Spectrum 2026, 271 pagina's - € 26,99
Oorspronkelijke titel: Summer of our discontent (2026)
Wikipedia: Thomas Chatterton Williams (1981)
Korte beschrijving
Een kritische analyse van de oorzaken en gevolgen van polarisatie in de maatschappij, met focus op de gebeurtenissen in de Verenigde Staten sinds de zomer van 2020. Thomas Chatterton Williams onderzoekt de gebeurtenissen in de samenleving tijdens deze zomer, waaronder de moord op George Floyd, de overgang van Obama naar Trump, de coronacrisis en de steeds grotere invloed van sociale media. Hij analyseert hoe deze ontwikkelingen hebben geleid tot nieuwe normen rondom vrijheid van meningsuiting, racisme en liberalisme en analyseert de effecten op mediagebruik, werkgelegenheid, creativiteit, onderwijs, taal en cultuur. Gaandeweg biedt hij een kritische blik op sociale rechtvaardigheid en de staat van het liberalisme. Het boek pleit voor het behoud van vrije uitwisseling van ideeën voor maatschappelijke vernieuwing en verbetering. Intelligent en analytisch geschreven. Geschikt voor een geoefende lezersgroep. Thomas Chatterton Williams (1981) is een Amerikaanse cultuurcriticus en schrijver. Hij schreef eerder de boeken 'Losing My Cool' en 'Self-Portrait in Black and White'
Tekst op website uitgever
Hoe de zomer van 2020 onze samenleving overhoop gooide
Opeens leek de hele wereld tot een kookpunt te komen. Van de razendsnelle ontwikkelingen rondom sociale media en de verschuiving van Obama naar Trump tot de coronacrisis en openlijke gesprekken over kritische rassentheorie. In dit opzienbarende boek schetst Thomas Chatterton Williams, vermaard cultuurcriticus van The Atlantic die geen blad voor de mond neemt, een helder beeld van al deze ideeën en gebeurtenissen. Hij omschrijft hoe de enorme verschuivingen van de afgelopen jaren invloed hebben gehad op ons mediagebruik, de werkgelegenheid, creativiteit, het onderwijs en de taal en cultuur.
Een scherpe analyse van sociale rechtvaardigheid en de huidige staat van het liberalisme, die aantoont hoe men de afgelopen jaren anders is gaan denken over diversiteit en vrijheid van meningsuiting.
‘In de zomer van 2020 brak er massale waanzin uit onder de Amerikaanse elite, met verwoestende gevolgen voor kenniscreërende instellingen. Thomas Chatterton Williams is een van de weinige intellectuelen die standvastig bleef en met grote moed pleitte voor liberale waarden en de vrije uitwisseling van ideeën. In dit boek keert hij terug met een geschenk: een manier om te begrijpen wat ons is overkomen, wat de menselijkheid van alle partijen bewaart en de weg wijst naar vernieuwing.’ Jonathan Haidt, auteur van The Anxious Generation
Thomas Chatterton Williams is cultuurcriticus en schrijver. Hij schrijft voor The Atlantic en publiceerde daarnaast in onder andere The New York Times magazine. Van zijn hand verschenen eerder de boeken Losing My Cool en Self-Portrait in Black and White.
Fragment uit hoofdstuk drie - De pest
Maar die merkwaardig mooie en aangename lente - een van de mooiste en zonnigste die ik me uit Europa herinner - en die trage, monotone dagen en nachten in zelfquarantaine samen met onze vrienden waren zeker niet ellendig, voelden in eerste instantie niet als ontberingen. Ze waren op een vreemde manier energiek en inspirerend. Het waren productieve dagen van contemplatie, waar ik erg van opknapte. Ik miste mijn vrienden en familie erg, maar het wonder van sociale media en de magie van WhatsApp en FaceTime gaven meer echte, krachtige troost. Dat ik zo direct betrokken was bij de dagelijkse routines van mijn kinderen was een onverwachte en heerlijke bonus. Zonder de verlokkingen van de buitenwereld leverde ik mijn bijdrage aan huishoudelijke klussen als koken, schoonmaken en boodschappen doen. In mijn vrije tijd schreef en publiceerde ik essays, herlas de werken van Camus en Baldwin, sportte regelmatig met Jordan en volgde, gewapend met een ruim voorradig materiaal, een gymnastiekprogramma op YouTube en Instagram, waardoor ik een sterker lichaam kreeg dan ik ooit had gehad. Ik was zeker geen uitzondering. Alle mensen met wie ik contact had leken ook ambitieuze en soms radicale projecten voor zelfverbetering te hebben opgepakt. Zoals veel succesvolle intellectuelen was Sophie brood gaan bakken en werkte ze op de meeste avonden tot vreugde van iedereen het kookboek van Ottolenghi door. Wanneer na het eten de kinderen naar bed waren leidde Jordan, een filmcriticus met een encyclopedische kennis, ons systematisch door een opwindend programma van Amerikaanse films uit de jaren zeventig.
Zo algemeen was de neiging om de pil te vergulden en de tegenslag van de lockdown in een tastbare vorm van persoonlijke groei te gieten, dat er onvermijdelijk een complete golf van juist tegen productiviteit gericht ressentiment en verzet volgde. 'Mensen herinnerden elkaar eraan dat Shakespeare King Lear schreef toen hij tijdens een pestepidemie in quarantaine zat,' merkte Constance Grady op in een artikel op Vox van april 2020. 'En onvermijdelijk kwam de gefluisterde implicatie: moet jij deze tijd thuis - noem het een geschenk - niet gebruiken, omdat je thuis zit en geen essentieel beroep hebt? Moet jij deze tijd niet gebruiken om productiever te worden? Moet je niet aan de slag gaan en een mesterwerk schrijven, of een nieuw genre uitvinden of een nieuwe basiswet van het universum ontdekken? Moet je niet op z'n minst een nieuwe hobby oppakken, iets nieuws leren of je misschien ontplooien tot 'coronapreneur', zoals Forbes het noemde. Deze weberiaanse stemming van presteren werd al snel verbonden met onaangename raciale implicaties. Alleen al het feit dat je ergens een toevluchtsoord had werd gekoppeld aan de mogelijkheid, zeg maar gerust het privilege, om op afstand te kunnen werken. De zogenaamde essentiële beroepen - pakjes rondbrengen, bevoorraden, zieken verzorgen, achter de kassa zitten in de supermarkt - waarvoor je de pandemie trotseerde en je gezondheid en welzijn op het spel zette, werden onevenredig veel uitgeoefend door zwarte en niet-witte bevolkingsgroepen, of anders in elk geval door de witte arbeidersklasse.
'Tijdgerichte productiviteit is uitgevonden door het industriële kapitalisme,' vervolgde het artikel op Vox, wat ook een manier is om - voor een bepaald soort progressieve lezer die daar ontvankelijk voor is - uit te drukken dat het onvermijdelijk een vorm is van iets wat steeds vaker een 'cultuur van witte suprematie' werd genoemd. Hiermee werd een kritiek verwoord die, naarmate de pandemie zich voortsleepte, in Amerika en elders steeds vaker en krachtige te horen was. Maar in die eerste maanden behielden veel mensen hun positiviteit en optimisme en probeerden ze oprecht de opgelegde eenzaamheid en ononderbroken workflow te benutten om hun eigen welzijn en dat van de mensen om hen heen te verbeteren. Het was nog de tijd dat enthousiaste en naïeve New Yorkers zich elke avond vertoonden bij hun venster, op het dak of op hun balkon om hun oprechte dank te betuigen aan het medisch personeel van de stad en andere mensen die aan de frontlinie werkten. (pagina 88-90)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
De redactie behoudt zich het recht voor reacties te verwijderen