zaterdag 2 april 2022

Paul Verhaeghe 8


Intieme vreemden

Maand van de Filosofie 2022, 79 pagina's € 4,99 

Wikipedia: Paul Verhaeghe (1955)

Korte beschrijving
Het thema van de Maand van de Filosofie 2022 is ‘intieme vreemden’ en de Vlaamse hoogleraar en psychoanalyticus Paul Verhaeghe (1955) schrijft het Essay van de Maand hierover. Hoe vertrouwd een vriend, geliefde, huisdier of huis ook is, op een dag kunnen zij ons toch vreemd voorkomen. ‘Intieme vreemden’, zoals Lillian Rubin het noemde. Alsof er onder de intieme nabijheid iets vreemds verborgen zit, dat aan de oppervlakte komt. Zelfs voor jezelf kun je plots een vreemde zijn. Staat die vreemdheid intimiteit in de weg? Of is deze juist de voorwaarde voor intimiteit? En brengt technologie ons nader tot elkaar of vervreemdt deze ons van de ander en onszelf? Intimiteit en vreemdheid zijn ook aan de orde in de ontmoeting met onbekenden of met mensen die andere opvattingen of achtergronden hebben. Hoeveel intimiteit kan zo’n ontmoeting aan? Is hoffelijke afstandelijkheid niet een betere garantie voor het waarderen van verschil? 

Tekst op website uitgever
In Intieme vreemden onderzoekt Paul Verhaeghe hoe ons zelfbeeld door de eeuwen heen veranderde zonder dat we er echt achter kwamen wie wij zijn. We werden zondaars die onze aardse driften moeten wantrouwen, rationele wezens die de zuivere rede beoefenen en talenten die werken aan een betere versie van onszelf. De enige constante is het gevoel dat we tekortschieten. We blijven vertwijfeld, soms zelfs vervreemd achter.

Wie we zijn wordt in grote mate bepaald door onze intimiteit met anderen: onze ouders, onze geliefden,

onze kinderen. Maar hoe intiem we ook met elkaar zijn, toch willen we ons ook steeds weer losmaken, zelfstandig zijn.

Welke tegengestelde krachten zijn hier aan het werk? Op zoek naar antwoorden neemt Paul Verhaeghe ons mee op een spannend gedachte-experiment waarbij hij Freuds Eros- en Thanatosdrift als vertrekpunt neemt om te eindigen bij de thermodynamica. Kan het zijn dat ons maken en vernietigen, onze intimiteit en onze vervreemding, niets meer zijn dan menselijke variaties op kosmische processen die het universum al sinds de oerknal bepalen?

Fragment uit Voorbij intimiteit - immanente netwerken
Vanuit dit punt in mijn redenering ga ik onvermijdelijk de speculatieve toer op. Onvermijdelijk omdat ons denk- en kenniskader zich voorlopig nog niet leent om na te denken over een immanent universum. En, vooral, omdat ons zelfbewustzijn in de weg zit.

Bij onze geboorte vallen we naakt uit de oersoep, en in dezelfde beweging wordt ons collectief geheugen gewist. Als de geboortevliezen breken, stroomt er samen met het vruchtwater kennis weg. Na onze geboorte moeten we alles moeizaam opnieuw leren, afgesneden van het immanente waar we tot vlak voor het breken van de vliezen nog toe behoorden. Wat we als zogenaamd rationeel wezen onderwezen krijgen, staat vaak haaks op het universele dat we kwijt zijn.

Zo krijgen we in onze eerste levensmaanden te horen dat we iemand zijn, nog later dat we zelfstandig denkende individuen horen te worden: wees autonoom, vecht voor je onafhankelijkheid - dit is het merkteken van Thanatos. Het doel, het uit elkaar vallen in afzonderlijke stukken, wordt ons ingeprent als opdracht voor het individu. 'Word jezelf' betekent: maak je los van anderen, van de wereld.

Bij de uitvoering van deze opdracht ervaren we onvermijdelijk de eenzijdigheid van een dergelijke zijnsvisie. Door de barsten van de aangeleerde kennis heen laat zich dat andere weten voelen, ondanks het grote vergeten bij de geboorte. Het verwondert mij niet dat een kunstenaar als Berlinde De Bruyckere een installatie heeft met de naam Aletheia, het on-vergetene, het niet kunnen vergeten. On-vergeten want het collectieve en universele weten dringt zich aan mij op, altijd onverwacht, door de scheuren en kieren van de aangeleerde kennis - plots voel ik iets intuïtiefs aan, ik herken een plaats waar ik nooit geweest ben, ik meen dingen al gezien of zelfs al meegemaakt te hebben, ik ervaar een verbondenheid met iets of iemand die ik niet kan verklaren. Iets in mij resoneert met de buitenwereld.


Dergelijke ervaringen zijn zeldzaam, want tussen mijn ik, als verondersteld autonome instantie, en het mij omringende universum loopt een streng bewaakte grens. We willen er voorbij, maar toch ook weer niet. Wat ik niet rationeel kan verklaren, bestaat niet, is zelfs onzin. Maar mijn lichaam weet beter, het heeft nog wat communicatielijnen opengehouden waarlangs af en toe boodschappen uit dat vergeten universum binnensijpelen, het universele waar ik sowieso naar zal terugkeren wanneer ik sterf. 

De ironie wil dat er op het ogenblik van onze dood een nieuw vergeten plaatsgrijpt. De oude Grieken wisten het al, vooraleer we de Styx oversteken drinken we het water van de Lethe, waardoor alle herinneringen aan het aardse worden gewist en mijn ik naar de achtergrond verdwijnt en vervolgens volledig oplost. Op dat ogenblik neemt Eros het over, om ons opnieuw in te voegen in het ruimere universum, waar we bij onze geboorte uit losgemaakt werden. (pagina 62-64)

Lees ook:   Liefde in tijden van eenzaamheid : over drift en verlangen (2009), Het einde van de psychotherapie  (2011) Identiteit (2012), Autoriteit (2015) en Intimiteit (2018), Houd afstand, raak me aan (2020) en Wat brengt u hier? : Sarah Vankersschaever in gesprek met Paul Verhaeghe (2021).

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen