zondag 7 juni 2026

Arnon Grunberg 2

Mogen we nog een beetje leven? : over de dood van God en het lijk dat maar warm bleef
Atlas Contact 2026, 158 pagina's  - € 19,99

Wikipedia: Arnon Grunberg (1971)

Korte beschrijving
Grunberg verkent de blijvende rol van religie in de politiek en verbindt verhalen zoals dat van Abraham met psychoanalytische en filosofische inzichten van Winnicott en Nietzsche. Het essay biedt een kritische blik op de hedendaagse naleving van universele mensenrechten en de blijvende invloed van religieuze ideeën. Analytisch geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Arnon Grunberg (Amsterdam, 1971) is een beroemde Nederlandse schrijver, essayist en columnist. Hij schreef vele boeken. Zijn werk wordt in meer dan dertig landen uitgegeven en won meerdere literaire prijzen, zoals de Anton Wachterprijs, de BookSpot Literatuurprijs en de Charlotte Köhler Stipendium.

Tekst op website uitgever
We leven in een tijd waarin de universele mensenrechten niet alleen minder worden nageleefd, maar zelfs steeds minder met de mond worden beleden. In dit essay gaat Arnon Grunberg op zoek naar de wortels van het universalisme en komt uit bij Jezus’ Bergrede. Hoewel hij de aantrekkingskracht ervan begrijpt, observeert hij ook dat deze leer vanaf het begin weerstand opriep. Jezus appelleerde aan een universeel verlangen naar verlossing van lijden, maar stelde er een opdracht tegenover – namelijk het liefhebben van je vijand – die misschien wel te veel van de mensen vroeg. Toch zijn we nog niet van religie af, juist ook in het politieke domein. Zoals alleen Grunberg dat kan, verbindt hij in dit essay het verhaal van Abraham met de inzichten van de psychoanalyticus Winnicott en de legende van Don Juan met de filosofie van Nietzsche.

Fragment uit (de) Proloog
Deze tekst gaat over verlossing, beter gezegd over het verlangen ernaar. Hoe dat verlangen zich breed maakt, waar velen het niet zouden verwachten, bijvoorbeeld in de politiek en het recht.
  Onder verlossing versta ik niet alleen de betekenis die de gelovige christenen aan dat woord geven. Overal waar het lijden immers wordt verminderd, hoe kortstondig ook, overal waar kortstondige of minder kortstondige vreugde heerst die het woord 'extase' verdient is sprake van verlossing. Toch gaat deze tekst niet over seks of yoga, niet uitsluitend althans. De woorden 'recht' en 'politiek' zijn al gevallen, het gaat mij erom hoe mensen hun verlangen naar verlossing in een bepaalde cultuur organiseren. Dat woord, organiseren, is cruciaal.
  Ik vermoed dat dit verlangen in alle culturen te vinden is en in alle religies een rol speelt. De christenen echter hebben de verlossing geüniversaliseerd. Iedereen kon gered worden. Elke ziel was er één. Ik heb het in eerste instantie over westerlingen, christenen en postchristenen, dragers van een cultuur die ze niet hoeven te kennen of te begrijpen om er toch een drager van te zijn.
  Dat maakt  me nog geen trotse westerling. Ik stel me aan gene zijde van dergelijke trots of schaamte op. De trots op de eigen cultuur is vermoedelijk nog curieuzer dan de schaamte ervoor, die in het Westen al snel tot statussymbool wordt. Curieus natuurlijk ook omdat culturele zuiverheid ver te zoeken is.
  Waar deze tekst over religie gaat, gaat hij ook over de wet. Wat is het fundament onder de wet? Wie moet je redden, wie niet?
  De vraag of je in God gelooft of niet vind ik even onzinnig als de trots op de eigen cultuur. Mensen geloven in van alles. Zonder illusies gaat het niet. De namen die ze aan de dingen geven waarin ze geloven zijn veelzeggend, de consequenties ervan reiken ver.
  We weten hooguit dat mensen die geloven zelf God te zijn doorgaans met enig recht waanzinnig kunnen worden genoemd. Maar zelfs dat is niet altijd zeker, ik heb mensen ontmoet die beweerden God te zijn maar die er een uiterst bescheiden godsbeeld op na hielden en die zeker niet waanzinnig waren.
  Ik ben me er verder van bewust, om met de schrijver John Coetzee te spreken, dat mensen, niet alleen westerlingen - hongeren naar antwoorden op de vraag hoe ze moeten leven.
  De simpele, sturende antwoorden zijn mij een gruwel, een gruwel waarmee boekwinkels half zijn gevuld, opiniepagina's, kranten zelf staan er vol mee, praatprogramma's, we moeten dit of dat, we moeten x of we moeten y en tussendoor moeten anderen zich altijd schamen om deze of gene reden. Als de eigen antwoorden dreigen tegen te vallen kun je anderen altijd nog beschamen.
(pagina 7-8)

Lees ook: Vriend & vijand : decadentie, ondergang en verlossing (2019)

Terug naar Overzicht alle titels

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen