Uitgeverij Pluim 2025, 237 pagina's - € 24,99
Wikipedia: Sander Heijne (1982)
Korte beschrijving
Een diepgaand boek over de houdbaarheid van de democratie in een tijd van voortdurende crises en vervuild publiek debat. Sander Heijne stelt dat multinationals meer macht hebben dan overheden en dat belangrijke beslissingen vaak zonder inspraak van kiezers worden genomen. Kiezers zoeken houvast bij sterke leiders of verouderde democratische ideeën, maar beide benaderingen falen. Heijne legt uit hoe ons mensbeeld ooit stabiele democratieën creëerde, maar nu bijdraagt aan hun verval. Het boek pleit voor een radicale vernieuwing van de democratie om deze problemen aan te pakken. Helder en met diepgang geschreven. Met name geschikt voor een geoefende lezersgroep.
Sander Heijne is journalist. Hij is hoofdredacteur van Vrij Nederland en werkte als onderzoeksjournalist voor de Volkskrant, NRC, en de Correspondent. Eerder schreef hij de boeken ‘Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u’ en ‘Fantoomgroei’.
Tekst op website uitgever
Is onze democratie nog houdbaar? De vraag dringt zich op nu we van crisis naar crisis hobbelen, terwijl de oplossingen voor grote problemen steeds verder uit zicht raken. Ondertussen is het publieke debat vervuild door desinformatie. Zijn multinationals machtiger dan overheden. En worden grote besluiten genomen zonder dat hier een kiezer aan te pas komt. Op zoek naar houvast projecteren kiezers hun hoop op sterke leiders, of klampen ze zich vast aan stokoude ideeën over hoe wij denken dat een democratie zou moeten werken. Beide strategieën zijn gedoemd te mislukken. Sander Heijne toont hoe ons mensbeeld eerst tot stabiele democratieën leidde en er nu voor zorgt dat ze instorten. 'De meeste stemmen gelden niet' is een pleidooi voor een radicale vernieuwing van onze democratie.
Fragment uit VI. Waarom de politiek ons blijft teleurstellen
De Amerikaanse bioloog en socioloog Edward O. Wilson omschrijft onze eeuw als het tijdperk waarin wij mensen het moeten zien te rooien met emoties uit de prehistorie, instituties uit de middeleeuwen en de technologie van de goden.
Aan de werking van ons prehistorische brein kunnen we voorlopig niets veranderen. Wij mogen onszelf tot de slimste dieren op aarde rekenen, maar honderdduizenden jaren aan natuurlijke selectie hebben ons bovenal geprogrammeerd tot wezens die niet graag uit de toon vallen binnen de groepen waarin we leven. We laten ons leiden door de verhalen die anderen ons vertellen. Het maakt niet eens uit of de verteller een mens van vlees en bloed is, of een computerprogramma.
Archeologische opgravingen suggereren dat onze prehistorische voorouders min of meer dezelfde behoeften, verlangens en gevoelens hadden als jij en ik. Ze gebruikten werktuigen, bouwden huizen en bereidden voedsel. Soms schoten ze elkaar een pijl in de rug, maar ze waren evengoed in staat tot grootse daden van barmhartigheid en opofferingsgezindheid. Al in de oertijd bereikten mensen met vergroeide ruggen, schedelaandoeningen of ontbrekende ledematen respectabele leeftijden, zo blijkt uit archeologische vondsten uit Borneo, Irak en Vietnam tot Spanje en Frankrijk. Er zijn zelfs graven gevonden van kinderen met het syndroom van Down die, hoewel ze niet oud werden, alle zorg en aandacht lijken te hebben gekregen die een oermens ze kon bieden. Dit alles kan er alleen maar op wijzen dat deze mensen liefdevol werden verzorgd door de gemeenschap. Volgens sommige commentatoren zijn we dit gevoel van gemeenschap verloren. Ons tijdperk zou zijn verworden tot het meest individualistische ooit. Dit lijkt me een denkfout. Waar onze prehistorische voorouders voor hun overleving afhankelijk waren van groepen van enkele tientallen tot misschien een paar honderd individuen, zijn we tegenwoordig op dagelijkse basis afhankelijk van de inspanningen van miljarden mensen wereldwijd om als soort überhaupt nog te kunnen overleven. Dit is waarom premier Margaret Thatcher (1925-2013) de plank missloeg toen ze ontkende dat er zoiets bestaat als een samenleving.
Zonder zijn we allemaal ten dode opgeschreven.
Eeuwenlang waren we in ons deel van de wereld overwegend enthousiast over de vorming van een globale kudde. Deze heeft ons in het westen tenslotte buitengewoon veel welvaart opgeleverd.
Inmiddels blijkt uit alles dat onze manier van leven wordt bedreigd. Op de langere termijn door klimaatverandering en een kantelende wereldorde, terwijl we in het hier-en-nu worstelen met woningnood, inflatie, afkalvende voorzieningen als zorg en onderwijs, of simpelweg de angst dat we alle welvaart die onze ouders en grootouders voor ons hebben gecreëerd kunnen verliezen.
Evolutionair zijn wij geprogrammeerd om bij gevaar veiligheid te zoeken bij onze kudde. Maar nu grote bedrijven machtiger zijn dan de regering en geen nationale overheid nog in staat is om zelfstandig de noden van de eigen bevolking te ledigen, weten we diep van binnen dat de nationale gemeenschappen die ons sinds de Tweede Wereldoorlog houvast gaven, niet langer in staat zijn om ons de geborgenheid te beiden die we zoeken.
Het is het meest verwarrende dat een kuddedier kan overkomen. (pagina 202-205)
Lees ook: Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u : dertig jaar marktwerking in Nederland (uit 2018) en Fantoomgroei : waarom we steeds harder werken voor steeds minder (samen met Hendrik Noten uit 2020)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen