zaterdag 18 april 2026

Angelo Schuurmans

Dit boek gaat over mensen : een vluchtelingenopvang die grenzen verlegt
Boekerij 2026, 259 pagina's   € 21,99

Website van Angelo Schuurmans (1985)

Korte beschrijving
Een persoonlijk verslag over de oprichting van de eerste particuliere vluchtelingenopvang van Nederland. In maart 2022 besluit de gemeenteraad van Oss om de opvang van vluchtelingen over te laten aan de lokale stichting Thuis in Oss. De stichting ontwikkelt een nieuwe vorm van opvang voor honderdvijftig vluchtelingen, waarbij bewoners zelf de huisregels maken, niet worden verplaatst tijdens hun asielprocedure, en vanaf het begin taalles krijgen. Na vier jaar groeit deze pilot uit tot een professionele opvanglocatie voor vijfhonderd mensen. Het boek biedt een inkijk in de werking van de opvang en de uitdagingen binnen de Nederlandse asielketen. Oprichter Angelo Schuurmans bespreekt thema’s als cultuurverschillen en de weerstand vanuit de gemeenschap, en laat zien hoe vluchtelingenopvang anders kan, met nadruk op verbinding en een menselijke kijk op integratie. Toegankelijk en prettig leesbaar geschreven, met veel persoonlijke passages.

Angelo Schuurmans (1985) is oprichter van stichting Thuis in Oss. Hij schreef dit boek samen met tekstschrijver Marloes Berghege (1986).

Tekst op website uitgever
Een inspirerend en zeer actueel verhaal over de eerste particuliere vluchtelingenopvang van Nederland en hun grensverleggende aanpak

‘Angelo Schuurmans laat met dit boek zien dat als iets echt uit je hart komt, je iedereen kan bereiken.’ Nasrdin Dchar, acteur

In maart 2022 neemt de gemeenteraad van Oss de unieke beslissing om de opvang van vluchtelingen niet door de overheid te laten uitvoeren, maar door een lokale stichting: Thuis in Oss. Tot op dat moment heeft de stichting vooral incidentele activiteiten georganiseerd. Door verbinding te creëren tussen de lokale gemeenschap en de nieuwkomers, proberen de vrijwilligers van de stichting wederzijdse vooroordelen weg te nemen. Onvoorbereid maar vol optimisme gaat Thuis in Oss, onder leiding van oprichter Angelo Schuurmans, de uitdaging aan om opvang te organiseren voor honderdvijftig vluchtelingen. Op geheel eigen wijze creëren zij een nieuwe vorm van opvang. Zo maken bewoners zelf de huisregels, worden ze gedurende hun asielprocedure niet verplaatst, is er vanaf het eerste moment taalles voor iedereen, en leven alle mogelijke culturen met elkaar onder één dak. Na vier jaar is de rebelse pilot uitgegroeid tot een professionele opvanglocatie voor vijfhonderd mensen. Met zijn eigenzinnige aanpak vormt Thuis in Oss een positief en hoopvol voorbeeld van hoe het ook kan.

In Dit boek gaat over mensen vertelt Angelo Schuurmans wat hem ertoe bracht hulp te gaan verlenen aan vluchtelingen. Hij geeft een bijzondere inkijk in het reilen en zeilen van de opvang, kijkt kritisch naar de complexe Nederlandse asielketen en vertelt wat er volgens hem komt kijken bij échte integratie. Hierbij sluit hij niet de ogen voor de meer ingewikkelde zaken, zoals flinke cultuurverschillen, meisjes die worden uitgehuwelijkt en hoe er wordt gekeken naar zijn eigen homoseksualiteit. Daarnaast heeft hij te maken met de tegengeluiden, waarvan sommige uit zijn directe omgeving. Niet iedereen is blij met een vluchtelingenopvang in zijn stad, maar ook die geluiden zijn belangrijk om naar te luisteren.

Dit eerlijke boek vol inspirerende verhalen en anekdotes uit de dagelijkse praktijk is een eyeopener voor iedereen met een mening over vluchtelingen.

‘Mocht je je in deze gure tijden afvragen: wat kan ik doen?! Lees dan dit boek. Angelo beoefent praktisch idealisme. Zijn verhaal geeft moed en laat zien dat liefde, praktisch denken en een mild hart bergen kunnen verzetten en daadwerkelijk de wereld kunnen veranderen. Dit is een boek van hoop dat alles wat we nodig hebben al onder handbereik is: onze menselijkheid en de bereidheid die in te zetten.’ Nazmiye Oral, actrice en schrijfster

‘Vluchtelingen hebben perspectief, duidelijkheid en de mogelijkheid om hun eigen leven vorm te geven hard nodig. Helaas is overal in ons land de realiteit vaak het tegendeel. De aanpak van Thuis in Oss laat zien dat het wel anders kan. Een inspirerend en uniek voorbeeld waar vluchtelingen uit Oekraïne en andere landen samenwonen en ook actief betrokken zijn bij die opvang. Hier wordt samen het verschil gemaakt!’ Frank Candel, bestuursvoorzitter VluchtelingenWerk Nederland

‘Dit boek komt voort uit een persoonlijke zoektocht naar verbinding en een realistische, menselijke kijk op integratie en opvang. Het gaat niet over wie er gelijk heeft, maar over elkaar vinden. Telkens weer.’ Angelo Schuurman

Fragment uit Wie ik was
Nog niet zo heel lang geleden waren vluchtelingen een enorm 'ver-van-mijn-bedprobleem'.  Het was iets waarover ik op het nieuws hoorde. Ik zag de schreeuwende krantenkoppen. Dat ze niet positief waren, viel me ook op. Maar daar bleef het voor mij bij. Ik deed er niets mee, verdiepte me er niet in, en ik wist niets van het Nederlandse systeem rondom opvang en integratie.
  Nu run ik met mijn stichting een opvang in het zuiden van het land. We vangen structureel vijfhonderd mensen op, en dat doen we op een (voor Nederland) innovatieve manier. Hoe ik van passief naar actief ben gegaan, een waarom, lees je allemaal in dit boek. Om dat beter te begrijpen is het goed als ik wat meer over mezelf vertel. In dit geval, over wie ik was voordat ik dit alleemaal ging ondernemen.
  In vogelvlucht: ik ging op mijn achttiende naar de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam. Nadat ik die had afgerond, volgde ik een acteursopleiding aan het Stella Adler Conservatory in Los Angeles (waar ik vervolgens nog jaren bleef hangen voor werk en liefde).
  Als acteur is het je werk om iedereen te kunnen zijn. Hoewel je persoonlijke mening en levenservaringen belangrijk zijn om je te kunnen verbinden met je personage, werken je vooroordelen altijd tegen je. Daarom leerde ik al snel om die achterwege te laten. Om de wereld te beleven en te zien door andere ogen. Het proces om daar te komen begint met een leeg papiertje. Wie is deze persoon? Waarom denkt en handelt iemand op een bepaalde manier, waar komt dat vandaan?  Blanco er ingaan en iets onderzoeken vanuit nieuwsgierigheid. Tijdens mijn beide studies benaderde ik nieuwe verhalen op die manier en dat heeft me gevormd. Je zou kunnen zeggen dat het voor mij een manier van denken is geworden.
  En toen kwam het bepalende moment dat ik naar Griekenland ging om als vrijwilliger vluchtelingen te helpen. Eenmaal terug in Nederland wilde ik meer doen voor deze groep mensen, dus begon ik me te verdiepen in het Nederlandse systeem voor opvang en integratie. Hoe meer ik te weten kwam, hoe meer vragen ik had. En hoe meer vragen ik had, hoe sterker het gevoel werd dat dit ook anders kan. Dus ging ik het anders oen. In dit boek vertel ik over dat hele proces. Van de eerste vonk tot het opzetten van een opvang op een andere manier, en alle realitychecks die daarbij hoorden. Want mijn god, wat zijn dat er veel geweest... Maar nog belangrijker, in dit boek wil ik je meenemen voorbij de headlines en de snelle meningen. Ik wil alten zien hoe het écht is om vluchtelingen op te vangen in Nederland. Eerlijk en realistisch. Het is geen pleidooi voor dé oplossing, want die bestaat niet. Wel een zoektocht. Naar wat menselijkheid en menselijke waardigheid betekent. Naar hoe we kijken naar 'de ander'.  En naar wat er mogelijk is als je de wereld eens niet benadert vanuit angst of (voor)oordeel, maar vanuit nieuwsgierigheid. Dit boek is een uitnodiging daartoe. (pagina 11-12)

Albert Memmi

Portret van de kolonisator & Portret van de gekoloniseerde
Octavo 2026, 164 pagina's  € 24,50

Oorspronkelijke titel: Portraits : Portrait du colonisé, Portrait du colonisateur, Portrait du décolonisé arabo-musulman et de quelques autres, Portrait d'un Juif, La Libération du Juif et L'Homme dominé (2015)

Wikipedia: Albert Memmi (1920-2020)

Korte beschrijving
Het klassieke werk van Albert Memmi uit de jaren 1950 over de materiële en psychologische aspecten van kolonialisme. Albert Memmi beschrijft hoe het koloniale systeem zowel de kolonisator als de gekoloniseerde negatief beïnvloedt. Hij concludeert dat nationale onafhankelijkheid de enige oplossing is om deze destructieve relatie te beëindigen. Memmi schreef de portretten van kolonisator en gekoloniseerde aanvankelijk om zijn eigen situatie als gekoloniseerde Tunesiër beter te begrijpen. Serieus en met academische diepgang geschreven. Met een voorwoord van Jean-Paul Sartre (1905-1980) en nawoord van vertaler Esha Guy Hadjadj (1994). Geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in het onderwerp. Albert Memmi (Tunis, 1920 - Parijs, 2020) was een vooraanstaande Frans-Tunesische schrijver en essayist van Joodse afkomst. Hij schreef vele boeken. Zijn werk wordt in meer dan vijftien landen uitgegeven. 'Portret van de kolonisator' en ‘Portret van de gekoloniseerde’ werden voor het eerst gebundeld gepubliceerd in 1957. Dit boek is deel 24 van de ‘Octavo basisserie’.

Tekst op website uitgever
In dit klassieke werk over kolonialisme ontleedt de Frans-Tunesische schrijver Albert Memmi de materiële drijfveren en de psychologische effecten van kolonisatie. Hij analyseert hoe het koloniale systeem twee tragische figuren met een gedeeld lot creëert: de kolonisator en de gekoloniseerde. Aanvankelijk schreef Memmi de portretten van deze figuren om zijn eigen situatie als gekoloniseerde Tunesiër beter te begrijpen, maar uiteindelijk moest hij een bredere conclusie trekken: de enige manier om de dodendans tussen de kolonisator en de gekoloniseerde een halt toe te roepen was nationale onafhankelijkheid. In 1957 werden de twee portretten gebundeld in een boek dat meteen in uiteenlopende kringen weerklank vond. Albert Memmi (1920-2020) werd geboren in Tunis. Zijn ouders behoorden tot de Joodse minderheid van die stad. Memmi begon in 1939 aan zijn studie filosofie in Algiers en hervatte die studie na de Tweede Wereldoorlog in Parijs. Vervolgens keerde hij terug naar Tunis, waar hij tijdens de beslissende jaren vóór de onafhankelijkheid van Tunesië in 1956 de twee portretten schreef.

Fragment uit

Bastiaan Rijpkema & Bart Schreurders

Tolerantie denkers : inspiratie voor democratisch samenleven
Prometheus 2026, 320 pagina's € 26,99

Wikipedia: Bastiaan Rijpkema (1987) en korte bio van Bart Schreurders (1998)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Wat kunnen denkers als Erasmus, Karl Popper en Martha Nussbaum ons leren over tolerantie als antwoord op moeizaam samenleven, politieke radicalisering en zorgen over polarisatie?

In Tolerantiedenkers gidsen vooraanstaande auteurs en kenners je door de canon van het denken over tolerantie. De denkers leer je kennen aan de hand van hun leven, filosofie en idee van tolerantie. Zo ontvouwt zich het gesprek dat door de eeuwen heen is gevoerd over die ene cruciale vraag: hoe leven we samen met onze verschillen?

De samengebalde denkkracht van twintig filosofen toont hoe onder meer waarheid, liefde, rechtvaardigheid en kunst kunnen inspireren tot de tolerantie die ons democratisch samenleven nodig heeft.

Bastiaan Rijpkema is rechtsfilosoof en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Voor De Groene Amsterdammer schreef hij tussen 2021 en 2024 een column over politiek Den Haag.

Bart Schreuders werkt aan de Universiteit Leiden aan een proefschrift over het zestiende-eeuwse tolerantieconflict tussen Dirck Volckertsz Coornhert en Justus Lipsius.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Mehdi Belhaj Kacem

God, techniek en alwetendheid : een essay over het kwaad
Ten Have 2026, 160 pagina's  - € 23,99

Oorspronkelijke titel: Dieu : La mémoire, la technoscience et le mal (2017)

Wikipedia: Mehdi Belhaj Kacem (1973)

Korte beschrijving
Een eigentijds filosofisch essay over de invloed van technologie op de menselijke ervaring en onze relatie tot de wereld in een tijd waarin technologie richting alwetendheid beweegt. Mehdi Belhaj Kacem gebruikt zijn pleonectisch systeem om te analyseren in welke mate de mens zijn omgeving aan zich toe-eigent. Dit is waar de technowetenschap zijn intrede maakt, een krachtige vorm van toe-eigening die Kacem techno-mimese noemt: het imiteren en technisch materialiseren van de natuur. Hier komt het fenomeen van het kwaad bij kijken, het vermogen om buitensporig lijden te veroorzaken. Door de grootschalige externalisering van onze ervaringen in een technisch geheugen ontstaat er een breuk met onze identiteit, wat Kacem ‘ontologische alzheimer’ noemt. Het boek is een urgente verkenning van de ethische, existentiële en ecologische implicaties van de technologische toekomst van de mens. Argumentatief en academisch geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Mehdi Belhaj Kacem (Parijs, 1973) is Frans-Tunesische filosoof en schrijver. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven.

Tekst op website uitgever
Prikkelende filosofische kritiek op technologie in de geest van Byung-Chul Han.

De Frans-Tunesische filosoof Mehdi Belhaj Kacem beschikt over een zeldzaam origineel tegengeluid. In dit boek schrijft hij over de rol van technologie in ons leven en in onze maatschappij, met een scherpte en radicaliteit die hem in Frankrijk al tot cultfilosoof maakte.

Deze Nederlandse vertaling introduceert een denker die de erfenis van Derrida en Badiou weet te verbinden met de urgentie van het heden – een onderscheidend werk voor de lezers van Byung-Chul Han en Markus Gabriel.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Quinn Slobodian & Ben Tarnoff

Muskisme : een gids voor de verbijsterden
De Geus 2026, 270 pagina's  - € 22,99

Oorspronkelijke titel: Muskism : a guide for the perplexed (2026)

Wikipedia: Quinn Slobodian (1978)

Korte beschrijving
Een diepgaande beschouwing van de verstrengeling van technologie, macht en afhankelijkheid in de nieuwe politieke economie van de 21e eeuw, met Elon Musk als voorbeeld. Dit boek onderzoekt de rol van Elon Musk binnen de hedendaagse politieke economie, waarbij hij niet alleen als individu, maar als een systeem wordt beschouwd. De auteurs, Slobodian en Tarnoff, leggen uit hoe het concept van vrijheid wordt gecommercialiseerd en hoe bestaande hiërarchieën worden versterkt. Musk wordt gepresenteerd als een model voor de huidige tijd, in plaats van een uitzondering. Het boek biedt een kritische blik op de manier waarop deze dynamieken invloed uitoefenen op de maatschappij en hoe ze bijdragen aan een scheef en corrupt systeem. Vaardig, scherpzinnig en onderhoudend geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Quinn Slobodian (1978) is een Canadese hoogleraar internationale geschiedenis en auteur. Hij werd door Prospect UK uitgeroepen tot een van de 25 beste denkers ter wereld. Ben Tarnoff (1985) is een Amerikaanse auteur en schrijver voor meerdere bladen.

Tekst op de website uitgever
‘Briljant op alle manieren waarop Elon Musk dat niet is: onomstotelijk eerlijk, vol humor en diepmenselijk.’ – Astra Taylor

Elon Musk wordt gezien als genie of gevaar, maar zelden als systeem. In Muskisme laten Slobodian en Tarnoff zien hoe technologie, macht en afhankelijkheid samensmelten in een nieuwe politieke economie. Dit boek doorgrondt hoe vrijheid wordt verkocht, hiërarchieën worden verdiept en waarom Musk geen uitzondering is, maar het model van onze tijd.

‘Tarnoff is een visionair van de beste soort: scherpzinnig, pragmatisch en vastbesloten om een scheef en corrupt systeem te hervormen.’ – Naomi Klein

‘Af en toe duikt een denker op die je blik op de wereld blijvend verandert. Quinn Slobodian is zo iemand.’ – Lotte Lambrecht, De Standaard

Fragment uit 8. De staat X
Sinds de jaren 1990 had Elon Musk het al over de 'superset', een online, interactieve massa computercode die de wereld langzaam zou omsluiten. Zijn carrière draaide om het scheppen van de modules voor die superset: in de vorm van raketten om satellieten in de lucht te krijgen, in de vorm van hersenimplantaten om de bandbreedte van onze interface met het cybernetische collectief te vergroten, en in de vorm van AI-modellen en sociale media-algoritmen. Hij maakte naam en fortuin door die diensten en producten te verkopen aan overheden en consumenten, waarmee hij zichzelf langzaam maar zeker onmisbaar maakte.
Toen Musk aan de tweede regering-Trump ging meewerken als de facto hoofd van iets wat het Department of Governent Efficiency heette, ging hij nog een stap verder met de superset. Hij verklaarde dat overheden 'eigenlijk gewoon computers' zijn, slecht geconfigureerde 'grote, domme machines'.  Hij legde aan senator Ted Cruz uit dat 'de enige manier om de databases met elkaar in overeenstemming te brengen en van verspilling en fraude ad te komen, is om gewoon eens goed naar de computers te kijken'. 
  Het muskise kwam naar Washington, doordrenkt met memes, puberale opschepperij en sadistische overwinningsdansjes bij massaontslagen en complete instanties die geschrapt werden. Aan het hoofd van een team tienerprogrammerurs en figuren uit het middenmanagement van zijn verzameling bedrijven zou Musk de codebase binnendringen en allerlei bepalingen en begrotingsposten van binnenuit herschrijven. Hij zou de pennenlikkersbureaucratie met geweld de digitale eenentwintigste eeuw in sleuren, de inhoud van gigantische zalen vol archiefkasten scannen en de data in één groot interoperabel systeem invoeren. Deze onderneming bevatte kenmerken van door aandeelhouders afgedwongen herstructureringen en van start-upmanagement, en was doortrokken van de sfeer van de gamerswereld en de rechtse cultuuroorlog. Om te slagen zou hij een 'godmodus' nodig hebben, een overzicht over het geheel en root access tot de stack.  
  Het mandaat van DOGE was 'het moderniseren van federale technologie en software om de efficiëntie en productiviteit van de overheid te maximaliseren', zoals het decreet dat het initiatief op 20 januari 2025 in het leven riep luidde. Maar wat het vooral deed was de surveillancecapaciteiten van de staat vergroten. Zoals de voorgaande hoofdstukken duidelijk maken was Musk ervan overtuigd geraakt dat de echte bugs in de code mensen waren, vooral de niet-witte illegale immigranten die pionnen waren in een links plan om de democratie aan te tasten en die profiteerden van 'suïcidale empathie'. Empathie vatte hij op in programmeertermen. Het was een 'exploit', een kwetsbaarheid in de software waartegen de architectuur van het systeem gehard moest worden.
  In Musks kantoor stond een gamecomputer, compleet met oversized gebogen scherm, en DOGE.gov had een highscore-achtige leaderboard waarop de bezuinigingen in real time werden bijgehouden. Maar achter al die grappen en cosplay zat een serieuze overtuiging. Als de staat niet meer was dan ene database, dan kwam inefficientie voort uit slechte data: onedocumenteerde buitenlanders, spookwerknemers en zelfs 'vampiers' die bijstandsuitkeringen binnensleepten. Net als de gedachtevirussen die het cybernetische collectief bedreigden waren dit bugs in de codebase, onregelmatigheden die opgespoord, geïsoleerd en gezuiverd moesten worden. Musk had Twitter omgekwat en hertraind tot X. Door zijn cyborgbril bezien was de Amerikaanse staat gewoon het zoveelste systeem, een dataset vol glitches die opgeschoond en geoptimaliseerd moest worden.
  Staat X, zeg maar.
(pagina 172-174)

Terug naar Overzicht alle titels

Henk van der Waal 3

Lui worden : minder willen, vrijer voelen, anders denken
Querido 2026, 312 pagina's  - € 24,99

Wikipedia: Henk van der Waal (1960)

Korte beschrijving
Een filosofische verhandeling over hoe een nieuwe moraal van luiheid een antwoord kan zijn op hedendaagse maatschappelijke problemen. Henk van der Waal laat de filosoof Thaddeus pleiten voor een fundamentele verandering in ons leven. In drie redevoeringen betoogt Thaddeus dat de menselijke drang om alles te beheersen de aarde uitput en ons vervreemdt. Door minder te willen, kunnen we ons vrijer voelen en anders denken, wat leidt tot een hernieuwde moraal en betere relatie met de natuur. Het doel is radicale compassie en een ontspannen houding ten opzichte van de tijd. Diepgaand en fijnzinnig geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in filosofie en levenskunst.  Henk van der Waal (Hilversum, 1960) is een Nederlandse dichter en filosoof. Hij schreef vele boeken en won de prestigieuze C. Buddingh’-prijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs. In 2012 publiceerde hij het essay ‘Denken op de plaats rust’,* dat in 2017 een vervolg kreeg met ‘Mystiek voor goddelozen’.** ‘Lui worden’ is de afsluiting van dit filosofische drieluik.

Tekst op de website uitgever
Wij mensen zijn zo slim en machtig geworden dat we alles wat leeft en bestaat naar onze hand kunnen zetten. Maar de ijver waarmee we dat doen put de aarde uit, zet ons tegen elkaar op en vervreemdt ons van onszelf en alles om ons heen.

Dat moet en kan anders, laat Henk van der Waal de excentrieke filosoof Thaddeus betogen in Lui worden. In drie redevoeringen – opgetekend door een welwillende vriend en gehouden op verschillende plekken in de stad – zet deze raadselachtige figuur uiteen hoe we door minder te willen, vrijer te voelen en anders te denken niet alleen onze uitgewoonde moraal en onze verhouding tot de natuur kunnen revitaliseren, maar ons ook kunnen ontworstelen aan het web van verwachtingen waarin we steeds meer verstrikt raken.

Het resultaat? Radicale compassie en een weldadig achteroverleunen tegen de rug van de tijd.

Fragment uit De tweede rede - Willen, voelen, denken
Hoewel we inmiddels een uiterst complexe opeenhoping van cellen zijn geworden met botten, spieren, een spijsverteringskanaal en een vaten- en zenuwstelsel, is er wat dat betreft niet veel veranderd, behalve dan dat het voelen van al die afzonderlijke cellen als een overall gevoel in ons heerst. Dat overall gevoel krijgen we voorgeschoteld en laat ons weten hoe het met ons als geheel is gesteld. Het maakt ons duidelijk of we ons nog binnen de bandbreedte, zeg maar ons midden, bevinden waarin we naar behoren kunnen functioneren. Als ons gevoel goed is en er sprake is van welbevinden, kunnen we voort op de ingeslagen weg. Is dat gevoel niet goed, dan moet er actie worden ondernomen.
  Dat dit gevoel van ons zich voor een groot deel in onze buikstreek manifesteert hoeft niet te verbazen. Daar nemen we immers niet alleen de voor ons zo noodzakelijke energie en bouwstoffen p, maar meten en beoordelen we ook of we daarvan te weinig, genoeg of misschien te veel hebben binnengekregen. Als die beoordeling leidt tot het oordeel "dreigend brandstofgebrek", krijgen we een hongergevoel. Dat zet vervolgens onze wil aan om te eten, waar we, als dat kan, net zo lang mee doorgaan tot onze honger is gestild en er een gevoel van verzadiging is bereikt. Wil en gevoel zijn dus wederzijds afhankelijk van elkaar. Waar wil zonder gevoel blind is, is gevoel zonder wil leeg, om Immanuel Kant nog maar eens te parafraseren. Onze gevoelens vormen met andere woorden de ogen, oren en neus van onze wil.
  Zo beschouwd draagt ons gevoel vanaf het begin ene element van reflectie in zich. Naarmate we complexere organismen werden, werd dat element van reflectie steeds belangrijker en algemener, wat erin heeft geresulteerd dat ons gevoel ons tegenwoordig samengevat aan onszelf teruggeeft. Daardoor zijn we voor een groot deel ons gevoel. 
  We zeggen om die reden niet "Ik heb blijdschap", maar "Ik ben blij". In het geval van pijn, dat toch duidelijk ook een gevoel is, zeggen we echter wel "Ik heb pijn".  Die zegswijze kan gerechtvaardigd zijn als die pijn veroorzaakt wordt door een specifiek onderdeel van ons lichaam dat niet goed functioneert. Dan kunnen we ons onderscheiden of zelfs distantiëren van de pijn die ons treft. In de meeste gevallen lukt dat echter niet en beïnvloedt pijn algauw alles wat we zijn. Wij zijn dan ook meestal die pijn, net zoals die pijn ons ís. Diezelfde omkering kunnen we ook toepassen op het gevoel in het algemeen: wij zíjn ons gevoel en gevoel ís ons. (pagina 110-112)

Lees ook:  Denken op de plaats rust (2012) en Mystiek voor goddelozen (uit 2017).

Terug naar Overzicht alle titels

Ivo Brughmans

(De)polarisatie : een paradoxale aanpak voor samenleving en organisatie
Boom 2026, 288 pagina's  € 32,50

Korte bio van Ivo Brughmans (1965)

Korte beschrijving

Tekst op de website uitgever
‘Een zeer inspirerend en rijk boek met een nieuw perspectief en praktische handvatten.’ – Sharon Dijksma, burgemeester van Utrecht en voorzitter VNG

‘Dit boek laat concreet zien hoe we vanuit de loopgraven van onwrikbare standpunten weer een open ruimte kunnen creëren waar ideeën productief mogen botsen én elkaar kunnen verrijken.’ – Prof. dr. ir. Peter-Paul Verbeek, filosoof en rector magnificus Universiteit van Amsterdam

‘Een hoopvol boek dat ons allemaal kan helpen om spanning om te zetten in positieve energie.’ – Maarten Camps, voorzitter Raad van Bestuur UWV

Polarisatie is uitgegroeid tot hét vraagstuk van onze tijd. In de samenleving, organisaties en de politieke arena lopen spanningen snel op en wordt samenwerking steeds lastiger.

Hoe kunnen we weer met elkaar in verbinding komen als de kloof diep is en de afkeer groot? Dat lukt enkel als we voorbij de inhoudelijke standpunten naar de onderliggende drijfveren kunnen kijken: de onuitgesproken waarden en behoeften waar het echt over gaat.

De paradoxale aanpak in (De)polarisatie gaat ervan uit dat er zelfs onder de meest extreme standpunten steeds een positieve kracht ligt. Deze kunnen zien en erkennen vormt de sleutel tot verbinding en verruiming. Naast een analyse van de mechanismen van polarisatie biedt dit boek praktische hefbomen om polarisatie te voorkomen en te hanteren op verschillende niveaus: in onszelf, in de interactie met anderen, in leiderschap en in beleid..

Ivo Brughmans daagt je uit om polarisatie binnen je eigen cirkel van invloed fundamenteel aan te pakken. Dit boek helpt om polarisatie hanteerbaar te maken, juist wanneer de kloof diep lijkt en de tegenstellingen onoverbrugbaar.

Ivo Brughmans is filosoof, politicoloog en managementconsultant, en gepassioneerd door het verbinden van tegenpolen. Hierover publiceerde hij verschillende boeken en geeft hij keynotes, masterclasses en verdiepende opleidingen.

Fragment uit

Thomas Chatterton Williams

De zomer van het ongenoegen : wat polarisatie met een land kan doen
Spectrum 2026, 271 pagina's € 26,99

Oorspronkelijke titel: Summer of our discontent (2026)

Wikipedia: Thomas Chatterton Williams (1981)

Korte beschrijving
Een kritische analyse van de oorzaken en gevolgen van polarisatie in de maatschappij, met focus op de gebeurtenissen in de Verenigde Staten sinds de zomer van 2020. Thomas Chatterton Williams onderzoekt de gebeurtenissen in de samenleving tijdens deze zomer, waaronder de moord op George Floyd, de overgang van Obama naar Trump, de coronacrisis en de steeds grotere invloed van sociale media. Hij analyseert hoe deze ontwikkelingen hebben geleid tot nieuwe normen rondom vrijheid van meningsuiting, racisme en liberalisme en analyseert de effecten op mediagebruik, werkgelegenheid, creativiteit, onderwijs, taal en cultuur. Gaandeweg biedt hij een kritische blik op sociale rechtvaardigheid en de staat van het liberalisme. Het boek pleit voor het behoud van vrije uitwisseling van ideeën voor maatschappelijke vernieuwing en verbetering. Intelligent en analytisch geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Thomas Chatterton Williams (1981) is een Amerikaanse cultuurcriticus en schrijver. Hij schreef eerder de boeken 'Losing My Cool' en 'Self-Portrait in Black and White'

Tekst op website uitgever
Hoe de zomer van 2020 onze samenleving overhoop gooide

Opeens leek de hele wereld tot een kookpunt te komen. Van de razendsnelle ontwikkelingen rondom sociale media en de verschuiving van Obama naar Trump tot de coronacrisis en openlijke gesprekken over kritische rassentheorie. In dit opzienbarende boek schetst Thomas Chatterton Williams, vermaard cultuurcriticus van The Atlantic die geen blad voor de mond neemt, een helder beeld van al deze ideeën en gebeurtenissen. Hij omschrijft hoe de enorme verschuivingen van de afgelopen jaren invloed hebben gehad op ons mediagebruik, de werkgelegenheid, creativiteit, het onderwijs en de taal en cultuur.

Een scherpe analyse van sociale rechtvaardigheid en de huidige staat van het liberalisme, die aantoont hoe men de afgelopen jaren anders is gaan denken over diversiteit en vrijheid van meningsuiting.

‘In de zomer van 2020 brak er massale waanzin uit onder de Amerikaanse elite, met verwoestende gevolgen voor kenniscreërende instellingen. Thomas Chatterton Williams is een van de weinige intellectuelen die standvastig bleef en met grote moed pleitte voor liberale waarden en de vrije uitwisseling van ideeën. In dit boek keert hij terug met een geschenk: een manier om te begrijpen wat ons is overkomen, wat de menselijkheid van alle partijen bewaart en de weg wijst naar vernieuwing.’ Jonathan Haidt, auteur van The Anxious Generation

Thomas Chatterton Williams is cultuurcriticus en schrijver. Hij schrijft voor The Atlantic en publiceerde daarnaast in onder andere The New York Times magazine. Van zijn hand verschenen eerder de boeken Losing My Cool en Self-Portrait in Black and White.

Fragment uit hoofdstuk drie - De pest
Maar die merkwaardig mooie en aangename lente - een van de mooiste en zonnigste die ik me uit Europa herinner - en die trage, monotone dagen en nachten in zelfquarantaine samen met onze vrienden waren zeker niet ellendig, voelden in eerste instantie niet als ontberingen. Ze waren op een vreemde manier energiek en inspirerend. Het waren productieve dagen van contemplatie, waar ik erg van opknapte. Ik  miste mijn vrienden en familie erg, maar het wonder van sociale media en de magie van WhatsApp en FaceTime gaven meer echte, krachtige troost. Dat ik zo direct betrokken was bij de dagelijkse routines van mijn kinderen was een onverwachte en heerlijke bonus. Zonder de verlokkingen van de buitenwereld leverde ik mijn bijdrage aan huishoudelijke klussen als koken, schoonmaken en boodschappen doen. In mijn vrije tijd schreef en publiceerde ik essays, herlas de werken van Camus en Baldwin, sportte regelmatig met Jordan en volgde, gewapend met een ruim voorradig materiaal, een gymnastiekprogramma op YouTube en Instagram, waardoor ik een sterker lichaam kreeg dan ik ooit had gehad. Ik was zeker geen uitzondering. Alle mensen met wie ik contact had leken ook ambitieuze en soms radicale projecten voor zelfverbetering te hebben opgepakt. Zoals veel succesvolle intellectuelen was Sophie brood gaan bakken en werkte ze op de meeste avonden tot vreugde van iedereen het kookboek van Ottolenghi door. Wanneer na het eten de kinderen naar bed waren leidde Jordan, een filmcriticus met een encyclopedische kennis, ons systematisch door een opwindend programma van Amerikaanse films uit de jaren zeventig.
  Zo algemeen was de neiging om de pil te vergulden en de tegenslag van de lockdown in een tastbare vorm van persoonlijke groei te gieten, dat er onvermijdelijk een complete golf van juist tegen productiviteit gericht ressentiment en verzet volgde. 'Mensen herinnerden elkaar eraan dat Shakespeare King Lear schreef toen hij tijdens een pestepidemie in quarantaine zat,' merkte Constance Grady op in een artikel op Vox van april 2020. 'En onvermijdelijk kwam de gefluisterde implicatie: moet jij deze tijd thuis - noem het een geschenk - niet gebruiken, omdat je thuis zit en geen essentieel beroep hebt? Moet jij deze tijd niet gebruiken om productiever te worden? Moet je niet aan de slag gaan en een mesterwerk schrijven, of een nieuw genre uitvinden of een nieuwe basiswet van het universum ontdekken? Moet je niet op z'n minst een nieuwe hobby oppakken, iets nieuws leren of je misschien ontplooien tot 'coronapreneur', zoals Forbes het noemde. Deze weberiaanse stemming van presteren werd al snel verbonden met onaangename raciale implicaties. Alleen al het feit dat je ergens een toevluchtsoord had werd gekoppeld aan de mogelijkheid, zeg maar gerust het privilege, om op afstand te kunnen werken. De zogenaamde essentiële beroepen - pakjes rondbrengen, bevoorraden, zieken verzorgen, achter de kassa zitten in de supermarkt - waarvoor je de pandemie trotseerde en je gezondheid en welzijn op het spel zette, werden onevenredig veel uitgeoefend door zwarte en niet-witte bevolkingsgroepen, of anders in elk geval door de witte arbeidersklasse. 
  'Tijdgerichte productiviteit is uitgevonden door het industriële kapitalisme,' vervolgde het artikel op Vox, wat ook een manier is om - voor een bepaald soort progressieve lezer die daar ontvankelijk voor is - uit te drukken dat het onvermijdelijk een vorm is van iets wat steeds vaker een 'cultuur van witte suprematie' werd genoemd. Hiermee werd een kritiek verwoord die, naarmate de pandemie zich voortsleepte, in Amerika en elders steeds vaker en krachtige te horen was. Maar in die eerste maanden behielden veel mensen hun positiviteit en optimisme en probeerden ze oprecht de opgelegde eenzaamheid en ononderbroken workflow te benutten om hun eigen welzijn en dat van de mensen om hen heen te verbeteren. Het was nog de tijd dat enthousiaste en naïeve New Yorkers zich elke avond vertoonden bij hun venster, op het dak of op hun balkon om hun oprechte dank te betuigen aan het medisch personeel van de stad en andere mensen die aan de frontlinie werkten. (pagina 88-90)

Terug naar Overzicht alle titels

Adrian Woolfson

De mens als God : wat als we genetisch ingrijpen met artificiële biologische intelligentie? 
Nieuw Amsterdam 2026, 432 pagina's  - € 34,99

Engelse titel: On the future of species : authoring life by means of artificial biological intelligence (2025)

Website van  Adrian Woolfson (1965)

Korte beschrijving
Een diepgaand boek over genetische modificatie en de rol die kunstmatige intelligentie daarin kan spelen. Wetenschapper Adrian Woolfson onderzoekt de impact van deze technologie, waarbij DNA door mensen kan worden herschreven en aangepast. Hij beschrijft hoe deze technologie mogelijkheden biedt om ziektes uit te bannen, milieuproblemen op te lossen en uitgestorven soorten zoals de mammoet en de dodo weer tot leven te brengen. Daarnaast kunnen volledig nieuwe soorten worden gecreëerd, waardoor het leven niet langer beperkt is tot darwinistische evolutie. Woolfson bespreekt ook de ethische en maatschappelijke gevolgen van deze biotechnologische innovaties en benadrukt het belang van verantwoorde onderzoekspraktijken, transparantie en een wereldwijd debat. Vaardig en verdiepend geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in het onderwerp. Adrian Woolfson is medeoprichter van een Amerikaans bedrijf dat zich bezighoudt met genomische geneeskunde en genome writing.

Tekst op website uitgever
‘Intrigerende en verontrustende analyse van een biologische revolutie die het leven ingrijpend zal veranderen.’ The Guardian

We staan op de drempel van een technologische revolutie waarin bestaande en geheel nieuwe genomen – de complete genetische samenstelling van organismen – kunnen worden herschreven en geschreven. Met de nieuwste technieken kan DNA bewust, gericht en heel snel worden aangepast. Wetenschapper Adrian Woolfson loopt voorop in deze grensverleggende technologie van artificiële biologische intelligentie.

Volgens Woolfson kunnen ziektes tot het verleden gaan behoren en milieu- en energieproblemen worden opgelost. Ook wordt het mogelijk om uitgestorven soorten, zoals de mammoet en de dodo, tot leven te wekken. Zelfs de creatie van volledig nieuwe soorten kan werkelijkheid worden. Het leven zal niet langer uitsluitend gebonden zijn aan de darwinistische evolutie.

In dit boek zet Woolfson bovendien de discussie in gang over de ethische en maatschappelijke implicaties van deze radicale biotechnologische innovaties. Verantwoorde onderzoekspraktijken, transparantie en wereldwijd debat zijn daarbij absoluut noodzakelijk.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Eva Meijer 5

Een woord voor : roman
Cossee 2026, 313 pagina's € 23,99

Wikipedia: Eva Meijer (1980)

Korte beschrijving
Een literaire roman over taal en het verlies van woorden. Eén voor één verdwijnen verschillende woorden uit de Nederlandse taal. De samenleving raakt verdeeld over verloren betekenissen en de regering overweegt over te stappen op het Engels. Denkers en dichters verzetten zich, omdat de verdwenen woorden uniek zijn voor communicatie; maar ze worstelen met het verdedigen van de taal als ze de juiste woorden daarvoor niet kunnen vinden. In lichtvoetige stijl geschreven. Met name geschikt voor een literaire lezersgroep. 

Tekst op website uitgever
Achteloos is het eerste woord dat verdwijnt, achteloos, en niemand heeft het door. Ekster en geld worden meer gemist. Maar pas bij het verlies van geel ontstaat er echt onrust, als de zonzeggers en kaaszeggers tegenover elkaar komen te staan. Woordenziekte? Taalsabotage? Betekeniscomplot? Niemand weet waar de woorden zijn gebleven of hoe ze moeten worden bewaard. De regering stelt een tijdelijke taal change voor naar het Engels, dat is ook goed voor het bedrijfsleven. Een groepje denkers en dichters legt zich er niet bij neer. De verdwenen woorden drukken iets uit wat niet anders gezegd kan worden, iets wat we nodig hebben om elkaar te bereiken. Maar hoe kun je je verzetten als je de woorden mist om je gedachten vorm te geven? Hoe red je de taal, als het woord taal verdwenen is? En wie heeft er baat bij als mensen voortdurend naar woorden moeten zoeken? In Een woord voor laat Eva Meijer zien wat er gebeurt als we de taal kwijtraken waarin we met elkaar kunnen praten.

Fragment uit 10
Vier letters, denkt de directeur van DNB, opgericht door Willem I der Nederlanden in 1814, ook een koningshuis komt ergens vandaan, komt niet uit de lucht vallen. Vier letters en het lijkt op de verdwenen kleur. Ik weet het zeker. Eddo is doel op puzzels, hij maakt elk weekend het cryptogram op de achterkant van de krant en eind december de AIVD-kerstpuzzel, hij doet ook lk jaar mee aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal; mensen realiseren zich het niet, maar in de financiële sector is creativiteit een vereiste, je moet jezelf scherp houden. Hij begint te neuriën. Poen, poen, poen. De een zegt..., de ander money, daar is het al.
  'Tanya?"
 'Yes?' Ze staat op van haar bureau in de aangrenzende kamer en loopt naar de deuropening zodat ze haar baas kan zien.
  'Heb je nog iets gevonden over dat woord?'
  Tanja schudt haar hoofd. 'Misschien moeten we een taalkundige inschakelen.'
  'Misschien.' Eddo voelt zich verantwoordelijk. Hij denkt aan de gulden. Dat was een mooi betaalmiddel. Transparanter dan de euro, eerlijker. Zijn vader rekent nog om. Een brood voor zeven gulden. Een voor vierenvijftig gulden. Er huist een niet erg verholen verwijt in het omrekenen, dat Eddo de transitie niet heeft kunnen tegenhouden. En, oké, dat ook niet wilde. Hij was in eerste instantie heel enthousiast geweest over de euro. Samen staan we sterk, dat idee. De Duitsers, de Fransen. Dat de Zwitsers niet meededen gaf hem een onbehaaglijk gevoel, want die hadden verstand van duiten. maar toch. Het leek hem zelf ook handig, met het reizen, hoewel er in die tijd overal al makkelijk gepind kon worden.
  Gulden, euro, woorden van vier letters, altijd al gebruikt.
  'Heb je verder nog iets nodig?'
 'Het is een goed idee, die taalkundige. Zoek er maar eentje. Hou me op de hoogte.'
  Ze verdwijnt weer. Eddo denkt aan de mannen van boven de vijftig in zijn omgeving die relaties begonnen met hun secretaresse. Hij kon zich er nooit iets bij voorstellen, niet omdat hij per se tegen buitenechtelijke relaties was, in goed overleg kan dat prima werken, maar omdat de vrouwen met wie hij werkte altijd iets vlaks hadden. Tot nu. Hij begrijpt het inmiddels helemaal. Niet dat Tanja ooit op hem zou vallen. Ze heeft iets wilds, iets zelfverzekerds, ze heeft helemaal geen man nodig. Misschien valt ze niet een sop mannen. Toch doet het hem goed dat ze er is en dat hij deze gedachten nu heeft, het is alsof er ineens een raam in de muur zit waardoor hij naar buiten kan kijken en de wereld vanuit een andere hoek zien. Geen mogelijkheid, gene belofte, zo groot is het niet, maar toch iets in die richting.

Het woord sjezen verdwijnt, in de betekenis van hard rennen of rijden. Over gesjeesde studenten wordt nog gesproken, maar niemand weet meer waar die vreemde uitdrukking vandaan komt.
  Het woord bemiddelingspoging verdwijnt ook. 'Mediation', zeggen de mensen.
Het woord bovenop verdwijnt en wordt geruisloos vervangen door op.
(pagina 37-39)

Lees ook: De soldaat was een dolfijn : over politieke dieren (uit 2017), De grenzen van mijn taal : een klein filosofisch onderzoek naar depressie (uit 2019), De stem van de Noordzee : een pleidooi voor vloeibaar denken (uit 2020, dat ze samen schreef met Laura Burgers en Evanne Nowak), Zee Nu (een roman uit 2022) en Misschien is een ander woord voor hoop : een pleidooi voor meerstemmigheid in het politieke en publieke debat (uit 2022)

Terug naar Overzicht alle titels

woensdag 8 april 2026

Catherine de Vries

De symfonie van onvrede : de opmars van radicaal-rechts in Europa
Querido Facto 2026, 224 pagina's  € 21,99

Wikipedia: Catherine de Vries (19?)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Catherine de Vries groeide op op een boerderij in Overijssel die al generaties in de familie was. Eind jaren tachtig veranderde dat leven ingrijpend: dalende prijzen, Europese regels en terughoudende banken maakten het boerenbedrijf onhoudbaar. Haar vader verloor niet alleen zijn werk, maar ook zijn land en zijn vertrouwen in de politiek.

Tegelijk verdwenen steeds meer publieke voorzieningen: fuserende ziekenhuizen, gesloten politiebureaus, verdwijnende postkantoren, minder streekvervoer, samengevoegde scholen. De overheid die ooit nabij was, raakte steeds verder weg. Zoals veel dorpsgenoten schoof haar vader van het politieke midden richting radicaal-rechts. Hij was niet de enige: zijn ervaringen blijken onderdeel van een breder Europees patroon.

In De symfonie van onvrede beschrijft politicoloog Catherine de Vries hoe de opkomst van radicaal-rechts samenhangt met de afbraak van publieke voorzieningen. Gebaseerd op eigen onderzoek in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Italië, Frankrijk en Duitsland laat ze zien wat er gebeurt als de staat zijn belofte van nabijheid niet waarmaakt, en wat nodig is om vertrouwen te herstellen. Niet alleen economisch, maar ook moreel.

Fragment uit

Terug naar Overzicht alle titels

Hanno Sauer

Klasse : het ontstaan van boven en onder
De Bezige bij 2026, 359 pagina's  € 29,99

Wikipedia: Hanno Sauer (1983)

Korte beschrijving
Een scherpzinnige filosofische analyse van het fenomeen klasse. Hanno Sauer onderzoekt de diepgewortelde mechanismen achter status, prestige en sociale hiërarchie. Hij beschrijft klassenverschillen als krachtige structuren die cultuur, waarden en keuzes in een samenleving vormgeven. Het boek analyseert waarom groepen specifieke voorkeuren hebben, en bespreekt hoe sociale signalen overtuigingen, smaak en koopgedrag beïnvloeden. Sauer laat zien waarom het van belang is de verborgen krachten van klasse te begrijpen om maatschappelijke verandering teweeg te kunnen brengen, en biedt een kritische blik op waarom mensen doen wat zij doen — en hoe dit anders kan. Zeer intelligent en met stilistische flair geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep met bijzondere interesse in het onderwerp. Hanno Sauer (1983) is universitair hoofddocent filosofie en hij doceert ethiek aan de Universiteit Utrecht. Eerder verscheen van zijn hand ‘Moraal. Goed en kwaad van prehistorie tot polarisatie’ (2023).

Tekst op website uitgever
Waarom rijden rijkaards in protserige Lamborghini’s en dragen ze merkkleding, maar prefereren écht rijke mensen juist bescheiden auto’s en onopvallende outfits? Waarom is kunst elitair, en geldt Marcel Proust als hoge literatuur en Dan Brown als cultureel wegwerpproduct? Zijn de hogere klassen progressief en ethisch verheven, of juist gewetenloze sociopaten? In Klasse ontrafelt filosoof Hanno Sauer de diepgewortelde mechanismen achter status, prestige en hiërarchie. Hij laat zien hoe sociale signalen ons leven beïnvloeden – van onze overtuigingen tot onze smaak en koopgedrag. Klassenverschillen zijn geen oppervlakkige kenmerken, maar krachtige structuren die onze cultuur, waarden en keuzes vormen. Met scherpe inzichten en in een prikkelende stijl toont Sauer waarom het begrijpen van deze verborgen krachten essentieel is voor wie onze samenleving wil veranderen. Klasse is een urgent en briljant betoog over wie we zijn, waarom we doen wat we doen – en hoe we het anders kunnen doen.

Fragment uit Genoeg
Dromen

Waarom is het eigenlijk belangrijk om politieke concepten en sociale idealen op de proef te stellen met het oog op uitvoerbaarheid? Waarom je door lelijke feiten te laten belemmeren? Waarom niet naar de maan reiken?
  De reden daarvoor is dat de poging om hopeloze idealen na te jagen politieke invloed heeft: wanneer de representanten van een politiek bestel voortdurend doelen verkondigen die nooit bereikt worden, ondermijnt dat op de lange termijn het vertrouwen in de legitimiteit van het politieke bestel. Op een gegeven moment ontstaat onder de geregeerde bevolking de verdenking dat er iets niet in de haak is, dat men bedonderd wordt, dat er duistere machten aan het werk zijn. Worden we voorgelogen, en willen die daarboven die doelen helemaal niet echt? Of willen ze die wel, maar worden ze door nog machtigere, voor 'ons' onzichtbare, clandestiene en in schaduwen opererende éminences grises gemanipuleerd? Ik pleit niet voor een fantasieloos-cynische ultra realistische politiek die wensen alleen op het haalbare afstemt, die de normatieve kracht alleen nog in het feitelijke denkt te vinden, maar alleen voor de waarschuwing dat gefrustreerde dromen en idealen politiek gevaarlijk kunne zijn - een zekere miniumgerichtheid op wat sociaal, politiek en institutioneel bereikbaar is, is een waardevol correctief.
  Klasse is alles, alles is klasse, Maar we willen ook niet voorbarig opgeven, niet berusten en de droom van een betere wereld gewoon ongedroomd laten, want uiteindelijk kunnen we overal over dromen!
  Of in elk geval bijna. De droom van rechtvaardigheid en gemeenschap zal nooit verdwijnen, en dat is maar goed ook. het is belangrijk dat die verdergedroomd wordt, dat die steeds opnieuw ontwaakt in de hoofden van alle nieuwe kinderen, en dan met elke nieuwe generatie steeds een beetje minder stukloopt op de werkelijkheid.
  Maar sommige dromen zijn beter dan andere. Je mag vooral niet te onrustig dromen, anders begin je spoken te zien in plaats van knapenmorgenboesem, of je ontwaakt misschien als ongedierte of als zwarte weduwe. De Heer geeft het zijn lieveling in de slaap, heet het, maar daarom hoeft niet elke slapende tot de lievelingen geteld te worden. Want er is een slaap die dromen maar geen rust brengt, geen frisheid en klaarheid, een die duister stemt en moet en steeds vermoeider maakt, een slaap die monsters voortbrengt, dat is de slaap van de 


{Hier stopt het manuscript.} 

Terug naar Overzicht alle titels

Geertrui Mieke De Ketelaere 2

Loop niet in de val van de chatbot : hoe digitale vrienden levensgevaarlijk kunnen worden
Borgerhoff & Lamberigts 2026, 206 pagina € 24,99

Wikipedia: Geertrui Mieke De Ketelaere (1970)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Chatbots zijn overal. En handig. Maar wat als ze je leven overnemen? Als ze je advies beginnen geven, slecht advies? Het klinkt als het begin van een scififilm, maar intussen is het al lang werkelijkheid geworden. Dit boek bevat tal van voorbeelden uit binnen- en buitenland waarbij chatbots menselijke schade aanrichtten, inclusief aanzetten tot zelfmoord. In dit boek legt ingenieur en AI-experte Geertrui Mieke De Ketelaere aan de hand van concrete voorbeelden uit hoe chatbots zo ontwikkeld worden dat ze mensen in de val kunnen lokken.

Fragment uit

Lees ook: Mens versus machine : artificiële intelligentie ontrafeld (uit 2020)

Terug naar Overzicht alle titels

zaterdag 4 april 2026

Ton Lemaire 6

Op weg naar het heden : filosoferen over tijd en leven
Atlas Contact 2026, 294 pagina's € 24,99

Wikipedia: Ton Lemaire (1941)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Het meest persoonlijke boek tot nu toe van Ton Lemaire, winnaar van onder andere de prijs voor het Beste Spirituele Boek (‘Bomen en bossen’) en de Groeneveld-prijs.

In zijn nieuwe boek toont Lemaire zich persoonlijker dan ooit. Hij vertelt over zijn kennismaking met filosofie en welke stromingen hem beïnvloed hebben. Fenomenologie, levensfilosofie en existentiële thema’s hebben hem altijd beziggehouden, naast kunst en literatuur.

In ‘Op weg naar het heden’ behandelt Lemaire een grote verscheidenheid aan onderwerpen, soms ook die buiten zijn vakgebied. Hij snijdt eveneens actuele problemen aan, zoals de oorlog in Oekraïne en Gaza. Hoewel hij pessimistisch is gestemd vanwege de verontrustende toestand van de wereld en het laatste hoofdstuk over de dood handelt, is zijn boek alles bij elkaar toch een ode aan het leven.

‘Op weg naar het heden’ is het meest persoonlijke boek tot nu toe van deze winnaar van de prijs voor het Beste Spirituele Boek en de Groeneveld-prijs.

Fragment uit I. Waarom ik schrijf, bij wijze van inleiding
Door te lezen leefde ik tijdelijk 'ver van de dagelijksheid vandaan', zoals de versregels formuleert. Ja, ik wilde groots en meeslepend leven, het alledaagse leven en zeker dat op school was weinig boeiend, saai, oninteressant vergeleken met wat ik in de boeken las. Achteraf gezien was het maar goed dat ik rond mijn vijftiende drie passies kreeg die mijn leeshonger doorbraken: de sport, de natuur en de archeologie. Ik ontwikkelde mijn eigen lijfelijkheid, ik ontdekte de zintuiglijke rijkdom van de wereld, ik werd gefascineerd door de diepte van de tijd. Alle drie bleken een goed tegenwicht te vormen tegen de werelden in woorden waarin ik geneigd was te leven. Het gevaar van een eenzijdige nadruk op lezen en schrijven is dat je onvoldoende je zintuigen ontwikkelt en de densiteit van de dingen daarbuiten verkent, dat je je laat meeslepen door een op hol geslagen fantasie, dat je wereldvreemd, bijna mensenschuw en onhandig kunt worden. De taal, althans de geschreven taal, wordt dan een valkuil waar je moeilijk meer uit kunt komen. Het leven en de wereld zijn méér en anders dan de taal waarin ze kunnen worden uitgedrukt. Maar mijn vroege onderdompeling in woorden heeft zich niet verloochend, want ik ben blijven lezen en doorgegaan met schrijven, zoekend naar een evenwicht tussen taal en leven.

Wanner je zoals ikzelf gemotiveerd bent om te schrijven en te publiceren, ligt het voor de hand dat je geboeid wordt door taal in het algemeen en in het bijzonder door woorden. Een elementaire vereiste is dat je een rijk vocabulaire hebt dat, in ieder geval bij mij, sterk is bevorderd door de boeken die ik heb gelezen. Al jong was ik gretig om nieuwe woorden te leren, om te stuiten op ouderwetse of buitenissige woorden, om met te verdiepen in de etymologie ervan, dus de historische dimensie van de taal. Dit alles draagt op den duur bij tot een rijker taalgevoel, een moeilijk te definiëren vermogen van feeling voor taal, gesproken of geschreven, dat je alleen maar krijgt door veel en aandachtig te lezen en te luisteren. Daarin past uiteraard dat je je voelt aangetrokken tot literatuur, tot de taaluitingen die van diegene  die het ver gebracht hebben in hun omgang met taal en die proza en poëzie schrijven die in mijn eigen taalgevoel enorm hebben verrijkt. Schrijven is een voortdurende inspanning om het juiste woord op de juiste plaats te zetten en om zinnen te vormen die goed lopen, helder zijn en liefst ook welluidend.

Het geeft een goed gevoel wanneer je een zin hebt geschreven of een hele alinea waarmee je tevreden kunt zijn, dat wil zeggen: die kan standhouden als je hem overleest, ook weken later. Overigens begint voor mij het plezier van het schrijven al eerder, namelijk als ik de eerste woorden van een nieuwe essay of boek op papier zet. Hoewel ik al jaren werk op een pc, begin ik toch altijd nog met de pen de eerste zinnen en pagina's te schrijven en liefst ook al de grote lijn te schetsen in telegramstijl. Ik ervaar het als een ambachtelijk en esthetische genoegen om mijn pen op een nog maagdelijk vel papier te zetten, en niet met toetsen maar met de hand de letters van het alfabet te vormen. Ik ben veeleisend wat betreft de pen. Het is een gewone balpen maar wel een die heel dun en toch soepel schrijft, en die is niet zo gemakkelijk te vinden. Schrijven lijkt voor mij op tekenen en alleen al het vormen van de lettertekens met de hand geeft een zekere voldoening. Op de lagere school moest mijn generatie nog schrijven met de kroontjespen, die je steeds in een inktpot moest dopen en die vaak vlekken gaf. Op de middelbare school kreeg ik een vulpen en toen ik ging studeren schakelde ik over op een balpen (hoewel die toen nog enigszins 'ordinair' werd gevonden) - en daar ben ik bij gebleven. (pagina 20-22)

Fragment uit XIII Na verloop van tijd
Waarschijnlijk is het signaleren van de kortstondigheid van het leven van alle tijden. Maar we moeten wel beseffen dat hoe kort een menselijk leven ook mag zijn, het niettemin in één beslissend opzicht iets eeuwigs bezit. Ik zeg het filosoof Vladimir Jankélévitch na: 'Het eeuwige leven, dat wil zeggen het onuitwisbare feit geweest te zijn, is een geschenk dat de dood geeft aan de levende persoon. Het feit geleefd te hebben is dus een eeuwig ogenblik, en men kan vermoeden waarom eeuwigheid en ogenblik niet meer elkaars tegendeel zijn.' 'Diegene die geleefd heeft, kan voortaan niet meer niet hebben geleefd. Dit mysterieuze feit er geweest te zijn is zijn leeftocht voor de eeuwigheid.' Wat bijna niet had bestaan zal voor altijd bestaan. Want het leven mag gratuit en kortstondig zijn, het feit een kortstondig leven te hebben geleefd duurt voor altijd. (pagina 273)

Lees ook:  De val van Prometheus : over de keerzijden van de vooruitgang (2010) en Onder dieren : voor een diervriendelijker wereld (2017), Bomen en bossen : bondgenoten voor een leefbare aarde (uit 2023), Verre velden : essays en en excursies 1995-2012 (uit 2013) en Tegen de tijd : kanttekeningen bij onze wereld (uit 2022)

Terug naar Overzicht alle titels

Roxane van Iperen 4

Ik zie wat ik geloof : big tech als architect van de nieuwe werkelijkheid
Maand van de Filosofie 2026, 93 pagina's   - € 8,--

Wikipedia: Roxane van Iperen (1976)

Korte beschrijving
Wie of wat zijn wij? Kennen wij onszelf? In de geschiedenis van de mensheid heeft het wij vrijwel altijd tegenover een zij gestaan. De metafoor voor het wij was de gesloten kring of de begrensde gemeenschap. Die tweedeling tussen wij en zij gaf veelvuldig aanleiding tot vijandschap en in- en uitsluitingen. Nu het moeilijker is om mensen in één gemeenschappelijk verhaal op te nemen, is er behoefte aan nieuwe metaforen voor ons. Nieuwe beelden, woorden en daden om het wij weer betekenis te geven. Is er een wij mogelijk dat alle menselijke en niet-menselijke wezens insluit?

Tekst op website uitgever
We leven in een tijd waarin de werkelijkheid niet langer is gebaseerd op een gedeelde ervaring, maar een product is dat per individu op maat wordt gemaakt. Wie controle heeft over het verhaal, heeft de macht om mensen een bepaalde richting in te sturen. In dit indringende essay laat Roxane van Iperen zien hoe Big Tech ons met minimale inspanningen gevangenhoudt en brengt in kaart wat mogelijke vluchtroutes zijn. Hoe kunnen we opnieuw een gezamenlijk fundament creëren, een gedeelde werkelijkheid? 'De subjectieve ervaring wordt feit. Niet: ik geloof wat ik zie, maar: ik zie wat ik geloof. De Verlichting eindigt dan, letterlijk, in het licht van een scherm: niet langer het symbool van kennis, maar van beïnvloeding. De rede is niet gestorven, ze is vermarkt. En zo begint een nieuw tijdperk, waarin wie de gevoelde realiteit bezit, de mens bezit.'

Fragment uit Van mens naar markt
Ik zie wat ik geloof

Toch blijf ik twijfelen aan deze optelsom, die uiteraard ook weer een platgeslagen versie is van een veel complexer werkelijkheid. Eén vraag keert steeds bij me terug: had deze technologische machtsgreep niet ook kunnen plaatsvinden zonder globalisering?  Is het er een voortvloeisel van, of slechts een toevallig neveneffect? Ik kom tot de conclusie dat het één dan toch tenminste een noodzakelijke springplank was voor het ander: hyperglobalisering - de extreme verwevenheid van economieën, kapitaal en informatie, het wegvallen van grenzen - creëerde een wereld waarin efficiëntie en schaal heilig zijn. Zie het als een wereldwijde lopende band, waarin alles aan elkaar verbonden is en elke schakel van de keten mee moet in hetzelfde tempo. Om dat gigantische stelsel te kunnen coordineren was technologie noodzakelijk: algoritmen die markten kunnen lezen, mensen kunnen sturen, gedrag kunnen voorspellen. Het verdwijnen van geografische en culturele ankers bereidde de mensheid voor om vervolgens de sprong te maken naar een virtuele wereld. In die zin zou je kunnen zeggen dat globalisering de vraag naar totale beheersing heeft doen ontstaan; technologie heeft het middel geleverd. Maar ik denk dat er iets diepers achter zit: ook zonder globalisering had de westerse moderniteit zélf al de kiemen in zich van deze controle maatschappij. De drang om te meten, te optimaliseren en rationaliseren ten koste van onze vrijheid - wat Max Weber de 'ijzeren kooi van de rationaliteit' noemde - is veel ouder dan de cloud. Weber beschreef al in 1905 hoe in een gerationaliseerde samenleving, die strak wordt vormgegeven door bureaucratische systemen en efficiëntie, iedere vorm van toeval of verbeelding langzaam verstikt en sterft. De wens om orde te scheppen uit chaos, om het onzekere te berekenen en te beheersen, zat al in de moderniteit zelf. Met andere woorden: zonder globalisering hadden we misschien een andere vorm van technologische controle gekend - meer lokaal, trager, minder totalitair van schaal. Maar de neiging tot digitaliseringen beheersing zat al ingebakken in de westerse idee van vooruitgang. Hyperglobalisering maakte er slechts een mondiaal systeem van, waarin elke menselijke afwijking werd opgeslokt door één en hetzelfde netwerk.
  De moderne mens leeft daardoor in een wonderlijke paradox: we geloven dat we meer vrijheden hebben dan ooit, terwijl tegelijkertijd de drang naar controle alomvattend is. Bedrijven meten, voorspellen en beheersen iedere stap in hun bedrijfsketen, van overheden verwachten we dat ze elk risico of iedere abnormaliteit in kaart brengen en corrigeren, en individuen houden angstvallig alle aspecten van hun 'vrije' leven in de gaten: hun stappen, hartslag, slaap, (mentale) gezondheid, productie, identiteit en persoonlijk ontwikkeltraject. Die metingen en voorspellingen worden bijna volledig gestuurd door een digitale infrastructuur in private handen, die niet het welzijn van de mensheid als doel heeft, maar de verrijking van een selecte groep ultravermogenden. Wat we ervaren als autonomie is in feite procesoptimalisatie: we bewegen vrij binnen een raster dat door anderen wordt ontworpen en gemanipuleerd. De vraag is alleen niet meer of technologie ons leven helpt en vergemakkelijkt, maar wie er heerst over de voorwaarden waaronder wij denken, spreken, voelen en handelen. Dáár begint het verhaal van Big Tech en de soevereine mens. (pagina 33-35)

Lees ook:  De genocidefax : wat doe jij als het erop aankomt? (2021), Eigen welzijn eerst : hoe de middenklasse haar liberale waarden verloor (2022) en Eigen planeet eerst : waarom onze democratie geen antwoord heeft op het grootste vraagstuk van deze tijd (uit 2025).

Terug naar Overzicht alle titels

Doortje Smithuijsen 3

Ik zou uw dochter kunnen zijn
CPNB 2026, 62 pagina's  € 8,--

Wikipedia: Doortje Smithuijsen (1992-)

Korte beschrijving
Zoals gebruikelijk verschijnt er behalve het Boekenweekgeschenk ook een Boekenweekessay tijdens de Boekenweek die plaats zal vinden van 11 tot en met 22 maart. Het thema van de Boekenweek is: ‘Mijn generatie'. Een maand voor de Boekenweek, wordt de auteur bekendgemaakt.

Tekst op website uitgever
Dit essay gaat niet over alle babyboomers, ook niet over alle millennials.

Het gaat over een grote groep welvarende Nederlanders die elkaar beconcurreren vanwege hun verschillende vormen van welvaart.
Het gaat over intergenerationele jaloezie tussen twee generaties die beide op hun eigen manier uitblinken in onuitstaanbaarheid.

Fragment uit Hoe entitlement eruitziet
Wie wil weten hoe entitlement eruitziet, kan het best op een regenachtige zaterdagmiddag rond een uur of half vier naar een arthousebioscoop in de Randstad. Handig als er net een film is uitgekomen die vier sterren heeft gekregen in een krant met een links intellectueel signatuur. Vervolgens hoef je alleen maar bij de ingang te gaan zitten - het schouwspel begint vanzelf.
  Een kwartier voor aanvang van de film die vier sterren heeft gekregen in een krant met een links intellectueel signatuur beginnen ze binnen te druppelen: de zestigplussers, de zeventigers, een enkele tachtiger die zich nog harstikke eind vijftig voelt. Aangezwengeld door de positieve recensie in hun dagblad hebben ze de benenwagen  genomen richting hun buurtbioscoop - een filmhuis waar ze al sinds hun studententijd komen, maar die even tussen hen gezegd niet meer helemaal hetzelfde is sinds de laatste verbouwing. Niet alleen is men opgehouden met het opnemen van bestellingen aan tafels en moet je nu zelf je cappuccino halen aan de bar, ze hebben ook een digitaal scansysteem ingevoerd waarmee online kaartjes zonder enige vorm van menselijk contact kunnen worden verzilverd.
  De gevolgen van die moderniseringsslag worden op deze zaterdagmiddag om kwart voor de aanvang van de viersterrenfilm pijnlijk voelbaar. Lang verhaal kort en om maar meteen met de deur in huis te vallen: de film is uitverkocht. De film is uitverkocht, maar de zestigplussers, zeventigers en tachtigers die zich nog hartstikke eind vijftig voelen hebben nog geen kaartje.
  Er is kortom sprake van een probleem.
  Beter gezegd: er is sprake van een misverstand.
  'Uitverkocht?' klinkt het uit de rij gevuld met lezers van kranten met links intellectueel signatuur. 'Uitverkocht? Maar, hè?'
  Onvaste blikken door het bioscoopinterieur. Waar zijn ze dan? Die massa's, die volslagen obsessieve filmofielen die voor de neus van deze trouwe bioscoopbezoekers, die hier al sinds hun studententijd komen - sinds de jaren zeventig, mind you - een kaartje hebben weten te bemachtigen?
  Fase één: ontkenning.
  'Maar het is kwart voor,' begint één lid van de organisch ontstane pensionadorij als eerste tegen de baliemedewerker.
  'Dit is toch een enorme zaal?' probeert een ander.
  Telefoons worden uit jaszakken gepakt, hoesjes klappen open.
  'Jan Paul, dit geloof je niet... Uitverkocht... Ja, dat zeg ik ook net!'
  Vriendinnen beginnen aan het generationeel beproefde strijdmiddel van een situatie onderling hardop evalueren met als doel deze naar eigen hand te zetten. 'Je zou toch denken dat er een plaatsje vrij wordt gehouden voor vaste gasten?' begint de een tegen de ander. Kaatst die terug: 'Nou, en zeker als je hier netjes een kwartier vooraf bent.' Als reactie uitblijft, iets harder: 'Door de regen.'
  De baliemedewerker hanteert een stoïcijnse blik richting het computerscherm met daarop de digitaal gevulde zaal. Hij weet wat hem te wachten staat.

U ziet mij niet een zitten. Dat is het grote voordeel van uw generatie: u leeft nog in de luxueuze veronderstelling dat in de regel niemand naar u kijkt. U bent niet doordrongen van constante zichtbaarheid, zoals de leden van de mijne - groot geworden op Hyves en MSN, voor het oog van de webcam, gevolgd door de lens van de Motorola, daarna die van de alsmaar beter wordende iPhonecamera - inmiddels zo scherp dat we er spontaan rimpels van lijken te krijgen. U durft nog met uw ogen te rollen ten overstaan van een baliemedewerker, hoofdschuddend weg te lopen van een loket, zonder constant te denken: wie staat er achter me, voor me, naast me; word ik gefilmd, word ik gedeeld; is dit dan toch het moment dat ik gecanceld ga worden?
  Dat laatste denkt u ook nooit, vermoedelijk, omdat uw generatie in de regel volledig immuun blijkt voor elke poging van cancelling, opvolging of anderszins reorganisatie. Omdat u wonderbaarlijk lang vast blijkt te kunnen houden aan uw privileges.|
  Precies daar wringt het nu, in de rij voor de film die recent vier sterren heeft gekregen in uw krant. U bent dit soort tegenwerking niet gewend; kan moeilijk omgaan  met het idee dat iets wat u wil niet gewoon werkelijkheid wordt. (pagina 7-10)

()

  Dit essay gaat over teleurstelling.
  Dit essay gaat over de historische, sociologische en maatschappelijke dynamiek die ervoor gezorgd heeft dat twee relatief zeer welvarende en zorgeloze generaties in de relatief zeer welvarende en zorgeloze regionen van een relatief zeer welvarend en zorgeloos land de afgelopen tijd tegenover elkaar zijn komen te staan in een ideologisch onduidelijke maar onderhuids zeer voelbare concurrentiestrijd. een concurrentiestrijd waarin vooral duidelijk wordt hoezeer beide generaties op hun eigen manier uitblinken in tomeloze onuitstaanbaarheid. (pagina 16-17)

Lees ook: Iedereen verslaafd? : een analyse van ons digitale gedrag (uit 2022), Kapitalisme is seksisme : een pamflet (uit 2014) en Wat mocht, wat mag, what's next?  : reclame als spiegel van onze tijd (met Wilbert Schreurs, uit 2024).

Terug naar Overzicht alle titels