ISVW 2026, pagina's - € 24,95
Wikipedia: Hans Achterhuis (1942)
Korte beschrijving
‘Een filosoof met een enorme staat van dienst die al tientallen jaren het publieke debat beïnvloedt. Achterhuis overziet een breed spectrum, van milieu tot internationale politiek.’ – Daan Roovers
De democratie ligt onder vuur. Overal ter wereld worden democratische instituties in hoog tempo afgebroken, en dat ironisch genoeg door politici die zich beroepen op de wil van het volk. Dat roept allerlei vragen op. Waarom moeten we de democratie eigenlijk verdedigen? En hoe zouden we dat moeten doen? Om deze vragen te beantwoorden leest en herleest filosoof Hans Achterhuis klassieke en hedendaagse politieke denkers. Wanneer hij zich over de staat van de Amerikaanse democratie buigt, komen ook zijn eigen ervaringen in het geding. Democraticide is een even deskundige als persoonlijke zoektocht naar de bronnen van democratisch burgerschap.
Tekst op website
Een essayistische verhandeling over de waarde en de hedendaagse staat van democratie. De democratie wordt wereldwijd bedreigd door politici die de wil van het volk claimen. Hans Achterhuis onderzoekt of, waarom en hoe democratie verdedigd moet worden. Hij bestudeert klassieke en moderne politieke denkers in een zoektocht naar de bronnen van democratisch burgerschap, en biedt een diepgaande analyse van de huidige staat van democratische instituties. Intelligent en bespiegelend geschreven, met veel ruimte voor persoonlijke passages. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Hans Achterhuis (Hengelo, 1942) is emeritus hoogleraar filosofie aan de Universiteit Twente. Hij schreef vele boeken over o.a. welzijn, schaarste, utopisch denken, religie en geweld. Zijn werk wordt in meerdere landen uitgegeven en won verschillende literaire prijzen, zoals de Pierre Bayle-prijs en de Socrates-wisselbeker. Van 2011 tot 2013 was Achterhuis de eerste Denker des Vaderlands.
Fragment uit VI - Filosofie en democratie
Hoe dat ook mag zijn, dat Socrates met zijn verdedigingstoespraak zijn aanklagers een beetje tegemoet had kunnen komen, wordt algemeen erkend. Stone schreef zelfs een apologie, waarin Socrates, zonder zijn positie te verloochenen, met een beroep op het vrije spreken in de Atheense democratie vrijspraak had kunnen krijgen. Het blijft pure speculatie, maar het is niet onwaarschijnlijk dat de ontwikkeling van filosofie en democratie totaal anders zou zijn verlopen, wanneer Socrates een eindje meegebogen had in de richting die Stone suggereert.
Hannah Arendt, die het in het algemeen voor Socrates opneemt en vooral Plato verantwoordelijk acht voor de wijsgerige aanval op de democratie, constateert dat de lange, gezamenlijke geschiedenis van filosofie en democratie vol botsingen en spanningen zit. 'Pad op voor filosofen,' luidt haar waarschuwing, die ik vaak half serieus aan mijn studenten doorgaf. Filosofen hebben de neiging zich autocratische te gedragen. Op grond van de in hun studeerkamer ontwikkelde ideeën claimen zij dat de maatschappij te begrijpen, wat hun het recht zou geven om deze politiek te sturen.
De enige uitzondering hierop is volgens Arendt Immanuel Kant. Kant stelde dat filosofen nooit koningen, maar hoogstens raadgevers van politieke machthebbers konden zijn. Daar zou ik zelf de extra waarschuwing aan willen toevoegen m ook als zodanig op politiek gebied niet te snel naar hen te luisteren. Natuurlijk slaat deze waarschuwing, zoals ik steeds toegaf aan mijn studenten, ook op mijzelf. En op mijn boek. Mijn enige excuus is dat ik hierin vooral het woord geef aan Macchiavelli en Tocqueville, twee filosofen die in de wijsgerige canon niet centraal staan. Arendt zou hen geen filosofen maar 'politieke denkers' noemen.
'Terug uit Syracuse?' luidde de bittere vraag van collega's aan Heidegger, ongetwijfeld een van de grote filosofen van de vorige eeuw. Met zijn keuze voor het nationaalsocialisme van Hitler en zijn poging om er als ideoloog aan mee te sturen, trad hij in de voetsporen van Plato, die als raadsman van Dionysos, de titan van Syracuse, op wilde treden. Voor beiden pakte dit desastreus uit.
Mijn waarschuwing om niet te snel naar filosofen te luisteren gaat verder dan de inhoud van hun ideeën. Ook goede wijsgerige bedoelingen, zo kunnen we van Macchiavelli leren, kunnen totaal ongewenste uitkomsten geven. Om een kort voorbeeld uit het begin van mijn tekst te hernemen: de brede belofte over de onweerstaanbare mondiale opkomst van de democratie door Fukuyama vond gehoor in de hoogste Amerikaanse regeringskringen. De Verenigde Staten zouden dit proces een extra duwtje geven door zich in te zetten om de wereld verder te democratiseren. De desastreuze onderneming van president Bush om via een invasie van Irak het Midden-Oosten gewelddadig een democratische ordening op te leggen, was hier mede een gevolg van. Kortom, de boodschap blijft luiden: hoed u voor filosofen in de politiek.
2) Tweede literaire toegift
Ik kan het niet laten. Via Alkibiades, de eerdergenoemde roman van Pfeijffer, wil ik toch nog een keer Hannah Arendt, die mij een heel filosofenleven geïnspireerd heeft, indirect het woord geven. In de dialoog Alcibiades van Plato overtuigt deze laatste zijn jonge gesprekspartner dat om als politicus te kunnen slagen, hij bij filosofen, in dit geval dus Socrates, in de leer moet gaan. De tegenstribbelende Alcibiades heeft ten slotte geen weerwoord op de argumentatie van de door hem bewonderde Socrates. Hij belooft de wijze raad van Socrates te volgen en de deugd te leren en voortaan na te streven. Centraal staat daarbij de beroemde spreuk van het orakel van Delphi: 'Ken jezelf.' Gewapend met deze filosofische kennis zal hij een wijs staatsman worden die kan heersen over de burgers van de volksvergadering.
In de loop van een lang, aan de politiek gewijd leven ontdekt Alcibiades echter dat het in de politiek om andere waarden dan filosofische zelfkennis gaat. Dit brengt hij onder woorden in een nieuw gefingeerd gesprek met Socrates. Dit gesprek blijkt gebaseerd te zijn op een tekst van Hannah Arendt, de enige hedendaagse filosoof die Pfeijffer in zijn uitgebreide verwijzingen noemt. Alciabiades durft het gesprek alleen maar aan dankzij de ondersteuning van zijn vrouw Timandra. Zij onderkent scherp dat de politieke hartstochten die Alcibiades voortdrijven, door Socrates in naam van 'morele coherentie' worden gediskwalificeerd. Dit soort ethische rechtlijnigheid kan Alcibiades zich als staatsman niet permitteren. Zij raadt hem aan de discussie hierover met Socrates opnieuw aan te gaan. Deze had zich volgens haar 'in de comfortabele positie gemanoeuvreerd waarin hij geen vuile handen hoefde te maken, terwijl Alciabiades de verantwoordelijkheid voor de hele stad op zich durfde te nemen'.
'Terwijl hij als een krekel onophoudelijk kritiek op ons levert, vanaf het hoge bolwerk van de stadsmuur, staan wij als krijgers in de vlakte,' zei zij.
'Wij,' vroeg ik.
'Jij en ik en de anderen. Ook ik heb een geharnast hart, vergis je niet. Wij proeven stof, zweet en bloed op onze lippen en hij eist op hoge toon dat wij ons hoofd breken over rechtvaardigheid, waarbij hij vergeet dat het aan ons vuile werk te danken is dat hij de vrijheid kent om zich in veiligheid zorgen te maken over zijn principes.'
Timandra weet haar man over te halen om het gesprek met Socrates opnieuw aan te gaan. Hier merk ik alleen op dat we dit gesprek in de lijn van Arendts politieke filosofie te danken hebben aan twee vrouwen, Timandra en Arendt als een moderne incarnatie van haar. (pagina 50-53)







