De Arbeiderspers 2026, 430 pagina's - € 34,99
Wikipedia: Guy Verhofstadt (1953-)
Korte beschrijving
Een diepgaande verhandeling over de crisis van de liberale democratie, met een pleidooi voor een nieuwe democratische politiek waarin de belangen van burgers centraal staan. Guy Verhofstadt stelt dat de liberale democratie in het Westen in een staat van verval verkeert door de opkomst van autocratische leiders, populisten en bigtechbedrijven, waardoor het vertrouwen in de politiek laag is. Hij onderzoekt de oorzaken van deze crisis en pleit voor radicale veranderingen, waaronder een nieuwe balans tussen arbeid, data en kapitaal, een herzien kiessysteem, meer directe democratie en meer aandacht voor ideologische verschillen. Het boek bevat ook een autobiografisch hoofdstuk over Verhofstadts eigen loopbaan. Gelaagd en betogend geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep.
Guy Verhofstadt (Dendermonde, 1953) is een Belgische auteur die als liberale politicus onder andere Eerste Minister van België en onderhandelaar voor het Europees Parlement was. Hij schreef eerder o.a. ‘De ziekte van Europa en de herontdekking van het ideaal’.
Tekst op website uitgever
De liberale democratie, kroonjuweel van het vrije Westen, is in verval. Met de opkomst van autocratische leiders worden grondwettelijke vrijheden en principes van de rechtsstaat met voeten getreden. Tegelijkertijd is het vertrouwen in de politiek op een dieptepunt beland. In dit uitdagende boek analyseert Guy Verhofstadt de oorzaken van de crisis en presenteert hij een blauwdruk voor een nieuwe democratische politiek. Radicale hervormingen zijn nodig: een nieuwe verhouding tussen arbeid en kapitaal, een nieuw kiessysteem, een nieuw ideologisch kader. Cruciaal daarbij: wie bezit en beheert onze stemmen, ons kapitaal, onze data? Wie heeft de zeggenschap over politiek en economie?
Fragment uit Het gebrek aan leiderschap
Een terugkeer van ideologie alléén zal het populisme niet verslaan. Zoals eerder gezegd hebben we ook nieuw charismatisch leiderschap nodig. Met name in het midden van ons politieke landschap is er een stuitend gebrek aan politiek leiderschap. Ik kan geen enkele naam noemen van een politicus die op dit moment echt leiding en richting geeft aan de samenleving. President Zelensky misschien? Dat heeft meer te maken met 'David tegen Goliath.' Of Javier Milei? In hem herken ik mezelf toen ik vijftig jaar geleden in de politiek ging. Verder zie ik alleen maar doornsneemanagers zonder visie en ideologische achtergrond. Ze zijn inwisselbaar. Als je de politiek niet nauw volgt, kun je van de meeste politici onmogelijk zeggen wat hun overtuigingen zijn of tot welke politieke partij ze behoren. Bovendien missen velen van hen de retorische vaardigheden om mensen te overtuigen. Ze kunnen alleen iets oplezen van een autocue. En zelfs dat doen de meesten van hen op een manier die alleen maar hun onvermogen onderstreept om de massa's aan te spreken. In de politiek is het nochtans van groot belang dat je in staat bent de mensen door het gesproken woord van gedachte te doen veranderen, een toekomst uit te tekenen, verlichting te brengen en voor nieuwe hoop te zorgen. In Athene, de eerste democratie in de geschiedenis, speelden bekwame redenaars een centrale rol: Pericles, Aristides, Alcibiades. De Pnyxheuvel ten westen van de Akropolis was vaak het toneel van een intense politieke strijd die met het zwaard van het woord werd gestreden. In mijn jonge jaren luisterde ik met open mond naar de toespraken van JFK en Martin Luther King, naar 'Ich bin ein Berliner' en 'I have a dream'. En in de boekenkast van mijn vader bladerde ik vaak door de verzamelde toespraken van Winston Churchill die gepubliceerd werden nadat hij in 1953 de Nobelprijs voor Literatuur had gewonnen. Toch is de rede die voor mij het best illustreert wat een politicus in dit opzicht moet kunnen, die van Marcus Antonius in Shakespeares Julius Caesar, een toespraak die toont welk retorische vaardigheden een politicus zich eigen moet maken, maar vooral ook welke precaire rol het volk speelt. Leiders moeten de grote massa in de juiste richting sturen, omdat de massa tot alles in staat is, van het meest verhevene tot het meest afschuwelijke, van het meest liefdevolle tot het meest gruwelijke. De rede van Marcus Antonius toont als een schoolvoorbeeld aan hoe je een geïndoctrineerde publieke opinie tot andere, soms diametraal tegengestelde inzichten en overtuigingen kan brengen. Dat is een gave die bij de huidige politici ver te zoeken is. In plaats van zich te verzetten tegen de populistische retoriek en deze genadeloos te fileren, komen de meeste politici niet verder dan deze te herhalen en te kopiëren. Er is geen Marcus Antonius meer die Brutus kan verslaan, en het volk op andere gedachten kan brengen door eerst zijn tegenstander te prijzen om de aandacht van diens publiek te trekken, en hem vervolgens onmiddellijk te vernietigen door de zwakste punten van het publiek te bespelen. Na de tussenkomst van Marcus Antonius wordt Caesar de tiran weer Caesar de weldoener, wiens laffe moord gewroken moet worden. En Brutus de bevrijder wordt altijd Brutus de verrader. Sinds die dag staat zijn naam synoniem voor 'verrader'. (pagina 192-193)
Lees ook: De weg uit de crisis : hoe Europa de wereld kan redden (2009) en De ziekte van Europa (en de herontdekking van het ideaal) (uit 2015).

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen