Boom 2025, 511 pagina's - € 39,90
Oorspronkelijke titel: Verlust. Ein Grundproblem der Moderne (2024)
Wikipedia: Andreas Reckwitz (1970)
Korte beschrijving
Tekst op website uitgever
Waarom voelen we ons in een tijd van overvloed toch zo kwetsbaar en ontheemd? In Verlies beschrijft de invloedrijke Duitse socioloog Andreas Reckwitz de paradoxen van onze moderne tijd, waarin individualisering en globalisering nieuwe mogelijkheden brachten, maar ook diepe gevoelens van vervreemding en nostalgie oproepen.
Reckwitz analyseert verlies als een fundamenteel probleem van onze tijd. De belofte van vooruitgang is altijd gepaard gegaan met verlies: van zekerheid, gemeenschap en zingeving. Maar verlieservaringen zijn in strijd met het vooruitgangsgeloof dat wezenlijk is aan de moderniteit. Nu het vooruitgangsverhaal zijn geloofwaardigheid kwijtraakt en verliezen niet langer onzichtbaar kunnen worden gemaakt, staan we voor één van de existentiële vragen van de 21ste eeuw: kunnen samenlevingen modern blijven en tegelijkertijd productief omgaan met verlies?
Verlies is een intellectuele tour de force die de lezer uitdaagt stil te staan bij wat we onderweg zijn kwijtgeraakt – én wat we kunnen herwinnen. Het boek is lovend ontvangen en werd onderscheiden met de prijs voor het beste politieke boek van de Friedrich-Ebert-Stiftung.
Andreas Reckwitz (1970) is hoogleraar algemene sociologie en cultuursociologie aan de Humboldt Universiteit in Berlijn. Zijn werk over de laatmoderniteit wordt in Duitsland lovend ontvangen, en hij geldt als een belangrijke stem in het maatschappelijk debat. In 2019 ontving Reckwitz de prestigieuze Leibnizprijs. Verlies is zijn eerste boek dat in het Nederlands verschijnt.
Fragment uit (de) Vooruitblik - De moderniteit repareren?
We zouden eenvoudig kunnen vergeten hoe kort de tijdspanne die we de moderniteit noemen is in het gehaal van de geschiedenis van Homo sapiens. De mens en zijn samenlevingen bestaan zeker al tweehonderdduizend jaar. In 95 procent van deze tijd waren dat vooral nomadische jager-verzamelaarssamenlevingen. De neolithische revolutie, de geleidelijke overgang naar vaste vestigingsplaatsen en landbouw, het ontstaan van steden en overheden en het ontstaan van schriftculturen vinden in verschillende regio's van de aarde pas ongeveer tienduizend jaar geleden plaats. De westerse moderniteit is, met haar duur van zo'n tweehonderdvijftig jaar en haar buitengewone structurele en culturele kenmerken, niet veel meer dan een oogwenk in de historische ontwikkeling en omvat amper 0,1 procent van de geschiedenis van de mens. Een samenleving die sterk inzet op vooruitgang en op voortdurende revoluties in technologie, economie, politiek en levenswijzen, lijkt vanuit het westers-moderne perspectief geen alternatief te kennen. In de geschiedenis van de mensheid moet ze echter als een extreme en bijzondere periode worden beschouwd.
Dit is het verleden. En hoe ziet de toekomst eruit? Het is nauwelijks te voorspellen hoelang Homo sapiens zal blijven bestaan. Eén ding staat echter wel vast: het bestaan van de aarde is eindig, en naar schatting heeft ze nog zo'n negen miljard jaar voor zich - een tijdspanne die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Vanwege de extreme temperatuurstijging die het gevolg zal zijn van de toekomstige ontwikkeling van de zon, zullen alle levende wezens al enkele miljarden jaren eerder van haar oppervlakte zijn verdwenen. David Christian, een van de voormannen van de Big History, schat dat de mensheid nog enkele honderdduizenden jaren te gaan heeft. Hoe zal ze in die tijd leven? Zal de westerse moderniteit na haar eerste tweehonderdvijftig jaar in Europa en Noord-Amerika ook werkelijk nog honderden en misschien zelfs duizenden jaren voortbestaan? Geldt dat ook voor de liberale democratie en het kapitalisme, het individualisme en de elkaar steeds weer opvolgende technologische ontwikkelingen? Is de moderniteit als op de vooruitgang gerichte samenleving het einde van de geschiedenis?
Het is opmerkelijk dat het perspectief op dergelijke vragen in de afgelopen jaren lijkt te zijn veranderd. Wanneer men namelijk uitgaat van het vooruitgangsverhaal dat de horizon van het denken van de westerse moderniteit tot op heden bepaalde, lijkt de blik vooruit noch achteruit bijzonder problematisch. Dit narratief heeft namelijk de eigenschap de logica van het verhaal ook tot voorbij het moderniseringsproces in de nauwere zin van het woord, dat wil zeggen de afgelopen tweehonderdvijftig jaar, uit te breiden naar het (half-)bekende verleden en naar d eonbekende toekomst. Zo gezien lijkt de geschiedenis van de mens al vanaf het vroegste begin een geleidelijk 'vooruitgaande' ontwikkeling naar iets beters, die in stadia van de jager-verzamelaarssamenlevingen via de neolithische revolutie en de vroege hogere culturen, op haar veronderstelde hoogtepunt, namelijk de verlichte westerse moderniteit, uitkoopt. Het vooruitgangsdenken schrijft namelijk tegelijk ook voor hoe de toekomst moet worden gezien: hoe onvoorstelbaar lang die ook mag zijn - dat die ongehinderd en hooguit met wat tijdelijke tegenslagen steeds leidt tot rationaliteit, overvloed, vrijheid of complexiteit , lijkt vanzelfsprekend. Dan resten er nog slechts twee mogelijkheden: op een bepaald moment is men aangekomen bij het einde van de ontwikkeling, waarna de bereikte 'uitgerijpte' samenlevingsvorm enkel nog hoeft te worden gereproduceerd, of we hebben te maken met een eindeloos proces van overbieden in de richting van het altijd-weer-betere. (pagina 389-390)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen