De Bezige bij 2026, 271 pagina's - € 24,99
Oorspronkelijke titel: Aufbruch (2025)
Wikipedia: Stefan Klein (1965)
Korte beschrijving
Een onderzoek naar de uitdagingen van de moderne tijd en de terughoudendheid van mensen om deze problemen aan te pakken. We staan voor een aantal historische uitdagingen, zoals de klimaatcrisis, vergrijzing, kunstmatige intelligentie en internationale conflicten. Stefan Klein stelt dat hoewel verandering noodzakelijk is om deze problemen aan te pakken, mensen van nature terughoudend zijn om nieuwe ideeën te omarmen. Hij identificeert zeven illusies over vooruitgang die deze terughoudendheid versterken en ons verlammen. Door middel van wetenschappelijke inzichten en anekdotes legt hij uit hoe verandering werkt en waarom het vaak moeilijk is om te realiseren. Daarnaast bespreekt hij wat we hier als mens en samenleving van kunnen leren. In heldere stijl en verdiepend geschreven. Met enkele illustraties en foto's. Voor een brede tot geoefende lezersgroep. Stefan Klein (1965) is een Duitse natuurkundige, filosoof en wetenschapsjournalist. Hij schreef eerder o.a. ‘De geluksformule’* (2003).
Tekst op website uitgever
We staan voor een aantal historische uitdagingen: de klimaatcrisis, de vergrijzing, de opkomst van kunstmatige intelligentie en steeds meer internationale conflicten. Alleen door echte verandering – van onszelf, en van de wereld – kunnen we die het hoofd bieden. Waarom houden we dan toch zo vast aan oude gewoontes en valse zekerheden?
In Verandering laat Stefan Klein zien waarom we van nature terughoudend zijn om het nieuwe te omarmen, en legt hij zeven illusies over vooruitgang bloot die ons verlammen. Aan de hand van wetenschappelijke bevindingen en een aantal opmerkelijke anekdotes onthult hij volgens welke wetten verandering werkt. Dit boek laat zien waarom verandering zo moeilijk is – en waarom het nog niet te laat is.
Stefan Klein(1965) was wetenschapsredacteur bij Der Spiegel. In 1998 ontving hij de Georg von Holtzbrinck-prijs voor wetenschapsjournalistiek. Van zijn hand verschenen eerder De geluksformule, Puur toeval en Tijd. Tegenwoordig woont en werkt Klein als freelance schrijver in Berlijn.
Fragment uit Zevende illusie: Ideologieën hebben hun tijd gehad
Waarom zien mensen dingen die er niet zijn? Solomon Asch vertelde over zijn jeugd in Polen. In 1914 was hij zeven jaar en mocht hij met zijn Joodse familie de vooravond van Pesach vieren. Zijn oma schonk elk familielid wijn in en zette daarnaast nog een gevuld glas op tafel. Voor wie was dat glas, wilde de jonge weten. Voor de profeet Elia, antwoordde zijn oom.
'Drinkt hij daar echt uit?'
'O ja', zei zijn oom. 'Je zult het zelf zien.'
Verwachtingsvol keek het kind naar het glas - en inderdaad was hij ervan overtuigd dat het glas een klein beetje leger raakte.
Toen de Wehrmacht zijn land onder de voet liep en vlak voordat de nazi's miljoenen Joden vermoordden, emigreerde zijn gezin naar New York. Asch werd sociaalpsycholoog. In 1951 zette hij een baanbrekend experiment op. Het experiment toonde aan dat mensen elkaar met ideologieën aansteken en hoe ideologieën de waarneming van de werkelijkheid vertekenen. En passant verklaarde het ook de ervaring die Asch als kind had gehad.
Het experiment was simpel. Er werd naar de lengte van lijnen gevraagd. Deelnemers kregen een blad waarop bovenaan een streep en daaronder nog drie andere strepen waren afgebeeld. Een van de drie onderste strepen was net zo lang als de bovenste, eentje was langer en eentje korter. De deelnemers moesten zeggen welke streep even lang was als de bovenste. Op deze eenvoudige vraag gaf iedereen het goede antwoord.
Vervolgens verdeelde Asch de deelnemers over groepen. Elke groep bestond uit één proefpersoon en zeven medeplichtige aan wie Asch buiten medeweten van de proefpersoon instructies had gegeven. De medeplichtigen gaven vervolgens eensgezind en zelfverzekerd verkeerde antwoorden. Ze noemden korte strepen lang, en lange kort. En wat deden de nietsvermoedende proefpersonen? Die sloten zich bij d medeplichtigen aan. Dezelfde proefpersonen die eerder zonder aarzelen de lijnen correct van kort naar lang hadden geordend, zeiden u dat de strepen van slechts een paar vingerkootjes langer waren dan strepen die bijna het hele blad doorliepen. Nog niet eens ene kwart negeerde de onzinnige antwoorden van de medeplichtigen en bleef bij het juiste antwoord.
Asch verklaarde de antwoorden aan de hand van de angst voor het geven van een afwijkende mening. Tijdens de gesprekken na afloop vertelden de proefpersonen dat toen ze geconfronteerd werden met de zo overtuigd uitgesproken oordelen van de medeplichtigen, ze aan hun eigen waarneming waren gaan twijfelen. Sommigen zeiden dat ze zich bewust waren geweest van de vergissing van de medeplichtigen, maar de sfeer niet wilden verpesten. Sommige deelnemers gaven zelfs aan werkelijk te geloven dat er met henzelf iets mis was. Toen de medeplichtigen de lengte van de strepen anders beoordeelden, zagen deze deelnemers dat als bevestiging dat ze zelf niet helemaal goed bij hun hoofd waren.
Natuurlijk was het Asch om veel meer te doen dan alleen het aantonen van een eigenaardigheid van het menselijke gedrag. Hij wilde begrijpen wat er onder het naziregime in Duitsland was gebeurd. Hoe was het in hemelsnaam mogelijk dat miljoenen Duitsers zich door de leugens van de staatspropaganda hadden laten inpakken? Ook welwillende burgers waren gevaarlijke vijanden gaan zien in Joodse buren die nooit iemand een haar hadden gekrenkt. En zelfs toen de geallieerde bommenwerpers hun steden in puin hadden gelegd, geloofden velen nog altijd in de zogenaamd grootste veldheer aller tijden en waren ze bereid levensgrote offers te brengen voor de eindoverwinning. Wat was er gebeurd met de realiteitszin van de Duisters? (pagina 148-150)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen