Thomas Rap 2025, 144 pagina's - € 19,99
Wikipedia: Teun van der Keuken (1971)
Korte beschrijving
Een kritische bespreking van de invloed van de voedingsindustrie en menselijke gewoontes op vleesconsumptie. Teun van de Keuken onderzoekt de redenen achter onze vleesconsumptie, ondanks de bekende nadelen voor dierenwelzijn, milieu en gezondheid. Hij analyseert de invloed van machtige lobby's, marketingstrategieën en culturele gewoontes die vleesconsumptie in stand houden en biedt inzicht in de krachten die dit systeem handhaven. Verder biedt hij de lezer strategieën om vleesconsumptie te verminderen en een plantaardiger dieet te omarmen. Leerzaam, confronterend maar onderhoudend geschreven. Geschikt voor een brede tot geoefende lezersgroep.
Teun van de Keuken (Amsterdam, 1971) is een bekende Nederlandse presentator, columnist, televisieproducent en journalist. Hij schreef meerdere boeken.
Tekst op website uitgever
Waarom eten we dieren, terwijl we weten hoeveel leed dat veroorzaakt? En wat doet die keuze met onze planeet en onze gezondheid? Na zijn onthullende boek over de voedingsindustrie duikt Van de Keuken opnieuw diep in de wereld van ons dagelijks eten – confronterend en luchtig tegelijk, en zonder zichzelf te sparen. Dieren zijn ook mensen is zowel een moreel kompas als een praktische gids voor iedereen die wel wil minderen met vlees, maar daar steeds niet in slaagt.
Fragment uit Carnisme
Volgens Melanie Joy, schrijver van het beroemde boek Why We Love Dogs, Eat Pigs, and Wear Cows, hangen vleeseters, zonder dat ze het doorhebben, de ideologie van het carnisme aan, die het gebruik en het opeten van dieren propageert. Deze ideologie maakt een onderscheid tussen consumptiedieren, die we mogen opsluiten, pijn doen en doden, en lieve knuffeldieren, die we ten koste van alles beschermen tegen de vormen van dierenmishandeling die de 'tot vee gemaakten' moeten ondergaan. We zouden onze hond of kat nooit mishandelen, met vela andere dieren in een klein hokje opsluiten, vermoorden en opeten.
Zelf hebben carnisten nauwelijks door dat ze een ideologie aanhangen, omdat deze zo sterk is: als iedereen het doet, lijkt het niet noodzakelijk om na te denken over de keuze om wel of geen vlees te eten. Joy concludeert dat het carnisme een uitermate gewelddadige ideologie is, waarin we zonder goede redenen dieren stress en pijn blijven bezorgen en zelfs de dood injagen.
We maken niet alleen onderscheid tussen diersoorten, maar er zijn ook nog eens gradaties in welk leed we acceptabel vinden: we vinden het nog steeds vreselijk als een koe wordt geslagen of geschopt, maar dat hij wordt geslacht vinden we prima. Daar is verder geen rationale verklaring voor: een dier dat in het ene land een huisdier is, kan in een ander land worden opgegeten. De koe die in India heilig is, wordt bij ons tot biefstukjes gesneden. Onze lieve cavia's staan in Peru op het menu, in sommige Aziatische landen wordt honden gegeten en de varkens die wij er met miljoenen doorheen jagen om op te eten, worden door moslims en joden onrein gevonden en zeker niet geconsumeerd.
Met intelligentie, dat ook geregeld als argument wordt gegeven, want domme wezens mag je kennelijk doodmaken en opeten, heeft het weinig te maken. Door de hele geschiedeis heen hebben onderdrukkers hun vermeende superieure intelligentie gebruikt om andere volkeren te onderwerpen, tot slaaf te maken en in te zetten voor het eigen gewin. Met personen die je als dommer beschouwt (ook als is daar geen enkele grond voor), mag je doen wat je wilt. Voor dieren geldt dat helemaal.
Maar varkens zijn (net als octopussen) slimmer dan honden en zouden de intellectuele capaciteiten hebben van kinderen van vier jaar. Toch sluiten we ze met heel veel soortgenoten op in megastallen waar ze de hele dag in hun eigen poep en pis rondlopen, laten we ze niet buitenkomen en doden we ze voor hun lekkere karbonades. De enige basis voor het onderscheid tussen de dieren die we vertroetelen en die we opeten, is onze cultuur. Maar hoezeer we onszelf ook aanpraten dat we bepaalde dieren mogen opsluiten en slachten, toch voelen we daar vaak enig ongemak bij. (pagina 63-65)
Fragment uit Hoe nu verder?
Om aan te tonen hoe hardnekkig maatschappelijke structuren en normen zijn, heb ik alle mensen die ik voor dit boek heb geïnterviewd gevraagd of ze nog vlees en andere dierlijke producten eten. Niet om ze te kunnen kapittelen als ze dat doen, maar omdat het interessant is dat zelfs mensen die precies weten hoe de voedingswereld in elkaar zit en snappen hoe we worden beïnvloed, toch voor de bijl gaan. Zelfs als ze hun eigen gedrag rationeel gezien niet helemaal in de haak vinden. Niemand ontkomt aan cognitieve dissonantie. Ik ook niet. De maatschappelijke krachten zijn vaak sterker dan onze eigen ruggengraat. Daarvoor hoeven we ons niet te schamen, ook al zijn er op individueel niveau altijd dingen die je kunt doen. Het betekent vooral dat als we grote veranderingen willen, we meer aan de grote knoppen van de maatschappij moeten draaien. (pagina 128-129)
Lees ook: De mens is een plofkip : hoe de voedingsindustrie ons ziek maakt (2024)
Boeken over onze nieuwe omgang met niet-dieren en dingen

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen