zondag 6 juni 2021

Roxane van Iperen

De genocidefax : wat doe jij als het erop aankomt?
Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek 2021, 64 pagina's  - € 2,75
Boekenweekessay editie 2021

Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)

Korte bespreking

Tekst op website
Essay van de Boekenweek 2021. Kigali, 19 april 1994 VN-commandant Roméo Dallaire staat op een broeierig vliegveld in Kigali, Rwanda, met op de achtergrond het onregelmatige staccato van geweerschoten, en kijkt toe hoe zijn Belgische blauwhelmen een voor een in de buik van een c-130 Hercules-transportvliegtuig verdwijnen. Het land dat ooit de waterscheiding tussen Tutsi’s en Hutu’s had geïnstitutionaliseerd, de een superieur aan de ander had verklaard, laat hen nu achter in het volle besef van de slachtpartij die buiten deze luchthaven is ingezet. Het ‘Zwitserland van Afrika’, zoals door westerlingen vaak naar Rwanda werd verwezen met een pijnlijk gebrek aan verbeeldingskracht of vanuit de simpele gewoonte alles op zichzelf te betrekken, staat er alleen voor.

Fragment uit VII
Vooroordelen, stereotypen, het onderverdelen van de omgeving in 'hullie' en 'zullie' waarbij om dominantie wordt gestreden: het gebeurt in de zandbak en de sportvereniging, van het literaire wereldje tot de politiek. Dat hoeft geen probleem te zijn. Identificatiekringen kennen ook voordelen; ze kunnen samenwerking, veiligheid en plezier opleveren. 'Ik hoor bijvoorbeeld bij de selecte groep mensen die nooit de groet "doej" zullen gebruiken en daarom diep neerkijken op mensen die dat wel doen. Het is heel onredelijk en zelfs een beetje schandelijk om op die doejzeggers neer te kijken, maar toch kijk ik neer', zei Karel van het Reve ooit. Het dagelijks leven is doordrenkt met dit soort subtiele superioriteitsgevoelens waarmee mensen zich onderscheiden van anderen. vervang 'doejzeggers' door 'mensen met tatoeages', 'mensen met een dialect', 'mensen met sexy kleding' of 'mensen die (x) stemmen'- bewust en onbewust hanteren we allerlei oordelen in ons hoofd waarmee we anderen op afstand zetten. De dagelijkse beslissingen die we voor onszelf maken zijn dan ook niet gebaseerd op 'zomaar' persoonlijke voorkeuren of smaak. De auto waarin je rijdt, de kleren die je draagt, zelfs de woorden en het accent dat je gebruikt: het zijn symbolen als bendekleuren, waarmee je je superioriteit kenbaar maakt. Bij welke groep of klasse hoor je, of wil je horen? Zolang je je daarvan bewust bent, het niet te serieus neemt en de deur voor anderen openhoudt, hoeft dat niet erg te zijn. Van belang is dat minderheden beschermd zijn en identificatiekringen vloeibaar blijven; dat ieder individu vrij is van kring te wisselen en niet de eigen inborst of de waarheid geweld moet aandoen om geaccepteerd te worden. Zoals liegen om maar niet ontslagen te worden; je geaardheid verbergen om niet verstoten te worden; maniertjes en een zeker taalgebruik aannemen om in een hogere klasse te worden geaccepteerd; zwijgen over het onderdrukken van anderen om erbij te horen; buitenstaanders niet meer zien als individu, maar als onlosmakelijk deel van een inferieure groep. Het klinkt als extreem gedrag, maar op een dagelijkse schaal doen we er allemaal, bewust of onbewust, aan mee. (pagina 52-53)

Terug naar Overzicht alle titels


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen