zijn sterrenstof. Wij hebben bewustzijn, een geest, maar er is nog steeds niet bekend hoe dat ontstaat en werkt. We ontkennen dat we dierlijk zijn, maar geboorte en dood zijn een bewijs van onze dierlijke realiteit. We zijn liever bezig met de eeuwigheid, de kolonisatie van Mars, in plaats van de milieuproblemen op aarde aan te pakken. Soorten en individuen hechten aan elkaar bij wederzijds voordeel, echter zijn al sinds onze landbouwende voorouders de voordelen voor ons. Muziek lijkt menselijk, maar onze reactie daarop duidt op emoties, dierlijk dus. Ooit waren we de gift van de wereld, sinds de genetica zijn we een speciaal geval in de natuur. Een vernieuwende visie van een Britse literatuurwetenschapper, onderzoeker en dichter, waar je wel even voor moet gaan zitten. Met zwart-witfoto's en bibliografie.

Tekst op website uitgever
De mens is het meest nieuwsgierige, emotionele, inventieve, agressieve en verbazingwekkende dier op aarde. Maar we zijn ook een dier dat continu ontkent een dier te zijn. Hoe goed kennen we onszelf eigenlijk?

In 'Het dier in ons' biedt Melanie Challenger een ambitieuze nieuwe visie op de mens door filosofie, geschiedenis en actuele debatten met elkaar te verbinden. Ze laat zien hoe de menselijke psychologie gekenmerkt wordt door een eeuwenlange, voortdurende strijd met het dierlijke in onszelf. De vraag naar wat de mens is wordt steeds actueler door nieuwe wetenschappelijke technieken die ons blijvend veranderen. Challenger houdt ons een spiegel voor, waardoor we nooit meer op dezelfde manier naar de mens kunnen kijken.

'De verhalen die Challenger vertelt zijn interessant en dikwijls komt ze met goede argumenten.' - Trouw

'Challengers boek is het resultaat van tien jaar onderzoek en het lezen van haar boek is als een caleidoscopische storm. Ze verweeft filosofie, interviews, persoonlijke anekdotes en geschiedenis met elkaar. Het dier in ons weet te boeien en te prikkelen.' - De Groene Amsterdammer

Fragment uit


Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 28 juli 2021

Peter Bos

Verbonden : de biologie van menselijke relaties
Thomas Rap 2020, 317 pagina's € 22,99

Universiteit Leiden: Peter Bos (1983)

Korte beschrijving
Afhankelijkheid van anderen is een fundamenteel menselijke eigenschap, zorgzaamheid is onze natuur. Dit is de boodschap die Peter Bos ons in dit boek wil meegeven. De auteur werkt als universitair hoofddocent neuro-endocrinologie. Dat klinkt saaier dan het is. Hij houdt zich bezig met hormonen en andere stofjes in ons lichaam die ons gedrag in relatie tot anderen bepalen. Hoe beïnvloeden stofjes als oxytocine (“knuffelhormoon”), dopamine en testosteron ons gedrag? Zijn de verschillen tussen man en vrouw bij de zorg voor kinderen wel zo groot? En hoe komen die verschillen tot stand? Wat is de rol van omgevingsfactoren en wat van biologische factoren? Hij heeft het over alfamannetjes, noaberschop, compassie, inclusiviteit en acceptatie. Bos schrijft mild humoristisch en zelf relativerend. Hij lardeert zijn betoog met aansprekende voorbeelden, deels uit zijn privéleven. Met uitgebreide literatuurverwijzingen. Een up-to-date boek tot en met Corona. Bos weet complexe zaken over de biologie van menselijke interacties boeiend en goed leesbaar te verwoorden.

Tekst op website uitgever
Welke rol spelen hormonen in de relatie tussen ouders en kinderen, tussen geliefden en in de verhoudingen op de werkvloer? Wat is daarbij de rol van onze hormoonhuishouding? Wat doen die hormonen met ons brein? Wat zijn de gevolgen voor ons biologische systeem wanneer relaties verstoord raken? En misschien wel de belangrijkste vraag: wat zegt dit alles over ons, mensen? Relaties zijn voor mensen een biologische noodzaak. En in tijden van crisis neemt die noodzaak alleen maar toe. Al vroeg in de ontstaansgeschiedenis van de mens waren hormonen betrokken bij de omgang en het gevoel van verbondenheid met onze medemensen. In Verbonden legt wetenschapper Peter Bos uit hoe dat precies werkt. Ons hormonale systeem, het resultaat van miljoenen jaren evolutie, maakt deze verbondenheid mogelijk, en dat is iets om te koesteren.

Fragment uit 4. De chemie tussen ons
Oxytocine, vredespeptide?

Tien jaar geleden kende niemand de naam oxytocine, maar tegenwoordig komt deze regelmatig voorbij in de media. Waar oxytocine die populariteit aan dankt wordt zo duidelijk, eerst uitleg waarom oxytocine strikt genomen geen hormoon is. Oxytocine bestaat uit een relatief klein aantal aminozuren en zo'n stof noemen we een peptide. Daarbij wordt oxytocine, in tegenstelling tot de meeste hormonen, grotendeels aangemaakt in het brein en komt het daarvandaan in de bloedbaan terecht. Om die reden is oxytocine officieel een neuropeptide. Voor het gemak hanteer ik toch de term 'hormoon', het gemopper van enkele collega's voor lief nemend. De aanmaak van oxytocine is dus een ander proces dan van bijvoorbeeld testosteron, dat in het lichaam wordt aangemaakt. Dat onderscheid kan grote gevolgen hebben, omdat niet alle stoffen zomaar van je brein naar je lichaam kunnen, of omgekeerd. Om ongewenste stoffen buiten je brein te houden, is tussen het centrale zenuwstelsel (dat bestaat uit het ruggenmerg en het brein) en de rest van ons lichaam een stevige barrière gebouwd. Deze barrière heet de bloed-breinbarrière en houdt niet alleen schadelijke stoffen tegen, maar ook veel lichaamseigen stoffen. Alleen kleine, in vet oplossende moleculen kunnen door de barrière heen. Geslachtshormonen zoals estradiol en testosteron zijn dat wel, maar oxytocine niet. De haarkloverij over terminologie is dus niet voor niets. Het feit dat sommige stoffen die aangemaakt worden in je brein niet zomaar in de rest van je lichaam terecht kunnen komen, en vice versa, heeft gevolgen voor het onderzoek naar de effecten van hormonen op het brein. Want daarvoor zul je die hormonen eerst in de hersenen moeten krijgen. En dat is lastig met stoffen die niet door de bloed-breinbarrière heen kunnen, zoals oxytocine. Grappig genoeg publiceerde een groep economen uit Zwitserland in 2005 een artikel over een studie waarmee de oplossing gevonden leek te zijn, namelijk door middel van neusspray. Uit deze studie bleek dat wanneer mensen via een neusspray oxytocine kregen toegediend ze meer vertrouwen hadden in hun medemens, ze bijvoorbeeld makkelijker zeiden hun geld aan iemand te lenen, of over te dragen aan een tussenpersoon. Ook als ze niet wisten of ze dit geld ooit terug zouden krijgen. Mensen die een placebo kregen waren daar terughoudender in.

Doordat het geven van een neusspray eenvoudig is, hebben veel onderzoekers zich met groot enthousiasme op oxytocine gestort en zijn in de afgelopen tien jaar honderden studies gedaan met behulp van deze methode. Al deelde niet iedereen dit enthousiasme, omdat er twijfels zijn over of de methode klopt. We weten immers dat oxytocine niet zomaar door de bloed-breinbarrière kan, dus hoe komt het via neusspray in je hersenen terecht? In de woorden van een gerespecteerde oude professor die ik ooit sprak op een congres was al dit onderzoek 'bullshit'. 

Ondanks de discussie onder wetenschappers kreeg oxytocine in de media veel aandacht. Al snel werd de stof omschreven als liefdeshormoon, dat zou zorgen voor vrede op aarde en hat goede van de mensheid veroorzaakt had. Met een beetje meer oxytocine losten we alle problemen op, was het idee. Dat populaire media graag kort door de bocht gaan weten we, maar ook verscheidenen academici praten over oxytocine als een 'monogamie-drug', 'knuffel-hormoon', of zelfs over de volkomen misplaatste hyperbool 'moraal-molecuul'. Kortom, we hebben een neuropeptide waarvan de een roept dat al het onderzoek onzin is, terwijl de ander alle wereldproblemen ermee denkt op te lossen. Hoog tijd voor een antwoord op de vraag: wat doet oxytocine nu echt? (pagina 114-116)

Grote vragen (VPRO, oktober 2020)

Universiteit van Nederland: Waarom gedragen verliefde mensen zich zo raar? (oktober 2016)

Terug naar Overzicht alle titels


maandag 26 juli 2021

Anna Lowenhaupt-Tsing

De paddenstoel aan het einde van de wereld : leven op de ruïnes van het kapitalisme
Octavo 2020, 336 pagina's  € 29,50 

Verschijnt oktober 2021

Oorspronkelijke titel: The Mushroom at the End of the World: On the Possibility of Life in Capitalist Ruins (2015)

Wikipedia: Anna Lowenhaupt-Tsing (1952)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Een van de eerste tekenen van leven na de atoombomaanval op Hiroshima in 1945 was een matsutake. De naam verwijst naar een groep aromatische wilde paddenstoelen die zeer kostbaar zijn en bijzonder geliefd in de Japanse keuken. De matsutake groeit op het noordelijk halfrond in bergachtige gebieden waar ontbossing heeft plaatsgevonden.

In haar fascinerende boek onderzoekt antropologe Anna Lowenhaupt Tsing de ecologie van deze paddenstoel, en volgt zij de handel in matsutake langs verschillende sporen, bijvoorbeeld die van plukkers in Oregon, bosbeheerders in Finland, Hmong-strijders in de wouden van Indochina en fijnproevers in Japan. Tegelijk laat ze zien wat deze paddenstoelen ons kunnen vertellen over precaire levensomstandigheden en leefwerelden. 

Voor Tsing vormt hun ongecontroleerde wijze van leven een geschenk: een leidraad wanneer de gecontroleerde wereld die wij als vanzelfsprekend beschouwen uit elkaar valt. Meer nog dan over de ecologie van de matsutake handelt deze met prijzen overladen publicatie daarmee over de vraag hoe te overleven in een door mensen verstoord milieu.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

dinsdag 20 juli 2021

Babette Porcelijn

Het happy 2050 scenario : alles wat je kunt doen voor een gelukkige wereld
Volt 2021, 495 pagina's € 26,99 

Website Babette Porcelijn (19?)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Hoe creëren we een veilige, stabiele wereld waarin we elkaar een welgemeend happy 2050 kunnen wensen? Dat is de vraag waarnaar Babette Porcelijn nieuwsgierig onderzoek deed. Het happy 2050 scenario is het resultaat; een compleet plan van aanpak voor een veilige planeet, een geïnspireerde crew, een integer beleid, eco-positieve productie zonder verborgen impact, een gezonde economie en gelijke kansen op welzijn voor iedereen.

Babette diept deze fundamenten van geluk uit en legt hun samenhang bloot. Zo ontstaat een helder overzicht van alles waarmee we aan de slag kunnen voor een happy 2050.

Wij zijn de crew van de planeet en dit is ons handboek. Let’s go!

Over de auteur
Babette Porcelijn is schrijver, industrieel ontwerper en veelgevraagd spreker. Ze is tevens oprichter van de anbi-stichting Think Big Act Now. Babette schreef eerder De verborgen impact (2016) waarvan al meer dan 20.000 exemplaren verkocht werden, en het doeboek EcoPositief in vijf stappen (2020). Met haar team ontwikkelde ze de online test mijnverborgenimpact.nl, waarmee je direct kunt zien welke duurzame acties het meeste effect hebben in jouw dagelijks leven.

Fragment uit deel 1. Het doel. Nog lang en ...
De verdeling van welzijn in de wereld
Woon je in een rijk land, dan is de kans groot dat jouw welzijn op orde is. In een aantal Afrikaanse en Aziatische landen leven veel mensen in extreme armoede. Hun welzijn is niet op orde. Het contrast tussen verschillende landen in de wereld is enorm.

De meeste meisjes uit Sub-Sahara Afrika beginnen hun leven heel anders dan de meeste jongetjes in West-Europa. En kinderen uit de Bijlmer hebben gemiddeld genomen andere vooruitzichten dan kinderen uit Wassenaar. Er zijn dus grote verschillen in de mogelijkheden die mensen hebben om hun eigen pad te volgen en in vrijheden om zelf te bepalen hoe ze leven.

Wat ik nu ga zeggen voelt wat ongemakkelijk, maar ik kan er niet omheen: welvaart in het rijke Westen is in de afgelopen eeuw voor een deel opgebouwd ten koste van andere landen, zoals ten tijd evan de koloniën en de grootscheepse slavernij. Ook nu nog kan welvaart in het ene land ten kost gaan van welzijn in een ander land, bijvoorbeeld doordat grote bedrijven geen belasting betalen in arme landen, door landroof, grondstoffenroof, uitbuiting van arbeiders en milieuvervuiling. Belastingontwijking en onevenwichtige handelsverdragen bevoordelen rijke landen en benadelen landen met een kleine economie en een laag bruto buitenlands product (bbp).

Rijke landen zijn (mede)verantwoordelijk voor ongelijkheden in welzijn wereldwijd. Dat heeft een ethische component. Mag ons eigen welzijn ten koste gaan van dat van mensen aan de andere kant van de wereld? Mag ik bijvoorbeeld een huis bouwen van de stenen die ik uit het huis van mijn buurvrouw roof, zodat zij straks geen huis meer overheeft? Het is nog erger als ik al een paleis heb en zij slechts een klein huisje. Ik denk dat de opvattingen hierover uiteenlopen. Als je echter kijkt naar de Sustainable development Goals waar alle landen van de Verenigde Naties (VN) zich achter scharen dan zie je dat wereldleiders het er, tenminste op papier, over eens zijn dat het immoreel is om je welzijn op te bouwen ten koste van een ander land.

Moraal is niet de enige reden om enige gelijkheid tussen landen na te streven. het is ook in ons eigen belang: voor vrede, veiligheid en de wereldeconomie. Grote ongelijkheid in de wereld leidt tot instabiliteit, onvrede, conflict en massemigratie. En daar hebben rijke landen ook nadeel van. Het vergroot de onzekerheid bij de toevoer van grondstoffen en voedsel, en massaemigratie leidt tot spanningen.

Positief gekeken kun je meer handel drijven met landen met een grote middenklasse. Afzetmarkten groeien als arme landen rijker worden. Het is dus niet alleen vanuit morele overwegingen een goed idee om welzijn voor iedereen in de wereld na te streven, maar ook in ieders eigen belang.

We zouden ons voor een happy 2050 dus tot doel kunnen stellen om welzijn na te streven niet alleen voor onszelf en ons eigen land, maar voor alle landen in de wereld. Grote ongelijkheid binnen en tussen landen is slecht voor het welzijn van de bevolking. (pagina 50-51)

Terug naar Overzicht alle titels


zondag 11 juli 2021

David Graeber & David Wengrow

The dawn of everything : a new history of humanity
Farrar, Strauss & Giroux 2021, 704 pagina's € 38,95 

De Nederlandse vertaling is nog niet verschenen

Wikipedia: David Graeber (1961-2020) en David Wengrow (1972)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
A trailblazing account of human history, challenging our most fundamental assumptions about social evolution—from the development of agriculture and cities to the emergence of "the state," political violence, and social inequality—and revealing new possibilities for human emancipation.

For generations, our remote ancestors have been cast as primitive and childlike—either free and equal innocents, or thuggish and warlike. Civilization, we are told, could be achieved only by sacrificing those original freedoms or, alternatively, by taming our baser instincts. David Graeber and David Wengrow show how such theories first emerged in the eighteenth century as a conservative reaction to powerful critiques of European society posed by Indigenous observers and intellectuals. Revisiting this encounter has startling implications for how we make sense of human history today, including the origins of farming, property, cities, democracy, slavery, and civilization itself.

Drawing on pathbreaking research in archaeology and anthropology, the authors show how history becomes a far more interesting place once we learn to throw off our conceptual shackles and perceive what’s really there. If humans did not spend 95 percent of their evolutionary past in tiny bands of hunter-gatherers, what were they doing all that time? If agriculture, and cities, did not mean a plunge into hierarchy and domination, then what kinds of social and economic organization did they lead to? The answers are often unexpected, and suggest that the course of human history may be less set in stone, and more full of playful, hopeful possibilities, than we tend to assume.

The Dawn of Everything fundamentally transforms our understanding of the human past and offers a path toward imagining new forms of freedom, new ways of organizing society. This is a monumental book of formidable intellectual range, animated by curiosity, moral vision, and a faith in the power of direct action.

Fragment uit

Lees ook: Schuld : de eerste 5000 jaar (uit 2012) en Bullshit jobs : over zinloos werk, waarom het toeneemt en hoe we het kunnen bestrijden (uit 2018)

Terug naar Overzicht alle titels


woensdag 7 juli 2021

Bruno Latour 4

Wij zijn nooit modern geweest : pleidooi voor een symmetrische antropologie
Boom 2016, 248 pagina's € 29,90

Oorspronkelijke titel: Nous n'avons jamais été modernes(1991)

Wikipedia: Bruno Latour (1947)

Korte beschrijving
Lezers die zich niet laten weerhouden door bijvoorbeeld de eerste hoofdstuktitel ('De proliferatie van hybriden') worden beloond met deze herziene editie van de Nederlandse vertaling van één van de hoofdwerken van de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour (1947). In deze uit 1991 daterende studie, die nog niets aan actualiteit heeft ingeboet, onderzoekt de auteur het begrip 'modern' (premodern, modern, postmodern) in relatie tot natuur en cultuur. Volgens hem is er nooit sprake geweest van (onder)scheiding, contradictie, spanning of (hyper)incommensurabiliteit tussen beide polen. Latour doet een oproep aan de mens om zich zó om te vormen, dat er plaats wordt ingeruimd voor hybriden, zoals robots. Hij doet dit op een eigenzinnige en helaas niet altijd even toegankelijke manier. De tekst wordt aangevuld met kwadranten en andere figuren.

Tekst op website uitgever
Heruitgave van Bruno Latours baanbrekende werk over de verhouding tussen 'natuur' en 'cultuur'. Zeer actueel in het debat over technologisering en duurzaamheid.

Latour geldt als een van de invloedrijkste filosofen van de laatste decennia en Wij zijn nooit modern geweest is een van zijn beroemdste werken. Oorspronkelijk gepubliceerd in 1991, verschijnt er nu een herziene editie.

In dit boek ondergraaft Latour het moderne onderscheid tussen natuur en cultuur en stelt hij dat wij te maken hebben met hybriden. Horen maatschappelijke problemen als de verontreiniging van onze rivieren, het invriezen van embryo's, het aidsvirus en het verdwijnen van het tropisch regenwoud tot de natuur of de cultuur? Zijn het wetenschappelijke of eerder politieke aangelegenheden?

In antwoord op deze vragen ontwikkelt Latour een symmetrische antropologie, waarin niet alleen de mens centraal staat, maar ook de dingen.

'Realiteit is dat wat zich verzet.' - Bruno Latour

Fragment uit 4. Relativisme
4.3 het import-exportsysteem van de beide Grote Kloven
'Wij westerlingen zijn absoluut verschillend van de anderen!', zo kraaien de modernen victorie, of zo klinkt juist hun lange klacht. De Grote Kloof die Ons, de Westerlingen, en Hen, alle anderen, van de zeeën rond China tot aan Yucatán, van de Inuït tot de Aboriginals van Tasmanië, scheidt, heeft ons onophoudelijk beziggehouden. Wat zij ook doen, het zijn de westerlingen die de geschiedenis komen brengen in de ruimen van hun karvelen en hun kanonneerschepen, in de cilinders van hun telescopen en in hun vaccineerspuiten. Deze white man's burden dragen ze soms als een opwindende opdracht, soms als een tragedie, maar altijd als een lot. Ze beweren niet alleen dat ze van de anderen verschillen zoals de Sioux verschillen van de Algonkins, of de Badoulés van de Lappen, maar dat ze radicaal en absoluut anders zijn, zo anders zelfs, dat je kan stellen dat je aan de ene kant de westerling hebt en aan de andere kant alle andere culturen, aangezien die met elkaar gemeen hebben dta ze juist cultuur onder de culturen zijn. In de ogen van de westerling is het Westen, en het Westen alleen, geen cultuur, niet zomaar een cultuur.

Waarom denkt het Westen zo over zichzelf? Waarom zou het als enige meer zijn dan alleen maar een cultuur? Om te begrijpen hoe diep die Grote Kloof tussen Hen en Ons ingrijpt, moeten we teruggrijpen op die andere Grote Kloof, die tussen mensen en niet-mensen, zoals ik hierboven heb gedefinieerd. Inderdaad, de eerste Grote Kloof komt tot stand door het exporteren van de tweede. Wij westerlingen kunnen niet zomaar een cultuur als alle andere zijn, aangezien wij ook de natuur in stelling brengen. Niet, zoals de andere maatschappijen doen, een beeld of een symbolische voorstelling van de natuur, maar de natuur zoals zij is, of tenminste zoals de wetenschappen haar kennen, die zelf op de achtergrond blijven, niet bestudeerbaar en onbestudeerd als ze zijn. In het hart van de kwestie van het relativisme treffen we dus de kwestie van de wetenschap aan. Als de westerlingen niets anders hadden gedaan dan handel drijven of veroveren, plunderen of onderwerpen, dan zouden ze zich niet radicaal hebben onderscheiden van andere handelaars en veroveraars. Maar nee, zij hebben de wetenschap uitgevonden, een activiteit die geheel losstaat van verovering en handel, van politiek en moraal.

Zelfs degenen die onder de naam cultureel relativisme hebben geprobeerd de continuïteit van de culturen te verdedigen zonder ze in een oplopende reeks te rangschikken en zonder ze elk in hun eigen gevangenissen op te sluiten (Lévi-Strauss, 1987[1952]}, denken dit slechts te kunnen doen door ze zo dicht mogelijk naar de wetenschappen toe te trekken. (pagina 162-163)

Lees ook: Oog in oog met Gaia : acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime (2017), Waar kunnen we landen? : politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime (2018), Het parlement van de dingen : over Gaia en de representatie van niet-mensen (2020), Waar ben ik? lockdownlessen voor aardbewoners (2021)

Terug naar Overzicht alle titels

maandag 5 juli 2021

Stefano Mancuso 2

Plantenrevolutie : hoe planten onze toekomst bepalen
Cossee 2018, 255 pagina's  €29,99

Oorspronkelijke titel: Plant revolution / le piante hanno già inventato il nostro futuro (2017)

Wikipedia: Stefano Mancuso (1965)

Korte beschrijving
De auteur, hoogleraar en expert op het gebied van plantengedrag en -intelligentie, zoekt op diverse terreinen naar de betekenis van planten voor de menselijke samenleving. Uiteraard als voedselbron en hoe dat zich nu en in de toekomst zal ontwikkelen. Te denken valt daarbij aan de groeiende wereldbevolking en de toenemende afhankelijkheid van zoet water door de veranderingen van het klimaat. En verder: dat planten een leervermogen hebben, zich in vorm soms aanpassen aan de omgeving en zich actief beschermen. Dat ze kunnen bewegen en architecten en technologen inspireren bij constructies en andere toepassingen (bv. ruimtevaart en watervoorziening). Mogelijkheden van de zee en voedselproductie. De onverwachte rol van nectar en een stof als capsaïcine in rode pepers. Een filosofische benadering als het functioneren van planten vergeleken wordt met een democratie. Kortom: veel verschillende situaties waarbij planten op een heel aparte manier, soms via de dierenwereld, worden belicht. Voorzien van foto's en tekeningen in kleur en duidelijke literatuurverwijzingen. Een bijzondere en visionaire manier om naar de (planten)wereld om ons heen te kijken! De auteur schreef eerder, samen met Allessandra Viola, 'Briljant groen : de intelligentie van planten' (2017)*..

Tekst op website uitgever
Planten zijn, zoals wij in Briljant groen hebben gezien, buitengewoon resistent. Dankzij hun netwerken kunnen zij catastrofale gebeurtenissen overleven zonder hun functionaliteit te verliezen. Zij bezitten een uitzonderlijk aanpassingsvermogen en kunnen in extreme klimatologische omstandigheden leven. Ze absorberen vocht uit de lucht, kunnen zich vermommen om te ontkomen aan vijanden en bewegen zonder energie te verbruiken. Mancuso laat op uiterst aanschouwelijke manier zien, dat dit vooral met hun lichaamsbouw te maken heeft. Planten produceren stoffen die ze gebruiken om het gedrag van dieren (bijvoorbeeld insecten) te manipuleren. Met hun verfijnde wortelstelsel, met worteltoppen die de omgeving verkennen, verwerken zij informatie en geven die door aan andere planten. Het zijn geavanceerde, ontwikkelde sociale organismen, en de onderzoekers waren keer op keer verbaasd over de ingenieuze strategieën die planten ontwikkelen om oplossingen te vinden voor veranderingen in hun leefwereld. Planten zijn in hun basale structuur dermate geniaal, dat ze intussen toegepast worden als voorbeelden voor de robotisering van onze samenleving. Als wij onze leefomgeving willen verbeteren en op ingrijpende veranderingen op onze planeet willen reageren, dan kan dat niet zonder ons te laten inspireren door de meest geavanceerde oplossingen uit de plantenwereld.

Fragment uit (de) Inleiding
Ik heb de indruk dat de meeste mensen niet beseffen dat planten voor ons van levensbelang zijn. Natuurlijk weet iedereen wel - althans, dat hoop ik - dat we kunnen ademen dankzij de zuurstof die planten produceren, en dat de hele voedselketen, en dus ook het voedsel van alle dieren op aarde, gebaseerd is op planten. Maar weet iedereen ook dat olie, kolen, gas en alle andere zogenoemde niet-hernieuwbare energiebronnen niets anders zijn dan een vorm van zonne-energie die planten miljoenen jaren geleden hebben opgenomen? En dat hout dankzij zijn verrassende eigenschappen in veel delen van de wereld nog steeds het meest gebruikte bouwmateriaal is? Ons leven is, net as het leven van alle andere dieren op aarde, afhankelijk van de plantenwereld.

Je zou denken dat we inmiddels wel alles zouden weten over die organismen die zo belangrijk voor ons zijn om te overleven - en waarvan onze economie grotendeels afhankelijk is. Maar het tegendeel is waar: alleen al in 2015 zijn er 2034 nieuwe plantensoorten ontdekt. En dan hebben we het niet over microscopische kleine plantjes die aan de aandacht van plantkundigen zijn ontsnapt. nee, een van die nieuwe soorten, Gilbertiodendron maximum, is een endemische boom in het regenwoud van Gabon. Hij is ongeveer vijfenveertig meter hoog, zijn stam kan een diameter bereiken van anderhalve meter en hij weegt meer dan honderd ton. En 2015 was geen uitzondering: de afgelopen tien jaar zijn er jaarlijks meer dan 2000 nieuwe plantensoorten beschreven.

Het loont altijd de moeite om op zoek te gaan naar nieuwe planten, want je weet nooit wat je kunt tegenkomen. Van meer dan 31.000 verschillende plantensoorten is bekend dat ze door de mens worden gebruikt. Bijna 18.000 daarvan worden gebruikt voor medicinale doeleinden, 6000 als voedsel, 11.000 voor textielvezels en bouwmaterialen, 1300 voor maatschappelijke doeleinden (zoals religieuze rituelen en drugs), 1600 als energiebron, 4000 voor dierenvoeding, 8000 voor milieudoeleinden, 2500 als gif, enzovoort. De rekensom is snel gemaakt: de mens kan ongeveer een tiende van de plantensoorten onmiddellijk gebruiken. Zoals gezegd, het loont de moeite, al helemaal als we planten niet langer alleen maar als product zouden gebruiken - maar er ook van zouden leren.

Planten zijn namelijk een toonbeeld van moderniteit, en in dit boek wil ik duidelijk maken hoe dat zit. Van materialen tot energie-onafhankelijkheid, van weerstandsvermogens tot aanpassingsstrategieën: voor de meeste problemen waar de mensheid mee worstelt, hebben planten al lang geleden de beste oplossingen gevonden, je moet alleen maar weten hoe en waar je moet kijken. (pagina 8-9)

Lees ook: Reizend groen : de wonderbaarlijke migratie van planten (uit 2019) en  De universele rechten van de plant van Stefano Mancuso (uit 2020)

Terug naar Overzicht alle titels


Laura Burgers, Eva Meijer en Evanne Nowak

De stem van de Noordzee : een pleidooi voor vloeibaar denken
Boom 2020, 126 pagina's  €17,50

Korte beschrijving
Het was in 2015 dat de Ambassade van de Noordzee werd opgericht als opvolger van het door de filosoof Bruno Latour gevormde Parlement der Dingen. In zijn filosofische noties gaat hij in op de verhouding tussen mens en niet-mens (dier, natuur, dingen). In een interview met hem beschrijft hij de mogelijke politieke gevolgen als dieren en dingen een stem zouden krijgen en de rechten van de mens gedeeld zouden moeten worden met dieren, planten en dingen. In de komende jaren richt de Ambassade zich op de zee, om uiteindelijk namens de zee over diens belangen te kunnen onderhandelen. De Ambassade van de Noordzee vroeg drie auteurs te onderzoeken hoe de Noordzee over zichzelf zou kunnen beschikken. Na het interview met Latour volgen hun bijdragen. Evanne Nowak onderzoekt ideeënapathie en klimaatverandering. Eva Meijer houdt een pleidooi voor vloeibaar denken en schrijft filosofische columns. Laura Burgers onderzoekt de rechten van de natuur. Tot slot is er een gedicht van Tsead Bruinja en een vooruitblik door de Ambassade van de Noordzee. Geschikt voor volwassenen met belangstelling voor de verhouding tussen mens en niet-mens en het belang van dieren en natuur..

Tekst op website uitgever
Een boek dat het beste uit de filosofie, de literatuur en het recht bij elkaar brengt om de Noordzee een eigen stem te geven. In het antropoceen zijn mensen, planten, dieren en dingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dit vraagt om nieuwe vormen van vertegenwoordiging in politiek, recht, ethiek en taal. In opdracht van de Ambassade van de Noordzee onderzoeken de auteurs vanuit het idee van filosoof Bruno Latour om dieren en dingen een stem te geven, hoe de Noordzee over zichzelf zou kunnen beschikken.

Evanne Nowak beschrijft dat we lijden aan ecological grief. We treuren om de teloorgang van de Noordzee. Hoe komen we uit onze ecologische rouw? We kunnen luisteren naar wat de dieren – de vissen, vogels, krabben van de Noordzee – ons te zeggen hebben, stelt filosoof Eva Meijer. We kunnen het gesprek met dieren aangaan en hun een stem geven. Hoe dat kan werken laat jurist Laura Burgers zien. Zoals in andere landen al is gebeurd voor bossen en rivieren, zouden wij de Noordzee een rechtspersoon kunnen maken.

Laura Burgers is jurist, auteur van jeugdromans, en is als expert werkzaam in het VN-programma Rights of Nature. Eva Meijer is filosoof, kunstenaar, muzikant en romanschrijver. Haar werk is in vele talen vertaald. Ze heeft een column in Trouw. Evanne Nowak werkt als programmamaker, curator en gespreksleider. Ze studeerde af als humanistisch geestelijk verzorger en organiseert workshops en gespreksgroepen rondom ecological grief.

Fragment uit Waarom we moeten leren rouwen om ecologische ontwrichting - op zoek naar een nieuwe gevoeligheid voor een nieuwe tijd (Evanne Nowak)
We leven in een onhoudbaar heden. Van COVID-10 tot stikstof en van plastic soep tot te hete zomers. Business as usual gaat niet meer. De grenzen van onze groei komen in zicht en de toekomst wordt overschaduwd door klimaatverandering en ecologische ontwrichting. Terwijl de overheid al sussend de grenzen probeert op te rekken, actie uitstelt en de mazen in de wet zoekt, knalt het publieke debat van emotie uit elkaar: van het woedende verzet van de bouwers en de boeren, tot het diep verontwaardigde 'how dare you!' van de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg en de honderdduizenden spijbelende scholieren die haar wereldwijd volgen.

Misschien is het onderliggende sentiment van deze vaak tegenstrijdige protesten wel hetzelfde. De ecologische ontwrichting en onze respons daarop gaan ten dienste over alles wat we verliezen. Over wat ons ontglipt, wat we moeten loslaten, opgeven, wat ons wordt ontnomen, opgeofferd en verwoest. Greta verliest haar kindertijd, haar dromen en vertrouwen in de toekomst; de bouwers hun baan; de boeren hun boer-zijn, hun land, hun identiteit. En terwijl we vol zijn van ons eigen verlies, raken honderdduizenden mensen over de hele wereld ontheemd door natuurgeweld en verliezen we onontkoombaar een onbevattelijke hoeveelheid soorten dieren, planten, landschappen en ecosystemen. We verliezen een tijdperk: het holoceen, waarin we op een stabiele aarde dachten te wonen, waar de natuur niet meer was dan de statische, veilige achtergrond van ons leven.

De bewustwording van de ernst van de ecologische ontwrichting kan een uiterst verwarrende, oncomfortabele, emotionele en zelfs existentiële opgave zijn. Onderzoeken laten zien dat het aantal mensen met zorgen over klimaatverandering en biodiversiteitsverlies sterk toeneemt. Bijna driekwart van de Nederlanders is bezorgd over de verandering van het klimaat. Nieuwe begrippen duiken op: van klimaatdepressie tot eco-anxiety.

Deze ervaring van ecologische ontwrichting krijgt echter nauwelijks plek in ons denken en spreken. Het klimaatdebat gaat doorgaans over feiten of over handelen, niet over de gevoelens en verwarring die het oproept. Kennis of oplossingen staan centraal, het liefst met een optimistische ondertoon. We slingeren heen en weer tussen ontkenning, ontreddering en een alarmerende roep tot handelen. Het is in mijn ogen een verkrampt debat, zonder adempauze, waarin een groot taboe lijkt te bestaan: de realisatie dat we in een tijdperk van uitsterven zijn aanbeland. Zo gaat het in het publieke debat zelden over het besef dat we uiterst kwetsbaar zijn, dat we ons midden in een extinctiegolf bevinden waarin alle samenhang van leven op het spel staat. Zelden gaat het over hoe we collectief grip verliezen, hoe alle vanzelfsprekende ideeën over ons mens-zijn, de wereld en de toekomst worden weggevaagd, en wat dit met ons doet.

Volgens de Amerikaanse essayiste Kim Stanley Robinson kent elk tijdperk zijn eigen gevoelsstructuur: een manier van collectief de wereld beleven, een manier waarop emoties collectief betekenis krijgen binnen een cultuur. Ze stelt dat ons collectieve gevoelsleven decennia achterloopt - alsof we nog in het optimisme van de jaren negentig van de twintigste eeuw leven. Alsof we ons niet realiseren dat we in het antropoceen zijn aanbeland, en we de aarde onherroepelijk ontwrichten. We zijn verlamd: we leven in een wereld zonder haar te voelen. Hoe kunnen we een nieuwe gevoeligheid ontwikkelen, hierover leren spreken en hoe kunnen we elkaar verstaan in deze pijn? (pagina 21-23)

Lees vooral ook: De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren van Eva Meijer (uit 2017), De universele rechten van de plant van Stefano Mancuso (uit 2020) en/of Het parlement van de dingen : over Gaia en de representatie van niet-mensen van Bruno Latour (uit 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

Veerkracht als opdracht

Veerkracht als opdracht : denkers over voedsel
Van Gennep 2020, 155 pagina's  €14,99

Korte beschrijving
Deze bundel van tien essays over het stedelijke voedselsysteem van de toekomst is gemaakt door de Flevo Campus. 'Denkers over voedsel' is de ondertitel en de tien auteurs hebben hun duidelijke visie over voedsel en wat er aan ontwikkelingen plaatsvindt. De essays gaan over: de invloed van de Brexit en van het Amerikaanse voedselsysteem op onze voeding in Nederland, vleesverlangers en vleesvervangers, consumentengedrag, de invloed van burgers op ons voedselsysteem, de traditionele landbouw en de klimaatverandering, lokale producten en hoe belangrijk het is die te eten, kringlooplandbouw, een historische beschouwing en de invloed van digitalisering. De auteurs zijn deskundigen in de voedselindustrie, onderzoekers aan Aeres Hogeschool, politici en journalisten. Flevo Campus is een kennisinstituut in Almere en het samenwerkingsverband van Aeres Hogeschool, Gemeente Almere, Provincie Flevoland en Wageningen University. Een boek gericht op geïnteresseerden, politici en beleidsmakers op het gebied van voedsel. Met figuren in zwart-wit en eindnoten bij iedere bijdrage..

Tekst op website uitgever
Het was toch al geen eenvoudige opgave om de manier waarop wij mensen ons voeden gezonder te maken en te verduurzamen, maar het jaar 2020 deed er nog een flinke schep bovenop. Het was het jaar van de Covid-19-pandemie, de Brexit en Black Lives Matter, het jaar waarin duidelijker werd dan ooit dat voormalig wereldleider Amerika tot op het bot is verdeeld over zo’n beetje alles en waarin Nederlandse boeren eens te meer te hoop liepen tegen stikstofmaatregelen.

Als er iets is wat 2020 ons leert, is het dat we veerkracht moeten tonen. Hoe we ons voedselsysteem inrichten is niet in beton gegoten; het kan allerlei vormen aannemen. Is Brexit behalve een drama in vierendertig delen ook een kans? Wat kunnen we leren van Support Your Locals? Wat gebeurt er als we ‘de’ consument serieus nemen? En wat kan het stedelijk voedselsysteem van de toekomst leren van traditionele landbouwtechnieken?

Flevo Campus bundelt elk jaar de beste essays over het (stedelijk) voedselsysteem van de toekomst. Met dit jaar bijdragen van Herman Lelieveldt, Stephen Satterfield, Kelly Streekstra, Sebastiaan Aalst, Marian Stuiver, Charles C. Mann, Sigrid Wertheim-Heck, Anke Brons, Lenno Munnikes, Hester Dibits, Joris Lohman, Frank Verhoeven en Emily Whyman

Flevo Campus Jaarboek 2020-2021

Fragment uit IV - De meeste consumenten deugen (Sebastiaan Aalst0
Minder markt, meer politiek

Het wordt tijd dat de voedselomgeving waarbinnen wij ons als voedselconsumenten bewegen wordt gepolitiseerd. Onze voedselomgeving is geen natuurverschijnsel, maar een optelsom van eindeloos veel politieke keuzes. Dat hebben we te lang ontkend vanuit het idee dat er zoiets zou bestaan als een waardenvrije consumptiemaatschappij, waarin de overheid geen andere rol heeft dan die van marktmeester.

We moeten onze omgeving en de overkill in het aanbod en de marketing van zoet, zout en vet eten beschouwen als een politieke keuze, waar we een alternatief tegenover kunnen zetten. Dat lukt alleen als we de sociale norm - normen die we afleiden uit het gedrag van mensen om ons heen - doorbreken, omdat die keer op keer dwingender blijkt dan de behoefte van individuele consumenten om gezonde, duurzame keuzes te maken. Daarmee verlaten we het domein van de markt en betreden we dat van de politiek. We kunnen samen de standaarden bepalen waaraan ons voedsel moet voldoen, op dezelfde manier waarop we eisen kunnen stellen aan duurzaamheid en zaken als dierenwelzijn. Daarmee creëren we bovendien een gelijk spelveld, waarbinnen marktpartijen kunnen concurreren op andere waarden dan uitsluitend prijs.

De meeste van de genoemde voorbeelden, van een verbruiksbelasting op vlees tot een suikertaks, true pricing en het garanderen van een eerlijke prijs voor boeren, kunnen bijdragen aan dat nieuwe gelijke speelveld. De mogelijkheden beperken zich gelukkig niet tot landelijk beleid: we zien dat steeds meer steden daar een rol voor zichzelf in weggelegd zien. Denk aan het verbod op marketing van junkfood in het openbaar vervoer in Londen. Een verbod van junkfood in de directe omgeving van scholen wordt ook steeds vaker genoemd, zoals ook kan worden overwogen om aanbiedingen voor fastfood, energiedrankjes en andere suikerhoudende frisdranken te verbieden. Steden moeten zich daarop beraden, want de verwachting is dat in 2050 circa 70 procent van de wereldbevolking in steden woont. Stadsbesturen en lokale overheden hebben grote invloed op de voedselomgeving en daarmee op de keuzevrijheid en de gezondheid van die toekomstige consumenten. (pagina 50-52)

Lees o.a. De profeet en de tovenaar : twee grondleggers en hun concurrerende ideeën over een leefbare toekomst op onze planeet van Charles C. Mann (uit 2018)

Terug naar Overzicht alle titels