zaterdag 13 juni 2026

Albert Camus 2

Brieven aan mijn leraar : een ode aan de bijzondere band tussen leraar en leerling
Met een inleiding van Bas Heijne
De bezige bij 2026, 112 pagina's   - € 12,50

Wikipedia: Albert Camus (1913-1960) en Bas Heijne (1960)

Opmerkelijk! : Bas Heijne werd vijf dagen na de dood van Albert Camus geboren.

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Nadat hij in 1957 de Nobelprijs voor Literatuur heeft ontvangen, schrijft Albert Camus een brief aan zijn vroegere onderwijzer Louis Germain in Algiers om hem zijn dankbaarheid te betuigen.

Zonder u, zonder die liefdevolle hand die u reikte aan het arme jongetje dat ik was, zonder uw onderwijs en uw voorbeeld zou niets van dat alles zijn gebeurd.

Alle twintig brieven tussen de twee mannen zijn in deze uitgave voor het eerst vertaald en gebundeld, samen met het stuk De school uit De eerste man, en vormen tezamen een inspirerende ode aan de bijzondere relatie tussen leraar en leerling, vaak een levenslange band van dankbaarheid en tederheid.

Bas Heijne schreef een inleiding waarin hij het belang en de zeggingskracht van de brieven nader toelicht.


Fragment: 15. Albert Camus aan Louis Germain

19 november 1957

Beste meneer Germain,

  Ik heb het rumoer dat me deze dagen heeft omringd een beetje laten verstommen voordat ik u met mijn hele hart een paar dingen kom zeggen. Er is me zojuist een veel te grote eer bewezen, waar ik niet naar heb gedingd en niet om heb gevraagd. Maar toen ik het nieuws vernam dacht ik het eerst, na mijn moeder, aan u. Zonder u, zonder de liefdevolle hand die u reikte aan het arme jongetje dat ik was, zonder uw onderwijs en uw voorbeeld zou niets van dat alles zijn gebeurd.
  Ik hecht geen enorme betekenis aan dit type eerbewijs, maar het biedt tenminste een gelegenheid om u te zeggen wat u bent geweest en nog altijd bent voor mij, en om u te verzekeren dat uw inspanningen, uw werk en het genereuze hart waarmee u zich daaraan wijdde nog altijd voortleven in een van uw scholiertjes die, ondanks zijn leeftijd, niet is opgehouden uw dankbare leerling te zijn.
  Ik groet u allerhartelijkst,

Albert Camus (pagina 43-43)

Fragment uit 6bis -De school (Bas Heijne)
Even later klopte meneer Bernard voor Jacques' stomverbaasde ogen bij hem thuis op de deur. Grootmoeder deed de ogen open en veegde haar handen af aan haar schort, waarvan de te strakke band haar oude vrouwenbuik liet opbollen. Toen ze de onderwijzer zag, gingen haar handen naar haar haar om het te kammen. 'Zo grootmoedertje,' zei meneer Bernard, 'druk bezig, zoals gewoonlijk? Wat werkt u toch hard.' Grootmoeder liet de bezoeker binnen in de slaapkamer, waar je doorheen moest om in de eetkamer te komen, bood hem een stoel aan bij de tafel en haalde anisette en glazen voor de dag. 'Doet u gene moeite, ik ben gekomen om even met u te praten.' Eerst vroeg hij naar haar kinderen, toen naar haar leven op de boerderij, naar haar man, en hij vertelde over zijn eigen kinderen. Op dat moment kwam Catherine Cormery binnen, die in verwarring raakte, meneer Bernard 'Meneer de Meester' noemde, direct doorliep naar haar kamer oom haar haar te kammen en een schoon schort voor te doen, en daarna op de punt van ene stoel kwam te zitten, een beetje opzij van de tafel. 'Jacques,' zei meneer Bernard, 'als jij nou eens even buiten gat spelen. U begrijpt', zie hij tegen grootmoeder, 'ik ga allemaal goeds over hem vertellen en hij is in staat te geloven dat het waar is...'
Jacques liep de kamer uit, vloog de trap af en posteerde zich bij de voordeur op de drempel. Een uur later stond hij daar nog, op straat werd het al drukker en door de vijgenbomen heen kleurde de hemel groen toen meneer Bernard uit het trapgat kwam en achter hem opdook. Hij krabbelde hem op het hoofd. 'Nou!' zei hij, 'het is voor elkaar. Je grootmoeder is een beste vrouw. En je moeder... Ach!' zei hij. 'Vergeet haar nooit.' Plotseling dook grootmoeder op uit de gang. 'Meneer,' zei ze. Ze hield haar schort met één hand omhoog en veegde haar ogen af. 'Ik ben vergeten... u zei dat u Jacques bijles zou geven.' 'Uiteraard,' zei meneer Bernard. 'En hij zal ervan lusten, geloof dat maar.' 'Maar we kunnen u niet betalen'.  Meneer Bernard keek haar strak aan. Hij hield Jacques bij zijn schouders vast. 'Maakt u zich maar geen zorgen,' en hij schudde Jacques heen en weer, 'hij heeft mij al betaald'. Toen was hij weg, en grootmoeder nam Jacques bij de hand om de trap op te gaan, het huis binnen, en voor het eerst kneep ze in zijn hand, heel stevig, met een soort liefdevolle vertwijfeling. 'Jochie toch', zei ze, 'jochie toch'.  (pagina 96-97)

Lee ook: Een hogere liefde : brieven aan een Duitse vriend (2024) 

Het begint een reeks te worden: (klassieke) teksten waar Bas Heijne een inleidend essay voor schreef:
Menno ter Braak. Het nationaalsocialisme als rancuneleer (2019)
Albert Camus. Een hogere liefde : brieven aan een Duitse vriend (2024) 
Aldus Huxley. De tijd van oligarchen (2025)
George Orwell. Over nationalisme (2023)
Pericles. Voor de democratie (2025)

Terug naar Overzicht alle titels

zondag 7 juni 2026

Frédéric Martel

Tegen het Westen : in gesprek met onze vijanden
Uitgeverij Balans 2026, 672 pagina's  - € 39,95

Oorspronkelijke titel: Occidents : enquête sur nos ennemis (2026)

Wikipedia: Frédéric Martel (1967)

Korte beschrijving

Tekst op website uitgever
Onderzoeker en journalist Frédéric Martel besloot met onze zelfverklaarde vijanden in gesprek te gaan. Hij reisde de wereld rond en sprak meer dan tweeduizend politieke en strategische sleutelfiguren.

We zitten midden in een wereldoorlog van ideeën. Van Rusland tot de Verenigde Staten, van China tot Iran, van het Midden-Oosten tot het mondiale Zuiden vallen mensen ‘het Westen’ aan. Ze proberen Europa uit elkaar te spelen en willen de bestaande wereldorde vernietigen.

Maar wat is het Westen in hun ogen precies? Wat zijn de grieven ertegen en wie zijn deze mensen? Onderzoeker en journalist Frédéric Martel besloot met onze zelfverklaarde vijanden in gesprek te gaan. Hij reisde de wereld rond en sprak meer dan tweeduizend politieke en strategische sleutelfiguren. Zo ontmoette hij de ideologen achter Xi Jinping, de intellectuelen rond Poetin, de kring van Bolsonaro en de propagandisten van Hamas. Hij interviewde de adviseurs van Orbán, Erdoğan, Maduro en anderen, en hij sprak de mensen rond Donald Trump, onder wie Steve Bannon.

Voor ieder van hen bleek het Westen iets anders te betekenen. Sommigen vinden Europa te kapitalistisch, anderen noemen ons te woke, of juist te liberaal, imperialistisch, hypocriet, dictatoriaal. Maar wat hen allemaal dwarszit is onze democratie, de open samenleving die Europa wil zijn met universele, verlichte waarden als mensenrechten, pluralisme en vrijheid van meningsuiting. De westerse democratieën zijn zeker niet perfect, erkent ook Martel in dit unieke, mee slepende en onthullende meesterwerk, maar het is cruciaal om ze te blijven verdedigen. Nu meer dan ooit.

Fragment uit (de) Proloog - Hun ideeënwereld
'Het Westen' is een obsessie van Steve Bannon, maar paradoxaal genoeg ook van alle antiwesterlingen van onze tijd. Het is hun idee-fixe. Ze zijn allemaal bezig aan een missie, al is dat aan twee uiteinden van het politieke spectrum. Maar waarover hebben ze het nu echt?  Elk heeft zijn eigen 'Westen'. Elk heeft eigen redenen om afkeer van 'het Westen' te hebben. Antiamerikanisme, antioccidentalisme, antikolonialisme, antieuropeanisme, antizionisme... De afkeer is veelvormig en niet duidelijk afgebakend: aan deze term kun je allerlei ideologische noties koppelen. 
  Ten eerste de geografie. De zon komt overal op en gaat overal onder, wat inhoudt dat het Avondland - daar waar de zon ondergaat - meeschuift met de lengtegrad. Het Westen - 'het Avondland' - is eenvoudigweg daar waar de zon ondergaat! Voor de Amerikanen is het Westen Californië, Arizona en de deelstaten van de Grote Oceaan. Once Upon a Time in the West. Wanneer Vietnamezen 'het Westen' zeggen bedoelen ze de Fransen en Amerikanen. In India verwijst het Westen, soms bewonderd en dan weer verguisd, naar de Verenigde Staten, een land dat ooit 'West-Indië' werd genoemd. In Turkije wordt het Westen van oudsher vertegenwoordigd door Rome: het West-Romeinse Rijk tegenover Byzantium, dat het Oost-Romeinse Rijk vormde. In Palestina, Libanon en Syrië is Israël de 'westerse' vijand. Maar Israël ligt in de Oriënt, niet in de Occident. Voor Cuba ligt het Westen in het noorden: het zijn de Verenigde Staten. Ook in Mexico richt de antiwesterse kritiek zich op Noord-Amerika, maar tevens op de Spaanse kolonisator - die voor dat land in het oosten ligt. Het moge duidelijk zijn dat we eerst eens even helderheid in de terminologie moeten scheppen.
  De aanduiding van het Westen kwam vooral in zwang tijdens de Koude Oorlog: Europa was verdeeld tussen het 'Oosten' van de Sovjets en het kapitalistische en liberale 'Westen'.  Aangezien het IJzeren Gordijn dwarsdoor Europa liep, kon de term 'Europa' niet worden gebruikt als synoniem voor de 'Vrije Wereld'. Daarom werd hij vervangen door 'het Westen'.  Voor de landen van Midden= en Oost Europa bestond het Westen uit de Bondsrepubliek Duitsland en West-Europa; en voor West-Europeanen lagen de Oost-Europese landen achter het IJzeren Gordijn. Maar tegenwoordig zijn deze landen uit het Oosten opgeschoven naar het 'Westen'. Tussen 1950 en 1990 waren de woorden 'Europa' en 'het Westen' dus niet langer synoniem, om verwarring te voorkomen tussen de Europese landen van het Warschaupact en die van de NAVO. De geografie en de geschiedenis overlapten niet langer. (pagina 25-26)

Terug naar Overzicht alle titels

Arnon Grunberg 2

Mogen we nog een beetje leven? : essay
Atlas Contact 2026, 158 pagina's  - € 19,99

Wikipedia: Arnon Grunberg (1971)

Korte beschrijving
Grunberg verkent de blijvende rol van religie in de politiek en verbindt verhalen zoals dat van Abraham met psychoanalytische en filosofische inzichten van Winnicott en Nietzsche. Het essay biedt een kritische blik op de hedendaagse naleving van universele mensenrechten en de blijvende invloed van religieuze ideeën. Analytisch geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Arnon Grunberg (Amsterdam, 1971) is een beroemde Nederlandse schrijver, essayist en columnist. Hij schreef vele boeken. Zijn werk wordt in meer dan dertig landen uitgegeven en won meerdere literaire prijzen, zoals de Anton Wachterprijs, de BookSpot Literatuurprijs en de Charlotte Köhler Stipendium.

Tekst op website uitgever
We leven in een tijd waarin de universele mensenrechten niet alleen minder worden nageleefd, maar zelfs steeds minder met de mond worden beleden. In dit essay gaat Arnon Grunberg op zoek naar de wortels van het universalisme en komt uit bij Jezus’ Bergrede. Hoewel hij de aantrekkingskracht ervan begrijpt, observeert hij ook dat deze leer vanaf het begin weerstand opriep. Jezus appelleerde aan een universeel verlangen naar verlossing van lijden, maar stelde er een opdracht tegenover – namelijk het liefhebben van je vijand – die misschien wel te veel van de mensen vroeg. Toch zijn we nog niet van religie af, juist ook in het politieke domein. Zoals alleen Grunberg dat kan, verbindt hij in dit essay het verhaal van Abraham met de inzichten van de psychoanalyticus Winnicott en de legende van Don Juan met de filosofie van Nietzsche.

Fragment uit

Lees ook: Vriend & vijand : decadentie, ondergang en verlossing (2019)

Terug naar Overzicht alle titels