Lang zal ik lekker leven : de genotzuchtige Nederlander: van ik-verslaving naar wij-gevoelMeulenhoff 2026, 264 pagina's
- € 21,99Korte bio van Peter Kanne (197?)
Korte beschrijving
Een beschouwing over de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving die steeds meer wordt gekenmerkt door individualisme. Peter Kanne beschrijft de Nederlander als een genotzuchtige individualist die zich terugtrekt in een persoonlijke wereld. Volgens Kanne bedreigt dit gedrag de welvaart, gezondheid en democratie. Aan de hand van cijfers, onderzoek en opiniepeilingen om ontwikkelingen in economie, communicatie, gezondheid, duurzaamheid en democratie te analyseren, roept Kanne op tot verandering, en onderzoekt hij hoe de Nederlander zijn weerbaarheid kan herwinnen. Kanne poogt met dit boek de ogen van het collectief te openen, om zodoende het patroon van de huidige samenleving te doorbreken. In uitvoerige, onderhoudende stijl geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep. Peter Kanne is een Nederlandse onderzoeksadviseur en opinieonderzoeker. Hij publiceert in onder meer de Volkskrant en Trouw. Eerder schreef hij ‘Gedoogdemocratie’.
Tekst op website uitgever
Urgent en actueel: Peter Kanne schetst een confronterend beeld van de Nederlandse weerbaarheid en zet je aan het denken. Hoe kunnen we ons leven gezonder, democratischer, duurzamer en meer solidair maken?
Peter Kanne schetst een verontrustend beeld van de Nederlander als genotzuchtige individualist. In vergelijking met inwoners van andere landen trekt de Nederlander zich nog meer terug in zijn eigen kleine, genoegzame wereldje. Gewend – of verwend – als we zijn aan onze luxe en individuele vrijheden, verliezen we de blik op het collectief: de gemeenschap. Maar, zo waarschuwt Kanne, de wal dreigt het schip te keren. Als we niet bereid zijn uit onze comfortabele cocons te stappen, komen niet alleen onze welvaart en onze mentale en fysieke gezondheid, maar ook onze democratie in gevaar.
Aan de hand van objectieve cijfers, wetenschappelijk onderzoek en opinieonderzoek duidt Kanne de ontwikkelingen op het gebied van economie, communicatie, gezondheid, duurzaamheid en democratie. Het vaste patroon: het systeem – de markt, big tech, een weifelende overheid – houdt consumentisme en genotzucht in stand. Maar het individu – de consument, de burger – laat het zich ook makkelijk aanleunen.
In dit boek opent Peter Kanne ons de ogen voor deze patstelling en richt hij de blik op de toekomst. Hoe is dit patroon te doorbreken, hoe kan de Nederlander zijn weerbaarheid terugvinden? En wat zou de rol van de overheid, het bedrijfsleven en de (intellectuele) elite moeten zijn?
‘Lang zal ik lekker leven biedt een helder en volledig overzicht van de geestesgesteldheid van de Nederlandse burger. Peter Kanne schrijft met vaart en humor. Ondanks een genadeloze ontleding van de Nederlander, is zijn boek niet somber.’ Pieter Klok, hoofdredacteur de Volkskrant
‘Peter Kanne houdt zijn lezers een spiegel voor en vraagt: zet je in op zelfredzaamheid of ook op samenredzaamheid? Kanne combineert scherpe analyses met een lekker leesbaar verhaal, waardoor je wordt uitgedaagd om na te denken over je eigen rol in de samenleving.’ Barbara Baarsma, hoogleraar Toegepaste Economie Universiteit van Amsterdam
‘Een zedenschets van de genotzuchtige Nederlander en moreel appel ineen. Een snoepdoos vol inzichten en dwarsverbanden. Een zeer boeiend geheel.’ Sheila Sitalsing, schrijver, journalist en columnist bij de Volkskrant
‘Redelijke, doordachte en scherpe stemmen voeden het publieke gesprek over de kwaliteit van ons gezamenlijke leven. Peter Kanne heeft zo’n stem. Lees Lang zal ik lekker leven en laten we het er dan samen over hebben: wat is er nodig om samen, in solidariteit, langer te leven?’ Erik Pool, voormalig programmadirecteur Dialoog & Ethiek bij de Rijksoverheid
Fragment uit I. De welvarende Nederlander
We genieten ons een ongeluk
Aanvankelijk wilde ik dit boek De hedonistische Nederlander noemen, maar na wat zoek- en denkwerk begreep ik dat hedonisme niet de juiste term is. Het woord hedenisme (afgeleid van het Griekse hèdonè: genot, lust) staat voor de ethische doctrine die verkondigt dat de zoektocht naar genot, plezier en geluk leidend dient te zijn voor al het handelen. Voor de hedonist is het streven naar geluk het belangrijkste doel in het leven en de zoektocht naar genot de enige bron van zelfontplooiing en zelfvervolmaking. Gedrag dat pijn en leed veroorzaakt, is slecht. In het massahedonisme dat op dit moment de boventoon voert, wordt het accent gelegd op zintuigelijke genoegens, maar voor de vader van het hedonisme, Aristippus van Cyrene - hij leefde rond de periode 435-356 voor Christus in Cyrene, een Griekse stad in het huidige Libië - ging het vooral om hogere vormen van genot: geestelijk genot, tevredenheid over het eigen leven, vriendschap en liefde. In deze betekenis stond hedonisme dut niet voor individualisme, maar maakte het de samenleving juist beter.
Als je nu in het Van Dale-woordenboek de betekenis van hedonisme opzoekt, lees je: 'hedonisme' is de leer dat zinnelijk genot het richtsnoer van het menselijk handelen hoort te zijn en het hoogste goed is'. Er zijn zeker mensen voor wie dit het hoogste doel is, maar het is geen adequate weergave van wat er nu in Nederland aan de hand is. De rechtgeaarde hedonistische mens streeft vrijwillig en doelbewust naar genot. Maar dta geldt niet voor de meeste hedendaagse Nederlanders.
Een goot deel van de Nederlanders kun je wél genotzuchtig noemen, waarbij 'zucht' begrepen moet worden als de onbedwingbare dwang naar iets. Zoals in de betekenis van het Duitse woord Sucht: 'Ein übermäßiges Verlangen nach etwas'. Oftewel: afhankelijkheid, gewenning, verslaving. We storten ons in lust en vermaak, maar doen dat grotendeels uit gewoonte, vaak niet eens bewust. We worden op listige wijze verleid en verslaafd gemaakt en gehouden. Of het nu gaat om eten (te veel, te vet, te zoet), drinken (te zoet of te veel alcohol), communiceren (smartphones en sociale media), entertainment (streamen, gamen, gokken), reizen (vliegen, autorijden, toerisme), op al deze terreinen heeft de dynamiek van het individualisme ons in de tang.
Waar de (gewone) mens dus eeuwenlang moest zien te overleven, moest strijden tegen de elementen en honger, en eer diende te betuigen aan God - vrije tijd, ontspanning en luxe waren privileges voor de elite -, sloeg dat ergens halverwege de twintigste eeuw om. Met hard werken en soberheid verwierf hij een betere uitgangspositie voor zichzelf en zijn kinderen. Plots hoefde hij niet meer te ploeteren. Hij kreeg geld en vrije tijd en mocht zijn leven op een andere manier gaan invullen. Op zoek naar zingeving, of in ieder geval vrijetijdsbesteding. Hij wist alleen geen maat te houden. (pagina 50-51)
In 2004-2005 spraken een aantal gasten over het jaarthema: Waarom IK een probleem werd voor ONS
Terug naar Overzicht alle titels